B&W 3-5 Gebiedsinvestering bijlage 2c Regioplan Bijlage 3_Richtlijnen Financiele Voorwaarden FND
Tekst van het document
Richtlijnen financiële voorwaarden Fonds Nieuwe Doen
Versie Ingangsdatum Status Aantal pagina’s Aantal bijlagen Auteurs
: : : : : :
1.0 21 juni 2023 Definitief 16 1 G. Eijkelenboom en A.G. van Moock
Voor akkoord
:
Het bestuur van de Stichting
© Stichting Fonds Leefbaarheid, Zorg en Energie Groningen h.o.d.n. Fonds Nieuwe Doen Colofon: Fonds Nieuwe Doen is mogelijk gemaakt door een subsidie van de provincie Groningen
210623 Richtlijnen financiële voorwaarden FND
1 van 16
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING ....................................................................................................... 3 1.1 DOELSTELLING VAN DIT DOCUMENT ...........................................................................3 1.2 BELANGRIJKE UITGANGSPUNTEN................................................................................3 1.3 OPBOUW VAN DIT DOCUMENT ..................................................................................3
2 3
RICHTLIJNEN TEN AANZIEN VAN DE LOOPTIJD VAN FINANCIERINGEN .............. 4 RICHTLIJNEN TEN AANZIEN VAN DE KREDIETRENTE ......................................... 5 3.1 RENTE OP UITSTAANDE MIDDELEN .............................................................................5 3.2 RENTE OP GERESERVEERDE MIDDELEN ........................................................................7 4 OVERIGE RICHTLIJNEN..................................................................................... 7 5 KADER EN TOETSING MET BETREKKING TOT STAATSSTEUN ............................. 8 5.1 INLEIDING .............................................................................................................8 5.2 STAATSSTEUNTOETS PER PROJECT ..............................................................................8 BIJLAGE 1: RECENTE TARIEVENBLADEN BASISRENTE EN OPSLAGEN ....................... 16
210623 Richtlijnen financiële voorwaarden FND
2 van 16
1
Inleiding
1.1
Doelstelling van dit document
Dit document heeft tot doel om de richtlijnen van de Stichting Fonds Leefbaarheid, Zorg en Energie Groningen, handelend onder de naam Fonds Nieuwe Doen (hierna FND) ten aanzien van de financiële voorwaarden die het verbindt aan financieringen, zodanig vast te leggen dat dit zorgt voor een transparante vaststelling van parameters die te allen tijde verantwoord kan worden. Deze richtlijnen hebben betrekking op het Energiefonds Groningen, het Leefbaarheidsfonds Groningen, het Zorgfonds Groningen en het Fonds Ontwikkelkosten Energiecoöperaties Groningen. 1.2 ▪
Belangrijke uitgangspunten FND is als maatschappelijk fonds bedoeld voor projecten die ondanks een haalbare business case onvoldoende door de reguliere markt bediend (kunnen) worden. Dientengevolge kan het zijn dat FND rekening moet houden met onderscheidende financiële voorwaarden: lagere rentes, langere looptijden en/of hogere risicoprofielen. Tegelijkertijd geldt: –
FND is een revolverend fonds: de bedoeling is om middelen meerdere malen uit te zetten. Té lange looptijden kan het revolverend karakter in gevaar brengen.
–
Rentebaten zijn een voorname inkomstenbron voor FND ten behoeve van de exploitatie van het fonds. Té lage rentes zorgen voor onvoldoende opbouw van eigen vermogen.
–
Het fondsvermogen van FND bestaat uit publieke middelen die in beginsel terugkeren naar de provincie Groningen. In de weging van risico’s dient door FND derhalve maximale zorgvuldigheid te worden betracht.
▪
Deze richtlijnen beperken zich tot de financiële voorwaarden van leningen.
▪
De volgende documenten vormen de basis voor deze richtlijnen: –
Akte van oprichting van de FND.
–
Investeringsreglement FND 2023, vastgesteld op 21 juni 2023 door het bestuur van FND.
–
Intern procedurehandboek, vastgesteld op 21 juni 2022 door het bestuur van FND.
Externe documenten: De volgende publicaties van de EU : –
Mededeling van de EC 2008/C 14/02 over (herziene) methode voor vaststelling van referentie- en disconteringspercentages, PbEU C 14/6 van 19 januari 2008.
–
EU Verordening 1407/2013 d.d.18 december 2013 betreffende de toepassing en werking van de-minimissteun, PbEU L 352/1 van 24 december 2013.
–
EU Verordening Nr. 651/2014 d.d. 17 juni 2014 betreffende de Algemene Groepsvrijstelling, PbEU L 187/1 van 26 juni 2014, laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) 2021/1237 van de Commissie van 23 juli 2021, PbEU L 270/39 van 29 juli 2021.
– 1.3
Opbouw van dit document
Het document gaat in op de volgende elementen: ▪ Richtlijnen ten aanzien van de looptijd van financieringen 210623 Richtlijnen financiële voorwaarden FND
3 van 16
▪ ▪ ▪
Richtlijnen ten aanzien van kredietrente Overige richtlijnen Kader en toetsing met betrekking tot staatssteun
2
Richtlijnen ten aanzien van de looptijd van financieringen
De gewenste c.q. vereiste looptijd van financieringen zal per project verschillend zijn. FND hanteert bij het vaststellen van de looptijd de volgende uitgangspunten: ▪ Teneinde een maximale revolverende factor te bewerkstelligen zet FND in op een zo kort mogelijke looptijd doch maximaal 15 jaar. Voor het Leefbaarheidsfonds Groningen en het Zorgfonds Groningen geldt een maximale looptijd van 20 jaar. ▪
Voor het Fonds Ontwikkelkosten Energiecoöperaties Groningen geldt een maximale looptijd van 3 jaar.
▪
Geldleners zijn bevoegd tot het vervroegd aflossen van de gehele uitstaande hoofdsom op ieder moment gedurende de looptijd van de Lening. Met dien verstande dat de Lening na een looptijd van 5 jaar geheel boetevrij vervroegd mag worden afgelost en tussentijdse gedeeltelijke aflossing altijd boetevrij per jaar mogelijk is tot maximaal 20% van de oorspronkelijke hoofdsom. Indien er tussentijds een gedeeltelijke vervroegde aflossing plaats zal vinden die groter is dan 20% van de oorspronkelijke hoofdsom, dan is FND bevoegd om een boeterente in verband met voortijdige vervroegde aflossing in rekening te brengen. FND heeft de bevoegdheid om bij extra en/of algehele voortijdige aflossing een boeterente in rekening te brengen bij geldleners Indien wenselijk neemt FND voorwaarden op in de financieringsovereenkomst met betrekking tot verplichte vervroegde aflossing.
▪ ▪ ▪
Voor lichte financieringen gelden standaard aflossingstermijnen die worden vastgesteld in een daartoe bestemde Regeling Lichte Financieringen.
▪
De fondsmanager stuurt op een (gewogen) gemiddelde looptijd over het totale projectportfolio (afgesloten en kansrijke projecten) van 10 jaar, zijnde de looptijd die in de meerjarenbegroting als aanname geldt.
210623 Richtlijnen financiële voorwaarden FND
4 van 16
3
Richtlijnen ten aanzien van de kredietrente
3.1
Rente op uitstaande middelen
Uitgangspunt voor de leningen vormt, conform het Investeringsreglement van FND, dat de uitgezette middelen een marktconform rendement opleveren. Dat geeft een indicatie van de rente die zou moet worden berekend, waarbij echter tegelijkertijd het volgende moet worden aangetekend: ▪ FND is in het leven geroepen om te voorzien in een financieringsbehoefte die thans niet wordt voorzien door reguliere financiers. ▪
Het is met betrekking tot de doelgroep lastig om te bepalen wat “marktconform” is; er is veelal geen rating voorhanden.
▪
FND weegt het te genereren maatschappelijk rendement (vitaliteit leefomgeving, duurzame energie, innovatie en gerelateerde werkgelegenheid) op kwalitatieve wijze mee in de finale bepaling van het rentepercentage, hetgeen private financiers normaal gesproken niet doen.
Om de marktconformiteit te kunnen bepalen, hanteert FND voor het vaststellen van de kredietrente de volgende uitgangspunten: ▪ Het rentetarief dat FND hanteert bij haar financieringen bestaat uit: 1. Basisrente 2. Risico-opslag 3. Rentevast-opslag 4. Indien van toepassing en vanuit Staatssteun oogpunt toegestaan: Opslag bij achterstelling van de door FND verstrekte lening. ▪
Het rentetarief staat vast voor de gehele looptijd van de financiering.
▪
De rente wordt berekend over het uitstaande saldo en op jaarbasis, te betalen per maand, kwartaal of jaar achteraf. (Ter berekening van de rente wordt een jaar gesteld op driehonderdzestig (360) dagen en een maand op dertig (30) dagen).
▪
FND is gerechtigd af te wijken van deze beginselen indien zij daar aanleiding toe ziet.
▪
Indien als gevolg van het gehanteerde rentepercentage de Europese Commissie oordeelt dat er sprake is van ongeoorloofde staatssteun (zie hoofdstuk 5), dan zal in ieder geval het rentepercentage door FND worden gecorrigeerd en met terugwerkende kracht van toepassing zijn op de financiering
▪
Bovenstaande is mede afhankelijk van de uitkomsten van het oordeel van de Europese Commissie, waarbij het mogelijk is dat er verdere maatregelen getroffen moeten worden.
Vaststelling basisrente De basisrente wordt vastgesteld conform de Mededeling van de EC 2008/C 14/02 over (herziene) methode voor vaststelling van referentie- en disconteringspercentages: ▪ De basisrente die vanaf de eerste (werk)dag van enig jaar of kwartaal van kracht is, wordt berekend als het gemiddelde van de eenjaars EURIBOR-tarieven op de eerste (werk)dag van de 3 voorafgaande maanden van het betreffende jaar of kwartaal.
▪
Als referentie voor de EURIBOR-tarieven wordt de website nl.euribor-rates.eu gebruikt.
▪
Er wordt een minimum basisrente van 0,7% gehanteerd, hetgeen gelijk is aan de minimum-rente die FND verschuldigd is aan de provincie voor de aan FND uitgekeerde fondsmiddelen.
210623 Richtlijnen financiële voorwaarden FND
5 van 16
Vaststelling risico-opslag De risico-opslag wordt bepaald door de lengte van de looptijd en het risicoprofiel van een project (aanwezigheid van zekerheden). Omwille van de eenvoud wordt het volgende ratingsysteem als uitgangspunt gehanteerd:
Risico-opslag Rating categorie 1 2 3
Duiding Opslag basispunten Voldoende zekerheden en looptijd ≤ 7 jaar * - ** Voldoende zekerheden of looptijd ≤ 7 jaar ** - *** Onvoldoende zekerheden en looptijd > 7 jaar *** - ****
Vaststelling rentevast-opslag FND werkt niet met variabele rentetarieven maar stelt de rente eenmalig vast bij het aangaan van de financiering. Daarbij hanteert FND de volgende rentevast-opslag die afhankelijk is van de looptijd van een project:
Rentevast-opslag Rentevast-periode 1-5 jaar 6-10 jaar 11-15 jaar
Opslag basispunten # - ## ## - ### ### - ####
Opslag bij achtergestelde leningen Het fonds kan in voorkomende gevallen een achtergestelde lening verstrekken, voor zover dit passend is binnen de geldende staatssteunkaders. Afhankelijk van het risicoprofiel van de financiering kan FND een opslag hanteren van nul tot 500 basispunten. Aandachtspunten: ▪ Basisrente, risico-opslag en rentevast-opslag worden in beginsel één keer per jaar aangepast en stilzwijgend verlengd zolang geen aanpassing heeft plaatsgevonden. De fondsmanager kan het bestuur van FND voorstellen de basisrente en/of opslagtarieven tussentijds aan te passen indien hij/zij hiertoe aanleiding ziet (bijvoorbeeld in het geval van aanzienlijke en onverwachte schommelingen van de EURIBOR). ▪
Voor aanpassing van basisrente en opslagtarieven legt de fondsmanager een voorstel ter goedkeuring voor aan het bestuur.
▪
Meest recente Tarievenbladen zijn toegevoegd in Bijlage 1.
▪
In voorkomende gevallen worden meerdere rentetarieven gedurende de looptijd van een project gehanteerd. Bijvoorbeeld: jaar 1-5 een rente van 3% en jaar 6-10 een rente van 5%.
▪
Voor lichte financieringen geldt een afwijkende rentesystematiek die is vastgesteld in de daartoe bestemde Regeling Lichte Financieringen.
▪
Het bestuur heeft de ruimte om van bovenstaande opslagsystematiek beargumenteerd af te wijken, voor zover binnen de grenzen van het staatssteunrecht toegestaan.
210623 Richtlijnen financiële voorwaarden FND
6 van 16
3.2
Rente op gereserveerde middelen
Binnen een financieringsovereenkomst wordt standaard een bepaling opgenomen dat de overeenkomst eindigt wanneer niet binnen een bepaalde termijn een betalingsverzoek is gedaan aan FND en daarbij aan alle opschortende voorwaarden is voldaan. Doorgaans wordt deze termijn op één jaar gesteld. Dit impliceert dat FND een leenbedrag maximaal één jaar in depot houdt: andere projecten kunnen geen aanspraak maken op deze middelen. FND behoudt zich het recht voor om een depotrente te rekenen over het gereserveerde bedrag: ▪ FND besluit per project tot het al dan niet instellen van depotrente voor de gehele of voor een deel van de reserveringstermijn. ▪
De depotrente wordt per project vastgesteld. Als richtlijn geldt de basisrente + * opslagpunten (=laagste rating categorie).
▪
Afspraken omtrent depotrente worden in de financieringsovereenkomst vastgelegd.
3.3
Rente Fonds Ontwikkelkosten Energiecoöperaties Groningen
De rente voor leningen die worden afgesloten binnen het Fonds Ontwikkelkosten Energiecoöperaties Groningen bedraagt 1,2% vast.
4
Overige richtlijnen
Voor een eenduidige vaststelling van financiële voorwaarden maakt FND gebruik van een formulier vaststelling financiële voorwaarden (zie Intern procedurehandboek voor een format). Daarbij spelen naast looptijd en rente ook de volgende parameters een rol: ▪ Bedrijfsfinanciering vs projectfinanciering: FND geeft de voorkeur aan financiering van een ‘schone’ projectentiteit, die louter gericht is op het uitvoeren van de door FND gefinancierde activiteit. FND sluit bedrijfsfinanciering niet uit, maar zal in dat geval specifieker aandacht besteden aan de kredietwaardigheid van de onderneming, de invloed van het project en de financiering op de kaspositie van de onderneming en zal maximaal borgen dat de middelen ten goede komen aan deze activiteit. Bij lichte financiering is altijd sprake van bedrijfsfinanciering. Hiervoor vindt normaal gesproken geen extra kredietwaardigheidstoets plaats, tenzij de fondsmanager daar aanleiding toe ziet. ▪
Aflossingsvrije periode: FND is gerechtigd een aflossingsvrije periode toe te passen binnen een financiering, om de liquiditeit en/of solvabiliteit van een project op een aanvaardbaar niveau te krijgen.
▪
Zekerheden: FND zal bij iedere financiering streven naar maximale zekerheden in de vorm van hypotheekrecht (indien mogelijk). Indien voor het welslagen van een project noodzakelijk kan FND besluiten om zonder zekerheden te financieren dan wel achtergesteld (mits dit niet leidt tot ongeoorloofde staatssteun) te financieren.
In de financieringsovereenkomst zal FND verder onder meer bepalingen opnemen ten aanzien van: ▪
(Opschortende) voorwaarden: In de financieringsovereenkomst wordt een opsomming van voorwaarden gegeven waaraan de initiatiefnemer moet voldoen voordat hij de middelen van de financiering krijgt uitgekeerd. Voor een deel betreffen dit voorwaarden in de vorm van documenten die reeds deel uit maken van de financieringsaanvraag: aan deze voorwaarden is dan reeds voldaan. Wat resteert zijn opschortende voorwaarden: bij een
210623 Richtlijnen financiële voorwaarden FND
7 van 16
betalingsverzoek zal FND pas tot uitkering overgaan als aan al deze voorwaarden is voldaan. ▪
Rapportageverplichtingen: bij reguliere financieringen wordt van de initiatiefnemer een jaarrekening gevraagd en eventuele aanvullende informatie op basis waarvan kan worden bepaald hoeveel energie is bespaard en/of opgewekt. Bij lichte financieringen geldt geen rapportageplicht.
5
Kader en toetsing met betrekking tot staatssteun
5.1
Inleiding
FND richt zich primair op financiering van kwalitatief goede businesscases van initiatiefnemers die vanuit reguliere financieringskanalen niet of niet in voldoende mate in aanmerking komen voor financiering. Er is sprake van suboptimale investeringssituaties waaraan marktfalen ten grondslag ligt. Dit marktfalen legitimeert als het ware de inzet van publieke middelen bij deze projecten. In dat geval kan sprake zijn van staatssteun. Geborgd moet worden dat de steun die verstrekt wordt vanuit FND te allen tijde voldoet aan de eisen zoals gesteld door de Europese staatssteunregels. In onderhavig hoofdstuk wordt nader uitgewerkt op welke wijze FND voor iedere voorgenomen financiering uit één van de drie fondsen (a) toetst of er sprake is van staatssteun en, zo ja, (b) aan welke voorwaarden de voorgenomen financiering dient te voldoen zodat de staatssteun als geoorloofd kan worden aangemerkt. Hiertoe wordt gebruik gemaakt van de volgende staatssteunvrijstellingsverordeningen: ▪ de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV, EU 651/2014, laatstelijk gewijzigd bij EU 2021/1237; en ▪ de ‘de- minimisvrijstellingverordening’ (EU 1407/2013). 5.2
Staatssteuntoets per project
Bij financiering vanuit FND wordt een staatssteuntoets gevolgd die bestaat uit de volgende 4 stappen: Stap1: Bepalen of de financiering marktconform is. > Is het antwoord ‘ja’, dan is er geen sprake is van staatssteun en is verdere toetsing niet nodig > Is het antwoord ‘nee’, dan volgt Stap 2 Stap2: Bepalen of er sprake is van een grensoverschrijdend effect. > Is het antwoord ‘ja’, dan volgt Stap 3 > Is het antwoord ‘nee’, dan is geen sprake van staatssteun en is verdere toetsing niet nodig Stap 3: Bepalen of voldaan wordt aan de voorwaarden van de AGVV? > Is het antwoord ‘ja’, dan is de staatssteun geoorloofd > Is het antwoord ‘nee’, dan volgt Stap 4 Stap 4: Bepalen of voldaan wordt aan de voorwaarden van de de-minimisverordening? > Is het antwoord ‘ja’, dan is de steun geoorloofd > Is het antwoord ‘nee’, dan is de staatssteun niet geoorloofd en kan de financiering geen voortgang vinden. De vier stappen worden hieronder nader uitgewerkt. 210623 Richtlijnen financiële voorwaarden FND
8 van 16
Stap 1: Toetsing marktconformiteit Om te bepalen of de voorgenomen financieringsrente marktconform is dient deze te worden vergeleken met de referentierente op grond van de ‘Mededeling van de Commissie over de herziening van de methode waarmee de referentie- en disconteringspercentages worden vastgesteld (2008/C 14/02)’ (hierna te noemen: Mededeling Rente). Is de voorgenomen financieringsrente hoger of gelijk dan de referentierente, dan is de financiering marktconform en is er geen sprake van staatssteun. In onderstaande matrix is aangegeven welke opslagen dienen te worden toegepast, afhankelijk van de rating van de betrokken onderneming en de geboden zakelijke zekerheden.
In het geval van een achtergestelde lening wordt de referentierente berekend door de door de Europese Commissie vastgestelde basisrente te vermeerderen met de opslag die voortvloeit uit de lage zekerheden en rating die een trap lager is dan de rating van de doelonderneming op grond van de Mededeling rentes (conform de beschikking van de Europese Commissie van 6 juli 2010 inzake de maatregel “KfW-Kapital für Arbeit und Investitionen”). Bijvoorbeeld: voor een achtergestelde lening met een rating BBB en een normale zekerheid, moet in plaats van een opslag van 100 punten, een opslag van 220 punten gehanteerd worden (deze opslag correspondeert met de opslag voor een concurrente lening aan een onderneming met rating BB en een normale zekerheid). Nb. De tabel in de Mededeling Rente geeft - in verband met de hiervoor opgenomen systematiek - geen oplossing voor achtergestelde leningen aan ondernemingen met een rating CCC. Stap 2: Bepaling grensoverschrijdend effect Van mogelijk ongeoorloofde staatssteun is sprake als wordt voldaan aan alle van de volgende criteria: 1. De steun wordt door staatsmiddelen bekostigd. 2. Deze staatsmiddelen verschaffen een economisch voordeel dat niet via normale commerciële weg zou zijn verkregen (non-marktconformiteit); 3. De steun wordt verleend aan een onderneming die een economische activiteit verricht; 4.
De maatregel is selectief: het geldt voor één of enkele ondernemingen, een specifieke sector/regio; 5. De maatregel vervalst de mededinging (in potentie) en (dreigt te) leiden tot een ongunstige beïnvloeding van het handelsverkeer in de EU.
210623 Richtlijnen financiële voorwaarden FND
9 van 16
Ad 1. Is de maatregel met staatsmiddelen bekostigd? Dit is evident voor alle steun die FND verleent. Ad 2. Levert de steun een niet-marktconform voordeel op? Dit is onder Stap 1 reeds vastgesteld. Ad 3. Steun gericht op een onderneming die een economische activiteit verricht. Hoewel FND zich strikt genomen niet louter richt op ondernemingen die een economische activiteit verrichten, zal voor de meeste initiatiefnemers gelden dat hun activiteit plaatsvindt in een marktomgeving, waarmee zij voldoen aan de genoemde definitie. Ad 4. Is de steun selectief: gericht op één onderneming of een beperkte groep of sector A-priori is er bij FND sprake van selectieve steun: FND richt zich immers enkel op initiatieven/initiatiefnemers in de provincie Groningen. Daarbij is het van belang dat onder de definitie van onderneming alle entiteiten vallen die een economische activiteit bedrijven, ongeacht de rechtsvorm en de wijze waarop deze wordt gefinancierd. Dit kunnen naast BV’s dus bijv. ook stichtingen en verenigingen zijn. Ad 5. Heeft de steun een ongunstig effect op het handelsverkeer tussen lidstaten? De mate waarin er sprake is van beïnvloeding van het handelsverkeer tussen lidstaten bij financieringen van de aard en omvang die FND uitzet is vatbaar voor discussie. Met name het Leefbaarheidsfonds en het Zorgfonds kennen doelgroepen die een overwegend lokaal publiek bedienen c.q.
waarvan niet te verwachten is dat deze klanten/investeerders uit andere lidstaten zullen aantrekken. Voorbeelden: ▪ Sport- buurt en recreatievoorzieningen die overwegend lokaal publiek bedienen. ▪ Zorginstellingen met een zuiver lokaal karakter. Beoordeeld moet worden om wat voor onderneming het gaat en op welke markt deze onderneming zich begeeft. Uit besluiten van de Commissie volgt dat ten aanzien van steun in de zorgsector de Commissie bij haar beoordeling of een steunmaatregel het handelsverkeer binnen de EU ongunstig kan beïnvloeden, rekening houdt met de volgende indicatoren: - Het soort zorg dat wordt aangeboden. Gaat het om standaard zorg of gespecialiseerde zorg in een internationaal hoog aangeschreven instelling, waarvoor mensen mogelijk bereid zijn naar een andere lidstaat te reizen? - Op wie de capaciteit van de zorginstelling met name is gericht. Is deze met name gericht op de lokale bevolking of ook op patiënten uit andere lidstaten? - De hoeveelheid buitenlandse patiënten die de instelling in kwestie bezoeken? - De hoeveelheid grensoverschrijdende investeringen in zorginstellingen in de regio. Leidt de steun bijvoorbeeld tot een obstakel voor de vestiging van andere ondernemingen? - Welke taal er wordt gehanteerd in de onderzochte zorginstelling? - De aanwezige administratieve procedures voor het bezoeken van zorginstellingen in andere lidstaten.
Maken dergelijke procedures het bezoeken van zorginstellingen in andere lidstaten ingewikkeld? Wanneer door FND voldoende onderbouwd kan worden dat er geen sprake is van een mogelijk grensoverschrijdend effect, dan is financiering onder niet marktconforme voorwaarden geoorloofd en behoeft onderstaande Stap 3 niet te worden doorlopen. Stap 3: Toetsing aan AGVV De Europese staatssteunvrijstellingsverordeningen bieden ruimte om geoorloofd nietmarktconform te financieren, mits aan specifieke voorwaarden wordt voldaan. FND doet primair een beroep op de AGVV.
210623 Richtlijnen financiële voorwaarden FND
10 van 16
In onderstaande tabellen staan de AGVV-categorieën opgesomd die volgens FND voor het Energiefonds, Leefbaarheidsfonds en Zorgfonds in aanmerking komen. Om voor financiering in aanmerking te komen moet aan de voorwaarden van het van toepassing zijnde AGVVartikel worden voldaan. De genoemde aanmeldingsdrempels worden niet overschreden. Daarnaast moet uiteraard aan de voorwaarden van hoofdstuk I AGVV en de voorwaarden van het Investeringsreglement FND 2023 worden voldaan. Als staatssteun wordt verleend met toepassing van een AGVV-steuncategorie die niet in deze richtlijnen is verwerkt, dan zal FND daarvan een ad hoc kennisgeving aan de Europese Commissie doen en beargumenteerd aangeven welke steuncategorie zij van toepassing verklaart. Hiertoe maakt FND gebruik van het format in bijlage II van de AGVV. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen (a) generieke categorieën, die voor de meeste projecten binnen de drie fondsen uitkomst zullen bieden en (b) thematische categorieën, welke in specifieke gevallen bruikbaar zijn. Onder de tabellen staan de belangrijkste voorwaarden die gelden voor de artikelen nader uitgewerkt. Voor al het overige gelden de voorwaarden zoals gesteld in de desbetreffende artikelen van de AGVV.
GENERIEKE AGVV-CATEGORIEËN (VAN TOEPASSING OP ENERGIEFONDS, LEEFBAARHEIDSFONDS EN ZORGFONDS) KLEINE ONDERNEMING Lening met senior Lening met beperkte Ranking zekerheden zekerheden Art. 21: RisicoArt. 21: Risico1. financieringssteun financieringssteun 2. Art. 22: Starterssteun
Art. 22: Starterssteun
MIDDELGROTE ONDERNEMING Lening met senior Lening met beperkte zekerheden zekerheden Art. 21: RisicoArt. 21: Risicofinancieringssteun financieringssteun Art. 14: Regionale Art. 14: Regionale investeringssteun investeringssteun**
GROTE ONDERNEMING Lening met senior Lening met beperkte zekerheden zekerheden Art. 14 Regionale Art. 14 Regionale investeringssteun investeringssteun**
Art. 14: Regionale Art. 14: Regionale Art. 17: KMO steun Art. 17: KMO steun** investeringssteun investeringssteun** 4. Art. 17: KMO steun Art. 17: KMO steun** ** Mits kan worden aangetoond dat de steun transparant is conform de definitie in Art. 5 van de AGVV 3.
THEMATISCHE AGVV-CATEGORIEËN - VAN TOEPASSING OP ALLE ONDERNEMINGEN ENERGIEFONDS
LEEFBAARHEIDSFONDS ZORGFONDS Lening met senior Lening met beperkte Lening met senior Lening met beperkte Lening met beperkte zekerheden zekerheden zekerheden zekerheden zekerheden Art. 55: Steun voor Art. 55: Steun voor Art. 38: InvesteringssteunArt. 38: Investeringssteun ten sportinfrastructuur en sportinfrastructuur en ten behoeve van energie-behoeve van energiemultifunctionele multifunctionele efficiëntiemaatregelen efficiëntiemaatregelen** recreatieve recreatieve infrastructuur infrastructuur**
Lening met senior zekerheden
Art. 41: InvesteringssteunArt. 41: Investeringssteun hernieuwbare bronnen hernieuwbare bronnen** ** Mits kan worden aangetoond dat de steun transparant is conform de definitie in Art. 5 van de AGVV
Op het Fonds Ontwikkelkosten Energiecoöperaties Groningen is Artikel 49 AGVV van toepassing
Artikel 14: Regionale investeringssteun ▪ Geografische gebied: steunkaartgebied (deel Groningen dat is aangemerkt als steunkaartgebied conform voorwaarden artikel 107, lid 3 onder c van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie) 210623 Richtlijnen financiële voorwaarden FND
11 van 16
▪ ▪
▪ ▪
▪
▪
Van toepassing op: Energiefonds, Leefbaarheidsfonds, Zorgfonds De begunstigde dient te bevestigen dat hij in de twee jaar vóór de steunaanvraag geen verplaatsing heeft uitgevoerd naar de vestiging waar de initiële investering waarvoor steun wordt gevraagd, zal plaatsvinden, en zegt toe dat niet te zullen doen in de twee jaar na voltooiing van de initiële investering waarvoor steun wordt gevraagd. In de AGVV is een definitie van verplaatsing opgenomen. In aanmerking komende kosten: o.a. materiële en immateriële activa Voor een kmo (kleine en middelgrote onderneming) is financiering van een initiële investering is mogelijk, zoals gedefinieerd in de AGVV, verband houdend met: de oprichting van een nieuwe vestiging of uitbreiding van een bestaande vestiging, diversificatie of fundamentele wijziging van het productieproces of bij overname van activa die behoren tot een vestiging die is gesloten of anders gesloten zou zijn. Voor grote ondernemingen mag het enkel gaan om een initiële investering ten behoeve van een nieuwe economische activiteit in het steunkaartgebied binnen de provincie Groningen. Steunintensiteit (uitgedrukt in bruto subsidie equivalenten): - voor KMO: maximaal 30% van de geplande investering - voor grote ondernemingen: 10% van de geplande investering
Artikel 17: KMO-steun ▪ Van toepassing op: Energiefonds, Leefbaarheidsfonds, Zorgfonds ▪ In aanmerking komende doelgroep: KMO volgens definitie bijlage I AGVV: - minder dan 250 werknemers; - omzet van maximaal € 50 mln. of balanswaarde van max. € 43 mln. ▪ In aanmerking komende kosten: o.a. materiële en immateriële activa ten behoeve van de oprichting van een nieuwe vestiging of uitbreiding van een bestaande vestiging, diversificatie of fundamentele wijziging van het productieproces of bij overname van activa die behoren tot een vestiging die is gesloten of anders gesloten zou zijn. ▪ Steunintensiteit (uitgedrukt in bruto subsidie equivalenten): - voor kleine ondernemingen: maximaal 20% van de geplande investering - voor middelgrote ondernemingen: 10% van de geplande investering Artikel 21: Risicofinancieringssteun ▪ Van toepassing op: Energiefonds, Leefbaarheidsfonds, Zorgfonds ▪ In aanmerking komende doelgroep: KMO volgens definitie bijlage I AGVV: - minder dan 250 werknemers; - omzet van maximaal € 50 mln. of balanswaarde van max. € 43 mln. - niet-beursgenoteerd ▪ KMO’s moeten ten minste aan één van de volgende voorwaarden voldoen: - Minder dan 7 jaar commercieel actief op de markt of nog helemaal niet actief op de markt - Het betreft een initiële risico-investering t.b.v.
het betreden van een nieuwe productmarkt of geografische markt die meer bedraagt dan 50% van de gemiddelde jaaromzet in de voorafgaande vijf jaar. - Het betreft een vervolginvestering als bedoeld in artikel 21, lid 6 van de AGVV. ▪ In aanmerking komende steun (binnen het kader van FND): leningen en quasi-eigenvermogen (inclusief mezzanine, niet-garandeerde en achtergestelde leningen en converteerbare leningen) ▪ De minimale particuliere co-financieringsbijdrage is afhankelijk van de aard van de onderneming en de voorgenomen investering en bedraagt minimaal 10% maar kan oplopen tot 60% (zie artikel 21, lid 10) Artikel 22: Starterssteun 210623 Richtlijnen financiële voorwaarden FND
12 van 16
▪ ▪
Van toepassing op: Energiefonds, Leefbaarheidsfonds, Zorgfonds In aanmerking komende doelgroep: kleine ondernemingen volgens definitie EU: - minder dan 50 werknemers; - omzet of balanswaarde is maximaal € 10 mln. Aanvullende voorwaarden: - minder dan vijf jaar geregistreerd - nog geen winst uitgekeerd - niet-beursgenoteerd - zij heeft niet de activiteit van een andere onderneming overgenomen; - zij is niet ontstaan uit een concentratie.
▪
▪
In aanmerking komende steun (binnen het kader van FND): rentekortingen, leningen en quasi-eigen-vermogen (inclusief mezzanine, niet-gegarandeerde en achtergestelde leningen en converteerbare leningen), Maximale looptijd lening: 10 jaar
Artikel 38: Investeringssteun ten behoeve van energie-efficiëntiemaatregelen ▪ Van toepassing op: Energiefonds ▪ Doelgroep: alle ondernemingen ▪ In aanmerking komende investeringen: investeringen die leiden tot extra energiebesparing ten opzichte van het wettelijk minimum ▪ Steunintensiteit (uitgedrukt in bruto subsidie equivalenten): 30% van de in aanmerking komende kosten. Voor de gebieden in Groningen die zijn aangemerkt als steungebied dat voldoet aan de voorwaarden van Artikel 107 lid 3, onder c) geldt een opslag van 20% bij kleine ondernemingen en 10% bij middelgrote ondernemingen op de basis steunintensiteit van 30%. Artikel 41: Investeringssteun ter bevordering van energie uit hernieuwbare energiebronnen ▪ Van toepassing op: Energiefonds ▪ Doelgroep: alle ondernemingen ▪ In aanmerking komende investeringen: investeringen in nieuwe installaties die nodig zijn om de productie van energie uit hernieuwbare energiebronnen te bevorderen (zijnde: windenergie, zonne-energie, aerothermische, geothermische, hydrothermische energie en energie uit de oceanen, waterkracht (mits niet in strijd met Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement), biomassa, stortgas, rioolwaterzuiveringsgas en biogas.
Voor biobrandstoffen gelden aanvullende eisen (zie artikel 41, lid 2 en 3) ▪ Steunintensiteit (uitgedrukt in bruto subsidie equivalenten): - maximaal 45% van de in aanmerking komende kosten voor grote ondernemingen - maximaal 55% van de in aanmerking komende kosten voor middelgrote ondernemingen - maximaal 65% van de in aanmerking komende kosten voor kleine ondernemingen Voor de gebieden in Groningen die zijn aangemerkt als steungebied dat voldoet aan de voorwaarden van Artikel 107 lid 3, onder c) van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie geldt een opslag van 5% op de basis steunintensiteit. Artikel 55: Steun voor sportinfrastructuur en multifunctionele recreatieve infrastructuur. ▪ Van toepassing op: Leefbaarheidsfonds ▪ Doelgroep: alle ondernemingen ▪ In aanmerking komende investeringen: investeringen in materiële en immateriële activa met betrekking tot de bouw of modernisering van sportinfrastructuur en multifunctionele recreatieve infrastructuur.
210623 Richtlijnen financiële voorwaarden FND
13 van 16
▪
▪
Toegang tot de sportinfrastructuur of multifunctionele recreatieve infrastructuur dient open te staan voor meerdere gebruikers en wordt op transparante en niet-discriminerende basis verleend. Steunintensiteit (uitgedrukt in bruto subsidie equivalenten): maximaal 80% van de in aanmerking komende kosten (mits de steun niet meer dan 2 M€ bedraagt). Boven € 2 miljoen mag wel steun worden verleend, maar moet de omvang van de steun op een andere wijze worden berekend (artikel 55, lid 10 van de AGVV).
Artikel 49: Steun voor milieustudies. ▪ Van toepassing op: Fonds Ontwikkelkosten Energiecoöperaties Groningen ▪ Steun ten behoeve van studies, met inbegrip van energieaudits, die rechtstreeks verband houden met de in dit deel bedoelde investeringen, is verenigbaar met de interne markt in de zin van artikel 107, lid 3, van het Verdrag en is van de aanmeldingsverplichting van artikel 108, lid 3, van het Verdrag vrijgesteld, mits de in dit artikel en in hoofdstuk I vastgestelde voorwaarden zijn vervuld. ▪ De in aanmerking komende kosten zijn de kosten van de in lid 1 bedoelde studies. ▪ De steunintensiteit bedraagt ten hoogste 50 % van de in aanmerking komende kosten. ▪ De steunintensiteit kan met 20 procentpunten worden verhoogd bij studies voor rekening van kleine ondernemingen en met 10 procentpunten bij studies voor rekening van middelgrote ondernemingen. ▪ Aan grote ondernemingen wordt geen steun toegekend voor energieaudits die worden uitgevoerd op grond van artikel 8, lid 4, van Richtlijn 2012/27/EU, tenzij de energieaudit bovenop de op grond van die richtlijn verplichte energieaudit komt. ▪ Doelgroep: rechtspersoon, samenwerkingsverband van rechtspersonen of samenwerkingsverband van natuurlijke personen, naar Nederlands recht met volledige rechtsbevoegdheid, gericht op lokale participatie in energieprojecten in de provincie Groningen.
▪ In aanmerking komende kosten: kosten voor het realiseren van haalbaarheidsstudies, opstellen businesscases, leges en voorbereidingskosten, kosten voor het opstellen en indienen van SDE/SCE-subsidie-aanvragen, kosten samenhangend met het opstellen en indienen van financieringsaanvragen, , aansluitkosten bij netwerkbeheerdersen inzet van vrijwilligers, allen ten behoeve van het Ontwikkelproject waarmee lokaal eigenaarschap van wind- en/of zonneprojecten in de directe omgeving wordt gerealiseerd. Stap 4: Toetsing aan de de-minimisverordening Slechts wanneer de AGVV geen uitkomst biedt maakt FND gebruik van de deminimisverordening: ▪ De de-minimisverordening betreft in feite een “last resort” oplossing, waarvan idealiter alleen gebruik wordt gemaakt indien andere vrijstellingsmogelijkheden geen soelaas bieden. FND streeft ernaar dat zoveel mogelijk de-minimisruimte voor de initiatiefnemers behouden blijft. ▪ bij veel initiatiefnemers is de de-minimis ruimte (maximaal € 200.000 in drie jaar) vaak al voor een belangrijk deel opgebruikt. Conform de de-minimisverordening mag een onderneming over een periode van drie jaar tot een bedrag van € 200.000 aan niet-marktconforme steun ontvangen: de zogenaamde deminimissteun. Om te bepalen of een onderneming door de financiering van FND dit plafond al dan niet bereikt, worden de volgende stappen doorlopen: 1.
Er wordt bepaald of de verleende steun voldoet aan de EU-definitie van transparantie als bedoeld in art. 4 lid 3 de-minimisverordening. Is de verleende steun niet-transparant, dan kan geen de-minimissteun worden verleend.
210623 Richtlijnen financiële voorwaarden FND
14 van 16
2. Is de verleende steun transparant, dan wordt het vastgestelde renteverschil omgerekend naar een absolute waarde en over de looptijd van de lening netto contant gemaakt, zijnde de door FND te verlenen steun. 3. FND laat de onderneming een de-minimisverklaring (Bijlage 3) invullen en ondertekenen waaruit blijkt hoeveel de-minimissteun de onderneming in het huidige en twee voorafgaande belastingjaren heeft ontvangen. 4. De eerder ontvangen de-minimissteun wordt bij de door FND te verlenen steun opgeteld. Indien het totale bedrag niet uitkomt boven de € 200.000 is er geen sprake van staatssteun.
210623 Richtlijnen financiële voorwaarden FND
15 van 16
Bijlage 1: Recente Tarievenbladen basisrente en opslagen
BASISRENTE + OPSLAGEN FND 2e KWARTAAL 2023 Ingangsdatum Referenties
3 april 2023 nl.euribor-rates.eu Richtlijnen financiële voorwaarden FND Mededeling EU 2008/C14/02
Vaststelling basisrentepercentage FND 3 april 2023 Berekeningsgrondslag
12 maands Euribor
Januari 2023 Februari 2023 Maart 2023
3,316% 3,414% 3,745%
Gemiddelde Grondslag
3,492%
Basisrentepercentage
3,5%
Risico-opslag Rating Categorie 1 2 3
Duiding Voldoende zekerheden en looptijd <= 7 jaar Voldoende zekerheden of looptijd <= 7 jaar Onvoldoende zekerheden en looptijd > 7 jaar
Rentevast-opslag Rentevast-periode 1-5 jaar 6-10 jaar 11-15 jaar Rente-opslag achterstelling Bij achterstelling
Opslag Basispunten 0-50 50-150 150-300
Opslag Basispunten 0-50 50-100 100-250
Opslag Basispunten 0-500
RENTE EN OPSLAGEN FONDS ONTWIKKELKOSTEN ENERGIECOOPERATIES GRONINGEN Rente Vaste rente Opslag/premie bij aflossing
210623 Richtlijnen financiële voorwaarden FND
1,2% 20%
16 van 16