CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

1006427 Bijlage 4 Quickscan

Commissie Ruimte en Economie 5 februari 2024, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Omgevingsvergunning Bogerdweg (tussen 12 en 12a) te Dreischor (1006427)7.893 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan flora en fauna Bogerdweg te Dreischor Concept

November 2023 P23-056 Auteur: R. Konings Natuur-Wetenschappelijk Centrum 078-6213921 info@nwcadvies.nl www.nwcadvies.nl

Quickscan flora en fauna Bogerdweg te Dreischor

Concept

Natuur-Wetenschappelijk Centrum, Noorderelsweg 4A, 3329 KH Dordrecht

Quickscan flora en fauna Bogerdweg te Dreischor

Opdrachtgever:

Erik van den Bos Architect B.V.

Uitvoering:

Natuur-Wetenschappelijk Centrum

Veldwerk:

C. Huibers

Samenstelling:

R. Konings

Foto’s:

NWC

Quickscan flora en fauna Bogerdweg te Dreischor. [Samenst.: Mouthaan, C.] [Foto’s: NWC] Met lit. opg., Dordrecht: Strix/NWC.

Trefw.: Wet natuurbescherming, Dreischor, quickscan, flora, fauna, Bogerdweg

P23-056

Niets uit deze uitgave mag openbaar worden gemaakt of verveelvoudigd, door middel van; druk, fotokopie, microfilm of op enige andere wijze, zonder toestemming van de uitgever of de opdrachtgever.

Dordrecht, november 2023

Inhoud

Samenvatting

1

Inleiding

5

2

Gebiedsbeschrijving

7

3

Wettelijk kader

17

4

Methode

23

5

Resultaten

27

6

Effecten, verplichtingen en aanbevelingen

31

Referenties

Bijlagen: Bijlage 1: Foto’s van het plangebied Bijlage 2: Beschermde soorten Wet natuurbescherming Bijlage 3: Vleermuizen en ruimtelijke ingrepen Bijlage 4: Verspreidingsatlassen soorten omgeving plangebied Bijlage 5: Natuurinclusief bouwen Bijlage 6: Medewerkers NWC en kwalificaties

Samenvatting

Onderstaande tabel geeft de conclusies uit voorliggend rapport weer. Voor de volledigheid en om een verkeerde interpretatie te voorkomen, dient ook hoofdstuk 6 (effecten, verplichtingen, mitigatie en aanbevelingen) gelezen te worden. Soortgroep

Effecten (beschermde) soorten

Verplichtingen

Vleermuizen

Geen effecten

Zorgplicht Bij voorkeur werken buiten het kwetsbare seizoen

Vogels vaste Verblijfplaats

Geen effecten

Zorgplicht

Algemene broedvogels

Mogelijke verstoring.

Zorgplicht

Bij voorkeur werken buiten het broedseizoen

Grondgebonden

Mogelijke verstoring.

Zorgplicht

Bij voorkeur werken buiten

Vissen

Geen effecten

Zorgplicht

Amfibieën

Geen effecten

Zorgplicht

Reptielen

Geen effecten

Zorgplicht

Ongewervelden

Geen effecten

Zorgplicht

Flora

Geen effecten

Zorgplicht

zoog-

dieren

het kwetsbare seizoen

Quickscan flora en fauna Bogerdweg te Dreischor

1. Inleiding

Er zijn plannen om een nieuwe woning te realiseren op het land gelegen tussen Bogerdweg 12 en 12a te Dreischor. De bouw van een woonhuis kan van invloed zijn op de aanwezige beschermde flora en fauna in het plangebied. In het kader van de Wet natuurbescherming dient hiervoor een quickscan (en mogelijk aanvullend onderzoek) naar de aanwezigheid van beschermde natuurwaarden uitgevoerd te worden en moet een beoordeling van de effecten op deze natuurwaarden gemaakt worden, inclusief maatregelen om eventuele schade en verstoring te verzachten en er zorg voor te dragen dat de functionaliteit van het gebied voor aanwezige beschermde soorten gewaarborgd blijft. Erik van de Bos Architecten heeft het Natuur-Wetenschappelijk Centrum (NWC) opdracht gegeven een quickscan flora en fauna op deze locatie uit te voeren en om te adviseren omtrent de relevante natuurwetgeving.

5

Quickscan flora en fauna Bogerdweg Dreischor

6

Quickscan flora en fauna Bogerdweg te Dreischor

2.

Gebiedsbeschrijving en voorgenomen plannen Gebiedsbeschrijving Het plangebied betreft een braakliggende kavel gelegen aan de Bogerdweg te Dreischor in de provincie Zeeland (figuur 1). De planlocatie ligt ten zuiden van de dorpskern in het bebouwingscluster aan de Bogerdweg. Het perceel wordt begrensd door de woningen aan de Bogerdweg 12 en 12a en een deel van de dicht begroeide tuin van de woning aan de Bogerdweg 12. De directe omgeving van het plangebied bestaat, naast het plaatsje Dreischor, uit landbouwgebied. Huidige situatie Het bestaande terrein ligt braak en is in particulier bezit.

Figuur 1: Ligging van het plangebied (rood omlijnd).

Voorgenomen plannen In de beoogde situatie wordt tussen de bestaande woningen aan de Bogerdweg 12 en 12a een nieuwe vrijstaande woning mogelijk gemaakt; De nieuwe woning betreft een grondgebonden gezinswoning en wordt gerealiseerd op basis van particulier opdrachtgeverschap. De nieuwe woning zal levensloopbestendig worden gerealiseerd. Alle primaire voorzieningen bevinden zich op één woonlaag (zie figuur 2 en 3).

7

Quickscan flora en fauna Bogerdweg Dreischor

Figuur 2: beoogde situatie Bogerdweg.

Figuur 3: voorgenomen plannen woonhuis Bogerdweg.

Ligging ten opzichte van beschermde gebieden Natura 2000 Het plangebied ligt op ongeveer 2,5 kilometer afstand van Natura 2000-gebied ‘Grevelingen’. Vanwege de voorgenomen plannen en de afstand tot beschermde Natura 2000 gebieden worden er geen significant nadelige effecten verwacht op de habitattypen en

8

Quickscan flora en fauna Bogerdweg te Dreischor

instandhoudingsdoelstellingen van deze Natura 2000-gebieden als gevolg van verstoring door geluid, verstoring door licht en andere storingsfactoren.

Figuur 4: Ligging van het plangebied (rode cirkel) ten opzichte van NNN gebied (groen en geel gearceerd).

Natuurnetwerk Nederland Het plangebied bevindt zich niet in het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (zie figuur 4). Hierdoor is een toetsing aan de wet- en regelgeving niet nodig.

9

Quickscan flora en fauna Bogerdweg Dreischor

10

Quickscan flora en fauna Bogerdweg te Dreischor

3.

Wettelijk kader In Nederland is de bescherming van belangrijke natuurwaarden vanaf 2017 wettelijk vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Het gaat hierbij zowel om bescherming van soorten als bescherming van gebieden. Onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming De provincies zijn sinds 1 januari 2017 verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet natuurbescherming en dus ook voor ontheffingsaanvragen. Om een ontheffingsaanvraag in behandeling te nemen, dient het onderzoek aan goedgekeurde voorwaarden (o.a. ten aanzien van methode, intensiteit, periode, tijd tussen onderzoeksmomenten) te voldoen. Slechts als het onderzoek volgens deze voorwaarden uitgevoerd is, kan volgens de wetgever een goed onderbouwde uitspraak gedaan worden over; - de aanwezigheid van beschermde soorten; - de functie van een gebied of onderdelen binnen een gebied voor deze beschermde soorten; - het belang van een gebied of onderdelen binnen een gebied voor aanwezige beschermde soorten; - de effecten van plannen op deze soorten; - de keuze voor te nemen (mitigerende- en/of compenserende) maatregelen. De voorwaarden waaraan onderzoek moet voldoen, staan beschreven in de kennisdocumenten die in opdracht van de wetgever door BIJ12 opgesteld zijn en de inventarisatieprotocollen van het Netwerk Groene Bureaus.

