CConstaterende datSchiermonnikoog
Koppel je AI →
Document · PDF

6 - Notitie forensenbelasting schiermonnikoog.docx

Raadsvergadering 9 november 2021, gemeente SchiermonnikoogBij agendapunt: Koppelen tarief forensenbelasting 2022-2025 aan WOZ-waardeontwikkelingen1.387 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

De forensenbelasting Schiermonnikoog (Wel of niet koppelen van tarief aan de WOZ-waarde ontwikkelingen)

1. Algemeen De forensenbelasting dient ertoe om mensen die relatief veel in een gemeente verblijven, maar geen ingezetene zijn van deze gemeente, mee te laten betalen aan voorzieningen in die gemeente. Het doel is niet om kosten voor deze voorzieningen één op één te verhalen, maar juist om een bijdrage te vragen aan het algemene voorzieningenniveau van de gemeente. Voor het gebruik maken van die bevoegdheid is een rechtvaardiging gelegen in de omstandigheid dat de bijdrage die een gemeente op grond van de Financiële verhoudingswet (Wet van 21 oktober 1996, Stb. 576) ontvangt uit het gemeentefonds, mede afhankelijk is van het aantal inwoners van die gemeente en woonforensen daarbij niet tot de inwoners worden gerekend.” Belastingplichtig zijn de personen die, zonder dat ze hun hoofdverblijf in de gemeente hebben, meer dan negentig dagen per jaar een gemeubileerde woning tot hun beschikking hebben voor zichzelf of voor hun gezin. De aanslag wordt opgelegd aan degene die de gemeubileerde woning tot zijn beschikking heeft. - Vraagstelling Concreet ligt nu voor of een koppeling van de forensenbelasting aan de WOZ-waarde er ook toe zou moeten leiden, dat voor de berekening van de hoogte van het tarief rekening moet worden gehouden met de ontwikkeling van die waarde.

Met andere woorden: zou het zo moeten zijn/worden dat een stijging van de WOZ-waarde leidt tot een daling van het tarief om te bereiken dat de opbrengst met niet meer dan 2% stijgt. Momenteel kent de gemeente een dergelijk beleid voor de berekening van de tarieven OZB-woningen en niet-woningen. Met ingang van 1 januari 2019 is zo’n beleid voor de forensenbelasting losgelaten. Is het nu, met name in relatie tot het tarievenbeleid OZB woningen (ook de forensenbelasting sluit immers aan bij een woning) onevenwichtig om voor die belasting geen rekening te houden met WOZ waardeontwikkelingen? - Voorstel college Het college stel voor om voor de forensenbelasting het met ingang van 1 januari 2019 ingezette beleid voor de komende jaren voort te zetten. 2. Grondslag en tarieven forensenbelasting Schiermonnikoog In de verordening forensenbelasting is de hoogte van de jaarlijks te betalen belasting gekoppeld aan: 1. de WOZ-waarde van de gemeubileerde woning. Die waarde wordt elk jaar opnieuw vastgesteld en fluctueert. De heffingsgrondslag volgt de waardeontwikkelingen van het vastgoed; 2. het tarief. In de Notitie Financieel Kader 2022–2025 is opgenomen, dat het tarief van de forensenbelasting jaarlijks wordt verhoogd met 2%.

Het karakter van de forensenbelasting staat er niet aan in de weg om voor de tariefstelling aan te sluiten bij de WOZ-waarde van de woning (vergelijk Hoge Raad, 9 februari 2007, nr. 40.643, ECLI:NL:HR:2007:AX0678).

3. Huidig fiscale tarievenbeleid In de Notitie Financieel Kader 2022–2025 is bepaald, dat de tarieven van de belastingen, heffingen en rechten jaarlijks worden verhoogd met 2%. Er gelden echter uitzonderingen: - Voor de onroerendezaakbelastingen bedraagt die verhoging 1,5%; - Voor de afvalstoffenheffing, rioolheffing en lijkbezorgingsrechten geldt dat een kostendekking van 100% wordt aangehouden. Het tarievenbeleid van de gemeenten hoeft niet altijd te betekenen dat ook de opbrengsten van de belasting met genoemde percentages stijgen. Het meest duidelijke voorbeeld daarvan zijn de onroerendezaakbelastingen. Net zoals voor de forensenbelasting, is de opbrengst van die belasting een resultante van enerzijds de WOZ-waarde en anderzijds het tarief. Stijgt die WOZ-waarde dan zal de opbrengst met meer dan 1,5% stijgen; daalt die WOZ-waarde dan zal een opbrengst van 1,5% niet worden gehaald. Er is dus een spanningsveld tussen tarief en opbrengst. De Notitie Financieel Kader heeft het uitsluitend over tarieven, terwijl er toch ook tekenen zijn dat de raad, op zijn minst voor de heffing onroerendezaakbelastingen van woningen (OZB-woningen), veel meer lijkt te willen aansluiten bij opbrengst.

