CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

1006354 Bijlage 4 Nader onderzoek ecologie

Commissie Ruimte en Economie 5 februari 2024, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Beantw. zienswijzen - bedenkingen omgevingsvergunning parkeerterrein Kriekemeet BH (1006354)4.739 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAPPORTAGE Nader onderzoek ecologie Scheepswerfstraat Burgh-Haamstede

Rapport Nader onderzoek ecologie Scheepswerfstraat, Burgh-Haamstede Opdrachtgever

Gemeente Schouwen-Duiveland Postbus 5555 4300 JA Zierikzee

Rapportnummer

21428.002

Versienummer

D1

Status

Definitief

Datum

31 augustus 2023

Opsteller1

Mevrouw A.M. Vergeer, MSc

Kwaliteitscontrole

De heer L. Golterman, MSc

1

AVG In onze rapportages wordt niet gewerkt met handtekeningen en/of parafen. Conform protocol en eisen uit het kwaliteitssysteem wordt het rapport aantoonbaar vrijgegeven. In het kader van de AVG dient, voorafgaand aan publicatie of bij uitlevering aan derden, bijlagen met kadastrale uittreksels en namen van opdrachtgevers verwijderd dan wel zwart gelakt te worden.

KWALITEITSZORG Econsultancy is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is een vereniging van ecologische advies- en onderzoeksbureaus die werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte en die de belangen behartigt van groene adviesbureaus. Het Netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. CERTIFICERING Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhand-boek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NENEN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Daarnaast staat veilig werken bij Econsultancy voorop en zijn we gecertificeerd voor VCA*. BETROUWBAARHEID Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving ten aanzien van natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten en het al dan niet voorkomen van soorten. De gebruikte informatie omtrent verspreiding van soorten is deels afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.

Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde onderzoek neemt. Al onze rapportages worden opgesteld conform de ‘Handreiking omgaan met AVG in bodemonderzoeken’ opgesteld door de VKB (29 juni 2022). Hiermee voldoet de rapportage aan de eisen die de wet en NEN normen ons stellen en wordt tevens voldaan aan de AVG. GELDIGHEID ONDERZOEK In het algemeen kan gesteld worden dat een quickscan geldig is voor een periode van 2 tot 3 jaar, tenzij in deze periode de ecologische omstandigheden wezenlijk zijn veranderd en/of de Wet natuurbescherming, dan wel inzichten hieromtrent zijn gewijzigd. Bij uitstel van de uitvoering van een project met meer dan 3 jaar verdient het de aanbeveling de resultaten van de quickscan opnieuw te toetsen. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de rechthebbende.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................................................. 1

2

GEBIEDSBESCHRIJVING .............................................................................................................................. 2 2.1 2.2

Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving ............................................................................ 2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie .............................................................................. 3

3

RESULTATEN VOORGAAND ONDERZOEK .................................................................................................. 4

4

ONDERZOEKSMETHODIEK ......................................................................................................................... 6 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

5

ONDERZOEKSRESULTATEN ........................................................................................................................ 8 5.1 5.2 5.3 5.4

6

Heikikker ........................................................................................................................................ 8 Rugstreeppad ................................................................................................................................. 8 Boomkikker .................................................................................................................................... 9 Kleine marterachtigen .................................................................................................................... 9

TOETSING AAN WET- EN REGELGEVING.................................................................................................. 11 6.1 6.2 6.3 6.4

7

Heikikker ........................................................................................................................................ 6 Rugstreeppad ................................................................................................................................. 6 Boomkikker .................................................................................................................................... 7 Kleine marterachtigen .................................................................................................................... 7 Onderzoeksomstandigheden ......................................................................................................... 8

Rugstreeppad, heikikker en boomkikker ..................................................................................... 11 Kleine marterachtigen .................................................................................................................. 11 Algemene grondgebonden zoogdieren, amfibieën en vissen ...................................................... 11 Algemene broedvogels................................................................................................................. 12

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN........................................................................................................... 13

21428.002

1

INLEIDING

Econsultancy heeft van Gemeente Schouwen-Duiveland opdracht gekregen voor het uitvoeren van een nader onderzoek ecologie ten oosten van de Scheepswerfstraat te Burgh-Haamstede. Het nader onderzoek is uitgevoerd in het kader van het herinrichten van de dorpskern en naar aanleiding van de resultaten van de quickscan Wet natuurbescherming die Econsultancy in februari 2023 op de onderzoekslocatie heeft uitgevoerd (rapport 21248.001, versie D2, d.d. 10 maart 2023). Onderhavig nader onderzoek heeft betrekking op deelgebied 2 uit de quickscan. Econsultancy is lid van de branchevereniging Netwerk Groene Bureaus en werkt volgens de door het Netwerk opgestelde gedragscode en protocollen.

21428.002 versie D1

1 / 13

2

GEBIEDSBESCHRIJVING

2.1 Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving De onderzoekslocatie (± 8.000 m²) bevindt zich ten oosten van de Scheepswerfstraat te Burgh-Haamstede. In figuur 2.1 is de onderzoekslocatie weergegeven met de oranje stippellijn (deelgebied 2).

Figuur 2.1 Luchtfoto van de onderzoekslocatie (oranje stippellijn, deelgebied 2).

De onderzoekslocatie bestaat uit twee deelgebieden. Deelgebied 1 maakt geen onderdeel uit van onderhavig nader onderzoek. Deelgebied 2 bestaat uit een weide die begraasd wordt door paarden. Ten noorden van de weide is een permanent watervoerende sloot aanwezig, aan de westzijde wordt de weide begrensd door een droogvallende greppel. Rondom de weide zijn gemaaide grasstroken en ruigtes met struweel en riet gelegen. Twee toegangswegen naar de weide lopen langs watergangen en langs de brandweerkazerne. Deze wegen maken onderdeel uit van de onderzoekslocatie.

21428.002 versie D1

2 / 13

2.2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie De initiatiefnemer is voornemens de dorpsas van Burgh-Haamstede her in te richten volgens het Stedenbouwkundig plan Dorpsas Burgh-Haamstede (Gemeente Schouwen-Duiveland, 09 februari 2023, figuur 2.2). Hierbij is de visie om de dorpskern levendiger te maken en meer uitstraling te geven. Dit houdt beknopt in dat de straten en weide worden heringericht. De weide op de onderzoekslocatie betreft een zoekgebied voor parkeren Mobiliteitshub. Bij dit plan worden zo veel mogelijk bomen behouden en verdwijnen er geen watergangen.

Figuur 2.2

Beoogde situatie na ingreep (bron: gemeente Schouwen-Duiveland).

21428.002 versie D1

3 / 13

3

RESULTATEN VOORGAAND ONDERZOEK

Uit de quickscan die in december 2022 is uitgevoerd (rapport 21248.001, versie D2, d.d. 10 maart 2023) zijn verschillende vervolgstappen voortgekomen in het kader van soortbescherming. De conclusies die van toepassing zijn op deelgebied 2 zijn weergegeven in tabel 3.1 en eronder omschreven. Tabel 3.1

Overzicht geschiktheid onderzoekslocatie voor soortgroepen en te nemen vervolgstappen.

Soortgroep

Geschikt habitat

Ingreep verstorend

Nader onderzoek

Ontheffingsaanvraag

Bijzonderheden / opmerkingen*

algemeen

ja

ja

nee

nee

het verwijderen van nestgelegenheden buiten het broedseizoen uitvoeren en/of broedvogelinspecties laten uitvoeren

jaarrond beschermd

nee

nee

nee

nee

-

verblijfplaatsen

nee

nee

nee

nee

-

foerageergebied

minimaal

mogelijk

nee

nee

voldoende alternatief in de omgeving beschikbaar, gebruik vleermuisvriendelijke verlichting

vliegroutes

ja

mogelijk

nee

nee

gebruik vleermuisvriendelijke verlichting

Grondgebonden zoogdieren

ja

mogelijk

ja

mogelijk

nader onderzoek kleine marterachtigen, aandacht voor zorgplicht ten aanzien van algemene soorten

Amfibieën

ja

mogelijk

ja

mogelijk

nader onderzoek rugstreeppad, heikikker en boomkikker, aandacht voor zorgplicht ten aanzien van algemene soorten

Reptielen

nee

nee

nee

nee

-

Vissen

nee

nee

nee

nee

-

Libellen en vlinders

nee

nee

nee

nee

-

Overige ongewervelden

nee

nee

nee

nee

-

Vaatplanten

nee

nee

nee

nee

-

Broedvogels

Vleermuizen

* Wijzigingen in het planvoornemen kunnen van invloed zijn op de uitkomst van het onderzoek.

“De bunzing, wezel en hermelijn zijn beschermd volgens artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Het is verboden om vaste rust- en voortplantingsplaatsen van deze soorten opzettelijk te vernielen. De lijnvormige elementen op de onderzoekslocatie kunnen mogelijk foerageer en leefgebied aanbieden aan kleine marterachtigen. Op onderzoekslocatie dient conform het protocol genoemd in “Handreiking Kleine Marters in relatie tot Soortenbescherming” in de periode maart tot en met augustus (voorplantingsperiode) 6 weken onderzoek uitgevoerd te worden met cameravallen. Middels dit nader onderzoek kan worden aangetoond of de beschermde, bunzing, hermelijn en/of wezel gebruik maken van de onderzoekslocatie.

21428.002 versie D1

4 / 13

De rugstreeppad, heikikker en boomkikker zijn beschermd volgens artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming. Dit houdt in dat het verboden is om individuen te doden, verwonden of verstoren. Nader onderzoek naar de soorten zal moeten aantonen/uitsluiten of deelgebied 2 onderdeel uitmaakt van het leefgebied van deze soorten. Nader onderzoek zal worden uitgevoerd conform de Soorteninventarisatieprotocollen (2017) van Netwerk Groene Bureaus, Kennisdocument Rugstreeppad (BIJ12, 2017) en Kennisdocument Heikikker (BIJ12, 2017). Voor de algemene broedvogelsoorten die op de onderzoekslocatie zijn te verwachten geldt dat, indien het groen buiten het broedseizoen wordt verwijderd, er geen overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot deze soorten. Artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming (Het is verboden nesten te beschadigen, te vernielen of weg te nemen) is van toepassing. De nesten mogen echter wel worden weggenomen wanneer deze op dat moment niet in gebruik zijn. In de Wet natuurbescherming wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot eind augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen.

Indien het groen toch binnen het broedseizoen gekapt dient te worden, zal voorafgaand hieraan door een ter zake kundig ecoloog geïnspecteerd moeten worden of er broedgevallen binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden aanwezig zijn. Voor de te verwachten algemene grondgebonden zoogdieren en algemene amfibieën geldt dat de werkzaamheden mogelijk verstorend kunnen werken. Als gevolg van graafwerkzaamheden kunnen dieren verwond of gedood worden en holen kunnen worden verwijderd. Dit houdt een overtreding van artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming in. Voor de te verwachten soorten geldt, op grond van het provinciale soortenbeleid, bij ruimtelijke ontwikkelingen echter een vrijstelling, waardoor geen ontheffing hoeft te worden aangevraagd. Het is echter in het kader van de zorgplicht wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. “ In onderhavig nader onderzoek wordt enkel ingegaan op de conclusies ten aanzien van kleine marterachtigen, heikikker, rugstreeppad en boomkikker.

21428.002 versie D1

5 / 13

4

ONDERZOEKSMETHODIEK

Het onderzoek bestond uit diverse veldbezoeken die zijn uitgevoerd in 2023. Tabel 4.1 bevat een overzicht van de uitgevoerde veldbezoeken. Tabel 4.1

Onderzoeksinspanning per soortgroep. februari

Kleine marterachtigen

Rugstreeppad

Heikikker

Boomkikker

tijdstip

maart

april

-

mei

juni

10 mei, 30 mei, 27 juni

functie

leefgebied -

september -

3 x ‘s avonds

datum

10 mei, 30 mei, 27 juni

functie

Koortactiviteit/leefgebied

tijdstip

3 x ’s avonds of overdag

datum

24 maart, 29 maart, 10 mei

functie

Kooractiviteit, eiafzet, larven

tijdstip

augustus

3 x overdag

datum

tijdstip

juli

-

-

-

5 x overdag

datum

27 juni, 10 juli, 12 juli, 17 juli, 31 juli

functie

zomerbiotoop

-

4.1 Heikikker Voor het onderzoek naar de heikikker zijn in de periode van maart t/m mei een drietal veldbezoeken uitgevoerd. Gedurende de eerste twee veldbezoeken in maart bij de inventarisatie van het voortplantingswater is geluisterd naar kooractiviteit en met behulp van een schepnet onderzocht of er eiklompen aanwezig zijn. Dit veldwerk is in de avond voor zonsondergang uitgevoerd. Tijdens het derde veldbezoek in mei is het voortplantingswater met behulp van een schepnet onderzocht op larven. Tijdens het eerste veldbezoek zijn tapijttegels neergelegd. Elk volgend bezoek zijn deze gecontroleerd op aanwezigheid van de heikikker. De inventarisatiemethode is conform kennisdocument heikikker (BIJ12, 2017).

4.2 Rugstreeppad Voor het onderzoek naar de rugstreeppad is in de periode van 15 april t/m eind juli een drietal veldbezoeken uitgevoerd. Gedurende de twee veldbezoeken ten behoeve van de inventarisatie van het voortplantingswater is met behulp van afspeelapparatuur geluisterd naar kooractiviteit op 10 mei en 30 mei. De bezoeken zijn uit-

21428.002 versie D1

6 / 13

gevoerd onder geschikte weersomstandigheden. Geschikte weersomstandigheden zijn relatief warme, windstille avonden en nachten. Het derde bezoek vond plaats op 27 juni. Tijdens dit bezoek is geluisterd naar kooractiviteit en is het voorplantingswater onderzocht op eisnoeren en larven met behulp van een schepnet en zaklamp. De inventarisatiemethode is conform het kennisdocument rugstreeppad (BIJ12, 2017).

4.3 Boomkikker Voor het onderzoek naar het zomerbiotoop van de boomkikker zijn vijf veldrondes uitgevoerd met een tussenperiode van minimaal één dag in de periode juni tot en met augustus. Hierbij is gelet op de aanwezigheid van individuen vastgesteld door zicht en door het omdraaien van reptiel-/amfibieplaten. Het onderzoek naar de boomkikker is uitgevoerd conform het Soorteninventarisatieprotocol (NGB, 2017).

4.4 Kleine marterachtigen Het onderzoek naar de bunzing, wezel en hermelijn is uitgevoerd volgens de in 2017 opgestelde Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming (Bouwens, 2017). Het onderzoek heeft plaatsgevonden in de optimale periode: zes weken tussen maart en augustus. Voor het onderzoek zijn drie cameravallen gebruikt: een Mostela marterbox, een BuBo opstelling met camera op een paaltje en een lokstof ervoor, en een Struikrover. De camera’s zijn op kansrijke plekken op het perceel geplaatst op 10 mei. Op basis van een habitatanalyse is bepaald wat de meest kansrijke plekken voor bunzing, wezel en hermelijn in het veld waren. Op deze plekken zijn de wildcamera’s geplaatst (figuur 4.1). Na drie weken (30 mei) zijn de camera’s tussentijds uitgelezen en verplaatst. Na nogmaals drie weken (27 juni) zijn de camera’s opgehaald.

Figuur 4.1

Locaties camera’s (3 camera’s, elk 3 weken gestaan op 2 locaties).

21428.002 versie D1

7 / 13

4.5 Onderzoeksomstandigheden Tijdens de veldbezoeken waren de weersomstandigheden voor het waarnemen van de soorten gunstig (temperatuur hoger dan 10 °C, windsnelheid beneden 5 Bft en geen sprake van neerslag). Tabel 4.2

Omstandigheden nadere onderzoeken vleermuizen.

Datum

Soorten*

Tijd

Zonsondergang Temperatuur

Weersomstandigheden

24 maart

HK

18:00 - 19:05

19:04

11 oC

Windkracht 4, bewolkt, droog

29 maart

HK

18:05 - 19:10

19:11

12 oC

Windkracht 1, helder, droog

10 mei

HK + RSP + KM 19:30 – 22:20

21:22

11 oC

Windstil, half bewolkt, droog

30 mei

RSP + KM

21:00 - 23:50

21:50

12 oC

Windkracht 4, half bewolkt, droog

27 juni

RSP + BK + KM 20:30 – 00:00

22:06

18 oC

Windkracht 2, half bewolkt, droog

10 juli

BK

20:00 – 21:00

21:59

23 oC

Windkracht 1, helder, droog

12 juli

BK

12:00 – 13:00

21:57

22 oC

Windkracht 4, helder droog

17 juli

BK

17:15 – 18:15

21:52

20 oC

Windkracht 4, bewolkt, droog

31 juli

BK

14:00 - 15:00

21:35

18 oC

Windkracht 3, half bewolkt, droog

* HK = heikikker, RSP = rugstreeppad, BK = boomkikker, KM = Kleine marterachtigen (cameravallen plaatsen/verplaatsen/uitlezen)

5

ONDERZOEKSRESULTATEN

5.1 Heikikker In het onderzoeksgebied zijn geen waarnemingen gedaan van de heikikker. In de watervoerende sloot zijn geen eisnoeren van de heikikker gevonden, er zijn geen individuen aangetroffen en er is geen kooractiviteit gehoord op en rond de onderzoekslocatie tijdens de onderzoeken. Een beschermde functie voor de heikikker op de onderzoekslocatie kan worden uitgesloten.