Onderzoeken die niet volgens deze voorwaarden uitgevoerd zijn, kunnen volgens het bevoegd gezag geen basis en onderbouwing vormen van ontheffingsaanvragen en aanvragen zullen om die reden afgewezen worden. Het NWC is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus en werkt volgens bovengenoemde kennisdocumenten en inventarisatieprotocollen. Soortbescherming Voor dier- en plantensoorten zijn in de Wnb een aantal verbodsbepalingen opgenomen, waarvan vooral de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 belangrijk zijn in het kader van flora- en faunaonderzoek bij onder andere ruimtelijke ontwikkelingen (tekstvak 1). De verbodsbepalingen uit de artikelen gelden overal in Nederland, ongeacht het type of de omvang van de werkzaamheden of activiteiten die uitgevoerd worden. De bepalingen uit de Wnb kunnen daarom van invloed zijn op ruimtelijke ingrepen, zoals het aanleggen van infrastructuur, het slopen en realiseren van bebouwing, het uitbreiden van industriegebieden en het kappen van bomen. Ook bij het opstellen of herzien van

11

Quickscan flora en fauna Bogerdweg Dreischor

bestemmingsplannen zijn de bepalingen uit de Wnb van belang. In het kader van het zorgvuldigheidsbeginsel en het voorzorgsbeginsel (Algemene Wet Bestuursrecht) dient bij het opstellen en herzien van bestemmingsplannen en bij (ruimtelijke) activiteiten een toetsing aan de Wnb plaats te vinden. Deze toetsing moet de volgende onderdelen bevatten: - Een inventarisatie van het voorkomen van wettelijk beschermde dier- en plantensoorten in het plangebied en binnen de invloedssfeer van de activiteit; - Een inventarisatie en beoordeling van (significant) nadelige effecten als gevolg van de activiteit, op beschermde soorten die binnen het plangebied en/of binnen de invloedssfeer van de activiteit aanwezig zijn; - Indien nodig een opname van maatregelen die de negatieve effecten op de beschermde soorten en hun leefgebieden mitigeren en/of compenseren. De Wnb kent drie categorieën van beschermde soorten die ook terug te vinden zijn in de artikelen met verbodsbepalingen: alle vogels uit de Europese Vogelrichtlijn (artikel 3.1), alle soorten die in de Europese Habitatrichtlijn vermeld worden (artikel 3.5) en “overige soorten” (artikel 3.10) die alleen op nationaal niveau beschermd worden. Provincies mogen afwijken van de lijst met “overige soorten” door vrijstelling te verlenen voor bepaalde soorten. Hierdoor kan deze lijst per provincie verschillen.

Een overzicht van alle beschermde soorten is te vinden in bijlage 1. Soorten Europese Vogelrichtlijn en -Habitatrichtlijn Wanneer één of meerdere verbodsbepalingen uit artikel 3.1 en/of artikel 3.5 Wnb overtreden worden door de voorgenomen activiteit, dient een ontheffing aangevraagd te worden bij de provincie waarin de activiteit plaatsvindt. Een ontheffing voor het overtreden van verbodsbepalingen wordt voor soorten uit de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn alleen verleend wanneer voldaan wordt aan elk van de volgende voorwaarden: - Er bestaat geen andere bevredigende oplossing; - Zij is nodig: a) In het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; of b) In het belang van een dwingende reden van groot openbaar belang; of c) In het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; - Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. Voor vogels kan echter geen beroep gedaan worden op belang b “dwingende reden van groot openbaar belang”. Wanneer overtreding van de verbodsbepalingen voorkomen kan worden door het treffen van mitigerende maatregelen, is het aanvragen van een ontheffing niet nodig. Wel kan in dergelijke gevallen toch ontheffing aangevraagd worden om de te treffen maatregelen goed te laten keuren.

Indien het bevoegd gezag de maatregelen goedkeurt, wordt door hen een “positieve afwijzing” afgegeven. 12

Quickscan flora en fauna Bogerdweg te Dreischor

Tekstvak 1: Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming

Artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 Wet natuurbescherming: Artikel 3.1 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. Artikel 3.5 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van de dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5.

Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn of bijdrage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen of af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Artikel 3.10 1. Het is verboden: a) In het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten genoemd in de bijlage, onderdeel A bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b) De vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen; c) Vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Bij de aanvraag van een ontheffing in het kader van de Wnb zijn een activiteitenplan en, in sommige gevallen, een compensatieplan noodzakelijk. Hierin staan de bevindingen uit de flora- en faunatoets vermeld en worden maatregelen beschreven die uitgevoerd zullen worden om ervoor te zorgen dat de nadelige effecten op beschermde plant- en diersoorten in en binnen de invloedssfeer van de activiteit zoveel mogelijk voorkomen, dan wel beperkt worden.

13

Quickscan flora en fauna Bogerdweg Dreischor

Overige soorten Voor de soorten uit deze categorie geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen uit artikel 3.10 mits een door het ministerie van LNV goedgekeurde gedragscode van toepassing is op de activiteit. Indien aantoonbaar gewerkt kan worden volgens een dergelijke gedragscode, hoeft geen ontheffing aangevraagd te worden voor het overtreden van één of meerdere verbodsbepalingen uit artikel 3.10 van de Wnb. Indien er geen goedgekeurde gedragscode van toepassing is op de activiteit of het niet mogelijk is om volgens een dergelijke gedragscode te werken, dient bij overtreding van verbodsbepalingen wel een ontheffing aangevraagd te worden. De ontheffing kan voor deze soorten echter op grond van meer belangen verleend worden dan het geval is voor de Vogel- en Habitatrichtlijnsoorten. Zorgplicht Tenslotte geldt voor alle plant- en diersoorten (ook de onbeschermde) de zorgplicht uit artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming. Deze houdt in dat mogelijke nadelige gevolgen voor planten en dieren, voor zover redelijk, zoveel mogelijk vermeden moeten worden. Gebiedsbescherming Bescherming van natuurgebieden en hun bijzondere natuurwaarden vindt onder de Wet natuurbescherming plaats via (Europese) Natura 2000-gebieden.

De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van specifieke natuurwaarden in gebieden die in het kader van de Europese Vogel- en -Habitatrichtlijn aangewezen en/of aangemeld zijn als speciale beschermingszone (Natura 2000-gebieden). Voor deze beschermde gebieden zijn aanwijzingsbesluiten opgesteld waarin beschreven staat voor welke (natuurlijke) habitats en dier- en plantensoorten het gebied aangewezen is. Voor deze kwalificerende waarden zijn instandhoudingsdoelen opgesteld. Projecten, plannen en andere handelingen die nadelige effecten hebben op één of meerdere instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied, zijn vergunningplicht of moeten de goedkeuring, een “bestuurlijk oordeel”, van het bevoegd gezag hebben (in veel gevallen zijn dit Gedeputeerde Staten en in andere gevallen is dit de minister van Economische Zaken). Zij oordelen dan dat een vergunning niet nodig is. Of deze goedkeuring wordt gegeven, is afhankelijk van de uitkomst van de zogenaamde habitattoets. Uit de habitattoets kunnen drie mogelijkheden volgen: - Er is zeker geen nadelig effect. In dit geval is er geen vergunning nodig in het kader van de Wet natuurbescherming; - Er is sprake van een nadelig effect in de vorm van verstoring, maar dit is niet significant en er is geen sprake van verslechtering van aangewezen habitats. Hieruit volgt dat een vergunningaanvraag niet aan de orde is.

