B&W 4 VFG Brief aan Kabinet Schoof AVG.
Tekst van het document
Aan: p/a
Leden van het kabinet Schoof Ministerie van Algemene Zaken Postbus 20001 2500 EA Den Haag
Afz.: Verenigingen Groninger en Friese gemeenten p/a Hofplein 38 8911 HJ Leeuwarden Telefoon 058 – 233 4053 vfg@vfg-fryslan.nl Datum: 6 augustus 2024 Ons kenmerk: 24.005 Betreft: Gevolgen rijksbeleid voor noordelijke gemeenten Geachte leden van het kabinet Schoof, Bij de start van uw kabinet willen wij u graag veel wijsheid en daadkracht toewensen om elke regio te laten meetellen. Wij doen dit als medeoverheden, helaas niet zonder zorg. In zijn algemeenheid willen wij uw aandacht vragen voor de zeer penibele financiële situatie van gemeenten, ook wel gevat onder het begrip “ravijnjaar 2026”. Wij steunen de VNG voluit in alle pogingen om dit tij te keren. Daarnaast hebben wij als noordelijke gemeenten ook eigen redenen om u deze brief te schrijven. Het gaat daarbij om onderwerpen die een botsing tussen systeem- en leefwereld veroorzaken: 1. Effecten van rijksbeleid op plattelandsgemeenten. Het rijksbeleid gaat doorgaans uit van massa en niet van inwoners verspreid levend over een relatief groot gebied. Ons concrete verzoek: voer een regiotoets uit die de gevolgen meeneemt voor plattelandsgemeenten bij de vorming of bijstelling van beleid (de bestaande regiotoets doet dit niet). 2. De herijking (oftewel verdeling) van het gemeentefonds, die het vorige kabinet zonder instemming van de gemeenten en ondanks zwaarwegende bezwaren van het ROB toch heeft doorgezet.
Onze concrete verzoeken: a. houdt het afgesproken ingroeipad bevroren zolang de onderzoeken en evaluaties van de herverdeling niet afgerond en in het model verwerkt zijn, om nog grotere tekorten in noordelijke gemeenten te voorkomen; b. zet de verevening van de OZB (Onroerend Zaak Belasting) op 100%. 3. De uitname in 2022 uit het gemeentefonds met ruim 2 miljard vooruitlopend op een wijziging in de systematiek van het financieren van decentrale overheden door het vergroten van het eigen belastinggebied van decentrale overheden. Deze vergroting van het belastinggebied heeft niet plaatsgevonden en zou ook negatieve gevolgen hebben voor de noordelijk gemeenten. Deze uitname uit het gemeentefonds moet teruggedraaid worden.
1
Ad 1. Effecten van rijksbeleid op plattelandsgemeenten Te vaak noteren wij dat Haags beleid niet aansluit op de leefwereld van inwoners in plattelandsgemeenten. Daarom willen wij een regiotoets die deze effecten meeweegt en waar nodig zorgt voor aanpassing van beleid. Enkele voorbeelden: a. Fiscale maatregelen. Rekeningrijden. Inwoners van het platteland moeten relatief grote afstanden afleggen om voorzieningen of werkplek te bereiken. Een goed alternatief in de vorm van openbaar vervoer is er vaak niet, waardoor rekeningrijden niet kan leiden tot andere keuzes van inwoners maar wel leidt tot vervoersarmoede. b. Transitie platteland. Onder het vorige kabinet waren gebiedsprocessen gestart waarbij in hoge mate gebruik werd gemaakt van de aanwezige gemeenschapskracht in onze gemeenten. Door het grotendeels wegvallen van geld (gebruikt als vliegwiel) dreigen deze processen nu tot stilstand te komen, terwijl ze van groot belang zijn voor de leefbaarheid. c. Energietransitie. Op huishoudniveau hebben inwoners veel baat bij iets als een warmtenet. Maar omdat de overheid uitgaat bij het aanleggen en aansluiten van zo’n net van “businesscases” en niet van een nutsvoorziening, komen projecten geschikt voor kleinere groepen huishoudens niet van de grond. Als vervolgens het zoeken naar oplossingen stopt, wordt het platteland in de kou gezet.
Stimuleer daarom oplossingen die ook kleinschalig ingezet kunnen worden, zoals lokale opslag. d. Wonen. Het aanjagen van meer woningbouw ging onder het vorige kabinet uit van grootschalige projecten, kennelijk onder het motto grote stappen snel thuis. Voor veel plattelandsgemeenten zijn de minimaal vereiste aantallen niet reëel en is inpasbaar bouwen noodzakelijk. Waarmee de rijksoverheid in plattelandsgemeenten woningbouw niet stimuleert. Zoals gezegd zijn dit maar enkele voorbeelden, en om u niet te hoeven bestoken met een brief bij elk aangekondigd beleid, pleiten wij daarom voor genoemde regiotoets. Ad 2. Herijking gemeentefonds Voorop gesteld: het gaat in deze discussie niet om de simplificering van voor- of nadeelgemeenten, van rood of groen kleuren op een kaartje. Waar het ons wel om gaat: is een verdeling transparant, uitlegbaar, en klopt het met de daadwerkelijke situatie waar gemeenten zich in bevinden. In een situatie waar er sprake is van een hardnekkige slechtere sociaaleconomische situatie is het namelijk zeer vreemd dat gemeenten gekort worden. Wij hebben twee concrete verzoeken. Bevries het ingroeipad. Onder het vorige kabinet zijn onderzoeken opgestart om te kunnen bepalen of de herijking bijgesteld dient te worden. Na veel geduld van onze kant beginnen nu de eerste resultaten duidelijk te worden.
De herijking is in 2023 ingevoerd, en daarbij is een zogenaamd “ingroeipad” afgesproken om de gevolgen niet in één klap door te voeren. Omdat de onderzoeken lang op zich laten wachten, en omdat de eerste tekenen zijn dat het model onvolmaakt is, verzoeken wij u om de bevriezing van het ingroeipad in stand te houden, zolang de conclusies uit de onderzoeken en de evaluaties niet doorgevoerd zijn. Zeker gezien de gevolgen van de herverdeling van het gemeentefonds voor de meeste noordelijke gemeenten. Zet de OZB-verevening op 100%. Het nu toegepaste vereveningspercentage van 70-80% leidt tot het oplopen van verschillen tussen gemeenten. Met name gemeenten met relatief lage WOZ waarden en hoge OZB tarieven worden tekort gedaan. Hoewel wij mee kunnen gaan in de redenatie dat een verdeelmodel niet bedoeld is om achterstanden in te lopen, zult u het toch met ons eens zijn dat het ook niet mag leiden tot het verder oplopen van achterstanden. Met het huidige vereveningspercentage van 70%, in plaats van het door het ROB geadviseerde percentage van 90100%, is dat precies wat er gebeurt.
2
Ad 3. Korting van ruim 2 miljard Tot deze korting in 2022 besloten vooruitlopend op veranderend rijksbeleid om het eigen belasting gebied van decentrale overheden te vergroten in combinatie met een verlaging van de Rijksbelastingen om de belastingdruk voor burgers niet te vergroten. Deze vergroting van het belastinggebied voor gemeenten heeft niet plaatsgevonden, waardoor gemeenten gekort worden zonder dat daar mogelijkheden voor het genereren van inkomsten van gemeenten tegenover staan. Noordelijke gemeenten zijn door deze uitname geraakt, terwijl de mogelijkheden voor het genereren van eigen belastinginkomsten juist voor de noordelijke gemeenten met een groot platteland al veel moeilijker is. Deze voorgenomen uitname moet gecorrigeerd worden. Wij nodigen u uit voor een werkbezoek aan de noordelijke gemeenten, zodat u met eigen ogen kennis kunt nemen van de situatie in het Noorden en kunt zien waarom herijking van Haags beleid urgente aandacht behoeft. De modelwereld van Den Haag pakt te vaak desastreus uit in de leefwereld van bewoners van noordelijke gemeenten. Een afschrift van deze brief sturen wij ook naar de Tweede Kamer. Met vriendelijke groet, de Vereniging van Friese Gemeenten en de Vereniging van Groninger Gemeenten,
Ard van der Tuuk Voorzitter Vereniging van Groninger Gemeenten, Burgemeester gemeente Westerkwartier
Fred Veenstra Voorzitter Vereniging van Friese Gemeenten, Burgemeester gemeente De Fryske Marren
cc. VNG Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, minister Judith Uitermark Ministerie van Financiën, staatssecretaris Folkert Idsinga Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke ordening, minister Mona Keijzer Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, minister Femke Wiersma De Tweede Kamer, specifiek de vaste Kamercommissies voor Binnenlandse Zaken, Financiën, Economische Zaken & Klimaat en Landbouw, Natuur & Voedselkwaliteit. Gedeputeerde Staten van Fryslân, portefeuillehouder Financiën Gedeputeerde Staten van Groningen, portefeuillehouder Financiën
3