1070304 Bijlage 2 REGELS Strandpark De Zeeuwse Kust concept 8 Regels
Tekst van het document
bestemmingsplan
Strandpark De Zeeuwse Kust Schouwen-Duiveland
DATUM IMRO IDN
10-10-2023 NL.IMRO.1676.pmgem-0001
PROJECT PROJECTLEIDER
Strandpark De Zeeuwse Kust D.J.E.M. Gooijers MSc.
OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER
Strandpark De Zeeuwse Kust 20210732
AUTEUR STATUS
L. ten Braak MSc. concept
Inhoudsopgave
Regels Hoofdstuk 1
Inleidende regels
5
Artikel 1
Begrippen
5
Artikel 2
Wijze van meten
15
Bestemmingsregels
16
Artikel 3
Groen
16
Artikel 4
Groen - Landschappelijk
17
Artikel 5
Natuur
18
Artikel 6
Recreatie - Kampeerterrein
20
Artikel 7
Wonen
30
Artikel 8
Leiding - Water
34
Artikel 9
Waarde - Archeologie 6
36
Artikel 10
Waarde - Archeologie 7
40
Artikel 11
Waarde - Waterstaatkundige functie
44
Artikel 12
Waterstaat - Waterkering
45
Algemene regels
46
Artikel 13
Anti-dubbeltelregel
46
Artikel 14
Algemene bouwregels
47
Artikel 15
Algemene gebruiksregels
49
Artikel 16
Algemene afwijkingsregels
50
Artikel 17
Algemene wijzigingsregels
51
Artikel 18
Overige regels
52
Overgangs- en slotregels
53
Artikel 19
Overgangsrecht
53
Artikel 20
Slotregel
54
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4
3/54
4
Regels
4/54
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
1.1 plan het bestemmingsplan Strandpark De Zeeuwse Kust met identificatienummer NL.IMRO.1676.pmgem-0001 van de gemeente Schouwen-Duiveland. 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 aan- of uitbouw een uit de gevel springend, in architectonisch opzicht ondergeschikt deel van een woning dat door haar indeling en inrichting is bestemd hoofdzakelijk te worden gebruikt ten behoeve van de woning. 1.4 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.5
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.6 aanduidingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde aanduiding, begrensd door een aanduidingsgrens. 1.7 achtererf bij een hoofdgebouw gedeelte van het erf tussen de achtergevellijn en de aan de achterzijde van het hoofdgebouw gelegen erfgrens. 1.8 achtergevel het meest achterwaarts gelegen deel van een gebouw. 1.9 achtergevellijn denkbeeldige lijn die strak loopt langs het achtererf bij een hoofdgebouw tot aan de bouwperceelsgrenzen. 1.10 archeologische deskundige de Rijksarcheoloog van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed of een ander deskundig archeologisch adviesbureau. 1.11 archeologische waarde de in het kader van dit plan aan het gebied toegekende waarde gekenmerkt door voorwerpen of bewoningssporen van vroegere samenlevingen direct onder het aardoppervlak. 1.12 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
5/54
1.13 bebouwingspercentage een aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van een maatvoeringsvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd. 1.14 bed & breakfast een nevenactiviteit in een bestaande woning waar logies wordt verstrekt en waar eventueel afzonderlijke maaltijden worden verstrekt aan gasten. 1.15 bedrijfsgebouw een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een of meer bedrijfsactiviteiten. 1.16 bedrijfsmatig gebruik van een woning het gebruik van (een gedeelte van) een woning en/of daarbij behorende aanbouw of bijgebouw voor het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid in tegenstelling tot een aan-huis-gebonden-beroep gericht op consumentenverzorging geheel of overwegend door middel van handwerk, waarvan de omvang zodanig is dat de woonfunctie behouden blijft en waarvoor geen meldings- of vergunningsplicht op grond van het Inrichtingen- en of Vergunningenbesluit milieubeheer geldt. 1.17 bedrijfswoning een woning in of bij een gebouw of op een terrein, welke slechts is bestemd voor bewoning door (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar noodzakelijk is gelet op de bestemming van de grond ter plaatse van het gebouw of het terrein, of waarvan het hoofdinkomen afkomstig is van een bedrijf waarvan de bedrijfsactiviteiten gelet op de bestemming van de grond ter plaatse structureel worden uitgeoefend.
1.18 beheersplan een plan dat gericht is op het beheer, het onderhoud, instandhouding en herstel dan wel versterking van de gewenste landschaps- en/of natuurwaarden in een gebied. 1.19 beroepsmatig gebruik van de woning het gebruik van (een gedeelte van) een woning en/of daarbij behorende aanbouw of bijgebouw voor een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, lichaamsverzorgend, haarverzorgend, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende aan- of bijgebouw met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend. 1.20 bestaand ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan. 1.21 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak. 1.22 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.
6/54
1.23 bevoegd gezag het bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.24 bijbehorend bouwwerk een architectonisch ondergeschikte uitbreiding van een hoofdgebouw, of een vrijstaand of aangebouwd gebouw of een ander bouwwerk met een dak dat functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw is verbonden. 1.25 bijgebouw een met het hoofdgebouw verbonden of daarvan vrijstaand gebouw dat functioneel en architectonisch ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.26 bordes (sta)caravan verhoogd platform met afdak en maximaal 2 wanden voor de ingang van een (sta)caravan bereikbaar via een aantal treden of een trap. 1.27 bordes gebouw verhoogd platform voor de ingang van een gebouw bereikbaar via een aantal treden of een trap. 1.28 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.29 bouwgrens de grens van een bouwvlak. 1.30 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.31 bouwperceelgrens een grens van een bouwperceel. 1.32 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
1.33 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal die hetzij direct, hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct, hetzij indirect steun vindt in of op de grond. 1.34 centrale bedrijfsmatige exploitatie het via een bedrijf, stichting of andere rechtspersoon voeren van een gezamenlijk beheer en exploitatie van recreatiewoningen, kampeerterreinen en kampeermiddelen, gericht op het bieden van (permanent wisselende) recreatieve (nacht)verblijfsmogelijkheden.
7/54
1.35 centraal sanitair een sanitaire unit (voorzien van douche, toilet en wastafel) voor gebruik door meerdere huurders van standplaatsen, waarbij de unit voor eenieder toegankelijk is. 1.36 dagrecreatie activiteiten ter ontspanning in de vorm van sport, spel, toerisme en educatie, waarbij overnachting uitdrukkelijk is uitgesloten. 1.37 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, hieronder begrepen de uitstalling ten verkoop (bijvoorbeeld een showroom), het verkopen en/of leveren van goederen aan diegenen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.38 dienstverlening het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen waaronder zijn begrepen reis- en uitzendbureaus, kapsalons, pedicures, wasserettes, makelaarskantoren, bankfilialen, schoonheidsinstituten, fotostudio's en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf en seksinrichting. 1.39 erf al dan niet omheind stuk grond dat in ruimtelijk opzicht direct behoort bij, in functioneel opzicht ten dienste staat van, en in feitelijk opzicht direct aansluit aan een gebouw en dat, blijkens de kadastrale gegevens, behoort tot het bouwperceel waarop dat gebouw is geplaatst. 1.40 erfgrens de grens van het erf.
1.41 explosieve stoffen stoffen behorende tot klasse 1 van het Accord Européen relatif au transport international des marchandises dangereuses par route (ADR), met uitzondering van consumentenvuurwerk zoals gedefinieerd in artikel 1.1.1 van het Vuurwerkbesluit. 1.42 extensieve dagrecreatie kleinschalige extensieve recreatieve activiteiten gericht op de beleving van de Kop van Schouwen, zoals wandelen, fietsen, skaten, paardrijden, kanoën, vissen, zwemmen en natuurobservatie. 1.43 gastenverblijf een vrijstaand of aan een woning aangebouwd gebouw, die niet direct vanuit de woning toegankelijk is en die gebruikt wordt om niet-commercieel logies te bieden aan personen die elders hun hoofdverblijf hebben. 1.44 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
8/54
1.45 hoofdgebouw een gebouw dat op een bouwperceel door zijn aard, functie, constructie of afmetingen, dan wel gelet op de bestemming, als belangrijkste gebouw valt aan te merken. 1.46 horecabedrijf een bedrijf gericht op het verstrekken van al dan niet ter plaatse bereide en al dan niet ter plaatse te nuttigen dranken en/of etenswaren en/of het verstrekken van logies en/of het exploiteren van zaalaccommodaties. 1.47 horecaterrasoverkapping een terrasoverkapping bestaande uit een frame met twee of meer staanders en een ligger waaraan aan weerszijden een zogenaamd uitval- of knikarmscherm is bevestigd. 1.48 kinderhotel een logiesgebouw ten behoeve van recreatief nachtverblijf aan (grotere) gezinnen per kamer, zonder receptie, eigen keukenvoorziening, restaurant, of andere horecavoorzieningen ten dienste van het logiesgebouw en zonder zwembad. 1.49 kampeerhuisje een op een standplaats gelegen gebouw bestemd voor recreatief nachtverblijf voor personen die hun hoofdverblijf elders hebben. 1.50 kampeermiddel tenten, tentwagens, campers, (sta)caravans of hiermee gelijk te stellen mobiele onderkomens op kampeerterreinen bestemd voor recreatief nachtverblijf, waarbij gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben.
1.51 kampeerterrein een terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht en blijkens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen en/of kampeerhuisjes ten behoeve van recreatief nachtverblijf, waaronder begrepen dienstgebouwen en andere voorzieningen ten dienste van het kamperen. 1.52 kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen voorzieningen, zoals aanlegsteigers, picknickplaatsen, observatiepunten, informatieborden en banken, ten behoeve van activiteiten ter ontspanning in de vorm van sport en spel (waarbij overnachting uitdrukkelijk is uitgesloten) zoals wandelen, fietsen, vissen, zwemmen, kanoën en natuurobservatie. 1.53 lawaaisporten sportactiviteiten waarbij motorisch of mechanisch geluid wordt geproduceerd dat zodanig is dat het omgevingsgeluid wordt overschreden, waaronder in ieder geval worden begrepen de autosport, motorsport, karting, (model)vliegsport en de schietsport met de hulp van vuurwapens in de open lucht; de jachtsport wordt hieronder niet begrepen.
9/54
1.54 NEN door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut uitgegeven norm, zoals deze luidde op het moment van vaststelling van het plan. 1.55 natuurbeschermingsdeskundige een door burgemeester en wethouders aan te wijzen onafhankelijke deskundige of commissie van deskundigen inzake aanwezige natuurwaarden. 1.56 netto-standplaatsgrootte de effectieve, vrije standplaatsruimte per kampeerplaats, gemeten zonder beplantingen, wegen, (schouw)paden, sport- en spelvoorzieningen en parkeergelegenheid. 1.57 niet-permanente standplaats een standplaats bestemd voor het plaatsen van één of meerdere kampeermiddelen, niet zijnde een stacaravan, gedurende het zomerseizoen. 1.58 nutsvoorzieningen voorzieningen ten behoeve van openbaar nut. 1.59 openbare weg voor het openbaar verkeer openstaande weg of pad inclusief de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die weg behorende paden en bermen of zijkanten. 1.60 ondergeschikte functie functie waarvoor maximaal 15% van de vloeroppervlakte als zodanig mag worden gebruikt. 1.61 ondersteunende detailhandelsactiviteiten gelegenheid waarbij het doel van de onderneming niet primair gericht is op de verkoop van goederen, maar slechts ter ondersteuning is van de hoofdactiviteit.
1.62 ondersteunende horeca-activiteiten gelegenheid waarbij het doel van de onderneming niet primair gericht is op het verstrekken van consumptieve goederen, maar slechts ter ondersteuning is van de hoofdactiviteit. Deze consumptieve gelegenheid richt zich op het verstrekken van eetwaren voor directe consumptie ter plaatse met daarnaast het afzonderlijk verstrekken van dranken voor directe consumptie ter plaatse. Horecagelegenheden bij sportkantines en clubhuizen vallen hier niet onder. 1.63 overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak en maximaal 1 wand, zijnde een wand van het recreatief verblijf. 1.64 passend in het straat- en bebouwingsbeeld a. een goede verhouding tussen bouwmassa en open ruimte; b. een goede hoogte-/breedteverhouding tussen de bebouwing onderling; c. een samenhang in bouwvorm/architectonisch beeld tussen bebouwing die ruimtelijk op elkaar georiënteerd
10/54
is, en d. de cultuurhistorische samenhang van de omgeving. 1.65 peil a. voor gebouwen voor recreatief nachtverblijf: de hoogte van het omliggende maaiveld ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan; b. voor overige gebouwen, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk grenst aan de weg: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; c. bij ligging in het water: de gemiddelde hoogte van de aangrenzende oevers; d. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte bouwterrein, ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan. 1.66 pension een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van logies met een maximum van 25 slaapplaatsen, met als nevenactiviteit het verstrekken van maaltijden en/of dranken aan logerende gasten. In de kamers bevinden zich geen volwaardige keukens. 1.67 permanente bewoning bewoning van een ruimte als hoofdverblijf. 1.68
permanente standplaats
een standplaats bestemd voor het plaatsen van een kampeermiddel of een kampeerhuisje en twee bijzettentjes van maximaal 8 m², dat gedurende het gehele jaar aanwezig mag zijn ten behoeve van recreatief nachtverblijf. 1.69 privésanitair een sanitaire eenheid (voorzien van douche, toilet en wastafel) slechts voor gebruik door de huurder van een standplaats, waarbij de eenheid gedurende het gehele jaar op een standplaats aanwezig is. 1.70 personeelsvoorzieningen een onderkomen en sanitaire voorzieningen voor personeel, een personeelskantine en voorzieningen voor de technische dienst en/of opslag van materialen. 1.71 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.72 recreatief nachtverblijf recreatie, niet zijnde permanente bewoning, in ruimten die zijn bestemd voor recreatief nachtverblijf, zoals een recreatiewoning, kampeerhuisje, logeergebouw, pension of kampeermiddel, door personen die hun hoofdverblijf elders hebben.
11/54
1.73 recreatieterrein terrein waarop gebouwen, overkappingen of verhardingen ten behoeve van recreatie aanwezig zijn. Tot het recreatieterrein wordt gerekend: standplaatsen, gebouwen en overkappingen, terrassen en erven bij gebouwen, wegen, parkeerplaatsen en verharde paden en toegangen tot erven en gebouwen. Tot het recreatieterrein (verhard) wordt niet gerekend openbare speelvoorzieningen, paden in halfverharding en semi-openbaar groen, zwemvijvers, (extensieve) dagrecreatie. 1.74 recreatiewoning een gebouw, geen woonkeet, geen kampeerhuisje en geen (sta)caravan of andere constructie op wielen zijnde, dat bestemd is voor recreatief nachtverblijf en waarbij de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben. 1.75 restaurant een horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van maaltijden voor consumptie ter plaatse, met als nevenactiviteit het verstrekken van alcoholische en niet-alcoholische dranken. 1.76 ruimtelijke kwaliteitswinst ruimtelijke meerwaarde die bestaat uit de inrichting van het erf, landschaps- of natuurontwikkeling, herstel of herkenbaar maken van de cultuurhistorische waarden of het vergroten van de toegankelijkheid van het gebied ten behoeve van extensieve recreatie. 1.77
seksautomatenhal
een inrichting of daarmee gelijk te stellen gelegenheid waarin door middel van automaten filmvoorstellingen en/of live-shows van erotische en/of pornografische aard kunnen worden gegeven. 1.78 seksbioscoop/-theater een inrichting of daarmee gelijk te stellen gelegenheid waarin vertoningen van erotische en/of pornografische aard worden gegeven. 1.79 seksinrichting de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte, waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in elk geval verstaan: een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische-massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.80 Staat van Horeca-activiteiten de Staat van Horeca-activiteiten die van deze regels deel uitmaakt. 1.81 stacaravan een kampeermiddel dat naar aard en constructie als één geheel verplaatsbaar is en niet aard- en nagelvast verbonden met de ondergrond.
12/54
1.82 standplaats het gedeelte van een kampeerterrein aangewezen voor recreatief nachtverblijf in één of meerdere kampeermiddelen of een kampeerhuisje, waarbij de standplaatsen voor kampeermiddelen nader zijn te onderscheiden in permanente standplaats en niet-permanente standplaats. 1.83 straatprostitutie het zich op de openbare weg respectievelijk op openbare ruimten of in een zich op de openbare weg respectievelijk openbare ruimte bevindend voertuig beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.84 verblijfsrecreatie recreatie in ruimten die zijn bestemd of opgericht voor recreatief nachtverblijf, zoals een recreatiewoning, groepsaccommodatie, kampeermiddel of kampeerhuisje, door personen die hun hoofdverblijf elders hebben. 1.85 verblijfsrecreatieve voorzieningen voorzieningen, geen verblijfseenheden zijnde, ten behoeve van de verblijfsrecreatie. 1.86 voorgevel van een hoofdgebouw het meest naar de wegzijde gekeerde deel van een hoofdgebouw. 1.87
voorgevellijn
denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een hoofdgebouw tot aan de bouwperceelsgrenzen. 1.88 vrijstaand een gebouw zonder gemeenschappelijke wand met een ander gebouw. 1.89 waterhuishoudkundige voorzieningen voorzieningen die nodig zijn voor een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie of waterkwaliteit, zoals duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, (riool)gemalen en inlaten. 1.90 webwinkel een detailhandelsbedrijf dat zich toelegt op de verkoop via internet zonder showroom en zonder afhaalmogelijkheid ter plaatse. 1.91 weg voor het openbaar verkeer openstaande weg inclusief de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die weg behorende paden en bermen of zijkanten. 1.92 winterkamperen het gebruik van en voor recreatief nachtverblijf in de periode van 16 november tot 1 maart. 1.93 winterseizoen de jaarlijkse periode van 16 november tot 1 maart van enig jaar.
13/54
1.94 winterstalling het stallen van kampeermiddelen in de open lucht op een aparte plaats op een standplaats, zodanig dat daarin geen recreatief nachtverblijf kan plaatsvinden, in het winterseizoen. 1.95 woning een hoofdgebouw dat dient voor de huisvestiging van één afzonderlijk huishouden. 1.96 zijerf bij een hoofdgebouw gedeelte van het erf tussen een zijgevellijn en de aan die zijde van het hoofdgebouw gelegen grens van het erf. 1.97 zijgevel een gevel van een gebouw, die niet een voorgevel of achtergevel is. 1.98 zijgevellijn denkbeeldige lijn die strak loopt langs de zijgevel van een hoofdgebouw tot aan de bouwperceelsgrenzen. 1.99 zomerseizoen de jaarlijkse periode van 1 maart tot en met 15 november van enig jaar.
14/54
Artikel 2
Wijze van meten
2.1 afstand: de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede afstanden van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn. 2.2 dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.3 bouwhoogte van een antenne-installatie: a. ingeval van een vrijstaande (schotel)antenne-installatie: tussen het peil en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie; b. ingeval van een op of aan een bouwwerk gebouwde (schotel)antenne-installatie: tussen de voet van de (schotel)antenne-installatie en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie. 2.4 bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van zonnepanelen en ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.5
breedte, lengte en diepte van een bouwwerk:
tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidingsmuren. 2.6 goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.7 inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.8 oppervlakte van een bouwwerk: gemeten in de verticale projectie op het bouwterrein van de grootste buitenwerkse maten van de (denkbeeldige) gevels, exclusief overstekken tot 50 cm, boven het afgewerkt terrein en eventueel tot het hart van een gemeenschappelijke scheidingsmuur.
2.9 de vloeroppervlakte de gebruiksvloeroppervlakte volgens NEN 2580.
15/54
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels
Groen
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het behoud, herstel en ontwikkeling van landschaps- en natuurwaarden in de vorm van water, groen en landschapselementen; b. aan de bestemming ondergeschikte extensieve dagrecreatie met bijbehorende recreatieve fiets-, wandelen ruiterpaden, zwemwater en voorzieningen; c. hierbij horende ondergeschikte voorzieningen zoals waterpartijen, taluds, oevers, nutsvoorzieningen, geluidwerende voorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen. 3.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op deze gronden zijn uitsluitend ten dienste van de bestemming bouwwerken geen gebouwen zijnde toegestaan; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3,50 m. 3.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.3.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is binnen deze bestemming verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting; b. het afgraven van dijklichamen; c.
het aanbrengen van verharde wegen en/of paden en andere oppervlakteverhardingen. 3.3.2 Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod Het in lid 3.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud en beheer betreffen, waaronder in ieder geval verstaan het uitbaggeren van sloten en greppels; b. werken en werkzaamheden ten behoeve van de aanleg van het landschap conform het groenbeheerplan zoals opgenomen in bijlage 2; c. reeds in uitvoering dan wel vergund zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 3.3.3 Toelaatbaarheid Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 3.3.1 wordt slechts verleend indien de werken of werkzaamheden, direct of indirect, geen onevenredige aantasting van de landschappelijke inpassing tot gevolg hebben.
16/54
Artikel 4
Groen - Landschappelijk
4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen - Landschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. landschappelijke inpassing door opgaande beplanting van recreatieterreinen en tevens een grondwal, mits deze ook is voorzien van opgaande beplanting; b. hierbij horende ondergeschikte voorzieningen zoals waterpartijen, taluds, oevers, nutsvoorzieningen, geluidwerende voorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen. 4.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op deze gronden zijn uitsluitend ten dienste van de bestemming bouwwerken geen gebouwen zijnde toegestaan; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3,50 m; c. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt 2 m. 4.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.3.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is binnen deze bestemming verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting; b. het afgraven van dijklichamen; c. het aanbrengen van verharde wegen en/of paden en andere oppervlakteverhardingen.
4.3.2 Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod Het in lid 4.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud en beheer betreffen, waaronder in ieder geval verstaan het uitbaggeren van sloten en greppels; b. werken en werkzaamheden ten behoeve van de aanleg van het landschap conform het groenbeheerplan zoals opgenomen in bijlage 2; c. reeds in uitvoering dan wel vergund zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 4.3.3 Toelaatbaarheid Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 4.3.1 wordt slechts verleend indien de werken of werkzaamheden, direct of indirect, geen onevenredige aantasting van de landschappelijke inpassing tot gevolg hebben.
17/54
Artikel 5
Natuur
5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het behoud, herstel en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden; en tevens voor: b. ontsluitingspaden, calamiteitenontsluitingen alsmede voorzieningen ten behoeve van hulpdiensten; c. aan de bestemming ondergeschikte extensieve dagrecreatie met bijbehorende recreatieve fiets-, wandelen ruiterpaden en voorzieningen; d. water, beplanting, taluds, oevers en waterhuishoudkundige voorzieningen, educatieve voorzieningen en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming. 5.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen uitsluitend ten dienste van de in lid 5.1 bedoelde bestemming bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 2 m. 5.3 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend het gebruiken, te doen of laten gebruiken van gronden als uitstallings-, opslag-, stand-, of ligplaats voor kampeermiddelen, voer- en vaartuigen.
5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het college van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden), de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen of verharden van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; c. het aanleggen van dijken of andere taluds en het vergraven of ontgraven van reeds aanwezige dijken of taluds; d. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; e. het aanleggen of aanbrengen van oeverbeschoeiingen, kaden en aanlegplaatsen; f. het aanleggen van boven- of ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; g. het verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting alsmede het verwijderen van oevervegetaties; h. het beplanten van gronden met houtgewassen.
5.4.2 Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod Het in lid 5.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die: a. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen;
18/54
b. reeds krachtens een verleende omgevingsvergunning in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende omgevingsvergunning; d. reeds mogen worden uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming; e. passen binnen het beheersplan Kop van Schouwen; f. worden uitgevoerd in verband met een natuurontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. 5.4.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken of werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar indien daardoor de waarden van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind en indien mitigerende en zo nodig compenserende maatregelen worden getroffen. Hiertoe dient vooraf een inrichtingsplan te worden opgesteld, dat door het bevoegd gezag wordt betrokken bij haar besluit. 5.4.4 Adviesverplichting Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 5.4.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in van de natuurbeschermingsdeskundige omtrent de vraag of aan de voorwaarde als bedoeld in 5.4.3 wordt voldaan.
19/54
Artikel 6
Recreatie - Kampeerterrein
6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Recreatie - Kampeerterrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. recreatie in kampeermiddel en gebouwen die zijn bestemd voor recreatief nachtverbijf door personen die hun hoofdverblijf elders hebben; b. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning': één bedrijfswoning; c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - logiesgebouw': een logiesgebouw in de vorm van een kinderhotel met maximaal 40 kamers voor recreatief nachtverblijf en maximaal 1 kamer voor de tijdelijke huisvesting van personeel; d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - dienstverlening en beheer': dienstverlening, zwembaden, binnenspeeltuinen en overige voorzieningen ten behoeve van de verblijfsrecreatie op hetzelfde terrein; e. ondersteunende detailhandel ten behoeve van het recreatiebedrijf tot een vloeroppervlakte van ten hoogste 500 m²; f. ondersteunende horeca ten behoeve van het recreatiebedrijf in de categorie 1a dan wel 1b van de Staat van Horeca-activiteiten, zoals bedoeld in bijlage 1, tot een vloeroppervlakte van 1.500 m² (exclusief terras); g. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - personeelsverblijf': standplaatsen voor de tijdelijke huisvesting van op het bedrijf werkzaam zijnde recreatie personeel; h.
bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water, waterhuishoudkundige voorzieningen, sanitairvoorzieningen, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en (ontsluitings)wegen, spel-, sport- en speelvoorzieningen; i. kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen, voorzieningen voor beheer en onderhoud en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming. 6.2 Bouwregels 6.2.1 Algemeen a. op deze gronden mogen uitsluitend ten dienste van de in lid 6.1 bedoelde bestemming worden gebouwd: 1. gebouwen; 2. aan- en uitbouwen en bijgebouwen; 3. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; b. gebouwen worden in het bouwvlak opgericht, met dien verstande dat: 1. gebouwen voor sanitair ook buiten het aangegeven bouwvlak mogen worden opgericht; 2. gebouwen die op een standplaats dienen te worden opgericht, zoals kampeerhuisjes en bijgebouwen bij kampeermiddelen, mogen buiten het bouwvlak worden opgericht; c. op elke permanente standplaats mogen worden gebouwd: ten hoogste 1 vrijstaand bijgebouw, 1 bordes (sta)caravan en 1 overkapping; d. op elke niet-permanente standplaats is ten hoogste één privésanitair toegestaan, waarbij privésanitair van ten hoogste 4 verschillende standplaatsen aaneen mag worden gebouwd of worden gecombineerd in één gebouw; e. op een permanente standplaats is ten hoogste één van de volgende gebouwen toegestaan: 1. een kampeerhuisje;
20/54
2. een stacaravan. 6.2.2 Gebouwen en overkappingen a. De oppervlakte, inhoud, goot- en bouwhoogte van gebouwen en overkappingen bedragen ten hoogste de navolgende maten: Gebouw Oppervlakte (m²) Inhoud (m³) Goothoogte (m) Bouwhoogte (m) 1. gebouw binnen het zie aanduiding: zie aanduiding: bouwvlak 'maximale goot- 'maximale gooten bouwhoogte en bouwhoogte (m)' tenzij in rij 2 (m)' tenzij in rij 2 t/m 10 uit deze t/m 10 uit deze tabel anders is tabel anders is bepaald bepaald 2. accenthoogten ten behoeve 20 m² 15 m van een glijbaan bij een zwembad binnen het bouwvlak 3. gebouwen voor centraal 4m sanitair 4. kampeerhuisje (inclusief 75 m² 250 m³ 5,50 m bordes gebouw) 5. stacaravan(inclusief bordes algemeen: 55 m², 5m (sta)caravan) tenzij door middel van de maatvoeringsaand uiding anders bepaald 6. bijgebouw per permanente 9 m² 3,50 m standplaats 7. bedrijfswoning inclusief 200 m² 750 m³ 6m 10 m aangebouwde bijgebouwen 8. vrijstaande bijgebouwen bij totaal 3,50 m 7,50 m bedrijfswoning 40 m² 9. kinderspeelhuisjes en algemeen: 4 m huisdierenverblijven en ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding - H1' maximaal 8m
21/54
10.
