bijl. 2. Reactienota Huisvestingsverordening 2024 - 2028
Tekst van het document
Voor de vergunningen als bedoeld in Hoofdstuk 4 kan het zijn dat – afhankelijk van de aard van de wijziging in de woonruimte – ook een omgevingsvergunning vereist is. Op grond van het plan Schiermonnikoog – Dorp zijn nieuwe personeelsverblijven niet 29
Toelichting: Algemeen: Voor het bepalen van de schaarste is daarbij rekening gehouden met het aantal, in het afgelopen jaar, verkochte woningen in de gemeente. De grens van middelduur en duur ligt op 2/3 van de verkochte woningvoorraad (€ 520.000). Er zijn daarmee redenen om onevenwichtigheden als gevolg van schaarste aan woningen met regulering te bestrijden. Uitleg: Hoeveel woningen zijn er in het afgelopen jaar verkocht? Hoeveel woningen van die verkochte woningen hadden een recreatieve bestemming ? 2/3 van dit aandeel heeft een waarde van meer dan € 520.000. Is dit het gevolg van de (recreatieve) bestemming van de verkochte woningen? Wanneer deze recreatiewoningen betrokken worden bij de vaststelling van de prijsgrens is dit geen realistische benadering. De HVH betreft alleen woningen met een permanent woonbestemming. Gezien de schaarste aan betaalbare woonruimte en de gevolgen van die schaarste acht de gemeente het noodzakelijk om via de Huisvestingsverordening regels te stellen over de verdeling van vrijkomende huurwoningen en koopwoningen tot een WOZwaarde van € 520.000. Daarmee wordt bewerkstelligd dat het vrijkomende aanbod aan woonruimte wordt toegewezen aan degene die deze woonruimte het hardst nodig hebben en dat onder andere de huurprijs en oppervlakte van de woning passend is voor het huishouden dat de woonruimte in gebruik neemt.
Woonvisie duidt dat woningen tot € 300.000 het hoogst
rechtstreeks toegestaan. Hiervoor is altijd een omgevingsvergunning nodig voor het gebruik en wellicht ook voor het bouwen, indien er vergunningplichtige bouwactiviteiten worden uitgevoerd. De extra toelichting (bijlage 2) beschrijft de grens van middelduur en duur gesteld op de prijs van de woning die hoort bij 2/3 grens van de bestaande voorraad (inclusief recreatiewoningen) en niet op basis van de verkochte woningen. Op basis van het meest actuele WOZ waarden van Schiermonnikoog (2024) komt deze grens uit op € 520.000.
In de extra toelichting wordt uitgelegd op welke wijze de WOZ-waarde grens is bepaald. In de basis is de doelstelling van het instellen van de WOZ-waarde grens op € 520.000 dat de goedkope en middeldure koopvoorraad altijd eerst wordt aangeboden aan economisch/maatschappelijk gebonden inwoners van de gemeente Schiermonnikoog. Ook voor een kleine aantal huishoudens met een gemiddeld hoger inkomen. Dit is van belang om de leefbaarheid van Schiermonnikoog te kunnen blijven beschermen. 30
haalbare is. Dus is de nu vast te stellen prijsgrens van € 520.000 niet passend voor de situatie op Schiermonnikoog. Op Schiermonnikoog zijn de mogelijkheden voor nieuwbouw beperkt. Doordat een groot deel van het eiland behoort tot Natura 2000 gebied en/of Nationaal Park Schiermonnikoog, zijn de uitbreidingsmogelijkheden buiten de bestaande kern zeer klein. Dit betekent dat woningbouw vooral op inbreidingslocaties moet plaatsvinden. Momenteel zijn er vijf inbreidingslocaties in beeld. Op deze locaties kunnen mogelijk tot 2030 in totaal ongeveer 50 nieuwe woningen gebouwd worden. Graag een realistische onderbouwing, planning en verdeling over het aantal woningen per inbreidingslocatie. Onttrekkingsvergunning Van onttrekking van een woonruimte aan de woonruimtevoorraad is sprake indien de betreffende woonruimte door een handeling niet langer geschikt of bestemd is voor permanente bewoning. Daar kan bijvoorbeeld sprake van zijn indien de woonruimte wordt gesloopt, maar ook indien de woonruimte niet feitelijk wordt bewoond, bijvoorbeeld omdat de woonruimte voor andere (zakelijke) doeleinden wordt gebruikt. Voor alle gevallen van onttrekking van woonruimte is een onttrekkingsvergunning vereist. Slechts in uitzonderlijke gevallen wordt een vergunning verleend voor het geheel of gedeeltelijk onttrekken van woonruimte ten behoeve van een niet-woonfunctie.
