3. Landschapsbiografisch essay Schierm..pdf
Tekst van het document
77 Redactie, “Uitgangspunt Commissie Kleisterlee: Nationaal Park mag sociaal-economische situatie niet schaden,” Leeuwarder Courant, 7 januari 1983, geraadpleegd via delpher.nl. 78 Dienst Landelijk Gebied en Staatsbosbeheer (in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken), Natura 2000- beheerplan Schiermonnikoog (Friesland: 2016), 316-317. 79 Holwerda, Maris en Ruddijs, Boeren op Schiermonnikoog, 188. 80 Irene van der Linde, “We willen hand in hand met de natuurboeren”, Groene Amsterdammer, 13 oktober 2021 via https://www.groene.nl/artikel/we-willen-hand-in-hand-met-de-natuur-boeren.
25
Uit angst voor beperkende maatregelen voor de overgebleven bedrijven besloten ze dus de handen bijeen te steken en samen de oplossing uit te voeren. 81 KADER ZEEVAART Een belangrijke bedrijvigheid voor de eilanders was de walvisvaart. Schiermonnikoog was betrokken bij de oude walvisvaart die gericht was op de vangst van ‘echte walvissen’ in de Noord-Atlantische oceaan. Vanaf 1860 deed het ook mee met de moderne walvisvaart. De moderne walvisvaart was gericht op de vangst van vinvissen, omdat de ‘echte walvissen’ aan het uitsterven waren. De opkomst van moderne walvisvaart kende een grote technologische ontwikkeling: nieuwe schepen (op stoom) en het nieuwe harpoenkanon. Omdat Nederland te weinig grondstoffen (olie) had voor onder andere de margarine-industrie, werd na 1945 de Nederlandsche Maatschappij voor de Walvisvaart opgericht. De vloot bestond uit de Willem Barendsz, dat een fabriekschip was, en vangschepen. In 1957 was de Willem Barendsz het grootste walvisvaardersschip ter wereld: 206 meter lang en 28 meter breed. 82 In de periode 1946-1964 vertrokken veel eilanders met de Willem Barendsz naar de Zuidpool. Van de Waddeneilanden leverde Schiermonnikoog de meeste walvisvaarders in 1946-1947: 25 in 1946, 18 in 1947. Onder hen was Klaas Visser, tot 1950 kapitein van de Willem Barendsz.
83 Omdat de walvisjagers naast de expedities ook een baan hadden op het eiland, kende Schiermonnikoog geen grote walvisvaardercultuur. De walvisvaarders van het eiland verdienden het dubbele tot het driedubbele in vergelijking met het gemiddelde eilander inkomen. De bijdrage voor de lokale economie was tijdens de moderne walvisvaart op haar hoogtepunt (20%). 84
Afbeelding 6: De Willem Barendsz, het schip waarmee de walvisvaarten werden gevaren. 85 De welvaart die kwam met de zeevaart stopte door de invoering van de stoomboot. Het vasteland begon toen met schaalvergrotingen en grotere havens, waardoor Schiermonnikoog niet kon concurreren. Desalniettemin heeft de zeevaart een stempel gedrukt op het landschap en is ze onderdeel van de identiteit. Zeekapen en cultureel erfgoed zoals walviskaken herinneren nog altijd aan de zeevaart. Daarnaast wordt strandjutterij nog steeds met de paplepel ingegoten. Daardoor kent Schiermonnikoog veel goed bewaarde artefacten over de tijd, 81 Van der Linde, “We willen hand in hand.”
82 Harmen Jansma en Dick Kooi, Film de Walvisvaart 1957-1958, Cultuurhistorische vereniging ‘t Heer en Feer,
https://theerenfeer.nl/filmde-walvisvaart-1957-1958. 83 A.M.C. van Dissel en J.E. Oosterling, “Aan boord van de ‘Willem Barentsz’: Enkele sociale aspecten van de Nederlandse walvisvaart 19461964,” Tijdschrift voor zeegeschiedenis 5, nr. 2 (1986): 155. 84 Chiel Faber, Vanaf Schiermonnikoog naar de Antarctische Oceaan: Een sociaaleconomische analyse van de betrokkenheid van Schiermonnikoog bij de Nederlandse walvisvaart in de periode 1946-1964, Masterscriptie (Rijksuniversiteit Groningen: Groningen 2013), 91. 85 Walvisvaarder "Willem Barendsz" voor het vertrek, Jac de Nijs, Nationaal Archief, bestanddeelnummer 904-2315, fotocollectie Anefo. 26
die direct het zeevaartsleven representeren. De schatten van het strand herinneren aan de lange relatie die Schiermonnikoog heeft met de zee. 86
De waarde van recreatie en toerisme Door de enorme welvaart die vanaf 1960 opkwam in heel Nederland, werd toerisme al snel de belangrijkste economische sector van Schiermonnikoog. 87 Ook de lonen stegen sterk mee in vergelijking tot het Friese gemiddelde. 88 Het instellen van Schiermonnikoog als Nationaal Park creëerde een spanningsveld in dit recreatieve landschap. Aan de ene kant was het goed voor het imago van het eiland, er kwamen meer subsidies binnen en het onderzoek kreeg een impuls. Deze zaken stimuleerden natuurbehoud. Maar aan de andere kant werd het eiland beperkt in zijn mogelijkheden goed in te spelen op toerisme of economische veranderingen. Het beleid richtte zich op het behoud van toerisme en recreatie, in plaats van de intensivering van deze belangrijke sector. Mede daardoor trekt Schiermonnikoog overwegend toeristen die van rust en natuur houden. Dit is anders dan bijvoorbeeld Terschelling, dat in trek is bij jongeren die vooral elkaar en de gezelligheid opzoeken. Toch heeft Schiermonnikoog het hoogste aandeel recreatie en toeristische werkgelegenheid van de eilanden. 22,50%- 50% van de banen op Schiermonnikoog zijn horecabanen en 30%- 60% zijn vrijetijds/recreatie banen. 89 In vergelijking met Amsterdam is het aantal vestigingen in de toeristische sector relatief gezien bijna twee keer zo groot (figuur 12). 90
86 Stichting Quadrant Schiermonnikoog (SQS), Verborgen schatten van Schiermonnikoog (Stichting Quadrant Schiermonnikoog:
Schiermonnikoog, 2010), 8.
87 SQS, Verborgen schatten, 12-13.
88 ETIF, DETI, ETIG, Statistisch zakboekje des Noorden des Lands (Bolsward: Osinga B.V, 1976).
89 Dienst Landelijk Gebied en Staatsbosbeheer (in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken), Natura 2000- beheerplan
Schiermonnikoog (Friesland: 2016), 315. 90 “Top tien van gemeenten met toeristische vestigingen,” CBS, laatst gewijzigd op 7 maart, 2022, https://www.cbs.nl/nlnl/achtergrond/2014/10/waddeneilanden-meest-toeristische-gemeenten
27
Figuur 14: Vestigingen in toeristische sector op het totaal commerciële vestigingen. 91
Tussen recreatie & toerisme enerzijds en natuur kunnen fricties bestaan. Veel eilanders werken voor horeca en verhuurbedrijven en zullen de economische waarde van het landschap in ogenschouw nemen als het gaat om beleidsplannen voor het natuurbeheer. Aan de andere kant is het belang van de schoonheid en uniekheid van de natuur, de biodiversiteit, rust, kalmte, stilte en kleinschaligheid een belangrijke trekpleister voor het toerisme. De eilanders zijn zich er bewust van dat toeristen deze kernwaarden zoeken in Schiermonnikoog. Dit werd vooral duidelijk ten tijde van de coronacrisis: omdat buitenlandse reizen toen niet mogelijk waren, werd het eiland overspoeld met toeristen die anders hun vakantie in het buitenland zouden hebben doorgebracht. Aldus de VVV: ““Die vroegen bij ons wat er allemaal te doen was omdat ze zich vervelen. Maar dat is juist de charme van het eiland. De rust en de ruimte. Je moet houden van de stilte.” 92 Toeristen die Schiermonnikoog kiezen, houden van de natuurbeleving. Daar moet het beheerplan optimaal in voorzien. In het meest recente beheer- en inrichtingsplan klinkt de wederzijdse afhankelijkheden van toerisme en natuur goed door. 93 Geschiedenis toerisme De geschiedenis van het toerisme op Schiermonnikoog begint in de late negentiende eeuw met de opkomst van de badgast.
Omdat de zeevaarderscultuur toenam op het eiland en vele zeemannen naar de grotere havensteden vertrokken, begonnen de eilanders jaloers te kijken naar het toerisme van andere Waddeneilanden zoals Borkum. In 1839 kwam de familie Stachouwer al met plannen om op Schiermonnikoog een verblijfplaats voor badgasten te openen. De Stachouwers hadden echter niet de financiële middelen om het toerisme echt van de grond te laten komen. 94 Het duurde enkele decennia tot de volgende eigenaar – John Erik Banck – de plannen realiseerde en poogde van Schiermonnikoog een heuse badplaats te maken. 95 De plannen werden toegejuicht door de bevolking, niet uit puur enthousiasme, maar uit bittere noodzaak. Aan het einde van de negentiende eeuw heerste armoede op het eiland. Eilanders gingen hun heil zoeken op het vaste land of zelfs overzee. Schiermonnikoog als badplaats leek een goede oplossing tegen zowel het emigratie- als armoedeprobleem. 96 Op 10 juli 1887 werd het eerste badhotel op Schiermonnikoog geopend. Dit bleek een succes. Er ontstond een toename van het aantal badgasten en daar profiteerden ook de eilanders van. In 1899 besloten een aantal eilanders dat toerisme zo belangrijk werd voor het leven op Schiermonnikoog, dat ze niet afhankelijk van de eigenaar van het eiland moeten zijn.
Ze namen het heft in eigen handen en richtten VVV Schiermonnikoog op (Vereeniging tot Verfraaiing van en tot Bevordering van het Vreemdelingenverkeer). 97 De VVV vergemakkelijkte het vervoer van en naar het eiland, en wilde het dorps- en eilandaanzicht verfraaien zodat Schiermonnikoog aantrekkelijker zou worden. De badgast die eind negentiende eeuw naar het eiland kwam, was vaak van goede afkomst. De reis duurde lang en was niet goedkoop. De ‘vreemdeling’ kwam niet enkel voor plezier naar het eiland. Veel gasten zochten een verbetering van de gezondheid. