B&W 09-02 - Bijl.1 - Bestuursovereenkomst AVG
Tekst van het document
Ondergetekenden: 1.
De Minister van Klimaat en Groene Groei, handelend in haar hoedanigheid van bestuursorgaan, hierna te noemen: de Minister; 2. Het college van gedeputeerde staten van de provincie Groningen, handelend in de hoedanigheid van bestuursorgaan, namens deze: gedeputeerde , hierna te noemen: de provincie Groningen; 3. Het college van gedeputeerde staten van de provincie Fryslân, handelend in de hoedanigheid van bestuursorgaan, namens deze: gedeputeerde hierna te noemen: de provincie Fryslân; 4. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente het Hogeland, handelend in de hoedanigheid van bestuursorgaan, namens deze: wethouder , hierna te noemen: de gemeente het Hogeland; 5. Het bestuur van het waterschap Noorderzijlvest, handelend in de hoedanigheid van bestuursorgaan, namens deze: bestuurder , hierna te noemen: waterschap Noorderzijlvest; 6. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schiermonnikoog, handelend in de hoedanigheid van bestuursorgaan, namens deze: burgemeester , hierna te noemen: de gemeente Schiermonnikoog; 7. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noardeast-Fryslân, handelend in de hoedanigheid van bestuursorgaan, namens deze: wethouder , hierna te noemen: de gemeente Noardeast-Fryslân; 8.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ameland, handelend in de hoedanigheid van bestuursorgaan, namens deze: wethouder , hierna te noemen: de gemeente Ameland; 9. Het bestuur van het Wetterskip Fryslân, handelend in de hoedanigheid van bestuursorgaan, namens deze: , hierna te noemen: Wetterskip Fryslân; 10. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westerkwartier, handelend in de hoedanigheid van bestuursorgaan, namens deze: wethouder , hierna te noemen: de gemeente Westerkwartier; Hierna allen samen te noemen: Partijen; OVERWEGINGEN 1. In de Klimaatwet is vastgelegd dat Nederland in 2030 55% minder CO2-uitstoot dan in 1990 en in 2050 klimaatneutraal is. Om dit te behalen is de ambitie voor windenergie op zee in 2022 met 10,7 gigawatt (GW) verhoogd naar een capaciteit van circa 21 GW rond 2030. Windenergie draagt bij aan de klimaatdoelstellingen, de energieleveringszekerheid en energie-onafhankelijkheid en sluit het aan bij de oproep van de Europese Commissie aan de lidstaten om de ontwikkeling van energie uit hernieuwbare bronnen te versnellen. 2.
In de aanvullende Routekaart ‘Windenergie op zee 21GW’ zijn de te ontwikkelen windparken en aanlandregio's van de netaansluitingen opgenomen. Voor deze overeenkomst zijn de daarin bepaalde en nog te ontwikkelen windparken Doordewind (DDW) en Ten Noorden van de Waddeneilanden (TNW) en de aanlandregio Eemshaven relevant.
3.
De Minister van Klimaat en Groene Groei heeft om de wettelijk vastgelegde nationale doelstellingen voor wind op zee en de doelstellingen vanuit het voornemen in PAWOZ-Eemshaven besloten dat:
4.
1
a.
De Schiermonnikoog Wantij route (route VII) als Voorkeursalternatief (VKA) wordt gekozen om verder te ontwikkelen in de projectprocedure voor de aanlanding van Doordewind. Ter uitvoering van dit besluit start TenneT na de zomer van 2025 de projectprocedure.
b.
Dat zowel de Zoutkamperlaag-route, de Ameland Wantij-route en de Tunnelroute op termijn later nader tegenover elkaar af te wegen, samen met mogelijkheden vanuit het onderzoek naar hergebruik van bestaande gasleidingen, om de aanlandmogelijkheden van waterstof in Noord-Nederland te bepalen. 1
c.
De Oude Westereems (route II) op te nemen in pVAWOZ als alternatief voor toekomstige kabelverbindingen. Dit geldt ook voor de Tunnelroute (X), waarbij deze niet alleen voor kabels maar ook voor waterstofleidingen en CO2 verder wordt onderzocht. De Zoutkamperlaag (route IX), Ameland Wantij (VIII) en Tunnel (X) hebben overcapaciteit door de diameter van de leiding en zijn daarmee voor waterstof toekomstbestendig. Op basis van pVAWOZ zal besluitvorming plaatsvinden over het starten van een projectprocedure voor de aanlanding van toekomstige windparken.
De realisatie van grootschalige energie-infrastructuur voor de energietransitie heeft impact op de leefomgeving, landbouw en natuur van de route -en aanlandregio van de netaansluitingen naar land. Het kabinet wil met investeringen in verbetering van de lokale leefomgeving zorgen dat de regio kan
Op Prinsjesdag is besloten de ontwikkelingen van elektrolyse op zee met vijf jaar te pauzeren. Het is op dit moment nog niet duidelijk hoe in de toekomst de waterstofroutes uit PAWOZ in het vervolgproces worden meegenomen.
Definitief
profiteren van wind op zee. Om een verantwoorde inpassing van de windparken en de bijbehorende infrastructuur van het 'net op zee' mogelijk te maken is besloten voor deze regio is 99 miljoen euro (inclusief btw) beschikbaar te stellen vanuit de landelijke gebiedsinvesteringen uit het Klimaatfonds, verdeeld over twee tranches. Op 20 juni 2024 kwamen Rijk en Regio een bestuursakkoord overeen over de eerste tranche aan gebiedsinvesteringen van 50 miljoen euro. Op 6 november 2024 kondigde de Minister middels een brief aan de regio aan dat in de tweede tranche 49 miljoen euro beschikbaar wordt gesteld. 5.
De gebiedsinvesteringen zijn een extra impuls voor de regio en staan los van de reguliere structurele kosten of wettelijk vereiste compensatie en mitigatie die direct samenhangen met de realisatie van de energie-infrastructuur.
6.
Rijk en regio hebben gelet op de impact in het gebied, waaronder het UNESCO werelderfgoed Waddenzee en hoogwaardige landbouwgronden, afspraken gemaakt over een breder pakket aanvullend op de gebiedsinvesteringen, hierna te noemen het regiopakket. Dit pakket bestaat, naast de gebiedsinvesteringen, uit aanvullende middelen waarmee het totale regiopakket 124 miljoen euro bedraagt: a. b. c. d.
99 miljoen euro gebiedsinvesteringen, in twee tranches; 18 miljoen euro ecologisch impulspakket; 5 miljoen euro voor oplossingen voor verzilting; 2 miljoen euro voor versterking van de natuur.
ARTIKEL 1 – BEGRIPSBEPALINGEN In dit bestuursakkoord wordt verstaan onder: a) aanvullende routekaart Windenergie op zee 21GW: aanvullende routekaart ‘Windenergie op zee 21GW’ waarin de bestaande en te ontwikkelen windparken en aanlandregio's van de netaansluitingen zijn opgenomen; b) gebiedsinvesteringen netten op zee: gebiedsinvesteringen ten behoeve van aanlandregio's ‘net op zee’ zoals opgenomen in de aanvullende routekaart Windenenergie op zee 21GW; c) partijen: partijen zijn de minister en de openbare lichamen zoals beschreven in de aanhef van dit document; d) regio: provincie Groningen, provincie Fryslân, gemeente het Hogeland, waterschap Noorderzijlvest, Wetterskip Fryslân, gemeente Ameland, gemeente Schiermonnikoog en gemeente Noardeast-Fryslân; gemeente Westerkwartier; e) regiopakket: Een geheel aan afspraken dat in het kader van de besluitvorming rondom PAWOZ tussen de minister en partijen tot stand is gekomen f) regiokassier: entiteit die de rijksmiddelen ontvangt, de financiële administratie verzorgt, de verantwoording over de bestedingen van de middelen aflegt en de ontvanger van de middelen die in de specifieke uitkering worden toegekend; g) regioplan Gebiedsinvesteringen: gebiedsplan waarin de regio opstelt waar de gebiedsinvesteringen netten op zee aan besteed worden, waarin zowel procesmatige als projectplannen in worden opgenomen h) Het Programma Aansluiting
Wind op Zee – Eemshaven: programma waarin besloten is om de Schiermonnikoog Wantij route te benutten voor de aansluiting van Doordewind en de Tunnel route te onderzoeken als mogelijkheid voor toekomstige windparken (in pVAWOZ). ARTIKEL 2 – Doel en uitwerking regiopakket Partijen maken in onderhavige bestuursakkoord afspraken over de uitvoering van PAWOZ-Eemshaven voor de korte en lange termijn met als doel om enerzijds bij te dragen aan de aanlanding van windenergie op zee en de kansen die dit biedt voor de Eemshaven (en omgeving) en anderzijds om daar waar de ‘lasten’ van het kabelen leidingtracé voor de aanlanding worden ervaren ook ‘lusten’ terecht te laten komen om investeringen in de regio mogelijk te maken. Dit laatste staat los van eventuele wettelijk verplichte compensaties en mitigaties bij de aanleg van kabels en leidingen. Partijen maken op grond van dit Bestuursakkoord afspraken over een regiopakket dat bestaat uit de volgende onderdelen: a. b. c. d. e. f.
Gebiedsinvesteringen i. Het opstellen van een aantal uitgangspunten voor een regioplan ii. Te bepalen wie het regioplan gaan opstellen en regisseren Extra middelen voor Verziltingsmaatregelen Extra middelen voor Natuur Participatie Schiermonnikoog Wantij route Tunnel route
ARTIKEL 3 – BESTUURLIJKE AFSPRAKEN Inzake besluit PAWOZ-Eemshaven Partijen onderschrijven het belang van goede samenwerking tussen overheden bij de uitvoering van de aanlanding van wind op zee. Zij verbinden zich aan de afspraken in deze bestuursovereenkomst. ARTIKEL 4 – Gebiedsinvesteringen
Definitief
1. Ter invulling van artikel 2, onderdeel a, spreken partijen het volgende af: a. Voor de regio is voor de tweede tranche gebiedsinvesteringen 'net op zee' 49 miljoen euro inclusief btw beschikbaar. Daarvan is maximaal 10% van het budget beschikbaar voor uitvoeringskosten. Conform de brief van 6 november 2024 van de minister kunnen projecten in aanmerking komen voor een bijdrage uit de gebiedsinvesteringen als deze bijdragen aan één of meerdere van de volgende thema's: • Behoud en versterken van de natuur; • Verbeteren van de fysieke leefomgeving; • Versterken van de regionale economie; • Versnellen en toepassen van de (duurzame) energietransitie; b. De regio stelt een regioplan op met een verdeling van de middelen. Het definitieve regioplan zal uiterlijk in september 2026 in een separaat bestuursakkoord worden vastgesteld. Afstemming hierover door de regiopartijen verloopt via een regionale stuurgroep. c. Uitgangspunten voor het regioplan zijn: i. Daar waar de lasten zijn komen ook de lusten; ii. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen de 'waarde' van de aanleg van kabels en/of leidingen; omdat het nog niet duidelijk is via welke route waterstof kan aanlanden wordt hiervoor een bedrag gereserveerd in een bestemmingsfonds; iii.
De routekeuzes van zowel de aanlanding van kabels als die van waterstof en de afstanden van de uiteindelijke tracés zijn bepalend voor de verdeling van de middelen die beschikbaar zijn; iv. Projecten die meerdere doelen dienen en systeemversterkend werken krijgen voorrang - denk daarbij aan natuur en landbouw, maar ook aan water en bodem; v. De verdeling van de middelen uit de eerste tranche gebiedsinvesteringen weegt mee bij de verdeling van de middelen in de tweede tranche. In de tweede tranche wordt daarom rekening gehouden met eventuele waterstofleidingen in de toekomst. In totaal is er 99 miljoen euro beschikbaar, waarbij tot een goede verdeling moet worden gekomen op basis van voorgenoemde uitgangspunten. d. De provincie Groningen is regisseur, oftewel inhoudelijk penvoerder, van het regioplan; e. De provincie Groningen is regiokassier van bovengenoemd regioplan; NDS EN HVF ARTIKEL 5 –EXTRA MIDDELEN VOOR VERZILTINGSMAATREGELEN 1. De Minister stelt aanvullend op de gebiedsinvesteringsmiddelen als genoemd onder ‘overwegingen’ onder 7, een bedrag van 5 miljoen euro (incl. eventuele BTW) beschikbaar voor het oprichten van een fonds met de voorlopige werktitel ‘Verziltingsfonds’.
