B&W 3-1 Gebiedsinvestering bijlage 1 bestuursakkoord gebiedsinvesteringen pawoz-eemshaven
Tekst van het document
Bestuursakkoord gebiedsinvesteringen ‘net op zee’ PAWOZ-EEMSHAVEN
Projectteam gebiedsinvesteringen ‘net op zee’ 24 Mei 2024
1
.
INHOUDSOPGAVE Partijen ..................................................................................................................3 Algemene overwegingen..............................................................................................3 Specifieke overwegingen .............................................................................................5 Artikel 1 - Begripsbepalingen .....................................................................................5 AMBITIE, DOEL EN BEOOGDE RESULTATEN ........................................................................5 Artikel 2 – Ambitie ..................................................................................................6 Artikel 3 – Doel en soort acties ..................................................................................6 Artikel 4 – Bestuurlijke afspraken inzet Klimaatfonds ........................................................7 Artikel 5 – Beoogde uitkomsten van het regioplan ............................................................7 KLIMAATFONDS en HVF................................................................................................7 Artikel 6 –Uitgangspunten beschikbaar stellen middelen Klimaatfonds aan de regio door EZK .......7 Artikel 7 voorwaarden voor de projecten voor de inzet middelen uit het Klimaatfonds en het HVF 8 Artikel 8
Contactpersonen Samenwerkingsafspraken.........................................................9 VERANTWOORDING ....................................................................................................9 Artikel 9 Monitoring, voortgangsrapportage en evaluatie ...................................................9 SLOTBEPALINGEN .................................................................................................... 10 Artikel 10 – Uitvoering in overeenstemming met Unierecht............................................... 10 Artikel 11 - Wijzigingen .......................................................................................... 10 Artikel 12 - Nakoming ............................................................................................ 10 Artikel 13 - Citeertitel ........................................................................................... 10 Artikel 14 - Inwerkingtreding ................................................................................... 10 Artikel 15 - Openbaarmaking ................................................................................... 11 Bijlage: Het regioplan ......................................................................................... 11
2
PARTIJEN Partijen 1. De Minister voor Klimaat en Energie, hierna te noemen: EZK;
De Partij genoemd onder 1, handelend in de hoedanigheid van bestuursorgaan en hierna ook te noemen: Rijk; en 2. Het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen, handelend in de hoedanigheid van bestuursorgaan namens deze: de Commissaris van de Koning R. Paas, hierna te noemen: de Provincie Groningen; 3. Het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân, handelend in de hoedanigheid van bestuursorgaan namens deze: Deputearre S. Knol, hierna te noemen: de Provincie Fryslân; 4. Het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente het Hogeland, handelend in de hoedanigheid van bestuursorgaan namens deze: Wethouder E. Dijkhuis, hierna te noemen: de gemeente het Hogeland; 5. Het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Eemsdelta, handelend in de hoedanigheid van bestuursorgaan namens deze: Wethouder H. Ronde, hierna te noemen: de gemeente Eemsdelta; 6. Het bestuur van het waterschap Noorderzijlvest, handelend in de hoedanigheid van bestuursorgaan namens deze: Bestuurder H.Beerda, hierna te noemen: waterschap Noorderzijlvest; 7. Het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Skiermûntseach, handelend in de hoedanigheid van bestuursorgaan namens deze: de Boargemaster I. van Gent, hierna te noemen: de gemeente Skiermûntseach; 8.
Het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Noordeast Fryslân, handelend in de hoedanigheid van bestuursorgaan namens deze: Wethâlder B. Koornstra, hierna te noemen: de gemeente Noordeast Fryslân; 9. Het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Amelân, handelend in de hoedanigheid van bestuursorgaan namens deze: de Wethâlder T. Faber, hierna te noemen: de gemeente Amelân; 10. Het bestuur van het wetterskip Fryslân, handelend in de hoedanigheid van bestuursorgaan namens deze: R. van Maurik, hierna te noemen: wetterskip Fryslân;
Hierna allen samen te noemen: Partijen;
ALGEMENE OVERWEGINGEN 1. In de klimaatwet is vastgelegd dat Nederland in 2030 55% minder CO2-uitstoot dan in 1990 en in 2050 klimaatneutraal is. Om dit te behalen is de ambitie voor windenergie op zee in 2022 met 10,7 gigawatt (GW) verhoogd naar een capaciteit van circa 21 GW rond 2030. Met het opschalen van deze ambities levert 3
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
windenergie een significante bijdrage aan de klimaatdoelstellingen en sluit het aan bij de oproep van de Europese Commissie1 aan de lidstaten om de ontwikkeling van energie uit hernieuwbare bronnen te versnellen. De opwekking van windenergie op zee gebeurt in een aantal gebieden die zijn geïdentificeerd en aangewezen in het Programma Noordzee 2022-2027. Om de energie opgewekt op zee naar land te krijgen is infrastructuur nodig. In de aanvullende Routekaart ‘Windenergie op zee 21GW’ zijn de bestaande en te ontwikkelen windparken en aanlandlocaties van de netaansluitingen opgenomen . De realisatie van grootschalige energie-infrastructuur voor de energietransitie heeft een nadelige impact op de leefomgeving, landbouw en natuur van de aanlandlocatie in de regio van de netaansluitingen naar land. Het kabinet wil hieraan tegemoetkomen met investeringen in verbetering van de lokale leefomgeving die door de aanlanding onder druk komt te staan. Om een verantwoorde inpassing van de windparken en de bijbehorende infrastructuur van het ‘net op zee’ mogelijk te maken is besloten tot een actiepakket, waarvoor onder andere 1,686 miljard euro is gereserveerd uit het Klimaatfonds. De intentie is om van dit bedrag 500 miljoen euro in te zetten voor gebiedsinvesteringen Aanlandlocaties ‘net op zee’, hierna te noemen ‘gebiedsinvesteringen’.
Dit Bestuursakkoord betreft afspraken in verband met het voornemen tot betaling van een eerste voorschot van 210 miljoen Euro ten behoeve van de gebiedsinvesteringen. Een en ander zoals nader uit te werken in een specifieke uitkering. Verdere toekenning en verdeling van de resterende middelen wordt in de nabije toekomst uitgewerkt. De aanlandlocaties, bedoeld onder punt 3, bevinden zich in de regio’s Eemshaven, Borssele, Noordzeekanaalgebied, Maasvlakte en Moerdijk/Geertruidenberg. Het doel van de gebiedsinvesteringen in deze regio’s is om de leefkwaliteit in de omgeving van de aanlandlocaties te verbeteren, die door de aanlanding onder druk komt te staan. De gebiedsinvesteringen zijn een extra impuls voor de regio en staan los van de reguliere structurele kosten of wettelijk vereiste compensatie die direct samenhangen met de realisatie van de energie-infrastructuur. Het Rijk wil samen met de regio invulling geven aan de gebiedsinvesteringen. De samenwerking tussen Rijk en regio voor de besteding van de publieke middelen ten behoeve van de gebiedsinvesteringen krijgt op bestuurlijk niveau vorm middels onderhavige Bestuursakkoord. De regionale investeringsplannen zijn opgenomen in het regioplan ‘Gebiedsinvesteringen ‘net op zee’ PAWOZ-Eemshaven’, hierna te noemen het 'regioplan’.
Het regioplan vormt een bijlage bij het onderhavige Bestuursakkoord dat tussen het Rijk en de regio worden gesloten. Dit regioplan geeft inzicht in de impact van de aanlanding in het specifieke gebied, de regionale (beleids)opgaven, doelstellingen, mijlpalen en de beoogde investeringsvoorstellen die hieraan zijn verbonden. Het Rijk en de regio realiseren zich dat deze acties zijn opgenomen in het Nederlandse Herstel- en Veerkrachtplan en derhalve gefinancierd worden met
1
Mededeling van de Europese Commissie; REPowerEU: een gemeenschappelijk Europees optreden voor betaalbaardere, veiligere en duurzamere energie; COM (2022, 108 f inal).
