1023328 Bijlage 5 Camping Zonnedorp Renesse Bijlagen bij toelichting
Tekst van het document
bestemmingsplan
Camping Zonnedorp Renesse Schouwen-Duiveland
DATUM IMRO IDN
19-04-2024 NL.IMRO.1676.00378BphRE-ON01
PROJECT PROJECTLEIDER
ir. C.A. Louws
OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER
20171778.001
AUTEUR STATUS
ontwerp
Inhoudsopgave
Bijlagen bij toelichting
5
Bijlage 1
Inrichting Camping Zonnedorp 2021
7
Bijlage 2
Inrichting mitigatiegebied 2021
9
Bijlage 3
Oppervlakte Camping Zonnedorp 2021
11
Bijlage 4
Inrichtings- en beheersplan
13
Bijlage 5
Indeling 2012
33
Bijlage 6
Oppervlakte 2012
35
Bijlage 7
Indeling 2020
37
Bijlage 8
Oppervlakte 2020
39
Bijlage 9
Overzicht aantallen en oppervlakten
41
Bijlage 10
Landschappelijke waarde Bosperceel Rampweg
43
Bijlage 11
Verkennend bodemonderzoek 2018 Camping Zonnedorp
49
Bijlage 12
Verkennend bodemonderzoek 2019 Camping Zonnedorp
97
Bijlage 13
Onderzoek ontplofbare oorlogsresten
127
Bijlage 14
Watertoets
151
Bijlage 15
Rapport stikstofdepositie
157
Bijlage 16
Aerius realisatiefase
199
Bijlage 17
Aerius gebruiksfase
209
Bijlage 18
Quickscan flora en fauna 2021
219
Bijlage 19 Renesse
Rapport Aanvullend onderzoek compensatiegebied Korte Moermondseweg
Bijlage 20
Aanvullend onderzoek beschermde soorten 2021
295
Bijlage 21
Quickscan compensatiegebied Korte Moermondseweg Renesse
331
Bijlage 22
Ecologisch werkprotocol
377
Bijlage 23
Akoestisch onderzoek 2016
433
3/654
257
Bijlage 24
Addendum akoestisch onderzoek
531
Bijlage 25
Notitie akoestische onderzoeken 2021
561
Bijlage 26
Aanmeldingsnotitie Vormvrije m.e.r
623
Bijlage 27
Antwoordnota Zonnedorp
651
4/654
Bijlagen bij toelichting
5/654
6/654
Bijlage 1
7/654
Inrichting Camping Zonnedorp 2021
Bijlage 2
9/654
Inrichting mitigatiegebied 2021
Bijlage 3
11/654
Oppervlakte Camping Zonnedorp 2021
Bijlage 4
13/654
Inrichtings- en beheersplan
Vakantiepark Zonnedorp Ontwerpvoorstel miva-woningen
1
Ruimtelijke opzet In het kader van een grootschalige kwaliteitsimpuls van Vakantiepark Zonnedorp, is het gehele terrein herontwikkeld. Daarmee is op het park een strandachtige sfeer gecreëerd met duurzame recreatieverblijven. De standplaatsen voor stacaravans krijgen meer ruimte. Ook wordt de infrastructuur op het vakantiepark verbeterd en worden aan de noordzijde 31 kampeerhuisjes gerealiseerd. Het gehele vakantiepark wordt centraal bedrijfsmatig beheerd. Permanente bewoning van de miva-kampeerhuisjes wordt niet toegestaan. Vakantiepark Zonnedorp heeft het bosperceel aan de noordzijde van het vakantieparkterrein aangekocht, om op deze locatie zes miva-kampeerhuisjes te realiseren (zie Figuur 1: Weergave werkzaamheden vernieuwde aanleg Vakantiepark Zonnedorp, met rood omcirkeld).
Figuur 1: Weergave werkzaamheden vernieuwde aanleg Vakantiepark Zonnedorp (bron: VakantieparkZonnedorp, november 2017).
2
Miva-kampeerhuisjes De nieuwe miva-woningen worden gerealiseerd voor een specifieke doelgroep: mindervaliden. De woningen worden uitgevoerd als mindervaliden-kampeerhuisjes (vandaar de afkorting: miva-huisjes). Dit betreft een uitbreiding en aanvulling op de reeds aanwezige verblijfstypen op Vakantiepark Zonnedorp. In afwijking van het gemeentelijk beleid, waar voor standaardkampeerhuisjes een maximum oppervlakte van 75 m2 is toegestaan, wordt voor de oppervlakte van de beoogde kampeerhuisjes een uitzondering gemaakt. Deze afwijking geldt expliciet voor onderhavige plansituatie en de specifieke doelgroep van mindervaliden. De miva-kampeerhuisjes hebben een groter grondoppervlakte dan standaard kampeerhuisjes, van maximaal 100 m2, inclusief (aangebouwde/inpandige) berging. Het volledige gebruiksprogramma voor mindervaliden is op de begane grond: toilet, badkamer en slaapkamer. Het toilet en de badkamer zijn ruimer dan in standaardvakantiehuisjes. Ook de slaapkamer heeft een ruimere omvang, zodat het bed rondom met een rolstoel bereikbaar is. Daarnaast hebben de miva-kampeerhuisjes onder andere brede deuren en zijn de drempelloos. Op de bovenverdieping zijn een slaapkamer en badkamer voor begeleiders of familieleden.
De zes nieuwe miva-kampeerhuisjes die binnen het plangebied worden gerealiseerd, sluiten aan bij de bouwstijlvan de bestaande kampeerhuisjes op Vakantiepark Zonnedorp. De eenheden worden gerealiseerd als stijlvolle karakteristieke Zeeuwse bebouwing. De bebouwing bestaat uit één laag met een hoge kap, waarbij de wanden zwarte (gepotdekselde) damwandprofielen krijgen en een oranje dakbedekking (zie Figuur 2: Gevels en plattegrond miva-kampeerhuisjes en Figuur 3: Ontwerp en positie zes miva-kampeerhuisjes). Bij de bouw wordt bovendien rekening gehouden met de aspecten: duurzaam bouwen, klimaatbestendigheid, licht en duisternis en circulair bouwen. De miva-kampeerhuisjes zijn en blijven onderdeel van Vakantiepark Zonnedorp. De mivakampeerhuisjes richten zich op de verhuur en gebruik voor mindervaliden. Van uitponden is geen sprake. Het centrale beheer, onderhoud, verhuur en eigendom behoort tot het vakantiepark. Dit is als zodanig geborgd in de regels van dit bestemmingsplan.
Figuur 2: Gevels en plattegrond miva-kampeerhuisjes.
3
Ontwerp Naar aanleiding van de opmerkingen van de gemeente en de provincie, is het ontwerp op een aantal punten aangepast. De aanpassingen bestaan uit: het handhaven van een tien meter brede groenstrook aan de noord- en westzijde. De plaats van de woningen is hierop aangepast. Anders dan de huidige 31 woningen, is het uitgangspunt hier ‘boswoningen’.
Figuur 3: Ontwerp en positie zes miva-kampeerhuisjes.
4
Herkenbaar op de tekening zijn de volgende onderdelen: 1. Randbeplanting langs de Rampweg. Dit valt buiten het werkgebied. 2. Groenstrook van tien meter op eigen terrein aan de noordzijde. 3. Groenstrook van tien meter op eigen terrein aan de westzijde. 4. Aanwezige sloot. Deze blijft gehandhaafd in de nieuwe opzet. 5. Akoestische lijn: de rode lijn waar de gebouwen binnen moeten vallen.
Figuur 4: Terreindoorsnede.
Figuur 5: Luchtfoto van het perceel.
5
Figuur 6: Bouwrijp maken van het perceel.
6
Voorbereidingen Om het terrein geschikt te maken voor de bouwactiviteiten zijn de volgende voorbereidingen nodig: • Rooien van de beplanting met wortel en tak op het terrein (zie figuur 6, weergegeven in rood). Gezien de dichtheid van de bebouwing en de aanleg van wegen en paden, is het onmogelijk om hier bomen te handhaven. De beplanting in de toekomstige singel wordt zoveel mogelijk behouden en geborgd voor de toekomst. • Snoeien en afzetten van beplanting die een gevaar vormt voor de toekomst. Na het rooien van de beplanting buiten deze strook, wordt in deze strook beplanting – die een gevaar vormen voor de toekomst – gesnoeid of afgezet. • Aanvullen met streekeigen plantsoorten. Vervolgens wordt de strook aangevuld met streekeigen plantsoorten, zodanig dat er in de toekomst een gesloten struweel ontstaat. • Hekwerk om schade en inbreuk te voorkomen. De rand aan de bouwzijde wordt afgezet met een hekwerk tijdens de bouwperiode, om schade en inbreuk in de plantstrook zoveel mogelijk te voorkomen. Aan het eind van de bouwperiode wordt de randbeplanting nogmaals beoordeeld voor een erkende en vakkundige expert (E.T.W.) en waar nodig hersteld en aangevuld.
7
Figuur 7: Indeling van het perceel.
8
Oppervlakte- / terreinindeling Het perceel van 3850 m2 is verdeeld in de volgende onderdelen: A. Randbeplanting van tien meter breed 1175 m2 B. Woningen 600 m2 C. Beplanting op terrein 280 m2 D. Verharding wegen en parkeren 390 m2 E. Verharding rondom woning 300 m2 F. Overig terrein 1105 m2
Toelichting aan de hand van boven staande opsomming A. Randbeplanting De randbeplanting is tien meter breed. De bestaande beplanting wordt in deze strook zoveel mogelijk behouden, waar nodig gesnoeid of afgezet. De rand wordt tijdens de bouwperiode afgezet met een hekwerk ter bescherming beplanting. Op de open plaatsen wordt de beplanting aangevuld met streekeigen soorten, zodanig dat er minimaal vier planten per 9 m2 staan. Zie Plantlijst voor het assortiment. B. Woningen De woningen op het terrein zijn zodanig gepositioneerd, dat ze binnen de gestelde akoestisch grens staan. In dit schrijven wordt er op de woningen niet verder ingegaan, zie ook miva-kampeerhuisjes. C. Beplanting op het terrein Op verschillende plaatsen tussen de woningen zijn groenstroken voor het verkrijgen van enige privacy. Het uitgangspunt is om deze als los groeiende groepen aan te planten, niet als strakke haag. Dit om het boskarakter van het terrein te versterken. De beplanting bestaat uit inheemse soorten en worden in twee of drie rijen aangeplant. Afhankelijk van de aanwezige ruimte. Zie Plantlijst voor het assortiment. D. Wegen en parkeren. De toegangsweg op het perceel heeft een breedte van 4.00 meter en bestaat uit een klinkerverharding. Dit in verband met de doelgroep, want er moet rekening gehouden worden met mensen slecht ter been zijn.
De parkeerplaatsen zijn hier ook op aangepast en hebben een breedte van minimaal 3.50 meter. De rijbaan sluit aan op de bestaande verharding binnen de grenzen van Vakantiepark Zonnedorp. De afwatering van de verharding vindt plaats op het terrein, om verdroging van het terrein tegen te gaan. De uitwerking van dit systeem wordt in een vervolgstap verder uitgewerkt. E. Verharding rondom woning. Rondom de woning komt een strook van ca 1.00 meter halfverharding. Dit om het onderhoud aan en rondom de woning zo goed mogelijk uit te kunnen voeren. Deze strook kan ook dienen voor infiltratie van het regenwater vanaf het dak van de woning. Vanaf de parkeerplaats tot aan de woning komt een verhard pad voor een goede toegankelijkheid van de woning. Dit pad is ca 1.20 meter breed.
9
F. Overige terrein De rest van het terrein wordt ingezaaid met een bloemenmengsel dat geschikt is voor een schaduwrijke omgeving. Op dit deel worden ook ca 50 bomen geplant om het boskarakter te versterken. Zie Plantlijst voor het assortiment.
Plantlijst.
10
Zuidzijde vakantiepark Natuuruitbreiding Met de beoogde uitbreiding aan de noordzijde van Vakantiepark Zonnedorp verdwijnt een bosperceel en neemt de bebouwing toe. Op basis van het provinciaal beleid is voor deze ontwikkeling compensatie noodzakelijk. Ter compensatie van het bosperceel, ter compensatie van de legalisatie van het parkeerterrein en ter compensatie van de landschappelijke inpassing rondom de voormalige fruitboomgaard, wordt ten zuiden van het vakantiepark, aan de overkant van de weg bij het parkeerterrein, de aanwezige natuur uitgebreid. De realisatie en instandhouding van de uitbreiding van de natuur wordt als voorwaardelijke verplichting geborgd in de regels van dit bestemmingsplan. Zoals weergeven in Figuur 8: Locatie met omgeving blijft het bestaande bos ten zuiden van de Korte Moermondsweg behouden en wordt het versterkt. Het naastgelegen weiland wordt getransformeerd voor natuurontwikkeling in de vorm van grasland dat glooiend wordt aangelegd. Dit om water in het gebied langer vast te houden. Dat bevorderd een specifieke flora. Struiken en bomen worden zo geplaatst, dat er aansluiting is met het achtergelegen terrein van Slot Moermond. Door het gebied wordt een ruiterpad aangelegd, dat aansluit op bestaande ruiterpaden in de omgeving.
De natuurlijke aanleg van het gebied komt overeen met de omgeving en versterkt de ruimtelijke kwaliteit van het vakantiepark en de omgeving. De aan te brengen beplanting bestaat uit inheemse soorten. Vanwege de openbare toegankelijkheid van de locatie is recreatief medegebruik hier mogelijk. Het terrein sluit daarbij aan op zijn omgeving.
Figuur 8: Locatie met omgeving.
11
Figuur 9: Indeling percelen, huidige situatie met huidige gebruik.
12
Huidige situatie De percelen zijn op dit moment in gebruik bij Vakantiepark Zonnedorp. In de huidige situatie onderscheiden de percelen zich in verschillende onderdelen. Namelijk: • Parkeren • Uitlaatgebied voor honden • Bos • Grasland • Sport en spel Parkeren Binnen de huidige situatie is er ruimte voor het parkeren van 61 auto’s. Deze situatie ontstond voor aankoop door de huidige eigenaar. Hierdoor is het niet bekend sinds wanneer deze parkeergelegenheid precies in gebruik is. Op dit moment bestaat het parkeerterrein uit een halfverharding van gebroken puin met schelpen. Het is goed toegankelijk. Het functioneert op dit moment goed. Het parkeerterrein heeft een oppervlakte van ongeveer 1580 m2. Uitlaatgebied voor honden Een klein deel naast het parkeerterrein is ingericht als uitlaatplaats voor honden. Dit is toegankelijk voor gasten van Vakantiepark Zonnedorp. Het gebied is omsloten met een sloot en bereikbaar via een dam. De uitlaatplaats heeft een oppervlakte van ca 300 m2. Bos Op een deel van het terrein ontstond in de loop der jaren een bos. Het ontstaan van dit bos is niet geheel duidelijk. Het is aannemelijk dat een dit deel een kwekerij was, dat nooit gerooid is. Dat vermoeden is ontstaan door het assortiment aan bomen dat aanwezig is.
De samenstelling van de aanwezige bomen bestaat aan de noordzijde vooral uit beuken en berken met langs de noordgrens een rij dennen. Aan de zuidzijde bestaat het assortiment uit eiken en elzen. De kwaliteit is redelijk goed, ondanks de aanwezige bramen en de hoge waterstand in de winter. Vanaf de randen van het bos is een goed uitzicht richting het naastgelegen natuurgebied. Het bos heeft een oppervlakte van ca 5800 m2. Grasland Dit was landbouwgrond tot enkele jaren geleden. De kwaliteit van de grond is zodanig dat goede landbouw hier nagenoeg niet mogelijk is. Het perceel is een aantal jaren geleden ingezaaid met gras en wordt een of twee keer per jaar gemaaid. Een of twee keer per jaar is er een activiteit vanuit het vakantiepark verder heeft het geen functie op dit moment.
