CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

1066746 Bijlage 6 Bijlagen bij de toelichting Bijlage 3 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

Gemeenteraad 20 juni 2024, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Vaststellen bestemmingsplan 'Hoogspanningsstation Zierikzee + herziening buitengebied (kabeltracés) (1066746)5.453 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

Hoogspanningsstation Zierikzee + herziening buitengebied (kabeltracés)

projectnummer 0476754.111 12 september 2023

www.anteagroup.nl

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Hoogspanningsstation Zierikzee + herziening buitengebied (kabeltracés) projectnummer 0476754.111 12 september 2023

Auteurs E. Braat

Opdrachtgever TenneT TSO B.V. Postbus 428 6800 AK ARNHEM

datum 12 september 2023

beschrijving concept

vrijgave

datum 3 juli 2023 projectnummer 0476754.121 betreft Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

Inhoudsopgave

1.

Inleiding

4

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding en doel Waarom een vormvrije m.e.r.-beoordeling? Criteria voor het toetsen van activiteiten in een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling Leeswijzer

4 4 6 6

2.

Kenmerken van het project

7

2.1 2.2 2.3

Omvang van het project Overige kenmerken Cumulatie

7 8 8

3.

Plaats van het project

9

3.1 3.2 3.3

Ligging van het plan Bestaand grondgebruik en vigerend planologisch regime Gevoelige gebieden in en nabij het plangebied

9 10 11

4.

Kenmerken van de potentiële effecten

12

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8

Bodem Geluid Archeologie, cultuurhistorie en landschap Luchtkwaliteit Externe veiligheid Water Natuur Verkeer

12 12 13 13 14 14 14 17

5.

Conclusie

18

datum 3 juli 2023 projectnummer 0476754.121 betreft Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel Op Schouwen-Duiveland en Tholen is het energienet van de regionale netbeheerder Stedin vol. Ook nadert een aantal componenten en verbindingen het einde van hun levensduur. De verwachte hoeveelheid duurzaam opgewekte stroom in de regio gaat de transportcapaciteit van het bestaande energienet ruimschoots overtreffen. Stedin heeft daarom gevraagd naar extra netwerkcapaciteit. Op dit moment is er al sprake van congestie. Er kunnen geen grootschalige, duurzame initiatieven meer worden aangesloten. Daarnaast wordt op Schouwen-Duiveland meer energie geproduceerd dan dat er wordt verbruikt. Een nieuwe aansluiting op het landelijke zwaardere 150 kV-netwerk, die ervoor zorgt dat al die opgewekte energie afgevoerd kan worden, is essentieel. Op Schouwen-Duiveland wordt een nieuw 150/21/10 kV-hoogspanningsstation gebouwd in Zierikzee. Op het station komen 150/21 kV-transformatoren en 21/10 kV-transformatoren. Met een hoogspanningsstation wordt een locatie bedoeld waar meerdere bovengrondse elektriciteitslijnen en/of ondergrondse elektriciteitskabels bij elkaar komen. Het is een knooppunt in het elektriciteitsnet. Op deze stations sluiten hoogspanningsverbindingen op elkaar aan en kan de spanning naar een ander niveau worden getransformeerd. Het station is onderdeel van het grotere TenneT-project Netversterking Schouwen-Duiveland, Tholen en omgeving Bergen op Zoom.

Het project bestaat uit de realisatie van een hoogspanningsstation in Halsteren en een hoogspanningsstation in Zierikzee inclusief kabels en leidingen in de directe omgeving van het plangebied, de aanleg van een ondergrondse hoogspanningskabel tussen Halsteren en Schouwen-Duiveland en een inlussing van hoogspanningsstation Halsteren op de bestaande 380 kV-lijn Rilland-Geertruidenberg. Het hoogspanningsstation op Schouwen-Duiveland maakt deel uit van de integrale gebiedsontwikkeling Zierikzee Zuidoostflank, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 23 mei 2023. Voor de aansluiting op het hoogspanningsstation in Halsteren wordt een aparte procedure gevolgd. Om de ontwikkeling mogelijk te maken moet een nieuw bestemmingsplan worden opgesteld. In het kader van dit bestemmingsplan wordt voor de herontwikkeling een zogenaamde ‘vormvrije’ m.e.r.beoordeling opgesteld. De vormvrije m.e.r.-beoordeling heeft als doel om te toetsen of, als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling, sprake is van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen, die tot het doorlopen van een m.e.r.-procedure zouden moeten noodzaken. Dit m.e.r.-beoordelingsbesluit moet worden genomen door het bevoegd gezag (de gemeente Schouwen-Duiveland). Deze voorliggende aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling geeft het bevoegd gezag de benodigde informatie voor het nemen van het m.e.r.-beoordelingsbesluit.

1.2

Waarom een vormvrije m.e.r.-beoordeling? De procedure van een milieueffectrapportage (m.e.r.) is bedoeld om het milieubelang vroegtijdig en volwaardig in de plan- en besluitvorming in te brengen. Een m.e.r. is altijd gekoppeld aan een besluit, bijvoorbeeld een structuurvisie of een bestemmingsplan. Het centrale onderdeel van een m.e.r. is het milieueffectrapport (MER) waarin de milieueffecten voor een tal van aspecten voor een of meerdere alternatieven geanalyseerd en beoordeeld worden ten opzichte van de referentiesituatie. Deze m.e.r.procedure is van toepassing bij activiteiten waarvan reeds vast staat dat er mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen optreden. Deze activiteiten met bijbehorende drempelwaarden staan weergegeven in onderdeel C van het Besluit m.e.r. (dit geldt eveneens voor activiteiten uit onderdeel D waar een plan, bijvoorbeeld een structuurvisie, voor nodig is). Naast het direct uit moeten voeren van een m.e.r. zijn in het Besluit m.e.r. ook activiteiten met bijbehorende drempelwaarden aangegeven waarvoor eerst beoordeeld moet worden of sprake is van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen. Deze activiteiten en drempelwaarden staan benoemd in

blad 4 van 19

datum 3 juli 2023 projectnummer 0476754.121 betreft Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

onderdeel D van het Besluit m.e.r. Voor deze activiteiten dient een zogenaamde m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden. Daarnaast is het verplicht om aandacht aan m.e.r. te besteden voor activiteiten die in onderdeel D genoemd staan, maar waar de drempelwaarden niet gehaald worden. Deze drempelwaarden zijn aantallen, oppervlaktes of grootte (bijvoorbeeld 100 hectare, 110 stuks, etc.). Voor activiteiten die wel in onderdeel D van het Besluit m.e.r. genoemd staan, maar waar de aantallen uit het betreffende plan of besluit onder de drempelwaarden liggen, dient een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden. Hierbij wordt, net als bij de m.e.r.-beoordeling, getoetst of er mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen op kunnen treden. Het verschil met de 'gewone' m.e.r.-beoordeling is dat aan de vormvrije m.e.r.-beoordeling geen aparte procedurevereisten zitten (vandaar de term vormvrij). Qua inhoud gelden wel strikte vereisten vanuit de Europese richtlijn m.e.r. Het realiseren van een hoogspanningsstation is niet opgenomen in de C- of D-lijst. Hiervoor hoeft derhalve geen vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden. Met voorgenomen plan wordt een ondergrondse hoogspanningsverbinding van 150 kV mogelijk gemaakt. Ten aanzien van ondergrondse hoogspanningsverbindingen is het volgende opgenomen in de C- en D-lijst: Categorie

Activiteiten

Gevallen

Plannen

Besluiten

D 24.2

De aanleg, wijziging of uitbreiding van een ondergrondse hoogspanningsleiding.

In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een leiding met: 1° een spanning van 150 kilovolt of meer, en 2° een lengte van 5 kilometer of meer in een gevoelig gebied als bedoeld onder a, b of d van punt 1 van onderdeel A van deze bijlage.

De structuurvisie, bedoeld in de artikelen 2.1, 2.2 en 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening, en de plannen, bedoeld in de artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.

Het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet of het besluit, bedoeld in artikel 6.5, onderdeel c, van de Waterwet.

Toets ontwikkeling aan drempelwaarden Voor categorie D 24.2 gelden drempelwaarden voor wanneer een voornemen m.e.r.beoordelingsplichtig is. Als de omvang van het voornemen kleiner is dan deze drempelwaarden volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Het gaat in dit geval om een Besluit als genoemd in kolom 4. De voorgenomen ontwikkeling heeft de volgende kenmerken in relatie tot categorie D 24.2: 1. de activiteit heeft betrekking op een leiding met een spanning van 150 kV en; 2. de leiding heeft een lengte kleiner dan 5 km. Het voornemen blijft onder de drempelwaarden uit categorie D24.2 van het Besluit m.e.r. Voor activiteiten die wel in onderdeel D van het Besluit m.e.r. genoemd staan, maar waar de aantallen uit het betreffende plan of besluit onder de drempelwaarden liggen, dient een vormvrije m.e.r.beoordeling uitgevoerd te worden. Voor de voorgenomen ontwikkeling geldt dus geen m.e.r.beoordelingsplicht, maar een vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht. Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is moet door de initiatiefnemer een aanmeldnotitie worden opgesteld. Voorafgaand aan het ruimtelijk besluit dient een bevoegd gezag een m.e.r.-beoordelingsbesluit te nemen. Voorliggende aanmeldnotitie biedt daarvoor de benodigde informatie.

blad 5 van 19

datum 3 juli 2023 projectnummer 0476754.121 betreft Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

1.3

Criteria voor het toetsen van activiteiten in een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling Er bestaan bepaalde inhoudelijke vereisten voor het toetsen of sprake is van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen. Deze inhoudelijke vereisten staan benoemd in bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r. In deze richtlijn staan drie aspecten waaraan de voorgenomen activiteiten in een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan getoetst worden (zie samenvatting in paragraaf 1.4): 1. 2. 3.

1.4

Kenmerken van het project; Plaats van het project; Kenmerken van het potentiële effect.

Leeswijzer Dit rapport volgt de indeling van bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r. In hoofdstuk twee staan de kenmerken van het project centraal, in hoofdstuk drie de plaats van het project en in hoofdstuk vier de kenmerken van potentiële effecten. Het rapport sluit in hoofdstuk vijf af met enkele conclusies.

Selectiecriteria Europese richtlijn 1. Kenmerken van de projecten Bij de kenmerken van de projecten moet in het bijzonder in overweging worden genomen:  de omvang van het project,  de cumulatie met andere bestaande en/of goedgekeurde projecten,  het gebruik van natuurlijke hulpbronnen,  de productie van afvalstoffen,  verontreiniging en hinder,  risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën,  de risico’s voor de menselijke gezondheid. 2. Plaats van de projecten Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de projecten van invloed kunnen zijn moet in het bijzonder in overweging worden genomen:  het bestaande en goedgekeurde landgebruik,  de relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied,  het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: o wetlands, oeverformaties, riviermondingen, o kustgebieden en het mariene milieu, o berg- en bosgebieden, o reservaten en natuurparken, o gebieden die in de wetgeving van de lidstaten zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; o speciale beschermingszones, door de lidstaten aangewezen krachtens Richtlijn 2009/147/EG en Richtlijn 92/43/EEG, o gebieden waarin de bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden

overschreden, o gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, o landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang. 3. Kenmerken van het potentiële effect Bij de potentiële aanzienlijke effecten van het project moeten in samenhang met de criteria van de punten 1 en 2 in het bijzonder in overweging worden genomen:  het bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking),  de aard van het effect,  het grensoverschrijdende karakter van het effect,  de intensiteit en complexiteit van het effect,  de waarschijnlijkheid van het effect,  de verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect,  de cumulatie van effecten met de effecten van andere bestaande en/of goedgekeurde projecten,  de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen.

blad 6 van 19

datum 3 juli 2023 projectnummer 0476754.121 betreft Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

2.

Kenmerken van het project

2.1

Omvang van het project De ontwikkeling betreft de realisatie van een hoogspanningsstation in Zierikzee inclusief kabels en leidingen in de directe omgeving van het plangebied. Het hoogspanningsstation wordt gerealiseerd op een locatie dat in de huidige situatie voornamelijk agrarisch in gebruik is in het buitengebied van Zierikzee, in de gemeente Schouwen-Duiveland. Het 150/21/10 kV-hoogspanningsstation dat wordt gebouwd in Zierikzee bestaat uit een 150 kV- en 21 kV-gedeelte. Dit hoogspanningsstation wordt via een ondergrondse hoogspanningsverbinding aangesloten op het landelijk hoogspanningsnet. Het station wordt landschappelijk ingepast. Figuur 2.1 geeft een impressie van de voorgenomen ontwikkeling weer. Aangezien alleen voor de activiteit ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een ondergrondse hoogspanningsleiding’ een vormvrije m.e.r.beoordelingsplicht geldt, wordt verder in deze vormvrije m.e.r.-beoordeling niet op het hoogspanningsstation of landschappelijke inpassing ingegaan.

Figuur 2-1: Voorgenomen ontwikkeling

blad 7 van 19

datum 3 juli 2023 projectnummer 0476754.121 betreft Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

Kabelverbindingen Als onderdeel van het bestemmingsplan worden de ondergrondse kabelverbindingen van Stedin en TenneT in de directe omgeving van het station meegenomen. Het gaat voor Stedin om een aansluiting naar het noorden en noordoosten, een aansluiting naar het westen en een aansluiting naar het oosten. Er zijn strookbreedtes van 20, 15 of 10 meter netto benodigd voor de kabelverbindingen. De TenneTverbinding naar het oosten is de 150 kV-verbinding naar het nieuwe station in Halsteren. De rest van deze verbinding krijgt een afzonderlijke bestemmingsplanprocedure. Tevens bestemt het bestemmingsplan de bestaande 50 kV-leidingen die in de huidige situatie geen (dubbel)bestemming dragen en dus ook niet direct beschermd wordt. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling gaat in op de ondergrondse 150 kV-verbinding.

2.2

Overige kenmerken Het aanleggen van de ondergrondse 150 kV-verbinding heeft geen bijzondere kenmerken ten aanzien van:  het gebruik van natuurlijke hulpbronnen;  de productie van afvalstoffen;  risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën.

2.3

Cumulatie In de omgeving van het plangebied zijn voor zover bekend geen andere ontwikkelingen welke zouden kunnen leiden tot cumulatieve effecten voor de (milieu)aspecten.

blad 8 van 19

datum 3 juli 2023 projectnummer 0476754.121 betreft Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

3.

Plaats van het project

3.1

Ligging van het plan Het plangebied ligt in het buitengebied van Zierikzee, in de gemeente Schouwen-Duiveland. Het plangebied ligt ten oosten van de Straalweg en ten westen van de N256. Het plangebied heeft een totale oppervlakte van circa 20,7 hectare, waarvan circa 4,5 hectare bedoeld is voor het hoogspanningsstation. Het gehele plangebied is in de huidige situatie agrarisch in gebruik. Op de volgende afbeeldingen is de ligging van het plangebied weergegeven.

Figuur 3-1: Globale ligging plangebied

Figuur 3-2: Ligging plangebied

blad 9 van 19

datum 3 juli 2023 projectnummer 0476754.121 betreft Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

3.2

Bestaand grondgebruik en vigerend planologisch regime Het vigerende bestemmingsplan ter plaatse van de ondergrondse 150 kV-verbinding is het bestemmingsplan 'Buitengebied', vastgesteld op 26 maart 2009 door de gemeenteraad van SchouwenDuiveland. Op de volgende afbeelding is het plangebied met het vigerend plan weergegeven.

Figuur 3-3: Vigerend bestemmingsplan

In het vigerend plan heeft het plangebied ter plaatse van de ondergrondse 150 kV-verbinding de bestemmingen 'Agrarisch' en 'Waarde - Archeologisch Onderzoeksgebied A'. De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor grondgebonden agrarische bedrijven, aan de bestemming ondergeschikte extensieve dagrecreatie met bijbehorende recreatieve fiets- en wandelpaden en voorzieningen, bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, natuurvriendelijke oevers, water, laad- en losvoorzieningen, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen, alsmede voor de landschappelijke karakteristiek. De voor 'Waarden - Archeologisch Onderzoeksgebied A' aangewezen gronden zijn - met een dubbelbestemming - bestemd voor bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. Omdat de beoogde functies op grond van het vigerende bestemmingsplan niet zijn toegestaan, is een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk.

blad 10 van 19

datum 3 juli 2023 projectnummer 0476754.121 betreft Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

3.3

Gevoelige gebieden in en nabij het plangebied Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000gebied ligt op circa 170 meter afstand van het plangebied, zie figuur 4.3. Het betreft het Natura 2000gebied Oosterschelde. Daarnaast is op circa 5,4 kilometer afstand het Natura 2000-gebied Grevelingen gelegen. Het plangebied is niet in een Natuurnetwerk Nederland-gebied gelegen. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op circa 10 meter ten oosten van het plangebied. Het plangebied is niet gelegen in of nabij gebieden die vanuit water van belang zijn, zoals een (reserveringsgebied)waterberging, drinkwaterwinning, grondwaterbeschermingsgebied. In het plangebied geldt geen beschermd stads- en dorpsgezicht en liggen geen rijks- of gemeentelijke monumenten.

blad 11 van 19

datum 3 juli 2023 projectnummer 0476754.121 betreft Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

4.

Kenmerken van de potentiële effecten In dit hoofdstuk worden de (mogelijke) verwachte milieueffecten van de ondergrondse 150 kVverbinding beoordeeld om per milieuaspect te bepalen of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Voor deze beoordeling zijn de gebieds- en milieuonderzoeken gebruikt die zijn uitgevoerd in het kader van het nieuwe bestemmingsplan.

4.1

Bodem Ter plaatse van de ondergrondse 150 kV-verbinding zijn geen (historisch) verdachte activiteiten, inclusief asbest en PFAS, bekend. Er zijn ter plaatse van de ondergrondse 150 kV-verbinding geen watergangen aanwezig en er zijn geen landbouwkundige besmettingen op de gronden ter plaatse van de ondergrondse 150 kV-verbinding. Op de onderstaande afbeelding zijn de verdachte activiteiten in het gehele plangebied weergegeven. De gronden ter plaatse van de ondergrondse 150 kV-verbinding zijn met geel aangeduid.

Figuur 4-1: Verdachte activiteiten plangebied

Conclusie Vanuit het aspect bodem worden geen belangrijke nadelige milieugevolgen worden verwacht.

blad 12 van 19

datum 3 juli 2023 projectnummer 0476754.121 betreft Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

4.2

Geluid Wegverkeerslawaai De verkeersgeneratie verandert niet door de beoogde ondergrondse verbinding. Dat betekent dat het wegverkeerslawaai als gevolg van deze ontwikkeling niet toeneemt. Hierdoor is er geen aanleiding dit verder te onderzoeken. Industrielawaai Uit het akoestisch onderzoek industrielawaai blijkt dat ter plaatse van de dichtstbij gelegen woningen voldaan kan worden aan de redelijkerwijs te stellen criteria voor hoogspanningsstations op grond van de Wet milieubeheer en de Wet geluidhinder. Dit geldt zowel voor de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus, laagfrequent geluid als de maximale geluidniveaus. Een ondergrondse verbinding heeft geen effect ten opzichte van geluidsgevoelige objecten. Hierdoor is er geen aanleiding dit verder te onderzoeken. Geluidgevoelige functies In het plangebied worden ter plaatse van de ondergrondse 150 kV-verbinding geen geluidgevoelige voorzieningen gerealiseerd. Conclusie Vanuit het aspect geluid worden geen belangrijke nadelige milieugevolgen worden verwacht.

4.3

Archeologie, cultuurhistorie en landschap Archeologie Voor het plangebied ter plaatse van de ondergrondse 150 kV-verbinding geldt een lage archeologische verwachting. Op basis van het gemeentelijk beleid zijn deze gronden niet onderzoeksplichtig. Dit deel kan vrijgegeven worden voor de geplande ontwikkeling. Cultuurhistorie Een belangrijke, historisch waardevolle lijn, die van de voormalige Meeldijk, wordt gedeeltelijk hersteld. De dijk ligt naast de reeds aanwezige kabels- en leidingenstrook. In het plangebied ter plaatse van de ondergrondse 150 kV-verbinding komen geen specifieke cultuurhistorische waarden voor. Conclusie Vanuit de aspecten archeologie en cultuurhistorie worden geen belangrijke nadelige milieugevolgen worden verwacht.

4.4

Luchtkwaliteit De beoogde ondergrondse verbinding heeft geen verkeersaantrekkende werking en leidt ook niet op een andere manier tot een toename van de concentraties luchtverontreinigende stoffen. Hierdoor is op het plan het besluit nibm van toepassing. Er wordt voldaan aan de luchtkwaliteitswetgeving en nader onderzoek is niet noodzakelijk. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het wel van belang om een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied te geven. Dit is gedaan aan de hand van de NSLmonitoringstool (www.nsl-monitoring.nl) die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. Hieruit blijkt dat de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof ruimschoots onder de grenswaarden uit de Wet milieubeheer zijn gelegen. Conclusie Vanuit het aspect luchtkwaliteit worden geen belangrijke nadelige milieugevolgen worden verwacht.

blad 13 van 19

datum 3 juli 2023 projectnummer 0476754.121 betreft Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

4.5

Externe veiligheid Uit de Signaleringskaart Externe Veiligheid blijkt dat er in de nabijheid van het plangebied geen risicobronnen zijn die van invloed kunnen zijn op het station. Advies in het kader van externe veiligheid is niet noodzakelijk, omdat de te realiseren ondergrondse verbinding geen personen toevoegt aan de omgeving. Conclusie Vanuit het aspect externe veiligheid worden geen belangrijke nadelige milieugevolgen worden verwacht.

4.6

Water Bij aanleg van extra verhard oppervlak geldt een waterbergingsbehoefte van 75 mm. Voor het aanleggen van een ondergrondse verbinding wordt geen oppervlak verhard. Het plangebied bevindt zich niet in of rondom een waterkering of de beschermingszone daarvan. Om deze reden worden geen effecten verwacht op de waterveiligheid. Volgens de kaart ‘water op straat’ van de klimaateffectatlas is er in de huidige situatie sprake van een kans op water op straat. Het water op straat kan een waterdiepte tussen 15 en 30 cm bereiken. Uit deze kaart blijkt dat een groot deel van het plangebied en de omgeving kwetsbaar is voor wateroverlast. Om het plangebied waterrobuuster te maken, is het van belang om te voldoen aan de bergingseisen van zowel de gemeente als het waterschap, met name om ‘hydrologisch neutraal’ te bouwen. Door SVASEK Hydraulics is een onderzoek naar overstromingsrisico's uitgevoerd. Uit het onderzoek blijkt dat vanwege de overstromingsrisico's het terrein moet worden opgehoogd om te voldoen aan het advies van de minimale maaiveldhoogte van NAP -0,65 m. Het terrein ter plaatse van het hoogspanningsstation wordt daarom opgehoogd. Dit heeft geen effect op de gronden ter plaatse van de aan te leggen ondergrondse verbinding. Conclusie Vanuit het aspect water worden geen belangrijke nadelige milieugevolgen worden verwacht.