Wel is een bestuurlijk oordeel van het bevoegd gezag nodig;

14

Quickscan flora en fauna Bogerdweg te Dreischor

- Er is sprake van een mogelijk significant nadelig effect in de vorm van verstoring en/of er is sprake van verslechtering van aangewezen habitats. In dit geval dient een passende beoordeling opgesteld te worden en is een vergunning nodig. Een ‘passende beoordeling’ is een rapport waarin (de zo exact mogelijke omvang van) de effecten, afzonderlijk of in combinatie met andere activiteiten, van een plan, project of handeling op een Natura 2000-gebied beschreven staan. Deze nadelige effecten worden in relatie tot de instandhoudingsdoelen bepaald. Indien uit de passende beoordeling volgt dat er significant nadelige gevolgen op zullen treden, moeten de plannen getoetst worden aan de zogenaamde ADC-criteria; 1. Zijn er Alternatieven? 2. Is er sprake van een Dwingende reden van groot openbaar belang? 3. Zijn er Compenserende maatregelen voorzien? Wanneer er een alternatief bestaat voor de voorgenomen plannen dat niet tot significant nadelige effecten op instandhoudingsdoelstellingen leidt, moet dit alternatief gekozen worden. De ecologische belangen hebben in dit geval voorrang op de economische belangen. Wanneer er geen alternatieven voorhanden zijn, er sprake is van een dwingende reden van groot openbaar belang en/of er voldoende compenserende maatregelen getroffen worden, kan vergunning voor de voorgenomen plannen verleend worden.

Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur) is een Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit Natuurnetwerk. De bescherming van het Natuurnetwerk is opgenomen in de Verordening Ruimte van de desbetreffende provincie en valt hiermee buiten de Wet natuurbescherming. Natuurwaarden van het NNN worden afgemeten aan doelsoorten. Het is belangrijk dat verlies van en winst aan belangrijke natuurwaarden hieraan worden afgemeten. Ruimtelijke ingrepen moeten vooraf worden getoetst op hun effect op het areaal, de samenhang en de kwaliteit van het NNN. Ingrepen die geen significant negatief effect op wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN hebben, kunnen in principe doorgang vinden. Als echter het tegenovergestelde geldt, hangt doorgang van de plannen onder meer af van het belang van de plannen en van de mogelijkheden voor mitigatie en compensatie. Hierbij geldt het 'Nee, tenzij-regime'. Per saldo dient de kwaliteit en/of kwantiteit van het NNN te verbeteren. Waar Natura 2000-gebieden met het NNN overlappen, blijft ook het NNN-regime gelden.

15

Quickscan flora en fauna Bogerdweg Dreischor

16

Quickscan flora en fauna Bogerdweg te Dreischor

4.

Methode In het kader van de Wet natuurbescherming is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Deze quickscan bestond uit een literatuuronderzoek en een veldbezoek. Voor het literatuuronderzoek is gebruikgemaakt van verspreidingsgegevens van soorten verzameld door de verschillende soortenorganisaties. Op basis van het literatuuronderzoek is o.a. bepaald voor welke soortgroepen de aanwezigheid en/of de geschiktheid van het plangebied onderzocht diende te worden. Tijdens de quickscan is rekening gehouden met de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen, vogels met een vaste verblijfplaats, algemene broedvogels, grondgebonden zoogdieren, vissen, reptielen en amfibieën. Het plangebied vormt geen geschikt leefgebied voor beschermde dagvlinders omdat de bodem te voedselrijk is om als biotoop voor de waardplanten van deze vlindersoorten te kunnen dienen. Bovendien komen de meeste beschermde vlindersoorten op slechts een aantal locaties in Nederland voor (voornamelijk natuurgebieden). Om deze redenen is deze soortgroep buiten beschouwing van de quickscan gelaten. Het veldbezoek is op 10 november uitgevoerd door een medewerker van het NWC. De temperatuur tijdens het veldbezoek bedroeg ongeveer 12 °C, het was geheel bewolkt en de wind had een kracht van 3 Bft. Deze gegevens zijn door de medewerkers in het veld gemeten of ingeschat.

Literatuuronderzoek Via literatuuronderzoek is er nagegaan welke soorten die beschermd worden door de Wet natuurbescherming in een straal van 4 kilometer rond het plangebied voorkomen. Hierbij is gebruik gemaakt van de data van NDFF, Waarniming.nl en van Sovon. Vleermuizen Alle vleermuissoorten worden beschermd door de Wet natuurbescherming. Het plangebied is daarom beoordeeld op de mogelijke waarde voor vleermuizen. Hierbij is beoordeeld in hoeverre de bomen en de bebouwing binnen het plangebied geschikt zijn als verblijfplaats voor vleermuizen. Er is onder andere gelet op de aanwezigheid en kenmerken van holtes in de bomen en spleten, kieren en een spouwgang in de bebouwing. Ook is gelet op sporen van vleermuizen, zoals keuteltjes, afgebeten insectenvleugels en aanwezigheid van meststrepen bij eventuele invliegopeningen. Daarnaast is er tijdens het veldbezoek beoordeeld of er in en in de directe omgeving van het plangebied potentieel belangrijke vliegroutes en/of foerageergebied aanwezig zijn, zoals bomenrijen, andere groene, lijnvormige landschapselementen en (kleinschalige) weilanden en andere half open gebieden. Hierbij is tevens gelet op het aanbod van geschikt foerageergebied in en in de omgeving van het plangebied.

17

Quickscan flora en fauna Bogerdweg Dreischor

Vogels met een vaste verblijfplaats Vogels met een vaste verblijfplaats worden jaarrond beschermd door de Wet natuurbescherming. Dit geldt ook voor hun functionele leefomgeving. Voorbeelden van deze soorten zijn de Buizerd (Buteo buteo), de Huismus (Passer domesticus) en de Gierzwaluw (Apus apus). Tijdens de quickscan is het plangebied onderzocht op de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vogels met een vaste verblijfplaats en is bepaald welke gevolgen de voorgenomen plannen voor deze vogels met zich meebrengen (zoals verstoring door geluid). De bomen binnen het plangebied zijn beoordeeld op hun geschiktheid voor en aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen van vogels. Dit is gedaan door te letten op sporen (braakballen, veren, uitwerpselen, etc.), nesten (o.a. horsten en oude kraaiennesten) en aan de hand van waarnemingen van de betreffende vogelsoorten (geluid/zicht/territorium indicerend gedrag). Tevens is bekeken of het gebied een significant onderdeel zou kunnen zijn van de functionele leefomgeving van een vogelsoort met een vaste verblijfplaats. Broedvogels Tijdens het veldbezoek is beoordeeld in hoeverre broedvogels in het plangebied aanwezig zijn en of zij een nest hebben of nestindicatief gedrag vertonen. Naast vogels met een vaste verblijfplaats, gaat het hier om vogelsoorten die elk broedseizoen een nieuw nest maken of goed in staat zijn een nieuw nest te maken.

Vogelnesten van algemene broedvogels vallen alleen onder de bescherming van de Wnb wanneer het in gebruik is (tijdens het broedseizoen). Grondgebonden zoogdieren Tijdens het veldbezoek is beoordeeld of het plangebied geschikt leefgebied vormt voor strikt beschermde grondgebonden zoogdieren. Naast geschiktheid als leefgebied en de aanwezigheid van functionele leefomgeving, is gelet op het voorkomen van sporen van deze soorten (holen, geurmerken, vraatsporen, uitwerpselen en loopsporen). Vissen Tijdens het veldbezoek is er middels een bemonstering met steeknetten en elektro apparatuur gekeken naar de verschillende soorten beschermde vissen die in het plangebied voor (kunnen) komen. Hierna is beoordeeld welke gevolgen de plannen hebben op de beschermde aquatische fauna die in het plangebied voorkomen. Amfibieën Tijdens het veldbezoek is er een inventarisatie gedaan naar de amfibieën die in het plangebied aanwezig zijn.

18

Quickscan flora en fauna Bogerdweg te Dreischor

Reptielen Tijdens het veldbezoek is er een inventarisatie gedaan naar de mogelijke aanwezigheid van reptielen in het plangebied. Ongewervelden Tijdens het veldbezoek is er een inventarisatie gedaan naar de ongewervelden die in het plangebied voorkomen. Flora Er is tijdens het veldonderzoek een inventarisatie uitgevoerd naar de vegetatie die op en in het plangebied groeit.

19

Quickscan flora en fauna Bogerdweg Dreischor

20

Quickscan flora en fauna Bogerdweg te Dreischor

5.

Resultaten

5.1. Literatuurstudie In bijlage 4 worden de verspreidingskaarten voor de door Wet natuur bescherming soorten die in de omgeving van het plangebied voorkomen weergegeven. Vleermuizen Uit literatuuronderzoek blijkt dat de volgende vleermuissoorten in de omgeving van het plangebied voorkomen: de Gewone dwergvleermuis, de Ruige dwergvleermuis, de Laatvlieger, de Gewone grootoorvleermuis en de Watervleermuis. Het gebied bevat geen bebouwing of bomen waardoor het geschikt zou kunnen zijn als verblijfplaats of vliegroute voor de bovengenoemde soorten vleermuizen. Het plangebied is daarom geen essentiële verblijfplaats noch essentiële functionele leefomgeving voor vleermuizen. Vogels met vaste verblijfplaatsen Uit literatuuronderzoek blijkt dat de volgende vogelsoorten met vaste verblijfplaats (categorie 1 tot en met 4) (nesten die jaarrond beschermd zijn) in de omgeving van het plangebied voorkomen: Gierzwaluw, Huismus, Buizerd, Havik, Ransuil, Sperwer en Blauwe reiger. In het plangebied staan geen gebouwen waardoor er geen mogelijkheid is voor de Gierzwaluw en de Huismus om een verblijfplaats in het plangebied te hebben. Ook zijn er geen bomen in het plangebied aanwezig waarin Buizerd, Havik, Ransuil, Sperwer of Blauwe reiger een nest zouden kunnen maken. Hierdoor kan de aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen van vogelsoorten die in categorie 1 tot en met 4 uitgesloten worden.

Grondgebonden zoogdieren Uit literatuuronderzoek blijkt dat de volgende door de Wet natuurbescherming aanvullend beschermde grondgebonde zoogdiersoorten in de omgeving van het plangebied voorkomen: Bunzing, Hermelijn, Damhert, Haas, Steenmarter, Wezel, Wolf en de Noordse woelmuis. De nabije omgeving van het plangebied bestaat uit akkers en een sloot met kruidenrijke begroeiing. In het plangebied zijn er geen bomen of struiken aanwezig. Hierdoor kunnen de volgende soorten uitgesloten worden: Bunzing, Damhert, Hermelijn, Wezel en Wolf. Doordat er geen water in en om het gebied aanwezig is kan ook de Noordse woelmuis uitgesloten worden.

21

Quickscan flora en fauna Bogerdweg Dreischor

De Haas leeft in kleinschalig gras- en bouwland, open veld als akkers en weilanden en kan daarom in het plangebied verwacht worden. Ook de Steenmarter kan verwacht worden in het plangebied, aangezien dit een cultuurvolger is en leeft in gebieden met oude schuren, heggen en geriefhoutbosjes. Door de aanwezigheid van kleinschalig bouwland, open veld, heggen en opgaande vegetatie kunnen de Haas en de Steenmarter in het plangebied voorkomen. Amfibieën In de omgeving van het plangebied komt de Rugstreeppad voor. In en om het plangebied zijn geen sloten aanwezig, maar door de werkzaamheden kunnen wel tijdelijke plasjes ontstaan waar de Rugstreeppad in aanwezig kan zijn. De Rugstreeppad is volgens waarneming.nl wel erg ver van het plangebied waargenomen, waardoor het erg sterk lijkt dat deze in het plangebied aanwezig gaat zijn tijdens de werkzaamheden. Reptielen In de omgeving van het plangebied komt de Levendbarende hagedis voor. De Levendbarende hagedis is een vochtminnende soort die in de genoemde landschapstypen veel wordt aangetroffen op oevers en vochtige terreindelen. Aangezien zich in het plangebied geen water noch vochtig terrein bevindt, kan deze soort worden uitgesloten. Ongewervelden Uit de literatuurstudie blijkt dat er geen beschermde ongewervelden in de omgeving van het plangebied voorkomen.

Flora Uit de literatuurstudie blijkt dat er geen beschermde flora in de omgeving van het plangebied voorkomen.

5.2 Veldonderzoek Vleermuizen Het plangebied bevat geen gebouwen of vegetatie met mogelijke verblijfplaatsen. Ook is er geen sprake van lijnvormige elementen of hoog opgaande vegetatie waardoor het niet geschikt is als vlieg- of foerageerroute. Hierdoor is het niet waarschijnlijk dat het onderdeel uitmaakt van de essentiële functionele leefomgeving voor vleermuizen. Vogels met een vaste verblijfplaats Nesten van vogels met een vaste verblijfplaats zijn jaarrond beschermd. Ook nesten van kraaiachtigen zijn jaarrond beschermd als ze in gebruik zijn door een vogelsoort met een

22

Quickscan flora en fauna Bogerdweg te Dreischor

vaste verblijfplaats zoals Buizerd (Buteo buteo) of Sperwer (Accipiter nisus). Tijdens het veldbezoek zijn geen vogels met een vaste verblijfplaats noch nesten aangetroffen. Algemene broedvogels Tijdens het bezoek zijn geen algemene broedvogels noch nesten waargenomen. De klimop haag in het plangebied kan wel dienen als schuil- en eetplek voor vogels, zoals bijvoorbeeld de Merel maar is geen essentieel leefgebied. Grondgebonden zoogdieren In het plangebied zijn geen beschermde zoogdiersoorten waargenomen. Er zijn ook geen verblijfplaatsen noch sporen waargenomen. Amfibieën Tijdens het veldbezoek zijn er geen amfibieën gevonden Reptielen Tijdens de veldbezoeken zijn er in het plangebied geen aanwijzingen van de aanwezigheid van reptielen aangetroffen. Ongewervelden Tijdens het veldbezoek zijn geen ongewervelden aangetroffen. Flora Er staan in het plangebied geen bomen. Aan de rand van het plangebied zijn wel hagen van klimop die tegen de appelbomen van de buren opklimmen. Aan de noordzijde is een bramenhaag. Er staan geen strikt beschermde flora in het plangebied. .

23

Quickscan flora en fauna Bogerdweg Dreischor

6.

Effecten, verplichtingen en aanbevelingen

6.1. Effecten Vleermuizen Het plangebied bevat geen elementen die wijzen op essentiële vlieg- en foerageerroutes. Ook bevat het gebied geen potentiële verblijfplaatsen. Hierdoor worden er geen negatieve effecten voor vleermuizen verwacht. In de nabijgelegen gebouwen zouden wel vleermuizen kunnen leven die in de open onbebouwde kavel gebruiken als foerageerterrein. Door de bouwwerkzaamheden kan dit foerageergebied verloren gaan en kunnen de vleermuizen verstoort worden. Vogels met een vaste verblijfplaats Het plangebied bevat geen elementen die wijzen op een essentiële verblijfplaats voor vogels met een vaste verblijfplaats. Ook bevat het gebied geen potentiële verblijfplaatsen. Hierdoor worden er geen negatieve effecten voor vogels met een vaste verblijfplaats verwacht. Algemene broedvogels Algemene broedvogels zijn beschermd tijdens het broedseizoen wanneer deze een nest met eieren en/of jongen hebben. Het plangebied bevat geen elementen die wijzen op een essentiële verblijfplaats voor broedvogels. Hierdoor worden er geen negatieve effecten voor vogels met een vaste verblijfplaats verwacht. De braam- en klimophagen zijn wel geschikt als eet- en schuilplaats voor algemene broedvogels, maar niet als essentiële verblijfplaats. Ondanks dat er nu geen broedvogels gezien of gehoord zijn sluit dat niet uit dat ze in de hagen kunnen schuilen.

De bouwwerkzaamheden, waarbij de hagen verloren gaan, kunnen effect hebben op de broedvogels, omdat hun eet- en schuilplekken dan verloren gaan. Bovendien kunnen ze verstoord worden. Grondgebonden zoogdieren Tijdens het veldbezoek zijn geen aanwijzingen van de aanwezigheid van beschermde grondgebonden zoogdieren de Haas en de Steenmarter aangetroffen binnen het plangebied. Door de bouwwerkzaamheden kan het leefgebied van de Haas en de Steenmarter (tijdelijk) aangetast worden en kunnen de dieren verstoort worden. Het betreft hier echter geen essentieel leefgebied, omdat er voor deze dieren in de omgeving nog voldoende leefgebied overblijft.

24

Quickscan flora en fauna Bogerdweg te Dreischor

Flora Het plangebied bevat geen beschermde flora. Hierdoor zijn er vanuit de Wet natuurbescherming geen verdere verplichtingen ten aanzien van flora. Gebiedsbescherming Het plangebied bevind zich buiten het Natura 2000-gebied Natuurnetwerk Nederland. Er wordt niet verwacht dat er door de werkzaamheden stikstofdepositie op korte of lange termijn effect zal hebben op de ontwikkeling van de stikstofdeposietie binnen het Natura 2000-gebied. Daarom worden geen nadelige gevolgen voor de instandhouding van Natura 2000-gebied en NNN-gebied rond het plangebied verwacht.

6.2. Verplichtingen en mitigatie Vleermuizen Voor vleermuizen geldt in dit gebied enkel de zorgplicht volgens de Wet natuurbescherming. Voor de beoogde plannen zijn geen verdere verplichtingen van toepassing. Vogels met vaste verblijfplaats Voor vogels met een vaste verblijfplaats geldt in dit gebied enkel de zorgplicht volgens de Wet natuurbescherming. Voor de beoogde plannen zijn geen verdere verplichtingen van toepassing. Algemene broedvogels Voor broedvogels met een vaste verblijfplaats geldt in dit gebied enkel de zorgplicht volgens de Wet natuurbescherming. Voor de beoogde plannen zijn geen verdere verplichtingen van toepassing. Grondgebonden zoogdieren Tijdens het veldbezoek zijn geen aanwijzingen van de aanwezigheid van grondgebonden zoogdieren aangetroffen binnen het plangebied. De bouwplannen kunnen mogelijk negatieve effecten hebben op de Haas en de Steenmarter. Maar omdat het hier niet gaat om essentieel leefgebied, zijn voor de beoogde plannen geen verdere verplichtingen van toepassing, naast de altijd geldende zorgplicht. Amfibieën Voor amfibiën geldt hier enkel de zorgplicht volgens de Wet natuurbescherming. Voor de beoogde plannen zijn geen verdere verplichtingen van toepassing. Reptielen Voor reptielen geldt hier enkel de zorgplicht. Voor de beoogde plannen zijn geen verdere verplichtingen van toepassing. 25

Quickscan flora en fauna Bogerdweg Dreischor

Ongewervelden Voor ongewervelden geld voor de werkzaamheden enkel de zorgplicht volgens Wet natuurbescherming. Voor de beoogde plannen zijn geen verdere verplichtingen van toepassing Flora Het plangebied bevat geen beschermde flora. Hierdoor zijn er, naast de zorgplicht, vanuit de Wet natuurbescherming geen verdere verplichtingen ten aanzien van flora. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied, noch NNN-gebied. Er gelden daarom geen verplichtingen ten aanzien van de gebiedsbescherming.

6.3. Aanbevelingen Er wordt aangeraden om geen gebruik te maken van kunstmatige verlichting aangezien dit verstorend werkt voor zoogdieren en andere fauna. Dit kan door niet te werken tussen zonsondergang en zonsopkomst. Vleermuizen Om eventuele vleermuizen in het plangebied zoveel mogelijk te beschermen tijdens de uitvoering van de beoogde plannen wordt aangeraden om zoveel mogelijk buiten de actieve periode te werken. Deze loopt grofweg van 15 april tot en met 1 oktober. Daarnaast wordt aangeraden om enkel overdag werkzaamheden uit te voeren en het gebruik van felle lampen of geluidsapparatuur zoveel mogelijk tot het noodzakelijke te beperken. Indien lampen nodig zijn wordt aanbevolen deze na zonsondergang te doven. Er wordt bovendien geadviseerd om zoveel mogelijk te bouwen met aandacht voor biodiversiteit en klimaat. Dit wordt door de provincie Zeeland ook gestimuleerd. Denk hierbij aan natuur inclusief bouwen, waarbij vleermuiskasten worden geplaats/ingemetseld en de loze ruimtes worden benut(zie bijlage 8). Vogels met vaste verblijfplaats en broedvogels Het wordt aanbevolen om de werkzaamheden zoveel mogelijk buiten het broedseizoen van (grond) broedende vogels uit te voeren. Deze soorten kunnen gebruik maken van het plangebied.

Indien het niet mogelijk is de werkzaamheden uit te voeren buiten het broedseizoen wordt aangeraden de vegetatie op het perceel kort te houden, ecologische begeleiding in te zetten en dient er voorafgaand aan de start van de werkzaamheden een broedvogelcheck uitgevoerd te worden om de aanwezigheid van broedende vogels in kaart te brengen.

26

Quickscan flora en fauna Bogerdweg te Dreischor

Algemene broedvogels Er wordt aangeraden zoveel mogelijk buiten de broedperiode te werken. Deze periode loopt globaal van 15 maart tot en met 15 augustus. De exacte periode is verschillend per soort. Er wordt bovendien geadviseerd om zoveel mogelijk te bouwen met aandacht voor biodiversiteit en klimaat. Dit wordt door de provincie Zeeland ook gestimuleerd. Denk hierbij aan natuur inclusief bouwen, waarbij huismus-, huis- en gierzwaluwkasten worden geplaats/ingemetseld en de loze ruimtes worden benut (zie bijlage 6). Grondgebonden zoogdieren Er wordt aangeraden zoveel mogelijk buiten de kwetsbare periode van de Haas te werken. Deze periode loopt globaal van 1 februari tot 1 september. De meest kwetsbare periode van de steenmarter is van 15 maart tot 1 september wegens de afhankelijk van de jongen en de paring van adulte dieren. Er wordt dan ook geadviseerd om buiten deze periode te werken. Ook wordt geadviseerd om voor de Steenmarter de werkzaamheden zoveel mogelijk te faseren in ruimte en in tijd en om na de bouw zoveel mogelijk nieuw leefgebied voor de kleine marterachtigen en de Haas te faciliteren, in de vorm van nestkasten, dichte hagen en houtstapels. Flora Er wordt aangeraden om zoveel mogelijk planten te laten staan en waar het kan na de bouw ook te herplanten. Er wordt geadviseerd om een natuur inclusieve tuin aan te leggen.

