B&W 3-3 Gebiedsinvestering bijlage 2a Regioplan Bijlage 1_Subsidieregeling Gebiedsinvesteringen Groningen
Tekst van het document
Subsidieregeling Gebiedsinvesteringen Groningen Intitulé Subsidieregeling Gebiedsinvesteringen Groningen Gedeputeerde Staten van Groningen maken bekend dat zij op @@, nr.@@, afdeling @@, dossiernummer @@ het volgende besluit hebben genomen: Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen: Overwegende dat: A. op @@ het bestuursakkoord Gebiedsinvesteringen Netten op Zee Eemshaven is
ondertekend; het Regioplan Gebiedsinvesteringen Netten op Zee Eemshaven een bijlage vormt bij het in lette A genoemde bestuursakkoord en de kaders bevat voor de wijze waarop de regio gebiedsinvesteringen ondersteunt; C. het ministerie van Economische Zaken en Koninkrijkrelaties voor de uitvoering € 50 miljoen beschikbaar heeft gesteld; D. de middelen als genoemd onder C afkomstig zijn uit de Europese Herstel- en Veerkrachtfaciliteit; E. … B.
Gelet op: • • • • •
•
titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht; artikel 3, derde lid, van de Kaderverordening subsidies provincie Groningen 2017; de Procedureregeling subsidies provincie Groningen 2018; EU Verordening 2023/2831 d.d. 13 december 2023 betreffende de toepassing en werking van de-minimissteun; EU Verordening Nr. 651/2014 d.d. 17 juni 2014 betreffende de Algemene Groepsvrijstelling, PB L 187/1 van 26 juni 2014 laatstelijk gewijzigd bij EU Verordening Nr. 1315/2023 d.d. 23 juni 2023 tot wijziging van Verordening (EU) Nr.. 651/2014, betreffende de Algemene Groepsvrijstellingsverordening; EU Verordening Nr. 2021/241 van 12 februari 2021 tot instelling van de herstel- en veerkrachtfaciliteit, PB L 57/17 van 18 februari 2021.
Besluiten: Vast te stellen de ‘Subsidieregeling Gebiedsinvesteringen Groningen’. Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder:
a. aanlandlocatie: Regio's Eemshavengebied, Uithuizen en Uithuizermeeden, gelegen in de gemeente Het Hogeland en regio Buitengebied Noord Bierum, gelegen in de gemeente Eemsdelta waarbij de begrenzing van de regio's is aangegeven in bijlage 1 van deze regeling; b. AGVV: Verordening (EU) 651/2014 d.d. 17 juni 2014 laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) 2023/1315 d.d. 23 juni 2023 tot wijziging van Verordening (EU) Nr. 651/2014, PB L 187 van 26 juni 2014; c. Awb: Algemene wet bestuursrecht; d. beoordelingscommissie: commissie bestaande uit een afgevaardigde van gemeente Het Hogeland en één vertegenwoordiger per regio binnen de aanlandlocatie met als doel de subsidieaanvragen te toetsen; e. De-minimisregeling: EU Verordening 2023/2831 d.d. 13 december 2023 betreffende de toepassing en werking van de-minimissteun; f. eindbegunstigde: natuurlijke persoon of organisatie aan wie de subsidie uiteindelijk ten goede komt; g. HVF-verordening: EU Verordening Nr. 2021/241 van 12 februari 2021 tot instelling van de herstel- en veerkrachtfaciliteit, PB L 57/17 van 18 februari 2021; h. gebiedsinvestering: activiteit die bijdraagt aan de verbetering van de leefkwaliteit in het gebied van de aanlandlocatie; i. leverancier: organisatie die gecontracteerd is voor de uitvoering van de gebiedsinvestering; j.
