Beleidsnotite Duurzaamheid op Streek
Tekst van het document
Om geen condens op de constructie achter de isolatie te laten ontstaan, is het van belang om isolatiemateriaal te kiezen met een dampremmende laag aan de warme zijde van de ruimte. Holtes in de isolatie en aansluitingen die niet luchtdicht zijn brengen ook risico’s met zich mee. Isolatie aan de binnenzijde vereist dus een zeer zorgvuldige dampdichte en luchtdichte uitvoering. Isolatie aan de buitenzijde is op zich de meest gunstige methode, omdat er geen risico’s op condens ontstaan. Isoleren aan de buitenzijde betekent dat de pannen eraf gaan en er een isolatiepakket onder de pannen komt. Hierdoor neemt de dikte van het pakket toe en kunnen aansluitingen bij de dakgoot veranderen. Dit heeft vaak zichtbare gevolgen en is, zeker bij historische gebouwen, niet altijd wenselijk. De dikte van de isolatie is dus een belangrijk aandachtspunt bij het maken van keuzes. Muurisolatie Muren zijn in historische panden vaak niet geïsoleerd en er is ook niet altijd een spouw aanwezig. Er zijn meerdere manieren om muren te isoleren. Aan de binnenzijde is in de praktijk de meest voorkomende vorm van isolatie. Deze manier van isolatie vergt een aantal aandachtspunten. Zo is het belangrijk dat de muur in goede technische conditie is. Daarnaast liggen er vaak houten vloerbalken in de muren. Deze knooppunten zijn gevoelig voor te hoge vochtpercentages.
De houten constructie kan hierdoor schade oplopen. Muren kunnen aan de binnenzijde met verschillende methoden van isolatie worden voorzien: dampopen muurisolatie, dampdichte muurisolatie en capillair actieve muurisolatie. Alle capillair actieve systemen zijn per definitie dampopen isolatiemethoden. Een voorbeeld is het materiaal calcium silicaat. Bij de toepassing hiervan, voornamelijk gebruikt voor het isoleren van muren, kan condensatie ontstaan tussen het isolatiemateriaal en het metselwerk. Dit materiaal blijkt goed in staat dat condenswater vast te houden en her te verdelen. En wanneer het binnen- en/of het buitenklimaat gunstig is, kan dit water weer verdampen. Dit vermindert dus de kans op risico’s zoals schimmels. Dampopen materialen zijn ook ademend, maar zijn veel minder in staat om condenswater vast te houden, laat staan her te verdelen. Ze gedragen zich dus heel anders. Bij deze materialen is daarom vaak een dampremmende laag nodig om schade te voorkomen. Een voorbeeld van dampopen isolatiemateriaal is minerale wol. Het plaatsen van isolatie aan de buitenkant van het gebouw is het meest gunstig. Aansluitingen met houten vloerbalken zijn zo beschermd en vallen binnen de isolatie. Hierdoor ontstaat er geen risico op
29
condens in de constructie. Maar bij monumenten en andere beeldbepalende panden zoals in een beschermd gezicht is dit niet erg wenselijk omdat hiermee het aangezicht aan de buitenkant verandert. Daarnaast zijn vaak houten vloerbalken verbonden met de muren en deze aansluitingspunten vragen om specifieke aandacht als we isolatie toevoegen. Vloerisolatie Vooral historische vloeren zijn niet voorzien van isolatie. Dit heeft veel effect op het wooncomfort. ‘Koude voeten’ zorgen voor een onaangenaam comfort. Het is vaak goed mogelijk om vloeren van isolatie te voorzien. Dat kan op de bestaande vloer waardoor er wel een dikker pakket op de vloer komt, waardoor mogelijk deuren en andere elementen moeten worden aangepast. Deze optie kan ook hogere vochtgehaltes met zich meebrengen omdat de houten delen onder de isolatie kouder worden. Isolatie aan de onderzijde van de vloer is de meeste gunstige optie. De houten constructie wordt door de isolatie warmer, waardoor de kans op houtrot kleiner is. Bovendien is het zo ook nog mogelijk om de kruipruimte te blijven ventileren. Ook door isolatie op de bodem van de kruipruimte te plaatsen, gaat er minder warmte verloren. Deze methode is wel minder effectief. Daartegenover staat dat het gemakkelijk toe te passen is. Aandacht voor de natuur Gaat u uw huis isoleren? Denk dan ook aan de natuur.
Bij het isoleren komt het nog vaak voor dat dieren worden verstoord of gedood. Om dat te voorkomen schrijft de Natuurbeschermingswet voor dat in geval er vogels of andere beschermde dieren in het geding zijn een ontheffing noodzakelijk is. Een voornemen tot isoleren begint daarom met een ecologische quick scan waarin gekeken wordt of het te isoleren gebouw een geschikte plek is voor vogels of andere beschermde diersoorten. Als het gebouw geschikt is moet nader onderzoek plaatsvinden om na te gaan of er daadwerkelijk vogels of andere beschermde diersoorten aan de orde zijn en in welke mate. Een ontheffing van de Wet Natuurbescherming is nodig om de werkzaamheden te kunnen uitvoeren. Bij natuurvriendelijk isoleren krijgen de dieren de kans weg te vliegen vóórdat het isolatiebedrijf isoleert. Daarna wordt gezorgd voor nieuwe verblijfplaatsen voor de dieren. De gemeente Schiermonnikoog heeft voor een groot deel van het dorp al een Ecologische quickscan uitgevoerd. Wanneer een dergelijke quickscan nodig is, kan u tegen betaling van een beperkt bedrag gebruik maken van deze quick scan. Denk bij isolatie ook aan natuurvriendelijke isolatiematerialen. De mate waarin isolatiemateriaal natuurvriendelijk is leest u af uit de milieuclassificatie. Ons advies is, kies tenminste voor de klasse 3 (aanvaardbaar) en bij voorkeur voor de klasse 1 (beste keus) of 2 (goede keus).
30
4.3
Tips voor opwekking van duurzame energie; hoe doe ik het goed?
Zonnepanelen op het dak
Tip 1
Gebruik platte daken waarop zonnepanelen vanaf de openbare ruimte niet zichtbaar zijn
Als zonnepanelen in een flauwe hoek op het dak liggen zijn ze niet zichtbaar vanaf de openbare ruimte
Panden met platte daken die groot genoeg zijn kunnen goed benut worden voor zonnepanelen
Tip 2
Zorg voor simpele vormen, een heel dak of een gave vorm zoals een rechthoek. Zorg voor afstemming in kleur en zorg voor zonnepanelen zonder zilverkleurige randen
Zonnepanelen in eenvoudige vorm in een dak, aangepast aan de kleur van het dak, beter een vlak dan een vertanding die niet aansluit bij de dakvorm
Zonnepanelen zijn ook in roodbruine tinten verkrijgbaar
31
Met nieuwe materialen zoals een “zonnepan” kan je het volledige dak benutten
Eenvoudige vorm en aangepaste kleur op karakteristieke stolp
Zo dus niet ….geen gepuzzel op het dak, en geen zilverkleurige randen
En beter geen zwart op rood, of rood op zwart ….
Tip 3
Pak de kans om een (groot) dakvlak te benutten
Een groot dak levert potentieel veel zonne-energie. Energie benut kan worden voor De Stag zelf of kan dien als dak waar omwonenden een aandeel in kunnen nemen. Mits zorgvuldig ontworpen, is een dak van zonnepannen of een groot eenvoudige rechthoek van zonnepanelen goed in te passen op dit dak.
Een groot dak in het hart van het dorp is een kans
32
Tip 4
Benut aanbouwen of bijgebouwen in achtertuinen of overtuinen die minder waardevol zijn als de hoofdgebouwen
Op daken die vrijwel niet zichtbaar zijn vanaf de openbare weg door de teruggeschoven ligging óf de bouwvorm, zijn mogelijkheden voor plaatsing van zonnepanelen. Vooral als het minder monumentale bebouwing betreft.
Beter zonnepanelen op een bijgebouw dan op kenmerkende hoofdbebouwing
Isolatie
Tip 5
Gebruik de kenmerkende oude manieren om koude en warmte buiten te houden
Luiken voor de ramen zijn een goed voorbeeld van een oude manier om koude en warmte buiten te houden
Tip 6
Isoleer monumentale, markante en kenmerkende bebouwing aan de binnenzijde. Maak een goed plan met aandacht voor ventilatie en het voorkomen van vocht
Tip 7
In andere gevallen kan isolatie aan de buitenkant wel, let dan goed op dat daken en gevels goed op elkaar aansluiten
33
Tip 8
Isoleer ramen van monumentale, markante en kenmerkende bebouwing aan de binnenkant
Een goed voorbeeld van achterzetbeglazing (aan de binnenkant van de woning) waarbij het originele raam in tact blijft.
Zo dus niet, voorzetbeglazing maakt dat het originele raam nauwelijks meer zicht baar is (Bron: brochure Historische vensters isoleren van de Rijksdienst voor het cultureel erfgoed).
Warmtepompen
Tip 9
Benut een goed geluidsisolerende kast om een warmtepomp in te passen in het beschermde dorpsgezicht
De warmtepompen in het uitbreidingsplan van Schiermonnikoog aan de Oostelijke Reeweg zijn in nette kasten ondergebracht. Hoewel de geluidsisolerende werking wel tot klachten heeft geleid, zijn deze kasten qua uiterlijk goed inpasbaar ook in het beschermde dorpsgezicht.
Kast die qua beeld ook in het beschermde dorpsgezicht kan passen op minder opvallende delen van het erf (zie hoofdstuk 3)
34
5
5.1
AANPASSING WELSTANDNOTA
Begrenzing
De begrenzing van het deelgebied Streekbebouwing uit de Welstandnota december 2014 sluit niet geheel aan bij die van het beschermde dorpsgezicht. Er zijn verschillen in de perceelsbegrenzing. Deze zijn wat minder belangrijk dan de verschillen waar ook bebouwing in zit. We focussen hier op bebouwing die niet in het beschermde dorpsgezicht zit en wel onder de voorliggende beleidsnotitie valt. Dit zijn: ▪ ▪ ▪
De watertoren aan de noordzijde van het beschermde dorpsgezicht; Martjeland 2 aan de westzijde van het beschermde gezicht, en De bebouwing aan de oostkant van Rijsbergen (Knuppeldam).
Daarnaast is het deelgebied Streekbebouwing in de Welstandnota op enkele plekken juist groter dan het beschermde dorpsgezicht. Om deze reden spreken we bij de aanpassingen van bestaande teksten in de Welstandnota van “het deelgebied Streekbebouwing voor zover gelegen binnen het beschermde dorpsgezicht”. Het betreft: ▪ ▪
Een klein gebied aan de noordoostkant van het beschermde dorpsgezicht bij Tsjebbeglop, en De bebouwing ten zuiden van hotel van der Werff aan de Reeweg.
Grens beschermd dorpsgezicht volgens aanwijzing
35
Grens Streekbebouwing volgens Welstandnota Om de hiervoor omschreven verschillen in de gebiedsbegrenzingen geven wij in dit hoofdstuk aan waar de Welstandnota moet worden aangepast ten gevolge van het nieuwe beleid in het deelgebied 1 Streekbebouwing voor zover in het beschermde dorpsgezicht gelegen, deelgebied 2 Dorpsuitbreiding voor zover in het beschermde dorpsgezicht gelegen, deelgebied 7 voor zover in het beschermde dorpsgezicht gelegen en deelgebied 10/122 voor zover in het beschermde dorpsgezicht gelegen. 5.2
Aanpassingen en verwijzingen bestaande Welstandnota
Hoofdstuk 2 A en B In hoofdstuk 2B worden de samenvattende schema’s opgenomen die hierna worden aangegeven met de daarbij horende A3 kaart van deze beleidsnota bladzijde 10. In hoofdstuk 7 Bijlagen nemen we de volledige beleidsnota op. Het oorspronkelijke hoofdstuk 2 van de Welstandnota wordt hoofdstuk 2A. Bij de bladzijden uit de Welstandnota met een schema die gaan over de deelgebieden 1, 2, 7 en 12 wordt in de koptekst gemeld “voor het beleid van panden en erven die zijn gelegen in het beschermde dorpsgezicht en duurzaamheidsmaatregelen zoals plaatsing van zonne-installaties, gevelisolatie, dakisolatie, raamisolatie en warmtepompen verwijzen we naar het beleid verwoord in hoofdstuk 2B en toegelicht in de bijlage 4 Duurzaamheid op Streek”. Inhoud hoofdstuk 2B Het beschermde dorpsgezicht Schiermonnikoog betreft voornamelijk een groot deel van deelgebied 1 uit deze Welstandnota en voor kleine gedeelten ook deelgebied 2, 7 en 12. Op de bijgevoegde kaart met het beleid voor duurzaamheidsmaatregelen in het beschermde dorpsgezicht worden verschillende deelgebieden. Voor deze deelgebieden geldt beleid voor zonnepanelen en zonnecolectoren, voor gevel-, dak- en raamisolatie en voor de plaatsing van warmtepompen. In
2
De watertoren is in de Welstandnota als deelgebied 10 becijferd, maar draagt de kleur van bijzondere bebouwing in het buitengebied. Uit het schema dat hiervoor is opgesteld leiden we af dat het de bedoeling was om de watertoren in deelgebied 12 te plaatsen. 36
onderstaande schema’s wordt per deelgebied samengevat wat het beleid inhoudt. Voor de onderbouwing en bredere uitleg verwijzen we naar Bijlage 4 van hoofdstuk 7. Deelgebied streken met vrijwel aaneengesloten straatwand (zie paragraaf 3.1 in Bijlage 4) Soort duurzaamheidsmaatregel Zonne-installaties
Gevelisolatie Dakisolatie
Raamisolatie
Warmtepomp
Hoofdlijn beleid
Uitzonderingen
▪ ▪
Platte daken waarop zonne-installaties komen die niet zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte
Niet op daken hoofdgebouwen Wel mogelijkheden in bijbehorende overtuinen, zie deelgebied overtuinen Aan de binnenzijde Aan de binnenzijde met isolatiemateriaal met een dampremmende laag aan de warme zijde van de ruimte ▪ Bij historische panden alleen achterzetbeglazing, geen voorzetbeglazing ▪ Overigens vrij ▪ Niet vóór aaneengesloten straatwanden ▪ Kan in bijbehorende overtuinen, zie deelgebied overtuinen
Aan de buitenzijde als een dunne isolatiemat wordt gebruikt
Zie voor uitzonderingen blz. 27/28 Bijlage 4
Deelgebied streken met afwisselende straatwand (zie paragraaf 3.2 in Bijlage 4) Soort duurzaamheidsmaatregel Zonne-installaties
Gevelisolatie
Dakisolatie
Raamisolatie
Hoofdlijn beleid
Uitzonderingen
▪ ▪
Platte daken waarop zonne-installaties komen die niet zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte
Niet op daken hoofdgebouwen Wel mogelijkheden in bijbehorende overtuinen, zie deelgebied overtuinen Kan aan de buitenzijde m.u.v.: ▪ gevels uit gebakken materiaal in vooroorlogse panden; ▪ gebouwen met waardevolle cultuurhistorische elementen in de gevels In deze gevallen gevelisolatie aan de binnenzijde toepassen Kan aan de buitenzijde m.u.v.: ▪ gebouwen met bijzondere dakvormen die daardoor zouden worden gewijzigd Bij dit soort bijzondere dakvormen dakisolatie aan de binnenzijde toepassen met isolatiemateriaal met een dampremmende laag aan de warme zijde van de ruimte ▪ Bij historische panden alleen achterzetbeglazing, geen voorzetbeglazing ▪ Overigens vrij
Zie voor uitzonderingen blz. 27/28 Bijlage 4
37
Warmtepomp
Mogelijk mits passende positionering, eenvoudige vormgeving, en passend kleur- en materiaalgebruik
Deelgebied overtuinen (zie paragraaf 3.3 in Bijlage 4) Soort duurzaamheidsmaatregel Zonne-installaties
Hoofdlijn beleid
Uitzondering
▪
Als er geen mogelijkheden zijn op daken in de overtuin of op (collectieve) of eigen daken daarbuiten kan een grondopstelling onder voorwaarden. De opstelling ligt niet direct in het zicht, het groene karakter van de overtuin blijft overwegend (nl. voor meer dan 60% groen) gehandhaafd. De schaal van de grondopstelling is zeer beperkt (in afstemming op de inspiratiegids voor de overtuinen).
▪
Gevelisolatie
Dakisolatie
Raamisolatie Warmtepomp
Kan op daken van gebouwen die op basis van het omgevingsplan mogelijk zijn, mits deze in kleur, materiaal en compositie harmoniëren met de omgeving Kan niet in grondopstelling tenzij (zie uitzondering)
Kan aan de buitenzijde (recreatiewoningen of thuiswerkplekken/kantoor aan huis) mits materiaal en kleur aansluiten bij de omgeving Kan aan de buitenzijde (recreatiewoningen of thuiswerkplekken/kantoor aan huis) mits materiaal en kleur aansluiten bij de omgeving Geen voorwaarden Kan mits passende positionering, eenvoudige vormgeving en passend kleur- en materiaalgebruik.
Monumentale en markante bebouwing (zie paragraaf 3.4 in Bijlage 4) Soort duurzaamheidsmaatregel Zonne-installaties
Hoofdlijn beleid
Uitzondering
Niet op hoofdgebouwen
▪ ▪
Op niet of beperkt zichtbare aanof bijgebouwen Indien er dwingende reden zijn voor duurzame opwek (bijvoorbeeld voortbestaan van het gebouw) is een maatwerkontwerp mogelijk, passend in kleur en materiaal en zo mogelijk integraal voor het gehele dak. Een deskundigenadvies is noodzakelijk. Voorafgaand hieraan moeten alle andere oplossingsrichtingen zijn onderzocht volgens de stappen
38
die op bladzijde 24 in de Ladder zijn opgenomen. Gevelisolatie Dakisolatie
Raamisolatie
Warmtepomp
Aan de binnenzijde Aan de binnenzijde met isolatiemateriaal met een dampremmende laag aan de warme zijde van de ruimte Bij monumenten en markante gebouwen alleen achterzetbeglazing, geen voorzetbeglazing. Kan voor zover plaatsing van een warmtepomp mogelijk is op een niet of minder opvallend deel van het erf. Dit met een passende positionering, een eenvoudige vormgeving en passend kleur- en materiaalgebruik.
Aan de buitenzijde als een dunne isolatiemat wordt gebruikt
Zie voor uitzonderingen blz. 27/28 Bijlage 4
Overige bebouwing (zie paragraaf 3.5 in Bijlage 4) Soort duurzaamheidsmaatregel Zonne-installaties
Gevelisolatie
Dakisolatie
Hoofdlijn beleid
Uitzondering
Kunnen op: ▪ platte daken waarop zonneinstallaties door de hoogte of wijze van plaatsing niet zichtbaar zijn; ▪ op bijgebouwen of afdaken in niet of beperkt zichtbare achtertuinen; ▪ op de woningen in Zevenhuizen; ▪ op in het zicht gelegen gebouwen De Stag en ’t Kanaal, mits een goed ontwerp wordt gemaakt met veel gevoel voor de eenvoud en subtiliteit die op een opvallend dakvlak nodig is. Kan aan de buitenzijde m.u.v.: ▪ gevels uit gebakken materiaal in vooroorlogse panden; ▪ gebouwen met waardevolle cultuurhistorische elementen in de gevels In deze gevallen gevelisolatie aan de binnenzijde toepassen Kan aan de buitenzijde m.u.v.: ▪ gebouwen met bijzondere dakvormen die daardoor zouden worden gewijzigd Bij dit soort bijzondere dakvormen dakisolatie aan de binnenzijde toepassen met isolatiemateriaal
39
Raamisolatie
Warmtepomp
met een dampremmende laag aan de warme zijde van de ruimte Bij historische panden alleen achterzetbeglazing, geen voorzetbeglazing. ▪ Kan op een niet of minder opvallend deel van het erf ▪ Indien zichtbaar vanuit de openbare ruimte in passende positionering, eenvoudige vormgeving, en passend kleuren materiaalgebruik.
Zie voor uitzonderingen blz. 27/28 Bijlage 4
40