Was-Wordt APV Schier Omgevingswet & 4.2-4.3
Tekst van het document
2. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a) het voorkomen of beperken van overlast; b) de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden; c) de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek.
2. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a) het voorkomen of beperken van overlast; b) de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden; c) de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek.
3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Besluit omgevingsrecht, de Zondagswet of het Besluit geluidproduktie sportmotoren.
3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet, afdeling 3.9 van het Besluit activiteiten leefomgeving, of het Besluit geluidproductie sportmotoren.
Artikel 5:33 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden 1. Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets, een paard of een door een vlieger voortbewegend voer-/vaartuig.
Nieuwe tekst Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden 1. Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets, een paard of een door een vlieger voortbewegend voer-/vaartuig.
2. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan
2. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan
nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a) het voorkomen van overlast; b) de bescherming van natuur- of milieuwaarden; c) de veiligheid van het publiek.
nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a) het voorkomen van overlast; b) de bescherming van natuur- of milieuwaarden; c) de veiligheid van het publiek.
3. Het verbod is niet van toepassing op motorvoertuigen, fietsen en paarden: a) ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten; b) die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld; c) die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; d) van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld; e) voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen.
3. Het verbod is niet van toepassing op motorvoertuigen, fietsen en paarden: a) ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten; b) die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld; c) die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; d) van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld; e) voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen.
4. Het verbod is voorts niet van toepassing: a. op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen; b. binnen de bij of krachtens de provinciale verordening stiltegebieden aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als toestel.
4. Het verbod is voorts niet van toepassing: a) op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen; b) binnen de bij of krachtens de provincialeomgevingsverordening aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als toestel.
5. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
5. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
Artikel 5:34 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van
Nieuwe tekst Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer,
de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2. Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a) verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b) sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand; c) vuur voor koken, bakken en braden. 3. Het tweede lid is niet van toepassing in bossen, op heide of veengronden dan wel in duingebieden of binnen een afstand van dertig meter daarvan gedurende de periode van 1 april tot 1 oktober. 4. Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen. 5. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. 6. Het verbod geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening.
zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2. Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a) verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b) sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand; c) vuur voor koken, bakken en braden. 3. Het tweede lid is niet van toepassing in bossen, op heide of veengronden dan wel in duingebieden of binnen een afstand van dertig meter daarvan gedurende de periode van 1 april tot 1 oktober. 4. Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen. 5. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. 6. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚ of 3˚, van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening.