CConstaterende datSchiermonnikoog
Koppel je AI →
Document · PDF

Knelpuntanalyse Glinder en Groote Siege - Deltares - Arcadis

Informatiebijeenkomst Raad 2 april 2024, gemeente SchiermonnikoogBij agendapunt: 19.30 - 20.30 uur Presentatie door Rijkswaterstaat12.677 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

In het zuiden van het bekken, waar de watertoevoer afneemt en de laatste jaren sprake is van sedimentatie, wordt een verdere terugtrekking verwacht. Echter kan een mogelijke doorbraak van het Binnenplaatgat als hoofdgeul grote effecten hebben op de watertoevoer naar deze gebieden. Op langere termijn hangt de ontwikkeling van deze deelgebieden af van de grote schaal ontwikkelingen van het bekken. Als bovenstaande verwachting uitkomt zou het Friesche Zeegat veel overeenkomsten vertonen met het westelijker gelegen Amelander Zeegat (Oost & Cleveringa, 2017). Beide systemen hebben dan een dominante geul in het oosten van het Zeegat (Borndiep/Binnenplaatgat) met een secundaire geul in het westen (Boschgat/Zoutkamperlaag). Deze gelijkenis is het gevolg van het feit dat beide getijsystemen worden gekenmerkt door een bekken met een relatief oostelijk zwaartepunt met vergelijkbare afmetingen. Op de buitendelta is het meest waarschijnlijke scenario dat het Westgat verder oostwaarts migreert en aanhaakt op het Binnenplaatgat. Dit zal afwatering via het Binnenplaatgat verder faciliteren. Echter kan op langere termijn het cyclisch gedrag van de buitendelta effect hebben op de ontwikkelingen in het bekken. Sinds de afsluiting is de uitstroom steeds verder richting het oosten gemigreerd.

Indien het cyclisch gedrag wordt hervat is het mogelijk dat er op termijn weer een nieuwe geul richting westen ontstaat (Elias & Oost, 2021). Glinder Er worden in de komende jaren tot decennia grote morfologische veranderingen rondom de Glinder verwacht, gestuurd door de grotere schaal ontwikkelingen in het bekken. Het is te verwachten dat de stroming over de drempel vanuit het Binnenplaatgat richting het zuiden (Zoutkamperlaag) zal toenemen. Deze stroming staat haaks op de huidige oriëntatie van de Glinder. Zonder ingrepen zal de Glinder in haar huidige vorm steeds verder dichtslibben, wat zou leiden tot een toename van het baggeronderhoud. De nieuwe stroomrichting is echter in lijn met de richting van de ingreep die is gepland op basis van het onderzoek door Arcadis (Lenstra, 2023). Het is te verwachten dat deze ingreep op termijn het baggerbezwaar zal verlagen, omdat de noordwest-zuidoost gerichte stroming door groei van het Binnenplaatgat verder toe zal nemen.

42 van 67

Knelpuntanalyse Glinder en Groote Siege 11209267-004-ZKS-0001, 16 februari 2024

Een toename van deze stroming kan mogelijk leiden tot een doorbraak over de drempel rondom de Glinder. In andere woorden: er kan op de locatie van de drempel een nieuwe geul ontstaan die het Binnenplaatgat met de Zoutkamperlaag verbindt. Indien dit gebeurt zal het baggeronderhoud bij dit knelpunt nog verder afnemen. Een doorbraak van dit drempelgebied hangt sterk samen met de continue verzanding (smaller en ondieper) en uitbochting van het zeewaartse gedeelte van de Zoutkamperlaag waarbij beide morfologische processen elkaar zullen versterken. In het geval van een doorbraak zal een afname van het baggerbezwaar rondom de Glinder dus gepaard gaan met een toenemende onderhoudsvraag in de Zoutkamperlaag. Groote Siege Met de huidige trends in erosie/sedimentatie en getijvolumes van de geulsystemen dieper in het bekken is het waarschijnlijk dat het noordelijk deel van het bekken (Brakzandstergat / Groote Siege) de komende jaren stabiel blijft. Tot 2000 nam de natte inhoud van dit gebied toe, maar deze trend is de laatste 20 jaar gestagneerd. Zowel de Groote Siege als het Brakzandstergat zijn sinds 2005 qua omvang en diepte betrekkelijk stabiel. Ook het debiet door deze geulen en door het Gat van Schiermonnikoog, dat deze gebieden voedt, is in de modelberekeningen constant. De verwachting is dat de baggervolumes hier in de nabije toekomst stabiel blijven.

Het is wel belangrijk om de watertoevoer naar dit gebied door het Gat van Schiermonnikoog scherp in de gaten te houden. Een veranderende balans tussen de Zoutkamperlaag en het Binnenplaatgat kan in de toekomst effect hebben op deze debieten.

43 van 67

Knelpuntanalyse Glinder en Groote Siege 11209267-004-ZKS-0001, 16 februari 2024

Figuur 5-1 Conceptueel model van de ontwikkeling van het getijdebekken Zoutkamperlaag. Groene lijnen geven vormende en uitbreidende geulen weer, rode lijnen krimpende/terugtrekkende geulen.

44 van 67

Knelpuntanalyse Glinder en Groote Siege 11209267-004-ZKS-0001, 16 februari 2024

6

Conclusies en aanbevelingen

6.1

Conclusies De vaarweg Lauwersoog-Schiermonnikoog kent een aantal knelpunten, d.w.z. locaties waar de morfologische ontwikkeling leidt tot (toenemend) baggerbezwaar. Deze knelpuntanalyse beschouwt de knelpunten van de Glinder en de Groote Siege. De morfologische ontwikkelingen van deze knelpunten spelen zich af op relatief korte tijd- en ruimteschalen (jaren, kilometers). Deze ontwikkelingen worden gestuurd door veranderingen op grotere tijden ruimteschalen. Grote tijd- en ruimteschaal: veranderende balans in het hoofdgeulensysteem Het bekken bevindt zich in een overgangssituatie waarbij het Binnenplaatgat in omvang en debiet toeneemt en de Zoutkamperlaag steeds kleiner wordt, meer gaat meanderen en sedimenteert. Deze ontwikkeling wordt deels gestuurd door de gevolgen van de afsluiting van de Lauwerszee. Met de afsluiting nam het getijprisma af en verschoof het zwaartepunt van het bekken van het zuiden naar het oosten. Het nieuw gevormde Binnenplaatgat ligt gunstiger dan de Zoutkamperlaag om onder deze nieuwe omstandigheden het bekken te bedienen. De verwachting is dat de oostelijke geul (Binnenplaatgat) relatief dominanter wordt vergeleken met de huidige situatie. Bij de drempel in het zuidelijke gedeelte van de Zoutkamperlaag is momenteel geen onderhoud nodig, maar als de verzandende trend doorzet kan dit op termijn een knelpunt worden.

Dit proces kan significant versnellen bij een doorbaak of andere grote systeemveranderingen, maar de gevolgen zijn nog onduidelijk. Het is nog onzeker hoe deze grootschalige morfologische verandering zich verder gaat ontwikkelen, d.w.z. of het Binnenplaatgat de functie van de Zoutkamperlaag geheel gaat overnemen of dat er een tweegeulensysteem ontstaat. Het is van belang de morfologische ontwikkeling goed te blijven monitoren. Glinder De ontwikkeling van de drempel wordt sterk beïnvloed door de grootschalige ontwikkeling in het hele kombergingsgebied. Door een belangrijkere rol van het Binnenplaatgat ten opzichte van de Zoutkamperlaag oriënteert de Glinder zich nu meer op het Binnenplaatgat in plaats van voorheen de Zoutkamperlaag. De stroming over het drempelgebied is dan ook van richting veranderd ten opzichte van de situatie waarin de Zoutkamperlaag dominant(er) was. De toekomstige ontwikkeling van de Glinder hangt nauw samen met de ontwikkeling van het Binnenplaatgat. Een mogelijke geuldoorbraak zal op termijn de bevaarbaarheid van de Glinder vergroten. Op korte termijn is de verwachting dat met de huidige oriëntatie de Glinder verder dicht zal slibben, vanwege de veranderde stroomrichting. De geplande ingreep over de drempel sluit beter aan bij de nieuwe stroomrichting en de verwachting is dat met deze ingreep het baggerbezwaar zal verminderen.

Groote Siege Op basis van zowel morfologische trends als van gemodelleerde geuldebieten blijkt het noordelijke deel van het bekken (Brakzandstergat / Groote Siege) momenteel stabiel, terwijl het zuidelijke deel (zuidelijke Zoutkamperlaag / Lutjewad) een terugtrekking vertoont.Hypsometrische curves en erosie-sedimentatieplots laten zien dat de natte inhoud van het noordelijke deel tot 2000 toenam maar deze trend de laatste 20 jaar is gestagneerd.

45 van 67

Knelpuntanalyse Glinder en Groote Siege 11209267-004-ZKS-0001, 16 februari 2024

Uit de morfologische analyse is gebleken dat de geulvolumes en de doorsnedes van zowel de Groote Siege als het Brakzandstergat sinds 2005 betrekkelijk stabiel zijn. Daarnaast vertonen de berekende debieten ook geen grote veranderingen in de afgelopen tientallen jaren. De verwachting is dat de Groote Siege qua onderhoudsbehoefte stabiel zal blijven. Tenzij op grotere schaal morfologische veranderingen plaatsvinden, zoals het doorbreken van de drempel rondom de Glinder, worden hier ook geen grote significante morfologische veranderingen verwacht.

6.2

Aanbevelingen vervolgonderzoek Friesche Zeegat Monitoringsbehoefte Uit de knelpuntanalyse is gebleken dat op dit moment in het bekken grote verschuivingen in het hoofdgeulensysteem gaande zijn. Deze ontwikkelingen beïnvloeden alle drie de knelpunten, zij het op verschillende wijze. Om grip te krijgen op deze veranderende dynamiek is de monitoringsbehoefte verdeeld in twee schaalniveaus. -

-

Schaal van het bekken: De balans tussen de Zoutkamperlaag en het Binnenplaatgat dient nauwlettend in de gaten gehouden te worden. Deze grote systeemverandering is sturend voor alle andere ontwikkelingen in het bekken. Een belangrijke vraag is of de huidige trends (toenemende debieten in het Binnenplaatgat ten koste van de debieten door de Zoutkamperlaag) doorzetten. Debietmetingen in de Zoutkamperlaag en het Binnenplaatgat zouden hier waardevol bij zijn. Om deze vraag te beantwoorden en inzicht te krijgen in lange termijn ontwikkelingen moeten ook de trends van volumeverandering in verschillende subgebieden van het bekken worden beschouwd. Op dit moment ontwikkelt het noordelijke deel (dat stabiel blijft) zich anders dan het zuidelijke deel, dat sedimentatie en terugtrekking kent. Deze volumeveranderingen geven een beeld van de verdeling van debieten in het bekken. Schaal van de individuele knelpunten: o

o

46 van 67

Het eerste gedeelte van de veerroute loopt na afvaart vanuit Lauwersoog door het zuidelijke deel van de Zoutkamperlaag. Dit stuk is momenteel geen knelpunt, maar in potentie kan dit het wel worden. De vereiste diepgang (NAP5m) in dit stuk van de vaarroute is groter dan bij de Glinder en Groote Siege aangezien hier ook de vaarroute richting de Noordzee passeert. In deze knelpuntanalyse is niet gefocust op deze ontwikkelingen, maar er zijn wel aanwijzingen dat het een punt van aandacht is en er een monitoringsbehoefte is. De toekomstige morfologische ontwikkelingen van dit gedeelte van de vaarroute zijn lastig te voorspellen doordat het sterk samenhangt met andere ontwikkelingen. Deze complexiteit blijkt uit het feit dat de drempelvorming en verzanding hier samenhangen met onder andere de verzanding/uitbochting van het noordelijk deel Zoutkamperlaag, een eventuele doorbraak over de drempel rondom de Glinder, verschuiving wantij en ontwikkelingen Oort en het gebied rond Lutjewad gat. Een vervolgstudie specifiek gericht op het in kaart brengen van de hier spelende morfodynamica is ook aanbevolen, bijvoorbeeld door middel van data-analyse van het zuidelijke deel van het bekken, dat in deze studie niet is beschouwd. Ook de ontwikkeling van de Glinder na de geplande ingreep dient gemonitord te worden.

Indien de huidige trend in stromingspatronen doorzet is de verwachting dat de onderhoudsbehoefte van deze nieuwe geul lager zal zijn dan die van de huidige Glinder. Door regelmatige beheerlodingen en registratie van baggerhoeveelheden kan gecontroleerd worden of de ingreep inderdaad het verwachte effect heeft.

Knelpuntanalyse Glinder en Groote Siege 11209267-004-ZKS-0001, 16 februari 2024

Volumeveranderingen van deelgebieden in kaart brengen. Voor een vollediger beeld van de ontwikkelingen voor het hele bekken is het van belang de volumeveranderingen van de verschillende deelgebieden en het volledige bekken in kaart te brengen. Door de volumeveranderingen van het noordelijke deel (Brakzandstergat – Groote Siege) en het zuidelijke deel (Lutjewad) apart te beschouwen kan de hypothese uit deze knelpuntanalyse – dat het noordelijke deel van de komberging stabiel is terwijl het zuidelijke deel sedimentatie vertoont – worden getoetst. Door de volumeveranderingen in het noordelijke en zuidelijke deel van het bekken bij elkaar op te tellen kan een beeld worden gevormd van de trend in het gehele kombergingsgebied. Deze kan worden vergeleken met de modelresultaten om te zien of de ontwikkeling van het kombergingsvolume voor het hele bekken overeenkomt met de afname van het getijprisma door het zeegat, zoals beschreven in paragraaf 3. Deze vergelijking geeft inzicht in de relatie tussen de veranderingen in het bekken en het effect op het getijprisma, wat belangrijk is voor het begrijpen en voorspellen van toekomstige morfologische veranderingen bij de knelpunten. In een verdiepende analyse kunnen de ontwikkeling van de Groote Siege en het Brakzandstergat apart worden bekeken.

Hierbij is het van belang om de grenzen tussen Groote Siege en Brakzandstergat met zorg vast te stellen, vooral in de periode waarin de Groote Siege zich terugtrok en het Brakzandstergat uitbreidde. Idealiter zou de afbakening van de Groote Siege gebaseerd moeten zijn op een stromingsmodel, zowel voor recente als oudere bodems. Dit zal een beter inzicht geven in de specifieke veranderingen die in elk van deze gebieden hebben plaatsgevonden en het effect van de concurrentie tussen de geulsystemen op de respectievelijke kombergings- en geulvolumes. Verkennende morfologische modelberekeningen Morfologische modelberekeningen in complexe kustsituaties geven vaak onbetrouwbare resultaten, zeker voor langere termijn (>5 jaar). Echter, voor korte termijn (1-2 jaar) kunnen ze een kwalitatieve indicatie geven van erosiepatronen en welke feedback er is bij een veranderende bodem. Morfologische modelberekeningen kunnen helpen om meer zekerheid over de drempeldoorbraak rondom de Glinder te geven. Bovendien kunnen de effecten van drempelvorming in de Zoutkamperlaag op de vaarroute in kaart worden gebracht. Ten slotte zou de impact van toekomstige grootschalige veranderingen getoetst kunnen worden.

Voorbeelden hiervan zijn verdere verschuivingen van het wantij, verdere verzanding Zoutkamperlaag in combinatie met groei Binnenplaatgat of eventueel zelfs van een doorbraak door de drempel bij de Glinder. Het advies is om deze morfologische modelberekening uit te voeren zodra de nieuwe serie vaklodingen (2024-2025) beschikbaar zijn als input.

6.3

Aanbevelingen generieke aanpak knelpuntanalyse Op basis van de inzichten uit voorliggende studie en de knelpuntanalyse hoogwaterroute Holwerd-Ameland hebben we de volgende aanbevelingen opgesteld voor toekomstige knelpuntanalyses. •

47 van 67

Allereerst wordt de grootschalige ontwikkeling van het bekken beschreven. Afhankelijk van de ontwikkelingen in een bekken kan deze beschrijving beknopt gehouden worden. Vanwege de grote veranderingen in het Friesche Zeegat (de afsluiting van de

Knelpuntanalyse Glinder en Groote Siege 11209267-004-ZKS-0001, 16 februari 2024

•

•

•

•

48 van 67

Lauwerszee en de verschuiving tussen de Zoutkamperlaag en het Binnenplaatgat) is er hier voor gekozen deze grootschalige ontwikkeling van het bekken uitgebreider te beschouwen. Vervolgens wordt ingezoomd op morfologische ontwikkeling op kleinere schaal, d.w.z. de knelpunten en andere belangrijke geulen zoals de hoofdvaarroutes en geulen die de knelpunten voeden. In voorliggende studie kunnen de ontwikkelingen van Glinder en Groote Siege bijvoorbeeld niet los gezien worden van de ontwikkelingen van de Zoutkamperlaag en het Binnenplaatgat. De volgende visualisaties geven goed inzicht in de ontwikkeling van de geulen, met voorbeelden: o Ontwikkelingen van dwarsdoorsneden en natte volume in relevante geulen en op knelpunten. Voorbeelden zijn Figuur 2-8, Figuur 4-2, Figuur 4-10 en Figuur 4-11. o Ontwikkeling van dieptecontouren in verschillende jaren voor een beeld van verplaatsing van geulen. Voorbeelden hiervan zijn Figuur 2-7, Figuur 4-1 en Figuur 4-9. o Erosie-sedimentatiekaarten. Voorbeelden hiervan zijn Figuur 2-6 en Figuur 4-8. o Volumebalansen in verschillende deelgebieden om zo de ontwikkeling van het geulvolume en kombergingsvolume over tijd te kunnen volgen. Dit is gedaan bij de knelpuntanalyse hoogwaterroute Holwerd-Ameland. Deze analyse is hier niet uitgevoerd maar kan veel inzicht geven in de trends voor verschillende kombergingsgebieden.

Het bepalen van stroomsnelheden en debieten door belangrijke geulen met behulp van een stromingsmodel is zowel in deze studie als bij de knelpuntanalyse Holwerd-Ameland erg waardevol geweest. De hydrodynamische simulaties helpen de morfologische ontwikkelingen te duiden en te verklaren. Door bodems voor verschillende jaren door te rekenen kunnen bovendien trends in debieten en veranderingen in stroomsnelheden- en stroomrichting worden gevonden, welke van groot belang zijn om uitspraken te kunnen doen over de verwachte toekomstige ontwikkeling van de knelpunten. In deze studie waren bijvoorbeeld de bevindingen over de ontwikkelingen in debieten tussen de Zoutkamperlaag en het Binnenplaatgat en de veranderende stroomrichting over het gebied van de Glinder van essentieel belang om de grotere schaal ontwikkelingen in het bekken te begrijpen. Een analyse van baggervolumes is waardevol om de ontwikkelingen in de knelpunten in kaart te brengen en als validatie voor de morfologische en hydrodynamische analyses die gedaan worden op basis van vaklodingen en modelresultaten. Vooral in gebieden met snelle morfologische veranderingen waar veel gebaggerd wordt, zoals op het tracé Holwerd-Ameland geven baggervolumes en -locaties een waardevol inzicht in de ontwikkelingen.

Knelpuntanalyse Glinder en Groote Siege 11209267-004-ZKS-0001, 16 februari 2024

7

Bibliografie Cleveringa, J., 2018. Slibsedimentatie in de kwelders van de Waddenzee: bijdrage aan de kwantificering van sinks voor slib in de Waddenzee in het kader van project KRW Slib, Zwolle: Arcadis. De Wit, L. & Mastbergen, D., 2022. Registratie baggerwerkzaamheden in de Waddenzee, Delft: Deltares. Elias, E., 2018. Een actuele sedimentbalans van het Friesche Zeegat. 11202190-000-ZKS0017, Delft: Deltares. Elias, E. & Oost, A., 2021. Morfologische processen van het Friesche Zeegat; een conceptueel model. 11205236-003, Delft: Deltares. Lenstra, K., 2023. Verkenning vaargeuloptimalisatie Glinder, Amersfoort: Arcadis Nederland B.V.. Lenstra, K. J. H. & van der Vegt, M., 2021. The impact of sea-level rise and basin area reduction on the cyclic behavior of tidal inlet systems. Continental Shelf Research, Volume 214. Luiks, T., 2021. De toekomstige bereikbaarheid van Schiermonnikoog. MSc thesis, Groningen: Hanzehogeschool Groningen. Nederhoff, K., Smits, B. & Wang, Z. B., 2017. KPP Waddenzee Kennisontwikkeling morfologie en baggerhoeveelheden: data analyse hypsometrie en getij, Delft: Deltares. Oost, A. & Cleveringa, J., 2017. Morfologie Kombergingsgebied Borndiep, Delft: Deltares. Oost, A., Cleveringa, J. & Taal, M., 2020. Kombergingsrapport Friesche Zeegat: Pinkegat en Zoutkamperlaag. 11205229-001-ZKS-0002, Delft: Deltares. Oost, A., Cleveringa, J. & Taal, M., 2020.

Kombergingsrapport Friesche Zeegat: Pinkegat en Zoutkamperlaag. 11205229-001-ZKS-0002, Delft: Deltares. Oost, A., Cleveringa, J. & Taal, M., 2020. Kombergingsrapportage Friesche Zeegat: Pinkegat en Zoutkamperlaag, 11205229-001-ZKS-0002, Delft: Deltares. Oost, A. P., 1995. Dynamics and sedimentary development of the Dutch Wadden Sea with emphasis on the Frisian Inlet: a study of the barrier islands, ebb-tidal deltas, inlets and drainage basins, Utrecht: Universiteit Utrecht, Faculteit Aardwetenschappen. Oost, A., Vermaas, T. & Vonhögen-Peeters, L., 2015. Morfologische beschouwing ontwikkeling vaarweg buitendelta Zoutkamperlaag. 1220040-002-ZKS-0015, Delft: Deltares. Postma, J. T. & Reenders, R., 1986. Morfologische en hydraulische gevolgen van de afsluiting van de Lauwerszee voor het stroomgebied van het Friesche Zeegat en de vaarweg naar Lauwersoog in het bijzonder, Delfzijl: Rijkswaterstaat Meet- en Adviesdienst. Nota 8329. Van der Lugt, M., Cleveringa, J. & Wang, Z. B., 2020. Integrale analyse morfologie AmelandOost. Rapport 11203910-002-ZKS-0003, Deflt: Deltares. Van der Vegt, H. & Cleveringa, J., 2022. Dynamisch vaargeulbeheer Waddenzee. Rapport 11208040-009-ZKS-0003, Delft, The Netherlands: Deltares. Van Veen, J., 1950. Eb- en Vloedschaar Systemen in de Nederlandse Getijwateren. Tijdschrift Koninklijk Nederlansch Aardrijkskundig Genootschap, Volume 67, pp. 303-326.

Wang, Z. B., Louters, T. & de Vriend, H. J., 1995. Morphodynamic modelling for a tidal inlet in the Wadden Sea. Marine Geology, Volume 126, pp. 289 - 300.

49 van 67

Knelpuntanalyse Glinder en Groote Siege 11209267-004-ZKS-0001, 16 februari 2024

A

Bijlagen

A.1

Bodemliggingskaarten

50 van 67

Knelpuntanalyse Glinder en Groote Siege 11209267-004-ZKS-0001, 16 februari 2024

51 van 67

Knelpuntanalyse Glinder en Groote Siege 11209267-004-ZKS-0001, 16 februari 2024

52 van 67

Knelpuntanalyse Glinder en Groote Siege 11209267-004-ZKS-0001, 16 februari 2024

B

Modelberekeningen

B.1

Locaties dwarsdoorsnedes

B.2

Stroomsnelheden Onderstaande kaarten geven de stroomsnelheden die volgen uit het hydrodynamische model. De figuren met de stroomsnelheid na 11 uur geven de stroming tijdens maximum vloed; 18 uur geeft maximum eb weer.

53 van 67

Knelpuntanalyse Glinder en Groote Siege 11209267-004-ZKS-0001, 16 februari 2024

B.2.1

Volledige kombergingsgebied

54 van 67

Knelpuntanalyse Glinder en Groote Siege 11209267-004-ZKS-0001, 16 februari 2024

55 van 67

Knelpuntanalyse Glinder en Groote Siege 11209267-004-ZKS-0001, 16 februari 2024

56 van 67

Knelpuntanalyse Glinder en Groote Siege 11209267-004-ZKS-0001, 16 februari 2024

B.2.2

57 van 67

Zeegat

Knelpuntanalyse Glinder en Groote Siege 11209267-004-ZKS-0001, 16 februari 2024

58 van 67

Knelpuntanalyse Glinder en Groote Siege 11209267-004-ZKS-0001, 16 februari 2024

59 van 67

Knelpuntanalyse Glinder en Groote Siege 11209267-004-ZKS-0001, 16 februari 2024

B.2.3

60 van 67

Glinder

Knelpuntanalyse Glinder en Groote Siege 11209267-004-ZKS-0001, 16 februari 2024

61 van 67

Knelpuntanalyse Glinder en Groote Siege 11209267-004-ZKS-0001, 16 februari 2024

62 van 67

Knelpuntanalyse Glinder en Groote Siege 11209267-004-ZKS-0001, 16 februari 2024

B.2.4

63 van 67

Groote Siege

Knelpuntanalyse Glinder en Groote Siege 11209267-004-ZKS-0001, 16 februari 2024

64 van 67

Knelpuntanalyse Glinder en Groote Siege 11209267-004-ZKS-0001, 16 februari 2024

65 van 67

Knelpuntanalyse Glinder en Groote Siege 11209267-004-ZKS-0001, 16 februari 2024

C

Kombergingsvolume

C.1

Groote Siege en Brakzandstergat

C.2

Zoutkamperlaag

66 van 67

Knelpuntanalyse Glinder en Groote Siege 11209267-004-ZKS-0001, 16 februari 2024

67 van 67

Knelpuntanalyse Glinder en Groote Siege 11209267-004-ZKS-0001, 16 februari 2024

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Schiermonnikoog&id=6e7b8631-58cd-484c-aea9-7035eec6fb26