11.
privésanitair
6 m² per standplaats, waarbij privésanitair van ten hoogste 4 verschillende standplaatsen aaneen mag worden gebouwd of worden gecombineerd in één gebouw overige gebouwen ten 40 m² behoeve van het onderhoud (gezamenlijke en beheer buiten het oppervlakte aan bouwvlak overige gebouwen)
3,50 m
4m
8m
b. ten aanzien van stacaravans gelden de volgende aanvullende regels: 1. de bouwwerken zijn naar aard en constructie als één geheel verplaatsbaar; 2. de bouwwerken zijn niet aard- en nagelvast verbonden met de ondergrond; 3. boven het maaiveld zijn ten hoogste 2 bouwlagen toegestaan; 4. een bouwlaag onder het maaiveld is niet toegestaan; 5. een dakterras is niet toegestaan; c. ten aanzien van kampeerhuisjes gelden de volgende aanvullende regels: 1. de bouwwerken mogen aard- en nagelvast duurzaam met de grond zijn verbonden; 2. boven het maaiveld zijn ten hoogste 2 bouwlagen toegestaan; 3. een bouwlaag onder het maaiveld is niet toegestaan; 4. een dakterras is toegestaan en maakt deel uit van de toegestane bouwlagen gemeten vanaf het maaiveld; d. de afstand tussen gebouwen en de grens van een standplaats bedraagt ten minste 1 m. 6.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedragen ten hoogste de navolgende maten: Bouwwerk, geen gebouw zijnde Oppervlakte (m2) Bouwhoogte (m) overkapping (bordes (sta)caravan) bij een 13 m² 5m kampeerhuisje of stacaravan overkappingen boven centrale 5m (parkeer)voorzieningen, niet zijnde parkeerplaatsen op standplaatsen, en horecaterrasoverkappingen licht- en vlaggenmasten 8m speelvoorzieningen 4m
22/54
erf- en terreinafscheidingen op gronden die zijn gekeerd naar de openbare weg en die liggen buiten een bouwvlak erf- en terreinafscheidingen elders overige bouwwerken geen gebouwen zijnde
-
1m
-
2m 3,5 m
6.3 Specifieke gebruiksregels 6.3.1 Gebruiksregels Met betrekking tot het gebruik van gronden gelden de volgende regels: a. het aantal standplaatsen bedraagt ten hoogste het aangegeven aantal dat met de aanduiding 'maximum aantal standplaatsen' is aangegeven, indien geen aanduidingsvlak is opgenomen, bedraagt het aantal ten hoogste 0; b. het aantal permanente standplaatsen bedraagt ten hoogste het aantal dat met de aanduiding 'maximum aantal permanente standplaatsen' is aangegeven, indien geen aanduidingsvlak is opgenomen, bedraagt het aantal ten hoogste 0; c. er dient sprake te zijn van een centrale bedrijfsmatige exploitatie; d. ten behoeve van de tijdelijke huisvesting van personen is het toegestaan extra 8 permanente standplaatsen te realiseren in aanvulling op het bepaalde onder b; e. de netto-standplaatsgrootte voor een permanente standplaats bedraagt ten minste 150 m², met dien verstande dat de grootte ten minste 4 maal de oppervlakte van een kampeerhuisje bedraagt; f. de netto-standplaatsgrootte voor een niet-permanente standplaats bedraagt ten minste 100 m²; g. op een permanente standplaats mogen ten hoogste worden geplaatst: 1. één kampeermiddel of één kampeerhuisje en; 2. één bijgebouw en; 3. één bordes en; 4. één overkapping (standplaats); 5. twee bijzettentjes van elk ten hoogste 8 m² en; 6. twee motorvoertuigen; h.
op een niet-permanente standplaats mogen ten hoogste worden geplaatst: 1. één kampeermiddel, niet zijnde een stacaravan, met maximaal twee bijzettentjes van elk maximaal 8 m² of maximaal drie tentjes van elk maximaal 8 m². 2. één gebouw ten behoeve van privésanitair; 3. twee motorvoertuigen; i. ten minste 2% van de gronden met de bestemming Recreatie - Kampeerterrein zijn bedoeld ten behoeve van sport- en spelvoorzieningen; j. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - recreatieterrein Rampweg' bedraagt de oppervlakte die gebruikt wordt als recreatieterrein ten hoogste 46.804 m², indien geen aanduidingsvlak is opgenomen, mag 100% van het oppervlak als zodanig gebruikt worden. 6.3.2 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. recreatief nachtverblijf in bijgebouwen;
23/54
b. detailhandel, met uitzondering van ondersteunende detailhandel, voor zover dit een ondergeschikt bestanddeel uitmaakt van de totale bedrijfsuitoefening; c. een hotel, met uitzondering op de gronden met de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie logiesgebouw'; d. horeca, met uitzondering van ondersteunende horeca-activiteiten, voor zover dit een ondergeschikt bestanddeel uitmaakt van de totale bedrijfsuitoefening; e. het gebruiken of te laten gebruiken van gronden en / of bouwwerken als seksinrichting of voor straatprostitutie; f. het gebruik van niet-permanente standplaatsen in het winterseizoen als opslag-, stort-, lozings- of bergplaats; g. het gebruiken, te doen of laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor permanente bewoning, met uitzondering van de gronden met de aanduiding 'bedrijfswoning'; h. het inrichten en/of gebruiken van een aan- of uitbouw of vrijstaand bijgebouw bij een bedrijfswoning als gastenverblijf'; i. het inrichten en/of gebruiken van een aan- of uitbouw of vrijstaand bijgebouw als zelfstandige woonruimte. 6.3.3 Niet strijdig gebruik In het geval van een bedrijfswoning is het beroepsmatig gebruik van de woning of bedrijfsmatig gebruik van een woning en/of bij deze woning behorende bijgebouwen toegestaan als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a.
