1017651 Bijlage 13 Bijlage 4 Toe Nieuwe weg 3 Nieuwekerk
Tekst van het document
FLORA- EN FAUNAONDERZOEK NIEUWERKERK - NIEUWE WEG 3
Opdrachtgever
:
Bergs Advies Leveroyseweg 9a 6093 NE Heythuysen
Vestiging
:
ABO-Milieuconsult B.V. Amundsenweg 29 4462 GP Goes tel. +31 (0)113 362280
Projectnummer Periode onderzoek Datum rapportage
: : :
ANL23-8056 Juli 2023 10 juli 2023
Veldmedewerkers:
De heer R.F.M. Sluijs (Ecoloog)
Projectadviseur:
Mevrouw L. Timman
Handtekening:
Dhr. R.J. van der Helm Team Manager Zonder toestemming van de opdrachtgever of ABO-Milieuconsult B.V. mag deze uitgave niet anders dan in zijn geheel worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van fotokopie, microfilm of welke andere wijze dan ook. Alle opdrachten worden uitgevoerd volgens onze Algemene Voorwaarden, zoals gedeponeerd bij de KvK Zuidwest-Nederland te Middelburg onder nr. 22065838. Op verzoek kunnen de Algemene Voorwaarden naar u worden toegestuurd.
INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE .................................................................................................................................. 2 1. INLEIDING ............................................................................................................................................ 3 1.1 Aanleiding ....................................................................................................................................... 3 1.2 Doel van het onderzoek .................................................................................................................. 3 1.3 Leeswijzer ....................................................................................................................................... 3 2. OPZET EN UITVOERING VAN HET ONDERZOEK ............................................................................ 4 2.1 Bureaustudie ................................................................................................................................... 4 2.2 Veldonderzoek ................................................................................................................................ 4 2.3 Effectenbeoordeling ........................................................................................................................ 4 3.
BESCHRIJVING VAN HET PLANGEBIED ........................................................................................... 5 3.1 Ligging plangebied.......................................................................................................................... 5 3.2 Algemene beschrijving van het plangebied .................................................................................... 6 4. WETTELIJK KADER ............................................................................................................................. 7 4.1 Wet natuurbescherming, onderdeel soorten .................................................................................. 7 4.2 Omgevingsverordening Zeeland 2018 ........................................................................................... 8 5. RESULTATEN EN EFFECTENBEOORDELING .................................................................................. 9 5.1 Vleermuizen .................................................................................................................................... 9 5.2 Grondgebonden zoogdieren ........................................................................................................... 9 5.3 Vaatplanten ...................................................................................................................................
10 5.4 Vogels ........................................................................................................................................... 10 5.5 Amfibieën en reptielen .................................................................................................................. 10 5.6 Overige beschermde soorten ....................................................................................................... 11 6. SAMENVATTING, CONCLUSIE EN OVERZICHTSTABEL ............................................................... 12 6.1 De zorgplicht zoals weergegeven in artikel 1.11 .......................................................................... 12 6.2 Overzicht van onderzochte soortgroepen en onderzoeksresultaten in het plangebied ............... 12 LITERATUUR EN BRONVERMELDING ................................................................................................ 13
Flora- en faunaonderzoek – Nieuwerkerk – Nieuwe Weg 3 - ANL23-8056
2/13
1. INLEIDING 1.1 Aanleiding In opdracht van Bergs Advies is een flora- en faunaonderzoek uitgevoerd aan de Nieuwe Weg 3 te Nieuwerkerk. Aanleiding voor het uitvoeren van dit flora- en faunaonderzoek zijn de voorgenomen plannen tot sloop van de 8 voormalige nertsenstallen in het plangebied. 1.2 Doel van het onderzoek Deze quickscan flora en fauna heeft ten doel de voorgenomen plannen te toetsen aan de huidige natuurwetgeving, de Wet natuurbescherming, zodat duidelijk wordt welke maatregelen moeten worden getroffen om overtreding van deze wet te voorkomen. Het plangebied is onderzocht en beoordeeld op de aanwezigheid van en betekenis voor door de Wet natuurbescherming beschermde plant- en diersoorten. 1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de opzet van het onderzoek besproken en in hoofdstuk 3 wordt nader ingegaan op het plangebied. In hoofdstuk 4 is de reikwijdte en de doelstelling uit de Wet natuurbescherming beschreven. In hoofdstuk 5 worden conclusies getrokken uit de resultaten van het bureauonderzoek en het veldbezoek, waarna in hoofdstuk 6 de conclusies zijn samengevat. In de bijlage volgt een opsomming van de gebruikte literatuur en bronnen.
Figuur 1: Plangebied
Flora- en faunaonderzoek – Nieuwerkerk – Nieuwe Weg 3 - ANL23-8056
3/13
2. OPZET EN UITVOERING VAN HET ONDERZOEK Het onderhavige flora- en faunaonderzoek bestaat uit twee onderdelen, te weten: een bronnen- en literatuuronderzoek en een biotooptoets (veldbezoek). De biotooptoets is door een ecoloog uitgevoerd op 5 juli 2023 in de middag bij half bewolkt weer en circa 23ºC. 2.1 Bureaustudie Het bronnen- en literatuuronderzoek omvat een bureaustudie, waarbij kaarten zijn geraadpleegd (kenmerken van het landschap waarin het plangebied zich bevindt) en de reeds bekende verspreidingsgegevens van voorkomende beschermde soorten in de regio zijn geraadpleegd. In het bronnen- en literatuuronderzoek zijn het plangebied en het omliggende gebied in een straal van ongeveer 1,5 kilometer onderzocht. Er zijn diverse bronnen geraadpleegd om een beeld te krijgen van de verspreiding en mogelijk voorkomen van beschermde soorten in en rond het plangebied. Aan de hand van deze informatie is een inschatting gemaakt of de betreffende soorten in het plangebied voor zouden kunnen komen, gezien de habitatvoorkeur van de betreffende soorten. Een overzicht van de gebruikte literatuur is opgenomen in de literatuurlijst, die is opgenomen in de bijlage van deze briefrapportage. 2.2 Veldonderzoek Naast een bureaustudie is een biotooptoets uitgevoerd. Dit betreft een veldbezoek met als doel een inschatting te maken van de ecologische kwaliteiten van het plangebied.
De bevindingen van het bronnenen literatuuronderzoek worden in het veld getoetst en indien nodig aangevuld. Op het moment dat een biotooptoets wordt uitgevoerd, zijn niet alle soorten zichtbaar aanwezig. Diersoorten zijn bijvoorbeeld alleen nachtactief of in een bepaalde periode van het jaar afwezig. Daarom zijn de eisen die soorten/soortgroepen aan hun leefomgeving stellen met betrekking tot vaste rust- en verblijfplaatsen, voedselgebieden en migratierouten vergeleken en getoetst met de situatie in het veld. Op deze manier is ook het belang van het plangebied beoordeeld voor flora en fauna die niet zijn waargenomen gedurende de biotooptoets, maar desondanks toch mogelijk kunnen voorkomen ter plaatse van het plangebied. De resultaten van de biotooptoets betreffen uitsluitend waarnemingen binnen het plangebied. 2.3 Effectenbeoordeling Op basis van de veldkenmerken van het plangebied en de verspreiding van beschermde soorten, is beoordeeld voor welke beschermde soorten het plangebied van betekenis kan zijn. Bij deze toetsing is alleen gekeken naar de beschermde soorten uit de Wet Natuurbescherming. Deze soorten hebben een Nederlandse of Europese bescherming en moeten worden getoetst op voorkomen en effect.
Wanneer effecten optreden of verbodsbepalingen worden overtreden, dan zijn er mogelijk maatregelen nodig om de effecten te voorkomen, verzachten of te compenseren om te voldoen aan de Wet natuurbescherming. Algemene soorten zijn niet meegenomen in deze toetsing. Deze soorten zijn zodanig algemeen in Nederland dat de gunstige staat van instandhouding niet in het geding komt door de meeste projecten. Bovendien geldt voor deze soorten een vrijstelling van de verbodsbepalingen zoals weergegeven in artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wet Natuurbescherming. Wel geldt de zorgplicht ex artikel 1.11.
Flora- en faunaonderzoek – Nieuwerkerk – Nieuwe Weg 3 - ANL23-8056
4/13
3. BESCHRIJVING VAN HET PLANGEBIED 3.1 Ligging plangebied Het plangebied is gelegen buiten de bebouwde kom van Nieuwerkerk in agrarisch gebied. Op onderstaande kaart is te zien dat het plangebied geen deel uitmaakt van het Natuurnetwerk Nederland. Het gebied maakt eveneens geen onderdeel uit van een ander beschermd gebied, zoals Natura 2000, belangrijk weidevogelgebied of strategische reservering natuur. Binnen een straal van 10 kilometer liggen de volgende Natura 2000-gebieden: Grevelingen 1,5km en Oosterschelde 3,5km.