Dit kan al heel makkelijk met een levendige tuinafscherming (hagen i.p.v. schutting) groen dak, regenwateropvang in de tuin, ruimte voor water door minder te betegelen en het aanplanten van inheemse bomen, bloemen en planten.

6.4. Zorgplicht Voor alle plant- en diersoorten geldt de zorgplicht. Dit houdt in dat mogelijke nadelige gevolgen voor planten en dieren, voor zover redelijk, zoveel mogelijk vermeden moeten worden. Manieren om aan de zorgplicht te voldoen zijn bijvoorbeeld: −

Er wordt gelegenheid gegeven aan amfibieën en grondgebonden zoogdieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden. Dit gebeurt door onder andere vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken, steenhopen) gefaseerd te verwijderen;

27

Quickscan flora en fauna Bogerdweg Dreischor

−

In verband met verstoring van aanwezige dieren worden de werkzaamheden zoveel mogelijk overdag uitgevoerd;

−

In verband met verstoring van aanwezige dieren worden de werkzaamheden zoveel mogelijk buiten het broedseizoen (15 maart - 15 juli) uitgevoerd;

−

In verband met verstoring van aanwezige dieren wordt er zo min mogelijk verlichting gebruikt, wordt er gebruik gemaakt van rode verlichting en zijn de lichtbronnen naar beneden gericht;

−

Waar nodig kan er gebruik gemaakt worden van ecologische begeleiding tijdens de werkzaamheden voor bijvoorbeeld het herkennen van een beschermde plant, het aanwijzen van een exacte locatie van een nest, groei-, of rustplaats, het op juiste wijze plaatsen of verwijderen van amfibieschermen, nestkasten, etc..

28

Referenties Database NWC Websites: www.BIJ12.nl www.branabt.nl www.pdok.nl www.natura2000.nl www.ravon.nl www.sovon.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vleermuis.net www.waarneming.nl www.zoogdiervereniging.nl www.zeeland.nl

Bijlage 1: Foto’s van het plangebied

Bijlage 2: Beschermde soorten Wet natuurbescherming In het kader van de Wet natuurbescherming worden alle in Europa voorkomende en in het wild levende vogels beschermd en onderstaande soorten uit overige soortgroepen:

Amfibieën Alpenwatersalamander Bastaard kikker1 Boomkikker Bruine kikker1 Geelbuikvuurpad Gewone pad1

Heikikker Kamsalamander Kleine watersalamander1 Knoflookpad Meerkikker1 Middelste groene kikker

Poelkikker Rugstreeppad Vinpootsalamander Vroedmeesterpad Vuursalamander

Grote vos Grote vuurvlinder Grote weerschijnvlinder Iepenpage Kleine heivlinder Kleine ijsvogelvlinder Kommavlinder Moerasparelmoervlinder Pimpernelblauwtje Sleedoornpage

Spiegeldikkopje Tijmblauwtje Veenbesblauwtje Veenbesparelmoervlinder Veenhooibeestje Veldparelmoervlinder Zilveren maan Zilverstreephooibeestje

Dagvlinders Aardbeivlinder Apollovlinder Bosparelmoervlinder Boszandoog Bruin dikkopje Bruine eikenpage Donker pimpernelblauwtje Duinparelmoervlinder Gentiaanblauwtje Grote parelmoervlinder

Haften Oeveraas

Kevers Brede geelrandwaterroofkever Gestreepte waterroofkever Juchtleerkever

Vermiljoenkever Vliegend hert

Kreeftachtigen Europese rivierkreeft

Landzoogdieren Aardmuis1 Bever Boommarter Bosmuis1 Bunzing3 Damhert Das Dwergmuis1 Dwergspitsmuis1 Edelhert Eekhoorn Egel1 Eikelmuis Gewone bosspitsmuis1

Gewone zeehond Grote bosmuis Haas7 Hamster Hazelmuis Hermelijn3 Huisspitsmuis1 Konijn7 Lynx Molmuis Noordse woelmuis Ondergrondse woelmuis4 Otter Ree1

Rosse woelmuis1 Steenmarter5 Tweekleurige bosspitsmuis4 Veldmuis1 Veldspitsmuis Vos1 Waterspitsmuis Wezel3 Wilde kat Wild zwijn6 Woelrat1 Wolf

Gevlekte Witsnuitlibel Gewone Bronlibel

Noordse winterjuffer Oostelijke witsnuitlibel

Libellen Beekrombout Bosbeekjuffer

Bronslibel Donkere waterjuffer Gaffellibel Gevlekte glanslibel

Groene glazenmaker Kempense heidelibel Mercuurwaterjuffer Hoogveenglanslibel

Rivierrombout Sierlijke witsnuitlibel Speerwaterjuffer

Kemp´s zeeschildpad Lederschildpad Levendbarende hagedis Muurhagedis

Ringslang Soepschildpad Zandhagedis

Nachtvlinders Teunisbloempijlstaart

Reptielen Adder Dikkopschildpad Gladde slang Hazelworm

Sporenplanten Varens Kleine vlotvaren Blaasvaren Groensteel Schubvaren

Bladmossen Geel schorpioenmos Tonghaarmuts

Vissen Beekdonderpad Beekprik Elrits

Gestippelde alver Grote modderkruiper Houting

Kwabaal Steur

Weekdieren Bataafse stroommossel

Platte schijfhoren

Vaatplanten Akkerboterbloem Akkerdoornzaad Akkerogentroost Beklierde ogentroost Berggamander Bergnachtorchis Blauw guichelheil Bokkenorchis Bosboterbloem Bosdravik Brave hendrik Brede wolfsmelk Breed wollegras Bruinrode wespenorchis Dennenorchis Dreps Drijvende waterweegbree Echte gamander Gevlekt zonneroosje Glad biggenkruid Gladde zegge Groen nachtorchis

Groenknolorchis Groot spiegelklokje Grote bosaardbei Grote leeuwenklauw Honingorchis Kalkboterbloem Kalketrip Karthuizeranjer Karwijselie Kleine ereprijs Kleine schorseneer Kleine wolfsmelk Kluwenklokje Knollathyrus Knolspirea Korensla Kranskarwij Kruipend moerasscherm Kruiptijm Lange zonnedauw Liggende raket Naaldenkervel

Pijlscheefkelk Roggelelie Rood peperboompje Rozenkransje Ruw parelzaad Scherpkruid Schubzegge Smalle raai Spits Havikskruid Steenbraam Stijve wolfsmelk Stofzaad Tengere distel Tengere veldmuur Trosgamander Veenbloembies Vliegenorchis Vroege ereprijs Wilde averuit Wilde ridderspoor Wilde weit Zomerschroeforchis

Vleermuizen Baardvleermuis Bechsteins vleermuis Bosvleermuis Brandts vleermuis Franjestaart Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Grijze grootoorvleermuis

Grote hoefijzerneus Grote rosse vleermuis Ingekorven vleermuis Kleine dwergvleermuis Kleine hoefijzerneus Laatvlieger Meervleermuis

Mopsvleermuis Noordse vleermuis Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis Tweekleurige vleermuis Vale vleermuis Watervleermuis

Gewone vinvis Griend Grijze dolfijn Kleine zwaardwalvis Narwal Noordse vinvis Orca Potvis

Spitsdolfijn van gray Tuimelaar Walrus Witflankdolfijn Witsnuitdolfijn Witte dolfijn

Zeezoogdieren Bruinvis Bultrug Butskop Dwergpotvis Dwergvinvis Gestreepte dolfijn Gewone dolfijn Gewone spitsdolfijn

1 Voor deze soort geldt een vrijstelling in alle provincies. 2 Voor deze soort geldt een vrijstelling in alle provincies m.u.v. Flevoland. 3 Voor deze soort geldt een vrijstelling in alle provincies m.u.v. Gelderland, Noord-Holland en

Noord-Brabant. 4 Voor deze soort geldt een vrijstelling in alle provincies m.u.v. Zuid-Holland. 5 Voor deze soort geldt enkel in Friesland een vrijstelling. 6 Voor deze soort geldt enkel in Noord-Brabant een vrijstelling.