het beroep of bedrijf is ondergeschikt aan het wonen, waarbij ten hoogste 50 m² vloeroppervlakte van het hoofdgebouw, aan- of uitbouwen en bijgebouwen wordt gebruikt ten behoeve van het beroep of bedrijf; b. het beroep of bedrijf wordt uitgeoefend door de bewoner van de woning; naast de uitoefening door de bewoner is ten behoeve van het beroep of bedrijf ten hoogste één extra arbeidsplaats toegestaan; c. er is voldoende parkeergelegenheid aanwezig op eigen terrein dan wel in de directe omgeving; er is sprake van voldoende parkeergelegenheid indien voldaan wordt aan de parkeerkencijfers van de CROW publicatie nr. 381 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' of aan de normen uit daaropvolgende uitgaven; d. uitsluitend ondergeschikte detailhandel is toegestaan, waarbij een webwinkel (zonder showroom en zonder afhaalmogelijkheden voor consumenten) wel is toegestaan; e. niet toegestaan is: 1. horeca; 2. een seksinrichting; 3. buitenopslag van goederen; 4. verlichte of opvallende reclame-uitingen die zichtbaar zijn aan de gevel. 6.3.4 Voorwaardelijke verplichting Het gebruik als bedoeld in artikel 6.1 lid a ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie recreatieterrein Rampweg' is uitsluitend toegestaan, indien: a. het landschap als bedoeld in artikel 3 lid 3.1 is aangelegd conform bijlage 2 en vervolgens aldus in stand wordt gehouden; b.
het natuurlandschap als bedoeld in artikel 5 lid 5.1 is aangelegd en in stand wordt gehouden.
24/54
6.4 Afwijken van de gebruiksregels 6.4.1 Gastenverblijf Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.3.2 onder h voor het inrichten en/of gebruiken van een aan- of uitbouw of vrijstaand bijgebouw als gastenverblijf, met dien verstande dat: a. de omgevingsvergunning uitsluitend wordt verleend voor percelen waarop een (bedrijfs)woning aanwezig is, die krachtens het bestemmingsplan op de betreffende gronden toelaatbaar is; b. de aanvrager eigenaar en/of bewoner is van het bouwperceel; c. het hoofdgebouw op het bouwperceel permanent wordt bewoond; d. per bouwperceel ten hoogste 1 aan- of uitbouw of vrijstaand bijgebouw als gastenverblijf is toegestaan; e. het gastenverblijf uitsluitend voor niet-permanente bewoning wordt gebruikt; f. het gastenverblijf uitsluitend niet-commercieel wordt gebruikt; g. de algemene Bouwregels voor een aan- of uitbouw of vrijstaand bijgebouw in acht worden genomen, met dien verstande dat de afstand van het bijgebouw tot de grens van een bouwperceel ten minste 1 m moet bedragen; h. de omgevingsvergunning niet tot gevolg heeft dat de belangen van derden onevenredig worden geschaad; i. er aangetoond wordt dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat in het betreffende bijgebouw (veiligheid, milieuhinder); j. op eigen terrein voorzien wordt in parkeerruimte voor minimaal één auto.
6.4.2 Bouwlaag onder een kampeerhuisje Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.2.2 onder d sub 4 voor ten hoogste één bouwlaag onder het maaiveld met inachtneming van het volgende: a. uit een hydrologisch onderzoek dat in opdracht van de initiatiefnemer wordt uitgevoerd, moet blijken dat de bouw geen negatief effect heeft op de waterstand in het natuurgebied Kop van Schouwen; b. in geval bemaling tijdens de bouw wordt toegepast, kan een omgevingsvergunning pas worden verleend nadat het waterschap hiermee heeft ingestemd. 6.5 Wijzigingsbevoegdheid 6.5.1 Aantal permanente standplaatsen Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen door het aantal permanente standplaatsen als bedoeld in lid 6.4 te vergroten en/of het totaal aantal standplaatsen te verkleinen en de gronden ten behoeve van de landschappelijke inpassing te wijzigen naar de bestemming Groen - Landschappelijk, met inachtneming van het volgende: a. het totaal aantal standplaatsen mag niet worden vergroot; b. alle standplaatsen mogen worden ingericht als permanente standplaats, waarbij een maximale dichtheid geldt van 33 standplaatsen per hectare; c. toepassing van de wijzigingsbevoegdheid is noodzakelijk in verband met kwaliteitsverbetering en/of productdifferentiatie of in het kader van wettelijke eisen omtrent veiligheid; d.
de gemiddelde netto-standplaatsgrootte voor kampeermiddelen wordt niet verkleind; e. het aantal parkeerplaatsen bedraagt ten minste 120% van het aantal standplaatsen, met dien verstande dat ten minste 20% hiervan zal worden gesitueerd op een centrale parkeerplaats nabij de ingang van het kampeerterrein;
25/54
f.
van het totale oppervlak van een kampeerterrein wordt ten minste 2% benut ten behoeve van sport- en spelvoorzieningen; g. rondom het kampeerterrein wordt voorzien in een afschermende landschappelijke inpassing die bestaat uit een beplantingsstrook met een afschermende struik- en boomlaag van voornamelijk streekeigen soorten, met een breedte van gemiddeld 10 m of van ten minste 5 m plus een met streekeigen beplanting beplante aarden wal van ten minste 2 m hoog, gemeten vanaf het maaiveld; h. wijziging vindt slechts plaats als: 1. voor de landschappelijke inpassing een beheersplan is opgesteld en goedgekeurd door het bevoegd gezag; 2. als realisatie, beheer en onderhoud van de landschappelijke inpassing zijn verzekerd; i. de lichtuitstraling naar de omgeving dient te worden beperkt zoveel als technisch mogelijk, hiertoe wordt een door het bevoegd gezag goedgekeurd lichtplan overgelegd; j. wijziging leidt niet tot onevenredige gevolgen voor het waterbeheer; k. indien het verhard oppervlak toeneemt of kan toenemen met 1.000 m² of meer, vragen burgemeester en wethouders hierover schriftelijk advies van de waterbeheerder alvorens de wijziging toe te passen.
6.5.2 Dienstverlening en beheer Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen door aan de voor Recreatie Kampeerterrein aangewezen gronden de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - dienstverlening en beheer' toe te voegen en het bouwvlak voor gronden met de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - dienstverlening en beheer' te vergroten, dan wel te verplaatsen, met inachtneming van het volgende: a. de wijziging is noodzakelijk voor een doelmatige bedrijfsvoering, kwaliteitsverbetering of productdifferentiatie; b. de gemiddelde netto-oppervlakte van de standplaatsen voor kampeermiddelen wordt niet verkleind; c. het maximaal toegestane oppervlak aan functies zoals genoemd onder lid 6.1 onder e en f. met maximaal 50% per functie wordt vergroot met dien verstande dat de maximaal toegestane bebouwing als bedoeld in lid 6.2 niet wordt overschreden; d. de lichtuitstraling naar de omgeving van de camping dient te worden beperkt zoveel als technisch mogelijk; e. wijziging vindt slechts plaats als: 1. voor de landschappelijke inpassing en ruimtelijke kwaliteitswinst een beheersplan is opgesteld en goedgekeurd door het bevoegd gezag; 2. als realisatie, beheer en onderhoud van de landschappelijke inpassing en ruimtelijke kwaliteitswinst zijn verzekerd.
6.5.3 Meerdere bedrijven bij dienstverlening en beheer Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen door aan de voor Recreatie Kampeerterrein aangewezen gronden de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - gezamenlijke dienstverlening en beheer' toe te voegen om dienstverlening, beheer en onderhoud ten dienste van meerdere kampeerterreinen mogelijk te maken, met inachtneming van het volgende: a. de wijziging is noodzakelijk voor een doelmatige bedrijfsvoering, kwaliteitsverbetering of productdifferentiatie voor de deelnemende bedrijven; b. de voorzieningen hebben een ruimtelijke relatie met de deelnemende bedrijven; c. de lichtuitstraling naar de omgeving van de camping dient te worden beperkt zoveel als technisch mogelijk;
26/54
d. wijziging vindt slechts plaats als: 1. voor de landschappelijke inpassing en ruimtelijke kwaliteitswinst een beheersplan is opgesteld en goedgekeurd door het bevoegd gezag; 2. als realisatie, beheer en onderhoud van de landschappelijke inpassing en ruimtelijke kwaliteitswinst zijn verzekerd. 6.5.4 Kampeerhuisjes Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen door het totaal aantal toegestane kampeerhuisjes, bedoeld in lid 6.3, te vergroten, met inachtneming van het volgende: a. op ten hoogste 30% van het aantal permanente standplaatsen voor kampeermiddelen, zoals weergegeven met de aanduiding 'maximum aantal permanente standplaatsen', mag een kampeerhuisje worden gebouwd, met een maximum van 100 kampeerhuisjes per kampeerterrein; b. per standplaats ten hoogste een kampeerhuisje mag worden geplaatst; c. de netto-standplaatsgrootte van een permanente standplaats bedraagt ten minste viermaal de oppervlakte van het kampeerhuisje; d. voor de kampeerhuisjes gelden de maximale oppervlakte- en hoogtematen als genoemd in lid 16.2; e. nieuwe kampeerhuisjes zijn uitsluitend toegestaan indien sprake is van een centrale bedrijfsmatige exploitatie; f. de lichtuitstraling naar de omgeving dient te worden beperkt zoveel als technisch mogelijk, hiertoe wordt een door het bevoegd gezag goedgekeurd lichtplan overgelegd; g.
rondom het kampeerterrein wordt voorzien in een afschermende landschappelijke inpassing die bestaat uit een beplantingsstrook met een afschermende struik- en boomlaag van voornamelijk streekeigen soorten, met een breedte van gemiddeld 10 m of van ten minste 5 m plus een met streekeigen beplanting beplante aarden wal van ten minste 2 m hoog, gemeten vanaf het maaiveld; h. wijziging vindt slechts plaats als: 1. voor de landschappelijke inpassing een beheersplan is opgesteld en goedgekeurd door het bevoegd gezag; 2. als realisatie, beheer en onderhoud van de landschappelijke inpassing zijn verzekerd; i. wijziging leidt niet tot onevenredige gevolgen voor het waterbeheer; j. indien het verhard oppervlak toeneemt of kan toenemen met 1.000 m² of meer, vragen burgemeester en wethouders hierover schriftelijk advies van de waterbeheerder alvorens de wijziging toe te passen; k. ten minste 2% van de gronden met de bestemming Recreatie - Kampeerterrein zijn ingericht met sport- en spelvoorzieningen; l. het aantal parkeerplaatsen ten minste 120% van het aantal standplaatsen bedraagt, met dien verstande dat ten minste 20% hiervan zal worden gesitueerd op een centrale parkeerplaats nabij de ingang van het kampeerterrein.
6.5.5 Winterkamperen Het bevoegd gezag kan het plan wijzigen voor het vergroten van het aantal standplaatsen voor winterkamperen dan wel het toestaan van winterkamperen op kampeerterreinen waar dit nog niet is toegestaan, met inachtneming van het volgende: a. rondom het kampeerterrein wordt voorzien in een afschermende landschappelijke inpassing die bestaat uit een beplantingsstrook met een afschermende struik- en boomlaag van voornamelijk streekeigen soorten,
27/54
met een breedte van gemiddeld 10 m of van ten minste 5 m plus een met streekeigen beplanting beplante aarden wal van ten minste 2 m hoog, gemeten vanaf het maaiveld; b. afwijken is slechts toelaatbaar als: 1. voor de landschappelijke inpassing een beheersplan is opgesteld en goedgekeurd door het bevoegd gezag; 2. als realisatie, beheer en onderhoud van de landschappelijke inpassing zijn verzekerd. 6.5.6 Winterstalling Het bevoegd gezag kan het plan wijzigen voor het vergroten van het aantal standplaatsen voor winterstalling dan wel het toestaan van winterstalling op kampeerterreinen waar dit nog niet is toegestaan, met inachtneming van het volgende: a. de stalling zodanig plaatsvindt dat geen visuele hinder ontstaat vanaf de openbare weg dan wel het omliggende landschap door het situeren van de stalling centraal op het kampeerterrein of het realiseren van een afschermende landschappelijke inpassing die bestaat uit een beplantingsstrook met een afschermende struik- en boomlaag van voornamelijk streekeigen soorten, met een breedte van gemiddeld 10 m of van ten minste 5 m plus een met streekeigen beplanting beplante aarden wal van ten minste 2 m hoog, gemeten vanaf het maaiveld; b. het aantal stallingsplaatsen mag niet meer bedragen dan 50% van het aantal niet-permanente plaatsen op het betreffende kampeerterrein; c.
het stallen plaatsvindt op een afzonderlijk deel van het kampeerterrein, en niet op de standplaatsen, zodanig dat recreatief nachtverblijf onmogelijk is. 6.5.7 Gemeenschappelijk parkeren Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen door aan de voor Recreatie Kampeerterrein aangewezen gronden de aanduiding 'parkeerterrein' toe te voegen om een parkeerterrein voor meerdere kampeerterreinen mogelijk te maken, met inachtneming van het volgende: a. de wijziging is noodzakelijk voor een doelmatige bedrijfsvoering, kwaliteitsverbetering of productdifferentiatie voor de deelnemende bedrijven; b. de voorzieningen hebben een ruimtelijke relatie met de deelnemende bedrijven; c. de lichtuitstraling naar de omgeving van de camping dient te worden beperkt zoveel als technisch mogelijk; d. wijziging vindt slechts plaats als: 1. voor de landschappelijke inpassing en ruimtelijke kwaliteitswinst een beheersplan is opgesteld en goedgekeurd door het bevoegd gezag; 2. als realisatie, beheer en onderhoud van de landschappelijke inpassing en ruimtelijke kwaliteitswinst zijn verzekerd. 6.5.8 Afwegingskader Een wijziging als bedoeld in lid 6.5.2, 6.5.3, 6.5.4 en 6.5.7 kan slechts worden toegepast, mits: a. dit passend is in het straat- en bebouwingsbeeld; b. dit niet leidt tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen; c.
met een onderzoek is aangetoond dat de aanwezige ecologische en natuurwaarden niet onevenredig worden geschaad.
