CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

1015440 Bijlage 1 Toelichting Trambaan Zeelanderij

Gemeenteraad 28 maart 2024, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Vaststellen bestemmingsplan Trambaan 21 Zonnemaire (1015440)11.371 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

In de publicatiereeks gevaarlijke stoffen (PGS 16) zijn (interne) afstandseisen tot vulplaatsen opgenomen. In een centrumgebouw met een B&B zijn gedurende een Bestemmingsplan- Trambaan 21 - Zonnemaire

26

groot deel van de dag personen aanwezig. Tot het centrumgebouw geldt een afstandseis van minimaal 10 meter vanaf het gasvulstation bij een gebouw met een gevelopening tot 100m2. De veiligheidsvoorschriften voor het gasvulstation zijn vastgelegd in de omgevingsvergunning voor de locatie. Het centrumgebouw bevindt zich op een afstand van meer dan 10 meter van het vulstation. In de omgevingsvergunning voor het onderdeel bouwen dient aangetoond te worden dat het centrumgebouw wat betreft materiaalgebruik, oppervlakte van de gevelopeningen en afstand tot het vulstation voor propaangasflessen aan de actuele veiligheidsvoorschriften voldoet. Volgens de Nationale Risicokaart/ Atlas Leefomgeving bevinden zich in de directe omgeving van het plangebied geen andere inrichtingen die vallen onder de werkingssfeer van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes, Besluit externe veiligheid Buisleidingen of de Regeling Basisnet.

Ligging propaangastanks

Figuur 6

Uitsnede Nationale risicokaart

Advies Veiligheidsregio Zeeland Door in een vroeg stadium van de planontwikkeling te adviseren over brandveiligheid, bluswatervoorzieningen en bereikbaarheid kunnen maatregelen worden genomen die bestrijdbaarheid van brand verbeteren en de kans op letsel verminderen. In het advies van 10 februari 2023 is geadviseerd over de veiligheidsaspecten van het plan. Het advies is onderstaand weergegeven. In het advies zijn ook brandveiligheidsaspecten genoemd die niet in een bestemmingsplan geregeld kunnen worden. Deze zullen in de bouwtechnische uitwerking van de voorgenomen omgevingsvergunningaanvraag voor het onderdeel bouwen worden verwerkt en beoordeeld. Brandcompartimentering en brandoverslag Om brandoverslag tussen twee gebouwen te voorkomen, wordt een minimale afstand van 5 meter tussen gebouwen geadviseerd. Op de eerste verdieping van het entreegebouw worden gastenkamers gerealiseerd voor maximaal 5 personen. Deze kamer dient in een beschermd Bestemmingsplan- Trambaan 21 - Zonnemaire

27

(sub)brandcompartiment te liggen. Tussen de gastenkamers onderling en de overige functies dient een brandscheiding met een weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (WBDBO) van minimaal 30 minuten te worden gerealiseerd. Vluchtroutes Geadviseerd wordt om de vluchtroute vanuit de gastenkamers naar buiten niet door de bijeenkomstfunctie te laten lopen, maar afzonderlijk en rechtstreeks naar buiten. Rookdetectie De gastenkamers en de vluchtroutes dienen te worden voorzien van rookdetectie welke is gekoppeld aan de detectie in de bestaande woonfunctie. Afhankelijk van de vluchtroutes en compartimentering wordt geadviseerd om het hele entreegebouw te voorzien van detectie en deze te koppelen aan de woonfunctie. Blusmiddelen In de vluchtroute op de verdieping van het entreegebouw dient een draagbaar blustoestel ten bate van de gastenkamers aanwezig te zijn. Geadviseerd wordt om ook op de begane grond (receptie) en in de nieuw te bouwen schuur op het parkeerterrein een blusmiddel op te hangen. Bereikbaarheid De bereikbaarheid van het plangebied voldoet aan de geldende eisen. Bluswatervoorziening Binnen 60 meter van het entreegebouw is een brandkraan beschikbaar. Naast het gebouw is een vijver aanwezig. Geadviseerd wordt om deze als secundaire bluswatervoorziening bereikbaar te houden.

Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het beoogde gebruik van een centrumgebouw als kleinschalige B&B. De afstand tot objecten waarvoor een extern veiligheidsrisico geldt is voldoende groot. De veiligheid voor nieuwe gebruikers is geborgd. De bereikbaarheid van de planlocatie voor hulpdiensten en de beschikbaarheid van blusmiddelen is in het kader van het vooroverleg beoordeeld door de Veiligheidsregio Zeeland. De vooroverlegreactie is opgenomen in de bijlagen van de toelichting.

4.12 Vormvrije MER-beoordeling Het Besluit tot wijziging van het Besluit milieueffectrapportage en het Besluit omgevingsrecht (reparatie en modernisering milieueffectrapportage) (Staatsblad 102, jaargang 2011) zijn op 28 februari 2011 gepubliceerd. Deze reparatie van het Besluit milieueffectrapportage was nodig door het arrest van het van de EU van 15 oktober 2009 (Commissie tegen Nederland, zaak C-255/08). Het Besluit milieueffectrapportage kende een systeem van absolute drempelwaarden. Het systeem van absolute drempelwaarden bood in de praktijk vanwege de duidelijkheid grote voordelen. Gebleken is echter, dat het onmogelijk is om de drempelwaarden zo te formuleren dat rekening wordt gehouden met alle criteria van bijlage III van de richtlijn, zoals bijv. cumulatie, en daarbij te garanderen dat onder die drempelwaarde geen sprake kan zijn van aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu. Dit betekent dat de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst van het Besluit mer een indicatief karakter krijgen. Op grond van artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht dient het bevoegd gezag zijn keuze om géén mer-beoordeling te maken voor een activiteit die beneden de drempelwaarde valt, te motiveren in de overwegingen van het moeder-besluit. Voor deze toets wordt Bestemmingsplan- Trambaan 21 - Zonnemaire

28

de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling bestaan geen vereisten voor de vorm, maar wel voor de inhoud. Ingeval de vormvrije m.e.r.-beoordeling als resultaat heeft dat belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen worden uitgesloten moet die conclusie door het bevoegd gezag worden opgenomen in de tekst van het uiteindelijke besluit in de moederprocedure. Plan-specifiek Onderliggend bestemmingsplan maakt geen ontwikkelingen mogelijk die zijn opgenomen in bijlage II van het Besluit m.e.r.. De milieugevolgen ten gevolge van de geplande ontwikkeling zijn onderzocht in de andere paragrafen van dit hoofdstuk. Uit de beoordeling van het effect van de ontwikkeling op het milieu, blijkt dat er sprake is van een kleinschalige ontwikkeling zonder significante milieueffecten. Onderliggende paragraaf met bijbehorende bijlagen kan worden aangemerkt als een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Conclusie Ten aanzien van de beoogde ontwikkeling is het opstellen van een milieueffectbeoordeling niet noodzakelijk gelet op de kenmerken van de activiteit en de mate van de kwetsbaarheid van het milieu waarin het plangebied is gelegen en het gebied waarop het effect zou kunnen hebben.

4.13 Water Water en ruimtelijke ordening hebben veel met elkaar te maken. Aan de ene kant is water één van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik. Aan de andere kant kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Water vormt een steeds belangrijker aspect bij ontwikkelingen op onder meer het gebied van woningbouw en bedrijventerreinen. Het plangebied bevindt zich binnen het beheergebied van het Waterschap Scheldestromen. Het Waterschapsbeheerprogramma 2022-2027 vertaalt de wet- en regelgeving naar concrete beleidsdoelstellingen voor het beheer van waterkeringen, het oppervlaktewatersysteem en de afvalwaterketen. In het waterbeheerprogramma wordt invulling gegeven aan de ambities uit de Visie Waterbeheer 2050. Met het programma wordt tevens invulling gegeven aan de doelstellingen vanuit de Europese Kaderrichtlijn water (KRW) wat betreft het bereiken van een Goed Ecologisch potentieel. Hoofddoelstellingen voor het duurzaam omgaan met water zijn: •

Waarborgen van waterveiligheid;

• • •

Zorgen voor mooi en schoon water; Beperken van de effecten van klimaatverandering/ klimaatadaptatie; Bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving;

• •

Verduurzaming van het watergebruik; Onderhoud van waterschapswegen.

