Bijl.1 - Startnotitie Participatie V.05
Tekst van het document
Startnotitie raad
Opdrachtgever:
College van B&W, Gemeente Schiermonnikoog
Opsteller:
Adviseur participatiebeleid
Versie
1.1 – concept ter vaststelling
Versiedatum:
Juni 2026
Status
Ter vaststelling door de gemeenteraad
Onderwerp:
Ontwikkeling Participatiebeleid Gemeente Schiermonnikoog
Bijlagen Nr.
Titel
Opmerkingen
1
Onderzoeksrapport Participatie (N.I. Louwsma, NHL Stenden, 2023)
Basis voor beleidsvorming
2
Overzicht kosten participatie – kleine gemeenten (<10.000 inwoners)
Indicatieve kostenraming
3
Rapportage Trends en ontwikkelingen Schiermonnikoog (Planbureau Fryslân, juli 2025)
Demografische onderbouwing (zie 5.1)
1. Inleiding De gemeente Schiermonnikoog heeft de ambitie om inwoners actiever te betrekken bij beleidsvorming. Op dit moment beschikt de gemeente over een vastgestelde inspraakverordening (2005) en een aanwijsbesluit (2022), maar niet over participatiebeleid, een participatieverordening of een participatiehoofdstuk voor de Omgevingswet. Tegelijkertijd neemt de maatschappelijke en wettelijke druk om te participeren toe. In het collegeakkoord is opgenomen dat er meer ruimte moet komen voor inwoners, bedrijven en organisaties om input te leveren aan de voorkant van processen en dat de dialoog met de samenleving weer op gang moet komen. Daarbij is het ophalen van informatie door de gemeente belangrijker dan het zenden daarvan. Op dit moment is de formatie gaande en is nog niet bekend wat er in de komende bestuursperiode in het college-uitvoeringsprogramma zal worden opgenomen. Daarnaast is een raadsbreed programma in ontwikkeling. De inhoud daarvan en het door de raad gekozen ambitieniveau zijn op dit moment nog niet bekend; doorvertaling naar een collegeuitvoeringsprogramma moet eveneens nog plaatsvinden. Zodra hieruit input beschikbaar is, wordt deze in het verdere proces verwerkt.
Het ambitieniveau is bepalend voor de omvang van het beleid en de bijbehorende middelen (zie hoofdstuk 9): zonder nadere ambitiebepaling zijn de beschikbare middelen leidend en geldt de minimale variant – het voldoen aan wet- en regelgeving. Bij meer ambitie of aanvullende wensen worden de meerkosten (productie, capaciteit en middelen) in beeld gebracht. In 2023 heeft de gemeente opdracht gegeven aan een onderzoeker van NHL Stenden (opleiding Bestuurskunde en Overheidsmanagement) om de basis voor participatiebeleid te leggen. Dit afgeronde onderzoek biedt een gedegen fundament voor de volgende stap: het vaststellen van een
Startnotitie raad voor Schiermonnikoog passende participatievisie en het ontwikkelen van participatiebeleid en een participatieverordening. De begrippen visie, beleid en verordening verhouden zich als volgt tot elkaar. De participatievisie beschrijft op hoofdlijnen waarom de gemeente participatie belangrijk vindt en welke waarden daarbij voorop staan. Het participatiebeleid werkt die visie uit in concrete doelen, uitgangspunten en een werkwijze. De participatieverordening legt vervolgens de juridisch bindende regels vast – onder meer wanneer en hoe participatie plaatsvindt – en vervangt de huidige inspraakverordening. Visie en beleid geven dus de richting; de verordening verankert dit in regels. Met deze startnotitie wordt de gemeenteraad gevraagd kaders vast te stellen voor het verdere proces rondom de ontwikkeling van participatiebeleid. De raad geeft hiermee richting aan de ambities, waarden en werkwijze rondom participatie in de gemeente Schiermonnikoog.