4.7

Natuur Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000gebied ligt op circa 170 meter afstand van het plangebied, zie figuur 4-2. Het betreft het Natura 2000gebied Oosterschelde. Daarnaast is op circa 5,4 kilometer afstand het Natura 2000-gebied Grevelingen gelegen. De afstand tussen deze Natura 2000-gebieden en het plangebied is dermate groot dat van directe aantasting, zoals verdroging of geluid- en lichtverstoring, geen sprake is. In dit geval kunnen alleen externe effecten als gevolg van stikstofdepositie van toepassing zijn op het betreffende Natura 2000-gebied.

blad 14 van 19

datum 3 juli 2023 projectnummer 0476754.121 betreft Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

Figuur 4-2: Natura-2000 gebieden

Natuurnetwerk Nederland Het plangebied is niet in een Natuurnetwerk Nederland-gebied gelegen. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op circa 10 meter ten oosten van het plangebied. Van directe aantasting (beslag name van oppervlakte) van de NNN is dan ook geen sprake. Het plangebied ligt binnen de 100 meter zone voor externe werking voor de beoordeling van externe effecten (licht- en geluidsverstoring), die de Provincie Zeeland hanteert. De werkzaamheden binnen de 100 meter betreffen echter het aanleggen van ondergrondse kabels. Het aanleggen van de kabels is tijdelijk, waardoor (significant) negatieve effecten zijn uitgesloten. Soortenbescherming Van een aantal soorten is de aanwezigheid in het plangebied ter plaatse van de ondergrondse 150 kVverbinding niet uit te sluiten. Hieronder wordt ingegaan op de in het plangebied aanwezige beschermde soorten. Haas Binnen het plangebied ter plaatse van de ondergrondse verbinding is geschikt biotoop aanwezig voor de haas. De haas is beschermd in de provincie Zeeland onder artikel 3.10 van de Wnb. Voor de haas is geen onderzoeksprotocol opgesteld. Daarnaast heeft de haas geen vast leefgebied of territorium, waardoor deze gemakkelijk verplaatst naar een nieuw leefgebied. Aangezien er in de omgeving van het plangebied genoeg alternatief leefgebied bevindt, zal er ook geen essentieel leefgebied verdwijnen.

Daarnaast kan het plangebied na afloop van de werkzaamheden weer bewoond worden door hazen. Na overleg met de provincie Zeeland wordt geadviseerd om het nader onderzoek naar de haas in het plangebied op de volgende manier uit te voeren: er dient over meerdere bezoeken gekeken te worden naar het aantal hazen dat aanwezig is binnen het plangebied. Hieruit kan een inschatting worden gemaakt voor hoeveel individuen van hazen het gebied als essentieel leefgebied dient, waarna er mogelijk mitigerende maatregelen moeten worden getroffen. Het advies is om niet te werken in de periode wanneer jonge hazen aanwezig zijn (januari-oktober). Jonge hazen zijn niet zo mobiel als volwassen hazen, waardoor deze niet weg kunnen rennen van werkvoertuigen. Indien dit niet mogelijk is, wordt geadviseerd om voorafgaand aan de werkzaamheden een onderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van voortplantingslocaties. Het plangebied kan worden vrijgegeven wanneer er geen voortplantingslocaties met jonge hazen aanwezig zijn.

blad 15 van 19

datum 3 juli 2023 projectnummer 0476754.121 betreft Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

Konijn Tijdens het terreinbezoek zijn konijnen waargenomen binnen het plangebied. Het konijn is beschermd in de provincie Zeeland onder artikel 3.10 van de Wnb. Voor het konijn is geen onderzoeksprotocol opgesteld. Het konijn is in tegenstelling tot de haas wel gebonden aan locatie, doordat deze gebruik maakt van burchten. Na overleg met de provincie Zeeland wordt geadviseerd om het nader onderzoek naar het konijn in het plangebied op de volgende manier uit te voeren: er dient over meerdere bezoeken gekeken te worden naar het aantal konijnen dat aanwezig is binnen het plangebied. Hieruit kan een inschatting worden gemaakt voor hoeveel individuën van konijn het gebied als essentieel leefgebied dient, waarna er mogelijk mitigerende maatregelen moeten worden getroffen. Rugstreeppad De rugstreeppad is beschermd onder Artikel 3.5 van de Habitatrichtlijn. Het plangebied voldoet aan de biotoopeisen van de rugstreeppad. De rugstreeppad is waargenomen binnen het plangebied. Hierdoor kan de rugstreeppad niet worden uitgesloten uit het plangebied. Daarom dient voorafgaand aan de werkzaamheden nader onderzoek uitgevoerd te worden om inzicht te verkrijgen in het gebruik van het plangebied door de rugstreeppad.

Bij het realiseren van de hoogspanningsstations is het mogelijk dat het gebied tijdelijk (bijvoorbeeld voorbelasting met schrale grond) wordt omgevormd tot een ideaal leefgebied voor rugstreeppad. Daarom wordt geadviseerd als de activiteiten niet uitgesteld kunnen worden tot buiten de voortplantingsperiode of overwinteringsperiode, voorafgaand aan de activiteiten het plangebied ontoegankelijk te maken voor rugstreeppadden. Er kan worden voorkomen dat rugstreeppadden de werklocatie gaan bevolken door het gebied waar de werkzaamheden plaats gaan vinden uit te rasteren. Nader onderzoek Uit het nader onderzoek zal blijken of de beschermde soorten aanwezig zijn. Dit zou kunnen betekenen dat in de omgeving van het plangebied mitigerende maatregelen moeten worden getroffen en een ontheffing Wet natuurbescherming dient te worden aangevraagd. De verwachting is dat als er een ontheffing nodig zou zijn, deze ontheffing op basis van het van toepassing zijnde provinciale beleid ook verleend zal worden. De Wet natuurbescherming staat de uitvoerbaarheid van het plan niet in de weg. Effectbeoordeling stisktofdepositie Door Antea Group is een stikstofdepositie onderzoek uitgevoerd.

Uit de berekening uitgevoerd met AERIUS Calculator versie 2022 blijkt dat de emissie die samenhangt met het maatgevende jaar (tijdens de realisatiefase) voor het voorgenomen hoogspanningstation en het kabeltracé richting Halsteren leidt tot een toename in stikstofdepositie van maximaal 0,01 mol N per hectare per jaar op de Natura-2000 gebieden Grevelingen en Oosterschelde. Uit de berekening blijkt dat er geen bijdrage is in de gebruiksfase. Omdat uit het onderzoek blijkt dat er in de bouwfase een projectbijdrage is op een (naderend) overbelaste hexagonen (max 0,01 mol N/ha/jr), is een voortoets uitgevoerd. In een voortoets wordt onderzocht of er sprake is van een projectbijdrage ter plekke van een stikstofgevoelig habitattype of stikstofgevoelig leefgebied van een habitat-of vogelsoort dat zich in een (naderend) overbelaste situatie bevindt. Als dat niet het geval is, kan worden geconcludeerd dat een toename van stikstofdepositie niet leidt tot significante gevolgen. Wanneer wel sprake is van een projectbijdrage op (naderend) overbelaste hexagonen wordt met een ecologische analyse en beoordeling bepaald of significante gevolgen kunnen worden uitgesloten. Als dat niet het geval is, dienen vervolgstappen te worden genomen (bijvoorbeeld een Passende beoordeling).

Er is in het stifstofdepositieonderzoek geconstateerd dat er sprake is van een projectbijdrage op (naderend) overbelaste hexagonen van habitattypen van Natura 2000-gebieden Grevelingen en Oosterschelde. Het betreft de habitattypen 'H1330B Schorren en zilte graslanden (binnendijks)' en

blad 16 van 19

datum 3 juli 2023 projectnummer 0476754.121 betreft Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

'H2190B Vochtige duinvalleien (kalkrijk)' binnen het Natura 2000-gebied Grevelingen en het habitattype 'H1330B Schorren en zilte graslanden (binnendijks)' in Natura 2000-gebied Oosterschelde. De habitattypen H1330B en/of H2190B in het Natura 2000-gebied Grevelingen vormen leefgebied voor de groenknolorchis, bontbekplevier, strandplevier, visdief en tureluur. Het habitattype H1330B in het Natura 2000-gebied Oosterschelde vormt leefgebied voor de bruine kiekendief, bontbekplevier, strandplevier, visdief, scholekster, kievit en tureluur. Het habitattype H1330B in het Natura 2000-gebied Grevelingen kampt met de gevolgen van voortschrijdende ontzilting door de sluiting van de Brouwersdam. Dit proces is niet stikstofgerelateerd. Zodoende kunnen effecten van de projectbijdrage op dit habitattype worden uitgesloten. De behoudsdoelstelling van H2190B wordt gehaald, het habitattype komt in goed ontwikkelde vorm voor en de kwaliteit van het habitattype neemt toe op locaties waar de kritische depositiewaarde wordt overschreden. Stikstofdepositie vormt zodoende geen knelpunt voor dit habitattype, significante effecten kunnen worden uitgesloten.

Aangezien significante effecten van de projectbijdrage op beide habitattypen kunnen worden uitgesloten, kunnen ook effecten op de leefgebiedsfunctie van dit habitattype voor de groenknolorchis, bontbekplevier, strandplevier, visdief en tureluur worden uitgesloten. Het habitattype H1330B in het Natura 2000-gebied Oosterschelde kampt met de gevolgen van onvoldoende dynamiek en onvoldoende toevoer van zout water. Deze processen zijn niet stikstofgerelateerd. Zodoende kunnen effecten van de projectbijdrage op dit habitattype worden uitgesloten. Aangezien significante effecten van de projectbijdrage op dit habitattypen kunnen worden uitgesloten, kunnen ook effecten op de leefgebiedsfunctie van dit habitattype voor de bruine kiekendief, bontbekplevier, strandplevier, visdief, scholekster, kievit en tureluur worden uitgesloten. Uit de voortoets stikstofdepositie blijkt – in combinatie met de conclusies van de Natuurtoets - dat significante gevolgen op enig Natura 2000-gebied uitgesloten kunnen worden. Conclusie Uit het nader onderzoek zal blijken of de beschermde soorten aanwezig zijn. De verwachting is dat als er een ontheffing nodig zou zijn, deze ontheffing op basis van het van toepassing zijnde provinciale beleid ook verleend zal worden. Vanuit het aspect natuur worden daarom geen belangrijke nadelige milieugevolgen worden verwacht.

4.8

Verkeer Parkeren In het plangebied ter plaatse van de ondergrondse verbinding zullen in de toekomstige situatie geen werkplekken worden gerealiseerd. Tijdens inspecties of onderhoud wordt er door de inspecteurs geparkeerd op het eigen terrein. Op eigen terrein is voldoende parkeergelegenheid beschikbaar om in deze parkeerbehoefte te voorzien. Verkeersgeneratie en verkeersafwikkeling De ondergrondse verbinding leidt niet tot een toename van de verkeersgeneratie. Uitsluitend tijdens onderhoud wordt er naar het hoogspanningsstation gereden. De bestaande ontsluitingswegen in de omgeving van het plangebied hebben voldoende capaciteit om het aantal verkeersbewegingen te kunnen verwerken. Negatieve gevolgen voor de verkeersafwikkeling in en in de omgeving van het plangebied zijn op basis van het voorgaande niet te verwachten. Conclusie Voor het aspect verkeer en parkeren worden verder geen belangrijke nadelige milieugevolgen verwacht.

blad 17 van 19

datum 3 juli 2023 projectnummer 0476754.121 betreft Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

5.

Conclusie Uit de m.e.r.-beoordeling blijkt dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van kenmerken en locatie van het plangebied die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige milieueffecten. Er kan gesteld worden dat de voorgenomen ontwikkeling, met inachtneming van de genoemde maatregelen voor het aspect natuur, niet leidt tot belangrijk nadelige milieugevolgen. Er is geen reden tot het uitvoeren van een m.e.r.-procedure.

blad 18 van 19

Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1500 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.

Contactgegevens Beneluxweg 125 4904 SJ Oosterhout Postbus 40 4900 AA Oosterhout E. eveline.braat@Anteagroup.nl

Copyright © 2023 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs. De informatie die in dit rapport is opgenomen is uitsluitend bestemd voor geadresseerde(n) en kan persoonlijke of vertrouwelijke informatie bevatten. Gebruik van deze informatie, door anderen dan de geadresseerde(n) en gebruik door hen die niet gerechtigd zijn van deze informatie kennis te nemen, is niet toegestaan. De informatie is uitsluitend bestemd om te worden gebruikt door de geadresseerde, voor het doel waarvoor dit rapport is vervaardigd. Indien u niet de geadresseerde bent of niet gerechtigd bent tot kennisneming, is openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden niet toegestaan, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group en wordt u verzocht de gegevens te verwijderen en direct een melding te maken bij security@antegroup.nl. Derden, zij die niet geadresseerd zijn, kunnen geen rechten aan dit rapport ontlenen, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group.

www.anteagroup.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14177786/1