5.2 Rugstreeppad Tijdens de drie onderzoeksrondes naar rugstreeppad zijn geen waarnemingen gedaan van individuen, eisnoeren, larven of kooractiviteit op de onderzoekslocatie. Wel is kooractiviteit waargenomen buiten de onderzoekslocatie tijdens de eerste twee rondes, op 10 mei en op 30 mei. De kooractiviteit is op die avond op verschillende locaties in de wijde omgeving gehoord. De meest dichtstbijzijnde locatie betrof natuurgebied het Zeepe, ten noordwesten van de onderzoekslocatie. Ook is op die avonden kooractiviteit van rugstreeppadden gehoord bij de Hoge en Lage Zoom, de Vroongronden en het

21428.002 versie D1

8 / 13

Verklikkerstrand. Alle bovenstaande waarnemingen hebben betrekking hebben op natuur(lijke) gebieden die niet in directe verbinding staan met de onderzoekslocatie. De waarnemingen geven wel aan dat de omstandigheden voor het waarnemen van rustreeppadden gunstig waren op deze avonden. Door het ontbreken van waarnemingen van de rugstreeppad op de onderzoekslocatie kan een beschermde functie van deze soort hier worden uitgesloten.

5.3 Boomkikker Het onderzoek op de onderzoekslocatie zelf bestond uit het uitvoeren van zichtwaarnemingen. Tijdens de vijf onderzoeksrondes die zijn uitgevoerd naar de boomkikker zijn geen waarnemingen gedaan van individuen, larven of eitjes op de onderzoekslocatie. Tijdens de rondes op 10 mei en 30 mei is veelvuldig kooractiviteit van boomkikkers gehoord buiten de onderzoekslocatie. Boomkikkers waren aanwezig in natuurgebied het Zeepe, ten noordwesten van de onderzoekslocatie, en op de Vroongronden, ten noordoosten van de onderzoekslocatie. De boomkikker komt dus wel voor inde omgeving van de onderzoekslocatie, maar waarnemingen hebben betrekking op natuurgebieden waarin de boomkikker zich kan voortplanten. Op de onderzoekslocatie is zulk geschikt habitat niet aanwezig. Ook is hier geen kooractiviteit aanwezig. Gebruik van de onderzoekslocatie door de boomkikker is op basis van de onderzoeksresultaten uitgesloten.

5.4 Kleine marterachtigen De drie cameravallen (Struikrover, Mostela en BuBo opstelling) hebben van 10 mei 2023 tot en met 27 juni 2023 op kansrijke locaties op de onderzoekslocatie gestaan (figuur 4.1). De locaties betroffen wissels in de struiken aan de oostkant, richting de sloot aan de noordkant en langs de droge greppel aan de westkant van het terrein. De camera’s zijn na drie weken verplaatst om zo de hele onderzoekslocatie te kunnen onderzoeken. Op de onderzoekslocatie zijn geen waarnemingen gedaan en geen sporen gevonden van bunzing, wezel of hermelijn. Wel zijn andere soorten algemene grondgebonden zoogdieren veelvuldig op de camera waargenomen, met name in de ruigtestrook aan de oostzijde van de onderzoekslocatie. Het betrof onder andere de soorten bruine rat, egel, ree en rosse woelmuis (figuur 5.4 t/m 5.7).

21428.002 versie D1

9 / 13

Figuur 5.1 Bruine rat.

Figuur 5.2 Egel.

Figuur 5.3 Ree.

Figuur 5.4 Rosse woelmuis

Op basis van deze resultaten kan worden aangenomen dat de onderzoekslocatie geen onderdeel vormt van het functioneel leefgebied van bunzing, hermelijn en wezel.

21428.002 versie D1

10 / 13

6

TOETSING AAN WET- EN REGELGEVING

6.1 Rugstreeppad, heikikker en boomkikker De rugstreeppad, heikikker en boomkikker zijn beschermde inheemse diersoorten op grond van bijlage IV Habitatrichtlijn, bijlage II Verdrag van Bern en onder artikel 3.5 en 3.6 van de Wet natuurbescherming. De rugstreeppad, heikikker en boomkikker zijn niet aangetroffen op de onderzoekslocatie en tevens zijn geen kooractiviteiten gehoord. Overtredingen ten aanzien van deze soorten van de verboden uit artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming zijn niet aan de orde en een ontheffing is daarom niet noodzakelijk. Tijdens de werkzaamheden kan het habitat op de onderzoekslocatie mogelijk geschikter worden voor de rugstreeppad door het ontstaan van vergraafbaar zand en tijdelijke poelen. Daarom wordt voor deze mobiele soort geadviseerd om een amfibieënscherm te plaatsen rond de onderzoekslocatie. Op deze manier kan kolonisatie van de onderzoekslocatie door de rugstreeppad (even eventueel heikikker en boomkikker) tijdens de werkzaamheden worden voorkomen (zie ook hoofdstuk 6.3).

6.2 Kleine marterachtigen De kleine marterachtigen bunzing, hermelijn en wezel zijn in Nederland bij wet beschermd (Wet natuurbescherming, paragraaf 3.3). De kleine marterachtigen vallen onder het beschermingsregime andere soorten van artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Ten aanzien van de andere beschermde diersoorten geldt een verbod tot het opzettelijk doden of vangen (art 3.10 lid 1 onder a) en het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen (art 3.10 lid 1 onder b). Vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen worden bij kleine marterachtigen vertaald naar functioneel leefgebied of territorium: het leefgebied van een individu dat dit individu nodig heeft om in alle jaargetijden te overleven, hieronder vallen foerageergebieden, migratieroutes en het netwerk van verblijfplaatsen. Bij de voorgenomen ontwikkeling worden vanuit de Wet natuurbescherming geen maatregelen nodig geacht om de functionaliteit voor de soortgroep te behouden. Een overtreding van de Wet natuurbescherming is hier niet van toepassing, omdat de onderzoekslocatie geen onderdeel uitmaakt van het leefgebied van de bunzing, hermelijn en wezel. Omdat geen (functioneel) leefgebied of andere bescherming functie wordt beschadigd of vernietigd is er geen ontheffing van artikel 3.10 lid 2 benodigd.

6.3 Algemene grondgebonden zoogdieren, amfibieën en vissen Voor de te verwachten soorten die onder de algemene zorgplicht vallen met name algemene grondgebonden zoogdieren en amfibieën geldt dat de werkzaamheden mogelijk verstorend kunnen werken. Als gevolg van graafwerkzaamheden kunnen dieren verwond of gedood worden en holen kunnen worden verwijderd. Dit houdt een overtreding van artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming in. Voor de te verwachten soorten

21428.002 versie D1

11 / 13

geldt, op grond van het provinciale soortenbeleid, bij ruimtelijke ontwikkelingen echter een vrijstelling, waardoor geen ontheffing hoeft te worden aangevraagd. Het is echter in het kader van de zorgplicht wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. Het amfibieënscherm dat geplaatst dient te worden voor de rugstreeppad zorgt er eveneens voor dat algemene grondgebonden zoogdieren en amfibieën de onderzoekslocatie tijdens de werkzaamheden niet meer zullen kunnen betreden.

6.4 Algemene broedvogels Voor de algemene broedvogelsoorten die op de onderzoekslocatie zijn te verwachten geldt dat, als er buiten het broedseizoen wordt gewerkt, geen overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot deze soorten. De nesten mogen echter wel worden weggenomen wanneer deze op dat moment niet in gebruik zijn. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot eind augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen. Indien er toch binnen het broedseizoen gewerkt moet worden, zal voorafgaand hieraan door een ter zake kundig ecoloog geïnspecteerd moeten worden of er broedgevallen binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden aanwezig zijn.

21428.002 versie D1

12 / 13

7

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

Econsultancy heeft in opdracht van Gemeente Schouwen-Duiveland een nader onderzoek naar kleine marterachtigen, rugstreeppad, heikikker en boomkikker uitgevoerd ten oosten van de Scheepswerfstraat te BurghHaamstede. Voorgenomen ingreep Het nader onderzoek is uitgevoerd in het kader van het herinrichten van de dorskern van Burgh-Haamstede. Functie onderzoekslocatie voor beschermde soorten Uit het aanvullend ecologisch onderzoek is gebleken dat de onderzoekslocatie geen beschermde functies vervult voor kleine marterachtigen, boomkikker, heikikker of rugstreeppad. Conclusies een aanbevelingen Doordat de onderzoekslocatie geen onderdeel uitmaakt van het leefgebied van beschermde soorten is een ontheffingsaanvraag niet aan de orde. Wel kunnen de werkzaamheden er voor zorgen dat er meer en beter geschikt leefgebied voor de rugstreeppad wordt gecreëerd. Ook kunnen de boomkikker en heikikker incidenteel de onderzoekslocatie betreden wanneer de situatie verandert. Daarom wordt geadviseerd een amfibieënscherm te plaatsen voorafgaand aan de werkzaamheden. Dit scherm zorgt er ook voor dat makkelijker aan de algemene zorgplicht voldaan kan worden ten aanzien van algemene grondgebonden zoogdieren en algemene amfibieën.

