CConstaterende datSchiermonnikoog
Koppel je AI →
Document · PDF

7-3 JH Timmer, beslommeringen bestemmingsplan - reactie verweerschrift gemeente vovo 19 mei 2023

Raadsvergadering 19 september 2023, gemeente SchiermonnikoogBij agendapunt: Lijst ingekomen stukken4.048 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

J.H. Timmer

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Postbus 20019 2500 EA Den Haag

Schiermonnikoog, 13 juli 2023

Uw kenmerk: 202201923/3/R3

Inzake: ECLI:NL:RVS:2023:2177

Geachte leden van de raad, Op 8 juni 2023 wordt de voorzieningenrechter door een aantal van de 80+ eigenaren verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, met als doel de opschorting van de uiterste datum waarop ingeschrevenen van de 80+ woningen zich elders moeten laten inschrijven om zo te voorkomen dat het recht op het recreatief gebruik van de woning -onder het bestemmingsplan ’verbrede reikwijdte Schiermonnioog-dorp’- voorgoed verloren gaat. Het verzoek is om de datum uit te stellen tot na de uitspraak van de Raad van State in de bodemprocedure die, door onder andere deze eigenaren, tegen de gemeente Schiermonnikoog is aangepannen ivm het bestemmingsplan ‘verbrede reikwijdte Schiermonnikoog-Dorp’. Dit in de volle overtuiging dat de Raad van State de gemeente haar huiswerk opnieuw zal laten maken. Een tijdelijke verhuizing tot aan de uitspraak is dan weinig zinvol.

Het verweerschrift van de gemeente, genaamd ‘Verweerschrift gemeente vovo 19 mei 2023’, richt zich op meer dan alleen het verzoek van de voorlopige voorziening, het lijkt of alvast wordt begonnen met de behandeling van de bodemprocedure. In deze wat voorbarige afhandeling van de bodemprocedure, komt de gemeente met nieuwe argumenten. In deze aanvulling op mijn beroepschrift zal ik daar nader op ingaan. Ik zou u willen verzoeken mijn reactie op het verweerschrift aan mijn dossier toe te voegen.

Alvast hartelijk dank. Met vriendelijke groet,

J.H. Timmer 1 / 8

Het verweerschrift van de advocaat van de gemeente Schiermonnikoog opent met een feitenrelaas, waar naar mijn idee weinig van klopt. Zo wordt de huisvestingsverordening 2015 besproken en stelt de advocaat, namens het huidige college, dat de gemeenteraad de overgangsregeling voor de 80+ woningen uit de eerdere huisvestingsverordening van 2011 niet heeft overgenomen. Met andere woorden; de rechten van deze 80+woningen zijn vervallen. Er is slechts nog een opmerkelijke begripsomschrijving terug te vinden, waardoor de woningen min of meer per ongeluk niet tot woonruimte worden gerekend, lijkt de advocaat te willen zeggen. De advocaat moet beperkte tijd hebben gehad om de verordening in zijn geheel door te nemen. Hieronder is zowel artikel 20 en de toelichting behorend bij artikel 20 uit de huisvestingsverordening van 2015 aangehaald. Artikel 20. Intrekken oude verordening en overgangsrecht 1.

De Huisvestingsverordening Schiermonnikoog 2011 wordt ingetrokken.

2.

De vergunningen en ontheffingen die zijn verleend op grond van oude regelgeving blijven van kracht als gedaan onder deze verordening.

3.

Lopende bezwaarschriften worden afgedaan volgens de oude regelgeving.

4.

Bestaande inschrijvingen worden beschouwd als inschrijvingen gedaan onder deze verordening met behoud van de opgebouwde inschrijfduur.

Artikel 20. Intrekken oude verordening en overgangsrecht In artikel 51, tweede lid, van de wet is geregeld dat de verordening op grond van de (oude) Huisvestingswet zes maanden na de inwerkingtreding van de Huisvestingswet 2014 vervalt. De nieuwe verordening treedt op 1 juli 2015 in werking. De oude verordening vervalt op dezelfde datum. In het derde en vierde lid van artikel 51 is overgangsrecht opgenomen voor al verleende vergunningen. Deze vergunningen worden gelijkgesteld met de vergunningen op grond van de Huisvestingswet 2014. Ook lopende bezwaarschriften vallen onder deze overgangsregeling, omdat bezwaarschriften altijd betrekking hebben op vergunningen of het weigeren of intrekken van vergunningen. In artikel 51, vijfde lid, van de wet is geregeld dat aanvragen die zijn ingediend op grond van de verordening op grond van de (oude) Huisvestingswet, worden afgehandeld krachtens de daarop gebaseerde (oude) verordening. In dit artikel is aanvullend overgangsrecht opgenomen voor bestaande inschrijvingen als woningzoe- kenden volgens het oude inschrijfsysteem. Deze inschrijvingen worden beschouwd als inschrijvingen gedaan onder deze verordening met behoud van de opgebouwde inschrijfduur. De besluiten genomen in het kader van de huisvestingsverordening 2011 aangaande de ‘tweede woninglijst’ blijven onverminderd van kracht.

Dit betekent dat de woningen genoemd in deze lijst zowel permanent als recreatief mogen worden gebruikt. Alhoewel het inderdaad niet letterlijk is weergegeven, wordt er naar de oude verordening terugverwezen en gesteld dat deze onverminderd van kracht is. Ongegeneerd wordt hetzelfde trucje nog eens herhaald bij het zogenaamde feitenrelaas over de huisvestingsverordening 2020-2024. De advocaat schrijft in het verweer van de gemeente: ‘ln de Huisvestingsverordening Schiermonnikoog 2019, die op 1 juli 2019 in werking trad, is het begrip woonruimte in artikel 1, onder m. exact hetzelfde omschreven. Die 2/8





De advocaat van de gemeente Schiermonnikoog zet in zijn verweerschrift uiteen waarom het college het verzoek tot opschorting van de uiterste datum niet wenselijk acht.

"Woonruimtete als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder i van de wet" Daarmee is voornoemde uitzondering voor tweede woningen niet langer opgenomen en geborgd in de Huisvestingsverordening. Ook elders in de Huisvestingsverordening staat geen bepaling waaruit volgt dat tweede woningen die permanent worden bewoond, weer recreatief in gebruik mogen worden genomen zonder onttrekkingsvergunning.’

Net als alle eerdere huisvestingsverordeningen verwijst de huisvestingsverordening uit 2020-2024 wel degelijk terug naar de huisvestingsverordening uit 2011. https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR637743/1#d77186729e1130 De URL is erbij gezet omdat er nogal wat verschillende versies op het internet zijn terug te vinden. (Fouten in data dan wel ontbreken toelichting). Artikel 33. Intrekken oude verordening en overgangsrecht • 1. De Huisvestingsverordening Schiermonnikoog 2019 wordt ingetrokken. • 2. De vergunningen en onthef ngen die zijn verleend op grond van oude regelgeving blijven van kracht als gedaan onder deze verordening. • 3. Lopende bezwaarschriften worden afgedaan volgens de oude regelgeving. • 4. Bestaande inschrijvingen worden beschouwd als inschrijvingen gedaan onder deze verordening met behoud van de opgebouwde inschrijfduur.

Artikel 35. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op 1 maart 2020 en vervalt op 1 maart 2024. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Huisvestingsverordening Schiermonnikoog 2020-2024. Toelichting Algemeen Uitgangspunten Huisvestingswet 2014 Artikel 33. Intrekken oude verordening en overgangsrecht In het tweede lid van artikel 33. Intrekken oude verordening en overgangsrecht is overgangsrecht opgenomen voor al verleende vergunningen. Deze vergunningen worden gelijkgesteld met de vergunningen op grond van de Huisvestingswet 2014. Ook lopende bezwaarschriften vallen onder deze overgangsregeling, omdat bezwaarschriften altijd betrekking hebben op vergunningen of het weigeren of intrekken van vergunningen. In artikel 51, vijfde lid, van de Wet is geregeld dat aanvragen die zijn ingediend op grond van de verordening op grond van de (oude) Huisvestingswet, worden afgehandeld krachtens de daarop gebaseerde (oude) verordening. In dit artikel is aanvullend overgangsrecht opgenomen voor bestaande inschrijvingen als woningzoekenden volgens het oude inschrijfsysteem. Deze inschrijvingen worden beschouwd als inschrijvingen gedaan onder deze verordening met behoud van de opgebouwde inschrijfduur. De besluiten genomen in het kader van de Huisvestingsverordening 2011, 2015 en 2019 aangaande de ‘tweede woninglijst’ blijven onverminderd van kracht.

Dit betekent dat de woningen genoemd in deze lijst zowel permanent als recreatief mogen worden gebruikt. Het maakt het moeilijk om de zin, waarmee de advocaat zijn feitenrelaas over de huisvestingsverordening beëindigt, te duiden; ‘Daarmee is van 1 maart 2020 tot 19 juli 2022, het moment waarop het bestemmingsplan Verbrede reikwijdte Schiermonnikoog-Dorp (hierna: bestemmingsplan Verbrede reikwijdte) in

fi

3/8





Huisvestingsverordening gold tot en met 1 maart 2020, waarna de Huisvestingsverordening Schiermonnikoog 2020-2024 inwerking trad. ln die laatste nu geldende Huisvestingsverordening is begrip woonruimte niet langer omschreven als in de twee voorgaande verordeningen, maar enkel als:

In het juridisch kader van zijn verweerschrift gaat de advocaat nog een stapje verder. Om een deel van de woning voor recreatie doeleinden te kunnen onttrekken, is er naast een ‘onttrekkingsvergunning’ ook nog een ‘omgevingsvergunning nodig tot afwijking’ van het bestemmingsplan, dan wel de ‘legaliserende werking’ van de overgangsregeling. Het is én én en niet anders. Het is jn als een stellige bewering zich makkelijk laat controleren. Deze bewering van de advocaat laat zich makkelijk controleren Naar aanleiding van bovenstaand betoog gaat er 31 mei 2023 een WOO-verzoek naar de gemeente Schiermonnikoog. Het verzoek betreft een groep woningen die in 2007 een ontrekkingsvergunning heeft gekregen waarmee zij tussen de 25% en 45% van hun bruto vloeroppervlak mochten onttrekken aan de woonruimte voor recreatieve verhuur. De speci eke groep waarop het verzoek ziet wordt genoemd in de Nota van uitgangspunten van 31 jan 2020 behorend bij het nieuwe bestemmingsplan. Uitgangspunt 11: De woonadressen die op basis van een in het verleden verzonden brief van B&W, maximaal 25% van de bruto oppervlakte van de woning gebruiken voor recreatie, krijgen in het bestemmingsplan een daarbij passende juridische regeling. In 2007 hebben B&W, met instemming van de raad, naar alle woonadressen een brief gestuurd over het destijds nieuwe beleid voor recreatief medegebruik van woningen.

In deze brief is aangegeven dat recreatief gebruik tot maximaal 25% van het bruto vloeroppervlak van de woning in het algemeen wordt toegestaan. Er is aangegeven dat het doen van een melding gewenst is. Woonadressen waarvoor een dergelijk gebruik is gemeld (dit zijn 20 adressen) of waarin aantoonbare inrichtingsmaatregelen zijn getroffen met het oog op recreatief medegebruik tot maximaal 25% van het bruto vloeroppervlak, krijgen om deze reden een passende juridische regeling in het nieuwe bestemmingsplan. De woonadressen die op basis van het nieuwe beleid een onttrekkingsvergunning hebben gekregen voor het recreatieve gebruik tot maximaal 45% van het bruto vloeroppervlak, krijgen eveneens een passende juridische regeling. In de brief die B&W in 2007 heeft verzonden is aangegeven dat recreatief gebruik tot maximaal 45% van het bruto vloeroppervlak van de woning alleen via een aanvraag en verlening van een onttrekkingsvergunning mogelijk is. Hierop is aan 24 woonadressen een dergelijke onttrekkingsvergunning verleend. De hierboven genoemde woningen zijn dus in het bezit van een onttrekkingsvergunning, maar om de ruimten legaal te mogen verhuren -aldus de advocaat van de gemeente- hebben deze eigenaren ook een ‘omgevingsvergunning tot afwijking’ van het bestemmingsplan nodig, of moeten zij onder het overgangsrecht vallen.

Dat is niet het geval en kan ook niet het geval zijn artikel 36. 2. meldt: Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Sublid a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. Er moet dus een omgevingsvergunning tot afwijking verstrekt zijn. Immers: ‘De gemeente Schiermonnikoog heeft altijd het beleid gehad om een einde te maken aan dit illegale gebruik van reguliere woningen voor recreatiedoeleinden.’ aldus de advocaat.

fi

fi

4/8





werking trad, de terugkeer naar recreatief gebruik voor eigenaren van tweede woningen op grond van de Huisvestingsverordening of het bestemmingsplan juridisch niet meer mogelijk.’

Met andere woorden; van de 24 woningen hebben er 23 geen ‘omgevingsvergunning tot afwijking’ van het bestemmingsplan. Deze 23 eigenaren hebben daarmee niet alleen tussen 2007 en 2022 illegaal tussen de 25% en 45% van hun bruto vloeroppervlak verhuurd, zij hebben ook met de ingang van het nieuwe bestemmingsplan een passende juridische regeling gekregen terwijl zij geen gerechtvaardigde belangen en rechten hebben. Een passende regeling die wellicht ook is verleend aan de eigenaren die een melding hebben gedaan tot 25% onttrekking en de eigenaren de voor meer dan 45% een onttrekkingsvergunning hebben aangevraagd. Dat er toch nog één ‘omgevingsvergunning tot afwijking’ in het WOO-verzoek werd aangetroffen, heeft te maken met de strijd tussen een inwoner van Schiermonnikoog en het bestuur van dat eiland, die tot op de dag van vandaag voortduurt. Hieronder een korte geschiedenis. LEE 18 / 1042 WABOA MULD Martjeland 3 staat vanaf 2013 te koop. Een geïnteresseerde koper gaat naar de de gemeente om te informeren of het klopt dat hij, volgens het bouwvlak op de plankaart, ink kan uitbreiden en of het klopt dat hij daarnaast inderdaad tussen de 25%-45% van zijn bruto vloeroppervlak kan ontrekken voor recreatief gebruik. Dit wordt door de gemeente bevestigd en de -op dat moment nog- aspirant koper, besluit tot de koop over te gaan.

Het geschiedt vervolgens precies zoals de beleidsambtenaar heeft gezegd. Maart 2017 wordt de bouwvergunning aangevraagd voor vergroting en verandering van de woning. In feb 2018 wordt de vergunning afgegeven. De ontrekkingsvergunning is een maand eerder, begin jan 2018 aangevraagd en verleend. Met de vergunningen op zak gaat de nieuwe eigenaar gaat aan de slag. De vreugde is van korte duur. Een buurman kan zich niet vinden in de plannen cq verleende vergunningen. Zijn bezwaar richt zich zowel tegen omvang als recreatieve kant van de vernieuwbouw. Het bezwaar wordt door de gemeente afgewezen. De buurman stapt daarop naar de voorzieningenrechter om zijn nieuwe buurman te stoppen voor het te laat is. Bij de voorzieningenrechter in mei 2018 gebeurt iets dat men op het gemeentehuis vermoedelijk niet had zien aankomen. Er gaat een streep door het beleid van de gemeente Schiermonnikoog. De gemeente had de bouwvergunning niet mogen afgegeven omdat zij op voorhand wist dat een gedeelte voor recreatief gebruik bestemd was en daarmee strijdig met het plan. De vergunning wordt door de voorzieningenrechter nietig verklaard. De gemeente zit met een probleem. De koper is immers eerst komen informeren of hij zijn plannen kon verwezelijken. Niet iets wat zich onder het tapijt laat vegen. De oplossing wordt gevonden in een ‘omgevingsvergunning tot afwijking’ van het bestemmingsplan.

De vergunning wordt nog in 2018 verstrekt. Het is op dat moment de eerste omgevingsvergunning ooit, in combinatie met de eerder verstrekte onttrekkingsvergunning op het eiland. Of het ook echt de oplossing is van de gemeente valt nog te bezien want als ik goed ben geïnformeerd lopen er op dit moment nog 2 bodemprocedures bij uw raad over deze kwestie. Bovenstaande ontkracht in ieder geval het ‘én én’ verhaal van de advocaat van de gemeente. Het verklaart óók waarom de overige 23 nooit een omgevingsvergunning tot afwijken hebben aangevraagd/gekregen. Tot 2018 regelde het bestemmingsplan de bestemming en werden mogelijke afwijkingen van het gebruik met de bestemming via onttrekkingsvergunning of tijdelijke onthef ng geregeld. Dat alles zonder de noodzaak van een ‘omgevingsvergunningen tot afwijking’.

fi

fl

5/8





Dit geldt natuurlijk ook voor de groep tot 25% onttrekking van het bruto vloeroppervlak, evenals voor de meer dan 45% onttrekking van het bruto vloeroppervlak. De laatste twee groepen zijn niet onderzocht, maar het zou opmerkelijk zijn als de resultaten van een WOO-verzoek daar in zouden verschillen. Het WOO-verzoek werd binnen de 4 weken die er voor staan toegezonden. Geen sinecure om binnen die tijd aanvraag + bijlagen, besluit of besluiten + bijlagen en alle correspondentie en/of communicatie (zowel intern als met aanvrager en/of derden) inzake de bestemming voor 24 adressen bij elkaar te krijgen. Dat het de juridisch medewerker van de gemeente toch is gelukt, is te danken omdat slechts aan één adres een dergelijke omgevingsvergunning is afgegeven.

b. Deze regeling hield in dat het recreatieve gebruik mocht worden voortgezet tot het moment dat de woning weer permanent zou worden bewoond. De overgangsregeling was in die zin strikter dan de overgangsregeling uit het bestemmingsplan waar je pas na een jaar van gestaakt gebruik, de recreative kant kwijt zou raken. Het is niet alleen de brief van burgemeester Zwart, een beleidsnota bevestigt dat het strijdig gebruik via de huisvestingsverordening wordt geregeld. Een quote uit de beleidsnota: ‘In de verordening is bepaald dat het verbod niet geldt voor woonruimte die op het tijdstip van inwerkingtreden van de verordening (13 juli 1994) rechtens in gebruik is als tweede woning en voor andere recreatieve doeleinden. ‘Onder het begrip “rechtens in gebruik” kan ingevolge jurisprudentie slechts worden verstaan gebruik in overeenstemming met de normen die voortvloeien uit de Huisvestingsverordening. Of het gebruik al dan niet in overeenstemming is met het bestemmingsplan, doet in dit verband niet ter zake.’ De klare taal uit de beleidsnota is toegevoegd aan de raadsvergadering van 21 november 2006 waarin het ‘Concept Ontwerpnotitie Beleid voor het onttrekken van woonruimte aan de bestemming tot bewoning (Huisvestingsverordening Schiermonnikoog)’ wordt vastgesteld.

Dat het niet bij een bespreking in de raad is gebleven blijkt uit de regelgeving die op overheid.nl zijn terug te vinden die hoort bij de huisvestingsverordening 2015. ‘Beleidsregel voor het onttrekken van woonruimte aan de bestemming tot bewoning Geldend van 01-07-2015 t/m heden’. Kennelijk heeft de advokaat -gezien zijn beweringen- geen nota genomen van dit document. Een citaat: Beleidsregel voor het onttrekken van woonruimte aan de bestemming tot bewoning Geldend van 01-07-2015 t/m heden Intitulé Beleidsregel voor het onttrekken van woonruimte aan de bestemming tot bewoning Beleidsregel voor het onttrekken van woonruimte aan de bestemming tot bewoning (behorende bij de Huisvestingsverordening Schiermonnikoog 2015) Inleiding Hoofdstuk 3, wijzigingen in de woonruimtevoorraad, van de Huisvestingsverordening Schiermonnikoog 2015 is gebaseerd op artikel 21 van de Huisvestingswet 2014. Dit artikel luidt als volgt: Artikel 21 Het is verboden om een woonruimte, behorend tot een met het oog op het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad door de gemeenteraad in de huisvestingsverordening aangewezen categorie gebouwen en die gelegen is in een in de huisvestingsverordening aangewezen wijk, zonder vergunning van burgemeester en wethouders: A.

anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar aan de bestemming tot bewoning te onttrekken; B. anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar met andere woonruimte samen te voegen; C. van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte om te zetten; D. te verbouwen tot twee of meer woonruimten. Het verbod is dus opgenomen in de wet, terwijl de gemeenteraad de woonruimte aanwijst waarop het verbod van toepassing is. Ingevolge artikel 14 is de Huisvestingsverordening van toepassing op alle woonruimte (ruimte die in het bestemmingsplan voor wonen is bestemd 6/8





Daarmee gaat in het geval van de 80+ woningen het verhaal van de advocaat onderuit dat het overgangsrecht van het bestemmingsplan enige rol van belang speelde. In de brief van burgemeester Zwart uit 2009 wordt dit bevestigd: a. Voor woningen die op het moment van intreden van de verordening in 1994 in gebruik waren als tweede woning werd een overgangsregeling getroffen. Met de verordening in 1994 wordt gedoeld op de huisvestingsverordening. De genoemde overgangsregeling is daar onderdeel van. De overgangsregeling die volgens de advocaat van de gemeente niet is opgenomen in de huisvestings verordening van 2020-2024.

Het geheel is terug te vinden op https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR371247/1 Het is overigens een beleidsregel die tot op de dag van vandaag geldig is. Mocht u zich afvragen hoe het voor 2014 geregeld was is te lezen in de ‘Verordening houdende regels omtrent de samenstelling van de woningvoorraad’ Artikel 4.1 Overgangsbepalingen 3. Het bepaalde in de artikel 2.2 is eveneens niet van toepassing op woonruimte vermeld op de lijst als bedoeld in het tweede lid, indien deze woonruimte na het inwerkingtreden van het op 24 maart 2009 vastgestelde bestemmingsplan Schiermonnikoog - Dorp in gebruik wordt genomen voor permanente bewoning. Die woning mag bij recht, zonder ontrekkingsvergunning, wederom als tweede woning in gebruik worden genomen. https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR56654

Het gehele verweerschrift van de advocaat is doordesemd met feitelijke onjuistheden, dan wel ongefundeerde aannames. Zo beweert de advocaat met stelligheid dat het nooit de bedoeling is geweest dat naar believen kan worden gewisseld. Niet alleen is de de bewering strijdig met de verordening hierboven het is ook in strijd met wat de toelichting uit het bestemmingsplan Schiermonnikoog-dorp: 4.1.3. Recreatiewoningen - 3 Permanente bewoning In een nauwkeurig begrensd gebied direct aansluitend aan het dorp kunnen recreatiewoningen desgewenst worden gebruikt voor permanente bewoning. Deze verruiming wordt ook voorgesteld voor de zogenaamde tweede woningen in het dorp (via een wijziging van de Huisvestingsverordening). Het zou interessant zijn als de advocaat in staat is de bron te vermelden die ten grondslag ligt aan zijn stellige bewering, ander dan het wensdenken van dit college. Dan wil ik uw raad nog op een addertje onder het gras wijzen. De advocaat heeft uitgelegd dat het én én is wat dit college betreft. Er is een onttrekkingsvergunning nodig én er is een ‘omgevingsvergunning tot afwijking’ bestemmingsplan nodig. De ‘omgevingsvergunning tot afwijking’ is er, voor de groep van 80+, al in de vorm van ‘overige zone- recreatief gebruik’. Daar hoort in de redenering van de advocaat ook nog een onttrekkingsvergunning bij, uit het verweerschrift: ‘Kortom, het is én, én.

lndien er geen planologische beperking zou gelden voor recreatief gebruik van genoemde woningen, hetgeen verzoekers beogen te bereiken met hun verzoek om voorlopige voorziening, is nog steeds geen sprake van toestemming op grond van de Huisvestingsverordening, nu daarin geen uitzondering meer is opgenomen. Zij zullen als dan ook nog een onttrekkingsverzoek moeten indienen of een tijdelijke onthef ng moeten aanvragen.’ De huisvestingsverordening loopt tot 2024. Het is niet moeilijk te bedenken welke overgangsregeling er in 2025 de nitief zal worden geschrapt, mocht het wensdenken van dit college een indicatie zijn. Als dit college vervolgens niet de beleidsregels bij de huisvestingsverordening van 2015 vergeet aan te passen, komt it klaer. Probleem 80+ woningen opgelost, alsof ze er nooit geweest zijn. Tot slot nog een opmerking over de uitspraak van de voorzieningenrechter. De hele discussie waar we nu mee zitten is ontstaan doordat het huidige college blijft volharden dat het gebruik van de 80+ woningen gelegaliseerd werd door het overgangsrecht van het bestemmingsplan Schiermonnikoogdorp. Deze aanname wordt bestreden door de huidige eigenaren en is in de grond de reden dat een bodem procedure is aangespannen.

Uit werkelijk alle documenten blijkt dat de legalisering nog steeds(!) plaatsvindt via de huisvestingsverordening en zijn bijbehorende ‘beleidsregel tot de ontrekking van

fi

fi

7/8





met een uitzondering van de woonruimten die (krachtens de huisvestingsverordening 1994) mogen worden gebruikt voor recreatieve doeleinden (tweede woninglijst) binnen de gemeente Schiermonnikoog.

Het is daarmee bevreemdend dat de voorzieningenrechter de vraag om uitstel langs de lat heeft gelegd die bestreden wordt. Dat langs die weg van denken een “fout” wordt aangetroffen in de regelgeving, is niet echt opmerkelijk. Deze ‘fout’ is naar alle waarschijnlijkheid ontstaan omdat het ambtenarenapparaat ten tijde van het schrijven van de regels -ondanks de nieuwe instructies halverwege 2021- nog steeds het dna van 27 jaar (1994-2021) huisvestingsverordening in het bloed heeft. Vanuit de huisvestingsverordening geredeneerd is ‘bestaande recreatieve bewoning’ een volkomen logische en correcte omschrijving. Het hoofdgebruik is namelijk recreatief. De toegevoegde waarde is de permanente bewoning. Uif de brief van burgemeester Zwart in 2009; De consequentie is dat tweede woningen (tijdelijk) permanent bewoond mogen worden, zonder dat de status van tweede woning verloren gaaf. Aan deze verandering ligt ten grondslag de overweging dat de leefbaarheid van het dorp gebaat is bij permanente bewoning van zoveel mogelijk huizen in het dorp. Het betreft tweede woningen die vanaf dat moment óók permanent bewoond mogen worden, zonder dat de status van de tweede woning verandert ofwel ‘bestaande recreatieve bewoning’. Uw voorzieningenrechter heeft daarmee gemist dat deze omschrijving een artifact is van een kleine 50 jaar (1975-2021) gevoerd beleid op Schiermonnikoog.

Beleid dat dit college vanaf halverwege 2021 als niet bestaand beschouwd. Het zal duidelijk zijn dat niemand - op het huidige college na misschien- ontkent dat het mogelijk is dat de bestuurders van Schiermonnikoog er de laatste tientallen jaren een planologisch en juridisch zooitje van hebben gemaakt. Als dat al zo is dan mogen wij als burgers er hopelijk van uit gaan dat daar geen kwade opzet achter heeft gezeten. Het zou dan ook vrij bizar zijn als de burger die keurig naar beleid en bijbehorende regelgeving heeft geleefd, vervolgens de dupe wordt. Sec bekeken hebben we hier te maken met een college dat haar eigen beleid uit het verleden aan het bestrijden is. Zij schroomt er niet voor om een groep eigenaren met gerechtvaardigde belangen en rechten het slachtoffer te laten worden van die strijd. Dat is op zijn minst gezegd, opmerkelijk.

In de bijlage: 347132 - besluit op informatieverzoek.pdf

8/8





woonruimte aan de bestemming van bewoning’. Dat de eigenaren die hun huis na 2009 zijn gaan bewonen niet stante pede hun huis willen verlaten om de recreative kant van het huis te behouden, maar eerst het oordeel van de Raad van State wensen af te wachten is niet echt verwonderlijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Schiermonnikoog&id=9bc63460-a68f-431d-abea-784513d29dc2