1066746 Bijlage 4 Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1 Projectboek Netversterking
Tekst van het document
traceringsuitgangspunten ontwikkeld zoals beschreven
aantal onderwerpen niet beschouwd en zijn niet alle
aanlegmaterieel) pas in beeld gebracht na keuze van een
onder de tracéalternatieven. De tracévarianten verschillen in
milieuthema’s onderzocht die (bijvoorbeeld) wel in een MER
voorkeursalternatief. Hieronder vallen onder andere tijdelijke
lengte door de verschillen in afstand tussen de
worden onderzocht. Dit komt omdat deze onderzoeken niet
effecten door geluid (aanlegfase en tracéalternatieven) en
locatiealternatieven en de tracéalternatieven. Figuur 2.13 en
aansluiten bij het detailniveau en het doel van deze studie,
aantasting van de luchtkwaliteit. Ook zijn effecten door niet
2.1 laten de tracévarianten zien.
namelijk een keuze maken voor een voorkeursalternatief en
gesprongen explosieven (NGE) niet beschouwd omdat
het in kaart brengen van de haalbaarheid van de verschil
hiervoor onvoldoende openbare informatie beschikbaar is.
lende alternatieven. Daarmee beschouwt deze studie
Dit wordt nader beschouwd na keuze van een
voornamelijk permanente milieueffecten en worden tijdelijke
voorkeursalternatief.
effecten grotendeels buiten beschouwing gelaten.
88
2. Toelichting alternatieven en beoordelingskader
2. Toelichting alternatieven en beoordelingskader
Tabel 2.3 | Beoordelingskader haalbaarheidsstudie Netversterking Schouwen-Duiveland, Tholen en omgeving Bergen op Zoom Omgeving
Subthema
Criterium
Omgeving
Omgeving
Belangen en zorgen uit de omgeving
Milieu
Beoordelingsmethodiek
Toelichting
Van toepassing op
Input omgevingsproces
Stationslocaties en tracéalternatieven
Ligging in Natura 2000-gebied of binnen verstoringsafstand
0 = ligging buiten N2000-gebied en afstand >1,5 (verstoringsafstand) - = ligging in N2000-gebied en/of afstand <1,5 km (verstoringsafstand)
afstandsbepaling t.o.v. Natura 2000-gebieden
Stationslocaties en tracéalternatieven
Ligging in overige beschermde gebieden
0 = ligging buiten overige beschermde gebieden - = ligging in overige beschermde gebieden
• NNN (Natuur Netwerk Nederland) • Ecologische verbindingszones • Ganzen- en weidevogelgebieden
Stationslocaties en tracéalternatieven
Aanwezige beschermde soorten flora en fauna
0 = geen beschermde soorten flora en fauna aanwezig o.b.v. NDFF gebieden - = beschermde soorten flora en fauna aanwezig o.b.v. NDFF gebieden
op basis van openbare databank (NDFF) en geregistreerde waarnemingen
Stationslocaties en tracéalternatieven
Geluid
Geluidsgevoelige objecten binnen richtafstand
0 = geen geluidsgevoelige objecten binnen richtafstanden VNG - = geluidsgevoelige objecten binnen richtafstanden VNG
geluidgevoelige objecten binnen: • richtafstanden (300 m bij SD o.b.v. ‘rustige woonwijk’) • richtafstanden (500 m bij BOZ o.b.v. ‘rustige woonwijk’) • berekende geluidswaarden (input TenneT/Peutz)
Stationslocaties
EM-velden
EM-gevoelige objecten binnen aanlegzone
0 = geen EM-gevoelige objecten binnen aanlegzone - = EM-gevoelige objecten binnen aanlegzone
Stations: 40 m vanaf het hekwerk Ondergrondse kabelverbindingen: 2x 25 meter aan weerszijden van de kabel
Stationslocaties en tracéalternatieven
Landschappelijke effecten op gebiedsniveau
0 = geen aantasting samenhang en/of gebiedskarakteristiek en geen ligging in gemeentelijk- of provinciaal landschap -=a antasting samenhang en/of gebiedskarakteristiek of ligging in gemeentelijk- of provinciaal landschap
Toetsen aan gemeentelijk en provinciaal beleid (inclusief ligging in nationale landschappen) - aantasting van samenhang (specifieke elementen en hun context) die gebiedskarakteristiek bepaalt (bijv.: bomenrijen; kreken; hoogteverschil, open landschap)
Stationslocaties
Landschappelijke effecten op objectniveau
0 = niet of nauwelijks effect op landschappelijke belevingswaarde door o.a. zichtbaarheid - = effect op landschappelijke belevingswaarde door o.a. zichtbaarheid
zichtbaarheid en beleefbaarheid
Stationslocaties
Ligging in gebieden met cultuurhistorische waarden
0 = ligging buiten gebieden en elementen met cultuurhistorische waarden - = ligging in gebieden of overlap met elementen met cultuurhistorische waarden
provinciaal en gemeentelijk beleid
Stationslocaties en tracéalternatieven
Ligging in gebieden met bekende archeologische waarden
0 = ligging buiten gebieden met bekende archeologische waarden - = ligging in gebieden met bekende archeologische waarden
archeologische monumenten
Stationslocaties en tracéalternatieven
Ligging in gebieden met verwachte archeologische waarden
0 = ligging buiten gebieden met verwachte archeologische waarden of ligging in gebieden met een lage verwachtingswaarde - = ligging in gebieden met een (middel)hoge verwachte archeologische waarden
IKAW; provinciaal en gemeentelijk beleid
Stationslocaties en tracéalternatieven
Ligging in gebieden met aardkundige waarden
0 = ligging buiten gebieden met aardkundige waarden - = ligging in gebieden met aardkundige waarden
aardkundige waarden
Stationslocaties en tracéalternatieven
Stationslocaties en tracéalternatieven
Natuur
Landschap
Cultuurhistorie
Archeologie
Aardkunde
Veiligheid
Blootstelling van assets aan risicobronnen
0 = geen blootstelling aan risicobronnen, overstromingsrisico lager dan eisen TenneT - = blootstelling aan risicobronnen, overstromingsrisico hoger dan eisen TenneT
Aanhouden richtafstanden PvE met betrekking tot: • risicovolle inrichtingen van de risicokaart; 800m • bedrijven van milieucategorie hoger dan 3.1; 800m • landingsbaan; 300m • nabije windturbines; PR10-6 en richtafstand 245 m Ligging in gebieden met overstromingsrisico groter dan toegestaan volgens PvE TenneT Ligging nabij transport gevaarlijke stoffen (snelwegen en ondergrondse buisleidingen)
Water
Ligging in beschermingszone water
0 = ligging buiten beschermingszone water - = ligging in beschermingszone water
• waterwingebied • grondwaterbeschermingsgebied • boringsvrije zone • intrekgebied
Stationslocaties en tracéalternatieven
Ligging in waterbergingsgebied
0 = ligging buiten waterbergingsgebied - = ligging in waterbergingsgebied
ligging in waterbergingsgebied
Stationslocaties en tracéalternatieven
Ligging in / nabij waterkering of vrijwaringszone
0 = ligging buiten waterkering of vrijwaringszone - = ligging in/nabij waterkering of vrijwaringszone
waterkeringen, vrijwaringszones
Stationslocaties en tracéalternatieven
Kruisingen met waterwegen/gangen
0 = geen overlap met waterwegen/-gangen - = geen overlap met waterwegen/-gangen
kruising/overlap met waterwegen/-gangen
Stationslocaties en tracéalternatieven
Ligging in verziltingsgevoelig gebied
0 = geen ligging in verziltingsgevoelig gebied (< 1000 mg/l op -1,75 m NAP) - = ligging in verziltingsgevoelig gebied (> 1000 mg/l op -1,75 m NAP)
ligging in verziltingsgevoelig gebied
Stationslocaties en tracéalternatieven
89
90
Omgeving
2. Toelichting alternatieven en beoordelingskader
Subthema
Milieu
2. Toelichting alternatieven en beoordelingskader
Criterium
Beoordelingsmethodiek
Toelichting
Van toepassing op
Ligging in zettingsgevoelige gebieden
0 = ligging buiten zettingsgevoelig gebied (klei of veen) - = ligging in zettingsgevoelig gebied (klei of veen)
zettingsgevoelige gebieden/gronden
Stationslocaties en tracéalternatieven
Aanwezigheid (potentieel) verontreinigde grond
0 = geen (potentieel) verontreinigde grond aanwezig - = (potentieel) verontreinigde grond aanwezig
verontreiniging
Stationslocaties en tracéalternatieven
Ligging in beheerzones hoofdwegennet (rijk/provincie/ gemeente)
0 = ligging buiten beheerzones hoofdwegennet - = ligging in beheerzones hoofdwegennet
geen ligging in beheerszones, kruising hiervan is wel toegestaan
Stationslocaties en tracéalternatieven
Kruising/overlap/parallelloop met planologisch beschermde onderen bovengrondse kabels en leidingen
0 = geen kruising/overlap/paralelloop onder- en bovengrondse kabels en leidingen - = kruising/overlap/paralelloop onder- en bovengrondse kabels en leidingen
• op basis van de risicokaart (gasleiding, hoogspanning) en bestemmingsplannen • KLIC-melding volgt pas in vervolgfase • minimumafstanden parallelloop volgens TenneT PvE
Stationslocaties en tracéalternatieven
Kruising/overlap met (spoor en auto)wegen
0 = geen kruising/overlap met (spoor en auto)wegen - = kruising/overlap met (spoor en auto)wegen
waterwegen, spoorwegen en autowegen
Stationslocaties en tracéalternatieven
Aandachtspunten m.b.t. bestemmingsplannen en planologische belemmeringen
0 = sluit aan bij functie huidig bestemmingsplan - = wijkt af van functie huidig bestemmingsplan
op basis van www.ruimtelijkeplannen.nl
Stationslocaties en tracéalternatieven
Grondgebruik
0 = sluit aan bij bestaand grondgebruik - = wijkt af van bestaand grondgebruik
bijv. woon-, bedrijfs-, landbouw- en recreatiefunctie
Stationslocaties en tracéalternatieven
Bebouwing
0 = geen overlap met bebouwing - = overlap met bebouwing
Bodem
Infrastructuur
Ruimtegebruik
Techniek
Stationslocaties en tracéalternatieven
Lengte benodigde verbindingen
lengte van de tracéoplossingen
Stationslocaties en tracéalternatieven
Lengte benodigde bovengrondse verbindingen
TenneT
Stationslocaties (Bergen op Zoom)
op basis van expert judgement i.c.m. input TenneT
Stationslocaties
Techniek Bereikbaarheid van de assets door andere netbeheerders
Enduris (Schouwen-Duiveland) Enexis (Bergen op Zoom
Bereikbaarheid van de assets via (verharde) weg Kosten
Stationslocaties
Verwachte kosten (relatief)
TenneT
Stationslocaties en tracéalternatieven
TenneT
Stationslocaties en tracéalternatieven
Kosten Verklaring kosten
lengte benodigde verbindingen, aanpassing bestaande infrastructuur, benodigde toegangswegen
91
92
3. Analyse locatiealternatieven Bergen op Zoom
3. Analyse locatiealternatieven Bergen op Zoom
3. Analyse locatiealternatieven Bergen op Zoom
3.2 Analyse milieu 3.2.1 Natuur De locatiealternatieven zijn op het thema natuur
De locatiealternatieven BOZ-4 en BOZ-5 onderscheiden
beoordeeld op:
zich negatief van de overige locatiealternatieven. Deze
•
ligging in Natura 2000-gebied of binnen verstorings
locaties liggen beide op een afstand van circa 1 kilometer
afstand;
van het Natura 2000-gebied Zoommeer. Natura 2000-
ligging in overige beschermde gebieden, zoals
gebieden zijn gebieden die beschermd zijn onder Europese
Natuurnetwerk Nederland (NNN-) gebieden;
richtlijnen, met als doel de Europese biodiversiteit te
aanwezigheid beschermde soorten flora en fauna
waarborgen. Het Zoommeer is onder deze Europese
(op basis van de Nationale Databank Flora en Fauna,
richtlijnen aangewezen als Vogelrichtlijngebied. Voor
verderop aangeduid als NDFF).
vogelsoorten gelden een aantal verbodsbepalingen, zoals
•
Dit hoofdstuk presenteert de analyse voor de locatiealternatieven nabij Bergen op Zoom. Paragraaf 3.1 gaat kort in op de opgave. Daarna volgt een uiteenzetting van de effecten op milieu (3.2), omgeving (3.3), techniek (3.4) en kosten (3.5). Tot slot laat paragraaf 3.6 het overzicht van beoordelingen zien. Deze overzichtstabel biedt inzicht in de beoordelingen, maar is niet per definitie als los onderdeel leesbaar. Voor sommige beoordelingen biedt de bijbehorende toelichting uit de analyses de benodigde nuances of aandachtspunten die nodig zijn voor de afweging van de alternatieven.
•
een verbod tot opzettelijk doden van vogels, het vernielen Figuur 3.1 laat de ligging van de locatiealternatieven ten
van nesten, rustplaatsen en eieren of het verstoren van
opzichte van natuurgebieden zien.
vogels.
3.1 Toelichting opgave Ten noordwesten van Bergen op Zoom wordt een
Deze locatie- en haalbaarheidsstudie onderzoekt in dit
380/150/20 kV-hoogspanningsstation gerealiseerd. Vanuit
gebied 5 locatiealternatieven, namelijk BOZ-1 tot en met
hier wordt een ondergrondse 150 kV-verbinding naar het te
BOZ-5 (op volgorde noord-zuid).
93
realiseren 150/20 kV-hoogspanningsstation op SchouwenDuiveland gerealiseerd. Het hoogspanningsstation nabij Bergen op Zoom krijgt een oppervlakte van circa 12 hectare (400 bij 325 meter), exclusief landschappelijke inpassing. Dit hoogspanningsstation wordt via een bovengrondse hoogspanningsverbinding aangesloten op het landelijk hoogspanningsnet, namelijk de bestaande 380 kV-verbinding (GTRLL380) die door het gebied loopt. Deze nieuwe verbinding maakt - op een korte analyse onder landschap en techniek - geen onderdeel uit van de opgave die wordt onderzocht in deze locatie- en haalbaarheidsstudie. Zoommeer
Figuur 3.1 | Analyse natuur Bergen op Zoom
94
3. Analyse locatiealternatieven Bergen op Zoom
3. Analyse locatiealternatieven Bergen op Zoom
De bouwwerkzaamheden voor het 380/150/20 kV-
wet is de Bouwvrijstelling. Deze vrijstelling houdt in dat het
hoogspanningsstation binnen locatiealternatief BOZ-4 of
niet langer nodig is een activiteit met enkel stikstofuitstoot
BOZ-5 kunnen een verstorende werking (geluid, licht,
tijdens de aanlegfase te toetsen op stikstofdepositie op
trillingen) hebben op het Natura 2000-gebied Zoommeer.
Natura 2000-gebieden. Zowel bij de hoogspanningsstations
De verstoringsafstand van dergelijke werkzaamheden is
als bij de kabels is enkel sprake van stikstofuitstoot tijdens
ongeveer 1,5 kilometer. Hierdoor zijn effecten op het Natura
de aanlegfase en niet tijdens de gebruiksfase. Daarom is
2000-gebied Zoommeer niet uitgesloten. Nader onderzoek
voor het aspect stikstof geen vervolgonderzoek nodig,
na keuze van een voorkeursalternatief moet verder in beeld
zolang gebruik gemaakt kan worden van de Bouwvrijstelling.
95
brengen welke soorten (habitattypen) hier voorkomen en of er instandhoudingsdoelstellingen in gevaar worden
Geen van de locatiealternatieven ligt in overige beschermde
gebracht.
gebieden. Voor alle locatiealternatieven geldt dat ze grenzen aan NNN-gebied het Lange Water, waardoor verstorings
Voor alle locatiealternatieven geldt dat tijdens de aanlegfase
effecten (indirecte effecten) in een volgende fase onderzocht
sprake kan zijn van stikstofdepositie op Natura
moeten worden. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het
2000-gebieden. De werkzaamheden resulteren in emissies
Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen
van met name stikstofoxiden (NO2). Deze komen vrij uit de
natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter
verbrandingsmotoren van vrachtverkeer en mobiele
verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch
werktuigen. Deze emissies kunnen resulteren in
gebied. Ook de mogelijke aanwezigheid van beschermde
stikstofdeposities in de nabijgelegen beschermde Natura
soorten moet in een volgende fase onderzocht worden.
2000-gebieden (stikstofdeposities kunnen ver reiken;
Op basis van de Nationale Databank Flora en Fauna6 (NDFF)
> 3 kilometer en soms zelfs > 10 kilometer). Door de aard
zijn geen beschermde flora en fauna aanwezig binnen de
en omvang van de werkzaamheden, in combinatie met de
locatiealternatieven, maar veldbezoek na keuze van een
afstand (voor BOZ-4 en BOZ-5 circa 1 kilometer) tot de
voorkeursalternatief moet hierover uitsluitsel geven. Door de
dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden
aanwezigheid van bosschages en watergangen met
(Zoommeer en Brabantse Wal) zijn effecten van
natuurvriendelijke oevers is het voorkomen van zoogdieren,
stikstofdepositie op voorhand niet uit te sluiten.
vleermuizen, vogels en amfibieën niet uitgesloten. Dit geldt
Per 1 juni 2021 is echter de wet Stikstofreductie en
voor alle locatiealternatieven, waardoor deze niet onder
Natuurverbetering in werking getreden. Onderdeel van deze
scheidend zijn ten opzichte van elkaar.