Dit fonds is erop gericht om bovenwettelijke compensatie en mitigatie van verzilting van landbouwgrond door extra investeringen mogelijk te maken in een goede kwalitatieve waterhuishouding voor onder andere groepen van agrariërs in het gebied. 2. De provincie in haar rol als regiokassier draagt zorg voor de inrichting en exploitatie van het verziltingsfonds. 3. De regio kan middelen uit het budget zoals aangegeven in art. 4, lid a, toevoegen aan het ‘verziltingsfonds’. 4. Voor de invulling van verziltingsfonds stemt men af met de desbetreffende provincie(s), gemeente(n), waterschap(pen), het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en belangenorganisaties in de regio (zoals LTO). 5. Het ‘ verziltingsfonds’ heeft dezelfde doorlooptijd als het regioplan en wordt daarin ook meegenomen. 6. Het verziltingsfonds dient te voldoen aan de vereisten van het Herstel- en Veerkrachtplan. ARTIKEL 6 – EXTRA MIDDELEN VOOR NATUUR De Minister stelt aanvullend op de gebiedsinvesteringsmiddelen als genoemd onder ‘overwegingen’ onder 7, aanvullend een bedrag van 2 miljoen euro (inclusief BTW) beschikbaar voor maatregelen ter versterking van de natuur. Dit is aanvullend op de 18 miljoen die eerder door de Minister beschikbaar is gesteld voor het ecologisch impulspakket.
ARTIKEL 7 - PARTICIPATIE Partijen spreken af om in samenspraak nader te verkennen welke mogelijkheden er zijn om de aanlanding van duurzame energie ook ten goede te laten komen aan de regio, zoals bijvoorbeeld het aanschaffen van CO2certificaten. Het Rijk zal met de regio middels bijv. expertsessies en technische briefings bekijken welke rol CO2-certificaten kunnen spelen in het verduurzamen van de regio. ARTIKEL 8 - AFSPRAKEN OVER SCHIERMONNIKOOG WANTIJ ROUTE a. De Minister zet zich in om de effecten van de aanleg van de Schiermonnikoog Wantij route te minimaliseren b. In de projectprocedure wordt daarom door TenneT onderzocht wat de mogelijkheden zijn voor aanleg van kabels in de dijkzone in combinatie met de dijkversterking voor de Noord-Groningse kust. c. Het ministerie van KGG draagt zorg voor een Governance structuur waarin de voortgang van de projectprocedure voor de Schiermonnikoog Wantij route wordt besproken. De omgeving wordt actief betrokken via participatieactiviteiten zoals werksessies, ontwerpateliers en ambtelijke en bestuurlijke overleggen. i. Het Rijk stelt daarbij middelen beschikbaar voor medeoverheden om expertise in te huren vanuit de expertpool van het ministerie van KGG die ter ondersteuning van de projectprocedure kunnen dienen.
