CConstaterende datSchiermonnikoog
Koppel je AI →
Document · PDF

B&W 07-02 - Bijlage - U&H strategie Fryslân 2025-2028

Raadsvergadering 18 maart 2025, gemeente SchiermonnikoogBij agendapunt: Lijst van ingekomen stukken12.685 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Bij de beslissing om een overtreding al dan niet gedogen wordt getoetst aan bovengenoemde criteria. Er hoeft niet te worden voldaan aan álle criteria. De criteria spelen mee bij de belangenafweging, maar dit betekent niet automatisch dat ze als strikte voorwaarden moeten worden beschouwd. De beslissing om al dan niet te gedogen is namelijk een discretionaire bevoegdheid van het bevoegd gezag.

36 Uitvoerings- en handhavingsstrategie Fryslân 2025-2028

1

Bijlage Toelichting bij figuren hoofdstuk 1 Toelichting bij de gesloten beleidscyclus In de geest van de Omgevingswet gaat het erom dat de leefomgeving op een integrale manier wordt bestuurd met het oog op duurzame ontwikkeling, bewoonbaarheid van het land en verbetering van het leefmilieu. Dit vraagt samenhang tussen het beleid, de regels en de uitvoering. Deze samenhang wordt verbeeld door een gesloten beleidscyclus. Figuur 3: Beleidscyclus Omgevingswet

37

Uit de uitvoering komt informatie (zie de indicatoren in bijlage 2), die de deelnemers gebruiken om de beleidsinstrumenten uit de beleidscyclus, in te vullen of aan te passen. De gesloten beleidscyclus fungeert naast de Big-8, waarbij de Big-8 de samenhang tussen beleid voor de uitvoering en uitvoering zelf nader duidt. Toelichting bij de Big-8

Figuur 4: Weergave van de Big-8

De Big-8 bestaat niet alleen uit zeven onderdelen, maar ook uit drie dwarsverbanden die zorgen voor de connectie tussen de twee cycli, oftewel tussen beleid en uitvoering. • De inhoudelijke lijn (rood) loopt tussen beleid naar uitvoering, handhaving en advisering en maakt duidelijk dat er sprake moet zijn van inhoudelijke congruentie tussen beleid en uitvoering. • De strategische lijn (groen) loopt tussen strategie en organisatie en maakt duidelijk dat beleidsrealisatie vereist dat wordt gewerkt op basis van de slimste inzet van middelen met de meeste impact op de opgaven en prioriteiten. • De informatielijn (blauw) loopt tussen monitoring en evaluatie en maakt duidelijk dat de data over de uitvoering en handhaving informatie oplevert die bij de evaluatie van beleid wordt gebruikt. Per dwarsverband is het noodzakelijk dat deelnemers en FUMO zorgen voor een adequate verbinding. Toelichting bij domeinen-benadering Overeenkomstig het rapport ‘Handreiking Outcome gericht werken’ zijn de volgende drie domeinen te onderscheiden.

38 Uitvoerings- en handhavingsstrategie Fryslân 2025-2028

Domein 1: De wettelijke basis. Deelnemers en de omgevingsdienst geven invulling aan wet- en regelgeving en realiseren daarmee een afdoende niveau van veiligheid, duurzaamheid en gezondheid voor de samenleving. Voor zover er vanuit de wet eisen worden gesteld aan de uitvoering worden deze uitgevoerd. Hierbij valt in ieder geval te denken aan: • • • •

het behandelen van aanvragen van vergunningen binnen de wettelijke behandeltermijnen, uitvoering van de actualisatieplicht vergunningen zoals beschreven in de Omgevingswet, artikel 5.38 en het Besluit kwaliteit leefomgeving, artikelen 8.98 en 8.99, de uitvoering van de beginselplicht tot handhaving in de gevallen dat bekend is dat de regelgeving wordt overtreden, hetgeen in het Omgevingsbesluit, artikel 13.7 is opgenomen over de verplichte minimumcontrolefrequentie voor IPPC-installaties, de termijn waarbinnen na het vaststellen van een ernstige klacht, ernstig ongewoon voorval of ernstige overtreding niet-routinematig toezicht wordt gehouden en de wijze waarop wordt gerapporteerd over bevindingen over de naleving.

Dit geldt voor de uitvoering van de wettelijke basistaken die de deelnemers van de omgevingsdienst in mandaat hebben ondergebracht. Deelnemers stellen voor de uitvoering van het wettelijk minimum voldoende (financiële) middelen beschikbaar. Kengetallen die bij de berekening hiervan worden gehanteerd staan weergegeven in de producten- en dienstencatalogus. De omgevingsdienst rapporteert hoe uitvoering is gegeven aan de wettelijke verplichtingen bij de taakuitvoering. Domein 2: Benutten reikwijdte wet- en regelgeving. Ondanks een goede uitvoering van wet- en regelgeving kunnen deelnemers van de omgevingsdienst constateren dat er zich ontwikkelingen in de leefomgeving voordoen die om gerichte inzet van uitvoering en handhaving vragen. Deze zijn onder meer vervat in de doelstellingen voor de uitvoering en handhaving. Deelnemers kunnen de omgevingsdienst verzoeken om naast het wettelijk verplichte minimum hier extra inzet voor te plegen, met als doel een zo groot mogelijk maatschappelijk effect te bereiken. Dit vraagt om programmatische uitvoering, waarvoor deelnemers en de omgevingsdienst in nauw overleg een opdracht formuleren. Bijlage 2 weergeeft welke inzet dit betreft. Omdat het bereiken van een zo groot mogelijk maatschappelijk effect het doel is van domein 2 is het wenselijk dat er wordt gerapporteerd op outcome.

Outcome wil zeggen: welke effecten zijn er bereikt met de gepleegde inzet? Domein 3: Inzet expertise voor bovenwettelijke taken. Deelnemers kunnen beleidsdoelen formuleren waarvoor (nog) geen wettelijke verplichtingen bestaan. Hiervoor kunnen deelnemers aparte opdrachten verlenen aan de omgevingsdienst, los van de begroting en het uitvoeringsprogramma. In deze gevallen staat de expertise van de omgevingsdienst voorop en heeft het product veelal het karakter van een advies aan het bevoegd gezag. Over taken uit domein 3 handelt de uitvoerings- en handhavingsstrategie voor de basistaken niet.

39

2

Bijlage Operationele doelstellingen en indicatoren

40 Uitvoerings- en handhavingsstrategie Fryslân 2025-2028

41

Domein 2: Benutten reikwijdte van wet- en regelgeving

Domein 1:39 De wettelijke basis

• Aantal uitgevoerde controles, ter bijdrage aan het behalen • Streven is: uitvoering conform het van de minimale controlefrequenties. jaarlijks uitvoeringprogramma. • Terugkoppeling binnen 48 uur bij klachtenafhandeling en vragen van inwoners. • 24 uursbereikbaarheid bij calamiteiten

Uitgevoerde controles

Klachtafhandeling en bereikbaarheid

• Verbetering van het totale naleefgedrag per branche ten opzichte van het voorgaande jaar. • Verbeter43ing van het totale naleefgedrag per branche ten opzichte van het voorgaande jaar. • Weergave van bevindingen van afgelopen jaar in het jaarverslag. • Weergave van bedrijven die een rapportage hebben ingediend, en de reductie die is behaald. • Weergave van bevindingen van afgelopen jaar in het jaarverslag.

Verbetering van het naleef• Percentage van de controles bij bedrijven onder het gedrag bij de uitvoering van basistakenpakket in de hoogste risicocategorie, waarbij milieubelastende activiteiten. ernstige overtredin41gen zijn geconstateerd. • Percentage van de controles bij bedrijven onder het basistakenpakket die overige activiteiten uitvoeren, waarbij ernstige overtredin42gen zijn geconstateerd. • Weergave van bij welke activiteiten er niet reeds bekende ZZS is aangetroffen, welke en of er verbetermaatregelen worden ingesteld. • Bedrijven die activiteiten uitvoeren waar ZZS vrijkomen stellen 1 keer in de 5 jaar een rapport op aan het bevoegd gezag, inclusief vermijdings- en reductieprogramma (VRP). • Weergave van het aantal vergunningen waarin een strengere norm is opgenomen, en voor welke activiteiten dit geldt.

• Verantwoording over bestaande inzichten als resultaat van • Schriftelijke onderbouwing in het de gepleegde inzet. jaarverslag

Minimali44satie van schadelijke emissies (ZZS) en afname van stoffen die schadelijk zijn voor kwetsbare natuurgebieden naar lucht, water (indirecte lozingen) en bodem.

De meest risicovolle ketens zijn in beeld door gerichte analyse van data en de inzet van het ketentoezicht.

• Streven is: 100% binnen reactietermijn. • Streven is: 100% bereikbaarheid.

• Streven is: 100% binnen wettelijke termijn.

• Aantal verleende vergunningen en beschikkingen binnen de hiervoor geldende wettelijke termijn.

Tijdigheid van verleende vergunningen en beschikkingen.

• De actualisaties die in het jaarlijks uitvoeringsprogramma zijn genoemd zijn uitgevoerd.

Norm (bron)

• Geactualiseerde vergunningen voor milieubelastende activiteiten.

Indicator

Actualiteit40 van meldingen/ vergunningen van locaties met één of meerdere melding- of vergunningplichtige milieubelastende activiteit(en).

Doelstelling

42 Uitvoerings- en handhavingsstrategie Fryslân 2025-2028

Domein 3: Bovenwettelijke inzet van het U&H-expertise

• Weergave van de niet reeds bekende bevindingen bij de uitgevoerde werkzaamheden ter bevordering van energiebesparing, duurzame energie, afvalreductie en circulariteit. Wat is aangetroffen, en welke verbetermaatregelen worden ingesteld? • Percentage bedrijven dat voldoet aan de Informatieplicht Wet milieubeheer (IPWM) energiebesparing door het indienen van een melding bij het eLoket van RVO. • Percent45age van bedrijven die voor 1-1-2024 een melding voor de informatieplicht hebben ingediend, dat alle besparende maatregelen met een zelfstandig vervangingsmoment heeft toegepast. • Verantwoording over wijze waarop informatie over geldende wet- en regelgeving op passende wijze beschikbaar is gesteld aan bedrijven. • Trends in soorten binnenkomende klachten.

Bedrijven hebben inzicht in hun bijdrage aan, en verantwoordelijkheid voor, een klimaatbestendig, circulair en energieneutraal Fryslân.

Bedrijven weten waar ze actuele informatie kunnen vinden over geldende weten regelgeving.

Klachtafhandeling

Over taken uit domein 3 handelt de uitvoerings- en handhavingsstrategie voor de basistaken niet.

Indicator

Doelstelling

• Kwalitatieve duiding van trends in binnenkomende klachten in jaarverslag.

• Schriftelijke onderbouwing in het jaarverslag.

• 100% op 1-1-2026

• 80% op 1-1-2028

• Weergave van bevindingen van afgelopen jaar in het jaarverslag.

Norm (bron)

3

Bijlage Wegingen en risicocategorieën in het risicomodel

Variabelen in risicomodel De volgende risicovariabelen worden in het risicomodel meegenomen: I. Het effect van de milieubelastende activiteit(en)46 van de locatie.47 Dit betreft: a. Fysiek: de mate waarin de activiteit kan leiden tot risico’s voor de fysieke bebouwing (explosie, brand, instorten). b. Gezondheid: de mate waarin de activiteit op korte en lange termijn kan leiden tot gezondheidsklachten c. Kwaliteit van de leefomgeving: de mate waarin de activiteit kan leiden tot overlast in de leefomgeving (geur, geluid, trilling, luchtkwaliteit). d. Natuur: de mate waarin de activiteit kan leiden tot korte en lange termijn schade aan flora en fauna. e. Financieel: de mate waarin de activiteit kan leiden tot financiële risico’s voor de overheid II. De kans op niet naleving van de branche waarin het bedrijf actief is.48 Om het risico van de branche te bepalen, worden milieuaspecten ten opzichte van elkaar gewogen.

43

Te weten: a. Externe veiligheid b. Luchtkwaliteit en geur c. Bodemkwaliteit d. Geluid e. Waterkwaliteit III. De politiek-bestuurlijke gevoeligheid. IV. De lengte van de periode dat geen controle heeft plaatsgevonden. V. Het naleefgedrag van de drijver/eigenaar. VI. De ernst van begane overtreding(en).49 VII. Het type bedrijf (type B, type B-, type C of IPPC).50 VIII. Het aantal milieubelastende activiteiten dat op de betreffende locatie wordt uitgevoerd. Uiteindelijke risico’s worden bepaald op basis van de formule ‘risico = kans x effect’. De kans op niet naleving wordt gebaseerd op informatie die is opgebouwd over het naleefgedrag van de branche (II), het naleefgedrag van de individuele drijver/eigenaar (V), de ernst van begane overtreding(en) (VI), de lengte van de periode dat geen milieucontrole heeft plaatsgevonden (IV), het type bedrijf (VII) en het aantal milieubelastende activiteiten dat op de betreffende locatie wordt uitgevoerd (VIII). Het mogelijk schadelijke effect wordt gebaseerd op de mogelijk schadelijke effecten van een milieubelastende activiteit51 (I) en de politiek-bestuurlijke gevoeligheid (III). Weging van risico’s Weging per milieubelastende activiteit (variabele I.) Het effect en de kans op niet-naleving per activiteit wordt aan de hand van de in hoofdstuk 3 beschreven risicofactoren door toezichthouders van de FUMO ingeschat.

Daarbij is een schaal gehanteerd van 1 (geen risico) tot 10 (zeer groot risico). Het totaal van de risicofactoren leidt tot een risicoscore, waarbij een indeling is gemaakt in: • 0-10: score 2 • 10-20: score 4 • 20-30: score 6 • 30-40: score 8 • 40-50: score 10 Weging per branche (variabele II.) De bedrijven zijn per groep gerubriceerd naar branches. Dit betreft: 1) bedrijven met een IPPC-installatie, 2) bedrijven met vergunningplichtige milieubelastende activiteiten en 3) bedrijven met informatie- en meldingsplichtige milieubelastende activiteiten. Ieder van de branches is gescoord (van waarde 1 zeer lage kans tot waarde 5 zeer hoge kans) op de volgende milieuaspecten.52

44 Uitvoerings- en handhavingsstrategie Fryslân 2025-2028

Thema

Zwaarte

Externe veiligheid

5 van 5

Luchtkwaliteit en geur

3 van 5

Bodemkwaliteit

3 van 5

Geluid

3 van 5

Waterkwaliteit

2 van 5

Deze aspecten leiden met een weging van het potentieel nadelige effect tot een risicocategorie per branche. Het totaal van de risicofactoren leidt tot een risicoscore, waarbij een indeling is gemaakt in: • - <100: score 2 • - 100-150: score 4 • - 150-200: score 6 • - 200-250: score 8 • - >250: score 10 Weging van de periode dat geen controle heeft plaatsgevonden (variabele IV.) Deelnemers kunnen ertoe besluiten dat andersoortige werkzaamheden dan reguliere controles meer aangewezen zijn om risico’s te verlagen (zie paragraaf 3.3). Deze werkzaamheden geven ook aanleiding om de score op variabele IV aan te passen. De gecombineerde totaalscore van de beschreven variabelen leidt tot een risicoweging per locatie. Risico-categorieën en controlefrequenties Voor de milieubelastende activiteiten bij locaties worden de volgende risicocategorieën aangehouden, met daaraan gekoppeld een controlefrequentie: Risicocategorie

Pe53rcentage

Controlefrequentie

Ho og risico

4% van de locaties

1x per 2 jaar

Matig risico

10% van de locaties

1x per 4 jaar

Laag risico

26% van de locaties

1x per 6 jaar

Extra laag risico

60% van de locaties

1x per 10 jaar

54

IPPC-installaties Voor de locaties met een IPPC-installatie geldt: de locaties met grote milieurisico’s (risicocategorie: hoog risico) worden 1x per jaar gecontroleerd en met een beperkt milieurisico (risicocategorie: matig tot extra laag risico) worden 1x 3 per jaar gecontroleerd. Dit is overeenkomstig Omgevingsbesluit, artikel 13.7, eerste lid, onder b.