Criterium Natuur
Effect en, indien van toepassing, mitigerende maatregel
3.2.2 Geluid De locatiealternatieven zijn op het thema geluid beoordeeld
onderscheid gemaakt tussen verschillende gebieden, zoals
op:
een rustige woonwijk of een gemengd gebied.
•
BOZ-1
BOZ-2
BOZ-3
BOZ-4
BOZ-5
Ligging in Natura 2000-gebied of binnen verstoringsafstand
0
0
0
-
-
Ligging in overige beschermde gebieden
0
0
0
0
0
Aanwezige beschermde soorten flora en fauna
0
0
0
0
0
Tabel 3.1 | Effectbeoordeling locatiealternatieven Bergen op Zoom - natuur
Figuur 3.2 | Analyse geluid Bergen op Zoom
de ligging van geluidsgevoelige objecten binnen de VNG-richtafstand (500 meter).
preventief rekening gehouden met milieubelastende en Geluidsgevoelige objecten zijn woningen (ook bedrijfs
milieugevoelige functies ter bescherming van de leefkwaliteit.
woningen, ligplaatsen van woonschepen en woonwagen
Van de Handreiking van de VNG kan door jurisprudentie
standplaatsen), onderwijsgebouwen, kinderdagverblijven,
alleen gemotiveerd worden afgeweken. Per situatie is
ziekenhuizen, verpleeg- en verzorgingstehuizen,
maatwerk nodig om te bepalen welke richtafstanden van
psychiatrische inrichtingen en kinderdagverblijven. Om deze
toepassing zijn, omdat bijvoorbeeld een ligging nabij een
objecten te beschermen tegen geluidshinder, zijn in de VNG-
rustige woonwijk andere richtafstanden kent dan ligging
publicatie ‘Handreiking bedrijven en Milieuzonering (VNG)’
nabij een gemengd gebied. In deze studie is uitgegaan van
richtafstanden opgenomen tussen geluidsgevoelige
de richtafstanden die van toepassing zijn op het gebiedstype
objecten en bedrijven die geluidsbelasting veroorzaken.
‘rustige woonwijk’, waarmee rekening wordt gehouden met
Deze richtafstanden geven aan welke gemiddelde afstanden
de zogenaamde ‘worst case’ situatie.
tot woonbebouwing ‘passend’ zijn. Hierbij wordt 6
Nationale databank die natuurgegevens bundelt, uniformeert en valideert.
Met deze milieuzonering wordt in de ruimtelijke inrichting
96
3. Analyse locatiealternatieven Bergen op Zoom
3. Analyse locatiealternatieven Bergen op Zoom
3.2.3 EM-velden
Het voorgenomen 380/150/20 kV-station nabij Bergen op
97
Zoom krijgt een totaal transformatorvermogen van meer dan
Geluidsonderzoek Peutz
1.000 MVA. Daarmee gaat het om een hoogspannings
Onderzoeksbureau Peutz heeft vooruitlopend op
De locatiealternatieven zijn op het thema EM-velden
EM-velden voor bovengrondse hoogspanningslijnen
station dat wordt aangemerkt als inrichting van
voorliggende haalbaarheidsstudie een geluids
beoordeeld op:
Bij de uitwerking van het tracé voor nieuwe
milieucategorie 5.1. Hiervoor geldt een richtafstand tot
onderzoek (maart 2021) uitgevoerd voor de
•
EM-gevoelige objecten binnen de aanlegzone
bovengrondse hoogspanningslijnen moet rekening
geluidsgevoelige objecten van 500 meter.
locatiealternatieven BOZ-3, BOZ-4 en BOZ-5.
(40 meter vanaf hekwerk station).
worden gehouden met EM-velden en de afstand tot EM-gevoelige objecten. Het voorzorgbeleid van de
De conclusie hiervan luidt als volgt: Onder EM-gevoelige objecten worden objecten als
maximaal toelaatbare 0,4 microtesla is hierop van
onderscheiden zich negatief van de locatiealternatieven
Betreffende de langtijdgemiddelde beoordelings
woningen, crèches, scholen en kinderopvangplaatsen
toepassing. Dit betekent dat TenneT bij nieuwe
BOZ-1 en BOZ-2. Bij deze locatiealternatieven liggen
niveaus wordt een aantal knelpunten voorzien. Dit
verstaan.
bovengrondse hoogspanningsverbindingen ten
meerdere geluidsgevoelige objecten binnen de VNG-
geldt voor de alle drie de locatiealternatieven.
richtafstand van 500 meter. Figuur 3.2 laat dit zien.
Daarbij geldt dat bij een aantal woningen sprake is
Voor hoogspanningsstations en ondergrondse
gevoelige objecten tot waar de 0,4 microtesla-
van belasting door industrielawaai op meerdere
hoogspanningsverbindingen heeft de Rijksoverheid
contour maximaal reikt. Dit komt neer op een
Binnen de locatiealternatieven BOZ-3, BOZ-4 en BOZ-5 is
gevels (in enkele gevallen alle gevels). Dit geldt met
vooralsnog geen voorzorgbeleid geformuleerd met
afstand van circa 40 meter. Dit beleid is momenteel
onvoldoende schuifruimte om het hoogspanningsstation in
name voor de locatiealternatieven BOZ-4 en
betrekking tot EM-velden. Wel is er beleid dat van
niet van toepassing op stations en ondergrondse
te passen buiten de richtafstand tot geluidsgevoelige
BOZ-5. Gelet op de knelpunten moet de
toepassing is op bovengrondse hoogspannings
verbindingen.
objecten. Dit wil zeggen dat de afstand tot geluidsgevoelige
mogelijkheid van geluidreducerende maatregelen
verbindingen, waaruit volgt dat EM-gevoelige objecten
objecten volgens de VNG-Handreiking ‘niet-passend’ is.
onderzocht worden. Hierbij kan de cumulatieve
niet binnen de 0,4 microtesla magneetveldcontour van
Geluidshinder op de aanwezige geluidsgevoelige objecten is
geluidbelasting een rol spelen. Daarbij moet inzicht
bovengrondse hoogspanningsverbindingen mogen liggen.
daarom niet uitgesloten. Nader onderzoek na keuze van een
verkregen worden in de geluidbelasting ten gevolge
Ondanks dat er voor stations geen beleid is, houdt
voorkeursalternatief moet uitwijzen in welke mate
van industrieterrein Theodorushaven en weg
TenneT ook bij hoogspanningsstations en ondergrondse
van nieuwe hoogspanningsstations getoetst aan de ligging
geluidshinder daadwerkelijk optreedt en of en hoe met de
verkeerslawaai.
kabelverbindingen rekening met de ligging van de
van EM-gevoelige objecten binnen een aanlegzone van
De locatiealternatieven BOZ-3, BOZ-4 en BOZ-5
minste moet voldoen aan een afstand tot EM-
0,4 microtesla magneetveldcontour. TenneT heeft in het
40 meter van het hekwerk rondom het hoogspan
Om het station mogelijk te maken moet een
verleden bij diverse vergelijkbare hoogspanningsstations
ningsstation.
geluidzone worden vastgesteld. Voor locatie
magneetveldberekeningen uitgevoerd. Daaruit volgt
Voor locatiealternatief BOZ-5 geldt dat een deel van de
alternatief BOZ-5 en mogelijk ook locatiealternatief
dat de contour van 0,4 microtesla (jaargemiddeld)
Bij geen van de locatiealternatieven ligt een EM-gevoelig
objecten binnen de geluidszone van de Theodorushaven
BOZ-4 zou hierbij gekozen kunnen worden voor het
voor hoogspanningsstations buiten het hoogspan
object binnen de aanlegzone van 40 meter vanaf het
ligt. In deze zone kunnen andere regels gelden over de
uitbreiding van de zone van industrieterrein
ningsstation kan liggen, maar altijd op minder dan
hekwerk. Figuur 3.3 laat dit zien. De locatiealternatieven
toelaatbaarheid van het geluidsniveau op de gevels. Dit
Theodorushaven. Voor locatiealternatief BOZ-3 ligt
40 meter van het hek. Daarom wordt bij de ontwikkeling
onderscheiden zich daarom niet op het thema EM-velden.
vormt een aandachtspunt voor de vervolgfase. Daarnaast
dat niet voor de hand. In alle gevallen kan gekozen
is voor deze locatie de cumulatie met het bedrijventerrein
worden voor een separate zone voor alleen het
ten zuiden (onder andere petrochemisch bedrijf SABIC)
station (solitaire zone). Dan ligt de keuze voor of de
een aandachtspunt. Geluidsonderzoek van Peutz laat zien
geluidzone inclusief of exclusief toeslag voor tonaal
Criterium
dat cumulatie met het industrieterrein en het wegverkeer
geluid wordt vastgesteld.
EM-velden
definitieve inrichting van het hoogspanningsstation aan de geluidsnormen voldaan wordt.
voor de locatiealternatieven BOZ-4 en BOZ-5 een
EM-gevoelige objecten binnen aanlegzone (40 m)
aandachtspunt is. Tabel 3.3 | Effectbeoordeling locatiealternatieven Bergen op Zoom - EM-velden
Criterium Geluid Geluidsgevoelige objecten binnen richtafstand (500 meter) Tabel 3.2 | Effectbeoordeling locatiealternatieven Bergen op Zoom - geluid
Effect en, indien van toepassing, mitigerende maatregel BOZ-1
BOZ-2
BOZ-3
BOZ-4
BOZ-5
0
0
-
-
-
Effect en, indien van toepassing, mitigerende maatregel BOZ-1
BOZ-2
BOZ-3
BOZ-4
BOZ-5
0
0
0
0
0
98
3. Analyse locatiealternatieven Bergen op Zoom
3. Analyse locatiealternatieven Bergen op Zoom
99
Mogelijkheid tot het ondergronds realiseren aansluiting station TenneT heeft onderzocht of het mogelijk is om de aansluiting van het station op de bestaande 380 kV-verbinding ondergronds te realiseren (verkabelen). Geconcludeerd wordt dat het vanwege de leveringszekerheid niet wenselijk is om ondergrondse kabels op te nemen in cruciale verbindingen, zoals de landelijke 380 kV-ring en de interconnectoren (verbindingen met het buitenland). De bestaande 380 kV-verbinding tussen Rilland en Geertruidenberg valt hier ook onder. Dit komt doordat er wereldwijd nog weinig kennis en ervaring is met de bedrijfsvoering van kabels in een vermaasd netwerk op het 220/380kV spanningsniveau en de effecten op de leveringszekerheid van het net veelal onbekend zijn. Daarnaast is de hersteltijd bij storingen bij ondergrondse verbindingen langer dan bij bovengrondse verbindingen. De effecten van storingen op ring-verbindingen en interconnectoren van het 220/380 kV-net zijn zeer groot. Hoewel in Nederland inmiddels op een aantal locaties op kortere afstand (maximaal 20 kilometer) verkabeling van 220/380 kV-hoogspanningsverbindingen is toegepast, gaat het daarbij telkens om niet-cruciale verbindingen.
De landschappelijke effecten op gebiedsniveau zijn
De landschappelijke effecten op objectniveau spelen
onderzocht aan de hand van de landschapstypen met
daarmee op een kleiner schaalniveau dan de
bijbehorende gebiedskarakteristieken en de samenhang
landschappelijke effecten op gebiedsniveau.
daartussen. Het landschap is opgebouwd uit verschillende
Figuur 3.3 | Analyse EM-velden Bergen op Zoom
3.2.4 Landschap
kenmerkende landschappelijke elementen. Voorbeelden
De mogelijkheden voor landschappelijke inpassing zijn sterk
hiervan zijn de mate van openheid, karakteristieke
afhankelijk van de definitieve locatie en dimensies van het
bebouwing, dijkstructuren, groenstructuren, verkavelings
hoogspanningsstation en de voorkeuren en keuzes in
patronen en markante hoogteverschillen. De samenhang
landschappelijke inpassing. De locatiealternatieven zijn
van de functie, vorm en betekenis van deze landschappelijke
daarom niet beoordeeld op dit criterium. Wel zijn voor de
elementen bepaalt de herkenbaarheid van een plek. Bij dit
verschillende locatiealternatieven globale oplossings
De locatiealternatieven zijn op het thema landschap
De landschappelijke effecten op gebiedsniveau zijn
criterium is de invloed van een 380/150/20 kV-station op de
richtingen in beeld gebracht die mogelijk toegepast kunnen
beoordeeld op:
onderzocht aan de hand van de landschapstypen met
(in beleid vastgelegde) gebiedskarakteristiek en de
worden bij landschappelijk onderzoek na keuze van een
•
landschappelijke effecten op gebiedsniveau;
bijbehorende gebiedskarakteristieken en de samenhang
samenhang tussen de landschappelijke elementen
voorkeursalternatief. De oplossingsrichtingen zijn
•
landschappelijke effecten op objectniveau;
daartussen. Het landschap is opgebouwd uit verschillende
beoordeeld. Dit is de beoordeling van landschappelijke
nadrukkelijk bedoeld ter indicatie en illustratie van mogelijke
•
mogelijkheden voor landschappelijke inpassing
kenmerkende landschappelijke elementen. Voorbeelden
effecten op gebiedsniveau.
landschappelijke inpassing. Verdere uitwerking van de
(geen beoordeling).
hiervan zijn de mate van openheid, karakteristieke
landschappelijke inpassing volgt na keuze van een
bebouwing, dijkstructuren, groenstructuren, verkavelings
De landschappelijke effecten op objectniveau hangen
voorkeursalternatief. Dit wordt uiteindelijk – in overleg met
Nabij Bergen op Zoom wordt een 380/150/20 kV-station
patronen en markante hoogteverschillen. De samenhang
samen met de beleving van en vanuit specifieke
bewoners en belanghebbenden uit de omgeving -
gerealiseerd met een oppervlakte van circa 12 hectare (400
van de functie, vorm en betekenis van deze landschappelijke
landschappelijke elementen. Voorbeelden hiervan zijn
uitgewerkt in een landschapsontwerp.
bij 325 meter). Hierbij worden bovengrondse
elementen bepaalt de herkenbaarheid van een plek. Bij dit
belevingswaarden van of vanuit een open gebied, een
hoogspanningslijnen naar de bestaande 380 kV-verbinding
criterium is de invloed van een 380/150/20 kV-station op de
uitkijkpunt, een landschappelijk hoogteverschil, een
Landschappelijke effecten op gebiedsniveau
gerealiseerd. De landschappelijke effecten hiervan zijn kort
(in beleid vastgelegde) gebiedskarakteristiek en de
recreatiegebied of een natuurgebied. De landschappelijke
Alle locatiealternatieven hebben landschappelijke effecten
beschouwd, omdat hier sprake is van een noemenswaardig
samenhang tussen de landschappelijke elementen
effecten op objectniveau worden onder dit criterium in beeld
op gebiedsniveau. De locatiealternatieven liggen alle in een
landschappelijk effect, ongeacht de definitieve technische
beoordeeld. Dit is de beoordeling van landschappelijke
gebracht aan de hand van zichtlijnen van en vanaf objecten
zeekleigebied gericht op landbouw. De door dijken omgeven
uitwerking van deze verbinding.
effecten op gebiedsniveau.
of gebieden en de gevolgen voor de belevingswaarde.
polders in dit gebied worden gekarakteriseerd door
100
3. Analyse locatiealternatieven Bergen op Zoom
3. Analyse locatiealternatieven Bergen op Zoom
101
Technische consequenties Benodigde inlussing bij variant 1 (Glymesweg)
grootschaligheid, wijd uitlopende vergezichten en een strak
Locatiealternatief BOZ-1 heeft een effect op het open
verkavelingspatroon. De dijken zijn steil, hoog en vaak
(landbouw)karakter van de zeekleipolder. Deze polders zijn
beplant, waarmee ze goed zichtbaar zijn in het landschap.
van oorsprong grootschalig van karakter met wijd uitlopende
Het beleid met betrekking tot het zeekleilandschap richt zich
vergezichten. Het beleid in dit gebied is primair gericht op
op het versterken van de poldereenheden en het
het faciliteren van de landbouw. Bij locatiealternatief BOZ-1
deltakarakter. Geen van de locatiealternatieven sluit aan bij
wordt het effect relatief beperkt door aansluiting bij
dit beleid. Figuur 3.4 laat de ligging van de locatie
bestaande verkaveling en hoger gelegen structuren
alternatieven zien binnen de landschapstypen zoals
(dijken en wegen). Locatiealternatief BOZ-2 heeft een effect
vastgesteld in de structuurvisie Bergen op Zoom 2030.
op het open (landbouw)karakter van de zeekleipolder.
Technische consequenties Benodigde inlussing bij variant 2 (Gemaal de Pals) Polder nabij buurtschap Kijkuit – nu
Polder nabij buurtschap Kijkuit – straks
Bovenstaande afbeelding is ter indicatie, hieraan kunnen geen rechten worden ontleend.