Definitief
ARTIKEL 9 AFSPRAKEN OVER DE TUNNEL ROUTE De minister spreekt af dat zij in de komende fase (tot aan de afweging van deze route in/met pVAWOZ) zorgdraagt voor de doorontwikkeling van de tunnelvariant als mogelijke optie voor toekomstige aanlandingen ten behoeve van VAWOZ, en daarbij een goed geëquipeerde projectorganisatie instelt. In de doorontwikkeling van de tunnel worden de volgende aspecten meegenomen met als doel klaar te staan voor een eventuele projectprocedure na VAWOZ: a. Bepalen van de initiatiefnemer voor de planvoorbereiding, realisatie en beheer van de tunnel b. Bepalen van de financiering/exploitatiemogelijkheden van de tunnel in samenspraak met onder andere TenneT en Gasunie. c. Bepalen van de mogelijkheden voor het transport van Co2 via de tunnel d. Bepalen van het uittredepunt voor de tunnel aan de vaste wal e. Optimaliseren van de tunnel op het gebied van o.a. ecologie, omgeving, kosten, planning en toekomstvastheid f. Het opstellen van een risicodossier g. Een update van de realisatieplanning h. Het ministerie van KGG komt met een voorstel voor de Governance gedurende deze verkenningsfase van de tunnel, waarbij ook aangesloten wordt bij de pVAWOZ governance. ARTIKEL 10 PROCESAFSPRAKEN SCHIERMONNIKOOG WANTIJ ROUTE EN TUNNEL ROUTE a.
Partijen spreken af dat in de separate governances bij bestuurlijke -en ambtelijke overleggen in de mededelingensfeer de partijen op de hoogte worden gehouden over de ontwikkelingen rondom beide routes. ARTIKEL 11 WIJZIGINGEN a.
Elke Partij kan, onverminderd de eventuele andere aan Partijen toegekende rechten tot wijziging, de andere Partij(en) schriftelijk verzoeken de overeenkomst te wijzigen. De wijziging behoeft de schriftelijke instemming van alle Partijen.
b.
Vertegenwoordigers van partijen treden in overleg binnen 1 maand nadat een Partij de wens daartoe aan de andere Partij(en) schriftelijk heeft medegedeeld.
c.
De overeenkomst wordt in afschrift als bijlage aan de overeengekomen wijziging en de eventuele verklaring (verklaringen) tot instemming gehecht.
Artikel 12 – LOOPTIJD Dit bestuursakkoord treedt in werking op de dag na (laatste) ondertekening en eindigt bij het ondertekenen van het bestuursakkoord over het regioplan. ARTIKEL 13 – ESCALATIE- OF GESCHILLENREGELING a. b.
Dit bestuursakkoord is niet in rechte afdwingbaar. Eventuele geschillen in verband met de uitvoering van dit bestuursakkoord worden, met uitsluiting van de rechter, in onderling overleg tot een oplossing gebracht, waarbij Partijen niet tussentijds over het geschil met derden zullen communiceren. Een geschil is aanwezig indien een der Partijen dat stelt.
ARTIKEL 14 – PUBLICATIE a.
Binnen tien werkdagen na ondertekening van dit bestuursakkoord wordt de zakelijke inhoud van dit bestuursakkoord door de Minister gepubliceerd in de Staatscourant.
b.
Wijzigingen van het bestuursakkoord dan wel van deelnemende Partijen zullen overeenkomstig via de Staatscourant worden bekendgemaakt.
ARTIKEL 15 - CITEERTITEL Dit bestuursakkoord wordt aangehaald als bestuursakkoord Regiopakket PAWOZ-Eemshaven'
Aldus overeengekomen en in tweevoud ondertekend,
De Minister van Klimaat en Groene Groei:
Definitief
Het college van gedeputeerde staten van de provincie Groningen, namens deze: Gedeputeerde : Het college van gedeputeerde staten van de provincie Fryslân, namens deze: gedeputeerde : Burgemeester en wethouders van de gemeente het Hogeland, namens deze: Wethouder : Bestuur van het waterschap Noorderzijlvest, namens deze: bestuurder : Burgemeester en wethouders van de gemeente Schiermonnikoog, namens deze: burgemeester
:
Burgemeester en wethouders van de gemeente Noardeast-Fryslân, namens deze: wethouder Burgemeester en wethouders van de gemeente Ameland, namens deze: wethouder Bestuur van het Wetterskip Fryslân, namens deze: bestuurder
:
:
Burgemeester en wethouders van de gemeente Westerkwartier, namens deze: wethouder
Definitief
:
: