B&W 05-01 - Raadsbrief - Jaarverantwoording kinderopvang 2024
Tekst van het document
Raadsbrief
Aan:
de gemeenteraad
Afzender:
het college van B&W
Datum:
20 mei 2025
Onderwerp:
Jaarverantwoording kinderopvang 2024
Gemeenten hebben de verplichting jaarlijks verslag te doen van het gevoerde toezicht- en handhavingsbeleid in het kader van de Wet kinderopvang. Aan deze verplichting wordt voldaan met het verzenden van bijgevoegd verslag over 2024 aan de Inspectie van het Onderwijs en het informeren van de gemeenteraad. De verschillende onderdelen van de jaarverantwoording gaan in op de afhandeling van nieuwe aanvragen, de uitvoering van inspecties naar de opvanglocaties en handhaving op de geconstateerde tekortkomingen. De wijze en onderdelen waarop verantwoording dient te worden afgelegd, is bepaald door de onderwijsinspectie. Hieronder volgt een toelichting op de meest opvallende onderdelen van de jaarverantwoording. Tijdig afgehandelde aanvragen Gemeenten zijn wettelijk verplicht om een aanvraag binnen redelijke termijn (8-10 weken) af te ronden. In de periode 1 oktober 2023 tot 1 oktober 2024 zijn er drie aanvragen ontvangen. Deze drie aanvragen hadden alle betrekking op de kinderopvang en peuterspeelzaal en zijn binnen de gestelde termijn afgerond. Inspecties geregistreerde en nieuwe KDV, BSO, en GOB Iedere locatie moet jaarlijks worden geïnspecteerd. Nieuwe locaties dienen binnen drie maanden na registratie te worden geïnspecteerd. In het voorjaar 2024 heeft de GGD een inspectie na registratie uitgevoerd voor de kinderopvang en peuterspeelzaal.
Inspecties nieuwe voorzieningen voor gastouderopvang Er zijn in 2024 geen nieuwe gastouders bij gekomen. Inspecties geregistreerde voorzieningen voor gastouderopvang De wettelijke norm is dat tenminste 50% van het bestaande bestand wordt geïnspecteerd. Met de GGD is afgesproken dat gastouders niet jaarlijks worden geïnspecteerd maar eens in de 3 à 4 jaar. In 2024 is de bestaande gastouderopvang geïnspecteerd. Ingezette handhavingsacties bij rapporten met advies ‘handhaven’ Gemeenten hebben een beginselplicht tot handhaven als er tekortkomingen gesignaleerd worden. Bij het inspectiebezoek na registratie zijn negen tekortkomingen geconstateerd met het advies handhaven. Het college kan bij bijzondere omstandigheden afzien van handhaving. Voorbeelden hiervan zijn: concreet zicht op legalisatie of specifieke situaties waarin handhaven dusdanig onevenredig zou zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen. In dit specifieke geval heeft het college besloten niet te handhaven aangezien de tekortkomingen direct hersteld zijn of binnen afzienbare tijd hersteld zouden worden. Daarnaast is rekening gehouden met het feit dat Stichting KOOS in korte tijd met veel inzet en deskundige begeleiding ervoor heeft gezorgd dat de kinderopvang op het eiland goed georganiseerd is.