Figuur 2: Ligging plangebied (rode cirkel midden) ten opzichte van beschermde gebieden (gekleurd). Bron: Provincie Zeeland
Flora- en faunaonderzoek – Nieuwerkerk – Nieuwe Weg 3 - ANL23-8056
5/13
3.2 Algemene beschrijving van het plangebied In het plangebied staan acht reeds lange tijd niet in gebruik zijnde nertsenstallen. Het zijn open stallen van circa 2,2m hoog in de nok met asbestdaken. Ondanks dat de stallen al geruime tijd leegstaan, is er amper sprake van plantengroei onder de daken. Tussen de stallen groeien brandnetel, distels, koninginnenkruid en braam. In het plangebied lopen honden en katten van de woning nabij. Er staan geen bomen in het plangebied en watergang ontbreekt. Andere opstallen dan de acht stallen zijn niet aanwezig.
Figuur 3: Foto-impressie plangebied
Flora- en faunaonderzoek – Nieuwerkerk – Nieuwe Weg 3 - ANL23-8056
6/13
4. WETTELIJK KADER 4.1 Wet natuurbescherming, onderdeel soorten Voor soortenbescherming geldt voor deze wet dat deze gericht is op het bereiken of herstellen van een gunstige staat van instandhouding van deze soorten. De wet maakt hiervoor een programmatische aanpak mogelijk. Binnen deze wet wordt de soortbescherming opgedeeld in drie categorieën: 1. De bescherming van alle natuurlijk in het wild levende vogels van soorten die voorkomen in de EU als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn en de niet in die bijlage genoemde geregeld voorkomende trekvogelsoorten (art. 3.1 – 3.4). 2. De bescherming van in het wild levende dieren en planten van soorten die voorkomen in de EU op grond van de Habitatrichtlijn (bijlagen I, II, IV, V) en natuurbeschermingsverdragen (art. 3.5 - 3.9). 3. De bescherming van niet onder de bovenstaande twee categorieën vallende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland, vermeld in de bijlage van de Wet natuurbescherming (art. 3.10 - 3.11). Voor de zoogdier- amfibie- en reptielsoorten opgenomen in deze bijlage geldt geen Europese verplichting tot bescherming. Deze soorten worden beschermd vanwege de breed in de maatschappij levende overtuiging dat deze dieren een bescherming behoeven. De andere in de bijlage opgenomen soorten worden om ecologische redenen beschermd.
Hiermee geeft Nederland uitvoering aan de algemene verplichting van het Biodiversiteitsverdrag om kwetsbare en bedreigde dier- en plantsoorten te beschermen. Verbodsbepalingen: Artikel 3.5 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Uitbreiding verbodsbepalingen en mogelijkheid tot ontheffing of vrijstelling: Artikel 3.10 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a.
in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. 2. Artikel 3.8, met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel b, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: a. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. t/m h. (niet van toepassing, zie wettekst). 3. De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden.
Flora- en faunaonderzoek – Nieuwerkerk – Nieuwe Weg 3 - ANL23-8056
7/13
4.2 Omgevingsverordening Zeeland 2018 Deze verordening geldt voor de uitvoering van de Wet natuurbescherming in Zeeland. Artikel 6.21 Vrijstelling ruimtelijke inrichting of ontwikkeling, bestendig beheer of onderhoud en bestendig gebruik 1. In afwijking van het bepaalde in artikel 3.10, eerste lid, van de wet gelden de in dat lid opgenomen verboden niet voor de soorten, genoemd in bijlage L bij deze verordening, mits het gaat om handelingen die worden verricht in verband met: a. de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden of van kleinschalige bouwactiviteiten, met inbegrip van het daarop volgende gebruik van het gebied of het gebouwde; b. bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; c. bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; d. bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied; e. bestendig gebruik. 2. Het eerste lid van dit artikel is alleen van toepassing voor zover de handeling niet reeds op grond van een door de minister goedgekeurde gedragscode als bedoeld in artikel 3.31, eerste lid, van de wet, is vrijgesteld. 3. De in het eerste lid bedoelde vrijstellingen gelden voor het gehele grondgebied van de provincie Zeeland.