Er is immers een min op meer bestendige gedragslijn dat de tarieven OZB-woningen elk jaar op een zodanig niveau moeten worden gesteld dat de jaarlijkse effecten van een WOZ-waarde ontwikkeling niet leiden tot hogere aanslagen. De afgelopen jaren is om die reden steeds het tarief OZB-woningen aangepast. Tot op heden in neerwaartse zin, omdat de afgelopen jaren de WOZ-waarde sterk stijgt. Ooit zal het omgekeerde zich voordoen. Tot 2019 gold die gedragslijn ook voor de forensenbelasting. Met ingang van het jaar 2019 is dat losgelaten. Aanvankelijk ingegeven door het feit dat de WOZ-waarde 2019 ten opzichte van 2018 niet of nauwelijks afweek. Inmiddels is dat anders. De vraag is nu of het wederom doorvoeren van een correctie voor 2022 zich eigenlijk wel goed verhoudt tot het karakter van de forensenbelasting. Qua rechtsgrond en karakter verschilt de forensenbelasting wezenlijk van de onroerendezaakbelastingen, welke laatste bij voorbeeld onderdeel uitmaken van de woonlasten. 4. Opbrengsten en belastingdruk forensenbelasting ten opzichte van OZB-woningen Over de periode 2016 tot en met 2021 is de ontwikkeling van de totale opbrengst en de gemiddelde belastingdruk per belastingobject (gemeubileerde woning) als volgt geweest: Forensenbelasting Belastingjaar 2016 2017 2018 2019 2020 2021

Opbrengst in euro’s 206.384 215.928 212.205 220.812 250.206 268.860

Gemiddelde aanslag woning in euro’s 893 955 881 964 1.068 1.184

Een procentuele stijging met 32,5% ten opzichte van 2016. Voor een zeer belangrijk deel toe te schrijven aan de sterke groei van de waarde van woningen, met name sinds 2019. Voor de OZB-woningen is die groei natuurlijk ook zeer relevant geweest, met dien verstande dat het effect daarvan op de gemiddelde hoogte van een aanslag nihil is geweest. Er is een bestendige gedragslijn dat bij het vaststellen van het tarief OZB-woningen met de invloed van de WOZwaardeontwikkelingen rekening wordt gehouden. De (meer) opbrengst van die belasting is daarmee uitsluitend afhankelijk van het tarief en niet van de onderliggende waardeontwikkelingen.

Ter vergelijk het volgende overzicht: Onroerendezaakbelastingen woningen Belastingjaar Opbrengst in euro’s 2016 2017 2018 2019 2020 2021

315.652 328.308 333.019 345.175 354.271 365.816

Gemiddelde aanslag woning in euro’s 277 283 287 298 306 314

Een stijging van 13% ten opzichte van 2016. Het verschil met het percentage voor de forensenbelasting wordt volledig veroorzaakt door de WOZwaarde ontwikkelingen. Zouden die ook voor de forensenbelasting volledig buiten beschouwing zijn gelaten, dan zou daar ook het beeld zijn geweest dat de opbrengst met circa 13% zou zijn gestegen. Dat zou dan wel tot een opbrengstderving hebben geleid van € 60.000. 5. Karakter van de belasting De forensenbelasting heeft een verterings- en profijtkarakter. Een tweede-huisgebruiker (eigenaar, huurder) gebruikt voor zijn “plezier” de woning en besteedt (verteert) er een deel van zijn inkomen aan. Verteringen worden vaak gezien als belastbare verschijnselen. Denk bij voorbeeld aan de omzetbelasting en de belasting op de eigen woning (inkomstenbelasting). De forensenbelasting heeft daarmee een sterk luxekarakter en neigt dan ook heel sterk naar een weeldebelasting. Zij verschilt op die punten dan ook wezenlijk van de OZB-woningen. Voor de OZB-woningen geldt dat die last niet of nauwelijks vermijdbaar is. Voor de forensenbelasting ligt dat anders. Er is geen directe noodzaak om een “tweede” woning aan te houden. Het is een luxe. De last is vermijdbaar. - Forensenbelasting is geen woonlast De hoogte van de woonlasten is altijd een belangrijk politiek aandachtspunt en sturingsmechanisme.

Tot de woonlasten worden gerekend: de afvalstoffenheffing, de rioolheffing en de OZB-woningen. In dat licht bezien, is goed te begrijpen dat voor de hoogte van de OZB-woningen de invloed van de WOZ-waarde ontwikkelingen zoveel mogelijk worden afgezwakt. De woonlasten zouden anders meer dan trendmatig stijgen. Voor dit jaar bijvoorbeeld met ruim 8% in plaats van 1,5%. En over de periode 2021 tot en met 2021 met ruim 25% in plaats van 10% (zie hiervoor). De forensenbelasting hoort niet tot de woonlasten. Een extra argument op basis waarvan het college meent dat voor die belasting de invloed van de WOZ-waarde op de opbrengst niet moet worden gecorrigeerd. 6. Voorstel Het karakter van de forensenbelasting (verterings- en weeldebelasting) verzet zich naar onze mening tegen het voeren van een ander beleid dan vanaf 1 januari 2019 gevoerd. Het voorstel is om voor de forensenbelasting vast te houden aan het uitgangspunt dat niet de opbrengsten maar de tarieven elk jaar met 1,5% stijgen en op die manier de invloed van WOZ-waarde ontwikkelingen niet te corrigeren door tarieven aan te passen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Schiermonnikoog&id=61141a28-6575-486d-8b6d-25040df38a11