CConstaterende datSchiermonnikoog
Koppel je AI →
Document · PDF

8.3 bijlage 1 Dursum Eilaun rapport.pdf

Raadsvergadering 25 januari 2022, gemeente SchiermonnikoogBij agendapunt: Eindrapport Dursum Eilaun10.614 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

24

8

SCENARIO’S: VERKENNEN VAN DE TOEKOMST

Vaak worden scenario’s gebruikt om na te denken over gewenste eindbeelden (streefbeelden) en mogelijke wegen daarnaartoe. Het proces van scenario ontwikkeling is geschetst in onderstaande figuur. Het “Schiermonnikoog van nu” is bijna volledig afhankelijk van fossiele energie dat via de wadkabel en een gasleiding wordt geleverd. De gewenste veranderingsrichting is helder: het eiland streeft naar minder energiegebruik en naar meer lokaal geproduceerde hernieuwbare energie. De exacte invulling van dit streefbeeld is nog niet bepaald. Het streefbeeld ligt nog niet vast en is niet in beton gegoten. Inzichten en nieuwe ideeën kunnen in de tijd veranderen. Net zoals naar Rome vele wegen leiden, zo zijn er ook meerdere wegen naar het gewenste streefbeeld. Vaak denken we in rechte lijnen maar de praktijk leert dat transitiepaden juist niet zo lineair verlopen als wij denken. De introductie van nieuwe technieken, onverwachte economische of sociale ontwikkelingen of gebeurtenissen zoals een pandemie kunnen leiden tot onvoorziene veranderingen in ontwikkelpaden. De ervaring leert dat voor lange-termijnontwikkelingen geldt dat dingen meestal niet gaan zoals je van tevoren dacht. Hoe verder weg in de toekomst, hoe groter de onzekerheden. Onderstaande figuur laat zien dat er verschillende routes zijn naar het gewenste einddoel. Routes met ieder een eigen CO2 profiel.

De bovenste gebogen groene curve is het pad van grote maatregelen op korte termijn met een groot aandeel hernieuwbare energie. De onderste gebogen curve beschrijft kleinere stappen in de tijd om meer gebruik te maken van hernieuwbare energie. Beide curves bereiken hetzelfde einddoel.

In dit hoofdstuk presenteren we vier scenario’s. Er zijn veel scenario’s denkbaar. We hebben gekozen voor scenario’s waarin belangrijke onderdelen van de energietransitie op Schiermonnikoog zijn opgenomen. De scenario’s representeren geen van allen een transitiepad dat moet worden gevolgd. Ze zijn bedoeld om te verkennen wat de effecten zijn van mogelijke maatregelen op de vermindering van de CO2-emissie en wat dat betekent voor het eiland. De scenario’s omvatten zowel ‘no regret’ maatregelen (het kan nooit kwaad) zoals bijvoorbeeld gebouwisolatie als opties waar nog een goed ‘eilandgesprek’ over moet worden gevoerd. Het gaat dan met name over de productie van hernieuwbare energie. Door de scenario’s op deze manier in te richten wordt inzicht 25

gekregen in de (relatieve) reikwijdte van de verschillende maatregelen en opties en kan een concreet plan van aanpak worden ontwikkeld voor de komende jaren. In het volgende hoofdstuk wordt daarvoor een aanzet gedaan. De scenario’s richten zich alleen op de gebouwde omgeving (huishoudens en dienstverlening) omdat dit ongeveer twee-derde deel van het energiegebruik van Schiermonnikoog omvat. Bovendien is dit het deel van het energiegebruik dat kan worden beïnvloed door inwoners en ondernemers. Gestart wordt met het referentiejaar:

Het totale energiegebruik in de gebouwde omgeving is 93 TJ. Het overgrote deel betreft aardgas. Een klein deel van het elektriciteitsverbruik wordt duurzaam opgewekt op het eiland. Dit is het groene deel van het kWh verbruik in de figuur. De scenario’s worden vergeleken met een referentie: 8.1

De referentie: autonome ontwikkelingen

In dit scenario zien we geen grote investeringen en duurzame acties op Schiermonnikoog. Schiermonnikoog drijft mee op de golven van het landelijke energie- en klimaatbeleid en voldoet aan de gemaakte afspraken. Energiebesparing is belangrijk. We veronderstellen dat op Schiermonnikoog energie (aardgas en elektriciteit) wordt bespaard in een tempo dat gelijke tred houdt met het landelijke gemiddelde. De autonome elektricteitsbesparing in Nederland wordt ingeschat op 16% in 2030. Dat houden we ook aan voor Schiermonnikoog. Het is overigens de vraag of deze veronderstelling correct is. De toename van het toerisme, waarbij er ook een streven is om het toeristenseizoen zoveel mogelijk te verlengen, en de relatief zeer geringe verduurzaming van huizen op het eiland kunnen er zelf toe hebben geleid dat er zonder maatregelen aanzienlijk méér stroom gebruikt zal worden op het eiland! Voor 26

aardgas veronderstellen we 10% besparing in 2030. Hiervoor geldt hetzelfde bezwaar als voor stroom. Voor de productie van elektriciteit geldt een nationaal doel: 70% van de elektriciteit in 2030 wordt duurzaam opgewekt. De CO2 footprint van elektriciteit wordt lager omdat de energiemix van energiecentrales verandert en er steeds meer duurzame elektriciteit beschikbaar komt via de aanbieders. Als we aannemen dat op Schiermonnikoog de gemiddelde Nederlandse elektriciteitsmix wordt gebruikt betekent dit dat de met elektriciteitsverbruik gepaard gaande CO2-emissie met 70% is gedaald. Er is overigens niet zoiets als ‘a free lunch’. Dit doel kan alleen maar worden gerealiseerd als alle partijen een bijdrage leveren aan het vergroten van de productiecapaciteit van hernieuwbare elektriciteit. Mede daarom zijn de Regionale Energie Strategieën opgesteld. Dit betekent dat ook de gemeente Schiermonnikoog haar bijdrage dient te leveren. Extra inspanningen, nieuw beleid, nieuwe instrumenten en steun van de provinciale en landelijke overheid zijn daarvoor nodig. In de figuur geven de rode stippellijnen het verbruik in 2018 weer. Te zien is dat het energieverbruik afneemt. Bovendien wordt in 70% van het elektriciteitsverbruik voorzien door hernieuwbare elektriciteit. Hierdoor neemt de CO2 uitstoot in de gebouwde omgeving met 38% af.

8.2

Scenario 1: energie besparen en zon voor alle huishoudens.

In dit scenario wordt flink ingezet op 25% energiebesparing, zowel op het aardgas- als het elektriciteitsverbruik. Dit zal een hele grote inspanning vragen. Aan de aanbodzijde wordt gekozen voor zonne-energie. Om te beginnen krijgen alle huishoudens hun elektriciteit van de zon. Dit is ongeveer 4 TJ in 2030. Hiervoor is ruim een ha zon nodig. Dit kan een zonneakker zijn maar andere oplossingen zijn ook mogelijk. Het energiegebruik neemt flink af ten opzichte van het referentiejaar (de rode stippellijnen). Het huishoudelijk elektriciteitsverbruik is donkergroen: hernieuwbaar en afkomstig van eigen eiland. De dienstensector gebruikt nog de landelijke elektriciteitsmix (70% hernieuwbaar, elders geproduceerd). Dit scenario leidt tot 50% CO2 emissiereductie in de gebouwde omgeving.

27

8.3

Scenario 2: maximaal besparen en wind van elders

In dit scenario wordt maximaal ingezet op isolatie. Dit leidt tot 33% energiebesparing. Alle elektriciteit nodig voor de gebouwde omgeving (13,6 TJ) is afkomstig van windenergie elders (niet op het eiland). Dit leidt tot 62% CO2 emissiereductie in de gebouwde omgeving.

8.4

Scenario 3: maximaal besparen en groen gas voor de huishoudens

Ook in dit scenario is sprake van 33% energiebesparing. Er wordt ingezet op groen gasproductie van biomassastromen en mest van het eiland. Dit levert maximaal 300.000 – 350.000 m3 groen gas, genoeg om de helft van het huishoudelijk aardgasverbruik te vervangen. Maar daarvoor is zoals gezegd een breed eiland gesprek nodig over

28

introductie van een biovergister op het eiland, over de kosten en baten en de betrouwbaarheid daarvan en de gevolgen voor natuur en milieu. Dit leidt tot een vermindering van 60% van de CO2 uitstoot in de gebouwde omgeving.

8.5

Scenario 4: maximaal besparen en groen gas en zon voor de huishoudens.

In dit scenario zijn de maatregelen van scenario 2 en 3 gecombineerd. Er wordt ingezet op 33% energiebesparing, de huishoudens krijgen hun elektriciteit van lokaal opgewekte zonne-energie en er wordt groen gas geproduceerd waarmee de helft van de huishoudelijke aardgasvraag wordt afgedekt. Dit leidt tot 62% CO2 emissiereductie in de gebouwde omgeving.

29

8.6

Transport en opslag

Transport van elektriciteit en aardgas vindt plaats via een elektriciteitskabel en gasleiding door het wad. De capaciteit van deze wadinfrastructuur is beperkt. Met name voor de elektriciteitskabel, de ‘wadkabel’, geldt dat de grenzen van deze kabel en de onderstations op het eiland in zicht komen. Wanneer dat precies is hangt erg af van de transitiepaden die zullen worden gekozen. Voor alle scenario’s geldt daarom dat buffering en opslag van energie belangrijke bouwstenen zijn voor een duurzame energievoorziening op Schiermonnikoog. Het aanpassen van de huidige kabel of het aanleggen van een nieuwe vraagt grote investeringen. Dit kan oplopen tot tientallen miljoenen euro’s. Het voorkomen van dergelijke investeringen is een belangrijk aspect bij het maken van keuzes over het vormgeven van de energietransitie. Dat betekent dat bij voorkeur dient te worden gekozen voor alternatieven die de kans op verzwaring van de wadinfrastructuur verkleint. Bij het verkennen van warmtealternatieven zijn dat bijvoorbeeld zonnecollectoren en warmteopslag. Bij de opwek van elektriciteit is batterijopslag een optie. Ook de omzetting van elektriciteit naar warmte of waterstof behoort (op termijn) tot de mogelijkheden. Duidelijk is dat de transitie vraagt om samenwerking tussen overheden, marktpartijen en netwerkbedrijven.

Voor Liander is het daarom belangrijk te weten welke activiteiten ze als netwerkbedrijf wel en niet mogen uitvoeren met alternatieve energiedragers. De ACM heeft in september 2021 een leidraad over de mogelijkheden van netwerkbedrijven gepubliceerd. Netwerkbedrijven mogen transportnetwerken voor alternatieve energiedragers aanleggen en in gebruik nemen. Maar productie, handel en levering van alternatieve energiedragers is niet toegestaan. Wel mogen ze zich via een minderheidsdeelneming of joint venture bezighouden met productie, handel of levering van alternatieve energiedragers. Zolang er maar geen sprake is van een doorslaggevend zeggenschap van het netwerkbedrijf. Dit biedt ruimte voor netwerkbedrijven om via een vorm van publiekprivate samenwerkingsverbanden bij te dragen aan de ontwikkeling van nog nieuwe markten voor alternatieve energiedragers. Het is daarom belangrijk dat Liander als netwerkbedrijf intensief betrokken is bij de energietransitie op Schiermonnikoog om mogelijke knelpunten te bespreken maar ook om mee te werken aan projecten die grote maatschappelijke investeringen in de wadkabel voorkomen. DANK! De inhoud van dit rapport valt onder de verantwoordelijkheid van de projectgroep. Maar een woord van dank is hier beslist op zijn plaats. Veel mensen zijn betrokken geweest bij dit project. Zonder die inbreng had de projectgroep dit rapport niet kunnen schrijven.

We bedanken alle mensen die een bijdrage hebben geleverd aan de verschillende bijeenkomsten, de mensen en partijen met wie we één op één gesprekken hebben gevoerd en het bestuur van de Sintrale. Dank ook aan de gemeente voor actieve betrokkenheid bij het project. We hopen dat de stappen die we gezamenlijk hebben gezet een vruchtbare basis bieden voor concrete vervolgstappen op weg naar een Dursum Eilaun!

30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Schiermonnikoog&id=c28246fc-e7b5-42ff-a24f-c98db9585e59