Bijl. 3 Memo toeristenbelasting Schiermonnikoog.pdf
Tekst van het document
Memo Aan: gemeente Schiermonnikoog Van: Olga Menger Datum: 7 februari 2023 Onderwerp: Toeristenbelasting inventarisatie
1. Aanleiding De gemeente Schiermonnikoog heeft zichzelf de vraag gesteld of de manier waarop en/of hoogte van de toeristenbelasting in de gemeente Schiermonnikoog aan herziening toe is. Daarvoor heeft u het nodig geacht om de mogelijkheden nader te onderzoeken. U heeft verzocht een korte inventarisatie uit te voeren naar de heffingssystematiek van andere gemeenten. In dit memo lichten wij toe wat de mogelijke heffingsmethodes zijn voor de toeristenbelasting.
2. Wat is toeristenbelasting? In deze paragraaf geven wij een algemeen overzicht van de uitgangspunten van de toeristenbelasting. Omdat dit een inventarisatie betreft is nog niet heel diep ingegaan op verschillende fiscaal juridische uitgangspunten. In artikel 224 van de Gemeentewet is opgenomen dat gemeenten een ‘toeristenbelasting’ mogen heffen. Artikel 224 Gemeentewet luidt als volgt: 1. Ter zake van het houden van verblijf binnen de gemeente door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven, kan een toeristenbelasting worden geheven. 2. Voor zover de belasting wordt geheven van degene die gelegenheid tot verblijf biedt, is deze bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt. Om toeristenbelasting te kunnen heffen, dient een verordening te worden vastgesteld door de Gemeenteraad en gepubliceerd. Het is daarbij van belang dat een belastingplichtige op basis van de verordening kan afleiden wat zijn of haar belastingschuld is (kenbaarheidsvereiste). Dit betekent dat de definities en/of uitgangspunten voldoende duidelijk vastgesteld dienen te zijn.
2.1.
Algemene uitgangspunten toeristenbelasting
De term toeristenbelasting is eigenlijk niet geheel (meer) juist, omdat de naam te beperkt uitgelegd kan worden. Het is een verblijfsbelasting (nacht en/of dag) voor iedere natuurlijke persoon die niet ingeschreven staat in de basisregistratie personen. Dus niet uitsluitend toeristen. Een aantal belangrijke uitgangspunten in de toeristenbelasting zijn:
-
Er moet verblijf worden geboden; Degene die verblijft biedt kan als inhoudingsplichtige de toeristenbelasting verhalen op degene die verblijft; De natuurlijk personen zijn niet ingeschreven in de basisregistratie personen.
Er zijn twee soorten toeristenbelasting namelijk: -
een nachtverblijf; en een dagverblijf.
Een gemeente staat vrij om het belastbaar feit, de heffingsmaatstaf en het tarief vast te stellen. Hiertoe heeft de gemeente een ruime bevoegdheid. De toeristenbelasting mag op grond van de Gemeentewet niet gebaseerd zijn op draagkracht, vermogen of inkomen. En bij het vaststellen van het belastbaar bedrag mag geen onredelijkheid en/of willekeur ontstaan waardoor er sprake is van een schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Onredelijkheid en willekeur wordt (vooralsnog) terughoudend getoetst door de rechtelijke macht, zo blijkt uit jurisprudentie. Wel is het van belang dat de raad kennis heeft kunnen nemen van alle overwegingen om hierover een weloverwogen besluit te kunnen nemen.
2.2.
Heffingsmaatstaf en (berekening) tarief
De gemeente heeft veel vrijheid om een heffingsmaatstaf en tarief vast te stellen zo valt uit paragraaf 2.1. te lezen. De meest voorkomende heffingsmaatstaven zijn1 : -
vast bedrag per persoon per overnachting of etmaal al dan niet in combinatie met een forfaitaire berekening; een vast percentage van de overnachtingsprijs, een differentiatie naar sterrenklasse van de hotels tariefdifferentiatie naar leeftijd, groepsgrootte, gebied binnen de gemeente. een onderverdeling naar soorten verblijf (hotel, pension, camping, enz.), met elk een eigen tarief. Een vast bedrag per soort object.
Vanzelfsprekend geldt dat bovengenoemde heffingsmaatstaven/tarieven wel moeten worden getoetst aan fiscaal juridische regelgeving op houdbaarheid.
2.3.
Heffingsmethodiek
De heffing van de toeristenbelasting geschiedt over het algemeen: -
bij wege van aangifte; bij wege van aanslag; op andere wijze.
Bij heffing bij wege van aanslag kan er een voorlopige aanslag worden verzonden (mits hierover een bepaling is opgenomen in de verordening). Over het algemeen worden de (definitieve) 1 VakstudieNieuws/Lokale belasting, artikelsgewijze toelichting op toeristenbelasting, M. van den Burg, Compendium Lokale
belastingen.
aanslagen opgelegd ná het betreffende belastingjaar omdat dan de belastingplicht kan worden vastgesteld.
3. Verordening toeristenbelasting Schiermonnikoog De gemeente Schiermonnikoog heeft via een verordening de toeristenbelasting ingevoerd. Daarbij heeft de gemeente overeenkomstig wet- en regelgeving het belastbaar feit (artikel 2) omschreven, alsmede het belastingplicht (artikel 3) en of er vrijstellingen van toepassing zijn (artikel 4). In artikel 5 is de heffingsmaatstaf weergegeven en in artikel 6 op welke wijze de heffingsgrondslag moet worden berekend. Artikel 8 geeft het belastingtarief weer. In artikel 10 wordt de wijze van heffing weergegeven en vanaf artikel 11 worden er formele bepalingen weergegeven over het ontstaan en eindigen van de belastingschuld, termijnen van belasting, nadere regels, etc.
3.1.
Uitgangspunten Verordening toeristenbelasting Schiermonnikoog 2023
Dag- en nachtverblijf De toeristenbelasting Schiermonnikoog is gebaseerd op een dag- en/of nachtverblijf. Het dagverblijf wordt geheven via de veerdienst. Het nachtverblijf wordt geheven vanwege het houden van verblijf in hotels, pensions, onderkomens, mobiele kampeeronderkomens, nietberoepsmatige verhuurde ruimten, op vaste standplaatsen en op vaartuigen tegen vergoeding. Belastingplichtig is de verblijfbieder, maar deze mag de belasting verhalen op degene die verblijft. Geen belasting wordt geheven wanneer er sprake is van belastingplicht voor de forensenbelasting en/of een forens en op een dag of een gedeelte daarvan op een vaartuig in de waddenhaven Schiermonnikoog. Heffingsmaatstaf werkelijk aantal, tenzij forfaitair van toepassing voor specifieke categorieën De heffingsmaatstaf is het aantal keren dat verblijf wordt gehouden en het aantal overnachtingen per persoon. Echter, voor een aantal type soort verblijf wordt dit forfaitair gedaan, tenzij wordt verzocht dat dit op basis van werkelijke aantal keren verblijf / overnachtingen wordt gedaan. Dit betreft: -
verblijf in vakantie-onderkomens*2 en niet-beroepsmatige verhuurde ruimten.