In de ‘Startovereenkomst Waterbeleid 21e eeuw’ (d.d. 14 februari 2001) is door rijk, provincies, Waterschappen en gemeenten overeengekomen dat in alle nieuwe ruimtelijke plannen een zogenaamde watertoets opgenomen dient te worden. In de toelichting van een bestemmingsplan dient op basis van artikel 3.6 lid 1 Bro aangegeven te worden op welke wijze rekening wordt gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. In artikel 3.1.1 van het Bro is vastgelegd dat bij het opstellen van het bestemmingsplan overleg dient plaats te vinden met de waterbeheerder. Water dient in een zo vroeg mogelijk moment in de planvorming te worden meegenomen.

Bestemmingsplan- Trambaan 21 - Zonnemaire

29

De gemeente is in principe verantwoordelijk voor de omgang met hemelwater in het stedelijke gebied, maar legt wel meer verantwoordelijkheid bij de perceeleigenaar. Pas wanneer men zich niet redelijkerwijs van het hemelwater kan ontdoen is de gemeente gehouden aan het treffen van maatregelen (Waterwet, art. 9a). 4.13.1 Watertoets Het waterschap heeft een Handreiking watertoets opgesteld met daarin een watertoetstabel. Aan de hand van deze tabel kan het waterschap nagaan of het plan past binnen de waterdoelstellingen. In de beoogde situatie neemt het bebouwd oppervlak niet toe ten opzichte van de uitgangssituatie. Ten aanzien van het huidige gebruik verandert alleen de vestiging van een kleinschalige B&B in het centrumgebouw. Toets Legger Het plangebied bevindt zich volgens de Keur (20 juni 2019) en de bijbehorende legger waterkeringen niet binnen de beschermingszone van een waterkering. Er is geen effect op de waterveiligheid. Langs de Blooisedijk bevindt zich een primaire watergang die wordt beschermd op basis van de Keur. Deze watergang is van belang voor de waterberging en aan- en afvoer van water op regionaal niveau. De leggerwatergang heeft een beschermingszone van 5 meter ten aanzien van het oprichten van bebouwing aan beide zijden vanaf de insteek van de watergang ten aanzien van het oprichten van bebouwing.

Met de beschermingszone wordt geborgd dat het noodzakelijk onderhoud aan de watergang kan worden verricht. In de huidige situatie is de schuur bij de ingang van het recreatieterrein binnen de beschermingszone van de primaire watergang aanwezig. De beschermingszone van de watergang valt samen met de als zodanig bestemde groenstrook aan de noordzijde van het perceel. In de nieuwe situatie zal de schuur buiten de beschermingszone worden gerealiseerd. Voorkomen van overlast door oppervlaktewater Het verhard oppervlak neemt als gevolg van de plannen niet toe. Er verdwijnt geen open water door de ontwikkeling. Er is sprake van een hydrologisch neutrale ontwikkeling. Voorkomen van overlast door hemel- en afvalwater Het schone hemelwater wordt afgekoppeld en zo veel mogelijk ter plaatse geïnfiltreerd. Hergebruik van hemelwater ter plaatse is in beperkte mate mogelijk door middel van opvang in regentonnen. Het afvalwater wordt via de bestaande aansluitingen afgevoerd via het gescheiden gemeentelijke rioleringsstelsel. In het kader van de terreinuitbreiding in 2011 is een retentievoorziening gegraven in de vorm van een ecologische watergang een verbreding van een bestaande watergang met een totale bergingscapaciteit van 375 m3. Ten aanzien van het bestaande verhard oppervlak is hiermee in voldoende compenserende waterberging voorzien.

Aangezien met de ontwikkeling geen toename aan bebouwing wordt mogelijk gemaakt, zal dit geen belemmeringen opleveren voor de bestaande waterbergingscapaciteit. Grondwaterkwantiteit en verdroging In de omgeving van het plangebied is geen sprake van grondwateroverlast. Er is in de nieuwe situatie geen sprake van het onttrekken van grondwater. Er is sprake van een hydrologisch neutrale situatie. Het overtollige regenwater kan ter plaatse infiltreren. Het overtollige hemelwater wordt zoals in de uitgangssituatie afgevoerd via de omliggende kavelsloten en gemaal ’t Sas bij Zierikzee geloosd op de Oosterschelde. Oppervlaktewaterkwaliteit Er is geen sprake van (bouw) activiteiten met een risico op verontreiniging van het oppervlaktewater.

Bestemmingsplan- Trambaan 21 - Zonnemaire

30

Volksgezondheid De beoogde heroprichting van bebouwing en kleinschalige uitbreiding van de bezoekerscapaciteit met 5 gasten heeft geen negatieve effecten op de volksgezondheid. Bodemdaling Als gevolg van de ontwikkeling vindt er geen wijziging plaats van het waterpeil. Het plan heeft geen bodemdaling tot gevolg. Natte natuur Er zijn geen effecten op natte natuur als gevolg van de beoogde kleinschalige ontwikkelingen binnen een bestaand recreatieterrein. Onderhoud oppervlaktewater De beoogde ontwikkeling heeft geen effect op de primaire watergang en de daarbij behorende noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden. Belangen waterbeheerder Met de beoogde ontwikkeling zijn er geen effecten op de werking van omliggende objecten, terreinen of (vaar) wegen die voor het waterbeheer van belang zijn. De Blooisedijk en het naastgelegen fietspad zijn in beheer bij het waterschap. De uitbreiding van het recreatieterrein met 5 slaapplaatsen ten behoeve van een B&B leidt niet tot een overschrijding van de wegcapaciteit. Conclusie De invloed van de ontwikkeling op de waterhuishoudkundige situatie binnen het recreatieterrein blijft gelijk ten opzichte van de uitgangssituatie. De beoogde ontwikkeling heeft geen invloed op de omliggende watergangen of het watersysteem ter plaatse. Er is sprake van een hydrologisch neutrale ontwikkeling.

Hergebruik van hemelwater kan beperkt plaatsvinden door middel van gietwater. Het vuile water wordt afgevoerd via het gemeentelijke rioolstelsel. De beoogde ontwikkeling is inpasbaar binnen de waterdoelstellingen. Het Waterschap Scheldestromen heeft in het kader van het gevoerde vooroverleg (zie paragraaf 7.1) advies uitgebracht over deze waterparagraaf. De watertoetstabel is opgenomen in bijlage 5.

Bestemmingsplan- Trambaan 21 - Zonnemaire

31

Figuur 7

Uitsnede (ontwerp) Legger oppervlaktewaterlichamen 2022

Bestemmingsplan- Trambaan 21 - Zonnemaire

32

5.

JURIDISCHE PLANOPZET

5.1

Inleiding

Doel van dit bestemmingsplan is het opstellen van een juridisch- planologische regeling ten behoeve van de kleinschalige herinrichting van een bestaand recreatieterrein en de kleinschalige uitbreiding van de bezoekerscapaciteit met 5 gasten in de vorm van een B&B. Sinds 1 juli 2008 is de nieuwe Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening in werking getreden. Hiermee dienen bestemmingsplannen in digitale vorm (RO-standaarden) te worden vastgesteld. De planregels sluiten aan op het vigerende bestemmingsplan ‘Recreatieterreinen’ en op de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) 2012.

5.2

Bestemmingen

Aan het plangebied worden de volgende bestemmingen en aanduidingen toegekend: Bestemming ‘Agrarisch’ Op de planlocatie is een reguliere agrarische bestemming van kracht voor een deel van het perceel Brouwershaven, sectie F 580. Binnen de agrarische bestemming is de toegang tot het agrarische productieperceel (kadastraal perceel F580) opgenomen. De in dit bestemmingsplan opgenomen bouw- en gebruiksregels sluiten aan bij de voor de toegang tot het perceel relevante regels voor ‘Agrarisch’ uit het geldende bestemmingsplan ‘Recreatieterreinen’. Bestemming ‘Recreatie- Kampeerterrein’ Voor het planperceel is een bestemming opgenomen die gebruik voor recreatieve doeleinden in de vorm van verblijfsrecreatie (kamperen) met ondersteunende dienstverlening toestaat. Bestemming ‘Groen- Landschappelijk’ Het oprichten van gebouwen is niet mogelijk binnen een groenbestemming. De aanwezige groenstructuren worden beschermd via het aanlegvergunningstelsel. Bouwvlak Ter hoogte van de bestaande bebouwing en voorzieningen is een bouwvlak opgenomen. Alle gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden opgericht. Bouwaanduidingen Uitsluitend binnen de aanduiding ‘Bedrijfswoning’ is een bedrijfswoning toegestaan.

Ten behoeve van de toegestane bebouwing zijn de functieaanduidingen ‘Specifieke bouwaanduiding-4’ en ‘Specifieke vorm van recreatie- hobbystal’ ten behoeve van de vergunde boomhutten en de hobbystal met paddock bij de bedrijfswoning opgenomen. Functieaanduiding Ter hoogte van de aanduiding ‘Dienstverlening’ is gebruik door ondersteunende horeca voor zover voorkomen in categorie 1a en 1b van de Staat van Horeca-activiteiten, dienstverlening en detailhandel ten behoeve van het recreatiebedrijf toegestaan. Maatvoering Op basis van de aanduidingen ‘Aantal kampeerhuisjes: 45’, ‘Aantal standplaatsen winterkamperen:0’, ‘Aantal standplaatsen winterstalling:0’, ‘Maximumaantal permanente standplaatsen: 152’, Maximumaantal standplaatsen: 152’ zijn de maximale aantallen per verschillende kampeermiddelen gereguleerd. Binnen het vlak dienstverlening bedraagt de maximum bouwhoogte 10 m en de Bestemmingsplan- Trambaan 21 - Zonnemaire

33

maximaal toegestane goothoogte 6 meter. De nieuwe berging heeft een afwijkende maximale maatvoering met een bouwhoogte van maximaal 8 meter en een goothoogte van maximaal 4 meter. Op basis van de aanduiding ‘Maximaal bebouwd oppervlak (m2): 505’ is binnen de aanduiding ‘Dienstverlening’ maximaal 505m2 aan bebouwing ten behoeve van de dienstverlenende functie toegestaan. Dubbelbestemming ‘Waarde- Archeologie- 6’ Op het gedeelte van het perceel met deze bestemming gelden regels ter behoud en bescherming van mogelijk aanwezige archeologische resten in de bodem. Voor deze gronden is het aanlegvergunningenstelsel van toepassing.

Bestemmingsplan- Trambaan 21 - Zonnemaire

34

6.

UITVOERBAARHEID

6.1

Economische uitvoerbaarheid

Behalve de ruimtelijke en milieukundige uitvoerbaarheid, dient tevens de financieel-economische uitvoerbaarheid van een ruimtelijke ontwikkeling inzichtelijk te worden gemaakt. Wanneer een ruimtelijk besluit een bouwplan, zoals bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening, mogelijk maakt, is de gemeente op basis van de grondexploitatiewet verplicht om de kosten hiervan te verhalen op de aanvrager. Dit is vastgelegd in artikel 6.12 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening. De gemeente dient bij de vaststelling van een bestemmingsplan tevens een exploitatieplan vast te stellen. Van een bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 van het Bro is onder meer sprake indien sprake is van de bouw van één of meer woningen of de bouw van één of meer andere hoofdgebouwen. Tevens is een exploitatieplan noodzakelijk indien er specifieke locatie-eisen gesteld worden aan de uitvoering. In afwijking van het bepaalde in artikel 6.12 lid 1 Wro kan de gemeenteraad besluiten om de kosten anderszins te verzekeren. Het betreft hier een private ontwikkeling waarbij het risico geheel gedragen wordt door de initiatiefnemer. Alle (voorbereiding)kosten (zoals plankosten, onderzoeken en procedures, inclusief gemeentelijke begeleiding) zijn voor rekening van initiatiefnemer (via leges heffing).

Verder worden in een anterieure overeenkomst nadere afspraken vastgelegd tussen de gemeente Schouwen-Duiveland en de initiatiefnemer over dit bestemmingsplan en de daarin opgenomen planontwikkeling, waaronder bijvoorbeeld over het kostenverhaal van eventuele planschadeclaims en de principes op basis waarvan de ontwikkeling gerealiseerd worden. Voor de gemeente zelf zijn er geen kosten verbonden aan de verwezenlijking van het plan. Op grond van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat de economische uitvoerbaarheid van het plan voldoende is gegarandeerd en er kan worden afgezien van het opstellen van een exploitatieplan.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1