7 Voor deze soort geldt een vrijstelling in alle provincies m.u.v. Zeeland.

Bijlage 3: Vleermuizen en ruimtelijke ingrepen

Vleermuizen en hun leefgebied worden beschermd door de Wet natuurbescherming. In deze wet is bepaald dat in het geval van een ruimtelijke ingreep ruim van tevoren bekeken moet worden of de ingreep nadelige invloed kan hebben op vleermuizen en hoe hiermee omgegaan moet worden. Verblijfplaatsen Vleermuizen maken het hele jaar door gebruik van verschillende verblijfplaatsen (o.a. in bomen en gebouwen). Vleermuisverblijfplaatsen zijn op te delen in verschillende typen: winterverblijfplaats (waar overwinterd wordt), dagkwartieren (waar de mannetjes in de kraamkolonieperiode overdag zitten, alleen of in kleine groepjes), kraamkolonies (vrouwtjes en hun jongen, vaak in grote groepen), paar-verblijven (waar gepaard wordt, vaak in het najaar, soms gelijk aan de winterverblijfplaats) en tussenkwartieren (gebruikt in de periode tussen overwinteren en de zomerperiode in). Per type verblijfplaats gebruiken vleermuizen vaak meerdere verblijven waar tussen gewisseld wordt, bijvoorbeeld wanneer elders het klimaat geschikter is of om aan parasieten te ontkomen. Vleermuizen zijn wel zeer honkvast wat betreft de typen verblijven die ze gebruiken. Dit betekent dat hun verblijven belangrijk zijn voor instandhouding van de populatie en dat deze daarom beschermd worden door de wet. Sinds mei 2009 is het Vleermuisprotocol vastgesteld.

Dit is opgesteld door het Netwerk Groene Bureaus en de Zoogdiervereniging VZZ in overleg met de Dienst Landelijk Gebied (DLG) en de Gegevensautoriteit Natuur (GaN). Het protocol dient als leidraad voor het bepalen hoe en hoe vaak geïnventariseerd moet worden om te voldoen aan de wetgeving. Voor het bepalen of een gebouw of een potentieel geschikte boom van belang is als vleermuisverblijfplaats, is over het algemeen een langlopend onderzoek nodig (van april/mei t/m september/oktober) en zijn 4 tot 7 bezoeken nodig. Om onnodige vertraging te voorkomen, wordt daarom aangeraden om in de planning van de voorgenomen plannen rekening te houden met deze onderzoeksperiode. Maatregelen ten behoeve van vleermuizen zijn nodig: •

indien sprake is van een verblijfplaats die van significant belang is of zou kunnen zijn en/of;

•

indien vleermuizen aangetroffen zijn.

Er is sprake van een significant belangrijke verblijfplaats (ook wel vaste verblijfplaats genoemd, een verblijfplaats die van belang is voor een populatie) als: •

er sprake is van een kraamkolonie;

•

er sprake is van een belangrijke overwinteringsplaats of paarplaats;

•

er geen alternatieve verblijfplaatsen in de directe omgeving beschikbaar zijn;

•

de gunstige staat van instandhouding van de (populatie van) de soort in het geding is bij het verdwijnen van de verblijfplaats.

De te nemen maatregelen moeten er voor zorgen dat verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming niet overtreden worden. Dit betekent dat er geen dieren gedood, verwond of actief verstoord mogen worden en dat in geval van significant belangrijke verblijfplaatsen deze behouden moeten blijven of anders tijdig op een goede manier vervangen dienen te worden. De functie die het leefgebied voor de betreffende populatie vervult, moet onverminderd blijven bestaan.

Om te voorkomen dat dieren gedood, verwond of actief verstoord worden, kunnen de volgende mitigerende maatregelen nodig zijn: •

niet slopen in de winterslaapperiode (in deze periode kan zelden met zekerheid worden vastgesteld dat vleermuizen afwezig zijn in een potentieel geschikt en onoverzichtelijk object, omdat ze dan ook ’s nachts passief zijn. Dat maakt ze in deze periode overigens extra kwetsbaar);

•

vlak voor de sloop onderzoeken of er individuen aanwezig zijn in het te slopen object. Zijn deze wel aanwezig dan geldt dat gewacht moet worden tot het dier of de dieren weg zijn.

Om zeker te weten of de mitigerende maatregelen voldoende zijn kan een ontheffing aangevraagd worden bij de provincie waarin de ingreep plaatsvindt. Een afwijzingsbrief, die stelt dat geen ontheffing nodig is, ‘omdat als de voorgestelde maatregelen genomen worden er immers geen verboden overtreden worden’ geldt als goedkeuring van de voorgestelde maatregelen. Zijn de maatregelen niet voldoende, dan moeten deze aangepast worden. Als dat niet mogelijk is of wanneer compenserende maatregelen nodig zijn (bijvoorbeeld aanbieden van alternatieve verblijfplaatsen), is een ontheffing nodig. Deze wordt alleen verstrekt in geval van projecten waarbij sprake is van een groot openbaar belang. Jachtgebied en vliegroutes Naast verblijfplaatsen bestaat het leefgebied van vleermuizen ook uit foerageergebied en vliegroutes (vaak bomenrijen of waterlopen). Deze zijn ook beschermd als zij van significant belang zijn. Zij gelden als significant belangrijk indien bij aantasting de functionaliteit van de verblijfplaats(en) in het geding komt. Is dat het geval, dan zijn maatregelen nodig die dit voorkomen, anders is een ontheffing nodig. Ook hier geldt dat deze alleen verstrekt wordt in geval van projecten waarbij sprake is van een groot openbaar belang.

Bijlage 4: Verspreidingsatlassen soorten omgeving plangebied

Kamsalamander

Figuur 1: Verspreidingskaart Kamsalamander interval 2018 – 2023 (bron NDFF).

Figuur 2: Waarnemingenkaart Kamsalamander 10 km grid interval 2018-2023 (bron: waarneming.nl).

Poelkikker

Figuur 3: Verspreidingskaart Poelkikker interval 2013 – 2023 (bron NDFF).

Figuur 4: Waarnemingenkaart Poelkikker 10 km grid interval 2018-2023 (bron: waarneming.nl).

Rugstreeppad

Figuur 5: Verspreidingskaart Rugstreeppad interval 2013 – 2023 (bron NDFF).

Figuur 6: Waarnemingenkaart Rugstreeppad interval 2013-2013 10 km grid (bron: waarneming.nl)

Vinpootsalamander

Figuur 7: Verspreidingskaart Vinpootsalamander interval 2013 – 2023 (bron NDFF).

Figuur 8: Waarnemingenkaart Vinpootsalamander interval 2013 – 2023 (bron: waarneming.nl)

Meervleermuis

Figuur 9: Verspreidingskaart Meervleermuis interval 2013 – 2023 (bron NDFF).

Figuur 10: Waarnemingenkaart Meervleermuis interval 2013 – 2023 (bron waarneming.nl).