2. Aansluiting op (strategische) programmadoelen De ontwikkeling van participatiebeleid sluit aan op meerdere strategische doelen van de gemeente: • • •
•
•
Collegeakkoord (en, zodra beschikbaar, het raadsbrede programma): het bevorderen van een open dialoog met de samenleving, waarbij het ophalen van informatie bij inwoners centraal staat. Programmabegroting: inwoners actief laten meedenken en participeren bij grotere projecten. Omgevingswet: in de basis is participatie een aanvraagvereiste bij omgevingsvergunningen. Bij een aanvraag moet worden vermeld of en hoe participatie is verricht; in zijn algemeenheid is dit geen resultaatsverplichting. Via het aanwijzingsbesluit 2022 heeft de gemeenteraad bepaald in welke gevallen participatie verplicht is. Daarnaast geldt een participatieverplichting bij de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan. De wijze van participatie is vormvrij: hoe de participatieplicht wordt ingevuld, kan de gemeente zelf bepalen. Wetsvoorstel Versterking participatie op decentraal niveau: deze wet schrijft voor dat gemeenten vóór 1 januari 2027 moeten beschikken over een vastgestelde participatieverordening die de oude inspraakverordening vervangt. Versterking lokale democratie: participatie draagt bij aan het verkleinen van de kloof tussen politiek en burgers en aan het vergroten van maatschappelijke betrokkenheid op het eiland.
3. Effecten, doelen en resultaten van het proces 3.1 Gewenste maatschappelijke effecten • • • • • •
Inwoners ervaren dat zij serieus worden genomen en daadwerkelijk invloed kunnen uitoefenen op beleid. De kwaliteit van besluitvorming verbetert. De besluitvorming verloopt soepeler en kan sneller gaan doordat draagvlak en informatie aan de voorkant zijn opgehaald. De kloof tussen politiek en inwoners wordt kleiner; het vertrouwen in de gemeente neemt toe. Beleid sluit beter aan op de wensen en behoeften van de Schiermonnikoger samenleving. Minder bezwaren en zienswijzen door betere informatievoorziening en inspraak aan de voorkant.
3.2 Doelen van het beleidsproces Op basis van het onderzoeksrapport zijn de volgende doelen vastgesteld:
Democratische doelen (raad en college): • •
Maatschappelijke betrokkenheid vergroten en de politieke kloof verkleinen. Investeren in democratische waarden: transparantie, inclusiviteit, toegankelijkheid, representativiteit.
Instrumentele doelen (raad, college en medewerkers): • •
Draagvlak voor besluiten en beleid creëren. Informatie, meningen en advies ophalen bij inwoners. Versie Versiedatum
: :
[Categorie] [Trefwoorden] Pagina 2 van 10
Startnotitie raad • •
Beleidsprocessen efficiënter maken door aan de voorkant informatie op te halen. Begrip en inzicht in het werk van de gemeente vergroten bij inwoners en vice versa.
3.3 Concrete resultaten Aan het einde van dit proces beschikt de gemeente over: • • • • • •
Een participatiebeleid met concrete doelen en prioritering van democratische waarden. Een participatieverordening die voldoet aan de wettelijke vereisten. Een participatiehoofdstuk voor de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan. Het aanwijsbesluit 2022 bepaalt dát participatie moet plaatsvinden; hóe dat gebeurt, volgt uit het participatiebeleid. Een werkwijze (blauwdruk) voor het organiseren van participatietrajecten, inclusief de wijze waarop de gemeente per project haar eigen rol bepaalt (zie 4.3). Een overzicht van participatiemethoden passend bij de visie en kenmerken van de organisatie. Ontwikkeling van de vereiste competenties bij ambtenaren.
4. Aanpak, reikwijdte en afbakening 4.1 Aanpak Het proces bestaat uit de volgende stappen: • • • • •
Stap 1 – Vaststelling startnotitie door de gemeenteraad (kaderstellend). De raad stelt de kaders vast waarbinnen het beleid wordt ontwikkeld. Stap 2 – Consultatie met inwoners en betrokkenen (een op te zetten participatietraject over het participatiebeleid zelf). Stap 3 – Uitwerking participatievisie en -verordening door de ambtelijke organisatie, op basis van het onderzoeksrapport en de kaders van de raad. Stap 4 – Vaststelling participatiebeleid en participatieverordening door de gemeenteraad. Stap 5 – Implementatie: opbouwen van kennis en capaciteit binnen de organisatie door middel van training en coaching on-the-job, invoering van de werkwijze en een communicatieplan.
Dit traject is iteratief van aard: gedurende het proces wordt steeds geschakeld tussen uitwerking, consultatie en toetsing aan de kaders, zodat tussentijds kan worden bijgestuurd.
4.2 Reikwijdte en afbakening Dit proces richt zich zowel op participatie die wordt geïnitieerd door de gemeente als op participatie die wordt geïnitieerd door inwoners en ondernemers (burgerinitiatieven, uitdaagrecht). Daarbij hoort ook de wettelijke participatieplicht die in bepaalde gevallen op aanvragers rust. Het onderzoek uit 2023 richtte zich primair op de organisatie en het gemeentebestuur: vervolgonderzoek naar de participatiebehoefte van inwoners is aanbevolen. Niet alleen de gemeente betrekt haar omgeving. Ook inwoners en ondernemers ondernemen soms zelf zaken – bijvoorbeeld een bouwplan of een initiatief in de openbare ruimte – waarvoor participatie vereist of wenselijk is. Van hen wordt verwacht dat zij hun buren en omgeving tijdig en zorgvuldig bij hun plannen betrekken. Het beleid maakt daarom helder welke participatie de gemeente in deze gevallen verwacht, welke rol de gemeente daarbij zelf speelt en hoe initiatiefnemers hierin worden ondersteund.
4.3 Rolkeuze van de gemeente per project Bij grote(re) projecten bepaalt de gemeente eerst welke rol zij zelf wil pakken – van strakke regie tot een meer decentrale, faciliterende aanpak – en kiest zij daarna een passende participatiestrategie. Ook deze rolkeuze is een iteratief proces: gedurende het traject kan de gemeente schakelen wanneer de context daarom vraagt. Deze afweging wordt opgenomen in de blauwdruk, zodat per project bewust en navolgbaar wordt gekozen welke participatieruimte wordt geboden. Versie Versiedatum
: :
[Categorie] [Trefwoorden] Pagina 3 van 10
Startnotitie raad 5. Eilandspecifieke uitgangspunten Participatie op Schiermonnikoog vraagt om maatwerk. Als kleinste gemeente van Nederland, met een hechte eilandgemeenschap, gelden hier omstandigheden die op het vasteland niet of nauwelijks spelen. Vanuit de raad en de klankbordgroep is een aantal eilanderthema’s aangedragen die regelmatig terugkomen in de gemeenschap. Deze thema’s vormen uitgangspunten die bij de uitwerking van de participatievisie, het beleid en de blauwdruk nader worden uitgewerkt. Het doel is participatie die aansluit bij de schaal en het ritme van het eiland, en die voorkomt dat inwoners zich gebruikt voelen in plaats van gehoord.
5.1 Demografische context De eilanderthema’s in dit hoofdstuk staan niet op zichzelf: zij komen rechtstreeks voort uit de demografische werkelijkheid van het eiland. Schiermonnikoog telt 971 inwoners, verdeeld over 587 huishoudens met een gemiddelde omvang van 1,6 personen (CBS, 2025). De bevolkingsomvang is al ruim tien jaar stabiel: er is geen sprake van krimp, maar evenmin van groei. Achter die stabiliteit gaat echter een ingrijpende verschuiving in de samenstelling van de bevolking schuil, die directe gevolgen heeft voor de vraag wie er meepraat, meedenkt en meebeslist. De dominante trend is vergrijzing. Op dit moment is 31 procent van de inwoners (305 personen) 65 jaar of ouder; de verwachting is dat dit aandeel stijgt naar 43 procent (384 personen) in 2040 (CBS, 2025; Provincie Fryslân, 2024). Daarmee vergrijst het eiland sneller dan Fryslân als geheel, met daarbovenop een groeiende groep 75plussers (dubbele vergrijzing). Tegelijkertijd is de basis van de bevolkingspiramide smal: slechts 9 procent van de inwoners is jonger dan 15 jaar en 10 procent valt in de groep 15 tot 25 jaar. Schiermonnikoog kent bovendien de laagste mantelzorgratio van alle Waddeneilanden (Planbureau Fryslân, 2025), waardoor de druk op het beperkte aantal jongere inwoners – als mantelzorger, vrijwilliger én participant – de komende jaren verder toeneemt.
Ook de huishoudenssamenstelling wijkt sterk af van het landelijke beeld: 54 procent van de huishoudens bestaat uit één persoon en in slechts 16 procent van de huishoudens wonen kinderen. Het gemiddeld besteedbaar huishoudinkomen (€ 36.300 in 2023) ligt op het Friese gemiddelde, maar onder het landelijke. De gemeenschap is geleidelijk internationaler geworden: had in 1996 nog 94 procent van de inwoners een Nederlandse herkomst, in 2025 is dat 82 procent – mede het gevolg van arbeidsmigratie in horeca en toerisme. Daarnaast staat circa een kwart van de woningvoorraad geregistreerd als onbewoond (grotendeels tweede woningen en recreatief vastgoed) en staat de gemiddelde WOZ-waarde (€ 421.000) in geen verhouding tot het modale inkomen, waardoor vestiging voor starters en jonge gezinnen nauwelijks haalbaar is. Met circa 300.000 bezoekers per jaar en in het hoogseizoen zo’n 4.000 dagjesmensen per dag kent het eiland tot slot een omvangrijke ‘schaduwbevolking’ naast de ingeschreven inwoners.
Indicator
Schiermonnikoog
Referentie
Inwoners (2025)
971
kleinste gemeente van NL
Huishoudens / gemiddelde grootte
587 / 1,6 personen
NL: 2,1 personen
Eenpersoonshuishoudens
54%
NL: ca. 40%
Aandeel 65-plus (2025)
31%
NL: ca. 21%
Aandeel 65-plus (prognose 2040)
43%
Provincie Fryslân, 2024
Jonger dan 15 jaar
9%
NL: ca. 15%
Besteedbaar inkomen per huishouden (2023)
€ 36.300
NL: € 40.800
Geregistreerde leegstand woningen
ca. 24%
grotendeels recreatief
Bezoekers per jaar
ca. 300.000
tot 4.000 dagjesmensen per dag
Bronnen: CBS (2025), Provincie Fryslân (2024), Planbureau Fryslân (2025, bijlage 3), Kadaster/BAG. Deze cijfers werken op drie manieren door in de uitgangspunten hierna. Ten eerste vraagt de vergrijzing om bewuste aandacht voor representativiteit: op een eiland waar in 2040 ruim vier op de tien inwoners 65-plus is, dreigt het geluid van jongeren en werkenden structureel onder te sneeuwen – de ambitie op het gebied van Versie Versiedatum
: :
[Categorie] [Trefwoorden] Pagina 4 van 10
Startnotitie raad jeugd- en jongerenparticipatie (zie 6.3) is daarmee geen luxe, maar een demografische noodzaak. Ten tweede raakt de demografie aan de draagkracht van de gemeenschap: met ruim de helft eenpersoonshuishoudens en een stijgende mantelzorgvraag rust het verenigings- en vrijwilligersleven op steeds minder schouders, en moeten participatieprocessen zuinig omgaan met de tijd en energie van inwoners (zie ook 5.5). Ten derde dwingt de schaduwbevolking van tweedewoningbezitters, seizoenswerkers en vaste gasten tot een expliciete afbakening van wie waarover mag meepraten (zie 5.2).
5.2 Wie mag meepraten? Op Schiermonnikoog is de vraag wie mag meepraten complexer dan elders. Naast ingeschreven inwoners zijn er tweedehuisbezitters, eigenaren van recreatiewoningen, seizoenswerkers en ondernemers die op het vasteland wonen maar hun bedrijf op het eiland hebben. Als uitgangspunt geldt dat ingeschreven inwoners het zwaarste gewicht hebben, terwijl andere groepen gericht en afgebakend worden betrokken op de onderwerpen die hen daadwerkelijk raken (bijvoorbeeld tweedehuisbezitters wel bij ruimtelijk beleid, niet bij het sociaal domein). Per traject wordt vooraf bepaald welke doelgroepen worden uitgenodigd en met welk gewicht hun inbreng meeweegt.
5.3 Sociale verhoudingen en veilige inbreng In een gemeenschap van nog geen duizend inwoners kent iedereen elkaar. Dat heeft voordelen, maar kan er ook toe leiden dat mensen die financieel of sociaal afhankelijk zijn van mede-eilanders – bijvoorbeeld werknemers in het toerisme, huurders of mantelzorgontvangers – zich minder vrij voelen om hun mening te geven. Als uitgangspunt wordt onderzocht hoe inbreng veilig kan plaatsvinden, bijvoorbeeld door de mogelijkheid van anonieme of vertrouwelijke inbreng (niet als hoofdroute, maar bijvoorbeeld door minderheidsstandpunten herkenbaar in een verslag te benoemen). Dit versterkt het gevoel van gezien en gehoord worden.
5.4 Eerlijkheid over invloed Schiermonnikoog beslist over veel zaken niet zelf. Het Nationaal Park, Rijkswaterstaat, de provincie, Europese natuurregels en de veerverbinding bepalen mede wat er op het eiland kan. Participatie die suggereert dat inwoners invloed hebben op zaken waarover de gemeente nauwelijks zeggenschap heeft, is schijnparticipatie. Als uitgangspunt geldt een eerlijkheidsclausule: bij elk participatietraject wordt vooraf benoemd welk deel van het besluit binnen de gemeentelijke bevoegdheid valt en welk deel niet. Tegelijk kan participatie ook richting geven aan de lobby van de gemeente: wanneer inwoners iets wensen dat de gemeente niet zelf kan beslissen, neemt de gemeente dit mee in haar overleg met bovenlokale partijen.
5.5 Het eilandritme De bestuurlijke kalender van het vasteland sluit niet altijd aan op het ritme van het eiland. In het hoogseizoen heeft vrijwel niemand tijd; in de winter is er meer ruimte. Een participatietraject dat in de zomerpiek wordt gestart, is op voorhand kansarm. Als uitgangspunt wordt daarom een participatiekalender gehanteerd die rekening houdt met het eilandritme en het seizoen, zodat juist de mensen die in het seizoen het hardst werken niet structureel worden uitgesloten.
5.6 Kleinschalige, persoonlijke terugkoppeling De schaal van het eiland maakt iets mogelijk dat in grote gemeenten onhaalbaar is: persoonlijke terugkoppeling. Niet alleen de mededeling dat de inbreng is gelezen, maar een bestuurder of medewerker die belt, langsgaat of een persoonlijke brief stuurt met wat er met de inbreng is gedaan – en waar iets niet kon. Als uitgangspunt wordt bij geschikte trajecten persoonlijke terugkoppeling de standaard, in plaats van bulkcommunicatie. Dit kan Schiermonnikoog onderscheidend maken in de manier waarop het met zijn inwoners communiceert.
6. Betrokken partijen en participatie
Versie Versiedatum
: :
[Categorie] [Trefwoorden] Pagina 5 van 10
Startnotitie raad 6.1 Betrokken partijen Partij
Belang / Rol
Betrokkenheid in het proces
Gemeenteraad
Kaderstellend en controlerend
Vaststelling startnotitie, visie en verordening
College van B&W
Uitvoerend en initiërend
Opdrachtgever; aanbieding voorstellen aan raad
Ambtelijke organisatie
Uitvoering en kennisopbouw
Uitwerking beleid, werkwijze en trainingen
Inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties
Doelgroep én initiatiefnemer participatiebeleid
Consultatie bij uitwerking beleid; centrale rol bij uitvoering; eigen initiatieven
6.2 Vormgeving participatie in dit proces Bij de ontwikkeling van het participatiebeleid zelf wordt ook geparticipeerd. Inwoners en organisaties worden geconsulteerd over de gewenste vorm en inhoud van participatie in de gemeente. Dit is in lijn met de aanbevelingen uit het onderzoeksrapport om de participatiebehoefte van inwoners in beeld te brengen. Transparantie staat centraal in dit proces: aan de voorkant wordt helder gecommuniceerd welke participatieruimte er is, wat er met de input gebeurt en hoe de terugkoppeling eruitziet. Per participatietraject bepalen we welke doelgroepen betrokken zijn, formuleren we boodschappen op maat en kiezen we daarbij de geschikte kanalen. Denk daarbij aan de gemeentelijke nieuwsbrief, sociale media, een informatiebijeenkomst, een enquête of op maat gemaakte middelen. Vanuit Communicatie bestaat de ambitie om te onderzoeken of een bestaand of nieuw te ontwikkelen participatieplatform vanuit de gemeente een effectief middel kan zijn om met onze inwoners en stakeholders te communiceren.
6.3 Jeugd- en jongerenparticipatie Jeugd en jongeren vormen een specifieke en belangrijke doelgroep binnen het participatiebeleid. Zij hebben een eigen kijk op het eiland en op de onderwerpen die hun leefomgeving, toekomst en voorzieningen raken, terwijl zij via reguliere participatievormen vaak moeilijker te bereiken zijn. De gemeente vindt het van belang dat ook deze groep vroegtijdig en op een passende manier wordt betrokken bij beleid en projecten die hen aangaan. Bij de uitwerking van het participatiebeleid wordt daarom expliciet aandacht besteed aan de wijze waarop jeugd en jongeren worden betrokken. Daarbij gelden de volgende uitgangspunten: • Aansluiten bij de leefwereld en kanalen van jongeren, in plaats van uitsluitend te vertrouwen op klassieke instrumenten zoals een informatieavond of schriftelijke enquête. • Samenwerken met vindplaatsen en intermediairs zoals de school, sport- en jeugdverenigingen en het jongerenwerk om jongeren te bereiken en te betrekken. • Toegankelijke en laagdrempelige werkvormen inzetten, met aandacht voor de leeftijd en het ontwikkelingsniveau van de deelnemers. • Heldere terugkoppeling geven over wat er met de inbreng van jongeren is gedaan, zodat hun betrokkenheid betekenisvol is en blijft. Bij de uitwerking wordt onderzocht of een meer structurele vorm van jeugd- en jongerenparticipatie passend en haalbaar is voor Schiermonnikoog.
De participatiebehoefte van jongeren wordt, net als die van inwoners in den brede, meegenomen in het aanbevolen vervolgonderzoek (zie 4.2).
7. Betrokkenheid gemeenteraad De gemeenteraad wordt op de volgende momenten betrokken. De momenten worden, waar mogelijk, afgestemd op het aanleverschema van de raad:
Fase Versie Versiedatum
Moment / Activiteit : :
Wijze van betrokkenheid
Indicatieve planning
[Categorie] [Trefwoorden] Pagina 6 van 10
Startnotitie raad Beeldvormend
Informatiebijeenkomst: toelichting onderzoeksrapport en startnotitie
Raadsleden worden geïnformeerd en kunnen vragen stellen
Mei – juni 2026
Besluitvormend
Vaststelling startnotitie (inclusief keuze visieroute)
Raad stelt kaders en kiest visieroute
Juni 2026
Oordeelsvormend
Bespreking concept participatieverordening en visie
Raad spreekt zich uit over concept
Najaar 2026
Besluitvormend
Vaststelling participatiebeleid en -verordening
Formeel raadsbesluit
Eind 2026
8. Globale tijdsplanning Stap
Activiteit
Wanneer
1
Vaststelling startnotitie door gemeenteraad
Mei/juni 2026
2
Uitwerking participatiebeleid en -verordening (ambtelijk)
Juni – augustus 2026
3
Consultatie inwoners en organisaties; informeel terugleggen aan de raad
Juli – september 2026
4
Oordeelsvormende bespreking in de raad
September/oktober 2026
5
Vaststelling participatiebeleid en -verordening door raad
November/december 2026
6
Implementatie: kennisopbouw, invoering werkwijze, communicatie
Start najaar 2026
7
Evaluatie eerste jaar participatiebeleid
Begin 2028
9. Kosten en financiering Iedere participatieaanpak gaat gepaard met interne en externe kosten. Het is van belang deze kosten vroegtijdig in beeld te brengen, omdat niet alles uit de staande organisatie kan worden opgevangen. De kosten van de visie, het beleid, de verordening en – vooral – de implementatie en latere uitvoering worden daarom in beeld gebracht, bij voorkeur als uitvoeringsparagraaf bij de raadsstukken. Wanneer de raad hiermee instemt, kunnen ze in de begroting worden verwerkt. Het uiteindelijke kostenniveau hangt samen met het ambitieniveau dat de raad bepaalt (zie hoofdstuk 1). Bij de minimale variant – voldoen aan wet- en regelgeving – zijn de beschikbare middelen leidend. Bij meer ambitie of aanvullende wensen worden de meerkosten op het vlak van productie, capaciteit en middelen afzonderlijk in beeld gebracht. Onderstaande raming is een eerste aanzet en wordt nader uitgewerkt zodra het ambitieniveau bekend is:
Post
Geraamde kosten
Dekking
Ambtelijke capaciteit (beleidsuitwerking, overleg, communicatie)
p.m.
Reguliere formatie
Externe advisering / procesbegeleiding (indien gewenst)
p.m.
Participatiebudget (€ 10.000/jaar)
Consultatie / participatietraject met inwoners (bijv. enquêtetool, bijeenkomst)
€ 1.000 – € 3.000
Participatiebudget
Scholing/training personeel
p.m.
Participatiebudget / opleidingsbudget
(Door)ontwikkeling digitaal participatieplatform
p.m. (abonnement)
Nader te bepalen
Versie Versiedatum
: :
[Categorie] [Trefwoorden] Pagina 7 van 10
Startnotitie raad Implementatie en uitvoering (structureel, buiten staande organisatie)
p.m.
Nader te bepalen via begroting
Wijze van budgetteren. Bij het opstellen van de begroting wordt ook een keuze gemaakt over de wijze waarop participatiekosten worden ondergebracht. Hiervoor bestaan meerdere varianten, bijvoorbeeld één centraal budget bij team Communicatie, een participatiebudget dat per project in het projectbudget wordt opgenomen, of een combinatie daarvan. Deze keuze wordt bij de uitvoeringsparagraaf en de nota financieel kader meegenomen.
10. Bewaking 10.1 Tijd De voortgang van het beleidsproces wordt bewaakt via de raadsagenda. Bij dreigende vertraging wordt de raad proactief geïnformeerd via een raadsinformatiebrief. De startnotitie bevat een globale tijdsplanning als referentiepunt.
10.2 Geld Het participatiebudget (kostenplaats/nummer: nader in te vullen) en eventuele aanvullende budgetten worden bewaakt door de budgetbeheerder. Aan het begin van het nieuwe begrotingsjaar wordt aanbevolen vast te leggen waarvoor het budget wordt ingezet. Gedurende het jaar wordt bijgehouden hoeveel budget wordt besteed en waarvoor. De gekozen budgetteringsvariant (zie hoofdstuk 9) is hierbij leidend.
10.3 Kwaliteit De kwaliteit van de afzonderlijke participatietrajecten – zowel bij dit beleidsproces als bij latere trajecten die voortvloeien uit de visie en verordening – wordt onder meer geborgd door: • gebruik van de blauwdruk voor participatietrajecten (bijlage 2) als standaard werkwijze; • terugkoppeling naar participanten over wat er met hun inbreng is gedaan, waar passend in de vorm van persoonlijke terugkoppeling (zie 5.6); • zorgvuldige vastlegging van trajecten en uitkomsten in een gedeelde digitale omgeving.
10.4 Organisatie De ambtelijke organisatie is verantwoordelijk voor de uitvoering van het beleid. De portefeuillehouder participatie bewaakt de voortgang namens het college (de portefeuilleverdeling wordt na de formatie definitief vastgesteld). De raad bewaakt het proces via zijn kaderstellende en controlerende rol. Aanbevolen wordt participatie een vast agendapunt te maken in beleids- en portefeuilleoverleggen. In projectplannen en collegestukken wordt voortaan een vaste participatieparagraaf opgenomen, waarin wordt aangegeven of participatie een aandachtspunt is en hoe daaraan invulling wordt gegeven. Deze paragraaf sluit aan op de bestaande opbouw van collegestukken (advies, argumenten, financiën).
10.5 Informatie Alle documenten, ontwerpen en verslagen rondom de beleidsuitwerking worden gearchiveerd in het gemeentelijk zaaksysteem. Communicatie naar inwoners verloopt via de gebruikelijke communicatiekanalen (nieuwsbrief, website, sociale media) en, waar passend, via op maat gekozen middelen per traject.
11. Evaluatie Het participatiebeleid wordt na één jaar geëvalueerd, dat wil zeggen na het eerste volledige uitvoeringsjaar. Op basis van deze evaluatie wordt het beleid waar nodig bijgesteld. De evaluatie vindt plaats: • Wanneer: begin 2028, na het eerste volledige uitvoeringsjaar (2027). • Met wie: ambtelijke organisatie, college, gemeenteraad en – idealiter – een vertegenwoordiging van inwoners. • Onderdelen: effectiviteit van de gehanteerde participatiemethoden, werking van de blauwdruk en werkwijze, ervaringen van inwoners en medewerkers, mate van doelbereiking (democratisch en instrumenteel), toereikendheid van het budget en de capaciteit. Na de evaluatie worden de visie en werkwijze zo nodig bijgesteld. Het is aan te bevelen jaarlijks kort terug te kijken op de uitvoering van participatietrajecten en de geleerde lessen te borgen. Versie Versiedatum
: :
[Categorie] [Trefwoorden] Pagina 8 van 10
Startnotitie raad Beslispunten voor de gemeenteraad De raad wordt gevraagd: • De startnotitie ‘Ontwikkeling Participatiebeleid Gemeente Schiermonnikoog’ vast te stellen. • In te stemmen met de globale tijdsplanning en het voorgestelde proces. • Het college opdracht te geven de beleidsuitwerking ter hand te nemen conform de kaders in deze startnotitie.
Versie Versiedatum
: :
[Categorie] [Trefwoorden] Pagina 9 van 10
Startnotitie raad Bijlage 2 – Overzicht kosten participatie – kleine gemeenten (<10.000 inwoners) Dit overzicht geeft een indicatief beeld van de jaarlijkse kosten voor participatie binnen kleine gemeenten in Nederland. De bedragen zijn gebaseerd op praktijkervaringen en gangbare begrotingsopbouw. Er zijn geen benchmarkgegevens beschikbaar.
Kostenoverzicht Post
Geraamde kosten (per jaar)
Dekking
Ambtelijke capaciteit
€ 15.000 – € 60.000
Reguliere formatie
Externe advisering / procesbegeleiding
€ 0 – € 15.000
Participatiebudget
Consultatie / participatietraject
€ 1.000 – € 5.000 per traject
Participatiebudget
Scholing / training personeel
€ 1.000 – € 5.000
Opleidingsbudget / participatiebudget
Digitale participatietool
€ 2.000 – € 10.000
Nader te bepalen / ICT
Overige kosten (communicatie, initiatieven)
€ 2.000 – € 10.000
Participatiebudget / wijkbudget
Samenvatting • •
Structureel participatiebudget: € 10.000 – € 30.000 per jaar. Totale kosten inclusief ambtelijke inzet: € 25.000 – € 80.000 per jaar.
Toelichting De kosten voor participatie verschillen sterk per gemeente en zijn afhankelijk van de ambitie. Een belangrijk deel van de kosten zit in ambtelijke capaciteit en is niet altijd zichtbaar als apart budget.
Versie Versiedatum
: :
[Categorie] [Trefwoorden] Pagina 10 van 10