Energiebesparende maatregelen Voor het toezicht op energiebesparende maatregelen worden een controlefrequentie aangehouden van minimaal 1x per 16 jaar.

45

4

Bijlage Risicobenadering activiteiten met bepaalde duur Activiteiten met bepaalde duur zijn slechts voor bepaalde tijd aan een locatie gebonden. Hieronder vallen in ieder geval activiteiten als asbestsaneringen, bodemsaneringen en ontgrondingen. Door kun tijdelijke karakter is het niet mogelijk om met vaste controlefrequenties in een meerjarenplanning te werken en daarom geldt een andere risicobenadering dan voor activiteiten met onbepaalde duur.

Meldingen Bodem Indien de uitvoering plaatsvindt op wettelijk niveau, worden de grootste risico’s gelopen bij werken met sterke twijfels bij de beoordeling van de melding Bal/Bbk (opzettelijk verkeerd melden), IBC- bouwstoffen (niet voor aanvang werkzaamheden ingediend), meldingen achteraf en toepassing immobilisatie. Matige risico’s zijn er bij tijdelijke en kortdurende opslag, partijen met meer dan 5% bodemvreemd materiaal, samengevoegde partijen en meldingen met herkomst buiten Fryslân. Bij het ketentoezicht hebben de ketens van grond- en afvalstromen de hoogste prioriteit 1. De meldingen worden ingedeeld in drie risicocategorieën op basis van een beoordeling van de milieutechnische risico’s én het gedrag van de uitvoerder55. 2. De meldingen worden als volgt gecontroleerd56: a. In de hoge risicocategorie: 90% van de gevallen wordt gecontroleerd, b. In de matige risicocategorie: 50% van de gevallen wordt gecontroleerd, c. In de lage risicocategorie in 10% van de gevallen wordt gecontroleerd.

46 Uitvoerings- en handhavingsstrategie Fryslân 2025-2028

Asbest Het risico op vezelemissie op het moment dat niet wordt voldaan aan de wet- en regelgeving is dusdanig groot dat in verhouding een groot risico voor mens en milieu bestaat. Een adequaat toezichtniveau is dus heel belangrijk in de saneringsfase. Bij het toezicht tijdens de bouw en sloop hebben ketenpartners (waaronder gemeenten) bijzondere aandacht voor illegale (niet gemelde) saneringen van asbest. Bij het ketentoezicht hebben de ketens van grond- en afvalstromen de hoogste prioriteit. Een van de thema’s binnen de keten afvalstromen is asbest. 1. De meldingen worden ingedeeld in drie risicocategorieën op basis van de locatie, het gebruik van, de risicoklasse, de soort saneerder en het toezicht door derden57. 2. De meldingen worden als volgt gecontroleerd58: a. In de hoge risicocategorie: 90% van de gevallen wordt gecontroleerd, b. In de matige risicocategorie: 40% van de gevallen wordt gecontroleerd, c. In de lage risicocategorie: 7,5% van de gevallen wordt gecontroleerd.

Niet-gemelde activiteiten Risico’s komen niet enkel voort uit gemelde activiteiten. Sterker, de grootste risico’s voor de strategische doelstellingen worden vaak gevonden bij niet-gemelde activiteiten. Onderstaande tabel weergeeft enkele van de grootste risico’s van niet-melden. Bovendien geldt dat wanneer uitsluitend gecontroleerd wordt naar aanleiding van meldingen, dit een nadelig effect zal hebben op de bereidheid te melden. Constatering

Risico

Niet gemeld (illegale activiteiten)

Ontdoen van verontreinigde grond vaak op terreinen van gemeente. Kosten voor gemeente soms fors. Niet melden is bedreiging voor het ‘stand still’ principe zoals landelijk is vastgesteld, dus verslechtering van kwaliteit van de bodem. Niet melden geeft oneerlijke concurrentie. Bij asbest is het een bekend fenomeen dat het lucratief is om zich te onttrekken aan toezicht en illegale handelingen te verrichten. Financieel gewin speelt hierin een belangrijke rol. Door ook niet-gemelde (asbest)saneringen op te sporen wordt deze vorm van illegaliteit aangepakt.

