bijl. 1 Memo bij wijziging centrumregeling samenwerking SDF 2022
Tekst van het document
Memo voor college van B&W en gemeenteraad Wijzigingsbesluit Centrumregeling samenwerking Sociaal Domein Fryslân 2022 Aanleiding Met ingang van 1 juli 2022 treedt een wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) in werking. De gewijzigde Wgr dwingt tot wijziging van alle gemeenschappelijke regelingen. De wetswijziging strekt ertoe de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen te versterken. Gemeenteraden, provinciale staten en algemene besturen van waterschappen krijgen meer mogelijkheden hun hun kaderstellende en controlerende rol binnen de samenwerkingsverbanden waaraan zij deelnemen, te verstevigen. Met de wetswijziging wordt een aantal aanpassingen en aanvullingen geïntroduceerd op de al bestaande wettelijke bevoegdheden en instrumenten. Een aantal van deze wijzigingen treedt op 1 juli 2022 direct in werking, een ander deel moet binnen twee jaar geïmplementeerd zijn in alle gemeenschappelijke regelingen. De gewijzigde Wgr dwingt tot wijziging van alle gemeenschappelijke regelingen. Met deze nota doen we u een voorstel om te komen tot een wijziging van de huidige regeling te komen zodat deze binnen de gestelde overgangstermijn van 2 jaren (voor 1 juli 2024) aan de wettelijke eisen kan voldoen.
Naast de wettelijke verplichte aanpassingen, doen we u ook een enkel voorstel tot aanpassing van de regeling op basis van de ervaring van het afgelopen jaar met betrekking tot het Directeuren en Managersoverleg. Situatie voor de herziene centrumregeling SDF 2022 De wijzigingen hebben vooral impact op samenwerkingsverbanden waarbij een openbaar lichaam is ingesteld, zoals het geval is bij de Veiligheidsregio Fryslân, de FUMO, Hus en Hiem en de Marrekrite. Voor de bedrijfsvoeringsregeling GR SW Fryslân en de diverse centrumregelingen, inclusief Sociaal Domein Friesland, zijn de wetswijzigingen minder relevant. Hoewel de wetswijzigingen voor centrumregelingen geen grote impact hebben, zijn er wel enkele zaken waar de wet van verlangt dat deze ook voor centrumregelingen gelden. De centrumregeling SDF valt wel onder werking van de WGR is daarom ook een gemeenschappelijke regeling in de zin van die wet waar deze eisen ook voor komen te gelden. De volgende onderdelen vragen dus in ieder geval aandacht: 1. Burgerparticipatie; 2. Evaluatie; 3. Uittreding. In de Centrumregeling samenwerking Sociaal Domein Fryslân 2022 is een groot gedeelte van het bovenstaande voldoende opgenomen. Deze memo zal zich verder enkel richten op de onderdelen die wijzigingen nodig hebben in de Centrumregeling samenwerking Sociaal Domein Fryslân 2022. Dit betreffen de volgende onderdelen: 1.
De evaluatie uit artikel 11a van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen 2. De uittreding uit artikel 9 van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen 3. burgerparticipatie uit artikel 10 van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen
Per onderdeel nader beschouwd: Ad 1. De evaluatie uit artikel 11a van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen In dit artikel is opgenomen dat iedere gemeenschappelijke regeling een bepaling moet bevatten over de evaluatie van de regeling. De bepaling kan inhouden dat niet wordt geëvalueerd. Wordt er wel geëvalueerd dan zullen de bepalingen gaan over wat er wordt geëvalueerd, hoe vaak en op welke wijze. In de Centrumregeling samenwerking Sociaal Domein Fryslân 2022 is op dit moment in artikel 26 het volgende opgenomen over de evaluatie. -
-
Jaarlijks wordt in het gemeentesecretarissen overleg, bedoeld in artikel 13, de stand van zaken omtrent de samenwerking besproken met als doel om bijsturing te kunnen geven. Eens in de twee jaren organiseert het gemeentesecretarissenoverleg een reflectie op de samenwerking met alle direct betrokkenen bij deze regeling, in ieder geval de portefeuillehouders, de gemeentesecretarissen en de hoofden van het sociaal domein. Deze regeling en de uitvoering daarvan wordt in het vijfde jaar, uiterlijk voor 1 oktober 2027 geëvalueerd, mede ten behoeve van besluitvorming die betrekking heeft op artikel 22, onder 2 of 3. Deze besluitvorming door de colleges en de burgemeester van de gemeenten vindt vóór 31 december 2027 plaats.
Indien dit wordt getoetst aan artikel 11a van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen is te zien dat er in de Centrumregeling samenwerking Sociaal Domein Fryslân 2022 wordt voldaan aan de volgende punten: - wat er wordt geëvalueerd, namelijk de stand van zaken omtrent de samenwerking; - en hoe vaak er wordt geëvalueerd, namelijk eens in de twee jaren. Indien er wordt gekeken naar de verbeterpunten betreffende de evaluatiebepaling in de Centrumregeling samenwerking Sociaal Domein Fryslân 2022 is te zien dat er een specifieke maand opgenomen kan worden waarin de evaluatie plaatsvindt. Hierbij is het advies om de startdatum in te stellen op 01 oktober 2026 en de einddatum op 01 september 2027. Reden voor deze periode is vanwege de omvang van deze evaluatie. Er is in 2020 een uitgebreide langdurige evaluatie gedaan. Tevens ontbreekt in de Centrumregeling samenwerking Sociaal Domein Fryslân 2022 momenteel de wijze waarop er wordt geëvalueerd. Het advies hierin is om op te nemen dat een onafhankelijke externe partij de evaluatie uitvoert. Ad 2. De uittreding uit artikel 9 van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen: Allereerst verdient het de opmerking dat er momenteel in artikel 23 van de Centrumregeling samenwerking Sociaal Domein Fryslân 2022 wordt gesproken over de uittreding én de opheffing.
Aangezien de wijziging uit artikel 9 van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen zich enkel richt op de uittreding is het advies om het artikel niet langer samen te voegen in de uittreding en de opheffing, maar dit op te splitsen. Wanneer er wordt gekeken naar artikel 23 van de Centrumregeling samenwerking Sociaal Domein Fryslân 2022 is het volgende opgenomen betreffende de uittredingsbepaling: - Opheffing en uittreding is behoudens bijzondere omstandigheden niet mogelijk in de eerste zes jaar na 1 januari 2022. Van bijzondere omstandigheden is slechts sprake als hierover tussen de colleges en de burgemeesters van de gemeenten overeenstemming bestaat. - Deze regeling wordt opgeheven bij gelijkluidend besluit van de colleges en de burgemeesters van de gemeenten. Opheffing kan niet plaatsvinden zolang voor een van de
taken bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid, een wettelijke verplichting tot samenwerking bestaat, met uitzondering van de situatie waarin de deelnemende bestuursorganen voor die verplichte samenwerking reeds een ander samenwerkingsverband zijn aangegaan. Indien een besluit tot opheffing of uittreding, bedoeld in het eerste lid, wordt genomen, geven de colleges van de gemeenten gezamenlijk een onafhankelijke registeraccountant opdracht om een opheffingsplan op te stellen. Het college van de centrumgemeente is belast met de uitvoering van het opheffingsplan, bedoeld in het derde lid. Uit artikel 9 van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen 01-07-2022 blijkt dat de uittredingsbepaling iets moet zeggen over de voorwaarden van uittreding, de gevolgen van de uittreding (zoals de gevolgen voor het vermogen) en de vereffening van het vermogen. Wanneer de Centrumregeling samenwerking Sociaal Domein Fryslân 2022 wordt getoetst aan bovenstaande punten blijkt dat de gevolgen en de vereffening voor het vermogen ontbreken. Na het bestuderen van andere gemeenschappelijke regelingen was te zien dat er in de Gemeenschappelijke regeling Sociale werkvoorziening Fryslân in lid 3 van artikel 2.6 gebruik wordt gemaakt van het gevolg voor het vermogen. Onderstaand de desbetreffende bepaling: Bij uittreding stelt het algemeen bestuur de verplichtingen van de uittredende deelnemer vast.
Daarbij geldt als richtsnoer dat de uittredende deelnemer aan het openbaar lichaam gedurende vijf jaar te rekenen van de datum van uittreding (de realisering daarvan) af een bijdrage is verschuldigd, welke voor het eerste jaar 100%, voor het tweede jaar 80%, voor het derde jaar 60%, voor het vierde jaar 40% en voor het vijfde jaar 20% van de laatstelijk door de deelnemer verschuldigde jaarbijdrage kan belopen. Het algemeen bestuur regelt voorts zonodig de overige gevolgen van een uittreding. Het advies om een voorbeeld te nemen aan artikel 2.6 van de Gemeenschappelijke regeling Sociale werkvoorziening Fryslân en een soortgelijk lid op te nemen betreffende de (financiële) gevolgen van een uittreding. Bovenstaande bepaling van de Gemeenschappelijke regeling Sociale werkvoorziening Fryslân is vertaald naar Centrumregeling samenwerking Sociaal Domein Fryslân 2022. Hierbij zal de gedachtegang van deze bepaling gehanteerd worden, maar er is een aanpassing nodig met betrekking tot een grondslag die wordt gehanteerd in de berekening. Deze grondslag heeft betrekking op de exploitatie in het jaar waarin de uittreding wordt gedaan. Tevens is het advies om de termijn met de daarbij horende percentages, dat momenteel is opgenomen in artikel 2.6 van de Gemeenschappelijke regeling Sociale werkvoorziening Fryslân, aan te passen.
Het voorstel hierin is om een uittredingtermijn van maximaal drie jaar op te nemen en hierbij de volgende percentages aan te houden: Daarbij geldt als richtsnoer dat de uittredende deelnemer aan het openbaar lichaam gedurende drie jaar te rekenen van de datum van uittreding (de realisering daarvan) af een bijdrage is verschuldigd, welke voor het eerste jaar 100%, voor het tweede jaar 70%, voor het derde jaar 40%. Daarnaast is het advies om de bepaling uit artikel 23 lid 3 van de Centrumregeling samenwerking Sociaal Domein Fryslân 2022 te behouden. Dit lid heeft betrekking op het advies van een onafhankelijke derde. De onafhankelijke derde kan zich vervolgens uitlaten over de impact van deze uittreding, welke kosten brengt zich dat mee voor de centrumgemeente en wat is redelijkerwijs het bedrag waar je dan van uit mag gaan.
Voorstel bepaling uittreding 1. Bij uittreding stelt het algemeen bestuur de verplichtingen van de uittredende deelnemer vast. Daarbij geldt als richtsnoer dat de uittredende deelnemer aan het openbaar lichaam gedurende vijf jaar te rekenen van de datum van uittreding (de realisering daarvan) af een bijdrage is verschuldigd, welke voor eerste jaar 100%, voor het tweede jaar 70%, voor het derde jaar 40% van de laatstelijk door de deelnemer verschuldigde jaarbijdrage kan belopen. Het algemeen bestuur regelt voorts zonodig de overige gevolgen van een uittreding. 2. Indien een besluit tot opheffing of uittreding, bedoeld in het eerste lid, wordt genomen, geven de colleges van de gemeenten gezamenlijk een onafhankelijke registeraccountant opdracht om een opheffingsplan op te stellen. Overigens moet worden opgemerkt dat deze uittredingsbepaling op dit moment een puur hypothetische kwestie betreft. De Minister heeft aangeven in het kader van de hervormingen in de Jeugdzorg dat het wettelijk verplichte samenwerking wil opleggen. In deze wettelijke plicht wordt naar verwachting bepaald welke regio’s moeten samenwerken en hoogstwaarschijnlijk ook welke centrumgemeente hiervoor zal worden aangewezen. Dat maakt uittreding onmogelijk, aangezien we wettelijk gedwongen blijven te samenwerken in de huidige constellatie.
Dus deze aanpassing is meer een cosmetische om de regeling in lijn met de WGR te brengen. Ad 3. burgerparticipatie uit artikel 10 van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen Naast de extra invloed die de lokale politiek krijgt op de gemeenschappelijke regelingen, vergroot de wijziging van de wet gemeenschappelijke regelingen ook de mogelijkheden voor inspraak van de burger. De wijziging van de wet gemeenschappelijke regelingen voorziet in de introductie van de verplichting dat in de gemeenschappelijke regeling bepalingen zijn opgenomen over de wijze waarop ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van de regeling betrokken worden. De wet gemeenschappelijke regelingen laat overigens de vrijheid om te regelen dat een dergelijke inspraakmogelijkheid niet geboden wordt. Net als bij de bevoegdheid tot het indienen van zienswijzen door de lokale politiek over voorgenomen besluiten van het samenwerkingsverband, kan er dus voor worden gekozen om vast te leggen dat er geen inspraakmogelijkheid is. Het advies is om hierover aandacht te besteden in het huishoudelijk reglement van SDF.
De Centrumregeling samenwerking Sociaal Domein Fryslân 2022 ziet namelijk enkel op uitvoeringsaspecten, hierdoor is het niet noodzakelijk om deze bepaling op te nemen in de Centrumregeling samenwerking Sociaal Domein Fryslân 2022. EXTRA: Aanpassing van het artikel omtrent het Directeuren- en Managersoverleg Met de herziene regeling van 2022 heeft een nieuw gremium zijn intrede gedaan, te weten het Directeuren- en Managersoverleg. Dit overleg is een goed jaar onderweg en heeft zijn draai gevonden. Echter is de praktische werkwijze iets anders dan de in de regeling voorgestelde werkwijze. Dit betreft met name lid twee die nu als volgt luidt: “Het managementoverleg sociaal domein bestaat uit directeur MO van de centrumgemeente en vier tot zes managers van afdelingen/sectoren sociaal domein van de gastgemeenten die worden aangewezen door zowel het portefeuillehouderoverleg WMO en Jeugd via een gezamenlijke voordracht.” Omdat vrijwel elke gemeente de mogelijkheid wil hebben aan te kunnen sluiten bij dit overleg, en indien dat niet het geval is zelf wil kunnen kiezen hoe zij zich aldaar laten vertegenwoordigen, stellen we voor om het artikel aan te passen naar: “Het managementoverleg sociaal domein bestaat uit de directeur van de centrumgemeente en directeuren en/of managers van afdelingen/sectoren sociaal
domein van de gastgemeenten. Een gastgemeente kan zich door een directeur en/of manager van een andere gastgemeente laten vertegenwoordigen. Conclusie en vervolg Samenvattend dienen er drie twee aanpassingen doorgevoerd te moeten worden in de Centrumregeling samenwerking Sociaal Domein Fryslân 2022. Daarnaast dient addendum drie meegenomen te moeten worden in het huishoudelijk reglement van SDF. Verder stellen we u voor om artikel 14 lid 2 van de centrumregeling aan te passen zodat deze meer aansluit bij de praktijk van het Directeuren- en Managersoverleg SDF. De voorgestelde aanpassingen dienen uiterlijk 1 juli 2024 geïmplementeerd te zijn.