28/54
29/54
Artikel 7
Wonen
7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de huisvesting van een huishouden in een woning; en tevens voor: b. hobbymatig houden van dieren; c. ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden': het behoud van cultuurhistorische waarde, waaronder de bescherming, het herstel en de instandhouding van het monumentale karakter; d. ter plaatse van de aanduiding 'rijbak': een rijbak/paardenbak; e. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals wegen, parkeervoorzieningen, water, waterhuishoudkundige voorzieningen, tuinen en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming. 7.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: 7.2.1 Algemeen a. Op deze gronden mogen worden gebouwd: 1. hoofdgebouwen; 2. aan- en uitbouwen en bijgebouwen; 3. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; b. Een bouwvlak mag volledig bebouwd worden; c. de totale bebouwde oppervlakte van het zij- en achtererf gelegen buiten het bouwvlak, overkappingen meegerekend bedraagt: 1. maximaal 50% met een maximum van 40 m²; 2. maximaal 1/6 deel met een maximum van 100 m² indien het zij- en achtererf, gelegen buiten het bouwaanduidingsvlak, groter is dan 240 m²; 7.2.2 Gebouwen a. Op deze gronden zijn uitsluitend ten dienste van de bestemming gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde toegestaan; b. gebouwen en overkappingen worden in een bouwvlak gebouwd; c.
woningen worden uitsluitend gebouwd ter plaatse van de aanduidingen 'vrijstaand', met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' uitsluitend vrijstaande woningen worden gebouwd; d. de bouwhoogte bedraagt ten hoogste de met de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven hoogte; e. de afstand tussen het hoofdgebouw - een aan- of uitbouw en/of aangebouwd bijgebouw als genoemd in lid 7.2.1, onder a sub 2 niet meegerekend - en de zijdelingse grens van een bouwperceel bedraagt: 3 m. 7.2.3 Bijbehorende bouwwerken en overkappingen a. de hoogte van overkappingen bedraagt maximaal 3 m; b. de goothoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen bedraagt ten hoogste 3,3 m; c. de bouwhoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen bedraagt ten hoogste 6 m;
30/54
d. de afstand tussen aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen die aan de zijgevel of achtergevel van het hoofdgebouw worden gebouwd en de zijdelingse grens van een bouwperceel bedraagt ten minste 3 m. 7.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde (exclusief overkappingen) De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste: Bouwwerk Bouwhoogte vlaggenmasten en overige masten 8m erfafscheidingen voor de voorgevellijn 1m overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 2m 7.3 Nadere eisen 7.3.1 Eisen Het bevoegd gezag kan bij het verlenen van een omgevingsvergunning nadere eisen stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing, ten behoeve van: a. een redelijke lichttoetreding en voldoende privacy; b. de verkeersveiligheid; c. de sociale veiligheid; d. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; e. de brandveiligheid en de bereikbaarheid bij calamiteiten. 7.4
Afwijken van de bouwregels
7.4.1 Algemeen Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. lid 7.2.2, onder e, voor een kortere afstand van het hoofdgebouw tot minimaal 1 m van de zijdelingse perceelsgrens; b. lid 7.2.3, onder e, voor een kortere afstand van een bijbehorend bouwwerk tot minimaal 1 m van de zijdelingse perceelsgrens; c. lid 7.2.4 voor een grotere bouwhoogte van de in de tabel genoemde categorie 'overige bouwwerken geen gebouwen zijnde' tot een bouwhoogte van maximaal 10 m. 7.4.2 Afwegingskader Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 7.4.1 kan slechts worden verleend, indien: a. dit passend in het straat- en bebouwingsbeeld is; b. geen afbreuk wordt gedaan aan de verkeersveiligheid; c. dit niet leidt tot substantiële aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen; d. aan de omgevingsvergunning kunnen ook nadere eisen als bedoeld in lid 7.3 gesteld worden.
7.5 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk 7.5.1 Verbod Het is verboden op of in de in lid 7.1 bedoelde gronden met de aanduiding 'cultuurhistorische waarden' zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk) de gebouwen te slopen.
31/54
7.5.2 Voorwaarden Een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk en/of gebouw kan slechts worden verleend indien: a. de bouw van een nieuw bouwwerk en/of gebouw ter (gedeeltelijke) vervanging van een bouwwerk en/of gebouw staande en gelegen op de gronden met de aanduiding 'cultuurhistorische waarden' onderdeel is van dezelfde aanvraag omgevingsvergunning, voor het (gedeeltelijk) slopen van het bestaande bouwwerk en/of bestaande gebouw staande en gelegen op de gronden met de aanduiding 'cultuurhistorische waarden'; b. het behoud en instandhouding van een (deel van een) bouwwerk en/of gebouw binnen de aanduiding 'cultuurhistorische waarden' om bouwkundige en veiligheidsredenen niet langer mogelijk is, en dit niet het gevolg is van nalatigheid in beheer en onderhoud van het betreffende (deel van een) bouwwerk en/of gebouw; c. bij (gedeeltelijke) herbouw of nieuwbouw op de gronden met de aanduiding 'cultuurhistorische waarden' is de uitwendige hoofdvorm, bestaande uit de oppervlakte, goot- en bouwhoogte, nokrichting, dakhelling en de oorspronkelijke situering van de bestaande legale bebouwing, maatgevend, alsmede de materialisatie daarvan; d. ter verzekering van uitvoering van de (gedeeltelijke) herbouw of nieuwbouw een privaatrechtelijke overeenkomst is afgesloten; e.
alvorens de omgevingsvergunning kan worden verleend, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de welstand- en monumentencommissie. 7.6 Specifieke gebruiksregels 7.6.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruiken, te doen of laten gebruiken van gronden als uitstallings-, opslag-, standplaats van kampeermiddelen; b. het gebruiken, te doen of laten gebruiken van gronden als winterstalling voor kampeermiddelen; c. het inrichten en/of gebruiken van een aan- of uitbouw of vrijstaand bijgebouw als zelfstandige woonruimte; d. het inrichten en/of gebruiken van een aan- of uitbouw of vrijstaand bijgebouw als gastenverblijf. 7.6.2 Niet strijdig gebruik In het geval van een bedrijfswoning is het beroepsmatig gebruik van de woning of bedrijfsmatig gebruik van een woning en/of bij deze woning behorende bijgebouwen toegestaan als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. het beroep of bedrijf is ondergeschikt aan het wonen, waarbij ten hoogste 50 m² vloeroppervlakte van het hoofdgebouw, aan- of uitbouwen en bijgebouwen wordt gebruikt ten behoeve van het beroep of bedrijf; b. het beroep of bedrijf wordt uitgeoefend door de bewoner van de woning; naast de uitoefening door de bewoner is ten behoeve van het beroep of bedrijf ten hoogste één extra arbeidsplaats toegestaan; c.
er is voldoende parkeergelegenheid aanwezig op eigen terrein dan wel in de directe omgeving; er is sprake van voldoende parkeergelegenheid indien voldaan wordt aan de parkeerkencijfers van de CROW publicatie nr. 381 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' of aan de normen uit daaropvolgende uitgaven; d. uitsluitend ondergeschikte detailhandel is toegestaan, waarbij een webwinkel (zonder showroom en zonder afhaalmogelijkheden voor consumenten) wel is toegestaan;