Ook wordt geadviseerd om de werkzaamheden buiten het broedseizoen van algemene broedvogels (globaal maart tot eind augustus) uit te voeren om verstoring van broedgevallen te voorkomen. Indien dit niet mogelijk is wordt een broedvogelinspectie noodzakelijk geacht. Tot slot wordt geadviseerd om bij de inrichting van de nieuwe situatie rekening te houden met de biodiversiteit door bijvoorbeeld verbindende groenstructuren en ruigte te creëren, gebruik te maken van inheemse soorten of bijvoorbeeld een natuurlijke wadi aan te leggen. Zo kan de natuurinclusiviteit van de nieuwe situatie worden vergroot. Over het algemeen trekken inheemse plantensoorten meer insecten aan dan exoten. Dit zal een positieve werking hebben op het voedselaanbod voor vogels, vleermuizen, amfibieën en grondgebonden zoogdieren die in de huidige situatie op de onderzoekslocatie aanwezig zijn. Naast insecten worden natuurlijk ook de bessen en de zaden gegeten en dienen deze planten als schuil- of nestlocatie voor verschillende soorten. Door dit soort eenvoudige maatregelen te treffen kan de achteruitgang van de biodiversiteit in Nederland worden tegengegaan en ontstaat daarnaast een groene leefomgeving.

Econsultancy 31 augustus 2023

21428.002 versie D1

13 / 13

Verklarende woordenlijst Activiteitenplan Een activiteitenplan dient als begeleidend document voor een ontheffingsaanvraag. In het activiteitenplan zijn maatregelen verwoord waarmee de functionaliteit van een rust- of voortplantingsplaats van een beschermde soort behouden blijft en schade aan individuen wordt voorkomen. Broedseizoen Voor het broedseizoen staat in de wet geen vaste periode. De looptijd verschilt per soort en varieert per jaar. Veel vogelsoorten broeden ongeveer tussen 15 maart en 15 augustus. Expert Judgement Inschatting van een deskundige op grond van zijn kennis en ervaring. Externe werking Niet alleen activiteiten in een Natura 2000-gebied/NNN hebben invloed op de staat van instandhouding van het gebied, ook activiteiten buiten het gebied kunnen de natuurwaarden in een gebied beïnvloeden. Dit wordt "externe werking" genoemd. Er bestaat geen ruimtelijke grens voor externe werking: bepalend zijn de effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de soorten en habitattypen in het Natura 2000-gebied/NNN, ongeacht de afstand tot het beschermde gebied. Foerageerhabitat Het gebied waarbinnen een soort voedsel zoekt. Foerageren Zoeken en vinden van voedsel door dieren (jachtgebied). Functioneel leefgebied Hiermee wordt het gebied dat is benodigd om de functionaliteit van een voortplantingsplaats of van een vaste- rust of voortplantingsplaats te behouden.

Een nestlocatie of voortplantingsplaats kan bijvoorbeeld alleen succesvol functioneren, wanneer er voldoende habitat (schuilgelegenheid, voedsel etc.) van voldoende kwaliteit aanwezig is om te kunnen paren, eieren te leggen en jongen groot te brengen. Gunstige staat van instandhouding Er is sprake van een gunstige staat van instandhouding van een soort of habitattype als de omstandigheden waarin de soort of het habitattype voorkomt perspectief bieden op een duurzaam voortbestaan van die soort of dat habitattype. Habitat Omvat de plaatsen waar een bepaald organisme voorkomt doordat de abiotische en biotische factoren (niet levende en levende natuur) van die plaatsen voldoen aan de eisen en toleranties die het organisme stelt om te kunnen overleven, groeien en zich voortplanten. Kraamverblijfplaats Voortplantingsplaats van vleermuizen. Het gaat hierbij vaak om de vrouwelijke exemplaren van een kolonie (ook wel kraamgroep genoemd) die gezamenlijk hun jongen grootbrengen. De aantallen vleermuizen in een kraamgroep kan oplopen tot meerdere honderden exemplaren. Landhabitat Amfibieën zijn voor de voortplanting afhankelijk van water. Buiten de voortplantingsperiode maakt de soortgroep gebruik van landhabitat als onderdeel van het leefgebied.

Landhabitat voor amfibieën omvat onder andere structuurrijke of opgaande vegetatie zoals (loof)bos, houtwallen, struikgewas, heide, ruigtekruiden, vegetaties en moeras. Landschappelijk inpassingsplan Het inpassen van ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied middels een ontwerp van de groenvoorziening, dat voldoet aan het beleid ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. Hierdoor wordt zorg gedragen dat een ruimtelijke ontwikkeling past in het landschap.

Mitigerende maatregelen Maatregelen die negatieve effecten bij een ingreep voorkomen of reduceren. Omgevingscheck Een omgevingscheck wordt uitgevoerd bij verlies van leefgebied van een jaarrond beschermde functie van een soort die door een ingreep (tijdelijk) verloren gaat. De omgeving van de ingreep wordt door een ter zake deskundige beoordeeld op aanwezigheid van voldoende alternatief leefgebied en/of potentiële verblijfplaatsen. Ontheffing De Wet natuurbescherming is bedoeld om planten- en diersoorten die vrij in het wild leven te beschermen. Om deze kwetsbare soorten te beschermen bevat de Wet natuurbescherming een aantal verbodsbepalingen. Onder bepaalde voorwaarden mogen de activiteiten wel doorgaan, daarvoor kan een ontheffing benodigd zijn. Een ontheffing is een besluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt. Paarverblijfplaats Dit is een verblijfplaats die hoofdzakelijk in het najaar (september/oktober) door vleermuizen worden gebruikt om te paren. Eén mannetje kan een dergelijke verblijfplaats met meerdere vrouwtjes delen. In de omgeving van de paarverblijfplaats wordt veelal door het territoriale mannetje middels baltsvluchten getracht vrouwtjes aan te lokken.

Populatie Een biologische populatie is een groep individuen van dezelfde soort die zich onderling voortplant en als zodanig geïsoleerd is van andere zulke groepen. Rode Lijst Rode Lijsten laten zien welke soorten zijn verdwenen en welke soorten in een gebied sterk zijn achteruitgegaan of zeldzaam zijn. Er bestaan verschillende Rode Lijsten. Voor vogels, voor zoogdieren, planten, paddenstoelen, insecten en voor allerlei andere soortgroepen. Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status. Plaatsing op de lijst maakt een dier dus nog geen 'beschermde diersoort' in de zin van de Wet natuurbescherming. De Rode Lijsten hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringfunctie. Door de Rode Lijst te raadplegen, kunnen alle instellingen die met natuurbehoud te maken hebben rekening houden met bedreigde soorten. Significant negatief effect Een effect is in het kader van de Wet natuurbescherming significant als de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied dreigen te worden aangetast. Het begrip 'significant' staat centraal in de toepassing van het beschermingsregime voor Natura 2000-gebieden bij zowel vaststelling van beheerplannen als de vergunningverlening. Het bepaalt of een uitvoerige toetsing, een zogenaamde passende beoordeling, moet worden uitgevoerd.

Indien als gevolg van een ingreep de toekomstige oppervlakte habitat of leefgebied, aantal van een soort of kwaliteit van een habitat lager zal worden dan zoals bedoeld in de instandhoudingsdoelstelling, dan kan sprake zijn van significante gevolgen. Voor het goede begrip, de soorten hoeven er niet te zitten, het gebied moet geschikt zijn voor de soorten. Voortplantingsplaats of rustplaats Een plek binnen het leefgebied van een soort die essentieel is voor de levenscyclus van een individu. De Wet natuurbescherming omschrijft niet exact wat een vaste rust- of voortplantingsplaats is. Dit is soortafhankelijk. Vliegroute Een vaste route die door vleermuizen wordt gebruikt tussen de verblijfplaatsen naar foerageergebieden. Winterverblijfplaats Verblijfplaats die gebruikt wordt om de periode van winterrust te overbruggen. Voor vleermuizen zijn dit vorstvrije, maar koele en vochtige plekken. Er kans sprake zijn van massaverblijfplaatsen, verblijfplaatsen van kleine groepen of één of enkele individuen. Zomerverblijfplaats Buiten de kraamperiode worden deze door groepjes vrouwtjes en jongen gebruikt, in de kraamperiode door individuele mannetjes.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13706530/1