Watervleermuis

Figuur 11: Verspreidingskaart Watervleermuis interval 2013 – 2023 (bron: NDFF).

Figuur 12: Waarnemingenkaart Watervleermuis interval 2013 – 2023 1 km grid (bron: waarneming.nl).

Groenknolorchis

Figuur 13: Verspreidingskaart Groenknolorchis interval 2013 – 2023 (bron: NDFF).

Figuur 14: Waarnemingskaartkaart Groenknolorchis interval 2013 – 2023 (bron: waarneming.nl).

Bijlage 6: Natuur inclusief bouwen Natuurinclusief bouwen Tijdens de bouw is het mogelijk om verblijfplaatsen voor vogels en vleermuizen in de gevel te metselen. Dat kan op de bouw bij gemetselde muren en in de fabriek in prefabgevels. Voor deze toepassing zijn verschillende neststenen en vleermuiskasten verkrijgbaar. Vogel- en vleermuiskasten inmetselen Meerdere bedrijven leveren kasten voor vleermuizen en vogels die ontworpen zijn om in te metselen. Onder hen de Nederlandse bedrijven VivaraPro en Unitura, ecologisch ontwerpbureau Faunus Nature Creations en de Duitse firma Schwegler. De firma Tichelaar levert vleermuiskasten. Het type ingang en de afwerking aan de binnenkant van de kast zijn afgestemd op wat specifieke soorten nodig hebben. De plaats voor vogel- en vleermuiskasten moet slim worden gekozen. Zo zijn huiszwaluwen geholpen met ruimtes dicht onder een liefst witte overstek met een vrije aanvliegroute. Huismussen geven de voorkeur aan een nestkast waarbij de invliegopening door beplanting enigszins beschut is. Vleermuizen zijn geholpen met meerdere verblijven die aan verschillende eisen voldoen. Vooral voor hun winterverblijf is een stabiele temperatuur belangrijk. Verder bepalen bezonning, mogelijke verstoring en kunstlicht welke plaats in de gevel gunstig is.

Bureaus als Nest architect voor de dieren en specialisten van de Zooggdiervereniging kunnen hierbij adviseren.

Wijze van inmetselen De meeste vogel- en vleermuiskasten zijn gemaakt van een mengsel van houtvezel en beton. Soms ook van keramisch materiaal. Keramiek is stabieler en duurzamer dan houtbeton. In alle gevallen zijn de afmetingen afgestemd op het standaard waalformaat baksteen: drie of vier bakstenen hoog. Bij vleermuiskasten is de invliegopening één baksteen hoog. Metselaars kunnen deze stenen op de bouw aanbrengen. De leveranciers van deze producten lichten toe hoe ze moeten worden verwerkt. De kasten kunnen vaak op verschillende manieren worden ingemetseld: uit de gevel stekend, vlak of verdiept en afgewerkt met steenstrips.

Gevolgen voor isolatie Ingemetselde kasten kunnen de warmteweerstand van de gevel verlagen. Afhankelijk van de vogel- of vleermuiskast en de breedte van de spouw, steekt de kast immers uit in de spouw en moet de isolatie ter plaatse dunner worden. Nieman RI heeft in opdracht van Vogelbescherming Nederland onderzoek gedaan naar nestelvoorzieningen in relatie tot het Bouwbesluit. In een doorgerekende RVO-referentie tussenwoning wordt een warmteweerstand Rc van 4,5 m².K/W gerealiseerd met 130 mm minerale wol in de spouw. Ter plaatse van de nestkasten is de isolatiedikte 80 mm, Innovatiekans Een innovatieve oplossing biedt de firma Isobouw in samenwerking met Miecon: een vleermuiskast die vervaardigd is van isolatiemateriaal (EPS). Deze wordt op dezelfde manier ingemetseld als de vleermuiskasten van houtvezelbeton, maar houdt de warmteweerstand van de constructie intact. Iets dunnere isolatie ter plaatse van een nestkast resulteert in een iets lagere warmteweerstand. Van een koudebrug is echter geen sprake (bron: Nieman). De doorrekening laat zien dat hierdoor geen sprake is van een koudebrug en het leidt niet tot condens of schimmelvorming. Om de energieprestatietie van de woning onveranderd te laten en vochtproblemen te voorkomen, is het aan te raden om de isolatie plaatselijk te vervangen door dunnere isolatie met hogere isolatiewaarde.

Als deze dunnere isolatie aan de onder- en bovenzijde van de nestkast iets verder doorgezet wordt, blijft de spouw in stand. Kasten in geïsoleerde constructies, zoals gemetselde balustrades, doen uiteraard niets met de warmteweerstand van de gevel. Gevolgen voor doorslaand vocht Het buitenspouwblad van een gevel functioneert als poreuze regenjas van een woning. Doorslaand vocht verdampt in de spouw door luchtcirculatie. Als een vogel- of vleermuiskast in de spouw steekt en het isolatiemateriaal raakt, beperkt dat de luchtcirculatie. Dat geeft

kans op condensatie ter plaatse van de kast en dat kan op den duur schadelijk zijn. Om ieder risico te voorkomen, is het beter de isolatielaag achter de kast ruim weg te snijden, zodat luchtcirculatie mogelijk blijft. Gevolgen voor de constructieve sterkte Vogel- en vleermuiskasten van houtvezelbeton hebben van zichzelf weinig sterkte. Bij één of enkele kasten heeft dat weinig gevolgen, maar als er vier of vijf dicht bij elkaar worden ingebouwd, kan dat de stabiliteit van het buitenblad in gevaar brengen. Een constructeur kan dat beoordelen. Voorbeelden

Figuur 1: Ingemetselde nestkasten in prefabgevels

Figuur 2: Details van ingemetselde vleermuiskasten.

Figuur 3: Ingemetselde kasten voor huismussen en huiszwaluwen.

Figuur 4: Ingemetselde Grote en Kleine Tichelaar vleermuiskasten in nieuwbouw.

Bijlage 7: Huidige medewerkers NWC en hun kwalificaties Rob Haan Werkzaam bij het NWC sinds 1986 Specialisatie: Zoogdieren, vogels, herpetofauna, dagvlinders, vleermuizen. Ing. Alexandra Haan Werkzaam bij het NWC sinds 1997 Specialisatie: Wet natuurbescherming, zoogdieren, vogels, amfibieën, libellen, vleermuizen, ongewervelden. Drs. Hans Bruning Werkzaam bij het NWC sinds 2001 Specialisatie: Flora, schimmels, mossen, slakken, zoogdieren. Christine Huibers - van de Velde Bsc Werkzaam bij het NWC sinds 2018 Specialisatie: Wet natuurbescherming, herpetofauna, vleermuizen, stikstof. Esmeralda van de Keur Werkzaam bij het NWC sinds 2021 Specialisatie: Vleermuizen, libellen, sprinkhanen, amfibieën, schimmels. Eva Huibregtse Bsc Werkzaam bij het NWC sinds 2022 Specialisatie: Wet natuurbescherming, zoogdieren, vleermuizen, stikstof, vogels, amfibieën. Floor Konings Bsc Werkzaam bij het NWC sinds 2023 Specialisatie: Flora, zoogdieren. Ir. Rayan Majoor Werkzaam bij het NWC sinds 2023 Specialisatie: Flora, insecten, ongewervelden, invasieve exoten, agrarische systemen. Joost de la Mar Bsc Werkzaam bij het NWC sinds 2023 Specialisatie: Herpetofauna, vissen, aquatische flora en fauna. Roos Konings Werkzaam bij het NWC sinds 2023 Specialisatie: Flora, schimmels, mossen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13732379/1