14 juni 2021
Polder Kijkuit – nu nabij Kijkuit – straks Figuur nabij 3.5 | buurtschap Indicatie mastbeeld aansluiting locatiealternatievenPolder 1 (boven) enbuurtschap 2 (onder), met huidige situaties (links) Bovenstaande afbeelding is ter indicatie, hieraan kunnen geen rechten worden ontleend. en mogelijke toekomstige situaties (rechts)
van de polder, tussen gemaal De Pals, het Lange Water en
Indicatieve effecten mastbeeld door nieuwe bovengrondse hoogspanningslijnen
het Schelde-Rijnkanaal met bijbehorende dijk. Wel tast een
De bovengrondse hoogspanningslijnen die nodig zijn om het
hoogspanningsstation op deze locatie het bestaande
nieuwe 380/150/20 kV-hoogspanningsstation aan te sluiten
verkavelingspatroon aan. Locatiealternatief BOZ-4 heeft een
op de bestaande 380 kV-verbinding worden door dit thema
effect op het open (landbouw)karakter van de zeekleipolder
kort en indicatief beschouwd. Dit omdat deze hoog
door ligging in het midden van de Auvergnepolder.
spanningslijnen een effect hebben op het landschappelijke
Openheid en vergezichten worden hierdoor aangetast.
gebieds- en objectniveau, algemeen toenemend met de
Het effect wordt relatief beperkt door ligging in de uithoek
14 juni 2021
lengte van de benodigde verbinding. Figuur 3.5 laat een
Figuur 3.4 | Analyse landschap Bergen op Zoom
Locatiealternatief BOZ-3 heeft een effect op het contrast
indicatie zien van het mastbeeld bij de aansluiting van
tussen de open grootschalige zeekleipolders en de hoger
locatiealternatieven BOZ-1 en BOZ-27. De benodigde
gelegen, meer kleinschalige en besloten de Brabantse Wal.
bovengrondse hoogspanningslijnen voor BOZ-1 en BOZ-2
Tussen beide landschapstypen ligt de steilrand, waarmee
(ca. 1-2 km met 7-11 nieuwe masten) tasten de openheid
het hoogteverschil wordt aangeduid. De gebieds
van de zeekleipolder aan. Voor BOZ-4 treden deze effecten
karakteristiek en de samenhang van de kenmerkende
minder op, omdat de benodigde hoogspanningslijn hier
elementen wordt hierdoor sterk aangetast. Deze effecten
korter is. Voor BOZ-3 en BOZ-5 geldt dat de benodigde
treden ook op bij BOZ-5, waar de gebiedskarakteristiek nog
hoogspanningslijnen (circa 0,2 kilometer) de openheid van
meer wordt aangetast dan bij BOZ-3. Ook hier wordt het
de zeekleipolder en het contrast hiermee ten opzichte van
contrast tussen de open grootschalige zeekleipolders en de
de Brabantse Wal aantasten. Na keuze van een voorkeurs
hoger gelegen, meer kleinschalige de Brabantse Wal
alternatief door het bevoegd gezag wordt de benodigde
(inclusief steilrand) aangetast. Doordat het hoogteverschil
bovengrondse verbinding verder uitgewerkt en nader
hier groter is dan bij BOZ-3 (zie figuur 3.7), worden de
onderzocht op milieu- en omgevingseffecten.
effecten hier versterkt. De gebiedskarakteristiek wordt hierdoor sterk aangetast.
7
e benodigde bovengrondse verbinding naar de locatiealternatieven BOZ-1 en BOZ-2 zijn in beeld gebracht omdat deze aanzienlijk langer zijn D dan naar de overige locatiealternatieven.
102
3. Analyse locatiealternatieven Bergen op Zoom
3. Analyse locatiealternatieven Bergen op Zoom
Landschappelijke effecten op objectniveau
sroutes een belangrijke indicator. Figuur 3.6 laat de
Landschappelijke effecten op objectniveau komen
bepalende landschappelijke objecten en zichtlijnen in het
voornamelijk voort uit aantasting van de belevingswaarden
plangebied zien. Figuur 3.7 laat het hoogteverschil zien
van en vanuit landschappelijke elementen. Hiervoor is de
binnen het plangebied. Hierop is het hoogteverschil tussen
aantasting van belevingswaarden door ligging ten opzichte
de lager gelegen polders en de hoger gelegen Brabantse
van objecten en belemmering van zichtlijnen vanuit
Wal te zien.
103
woongebieden, uitkijkpunten of recreatieve- of verkeer
Figuur 3.7 | Hoogteverschil plangebied Bergen op Zoom
Figuur 3.6 | Bepalende landschappelijke elementen en zichtlijnen plangebied Bergen op Zoom
Locatiealternatief BOZ-1 heeft niet tot nauwelijks effect op
belevingswaarde van en vanaf landschappelijke elementen
landschappelijk objectniveau. Dit omdat de belevingswaarde
niet of nauwelijks wordt aangetast. Zo wordt de
van en vanaf landschappelijke elementen niet of nauwelijks
belevingswaarde vanaf de Brabantse Wal niet aangetast
wordt aangetast. Zo wordt de belevingswaarde vanaf de
omdat het locatiealternatief op dusdanige afstand (circa
Brabantse Wal niet aangetast omdat het locatiealternatief op
1 kilometer) ligt dat de landschappelijk waarde op
dusdanige afstand (circa 1 kilometer) ligt dat de
objectniveau niet wordt aangetast. Ook is het
landschappelijk waarde op objectniveau niet wordt
hoogspanningsstation op deze locatie niet of nauwelijks
aangetast. Ook is het hoogspanningsstation op deze locatie
zichtbaar vanuit Tholen doordat het zicht wordt weg
niet of nauwelijks zichtbaar vanuit Tholen doordat het zicht
genomen door de dijken rondom het Schelde-Rijnkanaal.
wordt weggenomen door de dijken rondom het Schelde-
Wel is mogelijk sprake van een beperkt effect op
Rijnkanaal. Daarnaast wordt de beleving van en vanaf het
landschappelijk objectniveau door aantasting van
nabijgelegen oorlogsmonument (zie figuur 3.6, aangeduid
belevingswaarde vanaf de recreatieroute door het Lange
met ster) niet of nauwelijks aangetast door aanwezige
Water, echter zijn deze effecten beperkt door aanwezige
beplanting en dijken. Hetzelfde geldt voor de recreatieroute
beplanting.
door het Lange Water. Locatiealternatief BOZ-3 heeft een effect op de landschap Locatiealternatief BOZ-2 heeft niet tot nauwelijks effect op
pelijke belevingswaarde. Dit komt door aantasting van de
de landschappelijke belevingswaarde. Dit omdat de
belevingswaarde van het contrast en hoogteverschil (circa
104
3. Analyse locatiealternatieven Bergen op Zoom
3. Analyse locatiealternatieven Bergen op Zoom
Criterium Landschap
105
Effect en, indien van toepassing, mitigerende maatregel BOZ-1
BOZ-2
BOZ-3
BOZ-4
BOZ-5
Landschappelijke effecten op gebiedsniveau
-
-
-
-
-
Landschappelijke effecten op objectniveau
0
0
0
-
-
Tabel 3.4 | Effectbeoordeling locatiealternatieven Bergen op Zoom - Landschap
Figuur 3.8 | Hoogteverschil locatiealternatief 3 en Kijkuit (bron: Actueel Hoogtebestand Nederland)
de huidige situatie relatief beperkt, maar desondanks wordt
rietoevers bij bestaande watergangen met rietbeplanting of
de belevingswaarde van het contrast tussen de lage
het toevoegen van lage beplanting of dijken om zicht op het
Auvergnepolder en de hoger gelegen Spinolaberg
hoogspanningsstation te ontnemen. Daarnaast kan een dijk
aangetast. Op de Spinolaberg ligt tevens landgoed De
worden aangelegd om het hoogspanningsstation
Hertgang, wat opengesteld is voor publiek. Het landgoed
landschappelijk in te bouwen en aan te laten sluiten bij het
kenmerkt zich door diverse paden en zichtlijnen tussen de
bestaande dijkenlandschap. In open gebieden kan gekozen
hoge en besloten delen van het landgoed en de lagere en
worden voor behoud van openheid door rondom het
open delen van het landgoed. Ook is het contrast tussen de
hoogspanningsstation geen beplanting of dijken aan te
polders en de Brabantse Wal onderdeel van de
leggen. De keuze voor oplossingsrichtingen en bouwstenen
belevingswaarde van het landgoed. Ondanks dat een
is sterk afhankelijk van de locatie waar het
hoogspanningsstation binnen locatiealternatief BOZ-5 niet
hoogspanningsstation gerealiseerd wordt.
vanuit het gehele landgoed zichtbaar is, wordt de belevingswaarde van een deel van het landgoed aangetast.
Figuur 3.10 visualiseert een aantal oplossingsrichtingen
Dit maakt dat hier sprake is landschappelijke effecten op
(links) en mogelijk toepasbare bouwstenen (rechts) die
objectniveau.
ingezet kunnen worden om het 380/150/20 kVhoogspanningsstation landschappelijk in te passen. Na
Figuur 3.9 | Hoogteverschil locatiealternatief 5 en Spinolaberg (bron: Actueel Hoogtebestand Nederland)
Mogelijkheden voor landschappelijke inpassing
keuze van een voorkeursalternatief wordt in een uitgebreid
De locatiealternatieven kunnen op verschillende manieren
landschappelijke bouwstenen het best bij de desbetreffende
worden ingepast bij het bestaande landschap. Hiervoor
locatie passen. Zonder uitgebreid landschapsonderzoek
bestaan diverse oplossingsrichtingen en ‘bouwstenen’.
(past niet bij het detailniveau van voorliggende studie) kan
landschapsonderzoek in kaart gebracht welke
7 meter, zie figuur 3.8) tussen de zeekleipolders en hoger
belevingswaarde van de open zeekleipolders door ligging in
Zo zijn er oplossingsrichtingen en bouwstenen die het
geen betrouwbare en feitelijk onderbouwde uitspraak
gelegen Brabantse Wal, gezien vanuit Kijkuit. Daarnaast is er
het midden van de polder. Hierdoor worden de vrije
hoogspanningsstation landschappelijk inpassen door
worden gedaan over de beste bouwstenen per locatie.
mogelijk een beperkt effect op de belevingswaarde van de
zichtlijnen in de open polder aangetast, voornamelijk gezien
toevoeging van bomenrijen om aan te sluiten bij bestaande
Daarom is dit in deze fase van het project (locatie- en
recreatieroute langs het Lange Water. Door het hoogte
vanuit omliggende woningen en verkeer op de omliggende
bosschages. Ook kan gedacht worden aan toevoeging van
haalbaarheidsstudie) niet gedaan.
verschil van circa 7 meter is het 380/150/20 kV-hoogspan
wegen. De afstand tot de hoger gelegen woonkernen op de
ningsstation binnen BOZ-3 vanuit het oosten op grotere
Brabantse Wal (Halsteren) is voldoende (circa 1,5 kilometer)
afstand zichtbaar en wordt de beleving van de steilrand van
om effecten op de steilrand als landschappelijk element en
de Brabantse Wal als landschappelijk element aangetast.
effecten vanuit verre zichtbeleving te voorkomen.
Hierdoor treden landschappelijke effecten op objectniveau op. Tot slot ligt ten oosten van het locatiealternatief een
Locatiealternatief BOZ-5 heeft een effect op de
landgoed, in gebruik als zorginstelling. Dit landgoed is
landschappelijke belevingswaarde. Dit komt door aantasting
omgeven door dichte bosschages waardoor de beleving
van de belevingswaarde van het contrast en hoogteverschil
vanuit dit landschappelijk element beperkt wordt aangetast.
tussen de zeekleipolders en de Brabantse Wal, gezien vanuit de Spinolaberg en vanaf de Kannewielseweg. Het
Locatiealternatief BOZ-4 heeft een effect op landschappelijk
hoogteverschil is hier circa 12 meter, zie figuur 3.9. Door
objectniveau door aantasting van de belevingswaarde van
begroeiing langs en rondom de bebouwing en wegen
de open polder. Dit komt door aantasting van de
(Kannewielseweg en Klaverblokken) wordt het vrije uitzicht in Figuur 3.10 | Oplossingsrichtingen (links) en bouwstenen (rechts) landschappelijke inpassing hoogspanningsstation
106
3. Analyse locatiealternatieven Bergen op Zoom
3. Analyse locatiealternatieven Bergen op Zoom
Criterium
Ligging in gebieden met cultuurhistorische waarden
De locatiealternatieven zijn op het thema cultuurhistorie
locaties binnen een gebied liggen met cultuurhistorische
beoordeeld op:
waarden. Figuur 3.11 laat zien dat de locatiealternatieven
•
BOZ-1, BOZ-3 en BOZ-5 binnen het cultuurhistorisch
ligging in gebieden met cultuurhistorische waarden.
Effect en, indien van toepassing, mitigerende maatregel
Cultuurhistorie
3.2.5 Cultuurhistorie
107
BOZ-1
BOZ-2
BOZ-3
BOZ-4
BOZ-5
-
0
-
0
-
Tabel 3.5 | Effectbeoordeling locatiealternatieven Bergen op Zoom - Cultuurhistorie
waardevolle landschap de Brabantse Wal liggen. Ook ligt
Wel ligt het locatiealternatief in het cultuurhistorisch
waarmee de dragende structuren niet worden aangetast.
In het plangebied Bergen op Zoom ligt het provinciaal
BOZ-5 binnen het cultuurhistorisch waardevolle vlak
waardevolle landschap Brabantse Wal. Een van de
Bij alle locatiealternatieven kan sprake zijn van het dempen
cultuurhistorisch waardevol gebied de Brabantse Wal.
Spinolaberg en Bremberg.
strategieën van dit gebied is het behoud en de accentuering
van een of meerdere sloten, echter hangt dit af van de
van de variatie in landschapstypen, waaronder de polders,
inrichting van het hoogspanningsstation en de maatregelen
Hierbinnen is het gebied met de Spinolaberg en Bremberg aangeduid als apart cultuurhistorisch gebied. Daarnaast ligt
Locatiealternatief 1 ligt in de vlakke zeekleipolder grenzend
landgoederen, kreken en vestingwerken. Omdat het
die het waterschap nodig acht. Deze mogelijke effecten op
het gehele plangebied in het Zeekleigebied, aangeduid als
aan de Rubeerdijk en Glymesweg, beide gelegen op
hoogspanningsstation niet past binnen deze strategie
het cultuurhistorische landschap zijn daarmee nog
cultuurhistorisch waardevolle regio. Binnen het plangebied
voormalige dijken. Hierdoor liggen deze wegen hoger dan
worden de cultuurhistorische waarden aangetast. Echter zijn
onbekend en niet onderscheidend tussen de locatie
ligt daarnaast de cultuurhistorisch waardevolle Kreek Lange
de omliggende polders, wat maakt dat het
deze effecten relatief beperkt doordat het locatiealternatief
alternatieven.
Water (noord en zuid).
hoogspanningsstation de openheid en cultuurhistorische
aan de rand van de polders en het cultuurhistorisch
waarde van de zeekleipolder beperkt aantast. Daarnaast ligt
landschap ligt.
De locatiealternatieven BOZ-1, BOZ-3 en BOZ-5
het locatiealternatief op circa 1 kilometer van de steilrand
onderscheiden zich negatief ten opzichte van de locatie
van de Brabantse Wal. Aantasting van het contrast tussen
Locatiealternatief 3 en 5 grenzen aan de steilrand van de
alternatieven BOZ-2 en BOZ-4. Dit komt doordat deze
de lage polders en hoge Wal is hierdoor niet van toepassing.
Brabantse Wal. De bouw van het hoogspanningsstation
3.2.6 Archeologie en aardkunde
binnen deze locaties tast de cultuurhistorische waarden van het landschap aan, waarbij met name het contrast tussen
De locatiealternatieven zijn op het thema archeologie en
laag en hoog wordt aangetast. Voor locatiealternatief BOZ-5
aardkunde beoordeeld op:
treedt dit effect in grotere mate op dan voor BOZ-3,
•
waarden;
vanwege het grotere hoogteverschil tussen laag en hoog (zie ook analyse landschap). Aantasting van het contrast
•
ligging in gebieden met verwachte archeologische waarden;
botst met de strategie om de cultuurhistorische waarden van de Brabantse Wal te behouden en vergroten. Ook ligt
ligging in gebieden met bekende archeologische
•
ligging in gebieden met aardkundige waarden.
locatiealternatief 5 in het cultuurhistorisch vlak Spinolaberg en Bremberg.
Ligging in gebieden met bekende archeologische waarden
De Spinolaberg wordt gekenmerkt door gesloten en
gaat om overlap met archeologische monumenten. Deze
kleinschalig verkavelde structuren en het contrast met het
zijn opgenomen en weergegeven op de Archeologische
aangrenzende open landschap van Auvergnepolder. Beide
Monumentenkaart (AMK). Ligging in gebieden met
maken onderdeel uit van de beschermde cultuurhistorische
verwachte archeologische waarden is beoordeeld aan de
waarden van het gebied. De bouw van het hoogspannings
hand van de Indicatieve kaart archeologische waarden
station binnen deze BOZ-5 tast de aanwezige
(IKAW). Zowel de AMK als de IKAW zijn bronnen van de
cultuurhistorische waarden van dit gebied aan. Daarmee
Rijksdienst voor cultureel erfgoed, in samenwerking met
leiden locatiealternatieven BOZ-3 en BOZ-5 tot effecten op
provincies. Beide kaarten worden in de ruimtelijke ordening
cultuurhistorische waarden.
gebruikt om gebieden met (mogelijke) archeologische
Alle locatiealternatieven liggen in de cultuurhistorisch
waarden aan te duiden en passende onderzoeken uit te
waardevolle regio Zeekleipolder. De bouw van het
voeren. Ligging in gebieden met aardkundige waarden
hoogspanningsstation leidt niet tot nauwelijks tot aantasting
wordt geduid aan de hand van de Aardkundig waardevolle
van deze regio en de bijbehorende strategie (behoud of
gebiedenkaart van de provincie Noord-Brabant.
versterking van dragende structuren). Dit komt omdat de
Figuur 3.11 | Analyse cultuurhistorie Bergen op Zoom (zeekleigebied niet aangegeven omdat dit het gehele plangebied en omliggende gebieden beslaat)
locatiealternatieven zoveel mogelijk aansluiten bij bestaande
De locatiealternatieven onderscheiden zich niet op
dijken en geen overlap kennen met de historische kreken,
archeologie en aardkunde. Geen van de locatiealternatieven
108
3. Analyse locatiealternatieven Bergen op Zoom
3. Analyse locatiealternatieven Bergen op Zoom
Criterium Archeologie en aardkunde
overlapt met bekende archeologische waarden. Figuur 3.12
Om aantasting of vernietiging van archeologische waarden
laat de ligging van de locatiealternatieven ten opzichte van
te voorkomen, dient voor uitvoering van de werkzaamheden
archeologische (verwachtings)waarden in het plangebied
archeologisch (bureau)onderzoek plaats te vinden. De
zien. Binnen het plangebied liggen geen beschermde
locatiealternatieven BOZ-2, BOZ-4 en BOZ-5 overlappen
aardkundige waarden, waardoor hiervoor geen figuur is
met gemeentelijke archeologische waarden die in het
opgenomen. Wel kan sprake zijn van overige aardkundige
bestemmingsplan zijn aangeduid als dubbelbestemmingen
fenomenen (zoals de kleipolders aan de westzijde en het
archeologie (zie 3.2.11). Binnen deze dubbelbestemmingen
hoger gelegen dekzandplateau aan de oostzijde van het
gelden specifieke regels over de mogelijkheden,
plangebied). Deze zijn echter niet als zodanig beschermd of
voorwaarden en bouwregels voor bouwwerken en de
opgenomen in beleid en daarmee niet beoordeeld in deze
eventuele mogelijkheden om hier van af te wijken. De
studie.
mogelijkheden voor afwijking van- en/of voldoen aan
109
Effect en, indien van toepassing, mitigerende maatregel BOZ-1
BOZ-2
BOZ-3
BOZ-4
BOZ-5
Ligging in gebieden met bekende archeologische waarden
0
0
0
0
0
Ligging in gebieden met verwachte archeologische waarden
0
0
0
0
0
Ligging in gebieden met aardkundige waarden
0
0
0
0
0
Tabel 3.6 | Effectbeoordeling locatiealternatieven Bergen op Zoom - Archeologie en Aardkunde
3.2.7 Veiligheid
voorschriften vormen onderdeel van de vervolgonderzoeken
De locatiealternatieven zijn op het thema veiligheid
800 meter), windturbines (richtafstand 245 meter),
Alle locatiealternatieven liggen in een gebied met een lage
en inpassing van het hoogspanningsstation in de
beoordeeld op:
buisleidingen met gevaarlijke stoffen (zoals aardgasleidingen)
trefkans op archeologische waarden. Aantasting of
vervolgfases.
•
en locaties waar een overstromingsrisico is, dathoger is dan
blootstelling van TenneT-assets aan risicobronnen.
vernietiging van archeologische waarden is niet toegestaan.
Figuur 3.12 | Analyse Archeologie Bergen op Zoom
TenneT nastreeft. De locatiealternatieven zijn beoordeeld op TenneT streeft vanuit zijn beleid naar het vermijden van
blootstelling aan deze risicobronnen. Figuur 3.13 laat de
risicobronnen zoals inrichtingen waar gewerkt wordt met
ligging van de locatiealternatieven ten opzichte van de
gevaarlijke stoffen of vergelijkbare inrichtingen (richtafstand
aanwezige risicobronnen in het plangebied zien.
Figuur 3.13 | Analyse veiligheid Bergen op Zoom
110
3. Analyse locatiealternatieven Bergen op Zoom
3. Analyse locatiealternatieven Bergen op Zoom
Criterium
111
Effect en, indien van toepassing, mitigerende maatregel
Veiligheid
BOZ-1
BOZ-2
BOZ-3
BOZ-4
BOZ-5
0
0
0
-
-
De locaties BOZ-4 en BOZ-5 onderscheiden zich negatief
TenneT hanteert in het kader van leveringszekerheid beleid
ten opzichte van de overige locatiealternatieven. De
over overstromingsrisico’s van hoogspanningsstations. Eén
locatiealternatieven BOZ-4 en BOZ-5 liggen (ruim) binnen
daarvan is een maximale overstromingsdiepte van 2,5
800 meter van SABIC Innovative Plastics. Dit is een
meter, zodat het railportaal van het hoogspanningsstation
inrichting waar gewerkt wordt met gevaarlijke stoffen.
nooit onder water komt te staan. Figuur 3.14 laat de
Zodoende is deze opgenomen in het Besluit Risico’s Zware
maximale overstromingsdiepte in het plangebied zien. Het
Ongevallen (BRZO), als onderdeel van het Besluit externe
gehele plangebied is aangemerkt als gebied waar het
veiligheid inrichtingen (Bevi). TenneT realiseert in principe
overstromingsrisico ‘klein’ is. Dit betekent dat er een kans is
geen assets op minder dan 800 meter van dit type
op een overstroming met een maximale overstromingsdiepte
De locatiealternatieven zijn op het thema water beoordeeld
inrichtingen omdat deze van invloed kunnen zijn op de
zoals aangegeven in figuur 3.13 van eens in de 1.000 jaar .
op:
leveringszekerheid. Voor beide locatiealternatieven geldt dat
Omdat de maximale overstromingsdiepte lager dan 2,5
•
TenneT een risicoafweging dient te maken om de acceptabele risico’s ten opzichte van de BRZO-inrichting te bepalen. Hetzelfde geldt voor de ligging van BOZ-5 ten
kaart gebracht om te kijken of er eventuele aanvullende
•
de ligging in een waterbergingsgebied;
Figuur 3.15 laat de ligging van de waterwegen/-gangen
opzichte van de buisleiding.
maatregelen getroffen moeten worden.
•
de ligging in of nabij een waterkering of vrijwaringszone;
en waterkeringen in het plangebied zien.
Tabel 3.7 | Effectbeoordeling locatiealternatieven Bergen op Zoom - Veiligheid
8
3.2.8 Water de ligging in beschermingszone water (waterwingebied,
•
de aanwezigheid van watergangen;
meter is, is dit risico voor TenneT acceptabel. Na keuze van
grondwaterbeschermingsgebied, boringsvrije zone of
•
en de verziltingsgevoeligheid van het gebied.
een voorkeursalternatief wordt dit in de vervolgfase nader in
intrekgebied);
Figuur 3.14 | Analyse overstromingsrisico Bergen op Zoom, maximale overstromingsdiepte (kleine kans: 1/1.000 j)
8
Blootstelling van assets aan risicobronnen (incl. overstromingsrisico)
onform handboek Overstromingsrisico’s op de risicokaart, C via: https://www.helpdeskwater.nl/publish/pages/132175/handboek_overstromingsrisicos_op_de_kaart.pdf
Figuur 3.15 | Analyse water Bergen op Zoom
112
3. Analyse locatiealternatieven Bergen op Zoom
3. Analyse locatiealternatieven Bergen op Zoom
Geen van de locatiealternatieven overlapt met een
Verzilting is het toenemen van het chloridegehalte (zout) in
hoogspanningsstation te realiseren. Een chloridegehalte van
beschermingszone water of met een waterbergingsgebied.
de bodem of in het grondwater. Dit kan ongewenste
> 1.000 mg/l betekent dat het grondwater zout is. Tussen
Alle locatiealternatieven overlappen met kleine watergangen
effecten hebben voor met name agrarische activiteiten,
de 150 en 1.000 mg/l betekent dat het grondwater brak is.
(sloten). Deze moeten mogelijk gedempt worden bij realisatie
omdat sommige gewassen niet bestand zijn tegen hogere
Beneden de 150 mg/l betekent zoet grondwater. Een risico
van het hoogspanningsstation. Hierop zijn regels van het
chloridegehaltes. De realisatie van een hoogspannings
op verzilting treedt met name op in gebieden waar het
waterschap van toepassing, vaak met betrekking tot
station kan verzilting veroorzaken door toepassing van
chloridegehalte hoger dan 1.000 mg/l is. De locatie
compensatie. Effecten zijn hierdoor te mitigeren.
bemaling. Met bemaling wordt het hoogspanningsstation
alternatieven BOZ-2, BOZ-3 en BOZ-4 liggen in een
Locatiealternatief BOZ-2 overlapt met de beschermingszone
‘droog’ aangelegd (de bouwkuip wordt droog gehouden).
niet-verziltingsgevoelig gebied. Locatiealternatief BOZ-1 ligt
(vrijwaringszone) van een waterkering langs het Schelde-
Hierdoor wordt grondwater weggetrokken en verandert het
deels in een gebied waar het chloridegehalte >2.500 mg/l is.
Rijnkanaal. Deze zone is bedoeld om de waterkering en de
chloridegehalte van het grondwater op en rondom deze
Hier is dus een verziltingsrisico aanwezig. Voor locatie
bijbehorende waterkerende functie te beschermen, door
locatie. Effecten van bemaling reiken verder dan de
alternatief BOZ-5 is geen openbare data beschikbaar.
voorwaarden te stellen aan toegestane bouwwerken en
bemalingslocatie zelf.