Ook voor het toeristisch gebruik (geheel of gedeeltelijke onttrekking) moet er dus een onttrekkingsvergunning zijn. In het nieuwe bestemmingsplan zijn er bepalingen opgenomen voor een aantal gevallen van gehele of gedeeltelijke onttrekking van de bestemming wonen.
Wanneer er geen interesse van economisch/maatschappelijk gebonden huishoudens is voor de woning staat het de woningeigenaar vrij om de woning aan te bieden aan eenieder. Een eerst aanzet voor de invulling van de verschillende inbreidingslocaties is opgenomen in de Woonvisie ‘Zorgeloos thuis op Schiermonnikoog’. Een nadere uitwerking hiervan volgt later.
Ook in de bestaande situatie is een onttrekkingsvergunning nodig. Naast deze toestemming gelden ook vanuit het ruimtelijk spoor (bestemmingsplan/omgevingsplan) regels voor recreatieve bewoning binnen een woonfunctie. De ruimtelijke regels en de huisvestingsverordening zijn twee stelsels die naast elkaar bestaan. Bestaande legaal tot stand gekomen onttrekkingen tot 45% vallen onder artikel 29 lid 2 en 3.
31
Deze gevallen krijgen dus nu ook een onttrekkingsvergunning vanuit de huisvestingsverordening? Omzettingsvergunning: Geldt dus voor personeelsverblijven. Wat zijn de voorschriften die hieraan verbonden zijn? Opkoopbescherming: Omzetting van goedkope en middeldure koopwoning in een huurwoning. Welke WOZ waarde geldt er respectievelijk voor goedkope en middeldure woningen en welke huur passen hier respectievelijk bij? Indicatie: Sociale huur: € 808,06 -€ 879,66 Middenhuur (vrije sector 136 - 187 punten): € 1026,71 per maand. Welke huur is alleszins redelijk om toe te staan dat een koopwoning wordt omgezet in een huurwoning? En waarvoor een verhuurvergunning opkoopbescherming wordt verleend? WWS: Woning Waarde Stelsel Maximale huur sociale huur: Huurtoeslaggrens Is de kale huur € 808,06 of lager? Of is uw huurcontract ingegaan in 2024 en is de kale huur € 879,66 of lager? Dan huurt u een sociale huurwoning. In 2023 was € 808,06 de maximale huur bij nieuwe verhuur van een sociale huurwoning. In dit besluit is het WWS opgenomen op basis waarvan de kwaliteit en bijbehorende maximale huurprijs van een woning kan worden bepaald. Wanneer de wet betaalbare huur in werking treedt, voorzien in 2024, gaat het WWS gelden voor alle huurwoningen tot en met 186 punten. Maximale huur middelhuur
Zie hiervoor Hoofdstuk 4 van de Huisvestingsverordening. Vanuit het bestemmingsplan gelden ook voorwaarden waaraan wordt getoetst. Zie hiervoor artikel 36 van het plan Schiermonnikoog – Dorp. Het gaat hierbij om woningen tot een WOZ-waarde van € 520.000. Welke huurprijs past bij de woning is afhankelijk van een heel aantal kenmerken (grootte kamers, voorzieningen, energielabel, etc.), naast de WOZ-waarde. De vraag welke huurprijzen passen bij goedkope en middeldure woningen is niet eenvoudig te beantwoorden en zal per geval verschillen.
Het college ziet een (groeiend) tekort aan koopwoningen in het betaalbare en middeldure segment. De opkoopbescherming zorgt ervoor dat koopwoningen niet zomaar kunnen worden opgekocht voor de verhuur. Op die manier blijven meer koopwoningen beschikbaar voor mensen die er zelf in gaan wonen. Zo hebben starters een betere kans op de woningmarkt.
32
Middenhuurwoning: Woningen met een huurwaarde boven de huurliberalisatiegrens die minder of gelijk is aan de volgens Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimten gestelde maximale huurwaarde voor 181. BOVENGRENS MET INGANGSDATUM Woningen met een puntenaantal vanaf de huurtoeslaggrens tot 187 WWS punten mogen vanaf 1-1-2024 verhuurd worden voor de maximale toegestane WWS-huur die correspondeert met het aantal WWS punten. De bovengrens correspondeert momenteel met een maximale maandhuur van € 1.026,71. Voor lopende huurcontracten gaat de nieuwe regulering pas gelden na eerste mutatie. De regulering geldt zolang er schaarste is op de woningmarkt, richting de uitwerking van het wetsvoorstel worden de indicatoren hiervoor gespecificeerd. 7 punten. Waarom kan een particulier geen woning kopen om die tegen de in het WWS vastgestelde huurprijs aan een inwoner (BAG/economisch gebonden) te verhuren? Dit zou een bijdrage kunnen leveren aan het doel van de HVV. Vruchteloze aanbieding: Enkele onduidelijkheden Een huis met een WOZ-waarde van € 450.000 wordt op de markt aangeboden voor € 500.000. Reden voor een hogere vraagprijs: de verkoper wil doorstromen naar een duurder huis en moet nog een gedeelte van de hypotheek aflossen. Enkele scenario’s: 1. Volgens de HVV (artikel 3) moet het aanbod bekend worden gemaakt met de vermelding van de WOZ waarde.
Volgens de wethouder was men echter vrij om de verkoopprijs (marktwaarde) zelf te bepalen. Is dit voorbeeld dus mogelijk? 2. Huis wordt (plaatselijk) aangeboden volgens de regels (artikel 3) en wordt voor het gevraagde bedrag van € 500.000 verkocht. Krijgt de koper een huisvestingsvergunning?
1. De verkopende partij kan de verkoopprijs zelf bepalen. De verkoop aan een koper zonder binding is echter alleen mogelijk als de woonruimte minimaal 13 weken te koop is aangeboden aan economisch/maatschappelijk gebonden geïnteresseerden tegen een koopprijs die niet hoger is dan de WOZ waarde (bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Wet waardering onroerende zaken; Huisvestingswet 2014, artikel 17). De koopprijs waartegen de woning na deze vruchteloze aanbieding wordt aangeboden is niet meer van belang. 2. De koper krijgt alleen een huisvestingsvergunning wanneer hij/zij 33
3. Huis wordt (plaatselijk) 2 maal aangeboden volgens de regels (artikel 4). Geen reactie, dus een vruchteloze aanbieding. Krijgt de verkoper toestemming van het college om zijn woning 'vrij' te verkopen en krijgt de eventuele koper een huisvestingsvergunning? Of moet hij zijn woning eerst opnieuw voor de WOZ waarde aanbieden? 4. Verkoper biedt zijn huis volgens de regels 2 maal aan voor de WOZ waarde (€450.000) maar krijgt geen reactie. Krijgt hij daarna de mogelijkheid om zijn huis 'vrij' te verkopen, zelfs tegen een hogere verkoopprijs (€ 500.000)? En krijgt de koper een huisvestingsvergunning? Wat is nog de waarde van een actuele taxatie door een makelaar? Hoe worden in de HVV de persoonlijke omstandigheden van een verkoper gerespecteerd? Doorstroming wordt belemmerd, dus nadelig voor de intentie van de HVV! De taxatie door een makelaar geeft de recente waarde aan van een woning, terwijl de taxatiewaarde voor de WOZ van een eerdere datum ( peildatum 1 jaar terug) is. De recente waarde van een woning kan dus hoger liggen dan de WOZ waarde. De techniek/systematiek van de waardebepaling uit de HVH benadeelt dus op oneigenlijke wijze de verkoper. Hij moet zijn huis aanbieden tegen een te lage (WOZ) waarde.
Woningen die in het bestemmingsplan de aanduiding "Overige zone - voorwaardelijk recreatief gebruik": Aangezien deze aanduiding voor het pand geldt en kopers van deze woningen zich niet hoeven te vestigen in deze woningen, mogen deze woningen op een andere manier worden aangeboden. Geldt de prijsgrens van € 520.000 dus niet voor deze woningen?
economisch en/of maatschappelijk gebonden is. Zie ook het antwoord onder 1. 3. Zie het antwoord onder 1. Er is alleen sprake van een vruchteloze aanbieding wanneer de woning wordt aangeboden tegen een koopprijs die niet hoger is dan de WOZwaarde. Wanneer dat is gebeurd en er zich een koper meldt zonder economisch/maatschappelijke binding dan krijgt deze koper in afwijking van het bepaalde in artikel 5 een huisvestingsvergunning. 4. Ja dit is mogelijk en de koper zal in afwijking van het bepaalde in artikel 5 een huisvestingsvergunning krijgen. De verordening (en de Huisvestingswet) stelt dat de woning in het geval van een vruchteloze aanbieding minimaal 13 weken voor de WOZ-waarde aangeboden moet worden. De actuele WOZ waarde van een woonruimte in het geval van een vruchteloze aanbieding kan worden bepaald door een onafhankelijke makelaar. Het gaat dus altijd om de actuele WOZ-waarde.
Wanneer een woning met deze aanduiding en een WOZ-waarde tot €520.000 recreatief gebruikt zal worden is er geen huisvestingsvergunning vereist. De huisvestingsverordening is dan niet van toepassing. Wil de koper de woning permanent gaan bewonen dan zal hij/zij een huisvestingsvergunning nodig
34
Wanneer een koper zich in een woning met een dergelijke aanduiding en een waarde onder de prijsgrens van € 520.000 wil vestigen, heeft hij dan een huisvestingsvergunning nodig? Wanneer een koper een dergelijke woning koopt en deze in eerste instantie recreatief gebruikt, maar zich later in deze woning wil vestigen, krijgt hij een huisvestingsvergunning? Op grond van de Huisvestingswet kan onder het belang van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad naast schaarste ook worden gedacht aan andere belangen, zoals wanneer het verlenen van de vergunning zou kunnen leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het desbetreffende pand. Voorheen was dit belang in de Huisvestingsverordening van de gemeente Schiermonnikoog opgenomen. De beoordeling of sprake is van een geordend woon- en leefmilieu wordt nu echter gezien als een afweging die enkel via het ruimtelijk spoor, het omgevingsplan, dient plaats te vinden. In deze Huisvestingsverordening is deze weigeringsgrond daarom niet meer opgenomen. Hiermee wordt voorkomen dat er onduidelijkheid bestaat over de juridische grondslag en reikwijdte van vergunningplichten. Bv bij personeelsverblijven. Daarom moeten ook de voorwaarden in de omgevingsvergunning opnieuw bekeken worden.
Hier wordt op dit moment onvoldoende / weinig aandacht geschonken aan het effect van dergelijke bewoning op de omgeving!
hebben en dus moeten voldoen aan een van de bindingseisen. Ja, dat is nodig. Nee, tenzij de koper een economische en/of maatschappelijke binding heeft. Artikel 36 van het plan Schiermonnikoog – Dorp biedt naar onze mening voldoende handvatten om een gedegen afweging te maken over de toelaatbaarheid van personeelsverblijven.
35
Artikel 29: Intrekking oude verordening en overgangsrecht In de huisvestingsverordening 2020-2024: artikel 32 Verwijzing van de besluiten in het kader van de huisvestingsverordening 2011, 2015 en 2019 aangaande de "tweede woninglijst" blijven onverminderd van kracht. Dit betekent dat de woningen genoemd in deze lijst zowel permanent als recreatief mogen worden gebruikt. In HVV 2024-2028 staat: Artikel 29. Intrekking oude verordening en overgangsrecht 1. De Huisvestingsverordening Schiermonnikoog 2024 wordt ingetrokken. 2. De vergunningen en ontheffingen die zijn verleend en genomen besluiten op grond van oude regelgeving blijven van kracht als gedaan onder deze verordening. 3. Lopende bezwaarschriften worden afgedaan volgens de oude regelgeving. 4. 4. Bestaande inschrijvingen worden beschouwd als inschrijvingen gedaan onder deze verordening met behoud van de opgebouwde inschrijfduur.
Regels over het gebruik van de gronden en bouwwerken horen ons inziens thuis in het ruimtelijk domein en dus in een bestemmingsplan/omgevingsplan. Daarin is geregeld dat de specifiek aangeduide woningen, onder voorwaarden zowel permanent als recreatief gebruikt mogen worden. Daardoor wordt in het overgangsrecht, zoals opgenomen in artikel 29, niet meer specifiek de lijst benoemd. Wel valt deze lijst onder de noemer “genomen besluiten op grond van oude regelgeving blijven van kracht als gedaan onder deze verordening”. Dit zullen wij toevoegen aan de toelichting.
Artikel 29. Toelichting Intrekking oude verordening en overgangsrecht. In het derde en vierde lid van artikel 51 van de Wet is overgangsrecht opgenomen voor al verleende vergunningen. Deze vergunningen worden gelijkgesteld met de vergunningen op grond van de Huisvestingswet 2014 en 2019. Ook lopende bezwaarschriften vallen onder deze overgangsregeling, omdat bezwaarschriften altijd betrekking hebben op vergunningen of het weigeren of intrekken van vergunningen. In artikel 51, vijfde lid, van de wet is geregeld dat aanvragen die zijn ingediend op grond van de verordening op grond van de (oude) Huisvestingswet, worden afgehandeld krachtens de daarop gebaseerde (oude) verordening. In het vierde lid van artikel 29 is aanvullend 36
De toelichting wordt aangevuld met de besluiten genomen ten aanzien van de 80 woningen.
overgangsrecht opgenomen voor bestaande inschrijvingen als woningzoekenden volgens de ingetrokken verordening. Deze inschrijvingen worden beschouwd als inschrijvingen gedaan onder deze verordening met behoud van de opgebouwde inschrijfduur. Artikel 29: Intrekking oude verordening en overgangsrecht verwijst – anders dan in voorgaande huisvestingsverordeningen niet meer naar de lijst van "tweede woningen". Waarom? Artikel 29. 2 De vergunningen en ontheffingen die zijn verleend en genomen besluiten op grond van oude regelgeving blijven van kracht als gedaan onder deze verordening. In het verleden hebben eigenaren van woningen toestemming gekregen om - Gedeelten van hun huis 25%-45% te onttrekken aan de woonbestemming voor recreatieve verhuur. (raadsbesluit augustus 2007) Ondanks het feit dat sommige onttrekkingen vergunningplichtig waren, werd in persoonlijk gerichte brieven het besluit aangegeven dat... Gevolg hiervan is dat u geen vergunning hoeft aan te vragen en dat de gemeente akkoord is met de huidige situatie. Hoe verhoudt zich dit met artikel 29.2? En hoe wordt dit verkregen recht gewaarborgd bij de inwerkingtreding van de nieuwe HVV?
In het bestemmingsplan Verbrede reikwijdte en het in voorbereiding zijnde herstelbesluit is binnen de bestemmingen “Wonen” is gewerkt met enkele categorieën van recreatief gebruik. De eerste categorie is ondergeschikt recreatief gebruik tot 25% (nieuw toe te voegen met het herstelbesluit), de tweede categorie is ondergeschikt recreatief gebruik tot 45% en daarnaast ook voorwaardelijk recreatief gebruik. Het is inderdaad juist dat artikel 29 lid 2 bepaald dat rechten op basis van oude Huisvestingsverordening van toepassing blijven. Deze mogelijkheden zijn dus opgenomen, in het bestemmingsplan. Het is mogelijk dat op grond van het bestemmingsplan/omgevingsplan er geen recht meer bestaat om het recreatieve gebruik van de woning te hervatten, omdat niet meer wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden voor recreatief gebruik, maar dat op grond van lid 2 van de Huisvestingsverordening deze mogelijkheid nog wel blijft bestaan. Om te voorkomen dat er een verschil gaat ontstaan tussen het bestemmingsplan/omgevingsplan en het overgangsrecht van de Huisvestingsverordening wordt een nieuw lid 3 toegevoegd, luidend: 37
Er wordt een nieuw lid 3 toegevoegd aan artikel 29.
-
Hun woning recreatief te gebruiken zonder beperking van tijdsduur (raadsbesluiten 28 juni 1994 en 27 oktober 2009). Bij besluit werd door de raad vastgesteld dat... Die woning mag bij recht, zonder onttrekkingsvergunning, wederom als tweede woning in gebruik worden genomen. Hoe verhoudt zich dit met artikel 29.2? En hoe wordt dit verkregen recht gewaarborgd bij de inwerkingtreding van de nieuwe HVV?
3. In afwijking van het bepaalde in lid 2 geldt dat verleende vergunningen, ontheffingen en genomen besluiten op grond van oude regelgeving komen te vervallen, indien het vigerende bestemmingsplan/omgevingsplan zich tegen dit gebruik verzet. Zie hierboven.
38
Zienswijze 6
Reactie gemeente
Hierbij willen wij reageren op het ter inzage liggende concept huisvestingsverordening. Het gaat ons om onze woning aan de […], met een Voorwaardelijk Recreatief Gebruik (VRG) gebruiksfunctie. Wij hebben in dat kader ook bezwaar aangetekend tegen het bestemmingsplan, wat nu wacht op behandeling bij de Raad van State. Wij vragen ons in deze zienswijze af of in de voorliggende concept huisvestingsverordening voorwaarden worden gesteld aan de VRG functie middels de in de HVV voorgenomen maatregelen aangaande de betreffende woningen. Het gaat dan o.a. over benodigde vergunningen voor bewoning, voortbestaan van rechten bij verkoop en vererving, recreatieve verhuur etc. Graag een duidelijke en volledige uitleg van uw kant. Ook willen wij graag antwoord op de vraag wat wordt bedoeld in artikel 29lid 2, waarin wordt gesproken over ‘vergunningen en besluiten op grond van oude regelgeving blijven van kracht als gedaan onze deze verordening’. In de toelichting en in de was/wordt tabel wordt dit feitelijk ook gesteld. Kunnen we er van uitgaan dat dit betekent dat vergunningen en beleidsuitspraken m.b.t.
de lijst met tweede woningen waar ons huis op vermeld staat, blijven voortbestaan? Wij zouden dan graag dit toegevoegd zien aan de tekst en daarin de 2e woninglijst te benoemen welke rechtens in gebruik zijn als 2e woningen en welke lijst volgens eerdere besluiten door B&W moet worden bijgehouden
Ten aanzien van 80 woningen is in het bestemmingsplan Verbrede Reikwijdte geregeld dat deze woningen onder bepaalde voorwaarden recreatief mogen worden gebruikt. In vervallen huisvestingsverordeningen is geregeld dat een vergunning op grond van de huisvestingsverordening niet nodig was als de woning rechtens in gebruik was als tweede woning of voor recreatieve doeleinden. Dit heeft echter nooit een planologische doorwerking gehad in een bestemmingsplan. Regels over het gebruik van de gronden en bouwwerken horen ons inziens thuis in het ruimtelijk domein en dus in een bestemmingsplan/omgevingsplan. Daarin is geregeld dat de specifiek aangeduide woningen, onder voorwaarden zowel permanent als recreatief gebruikt mogen worden, mits het recreatieve gebruik niet meer dan 1 jaar lang wordt onderbroken. Voor de 2024-2028 versie stellen we met artikel 29 lid 2 het volgende voor: De vergunningen en ontheffingen die zijn verleend en genomen besluiten op grond van oude regelgeving blijven van kracht als gedaan onder deze verordening. Hoewel er geen vergunningen en ontheffingen zijn verleend, zijn er, zoals in de 1e alinea aangegeven, wel besluiten genomen ten aanzien van de 80 woningen. Die besluiten vallen onder artikel 29 lid 2. Het is mogelijk dat op grond van het bestemmingsplan/omgevingsplan er geen recht meer 39
Aanpassing Huisvestingsverordening Er wordt een nieuw lid 3 toegevoegd aan artikel 29. De toelichting wordt aangevuld met de besluiten genomen ten aanzien van de 80 woningen.
bestaat om het recreatieve gebruik van de woning te hervatten, omdat niet meer wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden voor recreatief gebruik, maar dat op grond van lid 2 van de Huisvestingsverordening deze mogelijkheid nog wel blijft bestaan. Om te voorkomen dat er een verschil gaat ontstaan tussen het bestemmingsplan/omgevingsplan en het overgangsrecht van de Huisvestingsverordening wordt een nieuw lid 3 toegevoegd, luidend: 3. In afwijking van het bepaalde in lid 2 geldt dat verleende vergunningen, ontheffingen en genomen besluiten op grond van oude regelgeving komen te vervallen, indien het vigerende bestemmingsplan/omgevingsplan zich tegen dit gebruik verzet Dit zullen wij toevoegen aan de toelichting.
40
Zienswijze 7 (WoonFriesland)
Reactie gemeente
Voor het duurzaam verrichten van arbeid (economische binding) hanteert u een grens van minimaal 18 uur per week. Dit lijkt een gering aantal uren om voldoende inkomen te genereren voor het zelfstandig en duurzaam kunnen voeren van een huishouding en daardoor dus economisch gebonden te zijn aan fysiek verblijf/woongelegenheid op Schiermonnikoog. Bij vitale beroepsgroepen hanteert u 28 uur per week als ondergrens. Het lijkt voor de hand te liggen daar uniformer in te zijn. In de huidige gespannen en volatiele arbeidsmarkt is het steeds eenvoudiger om (snel) een baan te verkrijgen en daarmee de mogelijkheid tot een huisvestingsvergunning. Woning volgt werk kan verworden tot werk volgt woning… Middenhuur is begrensd op 186 punten. Uw definitie lijkt deze grens te bepalen op 187 punten. Een toevoeging als ‘tot’ of ‘tot en met’ kan de gewenste duidelijkheid verschaffen.
Hoewel het college het risico onderkent, is zij van mening dat huishoudens met een arbeidscontract vanaf 18 uur per week op Schiermonnikoog de mogelijkheid moeten hebben zich op Schiermonnikoog te kunnen vestigen. Het verkrijgen van voorrang (bij vitale beroepsgroepen) is een uitzondering en daarom is de grens in dat geval hoger gelegd.
H2, artikel 2, onder a en c. Wellicht kan onder a worden vermeld ‘(alle) woningen in eigendom van woningbouwcorporaties’. Wij kunnen ons voorstellen dat u daar zowel woningen met een huurprijs onder als eventueel boven de liberalisatiegrens, onder verstaat. Nb In artikel 23, lid 2 onder e verwoordt u dat reeds door de “woonruimte in bezit van o.a. een woningcorporatie (ongeacht de hoogte van de huur…?)” als beschermde woonruimte aan te wijzen. Artikel 5, lid 3. Met betrekking tot de huisvestingsrechten van (jongvolwassen) wezen bestaat ook (recente) wet- en regelgeving. Zie onder meer de Wet huurbescherming weeskinderen. In artikel 6 vermeld u een aantal (weigerings)gronden die ook al randvoorwaardelijk zijn bij het verlenen van een
Overgenomen
Overgenomen
Ter kennis genomen. Deze wet- en regelgeving is niet in strijd met dit artikel. Voor de leesbaarheid van de verordening worden deze weigeringsgronden opnieuw benoemd. 41
Aanpassing Huisvestingsverordening
De definitie van middenhuurwoning wordt gewijzigd van ‘voor 187 punten’ naar ‘tot 187 punten’. Artikel 2 lid 1 onder a. wordt gewijzigd naar ‘woonruimten in eigendom van woningcorporaties’.
huisvestingsvergunning en daarmee een soort contramal vormen. Misschien kunnen deze in de verordening voor de begrijpelijkheid beperkt worden tot voorwaarden. H3, artikel 8, lid 1. Zie ook opmerking over H2 artikel 2, a en c. Misschien kunt u ook hier zowel woningen onder de liberalisatiegrens als eventuele middenhuurwoningen in het bezit van een woningcorporatie onder vervatten. Artikel 9. Gezien de schaarste is het wellicht passender om een huishouden van 3 personen als minimum te nemen voor een kleine gezinswoning (met immers 2 slaapkamers) en/of deze voorrang te verlenen boven kleinere huishoudens.
Wij begrijpen uw keuze om de aard en het karakter van de vitale beroepsgroepen te begrenzen. Wij kunnen ons echter een aantal beroepsgroepen voorstellen die in gelijke mate van vitaal belang zijn voor basisvoorzieningen en daarmee brede en duurzame welvaart op Schiermonnikoog.
De beperking om maximaal 2 woonruimten per jaar te benutten voor vitale beroepsgroepen begrijpen wij volkomen. Anderzijds kan juist dat de vitaliteit in de weg komen te staan als die beroepen niet bediend kunnen worden in hun woonbehoefte (bij een aantal >2 huishoudens). Graag kijken wij in overleg met u naar de individuele behoeften van personen/huishoudens met een specifieke zorgvraag of mobiliteitsbeperkingen in relatie tot de woningplattegrond en eventueel reeds aanwezige voorzieningen. Daarmee verhogen we de kans op een match tussen aanbod en zorgvragers.
Door de wijziging van artikel 2 lid 1 onder a is dit ondervangen. Het college heeft bewust gekozen om huishoudens van 2 personen voorrang te geven op een kleine gezinswoning. De praktijk leert ons dat stellen en 1 ouder gezinnen met 1 kind te vaak een woning met twee slaapkamers mis lopen. Het college is van mening dat het noodzakelijk is voor de leefbaarheid van Schiermonnikoog om ook deze huishoudens een eerlijke kans te geven op een grotere woning. In de huidige situatie vindt het college het van belang dat urgent personeel in het onderwijs en de zorg voorrang krijgt op een woonruimte. Het bouwen voor specifieke beroepsgroepen wordt meegenomen bij de inventarisatie van het woningbouwprogramma, zoals opgenomen in de vastgestelde woonvisie. Mogelijk leidt dit in de toekomst tot een wijziging van deze voorrangsregeling. Het college vindt het niet passend in de huidige schaarste om meer dan 2 woonruimten aan de vitale beroepsgroepen toe te wijzen. Het college gaat graag op dit aanbod in.
42
Mede gezien de bestuurlijke boetes, die gelden voor zowel het in gebruik nemen als in gebruik geven van een woning, pleiten wij voor een vlot en sluitend proces bij het verlenen van een vergunning en de(/onze) verhuur van woningen. Wij wensen duidelijkheid op het moment van verhuur en zouden dus bij het tekenen van een huurovereenkomst een overeenkomst willen aangaan met een huishouden dat reeds beschikt over een huisvestingvergunning. Wij rekenen op een constructief werkproces dat recht doet aan de belangen van zorgvuldigheid, de huurder én onnodige leegstand voorkomt. Onder meer artikel 7 vraagt al een (beoogde) datum voor het betrekken van een woning. Laten we samen zorgen voor een naadloze aansluiting van alle te doorlopen (waar mogelijk parallel) stappen en de samenhang daartussen.
Het college onderkent het belang van een goede samenwerking. Zij gaat graag in overleg over een optimale inrichting van het proces.
43
Besluitvorming De gemeenteraad behandelt de concept Huisvestingsverordening oordeelsvormend op 18 juni. De planning is vervolgens om de Huisvestingsverordening 9 juli besluitvormend te behandelen en vast te stellen.
44