Overbetuwe-veiligheidsprotocol-college-en-raadsleden.docx
Tekst van het document
Veiligheidsprotocolraads- en burger-, en collegeleden gemeente Overbetuwe Inleiding Raadsleden, burgerleden en collegeleden moeten vrij zijn om hun politieke mening te kunnen verkondigen. De gevolgen van agressie en geweld tegen raads- en collegeleden zijn ingrijpend voor de persoon in kwestie. Daarnaast wordt de democratie ondermijnd op het moment dat een raadslid of collegelid niet in vrijheid zijn stem uit kan brengen. Ter bescherming van alle raads- burger- en collegeleden en ter bescherming van de lokale democratie stellen de raad en het college het volgende: Agressie en geweld tegen raads-, burger- en collegeleden is onacceptabel en wordt nooit getolereerd. Dit protocol maakt hiervan een heldere vertaling, benoemt de rollen en de stappen die worden gezet in voorkomende gevallen. Er is voor gekozen de te nemen stappen niet bij het betrokken college- of raadslid te laten maar over te laten nemen door de gemeente. In de praktijk blijkt te vaak dat bedreigde college- en raadsleden geen aangifte durven te doen of vrezen niet langer waardevrij en conform hun ambtseed of -belofte hun werk te kunnen voortzetten. Die individuele afweging draagt niet bij om als collectief een heldere grens te bekrachtigen.
Er wordt een krachtig signaal afgegeven door de gemeente Overbetuwe in alle gevallen, met instemming van de betrokkene, aangifte te laten doen wanneer er strafbare feiten worden vastgesteld. Agressie en geweld tegen de functionaris college-, raadslid of burgerlid is onacceptabel en wordt nooit getolereerd, de reactie hierop is uniform. Deze eenduidige reactie vormt een ‘hitteschild’ waardoor de betreffende college-, raads- en burgerleden worden beschermd en hun werkzaamheden kunnen blijven uitvoeren. Bovendien wordt over die aangifte intern, noch extern gecommuniceerd, tenzij dit in het belang van het onderzoek is. Voor afscherming van persoonsgegevens wordt gezorgd, de privacy is nadrukkelijk gewaarborgd. Door deze werkwijze wordt, het college- of raadslid beschermd/uit de wind gehouden. Voorwaarde is wel dat het betrokken college-, raadslid of burgerlid, in de rol van benadeelde, zijn of haar volledige medewerking verleent aan het onderzoek. 1. Basisafspraak De basisafspraak is dat de individuele bestuurder of politicus grensoverschrijdend gedrag vanwege zijn of haar functie altijd intern meldt en vervolgens de vastgelegde handelswijze in dit protocol volgt. De afspraken zijn erop gericht regie te voeren zodra er sprake is van grensoverschrijdend gedrag tegen college- en/of raadsleden.
Waar in dit protocol wordt gesproken over college- en/of raadsleden wordt ook verstaan oudraadsleden en burgerleden voor zover grensoverschrijdend gedrag betrekking heeft op hun functioneren als (voormalig) raadslid, respectievelijk op politieke werkzaamheden zoals het optreden als woordvoerder in commissievergaderingen. 2. Emotie of grensoverschrijdend? Onder emotioneel gedrag wordt verstaan dat een inwoner op een emotionele manier begrip vraagt voor zijn persoonlijke situatie, kritiek geeft op de regels of op het beleid van de gemeente, of bijvoorbeeld boos is over een beslissing van de gemeente. Emotioneel gedrag is van korte duur en laat zich corrigeren. Voor dergelijk gedrag kan (enig) begrip worden getoond. Emotioneel gedrag is niet verboden, boosheid is niet grensoverschrijdend en is geen agressie. Grensoverschrijdend gedrag is: aanhoudend emotioneel gedrag, aanhoudende boosheid of het aanhoudend uiten van beledigingen en gedrag dat – nadat de inwoner erop is aangesproken – niet verandert of juist verergert. Het gedrag is gericht op:
-
het veroorzaken van onbehagen, bijvoorbeeld door belediging, bedreigingen, intimidaties; het op verstoren van de orde of op ontoelaatbare wijze beïnvloeden van de taakuitoefening; het veroorzaken van pijn, letsel of schade.
Onder agressie wordt in navolging van de zogenaamde Eenduidige Landelijke Afspraken verstaan: Lichamelijke en verbale agressie, belaging, intimidatie en bedreiging gepleegd in of door omstandigheden die verband houden met de uitvoering van de publieke taak. Dit kan gepaard gaan met beschadiging van goederen. Onder agressie wordt in dit protocol ook verstaan ieder gebruik van geweld. 3. Melden van grensoverschrijdend gedrag Grensoverschrijdend gedrag wordt altijd eerst intern gemeld. Raadsleden melden incidenten bij de burgemeester, griffier en/of de beleidsmedewerker Openbare Orde en Veiligheid (OOV). De burgemeester, griffier en/of de beleidsmedewerker OOV stellen elkaar direct op de hoogte van de melding. Wethouders melden incidenten bij de burgemeester of gemeentesecretaris. De burgemeester en gemeentesecretaris stellen elkaar direct op de hoogte van de melding. De burgemeester meldt een incident bij de gemeentesecretaris. De gemeentesecretaris stelt direct de griffier en de beleidsmedewerker OOV hiervan op de hoogte. Alle meldingen worden door de griffier en/of de beleidsmedewerker OOV via een meldingsformulier geregistreerd in het zaaksysteem van de gemeente Overbetuwe. Op grond van artikel 10 en 11 WOB ligt de privacy van gevoelige zaken vast. Documenten kunnen doorgestuurd worden bijvoorbeeld naar een advocaat maar dan worden de persoonlijke gegevens weggelakt/gehaald.
De griffier respectievelijk de gemeentesecretaris bepalen in samenspraak met de beleidsmedewerker OOV wie toegang heeft tot het zaaksysteem. De resultaten van de registratie van incidenten worden zonder vermelding van persoonsgegevens meegenomen in het sociaal jaarverslag. 4. Interne maatregelen Na iedere interne melding wordt besproken welke maatregelen tegen de veroorzaker worden genomen. Daarbij zijn de beleidsmedewerker OOV en de beleidsmedewerker Juridische Zaken van de gemeente beschikbaar voor ondersteuning. Al naar gelang de ernst van het grensoverschrijdend gedrag (en als sprake is van herhaald gedrag) kan de gemeente: de persoon verwijderen uit een gebouw/van een terrein; de persoon mondeling of schriftelijk waarschuwen; (tijdelijk) de dienstverlening beperken of (tijdelijk) de toegang ontzeggen tot de gemeentelijke gebouwen. De burgemeester en de college- en/of raadsleden zijn altijd bevoegd een burger te verzoeken een gebouw te verlaten en mondeling de toegang tot een gebouw te ontzeggen. De schriftelijke ontzegging voor een bepaalde tijd is een besluit van de burgemeester.
Als hier geen gevolg aan wordt gegeven dan wordt de politie direct in kennis gesteld en is er sprake van een strafbaar feit (huisvredebreuk) waarvan aangifte zal volgen; de persoon oproepen voor een (orde‐ of herstel-) gesprek met een daartoe aangewezen vertegenwoordiger van de gemeente over het ongewenste gedrag; het voorval melden bij de politie (als het gedrag niet strafbaar is, maar wel grensoverschrijdend, kan melding worden gedaan bij de politie, zodat het incident in ieder geval bekend is bij de politie.); aangifte doen bij de politie; andere maatregelen treffen, al naar de omstandigheden. Maatregelen kunnen worden toegepast na iedere (interne) melding. Ook als wordt besloten dat van een incident melding of aangifte wordt gedaan bij de politie. De maatregelen die door
de gemeente worden genomen jegens de veroorzaker worden zo mogelijk meteen bij het doen van aangifte of bij de melding aan de politie doorgegeven en anders zo spoedig mogelijk na het nemen van deze maatregelen. 5. Melding, aangifte en klacht Grensoverschrijdend gedrag kan strafbaar zijn. Het is van groot belang dat van mogelijk strafbaar gedrag zo snel mogelijk aangifte wordt gedaan of een klacht wordt ingediend. Is er sprake van belaging, dan geldt er namelijk een termijn van 3 maanden waarbinnen een klacht ingediend moet zijn. Het registreren van incidenten geeft inzicht in de aard, de vorm en mogelijke toename of afname van incidenten binnen de gemeente Overbetuwe en is de basis voor de te nemen (preventieve) maatregelen. Het registreren van incidenten is ook belangrijk voor het, mogelijk later, aangifte doen bij de politie en voor het verhalen van mogelijke schade. Voorbeelden van grensoverschrijdend gedrag die strafbaar kunnen zijn: beledigingen, (doods)bedreigingen uiten, bedreiging met represailles, bedreigen (van familieleden) en uitvoeren van dreigementen, schoppen, spugen en andere fysieke agressie, letsel toebrengen of materiele schade veroorzaken en gedrag dat anderen in gevaar brengt. achtervolgen, opbellen, e-mailen, laster, smaad, toezenden van cadeaus, (belaging/stalking) 1.
Een bedreigd of belaagd college- of raadslid meldt dit altijd aan de burgemeester, gemeentesecretaris of griffier en/of de beleidsmedewerker OOV. Zij informeren elkaar direct. 2. De burgemeester informeert het Openbaar Ministerie (OM) en politie hier zo spoedig mogelijk over. 3. De burgemeester agendeert elke melding van bedreiging, belaging of agressie jegens een raadslid in de eerstvolgende vergadering met OM en politie (lokale driehoek). 4. Zo spoedig mogelijk na de melding volgt een gesprek met het bedreigde of belaagde raadslid en een daartoe gespecialiseerde politieambtenaar die vaststelt of er sprake is van strafbare feiten. 5. Ook als een raads- of collegelid twijfelt of er sprake is van grensoverschrijdend gedrag, is het altijd mogelijk contact op te nemen met de burgemeester, griffier en/of de beleidsmedewerker OOV. Na het contact wordt bepaald of en wat er nodig is. Via de beleidsmedewerker OOV kan maatwerk geleverd worden ook als er zorg nodig/noodzakelijk is. Na het contact kan ook duidelijk worden dat er verder geen nazorg of iets anders nodig is. 6. Als er sprake is van strafbare feiten doet in alle gevallen, met instemmen van de betrokkene, de gerechtigd vertegenwoordiger van de gemeente daarvan aangifte waarbij materiële en immateriële schade altijd wordt verhaald als de dader bekend is.
Betreft het belaging, dan dient de betrokkene zelf, binnen 3 maanden, een klacht in. De griffier respectievelijk de gemeentesecretaris, dan wel de burgemeester of beleidsmedewerker OOV ondersteunt de betrokkene hierbij. 7. Over de aangifte of klacht wordt niet gecommuniceerd tenzij het betreffende raadslid daarmee instemt ten behoeve van het onderzoek. 8. Het betreffende college – of raadslid wordt juridisch als benadeelde beschouwd. 9. Het betrokken college- of raadslid verleent als benadeelde volledige medewerking aan het politieonderzoek. 6. Noodgevallen en alarmering beveiliging Wanneer zich een noodgeval voordoet, belt de bedreigde altijd 112 en geeft aan waar hij/zij zich bevindt en (indien mogelijk) wat de situatie is. Zolang de dreiging duurt en de bedreigde niet weg kan komen, staat de eigen veiligheid van de bedreigde voorop. De bedreigde geeft de bedreiger zijn zin en laat dit uit houding en gedrag blijken. De bedreigde probeert kalm te blijven en de bedreiger niet te provoceren (met een grapje, onverwachte beweging of iets dergelijks).
De bedreigde draagt zo mogelijk zorg voor alle informatie die kan leiden tot een snelle aanhouding van de verdachte. 7. Follow-up na melding en/of aangifte bij de politie De Hoofdofficier van Justitie wordt door de politie op de hoogte gesteld bij een dreigingsmelding en/of een aangifte. - Bij dreiging tegen een persoon ligt de verantwoordelijkheid voor de beslissing over het treffen van beveiligingsmaatregelen, in het kader van de strafrechtelijke handhaving en het bewaken en beveiligen, bij de Hoofdofficier van Justitie en doet de politie voorstellen over de te nemen maatregelen (artikel 1 lid 2 Politiewet, aanwijzing beveiliging van personen, objecten en diensten). - Als de burgemeester zelf onderwerp is van dreiging, blijft de Hoofdofficier van Justitie verantwoordelijk en kan worden overlegd met de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Als de burgemeester slachtoffer is, wordt tevens de Commissaris van de Koning op de hoogte gesteld. - De werkgever is verplicht de Arbeidsinspectie te waarschuwen uiterlijk binnen 24 uur na het incident.
De Arbeidsinspectie wordt binnen 24 uur gewaarschuwd door de burgemeester, gemeentesecretaris of door de griffier als er sprake is van een ernstig incident waarbij een politieke ambtsdrager lichamelijk of geestelijk letsel oploopt, in het ziekenhuis moet worden opgenomen, blijvende schade overhoudt aan de gezondheid of overlijdt aan de gevolgen. De gemeentesecretaris en/of de griffier zorgen voor terugkoppeling aan de betrokkenen en aan de gemeenteraad over de strafrechtelijke vervolging en de resultaten daarvan. Nazorg Nazorg is belangrijk, de politieke ambtsdragers – en indien nodig ook de directe familieleden en collega’s - kunnen er van uitgaan dat ze ondersteund worden tijdens en na het incident van agressie en geweld. De burgemeester of gemeentesecretaris vangt de wethouder op, de burgemeester of griffier de raads- en burgerleden. De burgemeester en griffier respectievelijk de gemeentesecretaris organiseren de benodigde hulp. Zij kunnen altijd deskundigen om hulp vragen en de teammanager Personeel en Organisatie vragen de verdere zorg over te nemen. De teammanager Personeel en Organisatie kan de arbodienst of andere deskundigen inschakelen en het verdere proces regelen. 8. Communicatie De burgemeester is ten overstaan van de gemeenteraad (al dan niet vertrouwelijk) woordvoerder als het gaat om bedreiging van één of meer wethouders of raadsleden.
De burgemeester kan zich desgewenst laten bijstaan door de Gebiedsofficier van Justitie. Als de burgemeester direct betrokken is, wordt in overleg met de burgemeester, de locoburgemeester en eventueel de Commissaris van de Koning de handelwijze bepaald. Andere politieke ambtsdragers worden met instemming van het slachtoffer op de hoogte gebracht van een incident, tijdens een collegevergadering, c.q. besloten overleg van het seniorenconvent. Vertrouwelijkheid wordt daarbij, zo nodig, in acht genomen. In het geval van voortdurende dreiging is het van groot belang dat niemand uitspraken doet die leiden tot verhoging van veiligheidsrisico’s. Zodra er een strafrechtelijk onderzoek is begonnen ligt de woordvoering bij het OM. Communicatie en contacten met de pers worden overgelaten aan het OM in samenspraak met de burgemeester en politie. De adviseur van de gemeente stemt, over een eventuele communicatieboodschap bij een ernstige (be)dreiging, altijd af met de afdeling voorlichting van het Openbaar Ministerie. Getroffen (politionele) maatregelen in de publieke ruimte worden nooit naar de pers gecommuniceerd. Afspraken over woordvoering worden altijd in acht genomen. 9.
Ondersteuning vanuit Weerbaar Bestuur en de Nederlandse Vereniging van raadsleden Meer dan de helft van de burgemeesters en wethouders krijgt te maken met bedreiging en intimidatie, zo blijkt uit cijfers van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Dat heeft natuurlijk een grote impact. Niet alleen op de politici zelf, maar ook op de familie.
Bedreiging en intimidatie laat niemand onberoerd. Dergelijk ongewenst gedrag tast ook, vaak onbewust, de manier waarop beslissingen in het werk tot stand komen aan. Onzekerheid over eventuele gevolgen maakt het lastig om de situatie met anderen te bespreken. Een isolement is vaak het gevolg. Raads- en collegeleden met vragen over veiligheid, agressie, intimidatie en soortgelijke thema’s kunnen terecht bij het ondersteuningsteam (OT) weerbaar bestuur. Het netwerk Weerbaar Bestuur is een samenwerking van o.a. het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het ministerie van Justitie en Veiligheid, diverse beroeps- en belangenverenigingen zoals de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden, Wethoudersvereniging en Nederlands Genootschap van Burgemeesters. Het ondersteuningsteam is bereikbaar via https://www.weerbaar-bestuur.nl/producten-endiensten/ondersteuningsteam-weerbaar-bestuur of via 070-3738314 Heeft u een onveilig gevoel, maar bent u nog niet geconfronteerd met een concreet incident of wilt u juist over dat grijze gebied vertrouwelijk sparren? Ook dan is het OT het juiste aanspreekpunt voor u. Het OT geeft lokale bestuurders en volksvertegenwoordigers in deze gevallen een vertrouwelijke steun in de rug en adviseert welke vervolgstappen gezet kunnen of soms moeten worden.
Raadsleden die te maken krijgen met intimidatie of bedreiging, kunnen ook bellen met vertrouwenspersonen van de Vereniging van Raadsleden. De vertrouwenspersonen zijn getraind in het omgaan met intimidatie en bedreigingen, en kunnen u advies en een luisterend oor bieden. https://www.raadsleden.nl/actueel/nieuws/ondersteuningsteam-voorgevallen-van-intimidatie-bedreiging-of-agressie 10. Schade, opvang en nazorg na incidenten. Het kan zijn dat er schade is geleden door de gemeente zelf, aan persoonlijke eigendommen van de betrokkene of dat er aanvullende kosten moeten worden gemaakt (bijvoorbeeld medische). Los van de vraag of de gemeente of de betrokkene verzekerd is voor de schade is het uitgangspunt dat schade zoveel mogelijk wordt verhaald op de veroorzaker. In dit geval kan contact opgenomen worden met de afdeling Juridische Zaken van de gemeente Overbetuwe. Voor juridische ondersteuning kan men contact opnemen met de beleidsmedewerker OOV. De beleidsmedewerker OOV kan via de juristen van de gemeente Overbetuwe advies en hulp krijgen. De juristen kunnen de benadeelde zo nodig bijstaan bij voeging ter terechtzitting. Slachtofferhulp kan hier ook een rol spelen.
Dit protocol is vastgesteld in de vergadering van de gemeenteraad van Overbetuwe d.d ….. de griffier
de voorzitter
mevr. drs. D.E. van der Kamp
R.P. Hoytink-Roubos