De berekening geschiedt voor deze type onderkomens als volgt: Het werkelijk aantal slaapplaatsen vermenigvuldigd door het benuttingspercentage. Het benuttingspercentage is vastgesteld op 75%. De uitkomst van deze som wordt vermenigvuldigd met het maximaal aantal overnachtingen bij normaal gebruik (dat is gesteld op 365 dagen) vermenigvuldigd met een gemiddeld bezettingspercentage. Dit percentage is op 44% gesteld en voor kampeerboerderijen op 30%.
2 Wij merken op dat in de definities van de verordening het begrip vakantie-onderkomens niet nader is
omschreven. Wel het begrip onderkomens. Wij begrijpen dat thans het met vakantie-onderkomens ‘onderkomens’ wordt gehanteerd.
Voor de overige categorieën verblijf is de forfaitaire berekeningswijze niet toegestaan3. Verschil tussen tarief dagverblijf en nachtverblijf Het tarief is zodanig opgesteld dat er een bedrag wordt betaald voor de eerste dag van verblijf (€ 2,15 per persoon) en voor het daaropvolgende verblijf geldt hetzelfde bedrag per overnachting per persoon (€ 1,89). Heffing bij wijze van aanslag en op andere wijze Het dagverblijf wordt geheven bij wijze van nota als toeslag op het tarief van de bootovertocht. Het nachtverblijf wordt bij wege van aanslag geheven. Aanmeldplicht In de verordening is specifiek opgenomen dat een belastingplichtige zich schriftelijk dient te melden bij de heffingsambtenaar ten behoeve van de aanmelding van de belastingplicht. Er zijn geen maatregelen gesteld voor als niet de aanmeldplicht wordt voldaan (b.v. (fiscale) boeten). Werkwijze opleggen aanslagen Bij navraag bij de afdeling belastingen is gebleken dat bij aanvang van het jaar een definitieve aanslag wordt opgelegd. Aan het einde van het jaar wordt eventueel door de verblijfbieder een opgave gedaan van het werkelijk aantal verblijfsgasten en overnachtingen gedaan door de belastingplichtigen. Indien het werkelijk verblijf lager uitvalt wordt dit (ambtshalve) gecorrigeerd. Wij merken op dat deze administratieve verwerking van de aanslagen niet correct is en tot rechtsonzekerheid kan leiden bij burgers.
4. Toeristenbelasting in diverse gemeenten Om de mogelijke toepassing voor de toeristenbelasting van de gemeente Schiermonnikoog te inventariseren en te vergelijken met andere gemeenten hebben wij van diverse (19) gemeenten de verordeningen opgevraagd en in kaart gebracht. Het betreft geen statistische steekproef, maar een inventarisatie bij de gemeenten waarvan bekend is dat deze een hoog aantal toeristen kennen). Er hebben geen interviews of iets dergelijks met deze gemeenten plaatsgevonden over de aard en ontwikkeling van de Toeristenbelasting. Wij hebben daarbij het volgende geinventariseerd: -
Of de overige verordeningen voor de ‘heffingsmaatstaf’ en ‘tarief’ overeenkomt met de Verordening van Schiermonnikoog; Wat de gehanteerde tarieven en forfaitaire berekeningswijzen zijn.
In de bijlage 1 is hier een schema van weergegeven.
4.1.
Bevindingen
Van de 19 geïnventariseerde gemeenten kennen 9 gemeenten (gedeeltelijk) een andere heffingsmaatstaf. De andere meest voorkomende heffingsmaatstaven zijn: a) bedrag per persoon per overnachting (geen forfaitair uitgangspunt), 3 Dit betreffen mobiele kampeeronderkomens (tenten, vouwwagens, vastste standplaatsen, vaartuigen)
b) een percentage van de omzet en c) een vast bedrag per object. Opvallend is dat vooral in Zeeland er een vast bedrag per object (voor onderdelen) wordt gehanteerd en dat relatief grote steden in het geheel niet werken met een forfaitaire werkwijze. Van de tien gemeenten die eenzelfde heffingsmaatstaf (gedeeltelijk forfaitair) hanteren als de gemeente Schiermonnikoog, hanteren alle gemeenten een andere berekening en/of uitgangspunten van de forfaitaire heffingssystematiek. Dit wil overigens niet zeggen dat de uitkomsten niet overeen zouden kunnen komen met de uitkomst van de methodiek van Schiermonnikoog. De meest voorkomende forfaitaire methodieken zijn: a) Een gemiddeld aantal personen * met een gemiddeld aantal nachten; b) Aantal slaapplaatsen * gemiddeld aantal nachten; c) Bovenstaande a en b in combinatie met seizoensarrangementen.
4.2.
Hoogte toeristenbelasting
Daarnaast hebben wij berekend wat de hoogte van de toeristenbelasting per gemeente is weergegeven op basis van een verblijf van 365 dagen: -
een particulier vakantiehuis voor vier personen en; een drie sterren hotel met 10 kamers voor 2 personen.
Bij de beoordeling hebben wij de Verordeningen van Amsterdam en Rotterdam buiten beschouwing gelaten. Deze zijn gebaseerd op omzet en dit vormde geen variabele in de inventarisatie. In beide gevallen blijkt dat van de 17 gemeenten Schiermonnikoog de 15e plek inneemt qua opbrengst toeristenbelasting. De opbrengst zegt an sich niets. Hier kunnen diverse oorzaken aan ten grondslag liggen, bijvoorbeeld (niet uitputtend): -
Keuze van de gemeenteraad over tariefstelling en beleid toerisme; Aard van het soort verblijf etc en aantal van het soort verblijf; tariefsdifferentiatie Ingecalculeerde opbrengst.
*De steden met een asterix aangegeven kennen een differentiatie toe (Schouwen-Duiveland, hoog en laagseizoen, Noordwijk toeristisch en niet-toeristisch, Maastricht per soort object). Het uitgangspunt is dat het standaardtarief is gehanteerd.
Den Haag, Haarlem en Maastricht kennen relatief hoge toeristenbelasting. Dit kan verklaard worden omdat deze steden een relatief hoog tarief per overnachting rekenen. Opvallend hierbij is dat deze gemeenten alle drie geen forfaitaire berekeningsmethodiek kennen. Daarnaast dient te worden opgemerkt dat een overgroot deel van de gemeenten (lagere) afwijkende tarieven hanteert voor kampeeronderkomens en vaak op de soort kampeeronderkomen en/of verblijfsduur een ander tarief koppelt.
5. Voor- en nadelen van de verschillende heffingsmethodes Onderstaand hebben wij een niet uitputtende overzicht gegeven een aantal aandachtspunten (posifief en negatief) van de verschillende methoden. Forfaitair tarief -
Er hoeft geen administratie te worden gevoerd van het werkelijk aantal malen verblijf. De systematiek is relatief eenvoudig afhankelijk van de gekozen systematiek De aanslagoplegging gaat veelal gepaard met voorlopige aanslagen (gedurende het jaar) en definitieve aanslagen (na afloop van het jaar).
-
-
Een forfait is onderhoudsgevoelig. Er moet periodiek onderzoek worden gedaan naar de houdbaarheid van het forfait. Dit vereist jurisprudentie; Dit kan tot periodiek hogere perceptiekosten leiden, de overige perceptiekosten zijn relatief laag Een forfait zorgt ervoor dat er jaarlijks minder inzicht is in de ontwikkeling van het toerisme op het eiland.
Tarief op basis van werkelijke aantallen (aantal personen * nachten * tarief) -
Dit is de meest directe match met de uitgangspunten van de toeristenbelasting en de jurisprudentie. De aanslagoplegging gaat veelal gepaard met voorlopige aanslagen (gedurende het jaar) en definitieve aanslagen (na afloop van het jaar). Deze systematiek kan tot jaarlijks hogere perceptiekosten leiden ten behoeve van controles. Er dient een framework opgebouwd te worden op basis waarvan de rechten en verplichtingen opgebouwd moeten worden voor de verblijfbieder Indien er geen verplichting tot nachtregister is, is de gemeente afhankelijk van de opgave van de verblijfbieder.
Toeristenbelasting inbegrepen in het bootkaartje -
Door de toeristenbelasting te koppelen aan aan- en afvaart middels de veerboot is exact duidelijk hoe lang een belastingplichtige verblijft. Er is geen tussenkomst meer nodig van de verblijfbieder. Perceptiekosten kunnen verlaagd worden. Jaarlijkse of periodieke controles zijn niet meer nodig bij de verblijfbieders. Opleggen van de aanslag is mogelijk gedurende het jaar direct na het verblijf. Het is mogelijk dat er een toename ontstaat van bezwaren (er zijn meer belastingplichtigen) Het is niet duidelijk of deze wijze van werken in overeenstemming is met de AVG en fiscale- wet en regelgeving. De ontwikkeling van het toerisme kan nauwgezet in de gaten worden gehouden. Echter niet waar men overnacht.
Tarief op basis van omzet -
Met name interessant in een omgeving waar er relatief hoge omzet gerealiseerd wordt Er bestaat een afhankelijkheid van de verblijfbieder. Er dient afgebakend te worden wat onder omzet wordt verstaan en/of overnachtingsprijs. Perceptiekosten kunnen worden verlaagd.
Toeristenbelasting op basis van een vaste prijs per object
-
Deze werkwijze verdient een nauwkeurige omschrijving van het soort objecten die aanwezig zijn Deze methodiek lijkt fiscaal bezien toepasbaar mits in de tariefstelling rekening wordt gehouden met tijdsduur en aantal personen De werkwijze kan eventueel leiden tot aanslag oplegging aan het begin van het belastingjaar. Er is minder inzicht op de ontwikkeling van het toerisme op het eiland. De werkwijze is relatief eenvoudig en hoeft niet tot hoge perceptiekosten te leiden. Er dient in deze methodiek altijd een tegenbewijs regeling te worden opgenomen.
6. Conclusie en advies Op basis van bovenstaande inventarisatie blijkt dat de gemeente Schiermonnikoog in beginsel een absoluut een laag tarief kent voor de toeristenbelasting, maar dat ook de wijze waarop de toeristenbelasting wordt berekend tot lagere opbrengsten leidt. Indien het de wens is dit te veranderen is het mogelijk om: a. Een andere heffingsmethodiek te hanteren, dat wil zeggen: a. Een andere heffingsmaatstaf b. Andere uitgangspunten van het forfait b. Een ander tarief te hanteren c. Een combinatie van a en b. Bovenstaand vereist wel een nader onderzoek op onder andere de volgende gebieden: -
welke heffingsmaatstaf verhoudt zich het beste met het beleid van de gemeente Schiermonnikoog. Een onderzoek naar de huidige omvang van het aantal verblijf / overnachtingen op Schiermonnikoog. Toetsing op fiscale houdbaarheid van de uitgangspunten
Wij adviseren de gemeente Schiermonnikoog hier nader onderzoek naar te doen.
7. Tot slot Wij gaan ervan uit dat aan de hand van dit memo de relevante kaders en fiscale gevolgen voldoende zijn uiteengezet, waardoor de fiscale gevolgen van de verschillende heffingsmethodes voor de toeristenbelasting helder zijn. Mocht u naar aanleiding van bovenstaande informatie nog nadere vragen hebben, neemt u gerust contact met ons op. Met vriendelijke groet, Drs. Olga Menger Specialist WOZ en lokale heffingen
Olga.menger@fiscaliade.nl Tel: 088 - 3745505 of 06 – 12344782
Memo Gemeente
Belastbaar feit
Maatstaf van heffing
Tarief en forfaitaire berekening
Heffing
Amsterdam
Ter zake van het houden van verblijf met overnachten binnen de gemeente tegen vergoeding, in welke vorm dan ook, in hotels, campings, appartementen, vakantieonderkomens, mobiele kampeeronderkomens, al dan niet beroepsmatig verhuurde ruimten, alsmede hiermee op één lijn te stellen ruimten en watervlakten en op vaste standplaatsen, door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven, wordt onder de naam toeristenbelasting een directe belasting geheven.
De belasting wordt berekend over de vergoeding die ter zake van het verblijf met overnachten in rekening wordt gebracht, de toeristenbelasting daaronder niet begrepen, onder welk bedrag mede worden begrepen vergoedingen van bijkomende dienstverlening die geacht moeten worden deel uit te maken van de overnachtingsprijs, maar die wellicht afzonderlijk in rekening worden gebracht, en wordt in de situaties als bedoeld in artikel 5, tweede lid, vermeerderd met een vast bedrag per persoon per nacht.
De belasting bedraagt per overnachting 10 procent van de vergoeding bedoeld in artikel 4 van deze Verordening.
De belasting wordt geheven bij wege van aanslag.
Onder de naam 'toeristenbelasting' worden ter zake van het houden van verblijf binnen de gemeente door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven, twee directe belastingen geheven: 1. een
De belasting bedoeld in artikel 1, aanhef en onderdeel a, wordt per keer geheven. (verblijf) 2. De belasting bedoeld in artikel 1, aanhef en onderdeel b, wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het
1. Het tarief bedoeld in artikel 1, aanhef en onderdeel a, bedraagt € 2,11 per persoon. 2. Het tarief bedoeld in artikel 1, aanhef en onderdeel b, bedraagt € 2,11 per persoon per overnachting.
Vlieland
2. In afwijking van het eerste lid bedraagt de belasting: a. Voor hotels per overnachting 7 procent, vermeerderd met een vast bedrag per persoon per nacht van € 3,-, waarbij geldt dat terzake van een aaneengesloten verblijfsperiode door een individuele verblijfhouder het vaste bedrag als bedoeld in dit artikellid voor ten hoogste 21 nachten in rekening wordt gebracht.
Afwijkend t.o.v. Schiermonnikoog Maatstaf van heffing is op basis van omzet. Er is geen forfaitaire berekening. In belastbaar feit zijn watervlakten meegenomen. Er is uitsluitend sprake van nachtverblijf
b. Voor campings per overnachting 7 procent, vermeerderd met een vast bedrag per persoon per nacht van € 1,-, waarbij geldt dat terzake van een aaneengesloten verblijfsperiode door een individuele verblijfhouder het vaste bedrag als bedoeld in dit artikellid voor ten hoogste 21 nachten in rekening wordt gebracht.
Artikel 5: Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing 1. Het aantal personen dat heeft overnacht wordt bepaald op het aantal slaapplaatsen
De belasting, bedoeld in artikel 1, aanhef en onderdeel a, wordt bij wege van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een bon, nota of andere
Belastbaar feit: geen afwijking. Maatstaf: geen afwijking. Tarief: geen afwijking, wel hoger. Forfaitair: afwijkend. Vast aantal malen dat is overnacht. Heffing: geen afwijking.