organisatie: rechtspersoon, samenwerkingsverband van rechtspersonen of samenwerkingsverband van natuurlijke personen of kerken naar Nederlands recht met volledige rechtsbevoegdheid; k. organisatie in moeilijkheden: een onderneming die in financiële moeilijkheden verkeert, als bedoeld in artikel 2, onder 18 van de AGVV; l. Procedureregeling: Procedureregeling subsidies provincie Groningen 2018; m. projectkosten: kosten die in relatie staan tot het bereiken van het resultaat van het project, waaronder aan het project gerelateerde voorbereidingskosten, ontwerpkosten en de daadwerkelijke realisatiekosten; n. provincie: provincie Groningen; o. Regioplan: het Regioplan Netten op Zee Eemshaven waarin de ambities en de randvoorwaarden van de gebiedsinvesteringen zijn verwoord. Dit Regioplan is vastgesteld op @@ door het Bestuurlijk Overleg Wadden (GS of PS). Het Regioplan is digitaal beschikbaar via @@; p. subsidieontvanger: organisatie aan wie de subsidie is verstrekt q. Taxonomieverordening: Verordening (EU) 2020/852 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2020, PB L198/13 van 22 juni 2020; r. verklaring de-minimissteun: verklaring in het kader van het verlenen van de-minimis steunbedragen als bedoeld in de De-minimisregeling; s. verplicht: getekend contract met leverancier; t. VWEU: Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, PB C 326/49 van 26 oktober 2012.
Artikel 2 Doel Het doel van deze regeling is verbetering van de leefkwaliteit in de aanlandlocatie, die door de aanlanding van windenergie op zee onder druk komt te staan. De subsidie wordt beschikbaar gesteld voor investeringen door organisatie in één of meerdere van onderstaande thema’s: a. b. c. d.
thema 1: behoud en versterken van de natuur; thema 2: verbeteren van de fysieke leefomgeving; thema 3: versterken van de regionale economie; thema 4: versnellen en toepassen van de (duurzame) energietransitie.
Artikel 3 Staatssteun 1. Indien de te verstrekken subsidie staatssteun vormt als bedoeld in artikel 107, lid 1, VWEU, wordt subsidie verleend met toepassing van de AGVV voor activiteiten die zijn opgenomen in bijlage 1, die onlosmakelijk onderdeel uitmaakt van deze regeling. 2. Indien de te verstrekken subsidie staatssteun vormt als bedoeld in artikel 107, lid 1, VWEU, en buiten het toepassingsbereik van de AGVV valt, kan subsidie slechts worden verleend binnen de de-minimisregelgeving. 3. Een subsidie op grond van deze regeling mag gestapeld worden met andere subsidies mits deze van toegevoegde waarde is Artikel 4 Doelgroep Subsidie wordt verleend aan een organisatie die: a. gevestigd is in het gebied van de aanlandlocatie en daar de activiteit uitvoert en of onderbouwt dat de beoogde effecten van de activiteit neerkomen in het gebied van de aanlandlocatie; b. eigenaar, huurder of pachter is van de grond of het vastgoed waarop de gebiedsinvestering plaatsvindt. Artikel 5 Subsidieplafond 1. Gedeputeerde Staten stellen een subsidieplafond vast. 2. Gedeputeerde Staten kunnen de totaal beschikbare subsidie onderverdelen ten behoeve van een regio, verschillende activiteiten en/of categorieën van aanvragers. Artikel 6 Aanvraag 1.
Een aanvraag wordt uiterlijk 31 december 2025 ingediend bij het Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN) door inzending van een daartoe vastgesteld formulier. 2. Naast het bepaalde in artikel 2.1, tweede lid, onder a van de Procedureregeling bevat de aanvraag een beschrijving van: a. het effect van de gebiedsinvestering op de lokale omgeving;
b. een planning waaruit blijkt dat het de verwachting is dat voldaan kan worden aan de mijlpalen als genoemd in artikel 16 onder c, d en f. 3. Naast het bepaalde in artikel 2.1, tweede lid, van de Procedureregeling bevat een subsidieaanvraag: a. een verklaring de-minimissteun; b. een begroting met bijbehorend dekkingsplan, waarin ook eventuele cofinanciering inzichtelijk wordt gemaakt; c. een verklaring dat de organisatie geen organisatie in moeilijkheden is. 4. In afwijking op artikel 2.5, lid 1, onder e. van de Procedureregeling mag de aanvraag betrekking hebben op activiteiten die zijn gestart voorafgaande aan het indienen van de aanvraag, mits de activiteiten niet zijn aangevangen voor 1 juli 2023.
Commentaar [GH1]: Reden van afwijking zal in de toelichting bij deze regeling worden verklaard.
5. Indien de aanvraag betrekking heeft op een activiteit die reeds is gestart voorafgaande aan het indienen van de aanvraag kunnen reeds gemaakte kosten worden meegenomen in de aanvraag indien: a. de kosten aantoonbaar zijn gemaakt voor de activiteit waarop de aanvraag betrekking heeft; b. de verantwoording van de kosten voldoet aan de bepalingen uit deze regeling en EU Verordening Nr. 2021/241 Artikel 7 Subsidiabele activiteiten 1. Subsidie wordt verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan een verbetering van de leefkwaliteit in de aanlandlocatie en passen in één of meer van de thema’s genoemd in artikel 2 van deze regeling. Artikel 8 Weigeringsgronden Onverminderd de artikelen 2.5 en 2.6 van de Procedureregeling wordt de subsidie in ieder geval geweigerd indien: a. subsidie wordt gevraagd voor een activiteit die al is gefinancierd op grond van deze regeling; b. het gevraagde subsidiebedrag minder dan € 25.000,- bedraagt; c. niet voldaan wordt aan het gestelde in deze regeling; Artikel 9 Subsidievereisten Aanvrager dient te voldoen aan de volgende vereisten: a. b. c. d.
de activiteit heeft een positief effect op de leefkwaliteit in de aanlandlocatie de activiteit heeft lokaal draagvlak ; het verwachte effect van de activiteit is in verhouding met de gevraagde bijdrage; de gebiedsinvestering heeft een langdurige of structurele impact op de omgeving;
Commentaar [GH2]: In toelichting van de regeling vermelden wat onder lokaal draagvlak wordt verstaan. Projecten zijn tot stand gekomen nav uitgebreid gebiedsproces.
e. de gebiedsinvestering doet, in overeenstemming met artikel 17 van de Taxonomieverordening, geen ernstig afbreuk aan de zes klimaat- en milieudoelstellingen, zoals vastgelegd in artikel 9 van de Taxonomieverordening. Artikel 10 Subsidiabele kosten 1. De projectkosten van de activiteit zijn subsidiabel met dien verstande dat: a. voor vrijwilligers en eigen uren tot maximaal € 25,- per uur mag worden gerekend; b. voor kosten voor inhuur van derden tot maximaal € 125,- per uur mag worden gerekend. Artikel 11 Niet subsidiabele kosten Onverminderd artikel 1.5 van de Procedureregeling komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking: a. exploitatiekosten; b. vervangings- en onderhoudskosten; c. buitenlandse reis- en verblijfkosten. Artikel 12 Subsidiehoogte 1. De subsidie bedraagt minimaal € 25.000,- en maximaal € 5.000.000, 2. De subsidie bedraagt maximaal 100% van de subsidiabele kosten. Artikel 13 Verdeelcriteria 1. De beschikbare subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen. 2. Indien een subsidieaanvraag niet volledig is, geldt voor het bepalen van de de datum van binnenkomst de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is. Wordt het subsidieplafond op enige dag overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting.
Artikel 14 Verplichtingen van de subsidieontvanger Naast de verplichting uit 2.10, lid 1 van de Procedureregeling, gelden in ieder geval de volgende verplichtingen voor de subsidieontvanger: a. de subsidieontvanger start binnen zes maanden na subsidieverlening met de uitvoering van de activiteit; b. de termijn genoemd in onderdeel a kan eenmalig voor de duur van ten hoogste zes maanden worden verlengd. Daarvoor dient de subsidieontvanger een schriftelijk en gemotiveerd verzoek in; c. de subsidieontvanger heeft alle van overheidswege vereiste vergunningen voor de gebiedsinvestering voor 31 december 2025 verkregen;
Commentaar [GH3]: Subsidiemaximum wordt mogelijk nog aangepast op basis van de geselecteerde projecten.
d. de subsidieontvanger is voor alle nog niet bestede middelen van het toegekende subsidiebedrag voor 31 maart 2026 contractuele verplichtingen aangegaan met de leverancier(s); e. indien de gebiedsinvestering voor 1 februari 2026 niet volledig is afgerond dient de subsidieontvanger een tussenrapportage in met betrekking tot de stand van zaken van de gebiedsinvestering en de te verwachten uitvoeringsplanning; f. de subsidieontvanger heeft uiterlijk 31 december 2027 de activiteit afgerond en een verzoek tot vaststelling van de subsidie ingediend; g. indien de subsidieverlening tevens betrekking heeft op vrijwilligersuren houdt de subsidieontvanger een projectadministratie met een urenregistratie bij; h. de subsidieontvanger bewaart de documentatie die samenhangt met de gebiedsinvestering en toegekende subsidie gedurende een periode van minimaal 3 jaar voor bedragen onder de € 60.000,- en 5 jaar bij een bedrag groter dan € 60.000,-; i. in gevallen waarbij er bij de subsidieverlening sprake is van staatssteun bedraagt de bewaartermijn als bedoeld onder h, 10 jaar; j. de subsidieontvanger werkt desgevraagd mee aan audits om te controleren of de belangen van de EU zijn gewaarborgd en is verplicht gevraagde documenten te delen met auditerende partijen; k.
de subsidieontvanger stemt in met publicatie van zijn gegevens waarbij privacygevoelige informatie zoals namen van natuurlijke personen niet zal worden gepubliceerd. Artikel 15 Bevoorschotting en betaling Gedeputeerde Staten kunnen een voorschot uitkeren op basis van overgelegde facturen en urenverantwoordingen voor zover de hieruit voortvloeiende kosten herleidbaar zijn uit de begroting van de activiteit. Artikel 16 Subsidievaststelling 1. Gelet op artikel 5.1, onder c., van de Procedureregeling, dienen in afwijking op artikel 3.1 van de Procedureregeling voor subsidies tot € 25.000 een aanvraag tot subsidievaststelling te worden ingediend uiterlijk 13 weken na voltooiing van de gebiedsinvestering waarvoor subsidie is verleend. 2. Bij de aanvraag tot vaststelling als bedoeld in lid 1 wordt een activiteitenverslag inclusief financieel verslag overlegd, waaruit genoegzaam blijkt dat de activiteit waarvoor subsidie is verstrekt overeenkomstig het besluit tot subsidieverlening is verricht en aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan. Artikel 17 Zichtbaarheid EU-financiering De subsidieontvanger dient overeenkomstig artikel 34 van de HVF-verordening daar waar nodig het embleem van de Europese Unie af te beelden en een passende financieringsverklaring weer te geven die luidt “gefinancierd door de Europese Unie – NextGenerationEU”. Artikel 18 Inwerkingtreding en duur
Commentaar [GH4]: Afwijking verklaring in de toelichting van de regeling
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking in het Provinciaal Blad. 2. Deze regeling vervalt op 30 juni 2028. Artikel 19 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Gebiedsinvesteringen Groningen. Ondertekening
Bijlage 1: Subsidie die wordt verstrekt met toepassing van de AGVV
BIJLAGE 1: Subsidie die wordt verstrekt met toepassing van de Algemene groepsvrijstellingsverordening Onderstaand worden de categorieën uit de AGVV vermeld die mogelijk op de subsidieverlening van toepassing zijn. Bij de definitieve uitwerking van dit document worden deze categorieën nader beschreven. Art 17 KMO steun Art 22 Starterssteun Art 36 Investeringssteun voor milieubescherming Art 36 bis Investeringssteun voor oplaad- en tankinfrastructuur Art 38 Investeringssteun voor andere energie-efficiëntiemaatregelen dan in gebouwen Art 38 bis Investeringssteun voor energie-efficiëntiemaatregelen in gebouwen Art 41 Investeringssteun ter bevordering van energie uit hernieuwbare bronnen Art 45 Investeringssteun voor het herstel van milieuschade, de rehabilitatie van natuurlijke habitats en ecosystemen, de bescherming of het herstel van de biodiversiteit en de uitvoering van nature-based solutions ten behoeve van klimaatadaptatie en -mitigatie Art 47 Investeringssteun voor hulpbronnenefficiëntie en ter ondersteuning van de transitie naar een circulaire economie Art 48 Investeringssteun voor energie-infrastructuur Art 53 Steun voor cultuur en instandhouding van het erfgoed Art 55 Steun voor sportinfrastructuur en multifunctionele recreatieve infrastructuur Art 56 Investeringssteun voor lokale infrastructuurvoorzieningen