1066746 Bijlage 2 bijlage bij de antwoordnotitie CO2 notitie
Tekst van het document
NOTITIE TenneT en Stedin t.a.v. Jort Kuipers en Alex Meertens
DATUM:
27 november 2023
ONS KENMERK:
21-0939/23.06803/MasVi
UW KENMERK:
Behorend bij landschapsplan hoogspanningsstation Zierikzee
AUTEUR:
Mascha Visser, Eisso Beukema
COLLEGIALE TOETS: Helga van der Jagt, Malenthe Teunis STATUS:
Definitief
CONTROLE:
Arda van Helsdingen
CO2 compensatie voor de aanleg van hoogspanningsstation Zierikzee en de bijdrage daaraan door het landschapsplan Aanleiding De gemeenteraad van Schouwen-Duiveland heeft gevraagd om de CO2 uitstoot door de aanleg van hoogspanningsstation Zierikzee zoveel als mogelijk lokaal te compenseren. In deze notitie is de vastlegging van CO2 door het landschapsplan (globaal) berekend. Strategie van CO2 compensatie Algemeen geldt dat CO2-compensatie een lastig te verantwoorden methode is, onder meer vanwege het faseverschil tussen de CO2-uitstoot enerzijds en de terug-groei van biomassa met vastlegging van CO2 anderzijds. Het allerbeste is het voorkómen van CO2-uitstoot. De strategie in het geval van hoogspanningsstation Zierikzee is als volgt: • Ontwerpen van een passende landschappelijke inpassing; • Berekenen wat de bijdrage hiervan is aan de CO2 compensatie van de bouw; • Aannemer bij aanbesteding motiveren de uitstoot te minimaliseren; • Balans opmaken tussen uitstoot en door het landschapsplan gecompenseerde CO2; • Eventuele restant bepalen en €150 per ton CO2 storten in een ‘intern carbon fund’, ofwel een speciaal door TenneT voor CO2 compensatie in het leven geroepen fonds; • Met de omgeving bedenken waaraan dit eventuele budget besteed zou kunnen worden.
Geen officiële certificaten op de koolstofmarkt Een belangrijke voorwaarde om een gebied te kunnen meerekenen bij de compensatie van CO2 uitstoot, is dat de instandhouding van het gerealiseerde plan voor tenminste 50 jaar wordt gewaarborgd. Alleen lange termijn projecten komen daarom in aanmerking voor koolstofcertificaten. Op de officiële koolstofmarkt is het gebruikelijk om met een bandbreedte te werken van geprognotiseerde koolstofopname. Als er al certificaten worden uitgegeven aan de start van een project, dan bedraagt dat maximaal 50% van de opbrengst in het gunstigste geprognotiseerde geval. Pas nadat met monitoring is aangetoond wat het werkelijk gerealiseerde koolstofbudget is, kunnen de koolstofcertificaten worden toegekend. Er geldt dus een bewijslast voor de aanleg en de instandhouding en een monitoringsverplichting. In het geval van het landschapsplan hoogspanningsstation Zierikzee is het niet noodzakelijk om op de officiële koolstof markt mee te doen. Dit is zelfs af te raden omdat de hiervoor genoemde verplichtingen niet in verhouding staan tot de totale afmeting en impact van het plan. De gemeenteraad kan er in plaats daarvan voor kiezen om in de geest van de CO2 compensatie kritisch mee te kijken met de aanleg van het station en de realisatie en instandhouding van het groen rondom. Deze notitie is daarop gericht.
Toegepaste methode Het is belangrijk om aan het compenseren van CO2 een tijdsschaal te koppelen, omdat het groeien van gewassen en daarmee het vastleggen van CO2 in de houtige delen langzaam gaat. De kentallen gaan uit van een volwassen status, die dus niet vanaf jaar 1 gerekend kan worden. Bij snelgroeiende bomen wordt doorgaans 25 jaar aangehouden, bij langzaam groeiende bomen 40 jaar. Er zijn niet veel gegevens bekend over de CO2-vastleggende capaciteiten van diverse soorten groen. Op basis van de schaarse gegevens kan wel een globale berekening worden gedaan van het effect van de realisatie van het landschapsplan. Het is echter belangrijk om deze cijfers niet te stringent te interpreteren of als heel harde eisen te gebruiken. De globale berekening van het effect op CO2 vastlegging door de aanleg van kruidenrijk grasland op voormalig akkerland, is gebaseerd op de jaarlijkse LULUCF van de Wageningen Universiteit (Land Use, Land Use Change and Forestry), waarin gebruik wordt gemaakt van dezelfde rekenmethode als die door het IPCC wordt gebruikt. Om uit te rekenen hoeveel CO2 een boom heeft opgenomen, is de biomassa van een populier, een eik en een es berekend aan de hand van opbrengsttabellen en groottebiomassa-relaties. Hierbij is de middelste groeiklasse genomen en is aangenomen dat de helft van de biomassa bestaat uit koolstof.
De biomassa- en CO2-berekeningen zijn dus gebaseerd op een gemiddelde groeisnelheid voor boomsoorten in Nederlandse (productie-
CO2 COMPENSATIE VOOR DE AANLEG VAN HOOGSPANNINGSSTATION ZIERIKZEE EN DE BIJDRAGE DAARAAN DOOR HET LANDSCHAPSPLAN
2
)bossen (H.van der Jagt, 2020). Het is echter waarschijnlijk dat deze boomsoorten in de Zeeuwse omstandigheden (verziltend grondwater, frequente harde wind en zoutspray) langzamer groeien. Moerasland neemt ook CO2 op, maar alleen als dit moeras ook werkelijk ontstaat en in stand gehouden wordt na aanleg. De bodem moet dan blijvend nat gehouden worden, er moet moerasvegetatie op worden aangebracht (of ontstaan, maar dan duurt het langer) en het mag absoluut niet verdrogen. Het is namelijk zo dat verdrogende moerassen veel CO2 uitstoten en er ook methaan (dat een viermaal erger effect heeft op de opwarming van de aarde dan koolstof) vrij kan komen. Als aan deze voorwaarden wordt voldaan dan kan gerekend worden met een opslag van 120 ton koolstof per hectare voor volwassen moeras (Temmink, 2022). CO2 opname door het landschapsplan Het landschapsplan voor het hoogspanningsstation is feitelijk een omzetting van akkerland naar natuurlijk grasland (conform LULUCF). De in dat grasland te planten bomen kunnen afzonderlijk worden geteld. Hun individuele bijdrage aan de biomassa aangroei, ofwel CO2 opname, is afhankelijk van de boomsoort en diens groeisnelheid. De struiken hebben een verwaarloosbaar aandeel. Hun opslag is in theorie hoger dan grasland en lager dan bomen, maar het is niet realistisch om hier uit te gaan van het laten groeien van minimaal 50 jaar.
Er wordt immers beheer gevoerd, waarbij delen van de struiken periodiek verwijderd worden. De struiken in het landschapsplan worden daarom bij het oppervlak grasland gerekend. De stroken die gereserveerd zijn voor de kabels & leidingen (2,98 ha) worden weliswaar met gras begroeid, maar aangezien deze zones regelmatig gedeeltelijk weer open gegraven zullen worden, kunnen zij niet worden meegerekend; aan de 50 jaar periode wordt hier immers zeker niet voldaan. De oppervlakte bloemrijk grasland binnen de hekken van het station (buiten de gebouwen en transformatoren) zal in de komende 20 jaar afnemen als gevolg van het in gebruik nemen van de reserveringen. Deels groeit dit ook in grasbetontegels. Daarom wordt deze oppervlakte, (die totaal 2,98 ha) bedraagt niet meegeteld. Het landschapsplan (zie figuur 1) omvat 3,5 ha groen (gras en struiken -al dan niet op taluden niet zijnde reserveringszone kabels & leidingen) onder verantwoordelijkheid van TenneT en Stedin. Aan de noordzijde is daarnaast ook een waterbergingslocatie gepland, met moerassige tot droge schiereilandjes, dat 0,38 ha is. In het Schetsontwerp zijn 166 bomen opgenomen. NB: De door de gemeente te ontwikkelen onderdelen (Slibdepot en groenstructuur Straalweg) zijn buiten beschouwing gelaten, omdat de compensatie van CO2 een verzoek van de raad aan de initiatiefnemers van het hoogspanningsstation is.
CO2 COMPENSATIE VOOR DE AANLEG VAN HOOGSPANNINGSSTATION ZIERIKZEE EN DE BIJDRAGE DAARAAN DOOR HET LANDSCHAPSPLAN
3
Figuur 1
Landschapsplan met deelgebieden, in geel de verantwoordelijkheid van TenneT en Stedin, in rood van de gemeente.
De CO2 vastlegging op een akker, zoals in de huidige situatie ter plaatse van het hoogspanningsstation, is 5 ton koolstof/ha. Na realisatie van het landschapsplan wordt de situatie ten aanzien van CO2 opslag gunstiger. Er ontstaat dan een gevarieerde wortelstructuur van het kruidenrijk grasland, die ook na een maaibeurt blijft bestaan. De hoeveelheid koolstof per ha grasland is 6,4 ton/ha, wat dus 1,4 ton/ha meer is. Wanneer we dit omzetten naar koolstofdioxide (CO2) moet het maal 3,57 gedaan worden (CO2 equivalent). Omzetting van akkerland naar natuurlijk grasland levert een toename aan CO2 opslag van 5 ton/ha op (zie tabel 1). De aan te planten bomen gaan ook groeien, zowel boven de grond als ondergronds met hun wortels. Dit zorgt voor vastlegging van CO2 in de biomassa. Een 40 jaar oude eik, die een langzame groeier is, heeft 196 kg CO2 vastgelegd. Een 40 jaar oude es, die wat sneller groeit dan een eik, heeft 1044 kg CO2 vastgelegd. Een 40 jaar oude populier, die erg snel groeit, heeft 3233 kg CO2 vastgelegd (Zie tabel 2). Dit kengetal mag alleen gebruikt worden als er een waarborg is dat de boom een levensduur van 40 jaar heeft. NB: doordat het een exponentiele groei betreft is het niet mogelijk om de biomassa gedeeld door 40 te doen en zo een jaar-CO2 opname te berekenen.
De boomsoorten in het landschapsplan liggen nog niet precies vast, maar er is al wel een lijst van toe te passen soorten. Bekend is dat de uitdagende groeiomstandigheden ter plaatse ervoor zullen zorgen dat bomen langzamer groeien dan voor de soort gemiddeld wordt aangenomen. We gaan daarom per boom van 40 jaar uit van een maximale CO2
CO2 COMPENSATIE VOOR DE AANLEG VAN HOOGSPANNINGSSTATION ZIERIKZEE EN DE BIJDRAGE DAARAAN DOOR HET LANDSCHAPSPLAN
4
vastlegging van 1,0 ton CO2. Dit zal altijd bij benadering zijn, maar geeft de best mogelijke indicatie met de huidige stand van kennis. Tabel 1
Toename van CO2 opname door gewijzigd grondgebruik, van akkerland naar kruidenrijk grasland, aanplant bomen en aanleg moeras over 40 jaar. Oppervlakte
Landschappelijke dijklichamen
in
Toename
CO2
Aantal
(bij.
landschapsplan
opname
(ton/ha
(in ha)
of ton/boom)
40 jaar
3,5
5
17,5
benadering)
Totaal toename (in ton CO2 ) opname in
en
kruidenrijke groenstroken Bomen Moeras Totaal
1,0 per boom 0,38
120
166
166,0 45,6 229,1
In tabel 1 zijn de gevonden kentallen toegepast op het landschapsontwerp en de daarin ontworpen oppervlakten en aantallen. Zo ontstaat er een benadering van de totale toename in opname capaciteit voor CO2, 40 jaar na aanleg van het landschapsplan, van 229,1 ton CO2. Dit geldt alleen indien er een waarborg is dat alles in stand gehouden wordt, dat de waterstand hoog genoeg blijft, zodat het moeras niet verdroogt en het grasland en de bomen ook kunnen groeien. Kentallen voor de uiteindelijke berekening Er is vanuit gegaan dat er alleen in de realisatiefase uitstoot van CO2 plaatsvindt; in de gebruiksfase is dit niet het geval. Wanneer de uitstoot van de bouw bekend is, kan worden berekend of het landschapsplan dit voldoende compenseert. De ANWB gaat uit van de uitstoot van 2,2 kg CO2 per liter benzine en 2,6 kg uitstoot van CO2 per liter diesel. Wanneer het materieel en bijbehorend aantal draaiuren bekend zijn (bijvoorbeeld in het kader van de Aerius berekening of wanneer de aannemer zijn plannen voor uitvoering klaar heeft) is het mogelijk om te controleren in hoeverre het landschapsplan deze uitstoot kan compenseren. Aanvullende aanbevelingen Indien het landschapsplan de uitstoot tijdens de bouw niet volledig blijkt te compenseren, is het mogelijk om aanvullend CO2 te compenseren middels een fonds; dit is de gebruikelijke werkwijze van TenneT.
Hierbij wordt uitgegaan van een prijs van €150 per ton CO2. De middelen uit dit fonds kunnen worden ingezet voor lokale gemeenschapsprojecten, zoals het planten van bomen of stimulering van sociale aspecten van duurzaamheid.
CO2 COMPENSATIE VOOR DE AANLEG VAN HOOGSPANNINGSSTATION ZIERIKZEE EN DE BIJDRAGE DAARAAN DOOR HET LANDSCHAPSPLAN
5
Zierikzee ligt heel dicht bij de Oosterschelde, waar de afslag van kwelders een groot probleem is. Aangroei van kwelders helpt CO2 vastlegging. Natuurbeherende organisaties, zoals in dit geval Natuurmonumenten, doen hun best voor het herstel van kwelders. Dit gebeurt door het aanbrengen van rijshouten dammen. Mocht het landschapsplan niet toereikend zijn ter compensatie van de CO2 uitstoot van de bouw van het hoogspanningsstation, strekt het tot aanbeveling om bij te dragen aan een dergelijk initiatief. Dit ligt erg dichtbij en is bewezen effectief.
Conclusie Het initiatief hoogspanningsstation Zierikzee met bijbehorende landschappelijke inpassing, en uitgaande van een waarborg tot langdurige instandhouding van het groen en moeras, levert een toename van de CO2-opname ten opzichte van het huidige akkerland van 229,1 ton. NB: Dit getal is een benadering vanwege alle onzekerheden; indien meer zekerheid nodig is moet dit te zijner tijd blijken uit monitoring. Hoewel het voorkómen van CO2 uitstoot bij de aanleg sterk wordt aanbevolen, kan deze toename worden gezien als (gedeeltelijke) compensatie voor eventuele uitstoot door bouwactiviteiten. De mate waarin uitstoot tijdens de bouw en deze compensatie tegen elkaar kunnen worden weggestreept, kan worden bepaald wanneer de aanleg- en uitvoeringswijze bekend zijn. Indien de verwachte compensatie door het landschapsplan niet toereikend blijkt, zijn er in de nabijheid van Zierikzee bewezen effectieve maatregelen te nemen voor adequate vastlegging van CO2 door stimuleren van kwelder-aangroei.
CO2 COMPENSATIE VOOR DE AANLEG VAN HOOGSPANNINGSSTATION ZIERIKZEE EN DE BIJDRAGE DAARAAN DOOR HET LANDSCHAPSPLAN
6
Literatuur Greenhouse gas reporting of the LULUCF sector in the Netherlands, WUR 2022, E.J.E.M. Arets et al. CO2-compensatie van gerooide bomen. H. van der Jagt, voor waterschap Scheldestromen, 2020. Recovering wetland biogeomorphic feedbacks to restore the world’s biotic carbon hotspots. R.J.M. Temmink, 2022 Landschapsplan Hoogspanningsstation Zierikzee, Schetsontwerp landschappelijke inpassing. 3 november 2023. Visser, M.M., Beukema, E. i.ov. TenneT en Stedin.
Voor vragen over deze notitie kunt u contact opnemen met Mascha Visser. Akkoord voor uitgave:
Teamleider Bureau Waardenburg ir. A.A. van Helsdingen
Waardenburg Ecology is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Waardenburg Ecology; opdrachtgever vrijwaart Waardenburg Ecology voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. © Waardenburg Ecology / TenneT en Stedin Dit rapport is vervaardigd op verzoek van opdrachtgever en is zijn eigendom. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, digitale kopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven en Waardenburg Ecology, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Waardenburg Ecology is een handelsnaam van Bureau Waardenburg BV. Lid van de branchevereniging Netwerk Groene Bureaus. Het kwaliteitsmanagementsysteem is gecertificeerd door EIK Certificering overeenkomstig ISO 9001:2015. Waardenburg Ecology hanteert als algemene voorwaarden de DNR 2011, tenzij schriftelijk anders wordt overeengekomen.
Waardenburg Ecology Varkensmarkt 9, 4101 CK Culemborg, 0345 512710 info@waardenburg.eco, www.waardenburg.eco
CO2 COMPENSATIE VOOR DE AANLEG VAN HOOGSPANNINGSSTATION ZIERIKZEE EN DE BIJDRAGE DAARAAN DOOR HET LANDSCHAPSPLAN
7