Terschelling
belasting ter zake van het houden van verblijf tussen 7.00 uur en 23.00 uur op de dag van aankomst 2. een belasting ter zake van het houden van verblijf met overnachten in hotels, pensions, vakantieonderkomens, op vaste standplaatsen, in kamers, tenten, tenthuisjes, groepsverblijven of anderszins, welkverblijf volgt op het verblijf bedoeld in onderdeel a.
belastingjaar.
per hotel, pension, vakantie-onderkomen, tenthuisje, tent, vaste standplaats, kamer en groepsverblijf; 2. Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde aantal personen per slaapplaats is overnacht, wordt ingeval verblijf wordt gehouden in: 1. vakantie-onderkomens bepaald op 150 2. tenthuizen bepaald op 60 3. tenten bepaald op 41 4. vaste standplaatsen bepaald op: voor een vaste standplaats volledig seizoenarangement op 60 voor een vaste standplaats midseizoenarrangement op 52 voor een vaste standplaats hoogseizoenarrangement op 42 voor een vaste standplaats voorseizoenarrangement op 20 hotels en pensions bepaald op 190 groepsverblijven bepaald op 100 kamers bepaald op 50
schriftuur geheven; 2. De belasting, bedoeld in artikel 1, aanhef en onderdeel b, wordt bij wege van aanslag geheven.
Onder de naam “toeristenbelasting” worden ter zake van het houden van verblijf binnen de gemeente door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven, twee directe belastingen geheven: a. een belasting ter zake van het houden van verblijf tussen 7.00 uur en 23.00 uur op de dag van aankomst; b. een belasting terzake van het houden van verblijf met overnachten in vakantieonderkomens, hotels,
De belasting bedoeld in artikel 1, aanhef en onderdeel a, wordt geheven per verblijf; 2. De belasting bedoeld in artikel 1, aanhef en onderdeel b, wordt geheven naar het aantal overnachtingen
Het aantal personen dat heeft overnacht wordt bepaald op het aantal slaapplaatsen per vakantieonderkomen, hotel, pension, mobiel kampeeronderkomen, nietberoepsmatig verhuurde ruimte, vaste standplaats en groepsverblijf.
De belasting, bedoeld in artikel 1, aanhef en onderdeel a, wordt bij wege van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving geheven, waaronder mede begrepen wordt een bon, nota of andere schriftuur; 2. De belasting, bedoeld in artikel 1, aanhef en onderdeel b, wordt bij wege van aanslag geheven.
2. Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde aantal personen per slaapplaats is overnacht, wordt ingeval verblijf wordt gehouden in: a. vakantie-onderkomens slaapplaats 1 & 2 bepaald op 150; slaapplaats 3 & 4 bepaald op 140; slaapplaats 5 & meer bepaald op 130; b. hotels en pensions bepaald op 150; c. mobiele
Belastbaar feit: geen afwijking Heffingsmaatstaf: geen afwijking Tarief: overnachting nagenoeg overeenkomstig, verblijf afwijkend Forfaitaire berekening: afwijkend. Vast aantal per type onderkomen (vergrote groep) en afwijking bij aanvang / beëindiging belastingplicht.
pensions, mobiele kampeeronderkomens, nietberoepsmatig verhuurde ruimten, op vaste standplaatsen, in groepsverblijven of anderszins, welk verblijf volgt op het verblijf bedoeld in onderdeel a.
kampeeronderkomens bepaald op 50; d. niet-beroepsmatig verhuurde ruimten bepaald op 55; e. vaste standplaatsen bepaald op 80; f. groepsverblijven bepaald op 75. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar is ontstaan of is geëindigd, of het aantal slaapplaatsen in de loop van het belastingjaar is vermeerderd of verminderd, worden a. de in lid 2 bedoelde aantallen overnachtingen vermenigvuldigd met de navolgende percentages die behoren bij de eerstvolgende volle kalendermaand na het ontstaan of beëindigen van de belastingplicht of van de vermeerdering of vermindering van het aantal slaapplaatsen: 1. Het tarief bedoeld in artikel 1, aanhef en onderdeel a, bedraagt € 1,92 per persoon. 2. Het tarief bedoeld in artikel 1, aanhef en onderdeel b, bedraagt € 1,92 per persoon per overnachting.
Ameland
Onder de naam 'toeristenbelasting' worden ter zake van het houden van verblijf binnen de gemeente door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven, twee directe belastingen geheven: a. een belasting terzake van het houden van verblijf tussen 00:00 uur tot 24:00 uur op de dag van aankomst;
1. De belasting bedoeld in artikel 2, sub a, wordt per persoon per aankomst geheven. 2. De belasting bedoeld in artikel 2, sub b, wordt geheven naar het aantal overnachtingen per persoon.
1. De belasting bedoeld in artikel 2, sub a, bedraagt per persoon per aankomst € 1,80; 2. De belasting bedoeld in artikel 2, sub b, bedraagt per persoon per overnachting € 1,80; Artikel 6 Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing 1. Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot: a. mobiele kampeeronderkomens op een seizoenplaats die worden gebezigd voor uitsluitend recreatief gebruik, bepaald op 2,6; b. mobiele kampeeronderkomens op een toeristische plaats die worden gebezigd voor uitsluitend recreatief gebruik, bepaald op: 1. 2,2 indien sprake is van een
1. De krachtens artikel 3 lid 1 verschuldigd geworden belasting, wordt geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de
Belastbaar feit: geen afwijking. Maatstaf: geen afwijking. Tarief: geen afwijking, wel lager. Forfaitair: afwijkend door vast aantal personen dat overnacht bij kampeeronderkomens en afwijking bij aanvang / beëindiging belastingplicht. Heffing: geen afwijking.
b. een belasting terzake van het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook, welk verblijf volgt op het verblijf onder a.
Texel
Onder de naam 'toeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven.
De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar.
voorseizoenarrangement; 2. 2,2 indien sprake is van een naseizoenarrangement; 3. 2,1 indien sprake is van een maandarrangement. 2. Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen is overnacht wordt ingeval van: a. het eerste lid, sub a, bepaald op 51,5; b. het eerste lid, sub b, bepaald op: 1. 30 indien sprake is van een voorseizoenarrangement; 2. 18 indien sprake is van een naseizoenarrangement; 3. 12 indien sprake is van een maandarrangement. Het tarief bedraagt per overnachting per persoon € 2,30. 1. Ter zake van verblijf in mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens en stacaravans op vaste jaarplaatsen of op vaste seizoenplaatsen of voor mobiele kampeeronderkomens op seizoenplaatsen voor vakantie of recreatief gebruik wordt het aantal overnachtingen forfaitair vastgesteld. 2. De forfaitaire berekeningswijze is uitsluitend van toepassing voor jaarplaatsen, vaste seizoenplaatsen, seizoenplaatsen en arrangementen die gebruikt worden door één en hetzelfde gezin of echtpaar, dan wel dezelfde persoon of personen. 3. Bij de forfaitaire berekening wordt het aantal overnachtingen per verblijfsruimte vastgesteld op het product van het voor die verblijfsruimte in het vierde lid vastgestelde aantal personen dat heeft overnacht en het voor die verblijfsruimte in het vijfde lid vastgestelde aantal malen dat is overnacht. 4.
Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot:
belastingschuldige bekendgemaakt 2. De belasting als bedoeld in artikel 3 lid 2 en artikel 3 lid 3 wordt bij wege van aanslag geheven.
De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.
Belastbaar feit: geen afwijking. Maatstaf: er is uitsluitend sprake van nachtverblijf. Tarief: geen afwijking, wel hoger. Forfaitair: afwijkend door vast aantal overnachtingen per persoon. Heffing: geen afwijking.
Gooise meren
Onder de naam 'toeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het houden
De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar.
a. mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens en stacaravans op vaste jaar – en vaste seizoenplaatsen en gebezigd voor uitsluitend recreatief gebruik, bepaald op 2,5; b. mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens en stacaravans op seizoenplaatsen en gebezigd voor uitsluitend recreatief gebruik, bepaald op 2,5; c. mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens op niet-vaste of seizoenplaatsen en gebezigd voor uitsluitend recreatief gebruik, bepaald op: 1. 2,6, indien sprake is van een voorseizoenarrangement; 2. 2,6, indien sprake is van een verlengd voorseizoenarrangement; 3. 2,4, indien sprake is van een naseizoenarrangement; 4. 2,1, indien sprake is van een maandarrangement. 5. Het aantal malen dat door de in het vierde lid bedoelde personen is overnacht, wordt: a. in geval van het vierde lid, sub a, bepaald op: 56; b. in geval van het vierde lid, sub b, bepaald op: 58; c. in geval van het vierde lid, sub c, bepaald op: 1. 30, indien sprake is van een voorseizoenarrangement; 2. 39, indien sprake is van een verlengd voorseizoenarrangement; 3. 18, indien sprake is van een naseizoenarrangement; 4. 13, indien sprake is van een maandarrangement. Het tarief per overnachting bedraagt € 1,89. 1. Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot:
De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.
Belastbaar feit: geen afwijking. Maatstaf: Er is uitsluitend sprake van
van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven.
a. Vakantie-onderkomens en nietberoepsmatig verhuurde ruimten bepaald op het aantal slaapplaatsen; b. mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op vaste standplaatsen bepaald op: 1. 2 personen indien het aantal slaapplaatsen drie of minder bedraagt; 2. 3 personen indien het aantal slaapplaatsen meer dan drie bedraagt; c. kampeermiddelen op niet vaste standplaatsen bepaald op de som van het aantal kampeermiddelen bestemd voor verblijf van maximaal drie personen, vermenigvuldigd met 2 en het aantal kampeermiddelen bestemd voor verblijf van meer dan drie personen, vermenigvuldigd met 3. 2. Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen heeft overnacht wordt: a. ingeval verblijf wordt gehouden in vakantie-onderkomens, niet beroepsmatig verhuurde ruimten dan wel op vaste standplaatsen, welke geschikt zijn voor gebruik of slechts gebruikt mogen worden gedurende een periode van: 1. ten hoogste drie maanden bepaald op 20; 2. meer dan drie doch ten hoogste zes maanden bepaald op 40; 3. meer dan zes doch ten hoogste negen maanden bepaald op 60; 4. meer dan negen doch ten hoogste twaalf maanden bepaald op 80; b. ingeval verblijf wordt gehouden in kampeermiddelen op niet-vaste standplaatsen bepaald op 365. 3.
Het aantal kampeermiddelen als bedoeld in het eerste lid, letter c, wordt vastgesteld op het gemiddelde van een zestal tellingen gedurende het belastingjaar, waarbij iedere
nachtverblijf. Tarief: geen afwijking, wel lager. Forfaitair: afwijkend door vast aantal malen overnacht. Heffing: geen afwijking.
Schouwen-Duiveland (Renesse)
Ter zake van het houden van verblijf met overnachtingen binnen de gemeente tegen vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven, wordt onder de naam ‘toeristenbelasting’ een directe belasting geheven.
1.De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten dat zij verblijf houden. 2. In afwijking van het eerste lid kan de belasting worden geheven naar een vast bedrag per kampeermiddel, als opgenomen in artikel 6, lid 2, voor kampeermiddelen op vaste standplaatsen, voorseizoenarrangement, verlengd voorseizoenarrangement en/of naseizoenarrangement die in bezit zijn van particuliere eigenaren en die uitsluitend bedoeld zijn voor eigen gebruik van de particuliere eigenaar en zijn gezin. 3.In afwijking van het eerste lid kan de belasting worden geheven naar een vast bedrag per kampeermiddel, als opgenomen in artikel 6, lid 3, voor kampeermiddelen op standplaatsen waar sprake is van een arrangement te weten een
telling valt binnen een afzonderlijke periode van twee maanden. 1. Het tarief bedraagt per persoon per overnachting - hoogseizoen € 2,04 - laagseizoen € 1,83 2. In afwijking van het eerste lid bedraagt de belasting bij toepassing van artikel 5, tweede lid, per belastingjaar, per kampeermiddel wanneer sprake is van: a) een vaste jaarplaatsen of op vaste seizoenplaatsen € 363,81 b) een voorseizoenarrangement € 158,67 c) van een naseizoenarrangement, € 117,12 d) een verlengd voorseizoenarrangement, per belastingjaar € 196,59 3. In afwijking van het eerste lid bedraagt de belasting bij toepassing van artikel 5, derde lid, per belastingjaar, per kampeermiddel a) indien sprake is van een maandarrangement juni, per belastingjaar € 51,41 b) indien sprake is van een maandarrangement september, per belastingjaar € 46,12 c) indien sprake is van een winterarrangement 1, per belastingjaar € 36,60 d) indien sprake is van een winterarrangement 2, per belastingjaar € 25,62 4. In afwijking van het eerste lid bedraagt het tarief bij toepassing van artikel 5, eerst lid, per belastingjaar, per kampeermiddel wanneer sprake is van overnachting op een kleinschalig kampeerterrein € 1,57 5. In afwijking van het eerste lid bedraagt de belasting bij toepassing van artikel 5, tweede lid, per belastingjaar, per kampeermiddel wanneer sprake is van overnachting op een kleinschalig kampeerterrein:
1.De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. 2.Er kan een voorlopige aanslag worden opgelegd tot ten hoogste het bedrag waarop de aanslag vermoedelijk zal worden vastgesteld.
Belastbaar feit: geen afwijking. Maatstaf: Er is uitsluitend sprake van nachtverblijf. Tarief: afwijking. Ander tarief in hoogseizoen dan in laagseizoen en verschil per arrangement. Forfaitair: forfaitaire tarieven voor de verschillende soorten arrangementen. Daarnaast ook een tarief per persoon per nacht. Heffing: geen afwijking.
maandarrangement, en winterarrangement. 4.Onverminderd het in de leden 2 en 3 is opgenomen is lid 1 van toepassing op het verblijf in de in de leden 2 en 3 bedoelde kampeermiddelen door anderen dan de particuliere eigenaar en zijn gezin
Loon op Zand (Kaatsheuvel/Efteling)
Onder de naam 'toeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven.
De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten.