Transport op openbare weg (of water) zonder begeleidingsformulier

Illegaal werk uitvoeren, reële kans op niet voldoen aan ‘stand still’ principe.

Immobiliseren grond (geen meldingsplicht op van toepassing)

Bedrijven gaan improviseren (valse concurrentie). Uitlogen schadelijke stoffen in de bodem.

Na ‘niet instemmen melding’ vaak geen toezicht in het veld

Werk is al uitgevoerd of wordt toch uitgevoerd. Geen zicht op afgewezen partijen.

Ter preventie en mitigatie van deze risico’s wordt, na de jaarlijkse risico-bepaling, passende inzet bepaald in het uitvoeringsprogramma. Na verslaglegging over bevindingen in het jaarverslag volgt mogelijk aanpassing van het uitvoeringsprogramma.

47

Werkwijze risicotoewijzing activiteiten met bepaalde duur Voor activiteiten met bepaalde duur wordt als volgt gewerkt. Deelnemers en de FUMO: a. maken een inschatting van de verwachte meldingen voor activiteiten met bepaalde duur in een bepaald jaar, b. bepalen welke van het totaal aantal verwachte meldingen van activiteiten met bepaalde duur in ieder van de risicocategorieën valt (zoals in voorgaande beschreven onder bodem en asbest), c. maken een inschatting van de benodigde inzet op het inzichtelijk maken van niet-gemelde activiteiten met bepaalde duur, op basis van de geldende risico’s (zie kopje niet-gemelde activiteiten). Bovenstaande leidt tot een bepaling van inzet in het betreffende jaar: • Er wordt in het uitvoeringsprogramma inzet geraamd voor inzet op meldingen, • Er wordt in het uitvoeringsprogramma inzet geraamd voor inzet op niet-gemelde activiteiten. Indien gedurende het betreffende uitvoeringsjaar blijkt dat de inschatting van benodigde inzet vooraf niet correspondeert met de werkelijkheid (zoals door onvoorziene ontwikkelingen) kan dit ertoe leiden dat de controlefrequenties voor meldingen met de lagere risico’s worden losgelaten.

48 Uitvoerings- en handhavingsstrategie Fryslân 2025-2028

5

Bijlage Risicobenadering activiteiten met bepaalde duur (activiteit-niveau)

49

50 Uitvoerings- en handhavingsstrategie Fryslân 2025-2028

51

6

Bijlage Weging milieubelastende activiteiten risicoanalyse (branche-niveau)

52 Uitvoerings- en handhavingsstrategie Fryslân 2025-2028

53

Eindnoten 1 Overeenkomstig artikel 3.3 van de Omgevingswet wordt in de Omgevingsvisies van alle deelnemers rekening gehouden met het voorzorgsbeginsel, het beginsel van preventief handelen, het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron dienen te worden bestreden en het beginsel dat de vervuiler betaalt. 2 Het betreft de taken die wettelijk verplicht door de gemeenten en de provincie bij de FUMO zijn ingebracht. Het waterschap brengt geen (basis)taken in bij de FUMO. 3 Overeenkomstig artikel 1.3 van de Omgevingswet. Zie: https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&hoofdstuk=1&afdeling=1.2&artikel=1.3&z=2024-01-01&g=2024-01-01 4  https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0041278&hoofdstuk=13&afdeling=13.2&paragraaf=13.2.2&artikel=13.5&z=2024-05-07&g=2024-05-07 5 Kanttekening hierbij is dat de risico-analyse, die nog uitgaan van branches en nog niet volledig van milieubelastende activiteiten. Dit vergt omzettingstijd, zie hoofdstuk 3. 6

Zie paragraaf 2.1.1.

7

TwynstraGudde/SPPS (2023), Handreiking Outcome gericht werken, Interprovinciaal overleg (IPO).

8 Uitvoering en handhaving is de ter die onder de Omgevingswet wordt gebruikt voor vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). Uitvoering ziet hier op alle reguleringsactiviteiten (waaronder vergunningverlening), en handhaving wordt als overkoepelend begrip gebruikt voor toezicht en handhaving (inclusief sanctioneren en gedogen). 9 Uitvoering en handhaving alleen is niet genoeg om deze doelstellingen te behalen, maar levert er wel een significante bijdrage aan. 10 Overeenkomstig artikel 3.3 van de Omgevingswet wordt in de Omgevingsvisies van alle deelnemers rekening gehouden met het voorzorgsbeginsel, het beginsel van preventief handelen, het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron dienen te worden bestreden en het beginsel dat de vervuiler betaalt. 11 Voor informatie- en meldingsplichten wordt met actualiteit bedoeld dat de juiste informatie is aangeleverd en de juiste melding is gedaan conform de milieubelastende activiteiten die (zullen) worden uitgevoerd. Voor vergunningen wordt bedoeld dat de milieubelastende activiteiten die worden uitgevoerd overeenkomen met de vergunde situatie. 12 Naleefgedrag ziet op mate van naleving van wet- en regelgeving. Niet-naleving wordt uitgedrukt in een score conform de LHSO variërend van A (goedwillend/onbewust) tot D (notoir/crimineel). 13 Besluit activiteiten leefomgeving, afdeling 18.1. Zie ook: Stb.

2023, 472 14 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001840&hoofdstuk=1&artikel=21&z=2023-02-22&g=2023-02-22 15 https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0037885&hoofdstuk=1&afdeling=1.2&artikel=1.3&z=2024-01-01&g=2024-01-01 16 Voorheen: Verordening kwaliteit VTH (vergunningverlening, toezicht en handhaving) 17 De PDC wordt twee jaren na inwerkingtreden van de Omgevingswet geëvalueerd. 18 Bij naleefgedrag van LHSO-score 3, 4, C en/of D.

55

19 Die mede bepaald worden door de kwaliteitscriteria. 20 Zwaardere categorieën uit de LHSO. 21 Best beschikbare technieken, zie: https://iplo.nl/regelgeving/regels-voor-activiteiten/toelichting-milieubelastende-activiteiten/vergunning-milieubelastende-activiteit/nederlandse-informatiedocumenten-bbt/ 22 Bij scherp vergunnen wordt bij de verlening van de vergunning beoordeeld wat er redelijkerwijs van de aanvrager verwacht mag ter bijdrage aan het behalen van de strategische doelstellingen. 23 In het voortraject kan vooroverleg plaatsvinden als een formeel verzoek voor vooroverleg is gedaan in het omgevingsloket. Als een initiatiefnemer er met de reeds beschikbare informatie niet uitkomt is er een gesprek met de casemanager en/of overige betrokken medewerkers mogelijk. Het deelnemen aan en/of organiseren van de omgevingstafel kan een vorm van vooroverleg zijn, maar dit valt niet onder het basistakenpakket dat de FUMO voor haar deelnemers uitvoert. 24 In het voortraject of na ontvangst van de aanvraag kan door de deelnemer een Bibob-toets worden uitgevoerd. dit valt niet onder het basistakenpakket dat de FUMO voor haar deelnemers uitvoert. De situaties waarbij een Bibob toets wordt uitgevoerd, zijn vastgelegd in het Bibob-beleid van het bevoegd gezag.

25 https://iplo.nl/digitaal-stelsel/introductie/landelijke-voorziening/algemene-set-indieningsvereisten-omgevingsloket/ 26 idem 27 Momenteel onderzoekt een werkgroep van het vakoverleg hoe om te gaan met het stoken van snoeiafval. Bevindingen van de werkgroep zullen op een later moment in deze strategie landen. Dit geldt ook voor omgang met paasvuren. 28 Zoals op 11 juli 2024 vastgesteld door het AB FUMO. 29 Best beschikbare technieken, zie: https://iplo.nl/regelgeving/regels-voor-activiteiten/toelichtingmilieubelastende-activiteiten/vergunning-milieubelastende-activiteit/nederlandse-informatie documenten-bbt/ 30 Omgevingswet, artikel 5.43. 31 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2024-1514.html 32 Landelijke handhavingsstrategie Omgevingsrecht, die door de deelnemers van de FUMO is vastgesteld. 33 Als er geen sprake is van een overtreding waartegen handhavend opgetreden kan of mag worden kan geoordeeld worden dat een controle niet nodig is. 34 Deze taken vallen niet binnen de voorliggende strategie. Over deze taken vindt altijd overleg met de betreffende deelnemer plaats. 35 Zie ook werkinstructies bij de producten- en dienstencatalogus. 36 De actuele versie is hier opgenomen: https://www.infomil.nl/onderwerpen/integrale/handhaving/ landelijke/ 37  https://iplo.nl/publish/pages/183639/leidraad-dwangsombedragen-en-begunstigingstermijnenversie-mei-2023_1.xlsx

56 Uitvoerings- en handhavingsstrategie Fryslân 2025-2028

38 De deelnemers van de FUMO kennen ook hun eigen gedoogstrategie voor de niet-basistaken, die niet door de FUMO worden uitgevoerd. 39 Indien deze om specifieke redenen onhaalbaar blijken, is dit ter duiding in het jaarverslag. 40 Zie bijlage 1 voor een toelichting op wat er onder de domeinen wordt verstaan. Thema’s (denk aan ZZS) zijn niet noodzakelijkerwijs in één domein verbonden, maar kennen vaak én een wettelijk verplichte basis (domein 1) én aanvullende inzet (domein 2). 41 Onder ernstig wordt verstaan: in LHSO categorie 3 (van belang) of 4 (aanzienlijk, dreigend en/of onomkeerbaar). 42 idem 43 Voor zover de gegevens van het vorige jaar bekend zijn. 44 idem 45 Van het totaal aantal bedrijven onder het basistakenpakket waarvan bekend is dat ze zich zouden moeten melden. 46 In beginsel wordt uitgegaan van de kernactiviteit van een locatie. 47 De gegevens voor van deze eerste risicovariabe zijn nog niet bij elke locatie bekend. Bij de omzetting en aanvulling van het locatiebestand naar milieubelastende activiteiten worden deze gegevens voor zover bekend aangevuld. Overige informatie wordt naar aanleiding van uitgevoerde controles aangevuld. 48 idem 49 idem 50 idem 51 Op basis van expert-oordeel van vergunningverleners, toezichthouders, handhavers/boa’s en juristen. 52 De gegevens voor deze eerste risicovariabe zijn nog niet bij elke locatie bekend. Zie hoofdstuk 3.

53 De indeling van locaties met milieubelastende activiteiten wordt jaarlijks gemaakt op basis van actuele gegevens. Bedrijven die in het eerste jaar in de categorie laag risico vallen en niet gecontroleerd worden, worden het jaar erna met een hoger risico ingedeeld. 54 Dit betreft een streefwaarde. Dit geldt overigens niet voor de controlefrequentie voor IPPC-installaties; hier betreft het een minimale controlefrequentie. 55 Hiervoor wordt een beoordelingsformat gebruikt door de FUMO dat rekening houdt met de genoemde aspecten. 56 Dit zijn streefcijfers. Het daadwerkelijk aantal meldingen dat binnenkomt in een jaar kan afwijken van de inschatting vooraf en kan aanleiding geven voor een andere inzet. 57 Hiervoor wordt een beoordelingsformat gebruikt door de FUMO dat rekening houdt met de genoemde aspecten. 58 Dit zijn streefcijfers. Het daadwerkelijk aantal meldingen dat binnenkomt in een jaar kan afwijken van de inschatting vooraf en kan aanleiding geven voor een andere inzet.

57

58 Uitvoerings- en handhavingsstrategie Fryslân 2025-2028

59

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Schiermonnikoog&id=ccaa7a3a-6fff-4c38-bc5f-6ea017536cf5