Bijlage L: Aardmuis, Bastaardkikker, Bosmuis, Bruine kikker, Dwergmuis, Dwergspitsmuis, Egel, Gewone bosspitsmuis, Gewone pad, Huisspitsmuis, Kleine watersalamander , Meerkikker, Ondergrondse Woelmuis, Ree, Rosse woelmuis, Tweekleurige bosspitsmuis, Veldmuis, Vos en Woelrat. Bovenstaande soorten zijn derhalve niet beschermd bij de voorgenomen werkzaamheden, wel geldt de zorgplicht.
Flora- en faunaonderzoek – Nieuwerkerk – Nieuwe Weg 3 - ANL23-8056
8/13
5. RESULTATEN EN EFFECTENBEOORDELING 5.1 Vleermuizen Resultaten bureauonderzoek In het plangebied staan 8 opstallen, waardoor verblijven van gebouwbewonende soorten aanwezig kunnen zijn indien er geschikte invliegopeningen in de opstallen zijn. Gewone dwergvleermuis is de enige vleermuissoort die volgens verspreidingsgegevens voor komt. Ruige dwergvleermuis, watervleermuis en laatvlieger staan niet in de NDFF, maar komen er waarschijnlijk ook voor. Bomen zijn in het plangebied niet aanwezig. Resultaten veldbezoek De stallen zijn niet geïsoleerd, aan wind onderhevig, niet donker en te laag voor vleermuizen. Zie figuur 3. Vanwege de zeer beperkte hoeveelheid groen en de hoeveelheid groen in de omgeving van het plangebied is het plangebied geen essentieel foerageergebied voor vleermuizen. Een doorlopend lijnvormig element ontbreekt in het plangebied. Conclusie vleermuizen Geconcludeerd kan worden dat verblijfplaatsen van vleermuizen niet aanwezig zijn binnen het plangebied. Een lijnelement is niet aanwezig. Als foerageergebied heeft het plangebied geen essentiële functie. Op basis van het bovenstaande is het uitgesloten dat de voorgenomen werkzaamheden negatieve effecten hebben op vaste rust- en verblijfplaatsen, vaste vliegroutes en essentieel foerageergebied van vleermuizen. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.
5.2 Grondgebonden zoogdieren Resultaten bureauonderzoek Op basis van verspreidingsgegevens kunnen bunzing, haas, hermelijn, konijn, Noordse woelmuis en wezel voorkomen. De drie kleine marterachtigen hebben een voorkeur voor kleinschalig cultuurlandschap. De Noordse woelmuis leeft in hoge vegetaties met vooral grasachtige planten. In gebieden waar andere woelmuizen voorkomen, zoals in het plangebied, leeft de soort veel in natte terreinen, zoals rietland, moeras, zeer extensief gebruikte weilanden, drassige hooilanden, vochtige duinvalleien en periodiek overstroomde terreinen. Voor alle bovenstaande soorten geldt dat rust-, schuil-, en foerageergebied in het plangebied of de directe omgeving aanwezig moeten zijn. Resultaten veldbezoek Het plangebied wordt gebruikt door honden en katten die voor verstoring zorgen waardoor rustgelegenheid ontbreekt. Kleinschalig cultuurlandschap, hoog gras en water is niet aanwezig. Het plangebied heeft beperkte schuilgelegenheid: alleen wat niet gemaaide bramenstruiken. Het heeft nauwelijks foerageermogelijkheden. Sporen van marterachtigen (latrines / prooiresten) zijn niet gevonden. Ook van konijnen zijn geen sporen aanwezig.
Figuur 4: biotoop in het plangebied (voor meer foto’s zie figuur 3)
Flora- en faunaonderzoek – Nieuwerkerk – Nieuwe Weg 3 - ANL23-8056
9/13
Conclusie grondgebonden zoogdieren Tijdens het veldbezoek is geconstateerd dat het plangebied ongeschikt biotoop is voor beschermde soorten zoogdieren. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Voor eventueel aanwezige algemene zoogdieren geldt de zorgplicht. 5.3 Vaatplanten Resultaten bureauonderzoek Op basis van verspreidingsgegevens komt wilde ridderspoor voor. Het is te vinden op matig voedselrijke kalkhoudende zandige klei in wintergraanakkers en op ruderale omgewerkte terreinen op kalkgrond. Resultaten veldbezoek Beschermde vaatplanten zijn tijdens het veldbezoek niet aangetroffen. Het biotoop bestaat vrijwel volledig uit bemeste grond, gezien de brandnetels, distels en bramen. Geconstateerd is dat het biotoop niet geschikt is voor wilde ridderspoor, dat omgewerkte grond nodig heeft. Conclusie vaatplanten Geconcludeerd kan worden dat de aanwezige vaatplanten geen beschermde status hebben en ontwikkelingen niet in de weg staan. 5.4 Vogels Resultaten bureauonderzoek In de verspreidingsgegevens worden over de afgelopen drie jaar meerdere vogelsoorten genoemd. Huismus, gierzwaluw en andere soorten waarvan het nest jaarrond beschermd is, worden gemeld in Nieuwerkerk. Bebouwing is aanwezig in het plangebied. Nesten van uilen en roofvogels, waarvan het nest jaarrond beschermd is, zijn niet aanwezig omdat bomen ontbreken.
Resultaten veldbezoek Huismussen zijn niet waargenomen in het plangebied. Ze verblijven wel in het woonhuis nabij. Het plangebied is echter geen essentieel leefgebied, omdat foerageergebied (na het stoppen van de fokkerij) ontbreekt. Ook schuilgelegenheid ontbreekt. Verblijfplaatsen voor zowel huismus als gierzwaluw ontbreken in de loods en stallen, zie afbeeldingen. In het groen in het plangebied broeden geen vogels, omdat er geen gelegenheid tot broeden is en ze aan verstoring door katten en honden onderhevig zijn. Conclusie vogels Jaarrond beschermde nesten zijn niet aangetroffen in het plangebied en binnen de verstorende invloedsfeer van de werkzaamheden. Voor huismus is het plangebied geen essentieel leefgebied, omdat de soort er niet broedt, niet kan foerageren en niet kan schuilen. Omdat er in het plangebied geen vogels broeden, kunnen de stallen gesloopt worden zonder rekening te houden met het broedseizoen. 5.5 Amfibieën en reptielen Resultaten bureauonderzoek Volgens verspreidingsgegevens komen kamsalamander en levendbarende hagedis voor. Kamsalamander is aan watergebonden, wat ontbreekt in het plangebied. De levendbarende hagedis is een vochtminnende soort die in heide en hoogveen veel wordt aangetroffen op venoevers en ook wel langs lijnvormige wateren.
Resultaten veldbezoek Watergangen, poeltjes of plaatsen waar regenwater kan blijven staan zijn niet aanwezig in het plangebied en binnen de directe omgeving daarvan. In het plangebied zijn geen beschermde amfibieën en reptielen waargenomen. Deze worden gezien het ontbreken van het juiste biotoop ook niet verwacht in de toekomst. Conclusie amfibieën en reptielen Vanwege afwezigheid van beschermde soorten zijn nader onderzoek naar het voorkomen van en maatregelen met betrekking tot beschermde soorten niet noodzakelijk. Voor eventueel aanwezige algemene soorten geldt de zorgplicht.
Flora- en faunaonderzoek – Nieuwerkerk – Nieuwe Weg 3 - ANL23-8056
10/13
5.6 Overige beschermde soorten Resultaten bureauonderzoek. Volgens verspreidingsgegevens kunnen de beschermde dagvlinders kleine ijsvogelvlinder, bruin blauwtje en grote vos voorkomen. Kleine ijsvogelvlinder heeft als waardplanten wilde kamperfoelie; soms rode kamperfoelie, gecultiveerde kamperfoelie en sneeuwbes. Als habitat heeft ze gevarieerde, vochtige gemengde bossen of loofbossen, zoals elzenbroekbos. Geschikte waardplanten groeien doorgaans in de halfschaduw. De vlinder vliegt in de halfschaduw op open plekken, bredere bospaden en langs bosranden. Bruin blauwtje heeft als waardplanten diverse soorten ooievaarsbek en tevens zonneroosje soorten. Hij komt voor op droge, zandige, open, kruidenrijke en schrale graslanden en kalkgraslanden. Grote vos leeft in vochtige, open bossen, bosranden, boomgaarden en andere plekken met grote vrijstaande bomen. Ook zwervende individuen worden vooral in een bosrijke omgeving gevonden. De vlinders zijn vooral te vinden op warme, zonnige, open maar beschutte plaatsen. Ook moeten er geschikte plaatsen zijn om te overwinteren, zoals holle bomen of stapels hout. Andere overige beschermde soorten komen niet voor volgens verspreidingsgegevens. Resultaten veldbezoek Tijdens het veldbezoek is vastgesteld dat het biotoop ongeschikt is voor beschermde soorten vlinders, vanwege het ontbreken van soort specifieke waardplanten en overige habitat.
Conclusie overige beschermde soorten Kleine ijsvogelvlinder, bruin blauwtje en grote vos zijn aanwezig in een ander biotoop dan het plangebied. Met beschermde overige diersoorten hoeft op grond van biotoop geen rekening gehouden te worden. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.
Flora- en faunaonderzoek – Nieuwerkerk – Nieuwe Weg 3 - ANL23-8056
11/13
6. SAMENVATTING, CONCLUSIE EN OVERZICHTSTABEL Uit bureaustudie en biotooptoets is naar voren gekomen dat het onaannemelijk is dat met de plannen vaste rust- en verblijfplaatsen worden aangetast van de in de Wet natuurbescherming soorten. Nadelige effecten op beschermde flora en fauna worden niet verwacht. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. De zorgplicht van de Wet natuurbescherming is altijd van toepassing. Hieronder wordt geadviseerd hoe aan deze zorgplicht invulling kan worden gegeven. 6.1 De zorgplicht zoals weergegeven in artikel 1.11 1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt.
Zodra een niet in de Wet Natuurbescherming beschermd in het wild levende dier wordt aangetroffen tijdens de werkzaamheden kan deze worden gevangen en direct worden overgeplaatst naar een geschikte habitat in de nabijheid van het plangebied. Vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken, steenhopen en dergelijke) moet gefaseerd worden verwijderd, waardoor aan amfibieën en grondgebonden zoogdieren gelegenheid wordt gegeven te vluchten. 6.2 Overzicht van onderzochte soortgroepen en onderzoeksresultaten in het plangebied Soort(groep)
Ingreep verstorend Nee
Nader onderzoek Nee
Ontheffing
Grondgebonden zoogdieren Vogels
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Amfibieën en reptielen Vaatplanten Overige soorten
Nee
Nee
Nee
Met het broedseizoen hoeft geen rekening gehouden te worden bij de sloop van de stallen. Geen beschermde soorten aanwezig.
Nee Nee
Nee Nee
Nee Nee
Geen beschermde soorten aanwezig. Geen beschermde soorten aanwezig.
Vleermuizen
Nee
Bijzonderheden/ opmerkingen Geen verblijfplaatsen aanwezig, het plangebied heeft geen essentiële functie voor vleermuizen. Geen beschermde soorten aanwezig.
Wij adviseren om de onderzoeksresultaten voor te leggen aan het bevoegd gezag om na te gaan of zij kunnen instemmen met de onderzoeksresultaten en bovengenoemde conclusies.
Flora- en faunaonderzoek – Nieuwerkerk – Nieuwe Weg 3 - ANL23-8056
12/13
LITERATUUR EN BRONVERMELDING Atlas van de Nederlandse vleermuizen, Limpens e.a. KNNV 1997 Bats of Britain and Europe, C. Dietz en A. Kiefer, Bloomsbury 2016 www.vleermuis.net, voor up-to-date kennis van vleermuizen Atlas van de Nederlandse Zoogdieren, Zoogdiervereniging 2016, S. Broekhuizen et al. Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON)(Redactie) 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland Stichting RAVON: www.ravon.nl Nederlandse Oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Weeda e.a. 1985-1994 Sovon Vogelonderzoek Nederland: www.sovon.nl Vereniging Vogelbescherming: www.vogelbescherming.nl Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep, Ministerie van LNV, 2009 Verstoringsgevoeligheid van vogels, Krijgsveld e.a. in opdracht van Vogelbescherming, maart 2022 Nationale Databank Flora en Fauna, Verspreidingsatlas. 13 mei 2014, http://www.verspreidingsatlas.nl/ De Vlinderstichting: www.vlinderstichting.nl
Flora- en faunaonderzoek – Nieuwerkerk – Nieuwe Weg 3 - ANL23-8056
13/13