Hilvarenbeek (Safaripark Beekse Bergen)
Onder de naam 'toeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het houden
De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Het aantal
e) een vaste jaarplaatsen of op vaste seizoenplaatsen € 288,88 f) een voorseizoenarrangement € 128,74 g) van een naseizoenarrangement, € 100,48 h) een verlengd voorseizoenarrangement, per belastingjaar € 158,57 6.In afwijking van het eerste lid bedraagt de belasting bij toepassing van artikel 5, derde lid, per belastingjaar, per kampeermiddel e) indien sprake is van een maandarrangement juni, per belastingjaar € 39,56 f) indien sprake is van een maandarrangement september, per belastingjaar € 39,56 g) indien sprake is van een winterarrangement 1, per belastingjaar € 31,40 h) indien sprake is van een winterarrangement 2, per belastingjaar € 21,98 1. Het tarief voor een vaste jaarplaats bedraagt € 250,00 2. Het tarief voor een vaste seizoenplaats bedraagt € 200,00 3. Het tarief voor een vaste voorseizoenplaats bedraagt € 100,00 4. Het tarief per persoon per overnachting in een overige accommodatie bedraagt € 3,00 5. Het tarief per persoon per overnachting op een kampeerterrein bedraagt € 2,00 6. Het tarief per persoon per overnachting in een Bed & Breakfast (B&B) bedraagt € 2,00 7. Het tarief per persoon per overnachting op een mini kampeerterrein bedraagt € 1,25 8. Het tarief per persoon per overnachting in een groepsaccommodatie bedraagt € 1,25 1. Het tarief bedraagt per persoon per overnachting € 2,65 2.
In afwijking van het eerste lid bedraagt het tarief per persoon per overnachting in een
De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.
Belastbaar feit: geen afwijking. Maatstaf: Er is uitsluitend sprake van nachtverblijf. Tarief: afwijking. Verschillende tarieven voor verschillende accommodaties. Forfaitair: geen forfaitaire berekening. Heffing: geen afwijking.
De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.
Belastbaar feit: geen afwijking. Maatstaf: Er is uitsluitend sprake van
Dronten (Walibi)
van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven.
overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten.
Onder de naam ‘toeristenbelasting’ wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven.
1. Om de maatstaf van heffing vast te stellen kan de ambtenaar belast met de heffing zoals bedoeld in artikel 232, lid 4, onderdeel a van de Gemeentewet, de belastingplichtige conform artikel 3, lid 1 van deze verordening uitnodigen tot het doen van aangifte. 2. Aangifte wordt gedaan door het volledig ingevulde uitgereikte aangiftebiljet met de eventueel daarbij gevraagde bescheiden in te leveren of toe te zenden aan de ambtenaar belast met de heffing zoals bedoeld in artikel 232, lid 4, onderdeel a van de Gemeentewet.
groepsaccommodatie € 1,90 3. In afwijking van het eerste lid bedraagt het tarief per persoon per overnachting in een mobiel kampeeronderkomen en/of op een vaste standplaats op een minicamping € 1,90 4.In afwijking van het eerste lid bedraagt het tarief per persoon per overnachting in een mobiel kampeeronderkomen en/of op een vaste standplaats op accommodatie, niet zijnde een minicamping, € 2,15 5. In afwijking van het derde lid bedraagt de belasting ingeval van verblijf door de eigenaar c.q. bezitter van het mobiel kampeeronderkomen of stacaravan in het mobiele kampeeronderkomen of de stacaravan op een vaste standplaats, per mobiel kampeeronderkomen of stacaravan, per jaar € 382,40. Het tarief bedraagt per persoon per overnachting € 1,45. 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder: a. kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto, caravan/stacaravan dan wel enig ander onderkomen of ander voertuig of gewezen voertuig of een gedeelte daarvan; voor zover geen bouwwerk zijnde waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, lid 1, onderdeel a, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht; b.
kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en volgens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen; c. vaste jaarplaats: een terrein of
nachtverblijf. Tarief: afwijking. Apart tarief voor overnachting in een groepsaccommodatie. Forfaitair: afwijkend. Verschillende tarieven voor de soorten onderkomens. Heffing: geen afwijking.
De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.
Belastbaar feit: geen afwijking. Maatstaf: Er is uitsluitend sprake van nachtverblijf. Tarief: afwijking. Lager tarief per persoon per overnachting. Forfaitair: forfaitair aantal personen en aantal overnachtingen per accommodatie. Heffing: geen afwijking.
3. De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten.
terreingedeelte op een kampeerterrein, dat is gehuurd van de exploitant van het kampeerterrein, bestemd voor het gedurende een kalenderjaar hebben van een zelfde mobiel kampeermiddel of verhuurde woning, dat doorgaans na afloop van het seizoen niet wordt verwijderd; d. vaste seizoenplaats: een terrein of terreingedeelte op een kampeerterrein, dat is gehuurd van de exploitant van het kampeerterrein, bestemd voor het gedurende een jaar hebben van een zelfde (mobiel) kampeermiddel of verhuurde woning, dat doorgaans na afloop van het seizoen niet wordt verwijderd en waarin het gedurende de winterperiode niet toegestaan is om te overnachten; e. seizoenplaats: een terrein of terreingedeelte op een kampeerterrein, dat is gehuurd van de exploitant van het kampeerterrein, bestemd voor het gedurende een jaar hebben van een zelfde (mobiel) kampeermiddel of verhuurde woning, dat doorgaans na afloop van het seizoen wordt verwijderd; f. volgtijdige standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld voor de volgtijdige plaatsing van verschillende kampeermiddelen; g. particulier: een natuurlijk persoon die buiten de uitoefening van een bedrijf of beroep gelegenheid biedt tot verblijf; h.
verhuurde woning: een huis, niet zijnde een (mobiel) kampeermiddel, een naar aard en inrichting vergelijkbaar onderkomen of een deel van een huis of vergelijkbaar onderkomen, dat ter beschikking wordt gesteld voor het houden van verblijf met overnachting tegen een vergoeding in welke vorm dan ook;
i. arrangement: een reservering op een toeristische plaats voor een gezin, echtpaar of samen reizende personen gedurende een vooraf vastgelegde periode van minimaal vier weken voor een vast huurbedrag; j. voorseizoenarrangement: een arrangement lopend vanaf het begin van het kampeerseizoen en eindigend in de eerste helft van de maand juni; k. verlengd voorseizoenarrangement; een arrangement lopend vanaf het begin van het kampeerseizoen en eindigend in de eerste helft van de maand juli; l. naseizoenarrangement: een arrangement met een looptijd van maximaal twee maanden, startend na het hoogseizoen en eindigend bij de afloop van het kampeerseizoen; m. maandarrangement: een arrangement met een looptijd van één maand gedurende de maand juni of september; n. kampeerseizoen: genoemd in onderdelen j, k en l, ingaande op 1 maart en eindigend op 1 oktober; o. hoogseizoen: genoemd in onderdeel l, ingaande op 1 juni en eindigend op 1 september. p. seizoen: ingaande op 1 maart en eindigende op 1 november van het belastingjaar; q. winterperiode: ingaande op 1 november en eindigende op 1 maart van het belastingjaar. 2. De mogelijkheid om bij de aangifte te opteren voor de forfaitaire berekening van de maatstaf van heffing geldt alleen voor de in lid 3 genoemde categorieën. 3. Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot: a.
(mobiele) kampeermiddelen en woningen op vaste jaarplaatsen bepaald op 2,6;
b. (mobiele) kampeermiddelen en woningen op vaste seizoenplaatsen bepaald op 2,5; c. (mobiele) kampeermiddelen en woningen op seizoenplaatsen bepaald op 2,4; d. (mobiele) kampeermiddelen en woningen op volgtijdige standplaatsen bepaald op 2,0; indien sprake is van een voorseizoenarrangement, verlengd voorseizoenarrangement, een naseizoenarrangement of een maandarrangement.
Den Haag (Scheveningen)
Onder de naam “toeristenbelasting” wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm
1. De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingtijdvak. 2. Het aantal overnachtingen uit het eerste lid wordt gesteld op het aantal
4. Het aantal nachten dat door de lid 3 bedoelde personen wordt overnacht, wordt: a. ingeval van lid 3, onderdeel a van dit artikel, bepaald op 59 nachten; b. ingeval van lid 3, onderdeel b van dit artikel, bepaald op 54 nachten; c. ingeval van lid 3, onderdeel c van dit artikel, bepaald op 55 nachten; d. ingeval van lid 3, onderdeel d van dit artikel, bepaald op 30 nachten. 5. In afwijking van lid 3 en 4 van dit artikel wordt het forfait niet toegepast op verblijf in (mobiele) kampeermiddelen en woningen die niet door dezelfde persoon of personen worden gehuurd voor de gehele duur van een arrangement, voorseizoenarrangement, verlengd voorseizoenarrangement, naseizoenarrangement of een maandarrangement, doch steeds worden gehuurd door wisselende verblijfhoudenden voor een korte periode. 1. Het tarief bedraagt per persoon per overnachting € 5,35. 2. In afwijking van het eerste lid bedraagt het tarief, indien overnacht wordt: a. op een camping, behoudens een recreatiewoning, per persoon per overnachting € 2,50;
De belasting wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte.
Belastbaar feit: geen afwijking. Maatstaf: Er is uitsluitend sprake van nachtverblijf. Tarief: afwijking. Hoger tarief en apart tarief op
Veere (Zoutelande/Domburg)
dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven.
overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten.
b. in een haven per persoon per overnachting € 2,50.
Onder de naam 'toeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven.
1. De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten. 2. In afwijking van het eerste lid wordt de belasting geheven naar een vast bedrag per mobiel kampeeronderkomen, chalet of stacaravan, als opgenomen in artikel 6, leden 3 en 4, voor mobiele kampeeronderkomens, chalets of stacaravans op vaste standplaatsen, seizoenplaatsen, voorseizoenplaatsen en/of naseizoenplaatsen die in bezit zijn van particuliere eigenaren en die uitsluitend bedoeld zijn voor eigen gebruik van de particuliere eigenaar en zijn gezin. 3. In afwijking van het eerste lid wordt de belasting worden geheven naar een vast bedrag per mobiel kampeeronderkomen, als
1. Het tarief bedraagt per persoon per overnachting € 2,05. 2. In afwijking van het eerste lid bedraagt het tarief voor verblijf in een mobiel kampeeronderkomen die in bezit is van particuliere eigenaren en die uitsluitend bedoeld is voor eigen gebruik van de particuliere eigenaar op een kampeerterrein per persoon, per overnachting, € 1,35. 3. In afwijking van het eerste en tweede lid bedraagt de belasting bij toepassing van artikel 5, tweede lid, per belastingjaar, per chalet of stacaravan op: een vaste standplaats € 377,20; 4. In afwijking van het eerste lid en tweede lid bedraagt bij toepassing van artikel 5, tweede lid per belastingjaar, per mobiele kampeeronderkomen: a. op vaste jaarplaatsen of op vaste seizoenplaatsen, €248,40 b. op vaste standplaatsen, vaste seizoenplaatsen of op seizoenplaatsen, 1. Indien er sprake is van een voorseizoenarrangement, € 110,70 2. Indien er sprake is van een naseizoenarrangement, € 85,05 5. In afwijking van het eerste en tweede lid bedraagt de belasting bij toepassing van artikel 5, derde lid, het tarief per belastingjaar, per mobiele kampeermiddel op een kampeerplaats: a. waarvoor een maandarrangement laagseizoen is afgesloten € 48,60;
1. De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. 2. Er kan een voorlopige aanslag worden opgelegd tot ten hoogste het bedrag waarop de aanslag vermoedelijk zal worden vastgesteld.
een camping of in een haven. Forfaitair: geen forfaitaire berekening. Tarief per persoon per overnachting. Heffing: voldoening op aangifte i.p.v. aanslag. Belastbaar feit: geen afwijking. Maatstaf: Er is uitsluitend sprake van nachtverblijf. Tarief: afwijking. Verschillende tarieven voor verschillende accommodaties. Forfaitair: geen forfaitaire berekening. Vaste tarieven voor seizoensarrangementen. Heffing: geen afwijking.
opgenomen in artikel 6, lid 5, voor mobiele kampeeronderkomens, op standplaatsen waar sprake is van een arrangement te weten een maandarrangement laagseizoen, een winterarrangement 1, een winterarrangement 2 en/of een hemelvaart/pinkster arrangement die in bezit zijn van particuliere eigenaren en die uitsluitend bedoeld zijn voor eigen gebruik van de particuliere eigenaar en zijn gezin. 4. In afwijking van het eerste lid wordt de belasting worden geheven naar een vast bedrag, als opgenomen in artikel 6, lid 6, voor strandslaaphuisjes op het strand in bezit van particuliere eigenaren en die uitsluitend bedoeld zijn voor eigen gebruik van de particuliere eigenaar en zijn gezin. 5. Onverminderd hetgeen in de leden 2, 3 en 4 is opgenomen is lid 1 van toepassing op het verblijf in de in de leden 2, 3, en 4 bedoelde mobiele kampeeronderkomens, chalets of stacaravans door anderen dan de particuliere eigenaar en zijn gezin.
b. waarvoor een winterarrangement 1 is afgesloten € 27,00; c. waarvoor een winterarrangement 2 is afgesloten € 27,00; d. waarvoor een hemelvaart/pinkster arrangement is afgesloten € 28,35. 6. In afwijking van het eerste lid bedraagt de belasting bij toepassing van artikel 5, vierde lid, per strandslaaphuisje op het strand, per belastingjaar € 377,20.
Rotterdam
Middelburg
Onder de naam 'logiesbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven.
Ter zake van het houden van verblijf met overnachtingen binnen de gemeente tegen vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven, wordt onder de naam ‘toeristenbelasting’ een directe belasting geheven.
1. De belasting wordt berekend over de vergoeding die voor het verblijf met overnachten in rekening wordt gebracht, de logiesbelasting daaronder niet begrepen. 2. Als vergoeding kan worden aangemerkt het bedrag dat als verschuldigd wegens logies aan de heffing van omzetbelasting is onderworpen. 1. De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met aantal overnachtingen. 2. In afwijking van het eerste lid kan de belasting worden geheven naar een vast bedrag per kampeermiddel, als opgenomen in artikel 6, lid 3 en 4, voor kampeermiddelen op vaste standplaatsen, voorseizoenplaatsen en/of naseizoenplaatsen die in bezit zijn van particuliere eigenaren en die uitsluitend bedoeld zijn voor eigen gebruik van de particuliere eigenaar en zijn gezin. 3. Op een door de belastingplichtige bij de aangifte gedaan verzoek
Het tarief bedraagt 6,5% van de overnachtingsprijs.
De belasting wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte.
Belastbaar feit: geen afwijking. Maatstaf: op basis van omzet. Er is uitsluitend sprake van nachtverblijf. Tarief: afwijking. Het tarief is een percentage i.p.v. een vast bedrag. Forfaitair: geen forfaitaire berekening. Heffing: voldoening op aangifte i.p.v. aanslag.
1. Het tarief bedraagt per persoon per overnachting € 2,85 2. In afwijking van het eerste lid bedraagt het tarief voor verblijf in een mobiele kampeeronderkomen per persoon, die in bezit is van particuliere eigenaren en die uitsluitend bedoeld is voor eigen gebruik van de particuliere eigenaar op een kampeerterrein per persoon, per overnachting, € 1,85 3. In afwijking van het eerste en tweede lid bedraagt de belasting bij toepassing van artikel 5, tweede lid, per belastingjaar, per chalet of stacaravan op vaste jaarplaatsen of op vaste seizoenplaatsen, € 524,40 4. In afwijking van het eerste lid en tweede lid bedraagt bij toepassing van artikel 5, tweede lid het tarief voor mobiele kampeeronderkomen per belastingjaar, per kampeermiddel: a. op vaste jaarplaatsen of op vaste seizoenplaatsen, € 340,40 b. op vaste standplaatsen, vaste seizoenplaatsen of op seizoenplaatsen, 1. Indien er sprake is van een voorseizoenarrangement, € 151,70
1. De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.
Belastbaar feit: geen afwijking. Maatstaf: er is uitsluitend sprake van nachtverblijf. Tarief: geen afwijking, wel hoger. Forfaitair: geen forfaitaire berekening. Heffing: geen afwijking.
2. Er kan een voorlopige aanslag worden opgelegd tot ten hoogste het bedrag waarop de aanslag vermoedelijk zal worden vastgesteld.
Maastricht
Onder de naam 'toeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven.
Haarlem
Onder de naam ‘toeristenbelasting’ wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die
wordt de maatstaf van heffing als bedoeld in het tweede lid vastgesteld op het werkelijk aantal overnachtingen als bedoeld in het eerste lid, als blijkt dat dit resulteert in een lager aanslagbedrag. 4.Onverminderd het in lid 2 is opgenomen is lid 1 van toepassing op het verblijf in de in lid 1 bedoelde mobiele kampeermiddelen chalet of stacaravan door anderen dan de particuliere eigenaar en zijn gezin. De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingtijdvak.
2. Indien er sprake is van een naseizoenarrangement, € 118,40
1. Het tarief bedraagt per persoon per overnachting in/bij een:
De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.
Belastbaar feit: geen afwijking. Maatstaf: er is uitsluitend sprake van nachtverblijf. Tarief: afwijking, verschillende tarieven. Forfaitair: niet forfaitair. Verschillende tarieven per soort accommodatie. Heffing: geen afwijking.
De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten.
1. Het tarief bedraagt per overnachting € 5,00 2. In afwijking van het eerste lid bedraagt het tarief a. € 3,25 per overnachting indien er overnacht wordt in een hostel als bedoeld in artikel 1. b. € 2,00 per overnachting indien er overnacht wordt op een camping, pleziervaartuig of
De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.
Belastbaar feit: geen afwijking. Maatstaf: er is uitsluitend sprake van nachtverblijf. Tarief: hoger. Verschillende tarieven per soort accommodatie.
Bloemendaal
niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven. Onder de naam ‘toeristenbelasting’ wordt een directe belasting geheven voor: a. het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven. b. het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de Basisregistratie personen zijn ingeschreven, indien deze personen gedurende hun verblijf beroeps- of bedrijfsmatige werkzaamheden verrichten voor of in opdracht van anderen.
riviercruiseschip/motorcharter als bedoeld in artikel 1.
De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten dat zij verblijf houden.
Het tarief bedraagt per persoon per overnachting € 5,00. 1.Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot: a. mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens en stacaravans op vaste jaar-, vaste seizoen- en seizoenplaatsen en gebezigd voor uitsluitend recreatief gebruik, bepaald op 2,5; b. mobiele kampeeronderkomens op toeristische plaatsen gebezigd voor uitsluitend recreatief gebruik, bepaald op: 1. 2,6, indien sprake is van een voorseizoenarrangement; 2. 2,6, indien sprake is van een verlengd voorseizoenarrangement; 3. 2,4, indien sprake is van een naseizoenarrangement; 4. 2,2, indien sprake is van een maandarrangement. 2. Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen is overnacht, wordt: a. in geval van het eerste lid, sub a, bepaald op: 60; b. in geval van het eerste lid, sub b, bepaald op: 1. 30, indien sprake is van een voorseizoenarrangement; 2. 39, indien sprake is van een verlengd voorseizoenarrangement; 3. 18, indien sprake is van een naseizoenarrangement; 4. 13, indien sprake is van een maandarrangement.
Forfaitair: geen forfaitaire berekening. Heffing: geen afwijking 1. De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. 2. Er kan een voorlopige aanslag worden opgelegd voor ten hoogste het bedrag waarop de aanslag vermoedelijk zal worden vastgesteld
Belastbaar feit: geen afwijking. Maatstaf: er is uitsluitend sprake van nachtverblijf. Tarief: afwijking. Hoger tarief. Forfaitair: forfaitair aantal personen dat heeft overnacht bij mobiele kampeeronderkomens. Heffing: geen afwijking.
Ede (Otterlo)
Noordwijk
Onder de naam ‘toeristenbelasting’ wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente Ede in de basisregistratie personen zijn ingeschreven.
De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten.
1. Het tarief bedraagt per overnachting € 1,22. 2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid bedraagt het tarief per overnachting in een hotel € 1,62.
Onder de naam 'toeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor:
De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen.
Het tarief bedraagt per persoon per overnachting bij: a. verblijf op toeristische plaatsen: € 1,67 b. alle overige vormen van verblijf: € 2,39
a. het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de Basisregistratie personen zijn ingeschreven;
De belasting wordt geheven bij wege van aanslag.
Belastbaar feit: geen afwijking. Maatstaf: er is uitsluitend sprake van nachtverblijf. Tarief: afwijking. Verschillende tarieven bij de soorten accommodaties. Forfaitair: afwijkend. Aantal overnachtende personen forfaitair bepaald voor kampeermiddelen op seizoens- of toeristische plaatsen. Heffing: geen afwijking.
1. De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. 2. Er kan een voorlopige aanslag worden opgelegd voor ten hoogste het bedrag waarop de aanslag vermoedelijk zal worden vastgesteld.
Belastbaar feit: geen afwijking. Maatstaf: er is uitsluitend sprake van nachtverblijf. Tarief: verschillende tarieven i.p.v. één tarief voor elke soort overnachting. Forfaitair: afwijkend. Vast aantal personen dat heeft overnacht. Heffing: geen afwijking.
1. Bij de forfaitaire berekening voor arrangementen voor kampeermiddelen op seizoens- of toeristische plaatsen wordt per standplaats: