1058255 Bijlage 5 Ruimtelijke onderbouwing Korte Ooststraat jan 24
Tekst van het document
In de directe omgeving van het besluitgebied bevinden zich geen andere inrichtingen die vallen onder de werkingssfeer van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en waarvoor een veiligheidszone is vastgesteld. Er bevinden zich geen buisleidingen waarvoor een extern veiligheidsrisico geldt in de directe omgeving van het projectgebied. Op een afstand van meer dan 800 meter ten noorden van het plangebied bevindt zich de Rijksweg N59. Deze weg is opgenomen in het Basisnet. Het vervoer van gevaarlijke stoffen over deze weg is Ruimtelijke onderbouwing – Korte Ooststraat ong. Oosterland
26
echter beperkt. Voor de weg is geen externe plaatsgebonden risicocontour PR 10-6 vastgesteld. Het groepsrisicoplafond GR bedraagt 73m. Voor de weg geldt geen plasbrandaandachtsgebied. De afstand van het plangebied tot de weg is voldoende groot. Het maatgevende scenario voor een calamiteit op een transportroute betreft een incident waarbij een toxische wolk vrijkomt. Voor de bebouwing is aan te raden om deze te voorzien van mechanische en centraal afsluitbare ventilatie zodat wordt voorkomen dat giftige stoffen in de woning worden gezogen. Een mechanisch ventilatiesysteem heeft dan een voorziening waarmee het systeem handmatig kan worden uitgeschakeld wanneer er in de omgeving toxische gassen aanwezig zouden zijn.
Figuur 8
Uitsnede Atlas leefomgeving (besluitlocatie gemarkeerd met blauwe aanwijzer)
De woning bevindt zich buiten het invloedsgebied van wegen en vaarwegen waarover frequent vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt die zijn opgenomen in het Basisnet. De afstand van het besluitgebied tot de omliggende transportroutes voor gevaarlijke stoffen is voldoende groot. Omgevingswet Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. De regels over omgevingsveiligheid zijn opgenomen in paragraaf 5.1.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Afhankelijk van de activiteit zijn veiligheidsafstanden tot omliggende kwetsbare locaties van toepassing. Het groepsrisico is vastgelegd in aandachtsgebieden. De aandachtsgebieden zijn weergegeven voor de risico’s voor band, explosie en gifwolk. Ook binnen het toetsingskader van de Omgevingswet bestaat voldoende afstand tot activiteiten met een extern veiligheidsrisico. Brandveiligheid De gemeente stemt bij ruimtelijke ontwikkelingen een aantal brandveiligheidsaspecten vroegtijdig af met de Veiligheidsregio. De brandveiligheidsaspecten betreffen met name de bereikbaarheid door de brandweer via de openbare weg, de brandweerzorgnorm, de primaire bluswatervoorziening op de openbare weg en de secundaire bluswatervoorziening.
De bereikbaarheid van het besluitgebied voor hulpvoertuigen en de bluswatervoorzieningen binnen het besluitgebied moeten voldoen aan de Handreiking bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019 (Brandweer Nederland 2020). De brandveiligheidsvereisten voor gebouwen zijn per 1 januari 2024 opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving. Ten aanzien van de beoogde woning kan worden volstaan met het standaard advies waarbij de mate van zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid wordt beschouwd. De bewoners van de woning kunnen als voldoende zelfredzaam worden beschouwd en kunnen bij een calamiteit zelfstandig de woning Ruimtelijke onderbouwing – Korte Ooststraat ong. Oosterland
27
verlaten om van de risicobron af te vluchten. De bebouwing zal voldoen aan alle actuele veiligheidsvoorschriften. Binnen de woning zullen voldoende vluchtroutes en blusmiddelen aanwezig zijn. Als gevolg van de ontwikkeling zal het aantal personen ter plaatse licht toenemen. De projectlocatie ligt op voldoende afstand van risicobronnen. Deze lichte toename van personen is relatie tot de personendichtheid in het gebied minimaal en is niet van invloed op de hoogte van het groepsrisico. Het projectgebied wordt in de uitgangssituatie ontsloten via een eigen inrit op de Korte Ooststraat. In geval van een calamiteit kunnen hulpdiensten de bebouwing benaderen via de Korte Ooststraat De Korte Ooststraat heeft een breedte van circa 5 meter. Hiermee is deze voldoende breed voor hulpvoertuigen. Het besluitgebied is in geval van een calamiteit voldoende bereikbaar voor hulpdiensten via de aanliggende wegen. Over de beschikbaarheid van voldoende bluswater en de bereikbaarheid van het besluitgebied wordt aanvullend advies van de veiligheidsregio gevraagd. Conclusie De afstand van het besluitgebied tot omliggende activiteiten met een veiligheidsrisico is voldoende groot. Over de bereikbaarheid en de beschikbaarheid van bluswater wordt aanvullend advies gevraagd aan de veiligheidsregio.
4.10 Vormvrije MER-beoordeling Het Besluit tot wijziging van het Besluit milieueffectrapportage en het Besluit omgevingsrecht (reparatie en modernisering milieueffectrapportage) (Staatsblad 102, jaargang 2011) zijn op 28 februari 2011 gepubliceerd. Deze reparatie van het Besluit milieueffectrapportage was nodig door het arrest van het van de EU van 15 oktober 2009 (Commissie tegen Nederland, zaak C-255/08). Het Besluit milieueffectrapportage kende een systeem van absolute drempelwaarden. Het systeem van absolute drempelwaarden bood in de praktijk vanwege de duidelijkheid grote voordelen. Gebleken is echter, dat het onmogelijk is om de drempelwaarden zo te formuleren dat rekening wordt gehouden met alle criteria van bijlage III van de richtlijn, zoals bijv. cumulatie, en daarbij te garanderen dat onder die drempelwaarde geen sprake kan zijn van aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu. Dit betekent dat de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst van het Besluit mer een indicatief karakter krijgen. Op grond van artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht dient het bevoegd gezag zijn keuze om géén mer-beoordeling te maken voor een activiteit die beneden de drempelwaarde valt, te motiveren in de overwegingen van het moeder-besluit. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd.
Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling bestaan geen vereisten voor de vorm, maar wel voor de inhoud. In geval de vormvrije m.e.r.-beoordeling als resultaat heeft dat belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen worden uitgesloten moet die conclusie door het bevoegd gezag worden opgenomen in de tekst van het uiteindelijke besluit in de moederprocedure.
Besluitgebied Het projectafwijkingsbesluit waar onderhavige ruimtelijke onderbouwing onderdeel van uitmaakt, maakt in afwijking van de geldende planologische regeling het bouwen van een woning mogelijk. In geval van stedelijke ontwikkelingen wordt getoetst aan activiteit D11.2: ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Deze activiteit is m.e.r.-beoordelingsplichtig in geval deze betrekking heeft op Ruimtelijke onderbouwing – Korte Ooststraat ong. Oosterland
28
een oppervlakte van 100 ha of meer of wanneer het een aaneengesloten gebied van 2000 woningen of meer betreft. De activiteit blijft qua omvang en oppervlakte ver onder de drempelwaarden. Er is derhalve geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject zoals bedoeld in het Besluit m.e.r. Alle relevante omgevingsaspecten ten gevolge van de geplande ontwikkeling zijn onderzocht in hoofdstuk 4. Uit deze beoordeling blijkt dat de beoogde situatie inpasbaar is in de omgeving. Conclusie De conclusie is dat geen milieueffectbeoordeling behoeft te worden opgesteld. De activiteit is kleinschalig van aard en inpasbaar in de omgeving. Gelet op de kenmerken van de activiteit en de mate van de kwetsbaarheid van het milieu waarin het besluitgebied is gelegen, is er geen milieueffectrapportage (MER) noodzakelijk.
4.11 Water Het besluitgebied bevindt zich binnen het beheergebied van het Waterschap Scheldestromen. Het Waterschapsbeheerprogramma 2022-2027 vertaalt de wet- en regelgeving naar concrete beleidsdoelstellingen voor het beheer van waterkeringen, het oppervlaktewatersysteem en de afvalwaterketen. In het waterbeheerprogramma wordt invulling gegeven aan de ambities uit de Visie Waterbeheer 2050. Met het programma wordt tevens invulling gegeven aan de doelstellingen vanuit de Europese Kaderrichtlijn water (KRW) wat betreft het bereiken van een Goed Ecologisch potentieel. Hoofddoelstellingen voor het duurzaam omgaan met water zijn: • Waarborgen van waterveiligheid; • Zorgen voor mooi en schoon water; • Beperken van de effecten van klimaatverandering/ klimaatadaptatie; • Bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving; • •
Verduurzaming van het watergebruik; Onderhoud van waterschapswegen.
In de ‘Startovereenkomst Waterbeleid 21e eeuw’ (d.d. 14 februari 2001) is door rijk, provincies, Waterschappen en gemeenten overeengekomen dat in alle nieuwe ruimtelijke plannen een zogenaamde watertoets opgenomen dient te worden. In de motivering van een ruimtelijk besluit dient op basis van artikel 3.6 lid 1 Bro aangegeven te worden op welke wijze rekening wordt gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. In artikel 3.1.1. van het Bro is vastgelegd dat hierbij tevens overleg dient plaats te vinden met de waterbeheerder. Water dient in een zo vroeg mogelijk moment in de planvorming te worden meegenomen. De gemeente is in principe verantwoordelijk voor de omgang met hemelwater in het stedelijke gebied, maar legt wel meer verantwoordelijkheid bij de perceeleigenaar. Pas wanneer men zich niet redelijkerwijs van het hemelwater kan ontdoen is de gemeente gehouden aan het treffen van maatregelen (Waterwet, art. 9a). De gemeente zal beoordelen wat zij in dit verband redelijkerwijs van de perceeleigenaar mag vragen. Daarbij moet rekening worden gehouden met de gewenste voorkeursvolgorde voor de omgang met hemelwater. In het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2022-2026 is vastgelegd hoe de gemeente uitvoering geeft aan de omgang met afvalwater, hemelwater en grondwater.
Afstromend schoon hemelwater wordt zoveel mogelijk vertraagd zodat het ter plaatse kan infiltreren in de bodem en daarmee in perioden van droogte een buffer vormt. Voor de afvoer van hemelwater geldt de trits: schoonhouden, scheiden en zuiveren (waterkwaliteit) en vasthouden, bergen en afvoeren (waterkwantiteit). Het waterschap toetst in het kader van het vooroverleg of het plan past binnen de waterdoelstellingen.
Ruimtelijke onderbouwing – Korte Ooststraat ong. Oosterland
29
Op basis van de Keur van het waterschap wordt bepaald of er voor bouwwerken of activiteiten een watervergunning noodzakelijk is. Ook wordt er binnen de Keur aangegeven voor welke ontwikkelingen er binnen een beschermingszone kan worden voldaan aan algemene regels waardoor er geen watervergunning aangevraagd hoeft te worden. De bijbehorende Legger geeft aan waar de keur van toepassing is. In de Legger zijn ook beschermingszones voor oppervlaktewateren opgenomen. Deze zones zijn bedoeld om ongewenste handelingen rondom een waterlichaam, zoals (bouw)activiteiten of de aanleg van beplanting, te kunnen weren. Besluitgebied Ten aanzien van de ontwikkeling van het besluitgebied kan de volgende afweging worden gemaakt. Veiligheid waterkeringen Ter hoogte van de beoogde woning bevindt zich volgens de Keur (20 juni 2019) en de bijbehorende legger waterkeringen geen beschermingszone van een waterkering. Ten noorden van het besluitgebied aan de Bosblokdreef ligt een kavelsloot die wordt beschermd op basis van de Keur met een secundair belang voor het watersysteem. De watergang heeft een beschermingszone van 7 meter ten aanzien van het oprichten van nieuwe bebouwing. De beschermingszone bevindt zich buiten het besluitgebied.
Voorkomen van overlast door oppervlaktewater In de omgeving van de besluitlocatie bevinden zich volgens de Legger oppervlaktewateren geen watergangen met een belang voor het watersysteem en een bijbehorende beschermingszone. De beoogde ontwikkeling leidt niet tot belemmeringen voor het watersysteem of voor (het onderhoud van) leggerwatergangen. Er verdwijnt geen open water door de bouw.
Ruimtelijke onderbouwing – Korte Ooststraat ong. Oosterland
30
Voorkomen van overlast door hemel- en afvalwater Binnen het besluitgebied is in de uitgangssituatie een loods aanwezig met een oppervlak van circa 115 m2 met erfverharding. In de beoogde situatie wordt een woning met een bebouwingsoppervlak van circa 75 m2 en een tuin gerealiseerd. Het areaal verhard oppervlak neemt in de beoogde situatie af. In de huidige situatie vloeit het hemelwater dat op de daken valt af via straatkolkjes. Het huishoudelijk afvalwater wordt in de nieuwe situatie gescheiden afgevoerd via een nieuwe aansluiting op de gemeentelijke riolering. Hergebruik van hemelwater ter plaatse is in beperkte mate mogelijk door middel van de opvang van hemelwater in regentonnen. Er is sprake van een hydrologisch positieve ontwikkeling. Grondwaterkwantiteit en verdroging Er is in de nieuwe situatie geen sprake van het onttrekken van grondwater. De omgang met overtollig regenwater verandert niet ten opzichte van de huidige situatie. Er is sprake van een hydrologisch positieve situatie door het verminderen van het areaal verhard oppervlak. Grondwaterkwaliteit Het nieuwe gebruik heeft geen effect op de grondwaterkwaliteit ter plaatse. Oppervlaktewaterkwaliteit De beoogde ontwikkeling heeft geen invloed op de oppervlaktewaterkwaliteit. Bij de bouw wordt zo veel mogelijk gebruik gemaakt van niet-uitlogende materialen.
Volksgezondheid De beoogde ontwikkeling heeft geen negatieve effecten op de volksgezondheid. Bodemdaling Als gevolg van de ontwikkeling vindt er geen wijziging plaats van het waterpeil. Het plan heeft geen bodemdaling tot gevolg. Natte natuur Binnen of direct aanliggend aan het besluitgebied bevindt zich geen natte natuur. Er zijn geen effecten op natte natuur als gevolg van de beoogde ontwikkeling. Onderhoud oppervlaktewater In de omgeving van de besluitlocatie bevinden zich geen oppervlaktewateren (leggerwatergangen) die worden beschermd op grond van de keur. Belangen waterbeheerder De beoogde ontwikkeling heeft een zeer beperkte verkeersaantrekkende werking en leidt niet tot een significante toename van verkeersbewegingen over waterschapswegen. Met de beoogde ontwikkeling zijn er geen effecten op de werking van omliggende objecten, terreinen of (vaar) wegen die voor het waterbeheer van belang zijn.
Conclusie Het oprichten van een woning heeft geen effecten op de waterhuishouding. De ontwikkeling heeft geen invloed op de omliggende watergangen of het watersysteem ter plaatse. Er is sprake van een hydrologisch positieve ontwikkeling. Het vuile water wordt in de nieuwe situatie afgevoerd via het gemeentelijke rioolstelsel. De beoogde ontwikkeling is inpasbaar binnen de waterdoelstellingen. De voor de ontwikkeling uitgevoerde watertoets wordt voor advies voorgelegd aan Waterschap Scheldestromen. Ruimtelijke onderbouwing – Korte Ooststraat ong. Oosterland
31
5.
UITVOERBAARHEID
5.1
Economische uitvoerbaarheid
Behalve de ruimtelijke en milieukundige uitvoerbaarheid, dient tevens de financieel-economische uitvoerbaarheid van een ruimtelijke ontwikkeling inzichtelijk te worden gemaakt. Wanneer een ruimtelijk besluit een bouwplan, zoals bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening, mogelijk maakt, is de gemeente op basis van de grondexploitatiewet verplicht om de kosten hiervan te verhalen op de aanvrager. Dit is vastgelegd in artikel 6.12 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening. De gemeente dient bij het nemen van een projectafwijkingsbesluit tevens een exploitatieplan vast te stellen. Van een bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 van het Bro is onder meer sprake indien sprake is van de bouw van één of meer woningen of de bouw van één of meer andere hoofdgebouwen. Tevens is een exploitatieplan noodzakelijk indien er specifieke locatie-eisen gesteld worden aan de uitvoering. In afwijking van het bepaalde in artikel 6.12 lid 1 Wro kan de gemeenteraad besluiten om de kosten anderszins te verzekeren. Met de beoogde ruimtelijke ontwikkeling is sprake van een bouwplan. Het project zal geheel door de initiatiefnemer gerealiseerd worden. Het verhaal van kosten zal door de gemeente hoofdzakelijk plaatsvinden in de vorm van leges. Voor het verhalen van eventuele kosten voor tegemoetkoming in planschade wordt een overeenkomst ter verhaal van eventuele kosten aangegaan.
Hiermee is het verhaal van de gemeentelijke kosten voldoende verzekerd. Het project is hiermee economisch uitvoerbaar. Voor de gemeente zijn er geen financiële consequenties aan verbonden. Op grond van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat de economische uitvoerbaarheid van het project voldoende is gegarandeerd en er kan worden afgezien van het opstellen van een exploitatieplan.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van de omgevingsvergunning op basis van artikel 2.12, lid 1, sub a onder 3˚ Wabo wordt de procedure zoals vastgelegd in afdeling 3.4 Awb gevolgd. De ontwerp beschikking met bijbehorende stukken wordt gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Aan de hand van de voorbereiding van de vergunning wordt het wettelijk overleg ex artikel 3.1.1 Bro gevoerd. Reacties van de wettelijke overlegpartners (Waterschap Scheldestromen, Veiligheidsregio) worden weergegeven in paragraaf 5.3. Het college is bij de voorbereiding van het besluit op de omgevingsvergunningaanvraag niets gebleken van planologische of maatschappelijke belemmeringen. Er is geen reden om aan te nemen dat het herontwikkelen van een voormalige loods binnen de bebouwde kom naar een woning geen maatschappelijk draagvlak heeft.
5.3
Procedure
De ontwerpbeschikking zal gedurende 6 weken ter inzage worden gelegd met bijbehorende stukken. Voorafgaand hieraan wordt hiervan mededeling gedaan in het plaatselijke blad en op de gemeentelijke website. Gedurende de termijn van de terinzagelegging kan eenieder een zienswijze indienen. De resultaten van de terinzagelegging zullen beoordeeld worden en aanvullend in de ruimtelijke onderbouwing worden opgenomen.
Ruimtelijke onderbouwing – Korte Ooststraat ong. Oosterland
32
BIJLAGEN 1. Ontwerp woning d.d. augustus 2023
Ruimtelijke onderbouwing – Korte Ooststraat ong. Oosterland
33