CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

1024663 Bijlage 1 Toelichting en Regels

Gemeenteraad 30 mei 2024, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Vaststelling bestemmingsplan Gouwepoort 3 Zierikzee (1024663)11.049 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.2 Veldbezoek Verkenning Het plangebied Gouwepoort 3 te Zierikzee en omgeving werd bezocht op 16 juni 2023. Hierbij werd vooral gelet op de mogelijke aanwezigheid van beschermde planten en dieren, de aanwezige habitats en mogelijke knelpunten t.a.v. de werkzaamheden in relatie tot de aanwezige natuurwaarden.

10

Invasieve exoten Er is speciaal gelet op de aanwezigheid van invasieve soorten, zoals alsemambrosia, azijnboom, Japanse duizendknoop en reuzenberenklauw. Dit is onder andere van belang bij graafwerkzaamheden en bij verplaatsing van grond met ongewenste plantendelen.

4.3 Literatuur- en archiefonderzoek Gegevens over in het projectgebied aanwezige flora en fauna aanwezig in de NDFF (Nationale Database Flora en Fauna) werden geraadpleegd. Daarnaast is gebruik gemaakt van diverse publicaties en eigen veldkennis.

De berm en de bermsloot van de N57 (ten oosten van de bouwkavel) maken deel uit van Natuurnetwerk Nederland.

11

5. Quickscan beschermde natuur: Natura 2000-gebied Oosterschelde 5.1 Algemeen Het Natura 2000-gebied Oosterschelde (36.976 ha) is een onderdeel van het voormalige estuarium van de Schelde. In 1986 is de Oosterschelde van de zee afgesloten door een stormvloedkering, die de getijdenwerking nog in enige mate toelaat. Als gevolg van de getijdenstromen vinden erosie- en sedimentatieprocessen plaats die resulteren in een wisselend patroon van schorren, slikken en droogvallende platen (het intergetijdengebied), ondiep water en diepe getijdengeulen. In de monding van de Oosterschelde bevinden zich de diepste stroomgeulen die plaatselijk een diepte bereiken van 45 meter. Tussen deze stroomgeulen en in het gebied ten oosten van de Zeelandbrug bevinden zich uitgestrekte gebieden met ondiepe wateren met zandbanken. In het oosten en noorden van het gebied komen grote oppervlakten slikken voor. Binnendijks worden langs de oever een groot aantal karrenvelden, inlagen en kreekrestanten tot het gebied gerekend. Het water, het intergetijdengebied en de binnendijks gelegen gebieden vormen tezamen het leefmilieu voor de rijke flora en fauna van het gebied.

In lichtgroen de begrenzing van Natura 2000-gebied Oosterschelde in de omgeving van het plangebied Gouwepoort 3 te Zierikzee (rode ovaal) (bron: https://kaarten.zeeland.nl/map/natura2000).

12

5.2 Natura 2000-instandhoudingsdoelstellingen In onderstaande tabellen zijn de instandhoudingsdoelstellingen voor alle habitattypen en soorten weergegeven, die in het aanwijzingsbesluit van de Oosterschelde zijn aangewezen (zogenaamde kwalificerende soorten en habitats). Instandhoudingsdoelstellingen voor het Natura 2000-gebied Oosterschelde, gebaseerd op het definitief aanwijzingsbesluit PDN 2009-119. *Aantal paren broedvogels betreft een regiodoel voor het gehele Deltagebied. Draagkracht aantal vogels betreft het gemiddelde aantal tijdens twaalf maandelijkse tellingen.

13

14

5.3 Effecten op kwalificerende habitats Het plangebied Gouwepoort 3 valt buiten de begrenzing van Natura 2000-gebied Oosterschelde, waarvan de dichtstbij het plangebied gelegen delen op ongeveer 1 km afstand liggen: Schor de Val en de aangrenzende slikken. Deze zijn van het plangebied gescheiden door een drukke verkeersweg (N59), een binnendijk en een zeedijk. Andere delen van Natura 2000-gebied Oosterschelde zijn onder andere de inlagen en karrenvelden ten westen en zuidwesten van Zierikzee (onder andere Levensstrijd, Cauwers Inlaag en Suzanna’s Inlaag. Deze gebieden zijn van het plangebied gescheiden door de bebouwing van Zierikzee. Bouw en gebruik van het nieuwe gebouw zullen geen effect hebben (direct of door ‘externe werking’) op kwalificerende habitats van het nabijgelegen Natura 2000-gebied Oosterschelde. Er is geen sprake van oppervlakteverlies, noch van verslechtering van de habitatkwaliteit. Conclusie kwalificerende habitats De bouw, de aanwezigheid en het gebruik van een uitbreiding van een bedrijfsgebouw aan de Gouwepoort 3 te Zierikzee zullen geen significant negatief effect hebben op kwalificerende habitats van Natura 2000-gebied Oosterschelde. Het aanvragen van een vergunning is niet nodig.

5.4 Effecten op kwalificerende soorten Noordse woelmuis Van deze kwalificerende soort ontbreekt geschikte habitat in het plangebied (zie ook hoofdstuk 6, soortenbescherming). Gewone zeehond In de Oosterschelde komen de (wettelijk beschermde) gewone zeehond en de grijze zeehond voor. Natura 2000-gebied Oosterschelde is alleen aangewezen voor de Gewone zeehond, waarvoor als instandhoudingsdoelstellingen geldt: behoud van oppervlakte habitat, verbetering van de kwaliteit van de habitat en groei van de populatie (zonder specificatie van de aantallen). De huidige aantallen van de gewone zeehond in de Oosterschelde liggen ruim hoger dan tijdens de aanwijzing van de Oosterschelde als Natura 2000-gebied. Er wordt dus ruimschoots voldaan aan deze instandhoudingsdoelstelling voor de gewone zeehond. Het aantal grijze zeehonden in de Oosterschelde is gering: de laatste jaren maximaal 5-10 exemplaren per seizoen (Hoekstein et al. 2023).

15

Trend van het seizoensmaximum van de gewone zeehond in het Deltagebied in de seizoenen 1993/94-2021/22 (Hoekstein et al. 2023).

Er zijn geen ligplaatsen of voortplantingsplaatsen van gewone zeehonden in de Oosterschelde in de ruime omgeving van het plangebied.

Ligplaatsen van volwassen gewone zeehonden, gebaseerd op alle tellingen in 2021/22 (Hoekstein et al. 2023).

16

Ligplaatsen van jonge gewone zeehonden (voortplantingsplaatsen), gebaseerd op alle tellingen in 2021/22 (Hoekstein et al. 2023).

Conclusie gewone zeehond Significant negatieve effecten van de bouw, de aanwezigheid en het gebruik van een uitbreiding van een bedrijfsgebouw aan de Gouwepoort 3 te Zierikzee op de populatie en habitats van de gewone zeehond in de Oosterschelde kunnen redelijkerwijs worden uitgesloten. Het aanvragen van een vergunning is niet nodig.

Broedvogels De dichtstbijzijnde broedplaatsen van voor de Oosterschelde kwalificerende broedvogels (kluut, plevieren en sterns) liggen in de inlagen en karrenvelden langs de zuidkust van Schouwen-Duiveland, op minimaal 1 km van het plangebied. Zie onder andere de kaartjes in de Avifauna Zeelandica (Meininger 2022, Arts & Meininger 2022). Deze broedgebieden zijn van het plangebied gescheiden door de bebouwing van Zierikzee, akkers, zee- en/of binnendijken en wegen. Conclusie broedvogels Significant negatieve effecten van de bouw, de aanwezigheid en het gebruik van een uitbreiding van een bedrijfsgebouw aan de Gouwepoort 3 te Zierikzee op broedplaatsen van kwalificerende broedvogelsoorten in en om de Oosterschelde kunnen redelijkerwijs worden uitgesloten. Het aanvragen van een vergunning is niet nodig.

Foeragerende vogels De meeste vogels met een instandhoudingsdoelstelling foerageren op de slikken en platen in de Oosterschelde, buitendijks op meer dan 1 km van het plangebied. Rotganzen foerageren ook wel binnendijks, onder andere in de Gouweveerpolder. Deze is van het plangebied gescheiden door een drukke verkeersweg (N59) en een binnendijk. Conclusie foeragerende vogels Significant negatieve effecten van de bouw, de aanwezigheid en het gebruik van een uitbreiding van een bedrijfsgebouw aan de Gouwepoort 3 te Zierikzee op foerageergebieden van (kwalificerende) watervogels in en om de Oosterschelde kunnen redelijkerwijs worden uitgesloten. Het aanvragen van een vergunning is niet nodig. 17

Hoogwatervluchtplaatsen Er zijn geen hoogwatervluchtplaatsen (hvp’s) van kwalificerende watervogels in de directe omgeving van het plangebied. De twee kaartjes tonen de perioden (najaar en winter) wanneer de grootste aantallen vogels aanwezig zijn. De aantallen zijn gebaseerd op de periode 2010-2015, maar zijn in grote lijnen nog steeds actueel. De dichtstbijzijnde hvp’s liggen op ongeveer een kilometer afstand: buitendijks op Schor De Val en binnendijks in Gouweveerpolder, die van het plangebied gescheiden is door een drukke verkeersweg (N59) en een binnendijk. Conclusie hoogwatervluchtplaatsen Significant negatieve effecten van de bouw, de aanwezigheid en het gebruik van een uitbreiding van een bedrijfsgebouw aan de Gouwepoort 3 te Zierikzee op hoogwatervluchtplaatsen van kwalificerende vogelsoorten in en om de Oosterschelde kunnen redelijkerwijs worden uitgesloten. Het aanvragen van een vergunning is niet nodig.

Ligging van hoogwatervluchtplaatsen (hvp’s) in het najaar (september-november). De getallen betreffen het gemiddelde seizoensmaximum per hvp in de teljaren 2010-2015 (bron: hvp-tool Rijkswaterstaat maps.arcgis.com/apps/MapJournal/index.html?appid=be5a06b9e65d4054a4b7c825d68c72a7). Rode ovaal is plangebied.

18

Ligging van hoogwatervluchtplaatsen (hvp’s) in de winter (december-februari). De getallen betreffen het gemiddelde seizoensmaximum per hvp in de teljaren 2010-2015 (bron: hvp-tool Rijkswaterstaat maps.arcgis.com/apps/MapJournal/index.html?appid=be5a06b9e65d4054a4b7c825d68c72a7).

Vissen Voor Natura 2000-gebied Oosterschelde geldt alleen voor de fint een instandhoudingsdoelstelling (behoud van de huidige populatie). Effecten van de (geheel binnendijkse) werkzaamheden op de populatie en de habitat van de fint kan redelijkerwijs worden uitgesloten. Conclusie vissen Significant negatieve effecten van de bouw, de aanwezigheid en het gebruik van een uitbreiding van een bedrijfsgebouw aan de Gouwepoort 3 te Zierikzee op leefgebied, rust- of voortplantingslocaties van de fint kan redelijkerwijs worden uitgesloten. Het aanvragen van een vergunning is niet nodig.

19

6. Quickscan beschermde natuur: soortenbescherming 6.1 Beschermde muizen Noordse woelmuis (soort van de Habitatrichtlijn, tevens kwalificerende soort voor Natura 2000gebied Oosterschelde), veldspitsmuis en waterspitsmuis zijn landelijk beschermde soorten onder de Wet Natuurbescherming. Het voorkomen van de veldspitsmuis in Nederland is beperkt tot ZeeuwsVlaanderen en wordt hier daarom niet behandeld (Bekker et al. 2010). Noordse woelmuis De verspreiding van de noordse woelmuis in Zeeland is beperkt tot SchouwenDuiveland en de eilanden langs de Philipsdam. De Maire bij Oosterland, de Zuidhoekinlagen en de zuidkust van Schouwen-Duiveland zijn de belangrijkste Zeeuwse leefgebieden van de noordse woelmuis. Ook op de Kop van Schouwen komt de noordse woelmuis nog in redelijke aantallen voor (Jacobusse 2019). De inlagen van Noord-Beveland en enkele gebieden in het Veerse Meer en op ZuidBeveland herbergen mogelijk nog kwijnende populaties (Bekker et al. 2010). Voor Natura 2000gebied Oosterschelde gelden als instandhoudingsdoelen voor deze soort: behoud, uitbreiding of verbetering van de omvang en kwaliteit van het leefgebied en behoud of uitbreiding van de populatie. De habitat van de noordse woelmuis verschilt per regio waar hij voorkomt sterk. De noordse woelmuis is een soort die in veel verschillende biotopen kan leven.

Belangrijk is dat er het gehele jaar door voldoende voedsel en dekking aanwezig is. Er moet variatie in de vegetatie aanwezig zijn zoals diverse kruiden, overgangszones tussen land en water met riet, aanwezigheid van bepaalde soorten zeggen en in natte gebieden moeten drogere delen aanwezig zijn. Ze mijden door struiken en bomen gedomineerde begroeiingen. De noordse woelmuis is erg gevoelig voor concurrentie met andere woelmuizen. Met name de concurrentie met veldmuizen en aardmuizen is bekend. De noordse woelmuis wordt dan teruggedrongen tot natte vegetatietypen, die de twee andere soorten mijden (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland 2014a).

Verspreiding van de noordse woelmuis in Zeeland in de periode 1946-2019 (Jacobusse 2019).

20

Verspreiding van de noordse woelmuis in Zeeland in de periode 2016-2018 (Jacobusse 2019).

In Zeeland komt de noordse woelmuis vrijwel alleen voor in brakke milieus met riet- en kruidenrijke vegetaties. Op Schouwen-Duiveland is het voorkomen van de noordse woelmuis vrijwel beperkt tot vochtige en natte ruigten in de duinen van de Kop van Schouwen, en in de inlagen en karrenvelden langs de zuidkust (tussen Westenschouwen en Zierikzee) (o.a. Jacobusse 2019). Het plangebied bestaat uit droog, kruidenrijk grasland en vormt daarmee geen geschikte habitat voor de noordse woelmuis, wel voor zijn concurrent de veldmuis (er werden tijdens het veldbezoek diverse muizenholletjes gezien). De ingreep heeft daarom geen wezenlijk effect op de oppervlakte of de kwaliteit van het leefgebied van de noordse woelmuis. Conclusie noordse woelmuis Significant negatieve effecten van de werkzaamheden op de noordse woelmuis (individuen, oppervlakte of de kwaliteit van het leefgebied) zijn redelijkerwijs uit te sluiten. Er is geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van de soortenbescherming. Het aanvragen van een ontheffing is niet nodig.

Waterspitsmuis De waterspitsmuis komt in vrijwel alle delen van Zeeland voor, maar is nergens algemeen. De soort bewoont rietlanden, moerassen en andere natte gebieden met een uitgebreide oevervegetatie en – bij voorkeur ook – met drijvende vegetatie. De waterspitsmuis is niet bekend uit het plangebied en omgeving (Bekker et al. 2010, NDFF). Het voorkomen van waterspitsmuizen in het plangebied is vrijwel uitgesloten. Geschikte habitat ontbreekt er immers. Conclusie waterspitsmuis Significant negatieve effecten van de werkzaamheden op de waterspitsmuis zijn redelijkerwijs uit te sluiten. Er is geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van de soortenbescherming. Het aanvragen van een ontheffing is niet nodig.

21

6.2 Vleermuizen Soorten In het plangebied komen waarschijnlijk met enige regelmaat diverse soorten vleermuizen voor, met name tijdens het nachtelijke foerageren. Foerageergebieden en vliegroutes Er zijn geen bomen of bomenrijen op of rond de bouwkavel die een functie zouden kunnen vervullen als foerageerplaats en/of vliegroute voor vleermuizen. Er worden geen bomen gekapt of struweel verwijderd. Verlies van foerageergebied of vliegroutes van vleermuizen is daarmee redelijkerwijs uit te sluiten. Verblijfplaatsen Er worden geen bomen gekapt of gebouwen afgebroken. Het huidige gebouw van Your Surprise is ongeschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. Verlies van verblijfplaatsen, paarplaatsen of overwinteringsplaatsen van vleermuizen is daarmee uit te sluiten. Conclusie vleermuizen Een significant negatief effect op leefgebied, rust- of voortplantingslocaties van (wettelijk beschermde) vleermuizen kan worden uitgesloten. Er is geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van de soortenbescherming. Het aanvragen van een ontheffing is niet nodig.

6.3 In Zeeland niet vrijgestelde zoogdieren Er is een aantal soorten zoogdieren waarvoor een landelijke vrijstelling geldt van de verbodsbepalingen Wet natuurbescherming, maar waarvoor in Zeeland wel een ontheffing noodzakelijk is bij significante aantasting van het leefgebied, rust- of voorplantingslocaties. Dit zijn met name haas, konijn en kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn, steenmarter, wezel). Haas De haas is niet zeldzaam in het aangrenzende poldergebied en bezoekt waarschijnlijk af en toe het plangebied. Tijdens het veldbezoek op 16 juni werd een haas waargenomen op de begroeide ringdijk rond de bouwkavel. Geschikte voorplantingshabitat ontbreekt er echter. Indien wordt gewerkt conform het ecologisch werkprotocol (hoofdstuk 8), is het doden van eventueel aanwezige hazen uitgesloten. Conclusie haas Negatieve effecten van de werkzaamheden op het leefgebied de haas zijn op voorhand uit te sluiten. Er is geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van de soortenbescherming. Het aanvragen van een ontheffing is niet nodig. Konijn Er zijn geen recente waarnemingen bekend uit het plangebied en de directe omgeving ervan (binnen 1000 m). De dichtstbijzijnde locaties waar sinds 2000 konijnen zijn waargenomen liggen ten noordwesten van het Havenkanaal van Zierikzee en in het Krekengebied Ouwerkerk.

De aanwezige habitat op het perceel lijkt vrij ongeschikt voor konijnen. Tijdens het veldbezoek werd goed gelet op de aanwezigheid van holen, keutels en andere sporen van konijnen, maar deze zijn niet aangetroffen.

22

Conclusie konijn Negatieve effecten van de werkzaamheden op het konijn zijn redelijkerwijs op voorhand uit te sluiten. Er is geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van de soortenbescherming. Het aanvragen van een ontheffing is niet nodig. Kleine marterachtigen Uit de periode 1989-2008 zijn uit het plangebied en omgeving waarnemingen bekend van bunzing, hermelijn en wezel (Bekker et al. 2010). Hoewel geschikte habitat nog steeds aanwezig is, zijn uit de laatste 15 jaar van bunzing en wezel geen waarnemingen bekend uit het plangebied of omgeving. De enige waarneming van een marterachtige uit de ruime omgeving van het plangebied is die van een hermelijn in juli 2011: dertien jaar geleden (NDFF). Indien wordt gewerkt conform het ecologisch werkprotocol (hoofdstuk 8), is het doden van eventueel aanwezige kleine marterachtigen uitgesloten. Geschikte habitat wordt nauwelijks en slechts tijdelijk aangetast. Conclusie kleine marterachtigen Significant negatieve effecten van de werkzaamheden op kleine marterachtigen zijn redelijkerwijs op voorhand uit te sluiten, mits wordt gewerkt conform het ecologisch werkprotocol.

6.4 In Zeeland vrijgestelde zoogdieren Soorten zoals egel, mol, ree en vos vallen onder de provinciale vrijstelling van de verbodsbepalingen Wet natuurbescherming. Deze soorten komen voor in het plangebied of de directe omgeving. Uiteraard geldt voor deze soorten wel de zorgplicht, waaraan wordt voldaan mits wordt gewerkt conform het ecologisch werkprotocol (hoofdstuk 8).

6.5 Algemene conclusie t.a.v. zoogdieren Significant negatieve effecten op leefgebied, rust- of voortplantingslocaties van (al dan niet wettelijk beschermde) zoogdieren kunnen redelijkerwijs worden uitgesloten, mits wordt gewerkt conform het ecologisch werkprotocol (hoofdstuk 8). Conclusie zoogdieren Significant negatieve effecten van de werkzaamheden op zoogdieren zijn redelijkerwijs op voorhand uit te sluiten. Met inachtneming van het ecologisch werkprotocol is er geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van de soortenbescherming. Het aanvragen van een ontheffing is niet nodig.

6.6 Vogels Broedvogels In en nabij het plangebied komen geen jaarrond beschermde vogelnesten voor (zoals van roofvogels of uilen). Er worden geen gebouwen afgebroken, zodat er geen broedplaatsen van huismussen of gierzwaluwen verloren gaan. Op de bouwkavel werden tijdens het veldbezoek op 16 juni geen broedvogels aangetroffen. Het perceel was vrij recent gemaaid. In de wilgen in het moerasje aan de noordzijde van de bouwkavel zong een grasmus en op het huidige gebouw was een witte kwikstaart aanwezig, mogelijk een lokale broedvogel. 23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13945509/1