Resultaten vooroverleg

Het voorontwerpbestemmingsplan wordt in het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro) voorgelegd aan de Provincie Zeeland, het Waterschap Scheldestromen en de Veiligheidsregio Zeeland. De volledige reacties zijn opgenomen in bijlage 8 van de toelichting. De gevoerde vooroverleg procedure heeft geleid tot de volgende vooroverlegreacties/ resultaten. De Provincie Zeeland heeft enkele opmerkingen op het voorontwerpbestemmingsplan gemaakt met betrekking tot de Wet natuurbescherming, stikstof en de aan te leggen landschapselementen. Naar aanleiding hiervan is het bestemmingsplan op onderdelen aangepast/aangevuld. Het Waterschap Scheldestromen heeft per mail van 20 februari 2023 aangegeven geen aandachtspunten te hebben bij het plan. Bij eventuele aanpassingen aan het watersysteem of de obstakelvrije zone van 5m langs een watergang dient de initiatiefnemer een watervergunning aan te vragen. Tevens is gemeld dat de vooroverlegreactie tevens het wateradvies is. Deze opmerking leidt niet tot aanpassingen aan het plan. Ook de Veiligheidsregio Zeeland heeft aangegeven geen opmerkingen te hebben op het voorontwerpbestemmingsplan. Het bestemmingsplan geeft geen aanleiding voor ruimtelijk relevante maatregelen wat betreft externe veiligheidsrisico’s. Wel zijn er andere algemene maatregelen te Bestemmingsplan- Trambaan 21 - Zonnemaire

35

treffen op basis waarvan de bestrijdbaarheid van brand kan worden verbeterd en waarbij de kans op ongevallen wordt verminderd. Deze (bouwtechnische) maatregelen zijn aanvullend genoemd in paragraaf 4.11 van de toelichting. 6.2.2

Resultaten inspraakprocedure

Het ontwerpbestemmingsplan ‘Trambaan 21 Zonnemaire’, met identificatienummer NL.IMRO.1676.00359BphZO701966-ON01, heeft gedurende zes weken (7 augustus tot en met 18 september 2023) ter inzage gelegen. Tijdens deze periode van terinzagelegging is eenieder de gelegenheid geboden een zienswijze te geven op het ontwerpbestemmingsplan. Gedurende de periode van terinzagelegging is er geen zienswijze ingediend. Na de terinzagelegging is gebleken dat het bestemmingsplan op enkele onderdelen (ambtshalve) aanpassing behoeft. De stikstofdepositieberekening is in januari 2024 geactualiseerd en toegevoegd in bijlage 7 van de toelichting. Ook uit de geactualiseerde berekeningsresultaten blijkt dat de ontwikkeling geen effect heeft op de voor stikstofgevoelige soorten in Natura 2000-gebieden. De actualisering betreft een ambtshalve aanpassing.

Bestemmingsplan- Trambaan 21 - Zonnemaire

36

BIJLAGEN

Bestemmingsplan- Trambaan 21 - Zonnemaire

37

BIJLAGE 1 Bestaande situatie Erik van den Bos Architecten d.d. april 2021

Bestemmingsplan- Trambaan 21 - Zonnemaire

38

BIJLAGE 2 Beoogde situatie Erik van den Bos Architecten d.d. September 2022

Bestemmingsplan- Trambaan 21 - Zonnemaire

39

BIJLAGE 3 Flora- en faunarapportage NWC-Advies d.d. juni 2022

Bestemmingsplan- Trambaan 21 - Zonnemaire

40

BIJLAGE 4a Bodemonderzoek Hattink Advies BV d.d. februari 2011

BIJLAGE 4b Verkennend bodemonderzoek MCG BV d.d. februari 2023

Bestemmingsplan- Trambaan 21 - Zonnemaire

41

BIJLAGE 5 Watertoetstabel

Bestemmingsplan- Trambaan 21 - Zonnemaire

42

BIJLAGE 6 Aanleg landschapselementen

Bestemmingsplan- Trambaan 21 - Zonnemaire

43

BIJLAGE 7 Stikstofdepositieberekening S&W Bouwkundig Ingenieurs d.d. 17 Januari 2024

Bestemmingsplan- Trambaan 21 - Zonnemaire

44

BIJLAGE 8 Vooroverlegreacties Provincie Zeeland d.d. 23 Februari 2023 Waterschap Scheldestromen d.d. 20 Februari 2023 Veiligheidsregio Zeeland d.d. 10 Februari 2023

Bestemmingsplan- Trambaan 21 - Zonnemaire

45

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13830556/1