4
middelen uit de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit. De HVF-verordening is van toepassing op deze acties.
SPECIFIEKE OVERWEGINGEN Zie het regioplan, waarin de uitwerking per regio van de gebiedsinvesteringen is gestipuleerd (zie bijlage regioplan). ARTIKEL 1 - BEGRIPSBEPALINGEN In dit bestuursakkoord wordt verstaan onder: a) aanvullende routekaart Windenergie op zee 21GW: aanvullende routekaart ‘Windenergie op zee 21GW’ waarin de bestaande en te ontwikkelen windparken en aanlandlocaties van de netaansluitingen zijn opgenomen; b) actie: maatregel, project of groep projecten, bedoeld in artikel 5, die bijdragen aan de verwezenlijking van de algemene of specifieke doelstellingen van de HVF verordening; c) gebiedsinvesteringen: gebiedsinvesteringen ten behoeve van aanlandlocaties ‘net op zee’; d) gemeentelijk fonds: fonds op gemeentelijk niveau van waaruit de gebiedsinvesteringen worden gefinancierd; e) HVF verordening; verordening (EU) 2021/241 van het Europees parlement en de raad van 12 februari 2021 tot instelling van de herstel- en veerkrachtfaciliteit (PbEU L 57/17); f) partijen: partijen zijn de minister en de openbare lichamen zoals beschreven in de aanhef van dit document; g) provinciaal fonds: fonds op provinciaal niveau van waaruit de gebiedsinvesteringen worden gefinancierd; h) raadsuitvoeringsbesluit: uitvoeringsbesluit luidende overeenkomstig het Voorstel voor een Uitvoeringsbesluit van de Raad betreffende de goedkeuring van de beoordeling van het herstel- en
verkrachtplan voor Nederland van 8 september 2022 (COM(2022) 469 final); i) regio:provincie Groningen, provincie Fryslân, gemeente het Hogeland, gemeente Eemsdelta, waterschap Noorderzijlvest, wetterskip Fryslân, gemeente Amelân, gemeente Skiermuntseach en gemeente Noordeastfryslân; j) regiokassier: entiteit die de rijksmiddelen ontvangt, de financiële administratie verzorgt, de verantwoording over de bestedingen van de middelen aflegt en de ontvanger van de middelen die in de specifieke uitkering worden toegekend. De regiokassier draagt zorg voor de rechtmatigheid van de besteding van de middelen ontvangen uit het Klimaatfonds of afkomstig uit het HVF; k) regioplan: gebiedsplan zoals door de regio PAWOZ-Eemsdelta opgesteld en uiterlijk het tweede kwartaal 2024 ingediend, dat doorontwikkeld wordt tot het eerste kwartaal 2026; l) richtlijn MEB: richtlijn 2011/92/EU van het Europees parlement en de Raad van 13 December 2011 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (PbEU L 26/1); m) richtlijn MEB wijziging: wijziging richtlijn 2014/52/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 April 2014 tot wijziging van richtlijn 2014/42/EU betreffende de 5
milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (PbEU L 124/1); n) richtlijn vogelstand: richtlijn 2009/147/EU van het Europees parlement en de raad van 30 November 2009 inzake het behoud van de vogelstand (PbEU L 20/7); o) richtlijn flora en fauna: richtlijn 92/43/EG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitat en de wilde flora en fauna, (PbEG-\L 206/7); p) specifieke Uitkering: specifieke uitkering als bedoeld in hoofdstuk 3 van de financiële verhoudingswet; q) taxonomieverordening: Verordening (EU) 2020/852 van het Europees parlement en de raad van 18 juni 2020 betreffende de totstandbrenging van een kader ter bevordering van duurzame beleggingen en tot wijziging van Verordening (EU) 2019/2088 (PbEU L 198/13).
AMBITIE, DOEL EN BEOOGDE RESULTATEN
ARTIKEL 2 – AMBITIE Partijen werken ter uitvoering van dit onderhavige Bestuursakkoord samen aan gebiedsinvesteringen met als doel de leef kwaliteit in de regio PAWOZ-Eemsdelta te versterken. De infrastructuur die nodig is voor de netaansluitingen van de windparken op zee in de regio kan een negatief effect hebben op de leefomgeving en natuur rondom de aanlandlocaties. Vaak bevinden aanlandlocaties zich ook in regio’s waar twee of meer grote energie-infrastructuurprojecten samenkomen, bijvoorbeeld om de verduurzaming van een groot industriële cluster te realiseren. De leefomgeving in deze regio’s staat daarmee onder druk. De gebiedsinvesteringen zijn bedoeld om daar investeringen in de leefbaarheid tegenover te zetten. Partijen komen overeen dat de middelen uit het Klimaatfonds en het Europese HVF worden ingezet voor acties ter versterking van de leefomgeving die mede bijdragen aan: a. een broeikasgas-neutrale energievoorziening in 2050; of b. het stimuleren van de implementatie van technieken voor energie-efficiëntie en het stimuleren van de toepassing van hernieuwbare energie en overige broeikasgas-reducerende technieken en acties in het bedrijfsleven; of c. het stimuleren van de toepassing van technieken voor energie-efficiëntie en van hernieuwbare energie in de gebouwde omgeving. ARTIKEL 3 – DOEL EN SOORT ACTIES 1.
Partijen werken op grond van dit Bestuursakkoord samen bij de uitvoering van het regioplan met de volgende thema’s: - behoud en versterken van de natuur; - verbeteren van de fysieke leefomgeving; - versterken van de regionale economie; - versnellen en toepassen van de (duurzame) energietransitie. 2. Partijen dragen bij de uitvoering van het regioplan zorg dat de acties ten minste klimaatneutraal worden uitgevoerd, de leefkwaliteit in het gebied dat nadelige
6
gevolgen ondervindt van de aanlanding versterken en een positief saldo van maatschappelijke baten en lasten hebben. ARTIKEL 4 – BESTUURLIJKE AFSPRAKEN INZET KLIMAATFONDS Dit Bestuursakkoord heeft betrekking op: -
-
het voornemen tot het beschikbaar stellen door EZK van de gereserveerde middelen uit het Klimaatfonds ten behoeve van het uitvoeren van het regioplan; de wijze en de procedure waarop de gereserveerde middelen van het Klimaatfonds beschikbaar worden gesteld aan de provincie Groningen in zijn hoedanigheid als regiokassier; de wijze waarop de regio voornemens is de aan haar beschikbare middelen door te zetten ten behoeve van het uitvoeren van het regioplan; de wijze waarop de regio rapporteert over de voortgang van het uitvoeren van het regioplan aan de hand van de in artikel 5 genoemde thema’s waaronder de acties waarvoor middelen uit het Klimaatfonds en het Europese HVF zijn ingezet ten behoeve van het rekenschap geven van EZK over het gevoerde beleid en de coördinatie van het regioplan, het Klimaatfonds, en het Europese HVF.
ARTIKEL 5 – BEOOGDE UITKOMST EN VAN HET R EGIOPLAN Alle projecten van de regio worden gespecificeerd in de bijlage. De gebiedsinvesteringen van ‘net op zee’ zijn een onderdeel van het Nederlandse Herstel- en Veerkrachtplan. Hieraan zitten enkele acties die zijn vastgelegd in het Raadsuitvoeringsbesluit en verantwoordingseisen die in de HVF verordening worden opgesomd. De volgende acties zullen in alle regio’s cumulatief worden genomen: a. b. c. d.
geluidsbescherming voor hoogspanningsstations; groene en/of recreatieve ruimten zoals bossen of parken; verbetering van de lokale mobiliteitsinfrastructuur zoals fiets- of wandelpaden; publieke informatiecentra voor de energietransitie.
EZK heeft het voornemen om hiervoor een bedrag van 210 miljoen incl. BTW. uit het klimaatfonds te reserveren.
KLIMAATFONDS EN HVF ARTIKEL 6 –UITGANGSPUNTEN BESCHIKBAAR STELLEN MIDDELEN KLIMAATFONDS AAN DE REGIO DOOR EZK De volgende uitgangspunten worden gehanteerd voor het beschikbaar stellen van middelen uit het klimaatfonds aan de regio. 1. Onder voorbehoud van instemming van de Staten-Generaal met de eerste suppletoire begroting van EZK voor het jaar 2024, die daarna wordt overgeheveld naar de begroting van EZK. De middelen vanuit deze begroting voor regio PAWOZ-Eemshaven zijn ten hoogste 50 miljoen EURO inclusief BTW. 2. De in het eerste lid genoemde bijdrage, inclusief BTW, wordt beschikbaar gesteld aan de regio. De bevoorschotting zal in 2024 voor PAWOZ-Eemshaven 10.000.000 EURO zijn, in 2025 zal het 20.000.000 EURO zijn, in 2026 zal het 7
15.000.000 EURO zijn en in 2027 zal het 5.000.000 EURO zijn. De compensabele BTW component wordt hier op mindering gebracht en zal in het btw compensatie fonds worden gestort. 3. Op basis van voortschrijdend inzicht kan de specifieke uitkering ten aanzien van de bevoorschotting gedurende de looptijd van het regioplan, na gezamenlijk overleg gewijzigd worden, met dien verstande dat de in het eerste lid genoemde maximale bijdrage en de in het tweede lid genoemde looptijd niet wordt overschreden. ARTIKEL 7 VOORWAARDEN VOOR DE PROJECTEN VOOR DE INZET MIDDELEN UIT HET KLIMAATFONDS EN HET HVF -
-
-
-
-
-
-
De regio besteedt, binnen de relevante wettelijke kaders en in overeenstemming met het Unierecht, de middelen die bij de specifieke uitkering zijn verleend aan het initiëren of realiseren van projecten die voortvloeien uit regioplan. De regio's dragen er zorg voor dat er geen sprake is van fraude, belangenverstrengeling, corruptie of dubbele financiering. Acties worden getoetst op doelmatigheid en doeltreffendheid. Kosten moeten in verhouding staan tot de beoogde (maatschappelijke) baten. De regio’s zetten de bijdrage uit het Klimaatfonds in voor het initiëren en/of realiseren van projecten die voortvloeien uit het regioplan en dragen bij aan de ambitie, het doel en de beoogde resultaten van het regioplan. De regiokassier verantwoordt de uitgaven overeenkomstig artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet , artikel 2 en artikel 3, derde lid, onderdeel b, van de Tijdelijke wet Klimaatfonds en artikel 22, tweede lid, onderdeel d, van de HVF verordening. Acties zijn additioneel aan bestaande of geplande publieke investeringen en vallen niet binnen een bestaande regeling van de Rijksoverheid. Acties die met ingang van 1 februari 2020 van start zijn gegaan, komen ook in aanmerking voor een bijdrage uit het Klimaatfonds en het HVF. Acties zijn niet strijdig met het kabinetsbeleid.
De regio legt de nodige gegevens en documenten over aan EZK op basis waarvan de door EZK beschikbaar gestelde middelen worden ingezet. Partijen treden met elkaar in overleg naar aanleiding van de verstrekte gegevens en documenten. Daarbij worden in elk geval de haalbaarheid van voorgenomen initiatieven en projecten in het kader van het regioplan en de voortgang van lopende initiatieven en projecten in het kader van dat programma besproken. Vanaf 2025 treden Partijen op vaste momenten met elkaar in overleg op basis van, de onder verantwoordelijkheid van de regio op te stellen jaarlijkse voortgangsrapportage, zoals bedoeld in artikel 9. De regio’s erkennen de oorsprong van en geven zichtbaarheid aan de financiering door de Europese Unie uit het HVF, onder meer door waar nodig het embleem van Unie af te beelden en een passende financieringsverklaring weer te geven die luidt “gefinancierd door de Europese Unie – NextGenerationEU”, met name wanneer zij de acties en de resultaten ervan promoten, door meerdere doelgroepen, waaronder de media en het grote publiek, doelgericht en op samenhangende, doeltreffende en evenredige wijze te informeren. De regio bewaakt de geldigheid van gerapporteerde gegevens over mijlpalen en streefdoelen. 8
-
Om voor financiering uit het HVF in aanmerking te kunnen komen, dragen de regio’s zorg voor de realisatie van de acties, waardoor de mijlpalen en streefdoelen uit het Nederlandse HVP op bevredigende wijze gehaald kunnen worden.