Figuur 3.16 laat dit zien.
113
werkzaamheden binnen deze zone. Werkzaamheden binnen deze zone zijn daarom niet zonder meer toegestaan. Met
Als maatstaf voor verzilting is het chloridegehalte
het benutten van schuifruimte en eventuele optimalisatie in
(zoutgehalte) op 1,75 meter beneden NAP in kaart gebracht.
Criterium
de positionering van het hoogspanningsstation is deze
Dit geeft een beeld van het zoutgehalte in de ondiepe
Water
beschermingszone te vermijden.
ondergrond, waar werkzaamheden plaatsvinden om het
Effect en, indien van toepassing, mitigerende maatregel BOZ-1
BOZ-2
BOZ-3
BOZ-4
BOZ-5
Ligging in beschermingszone water
0
0
0
0
0
Ligging in waterbergingsgebied
0
0
0
0
0
Ligging in / nabij waterkering of vrijwaringszone
0
-
0
0
0
Kruisingen met waterwegen/-gangen
-
-
-
-
-
Ligging in verziltingsgevoelig gebied
-
0
0
0
0
Tabel 3.8 | Effectbeoordeling locatiealternatieven Bergen op Zoom - Water
3.2.9 Bodem De locatiealternatieven zijn op het thema bodem beoordeeld
bouwwerkzaamheden voor het hoogspanningsstation staat
op:
in verband met de samenstelling van de bodem. Hierbij zijn
•
de ligging op zettingsgevoelige gronden;
textuur, structuur en het watergehalte van de grond
•
en de aanwezigheid van (potentieel) verontreinigde
belangrijke parameters. Door lucht en water uit de poriën te
grond.
persen, klinkt de grond in. Veen is zeer gevoelig voor zetting, aangezien dit veel water en lucht bevat (groot volume dat
De locatiealternatieven onderscheiden zich niet op het
makkelijk kan worden samengedrukt). Klei en zand zijn beter
thema bodem. Figuur 3.17 laat de ligging van de
bestand tegen zettingen. Hierbij geldt dat zand het minst
locatiealternatieven op de bodemsoort ter plaatse zien. De
gevoelig is voor zettingen, vanwege de gunstige textuur en
bodemopbouw en bodemsoort zijn van belang in verband
structuur en een laag watergehalte (water stroomt makkelijk
met de zettingsgevoeligheid van de grond.
weg uit de poriën tussen zandkorrels). Door de ligging op matig zettingsgevoelige gronden kunnen er maatregelen
Figuur 3.16 | Analyse verzilting Bergen op Zoom
Alle locaties bevinden zich op zeekleigronden. Klei is matig
nodig zijn die de stabiliteit van de bodem vergroten en
gevoelig voor zettingen. Het risico op zettingen door
ongewenste effecten voorkomen.
114
3. Analyse locatiealternatieven Bergen op Zoom
3. Analyse locatiealternatieven Bergen op Zoom
115
3.2.10 Infrastructuur De locatiealternatieven zijn op het thema infrastructuur
Geen van de locatiealternatieven overlapt met planologisch
beoordeeld op:
beschermde kabels en leidingen (zoals hoogspannings
•
de ligging in beheerzones van het hoofdwegennet;
verbindingen of buisleidingen die zijn vastgelegd in de
•
overlap met planologisch beschermde onder- en
Risicokaart of in bestemmingsplannen). Voor alle
bovengrondse kabels en leidingen;
locatiealternatieven geldt dat na keuze van een
overlap met spoor of autowegen.
voorkeursalternatief een KLIC-melding moet worden
•
uitgevoerd om inzicht te verkrijgen in de ligging van overige Het locatiealternatief BOZ-2 overlapt met de Noorder
kabels, leidingen en leidingstraten die niet planologisch
Kreekweg, waarmee het zich negatief onderscheidt van de
beschermd zijn. Dit omvat onder andere datakabels,
overige locatiealternatieven. Omdat dit locatiealternatief
waterleidingen en midden- en laagspanningskabels.
ingeklemd ligt tussen de waterkering van het Schelde-
Indien nodig moeten daarna maatregelen worden getroffen
Rijnkanaal en het NNN-gebied het Lange Water, is er geen
om eventuele effecten te voorkomen.
schuifruimte om deze overlap te vermijden. De overige locatiealternatieven overlappen niet met beheerzones van het hoofdwegennet of met spoor en autowegen. Figuur 3.18 laat dit zien.
Figuur 3.17 | Analyse bodem Bergen op Zoom
Uit gegevens van het Bodemloket en de omgevings rapportage Noord-Brabant blijkt niet dat de locatie alternatieven overlappen met verontreinigde gronden. Gegevens uit het Bodemloket zijn veelal niet allesomvattend omdat het enkel informatie bevat over locaties waar onderzoek is uitgevoerd. Na de keuze voor een voorkeursalternatief is verkennend bodemonderzoek nodig om eventuele bodemverontreiniging uit te sluiten.
Criterium Bodem
Effect en, indien van toepassing, mitigerende maatregel BOZ-1
BOZ-2
BOZ-3
BOZ-4
BOZ-5
Ligging in zettingsgevoelige gebieden
-
-
-
-
-
Aanwezigheid (potentieel) verontreinigde grond
0
0
0
0
0
Tabel 3.9 | Effectbeoordeling locatiealternatieven Bergen op Zoom - Bodem
Figuur 3.18 | Analyse infrastructuur Bergen op Zoom
3. Analyse locatiealternatieven Bergen op Zoom
116
3. Analyse locatiealternatieven Bergen op Zoom
Criterium
Effect en, indien van toepassing, mitigerende maatregel
Infrastructuur
Criterium
BOZ-1
BOZ-2
BOZ-3
BOZ-4
BOZ-5
Ligging in beheerzones hoofdwegennet (rijk/provincie/gemeente)
0
0
0
0
0
Overlap onder- en bovengrondse kabels en leidingen
0
0
0
0
0
Overlap met (spoor en auto)wegen
0
-
0
0
0
117
Effect en, indien van toepassing, mitigerende maatregel
Ruimtegebruik Aandachtspunten m.b.t. bestemmingsplannen en planologische belemmeringen
BOZ-1
BOZ-2
BOZ-3
BOZ-4
BOZ-5
-
-
-
-
-
Grondgebruik
Grondgebruik agrarisch. Oplosbaar door verwerving gronden.
Bebouwing
Geen bebouwing binnen locatiealternatieven.
Tabel 3.10 | Effectbeoordeling locatiealternatieven Bergen op Zoom - Infrastructuur Tabel 3.11 | Effectbeoordeling locatiealternatieven Bergen op Zoom - Ruimtegebruik
3.2.11 Ruimtegebruik
De locatiealternatieven BOZ-2, BOZ-4 en BOZ-5 overlappen
Alle locatiealternatieven liggen op agrarische gronden. Dit is
met dubbelbestemmingen cultuurhistorie en/of archeologie.
oplosbaar door grondverwerving zodat het
De locatiealternatieven zijn op het thema ruimtegebruik
Figuur 3.19 laat de locatiealternatieven zien binnen het
Binnen deze dubbelbestemmingen gelden specifieke regels
hoogspanningsstation gerealiseerd kan worden. Geen van
beoordeeld op:
bestemmingsplan Buitengebied Noord 1e herziening
over de mogelijkheden, voorwaarden en bouwregels voor
de locatiealternatieven overlapt met bebouwing.
•
aandachtspunten met betrekking tot
(gemeente Bergen op Zoom, d.d. 2020). Alle locatie
bouwwerken en de eventuele mogelijkheden om hier van af
bestemmingsplannen en planologische belemmeringen;
alternatieven liggen op gronden met een agrarische
te wijken. De mogelijkheden voor afwijking van- en/of
•
grondgebruik;
bestemming. Voor de bouw van een hoogspanningsstation
voldoen aan voorschriften vormen onderdeel van de
•
bebouwing.
moet daarom worden afgeweken van het bestemmingsplan.
vervolgonderzoeken en inpassing van het hoogspannings station in de vervolgfases.
3.3 Analyse omgevingsbeeld Gedurende de totstandkoming van de alternatieven heeft
•
in de werkateliers hebben voor- en tegenstanders van
een omgevingsproces plaatsgevonden. Hierbij zijn om-
verschillende locaties zeer nadrukkelijk hun zorgen en
wonenden en stakeholders meegenomen in de totstand-
belangen uitgesproken. Deze stemming is meegenom-
koming van locatiealternatieven. De deelnemers hebben in
en in onderstaande teksten, maar vormt niet per
drie (digitale) werkateliers (andere dan op Schouwen-
definitie een representatief beeld van het algehele
Duiveland) hun vragen kunnen stellen en hun zorgen en voorkeuren kunnen uitspreken. Ook zijn er locaties inge-
omgevingsbeeld; •
voor een uitgebreider overzicht van het omgeving-
bracht tijdens deze werkateliers. Daarnaast is er een fysieke