13
Figuur 10: huidig ontwerpvoorstel.
14
Toekomst Vakantiepark Zonnedorp stelde een plan op voor meerwaarde van het gebied voor het vakantiepark en de omgeving. Dit plan is in hoofdlijnen uitgewerkt. De genoemde onderdelen zijn: • Parkeren • Uitlaatgebied voor honden • Bos • Grasland • Waterpartij/laagten Parkeren Het parkeerterrein wordt op zijn huidige plaats gehandhaafd. Het aantal parkeereenheden blijft gelijk. Het enige wat nodig is, is mogelijk een kwaliteit verbetering. Uitlaatgebied voor honden Dit onderdeel functioneert goed en zal als zodanig behouden blijven. Bos Het huidige bos wordt behouden in zijn huidige vorm. Op verschillende plaatsen komt een aanvulling van struiken. Dit op plaatsen waar leegten dreigen te ontstaan. In het bosje komt een doorgang van ongeveer 3.00 meter breed ten behoeve van het ruiterpad. Grasland Dit deel zal de grootste metamorfose ondergaan. Dit deel vindt aansluiting bij het achterliggende terrein, door het beeld en de uitstraling. Binnen het gebied worden laagten aangelegd die het water op het terrein vasthouden in een natte periode en dit langzaam terug geven aan hun omgeving. Deze inrichting wordt beeldbepalend voor het terrein. Hierdoor ontstaan een naadloze aansluiten op het achtergelegen natuurgebied.
Er worden streekeigen struiken en bomen aangeplant aan de zuidkant van het bestaande bosje en een groep met beplanting ter hoogte van de dam in het midden van het perceel aan de Korte Moermondsweg. Verder komen er enkele vrijstaande bomen in het terrein volgens aanleg tekening. De nieuw aan te brengen beplanting is in vierkante meters gelijk aan het aantal vierkante meters wat gerooid wordt in het bos aan de Rampweg. Waterpartij/laagten In het grasland wordt een laagten aangelegd in een natuurlijke vorm en met verschillende diepten. De waterloopstructuur heeft gevarieerde flauwe oevers. De waterloop wordt niet verbonden met de waterloopstructuur in de omgeving. Dit geeft mogelijkheden voor een specifieke flora en fauna. Een juiste diepte zal in een vervolg onderzocht en vastgesteld worden.
15
Aanleg Parkeerterrein Parkeerterrein blijft in de huidige vorm in grote lijn gehandhaafd. Het terrein wordt aangelegd in halfverharding. De toplaag wordt voorzien van een voldoende dikke laag schelpen. Verder wordt waar nodig afwatering verbeterd. Rondom het parkeerterrein wordt een Zeeuwse haag aangeplant van verschillende inheemse soorten.
Uitlaatgebied Aan dit deel wordt nagenoeg niets aangepast. Het functioneert naar behoren. Het is een mooi afgebakend gebied. Bos In het bos zijn geen aanpassingen. Op het huidige sport- en speelveld komt de oversteek van het ruiterpad. In het bos wordt kritisch gekeken naar bestaande beplanting of deze veilig is voor de komende jaren. Aan de oostzijde komt er een uitbreiding van het bos op het huidige grasperceel . De oppervlakte van de uitbreiding is gelijk aan de te rooien hoeveelheid aan de Rampweg. Alle nieuwe aanplant bestaat uit inheemse soorten. Grasland/laagten Hier is de grootste aanpassing op het terrein. Het gehele terrein gaat namelijk op de schop. Het voorstel is een waterloopstructuur met een uitbreiding van beplanting volgens aanleg tekening. Door deze aanpassing gaat de huidige grasvegetatie geheel verloren. Het terrein wordt opnieuw geprofileerd en ingezaaid met een ruwgrasmengsel. Na de nieuwe aanleg heeft het grasland geen noemenswaardige hoogteverschillen in het terrein. Het wordt onder profiel afgewerkt richting de waterpartij. De waterloop wordt afgewerkt met flauwe gevarieerde oevers. Er wordt geen gebruik gemaakt van een beschoeiing of andere randversteviging. De diepte van de bodem is gevarieerd en wordt in een later stadium bepaald. Uitgangspunt is dat het verzamelde infiltreert.
16
Meerwaarde van het gebied voor het vakantiepark en de omgeving Om de verkeersveiligheid op het terrein te vergroten, wordt het ruiterpad langs de Korte Moermondsweg verlegd. Hiervoor is medewerking nodig van de eigenaar van het perceel ten noordwesten van het vakantiepark. Als dit problemen geeft, is er ook de mogelijkheid om het ruiterpad rond dit perceel aan te leggen. Het gebied wordt een onderdeel van de natuurontwikkeling in de directe omgeving. Door het gebied ten zuiden van het ruiterpad vrij te houden van paden, ontstaat hier een rustig gebied voor ontwikkeling van flora en fauna. De aanvulling aan beplanting in dit deel dient hierbij als vervanging voor de te rooien beplanting aan de Rampweg.
Beheer Parkeerterrein Het onderhoud op het parkeerterrein bestaat uit het regelmatig vlakken van de schelpenverharding. En het beheren van de grasranden. De haag rondom het parkeerterrein wordt een keer per jaar gesnoeid en uitgemaaid. Uitlaatgebied voor honden Regelmatig wordt het terrein gemaaid en worden de zakjes van het hondentoilet gewisseld. Bestaande bos Het bos heeft bewezen zich de afgelopen jaren goed in stand te kunnen houden. Het vraagt daarom weinig tot geen onderhoud. In hoeverre er dood hout geruimd moet worden, staat ter discussie. Het uitgangspunt hier is: zolang het geen gevaar vormt voor de omgeving wordt er niet ingegrepen. Het enige dat men hier moet monitoren, is de ontwikkeling van de bramen binnen het gebied. Ditmag niet de overhand krijgen. Tot op heden geeft dit geen problemen. Nieuwe aanplant Het beheer van de nieuw aan te planten struweel zal zich beperken tot het één á twee keer uitmaaien van de nieuw aan te planten vlakken. Dit voor een periode van twee á drie jaar. Dit is afhankelijk van de groeisnelheid. Er wordt overwogen om de nieuwe aanplant in te zaaien met klaver dit om het onderhoud nog meer te beperken. Zodra de beplanting de grasvegetatie overgroeid, stopt het maaien. In deze periode wordt ook de uitgevallen beplanting ingeboet. Het beheer van de bomen vraagt wat meer aandacht.
Gedurende de eerste vijf jaar na aanplant, wordt regelmatig gecontroleerd en minimaal één keer per jaar gesnoeid. Na deze periode heeft de boom zich zodanig ontwikkeld dat snoeien niet meer noodzakelijk is. Een uitzondering hierop is bij stormschade of vandalisme. Ook dienen na deze periode de boompalen te worden verwijderd. Grasland Het grasland en de oevers worden één keer per jaar gemaaid en afgeruimd.
17
Oppervlakte verdeling na herinrichiting Borging uitvoering en kwaliteit Om de uitvoering en kwaliteit te borgen, is de aanbeveling om de werkzaamheden door een erkend bedrijf uit te laten voeren. Een van de experts is gekwalificeerd als European Tree Worker. Met hen is een meerjarige overeenkomst aangaan. Dat bevorderd doelgericht werken en geeft een beter inzicht in de financiële gevolgen. Planning De planning bestaat uit het jaarlijks opstellen van de noodzakelijke werkzaamheden, waarin de werkzaamheden en de periode van uitvoer worden omschreven. Het heeft de voorkeur om deze planning schriftelijk vast te leggen. Dit als archief voor belanghebbende partijen.
18
32/654
Bijlage 5
33/654
Indeling 2012
Bijlage 6
35/654
Oppervlakte 2012
Bijlage 7
37/654
Indeling 2020
Bijlage 8
39/654
Oppervlakte 2020
Bijlage 9
41/654
Overzicht aantallen en oppervlakten
Werknummer Omschrijving Datum VERLEENDE VERGUNNING
: 14609 : Renesse . Korte Moermondsweg 5 (Camping Zonnedorp) : 26 oktober 2021
Onderbouwing 13% uitbreiding, zie situatie d.d. 26 oktober 2021 4600m2 * 13% = 600m2 Oppervlakte huisjes uitbreiding 3850+310=4160m2
206 permanente plaatsen 107 toeristische plaatsen
2012
2020
na uitbreiding
BEBOUWINGSPERCENTAGE Niet permante plaatsen Permanente plaatsen Kampeerhuisjes Huisjes uitbreiding Compensatiegronden
aantal 107 206 0
opp beb 40 68 88
opp beb tot 4280 14008 0
opp grond 20888 42458 0
400 258 454 19400
313 Sanitair Receptie + prive Speelvoorziening / animatie / horeca
aantal 69 137 31
opp beb 40 68 88
opp beb tot 2760 9316 2728
opp grond 14800 32400 15135
645 2806 1414
opp beb tot 2760 9316 2728 600
opp grond 14800 32400 15135 4160 26963
400 258 454
1359 3108 2690
400 258 454
1359 3108 2690
68211
15916
69492
16516
100615
237
Totalen BEBOUWINGSPERCENTAGE
aantal 69 137 31 6
opp beb 40 68 88 100
243
28,44 %
22,90 %
16,42 %
* aantekening: onderbouwing oppervlakte permanente standplaats: 68m2 = 55m2+13m2 * aantekening: onderbouwing oppervlakte kampeerhuisje: 88m2 = 75m2+13m2 SPORT EN SPEL Eis: 2% * opp grond
eis 2%
*
opp grond 68211
Gerealiseerd
1364
eis 2%
*
opp grond 69492
1414
1390
eis 2%
*
opp grond 100615
2690
2012 2690
PARKEREN Niet permante plaatsen Permanente plaatsen Kampeerhuisjes
aantal 107 206 0
* * *
norm 1,2 1,2 1,2
Totalen, eis Totalen, gerealiseerd Niet permante plaatsen Permanente plaatsen Kampeerhuisjes Parkeren bij entrée Compensatiegronden Totalen, gerealiseerd
eis 128 247 0
aantal 69 137 31
* * *
norm 1,2 1,2 1,2
376
107 206 0
* * *
1 1 1
107 206 0 10 0 323
eis 83 164 37
aantal 69 137 37
* * *
norm 1,2 1,2 1,2
284
69 137 31
* * *
1 1 1
69 137 31 5 0 242
eis 83 164 44 292
69 137 37
* * *
1 1 1
69 137 37 5 61 309
Bijlage 10 Landschappelijke waarde Bosperceel Rampweg
43/654
Notitie landschapswaarde uitbreidingslocatie Camping Zonnedorp Visie vanuit landschap en beplanting. Datum: oktober 2022 Locatie:
De in deze notitie voorliggende locatie betreft een bebost perceel (met de kadastrale aanduiding WTS00H626) aan de Rampweg in Renesse, gelegen tussen het parkeerterrein Laone en Camping Zonnedorp. Inleiding Voor dit perceel is bij de gemeente Schouwen-Duiveland een aanvraag ingediend voor uitbreiding van vakantiepark Zonnedorp met 6 vakantiewoningen. Deze Miva-vakantiewoningen zijn gericht op een speciale doelgroep: ze zijn rolstoeltoegankelijk en bedoeld voor mensen met een beperking. In augustus 2022 is het voorontwerpbestemmingsplan Camping Zonnedorp voorgelegd aan de provincie. In haar vooroverlegreactie van 3 oktober 2022 stelt de provincie dat het betreffende bosje waarin de kampeerhuisjes worden gerealiseerd beschermd is op grond van artikel 2.28 Landschap en erfgoed van de Omgevingsverordening. Compensatie zou voortkomen uit een significante aantasting van oppervlakte en waarden en dat is alleen toegestaan bij ontwikkelingen van groot openbaar belang en daar is in dit geval geen sprake van. Er zou dus op basis van het provinciaal beleid hoogstens sprake kunnen zijn van niet-significante aantasting en de daarbij horende mitigatie (verzachting) van landschappelijke waarden/oppervlakte, maar dat moet dan worden onderbouwd. Op dinsdag 11 oktober 2022 heeft hierover ambtelijk overleg plaatsgevonden met de provincie.
Geconstateerd is dat er geen sprake is van een significante aantasting van landschappelijke oppervlakte en waarden. Afgesproken is dat een nadere beschrijving/onderbouwing van de landschappelijke waarde wordt opgesteld en welke aan de provincie wordt voorgelegd. Deze notitie voorziet in de afgesproken onderbouwing van de landschappelijke waarde van dit bosperceel. Huidige situatie In de huidige vorm is dit perceel een bosopstand met een oppervlakte van ca. 0,4 ha. Het betreft een vrij laag gelegen, nat terrein met de daarvoor kenmerkende soorten als populier, els en wilg. Het terrein ligt aanzienlijk lager dan de aangrenzende Rampweg. Het bos kent een sterke ondergroei van braam en brandnetel. De onderhoudstoestand is minimaal, veel dood hout, overwoekerd, geen stabiele opstand. Het bosje is niet ontsloten en/of toegankelijk. Bestemming Dit terrein grenst direct aan parkeerterrein Laone en heeft de bestemming verkeer (BP Kop van Schouwen, vastgesteld 2013). Historische ontwikkeling: De historische ontwikkeling is onder andere af te lezen aan de topografische kaarten en luchtfoto’s van dit gebied. In de bijlage is een overzicht vanaf 1920 weergegeven. Voor die tijd maakte dit perceel deel uit van een strook niet ontgonnen begroeide binnenduinen.
Dit gebied ten noorden van kasteel Moermond is, bij aansluiting van de Rampweg op de Laone, vanaf ca.1915 ontgonnen als kleinschalig agrarisch gebied. De relatief kleine percelen werden ter bescherming tegen de zeewind omgeven door houtsingels, soms
ook elzenmeten. Op kaarten is terug te vinden dat dit betreffende perceel vanaf ca. 1915 omgeven was door een houtsingel. Vanaf 1950 zijn hier veel houtsingels gerooid, het gebied wordt opener en grootschaliger. Aan de noord- en oostzijde van dit perceel blijft de houtsingel gehandhaafd. Vanaf 1962 is het perceel weer geheel omgeven door beplanting. In 1972 wordt het naastgelegen parkeerterrein Laone aangelegd en wordt bebouwing op dit perceel aangegeven. Ook verschijnt er in noord zuid richting een nieuwe beplantingslijn in het landschap. In 1985 wordt dit perceel, inmiddels weer zonder bebouwing, aangegeven als open weide met bomen. In 1993 wordt het perceel als bos aangeduid. Aan de oostzijde grenst dit bosje dan inmiddels aan het vakantiepark. Sinds 2017 wordt dit perceel ook aan de zuidzijde begrensd door het vakantiepark. Landschappelijke waarde De landschappelijke waarde van dit perceel is beperkt. Ruimtelijk gezien steekt hier de opgaande beplanting aan de binnenduinrand de Rampweg over. Door de relatief lage ligging en natte omstandigheden groeien hier andere soorten dan in de hoger gelegen duinrand. Gezien het huidig beeld is dit bosje als populierenopstand aangeplant. De randen van dit perceel hebben voor de beleving van dit gebied wel enige (historisch) landschappelijke waarde. De houtopstand zelf is echter van minimale kwaliteit en als zodanig niet waardevol.
Een interessante link naar het verleden biedt het in stand houden van de omlijsting van dit perceel met een robuuste houtsingel. Daarbij dienen de randen een breedte van minimaal 10 meter te hebben en te bestaan uit streekeigen soorten met een boom- en struiklaag. Voorgesteld wordt de groene randzone van dit perceel als zodanig in het bestemmingsplan te waarborgen door deze geheel te voorzien van de bestemming “Groen - Landschappelijk. Onderhoud en/of dunning dient met beleid uitgevoerd te worden om mogelijke instabiliteit te voorkomen. Het is aan te bevelen om voorafgaand aan de werkzaamheden deze bosopstand door deskundigen te laten beoordelen. Geconcludeerd kan worden dat bij de uitbreiding van vakantiepark Zonnedorp met 6 vakantiehuisjes op dit perceel sprake is van niet significante-aantasting van landschappelijke waarden. Mitigatie van landschappelijke waarden en oppervlakte wordt aansluitend op bestaand natuurgebied gerealiseerd op het perceel ten zuiden van de Korte Moermondsweg, grenzend aan vakantiepark Zonnedorp.
Huidig beeld
BIJLAGE: Topografische tijdlijn 1920 tot heden - omgeving camping Zonnedorp (bron: www.topotijdreis.nl) 1920
1940
1950
1961
1962
1971
1972
1984
1985
1992
1993
heden
Bijlage 11 Verkennend bodemonderzoek 2018 Camping Zonnedorp
49/654
VERKENNEND BODEMONDERZOEK RAMPWEG TE RENESSE
Rapportage verkennend bodemonderzoek Rampweg te Renesse Opdrachtgever
Rho Adviseurs voor leefruimte Segeerssingel 6 4337 LG Middelburg
Rapportnummer Versienummer
6576.001 D1
Status
Eindrapportage
Datum
22 mei 2018
Vestiging
Zuid-Holland Max Euwelaan 21-29 3062 MA Rotterdam 010 - 7640828 rotterdam@econsultancy.nl
Opsteller
J.R.P. Vermeulen, BSc
Paraaf
Kwaliteitscontrole
ir. F.F.J.M. Top
Paraaf
Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). De VKB is een vereniging van bodemadviesen -onderzoeksbureaus en heeft als doel kwaliteitsborging en continue verbetering van de dienstverlening van haar leden op het gebied van bodembeheer. Het VKB keurmerk geeft opdrachtgevers de zekerheid dat het uitvoerend bureau werkt conform de eisen die de VKB aan haar leden stelt op het gebied van competenties en integriteit van medewerkers en het toepassen van vigerende normen en onderzoeksprotocollen. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteitssysteem, zoals beschreven in het kwaliteitshandboek. Ons kwaliteitssysteem is gecertificeerd volgens de kwaliteitsborgingsnormen van de NEN-EN-ISO 9001:2008. Betrouwbaarheid Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Daarnaast betreft het bodemonderzoek een momentopname. Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde bodemonderzoek neemt.
In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
VOORONDERZOEK................................................................................................................... 1 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9 2.10 2.11
Geraadpleegde bronnen ................................................................................................... 1 Afbakening onderzoekslocatie vooronderzoek ................................................................. 2 Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie ............................................................... 2 Calamiteiten ...................................................................................................................... 2 Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie ........................................ 2 Belendende percelen/terreindelen.................................................................................... 2 Terreininspectie ................................................................................................................ 3 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 3 Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten ......................................................... 3 Bodemopbouw .................................................................................................................. 3 Geohydrologie .................................................................................................................. 3
3
CONCLUSIES VOORONDERZOEK (ONDERZOEKSOPZET) ................................................. 4
4
VELDWERK ................................................................................................................................ 4 4.1 4.2
4.3
5
LABORATORIUMONDERZOEK ................................................................................................ 6 5.1 5.2 5.3
6
Algemeen.......................................................................................................................... 4 Grondonderzoek ............................................................................................................... 4 4.2.1 Uitvoering veldwerk ............................................................................................ 4 4.2.2 Zintuiglijke waarnemingen .................................................................................. 5 Grondwateronderzoek ...................................................................................................... 5 4.3.1 Uitvoering veldwerk ............................................................................................ 5 4.3.2 Bemonstering ..................................................................................................... 5
Uitvoering analyses .......................................................................................................... 6 Toetsingskader ................................................................................................................. 6 Resultaten grond- en grondwatermonsters ...................................................................... 8
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES .......................................................................... 9
BIJLAGEN: 1. 2a. 2b. 3. 4a. 4b. 5. 6. 7
- Topografische ligging van de locatie - Locatieschets - Foto's onderzoekslocatie - Boorprofielen - Analysecertificaten - Getoetste analyseresultaten - Toetsingskader Circulaire bodemsanering - Geraadpleegde bronnen - Puincertificaat 6576.001
1
INLEIDING
Econsultancy heeft van Rho Adviseurs voor leefruimte opdracht gekregen voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek aan de Rampweg te Renesse. Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen nieuwbouw, alsmede een bestemmingsplanwijziging. Het verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) heeft tot doel met een relatief geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of op de onderzoekslocatie een grond- en/of grondwaterverontreiniging aanwezig is, teneinde te bepalen of er milieuhygiënische belemmeringen zijn voor de nieuwbouw op de onderzoekslocatie, alsmede de bestemmingsplanwijziging. Het vooronderzoek is verricht conform de NEN 5725:2009 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek". Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740+A1:2016 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond". Het veldwerk en de bemonstering zijn verricht onder certificaat op grond van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek", protocollen 2001 en 2002. De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1).
Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor de protocollen 2001 en 2002 van de BRL SIKB 2000. In dat kader verklaart Econsultancy geen eigenaar van de onderzoekslocatie te zijn of te worden.
2 2.1
VOORONDERZOEK Geraadpleegde bronnen
De informatie over de onderzoekslocatie is gebaseerd op de bij de gemeente Schouwen-Duiveland aanwezige informatie (contactpersoon: de heer R. Heintjes), informatie verkregen van de huidige opdrachtgever (contactpersoon: de heer T. Bogers) en informatie verkregen uit de op 10 april 2018 uitgevoerde terreininspectie. Van de locatie en de directe omgeving zijn uit verschillende informatiebronnen gegevens verzameld over:
het historische, huidige en toekomstige gebruik; eventuele calamiteiten; eventueel eerder uitgevoerde bodemonderzoeken; de bodemopbouw en geohydrologie; verhardingen, kabels en leidingen.
Bijlage 6 geeft een overzicht van de geraadpleegde bronnen.
Rapport 6576.001 versie D1
Pagina 1 van 9
2.2
Afbakening onderzoekslocatie vooronderzoek
Het vooronderzoek omvat de onderzoekslocatie en de direct hieraan grenzende percelen en/of terreindelen binnen een afstand van 25 meter. De onderzoekslocatie (± 4.900 m²) ligt aan de Rampweg, circa 1,3 kilometer ten noordwesten van de kern van Renesse (zie bijlage 1). Het perceel, waar de onderzoekslocatie deel van uitmaakt, is kadastraal bekend gemeente Schouwen-Duiveland, sectie H, nummer 626. Volgens de topografische kaart van Nederland, zijn de coördinaten van de onderzoekslocatie X = 44.496, Y = 418.196. Het maaiveld bevindt zich volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland (www.ahn.nl) op een hoogte van circa 2,1 m +NAP. 2.3
Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie
Volgens historisch kaartmateriaal uit de periode 1850 was de locatie, destijds bebossing en werd extensief bewoond. Tot circa 1972 is dit gebruik van de onderzoekslocatie niet wezenlijk veranderd. Van circa 1972 tot 1988 is de onderzoekslocatie bebouwd geweest met daarbij een (half)verharde weg. Hiermee zal rekening gehouden worden bij plaatsing van de boringen. De bebouwing op de onderzoekslocatie van destijds is circa 1989 verwijderd en sindsdien is de onderzoekslocatie weer bebossing geplaatst. Verder blijkt uit de geraadpleegde bronnen geen aanwezigheid van ophogingen, dempingen of stortingen. In bijlage 2a is de huidige situatie op een locatieschets weergegeven. Bijlage 2b bevat enkele foto's van de onderzoekslocatie. Er zijn geen aanwijzingen gevonden, die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten. 2.4
Calamiteiten
Voor zover bij de opdrachtgever bekend hebben zich op de onderzoekslocatie in het verleden geen calamiteiten met een bodembedreigend karakter voorgedaan. Ook uit informatie van de gemeente Schouwen-Duiveland blijkt niet dat er zich in het verleden bodembedreigende calamiteiten hebben voorgedaan. 2.5
Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie
Op de onderzoekslocatie zijn, voor zover bekend, geen bodemonderzoeken uitgevoerd. 2.6
Belendende percelen/terreindelen
In bijlage 6 zijn de geraadpleegde informatiebronnen voor de belendende percelen opgenomen. Het bodemgebruik van de omliggende percelen is als volgt:
aan de noordzijde bevindt zich een stoep met klinkers, de weg Rampweg met daaraan liggend een groenstrook; aan de oostzijde bevindt zich de vakantiepark Zonnedorp; aan de zuidzijde bevindt zich de vakantiepark Zonnedorp; aan de westzijde bevindt zich een asfalt verharde parkeerplaats met een groenstrook.
Van de omliggende percelen zijn geen bodemonderzoeksgegevens bekend.
Rapport 6576.001 versie D1
Pagina 2 van 9
2.7
Terreininspectie
Voorafgaand aan het bodemonderzoek is er een terreininspectie uitgevoerd. Deze is gericht op de identificatie van bronnen, die mogelijk hebben geleid of kunnen leiden tot een grond- en/of grondwaterverontreiniging. Afgezien van de potentiële bron (voormalige (half)verharding) voor een grond- en/of grondwaterverontreiniging, die in de voorgaande paragrafen zijn beschreven, is er tijdens de terreininspectie een halfverhardingslaag aangetroffen . Uit het productcertificaat blijkt dat de partij in 2017 is aangelegd en afkomstig is van Van Vliet Contrans uit Wateringen (documentnummer: BG-017/18, d.d. 14 november 2017, bijlage 7). De partij is binnen de periode van het verkennend bodemonderzoek weer volledig van de locatie gehaald om het bosgebied weer in zijn voormalige staat te brengen. 2.8
Toekomstige situatie
De initiatiefnemer is voornemens de locatie bij het vakantiepark Zonnepark te betrekken door de locatie te bebouwen met zes vakantiewoningen inclusief siertuinen en wegverharding. 2.9
Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten
De boven- en ondergrond van de onderzoekslocatie zijn in de Nota bodembeheer van gemeente Schouwen-Duiveland (P10-05, d.d. 1 juli 2011) geclassificeerd als Achtergrondwaarde. 2.10 Bodemopbouw De originele bodem bestaat volgens de bodemkaart van Nederland, uit een beekeerdgrond, die volgens de Stichting voor Bodemkartering voornamelijk is opgebouwd uit leemarm en zwak lemig fijn zand. De afzettingen, waarin deze bodem is ontstaan, behoren geologisch gezien tot de Westland Formatie. 2.11 Geohydrologie De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 1,1 m +NAP, waardoor het grondwater zich op ± 1,0 m -mv zou bevinden. Het water van het eerste watervoerend pakket stroomt volgens informatie uit voorgaand geplaatste peilbuizen (bron: dinoloket.nl) in zuidelijke richting. Er liggen geen pompstations in de buurt van de onderzoekslocatie die van invloed zouden kunnen zijn op de grondwaterstroming ter plaatse van de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied.
Rapport 6576.001 versie D1
Pagina 3 van 9
3
CONCLUSIES VOORONDERZOEK (ONDERZOEKSOPZET)
Uit het vooronderzoek blijkt dat er geen sprake is van bodembelasting, anders dan een regionale of landelijke diffuse achtergrondbelasting in de grond en het grondwater. Op de locatie worden geen verontreinigende stoffen verwacht in gehalten boven de landelijk of regionaal geldende achtergrondwaarde voor grond en/of de streefwaarde voor grondwater. Dit geldt zowel voor natuurlijke achtergrondgehalten als voor "antropogene" achtergrondgehalten, waarvan de oorzaak niet eenduidig is aan te wijzen. Op basis van het vooronderzoek is geconcludeerd dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "onverdacht" (ONV). Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is.
4
VELDWERK
4.1
Algemeen
Het veldwerk van het verkennend bodemonderzoek omvat het zintuiglijk beoordelen van aanwezige bodemlagen door middel van het handmatig opboren van bodemmateriaal. De aanwezige bodemlagen worden hierbij nauwkeurig beschreven en de posities van de betreffende monstername-punten worden op kaart vastgelegd. Dit is beschreven in paragraaf 4.2. De zintuiglijke beoordeling van de grond vormt de basis van de keuzes bij de inzet van de chemische analyse, zoals beschreven in hoofdstuk 5. Voor de bemonstering van grondwater, ten behoeve van chemische analyse, wordt gebruik gemaakt van te plaatsen peilbuizen. De wijze waarop de grondwatermonsters worden verkregen is beschreven in paragraaf 4.3. Tijdens het opstellen van het boorplan is rekening gehouden met de doelstellingen en de richtlijnen, die geformuleerd zijn in de inleiding. Daarnaast is rekening gehouden met de gegevens voortvloeiend uit het vooronderzoek en de ligging van kabels en leidingen. Bijlage 2a bevat de locatieschets met daarop aangegeven de situering van de boorpunten en de peilbuis. In bijlage 3 zijn de boorprofielen opgenomen. 4.2 4.2.1
Grondonderzoek Uitvoering veldwerk
Het veldwerk is op 18 april 2018 uitgevoerd onder kwaliteitsverantwoordelijkheid van de heer M.M. Timmermans. Deze medewerker van Econsultancy staat geregistreerd als ervaren veldwerker voor het protocol 2001 van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek". In het totaal zijn er met behulp van een edelmanboor 15 boringen geplaatst; 11 boringen tot 0,5 m mv, 3 boringen tot 2,0 m -mv en 1 boring tot 2,1 m -mv. Deze diepe boring is afgewerkt als peilbuis, teneinde de milieuhygiënische kwaliteit van het grondwater te kunnen bepalen. Van het opgeboorde materiaal is een boorbeschrijving conform de NEN 5104 gemaakt en zijn er grondmonsters genomen over trajecten van ten hoogste 0,5 m, waarbij bodemlagen met verontreinigingskenmerken of een afwijkende textuur separaat bemonsterd zijn.
Rapport 6576.001 versie D1
Pagina 4 van 9
4.2.2
Zintuiglijke waarnemingen
De bodem bestaat voornamelijk uit zwak siltig, zeer tot matig fijn zand. De bovengrond is bovendien zwak humeus. De ondergrond is plaatselijk zwak schelphoudend. In het opgeboorde materiaal zijn zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen. Tijdens de veldwerkzaamheden is plaatselijk een bouwweg bestaande uit puin aangetroffen. In deze bouwweg zijn géén asbestverdachte materialen aangetroffen. In overleg met de heer A. Nelis van de aannemingsmaatschappij Van Gelder blijkt dat van deze partij gecertificeerd is en er een kwaliteitscertificaat beschikbaar is. De partij is afkomst van van Vliet Contrans uit Wateringen (documentnummer: BG-017/18, d.d. 14 november 2017) Op basis hiervan acht Econsultancy het niet noodzakelijk aanvullend onderzoek naar de parameter asbest uit te voeren. 4.3
Grondwateronderzoek
4.3.1
Uitvoering veldwerk
Op de onderzoekslocatie is een peilbuis (filterstelling 1,1-2,1 m -mv) geplaatst. De filterstelling is bepaald op basis van de grondwaterstand, zoals deze tijdens de veldwerkzaamheden op 18 april 2018 is ingeschat. Het onderste gedeelte van de peilbuis (het peilfilter) is geperforeerd en de ruimte tussen de wand van het boorgat en het peilfilter is opgevuld met filtergrind. Boven het filtergrind is een laag zwelklei aangebracht, zodat er géén verontreinigingen van bovenaf in de peilbuis kunnen migreren. De peilbuis is direct na plaatsing afgepompt en na een wachttijd van minimaal een week is het grondwater bemonsterd. 4.3.2
Bemonstering
De grondwaterbemonstering is op 25 april 2018 uitgevoerd door de heer M.M. Timmermans. Deze medewerker van Econsultancy staat geregistreerd als ervaren veldwerker voor het protocol 2002 van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek". De bemonstering is uitgevoerd conform de eisen uit het protocol 2002 van de BRL SIKB 2000 en de NEN 5744:2011. De bemonstering heeft plaatsgevonden nadat de EGV een constante waarde werd bereikt, met inachtneming het voorgeschreven afpompvolume en afpompdebiet. Na afronding van het voorpompen is de troebelheid gemeten. Bij de bemonstering is gebruik gemaakt van schone kunststofslangen en is voorkomen dat er gas- of luchtbellen in de monsters zijn gekomen. Het watermonster ten behoeve van de analyse op metalen is in het veld gefiltreerd. Tabel I geeft een overzicht van de peilbuisgegevens en de resultaten van de veldmetingen. Tabel I.
Overzicht gegevens peilbuis en veldmetingen grondwater
Peilbuisnummer
Filterstelling (m -mv)
Grondwaterstand 25 april 2018 (m -mv)
Elektrisch Geleidingsvermogen (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
13
1,1-2,1
0,35
960
32
Rapport 6576.001 versie D1
Pagina 5 van 9
5
LABORATORIUMONDERZOEK
5.1
Uitvoering analyses
Alle grond- en grondwatermonsters zijn aangeboden aan een laboratorium dat is erkend door de Raad voor Accreditatie en AS3000-geaccrediteerd is voor milieuhygiënisch bodemonderzoek. In het laboratorium zijn in totaal 3 grondmengmonsters samengesteld (2 grondmengmonsters van de bovengrond en 1 grondmengmonster van de ondergrond). De 3 grondmengmonsters en het grondwatermonster zijn geanalyseerd op de volgende pakketten: -
standaardpakket grond: droge stof, lutum en organische stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polychloorbifenylen (PCB), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) en minerale olie;
-
standaardpakket grondwater: metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromaten (BTEX), styreen, naftaleen, gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOX) en minerale olie.
Tabel II geeft een overzicht van de samenstelling van de grondmengmonsters en de analysepakketten. Tabel II.
Overzicht van de samenstelling van de grondmengmonsters en de analysepakketten
Grondmengmonster
Traject (cm -mv)
MM1
01 (0-50) 02 (0-50) 03 (0-50) 04 (0-50) 05 (0-50) 06 (0-50) 07 (0-50)
standaardpakket
bovengrond noordelijk terreindeel (zintuiglijk schoon)
MM2
08 (0-50) 09 (0-50) 10 (0-50) 11 (0-50) 12 (0-50) 13 (0-50) 14 (0-50) 15 (0-50)
standaardpakket
bovengrond zuidelijk terreindeel (zintuiglijk schoon)
MM3
03 (0,50 - 1,00) 03 (1,00 - 1,50) 03 (1,50 - 2,00) 10 (0,50 - 1,00) 10 (1,00 - 1,50) 13 (0,50 - 1,00) 13 (1,00 - 1,20) 14 (0,50 - 1,00) 14 (1,00 - 1,20) 14 (1,20 - 1,70)
standaardpakket
ondergrond gehele onderzoekslocatie (zintuiglijk schoon)
5.2
Analysepakket
Bijzonderheden
Toetsingskader
De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1). Dit toetsingskader voor de beoordeling van de gehalten en/of concentraties van verontreinigingen is gegeven in de toetsingstabel en bevat voor grond en grondwater elk drie te onderscheiden waarden met de verschillende niveaus: -
achtergrondwaarde: deze waarde ("AW") geeft de gehalten aan zoals die op dit moment voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen;
-
streefwaarde: deze waarde ("S") geeft het milieukwaliteitsniveau aan voor grondwater, waarbij als nadelig te waarderen effecten verwaarloosbaar worden geacht;
Rapport 6576.001 versie D1
Pagina 6 van 9
-
tussenwaarde: deze waarde ("T") is de helft van de som van de achtergrondwaarde (of in het geval van grondwater de streefwaarde) en de interventiewaarde. De tussenwaarde is de concentratiegrens waarboven in beginsel nader onderzoek moet worden uitgevoerd, omdat het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat;
-
interventiewaarde: deze waarde ("I") geeft het niveau voor verontreinigingen in grond en grondwater aan waarboven ernstige vermindering of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen, die de bodem heeft voor mens, plant of dier. Bij gehalten en/of concentraties boven de interventiewaarde is er sprake van een sterke verontreiniging. Bij overschrijding van de interventiewaarde wordt vaak een nader onderzoek uitgevoerd om de ernst van de verontreiniging en de spoedeisendheid van de sanering te bepalen. Wanneer het boven de tussenwaarde of interventiewaarde gelegen gehalte een natuurlijke oorsprong heeft, is uitvoering van vervolgonderzoek meestal niet noodzakelijk.
In bijlage 5 is de toetsingstabel opgenomen uit de eerder genoemde circulaires. Deze bijlage bevat de achtergrondwaarden en de interventiewaarden voor een standaardbodem (10% organische stof en 25% lutum). De gemeten gehalten zijn door middel van een BoToVa-toetsing, met behulp van de door het laboratorium bepaalde waarden voor het organische stof- en lutumgehalte, omgerekend naar gehalten in een standaardbodem en vervolgens getoetst. De gebruikte analysetechnieken zijn weergegeven op de certificaten in bijlage 4a. Om de mate van verontreiniging aan te geven wordt de volgende terminologie gebruikt: Grond: - niet verontreinigd: - licht verontreinigd: - matig verontreinigd: - sterk verontreinigd:
gehalte < achtergrondwaarde en/of detectielimiet; gehalte > achtergrondwaarde en < tussenwaarde; gehalte > tussenwaarde < interventiewaarde; gehalte > interventiewaarde.
Grondwater: - niet verontreinigd: - licht verontreinigd: - matig verontreinigd: - sterk verontreinigd:
concentratie < streefwaarde en/of detectielimiet; concentratie > streefwaarde en < tussenwaarde; concentratie > tussenwaarde < interventiewaarde; concentratie > interventiewaarde.
Rapport 6576.001 versie D1
Pagina 7 van 9
5.3
Resultaten grond- en grondwatermonsters
Tabel III geeft een overzicht van de parameters in de grond die de geldende toetsingskaders overschrijden. Tabel III.
Overschrijdingen toetsingskaders grond
Grondmengmonster
Traject (cm -mv)
Gehalte > AW
Gehalte > T
Gehalte > I
(licht verontreinigd)
(matig verontreinigd)
(sterk verontreinigd)
MM1
01 (0-50) 02 (0-50) 03 (0-50) 04 (0-50) 05 (0-50) 06 (0-50) 07 (0-50)
koper lood PAK
-
-
MM2
08 (0-50) 09 (0-50) 10 (0-50) 11 (0-50) 12 (0-50) 13 (0-50) 14 (0-50) 15 (0-50)
-
-
-
MM3
03 (0,50 - 1,00) 03 (1,00 - 1,50) 03 (1,50 - 2,00) 10 (0,50 - 1,00) 10 (1,00 - 1,50) 13 (0,50 - 1,00) 13 (1,00 - 1,20) 14 (0,50 - 1,00) 14 (1,00 - 1,20) 14 (1,20 - 1,70)
-
-
-
Tabel IV geeft een overzicht van de parameters in het grondwater die het geldende toetsingskader overschrijden. Tabel IV.
Overschrijdingen toetsingskader grondwater
Grondwatermonster 13
-
Concentratie > S
Concentratie > T
Concentratie > I
(licht verontreinigd)
(matig verontreinigd)
(sterk verontreinigd)
-
-
Bijlage 4a bevat de door het laboratorium aangeleverde analysecertificaten. Bijlage 4b bevat de getoetste analyseresultaten.
Rapport 6576.001 versie D1
Pagina 8 van 9
6
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES
Econsultancy heeft in opdracht van Rho Adviseurs voor leefruimte een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd aan de Rampweg te Renesse. Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen nieuwbouw, alsmede een bestemmingsplanwijziging. Op basis van het vooronderzoek is geconcludeerd dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "onverdacht" (ONV). Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is. Van de puinverharding die tijdens het veldwerk op de onderzoekslocatie is aangetroffen is een kwaliteitscertificaat (documentnummer: BG-017/18, d.d. 14 november 2017) beschikbaar. Deze partij is binnen de periode van het verkennend bodemonderzoek weer verwijderd. Derhalve is deze niet als verdachte locatie onderzocht. In het opgeboorde materiaal zijn zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen. De bovengrond is plaatselijk licht verontreinigd met koper, lood en PAK. In de ondergrond zijn geen verontreinigingen geconstateerd. In het grondwater zijn geen verontreinigingen geconstateerd. De vooraf gestelde hypothese, dat de onderzoekslocatie als "onverdacht" kan worden beschouwd wordt, op basis van de lichte verontreinigingen, verworpen.
Echter, gelet op de aard en mate van verontreiniging, bestaat er géén reden voor een nader onderzoek en bestaan er met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem géén belemmeringen voor de nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. De regels van het Besluit bodemkwaliteit zijn hierop mogelijk van toepassing.
Econsultancy Rotterdam, 22 mei 2018
Rapport 6576.001 versie D1
Pagina 9 van 9
Bijlage 1
Topografische ligging van de locatie
Schaal 1:25.000 Deze kaart is noordgericht
Legenda Symbolen:
Polygonen:
Boringen:
Asfalt
Ontgravingsvak
Boring tot 0,5 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 0,5 m -mv
Klinker
Saneringslocatie
Boring tot 1,0 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 1,0 m -mv
Beton
Partij ontgraven grond
Boring tot 1,5 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 1,5 m -mv
Ontgravingsdiepte (m -mv)
Toekomstige bebouwing
Boring tot 2,0 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 2,0 m -mv
Partijhoogte (m +mv)
Voormalige bebouwing
Boring tot 2,5 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 2,5 m -mv
Opnamerichting foto
Asfaltverharding
Boring tot 3,0 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 3,0 m -mv
Vloeistofdichte vloer
Reparatievak asfalt
Boring tot 3,5 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 3,5 m -mv
Prefab betonnen vloerplaat
Opslagtank (bovengronds)
Boring tot 4,0 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 4,0 m -mv
Tegels
Opslagtank (bovengronds in lekbak)
Boring tot 4,5 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 4,5 m -mv
Golfplaat (asbest verdacht)
Opslagtank (ondergronds)
Boring tot 5,0 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 5,0 m -mv
Boom
Struweel
Peilbuis (diep)
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + peilbuis (diep)
Bos
Haag
Peilbuis
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + peilbuis
Boring voorgaand onderzoek tot 0,5 m -mv
Kernboring 80 mm
Boring voorgaand onderzoek tot 1,0 m -mv
Kernboring 120 mm
Boring voorgaand onderzoek tot 1,5 m -mv
Kernboring 120 mm + boring tot 0,5 m -mv
Boring voorgaand onderzoek tot 2,0 m -mv
Kernboring 120 mm + boring tot 1,0 m -mv
Struiken Gras
Lijnen:
Water
Bebouwing
Braak
Grens onderzoekslocatie
Grind
Toekomstige bebouwing
Onverhard
Voormalige bebouwing
Puinverharding
Beschoeiing
Talud
Hekwerk
Boring voorgaand onderzoek tot 3,5 m -mv
Spoorlijn
Boring voorgaand onderzoek tot 4,0 m -mv
Wandmonster
Boring voorgaand onderzoek tot 4,5 m -mv
Kernboring 120 mm + boring tot 4,0 m -mv
Boring voorgaand onderzoek tot 5,0 m -mv
Kernboring 120 mm + boring tot 4,5 m -mv
Spoorbaan Fietspad Parkeerplaats
Verontreiniging:
Trafo Pomp Olie/vetafscheider Mangat Riool inspectieput Zinkput Ontluchting Vulpunt Sleuf asbestonderzoek 200x40x50cm
Boring voorgaand onderzoek tot 3,0 m -mv
Kernboring 120 mm + boring tot 1,5 m -mv Kernboring 120 mm + boring tot 2,0 m -mv Kernboring 120 mm + boring tot 2,5 m -mv Kernboring 120 mm + boring tot 3,0 m -mv Kernboring 120 mm + boring tot 3,5 m -mv
Peilbuis voorgaand onderzoek (diep)
Kernboring 120 mm + boring tot 5,0 m -mv
Niet verontreinigd
Peilbuis voorgaand onderzoek
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 0,5 m -mv
Gehalte >AW/S-waarde
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 1,0 m -mv
Gehalte >T-waarde
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 0,5 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 1,5 m -mv
Gehalte >I-waarde
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 1,0 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 2,0 m -mv
Niet verontreinigd
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 1,5 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 2,5 m -mv
AW/S-waarde contour
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 2,0 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 3,0 m -mv
T-waarde contour
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 2,5 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 3,5 m -mv
I-waarde contour
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 3,0 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 4,0 m -mv
Niet verontreinigd
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 3,5 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 4,5 m -mv
AW/S-waarde contour
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 4,0 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 5,0 m -mv
T-waarde contour
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 4,5 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + peilbuis (diep)
I-waarde contour
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 5,0 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + peilbuis
Niet verontreinigd
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + peilbuis (diep)
Boring tot 0,5 m -waterbodem
Licht verontreinigd
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + peilbuis
Boring tot 1,0 m -waterbodem
Matig verontreinigd
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm
Duiker Voormalige duiker
Boring voorgaand onderzoek tot 2,5 m -mv
Sterk verontreinigd Verontreinigingsgraad onbekend Vindplaats asbestverdacht materiaal op maaiveld
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 1.
Foto 2.
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 3.
Foto 4.
Bijlage 3
Boorprofielen
Pagina 1 van 2
Boorprofielen
Boring:
01
Boring: 0
0 1
50
50
Boring:
bosgrond Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, licht bruingrijs, Edelmanboor
1
Boring:
0 1
0
0
bosgrond Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, licht bruingrijs, Edelmanboor
50
bosgrond Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, licht bruingrijs, Edelmanboor
50
50
03 0
02
04 0
0 1
bosgrond Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, licht bruingrijs, Edelmanboor
50
50 2 100
100
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht geelgrijs, Edelmanboor 3
150 4 200
200
Boring:
05
Boring: 0
0 1
50
50
Boring:
bosgrond Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, licht bruingrijs, Edelmanboor
1
Boring: 0
1 50
Projectcode: 6576.001
50
0
0
bosgrond Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, licht bruingrijs, Edelmanboor
08 0
0 1 50
bosgrond Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, licht bruingrijs, Edelmanboor
50
50
07
0
06
bosgrond Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, licht bruingrijs, Edelmanboor
50
Boormeester:
Timmermans
Getekend volgens NEN 5104
Pagina 2 van 2
Boorprofielen
Boring:
09
Boring: 0
0 1
bosgrond Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, licht bruingrijs, Edelmanboor
50
50
10 0
0 1
bosgrond Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, licht bruingrijs, Edelmanboor
50 2 100
100
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht geelgrijs, Edelmanboor 3
150 4 200
200
Boring:
11
Boring: 0
0 1
50
50
Boring:
bosgrond Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, licht bruingrijs, Edelmanboor
1
Boring: 0
1
0
0
bosgrond Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, licht bruingrijs, Edelmanboor