ARTIKEL 8 CONTACTPERSONEN SAMENWERKINGSAFSPRAKEN -
-
-
-
EZK wijst een projectleider Rijk aan als aanspreekpunt voor de regio. De projectleider Rijk: • zorgt voor het ondersteunen vanuit de Rijksoverheid ten behoeve van het uitvoeren van het regioplan; • zet zich actief in om het regioplan aan te sluiten op andere nationale beleidsprogramma’s en beleidsinstrumenten zodat het regioplan wordt versterkt; • vervult een verbindende rol om de kennisdeling vanuit landelijke ontwikkelingen met de regio en andersom te bevorderen; • bereidt voor EZK het bestuurlijk overleg genoemd in het vijfde lid voor. De regio wijst een projectleider regio aan als aanspreekpunt voor EZK. De projectleider regio: • zorgt voor afstemming tussen de verschillende bij het regioplan betrokken organisaties, overheden en bedrijven in de regio; • zorgt voor de coördinatie ten behoeve van het regioplan; • bereidt voor de regio het bestuurlijk overleg voor. Jaarlijks vindt er bestuurlijk overleg plaats tussen EZK en de regio over het regiop lan, waarbij waar nodig de regionale organisaties en andere ministeries worden betrokken. De voortgang van het uitvoeren van het regioplan, de projecten die voortvloeien uit het regioplan en eventuele wijzigingen van dit Bestuursakkoord of van het programma worden besproken. Deze wijzigingen moeten voldoen aan de kaders en voorwaarden zoals beschreven in dit Bestuursakkoord.
Uiterlijk in het eerste kwartaal van 2026 worden nadere bestuurlijke afspraken gemaakt tussen EZK en de regio. Het regioplan kan tot die tijd worden aangepast en dan in het eerste kwartaal 2026 definitief gemaakt.
VERANTWOORDING ARTIKEL 9 MONITORING, VOORTGANGSRAPPORTAGE EN EVALUATIE -
-
-
De regio waarborgt dat wordt voldaan aan de eisen volgend uit de HVFverordening. Op verzoek van EZK overlegt de regio periodiek de gegevens over de eindontvangers van de EZK gecommitteerde middelen. Dit omdat EZK moet voldoen aan een verantwoordingsverplichting in het kader van het Herstel- en Veerkrachtplan om de 100 grootste eindontvangers te publiceren. De regio stelt een jaarlijkse SiSa rapportage op aan de hand van de jaarlijkse monitoring en op de volgende niveaus: • financiële realisatie volgens de SiSa systematiek; • artikel 22, tweede lid, onderdeel d, uit de HVF verordening. De regio voert een eindevaluatie uit mede aan de hand van de volgende, aan de HVF verordening ontleende, indicatoren: de mijlpalen en de randvoorwaarden, de additionaliteitseis, geen fraude, geen dubbele financiering, geen corruptie, geen 9
belangenverstrengeling, Do No Significant Harm eis, anti-discriminatie-eis en voldoende draagvlak.
SLOTBEPALINGEN ARTIKEL 10 – UITVOERING IN OVEREENSTEMMING MET UNIERECHT 1. De afspraken van dit Bestuursakkoord worden in overeenstemming met het recht van de Europese Unie uitgevoerd in het bijzonder voor zover de afspraken vallen onder de werking van de Europese regels met betrekking tot aanbesteding, mededinging, staatssteun en technische normen en voorschriften. 2. Partijen nemen in het bijzonder in acht – afhankelijk van de soort en aard van het project - dat, indien van toepassing, een specificatie in het kader van een milieueffectbeoordeling (MER) moet worden voltooid in overeenstemming met Richtlijn 2011/92/EU en 2014/52/EU (richtlijn milieueffectbeoordeling). Wanneer een MER is uitgevoerd, worden de vereiste mitigerende acties ter bescherming van het milieu uitgevoerd. Voor locaties/activiteiten in of nabij biodiversiteitgevoelige gebieden (inclusief het Natura 2000-netwerk van beschermde gebieden, UNESCO-werelderfgoedlocaties en belangrijke biodiversiteitsgebieden, evenals andere beschermde gebieden), zal, indien van toepassing, een passende beoordeling in overeenstemming met Richtlijnen 2009/147/ EG en 92/43/EEG, moeten worden uitgevoerd. Partijen nemen alsdan in acht dat op basis van de conclusies ervan de nodige mitigerende acties worden genomen. 3. De partij die de gelden besteedt, is verantwoordelijk voor de rechtsconforme besteding ARTIKEL 11 - WIJZIGINGEN 1.
Elke Partij kan schriftelijk verzoeken dit Bestuursakkoord te wijzigen. De wijziging behoeft de instemming van alle Partijen. 2. Partijen treden in overleg binnen vier weken nadat een Partij het verzoek heeft kenbaar gemaakt aan projectleider Rijk. Projectleider Rijk informeert de overige Partijen over de voorgestelde wijziging en vraagt hen om instemming. 3. Nadat alle Partijen aan projectleider Rijk kenbaar hebben gemaakt in te stemmen met het verzoek tot wijziging wordt de wijziging en de verklaringen tot instemming als bijlage aan dit Bestuursakkoord 'Gebiedsinvesteringen 'net op zee' PAWOZ-Eemshaven' gehecht;
ARTIKEL 12 - NAKOMING Partijen komen overeen dat de afspraken in dit Bestuursakkoord 'Gebiedsinvesteringen 'net op zee' PAWOZ-Eemshaven' niet in rechte afdwingbaar zijn. ARTIKEL 13 - CITEERTITEL Dit Bestuursakkoord wordt aangehaald als Bestuursakkoord 'Gebiedsinvesteringen 'net op zee' PAWOZ-Eemshaven'. ARTIKEL 14 - INWERKINGTREDING
10
Dit Bestuursakkoord treedt in werking met ingang van de dag na ondertekening door alle Partijen. ARTIKEL 15 - OPENBAARMAKING 1. Dit Bestuursakkoord wordt samen met andere afgesloten Bestuursakkoorden openbaar gemaakt, onder andere in de Staatscourant, waardoor anderen kennis kunnen nemen van de gesloten Bestuursakkoorden. 2. De Rijksoverheid rapporteert over het Klimaatfonds, alsmede de besteding van deze middelen ten behoeve van onderhavige gebiedsinvesteringen naar de Tweede Kamer van de Staten-Generaal. BIJLAGE: HET REGIOPLAN Bijlage: Het regioplan ‘Gebiedsinvesteringen ‘net op zee’ PAWOZ-Eemshaven’.
Aldus overeengekomen en in tweevoud ondertekend, De Minister voor Klimaat en Energie.
Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen, namens deze: Commissaris van de Koning R. Paas.
Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân, namens deze: Deputearrre S. Knol.
11
Burgemeester en wethouders van de gemeente het Hogeland, namens deze: Wethouder E.Dijkhuis.
Burgemeester en wethouders van de gemeente Eemsdelta, namens deze: Wethouder H.Ronde
Bestuur van het waterschap Noorderzijlvest, namens deze: Bestuurder H.Beerda.
Burgemeester en wethouders van de gemeente Skiermûntseach, namens deze: Boargemaster I. van Gent.
12
Burgemeester en wethouders van de gemeente Noardeastfryslân, namens deze: Wethâlder B. Koornstra
Burgemeester en wethouders van de gemeente Amelân, namens deze: Wethâlder T. Faber.
Bestuur van het wetterskip Fryslân, namens deze: R. van Maurik
13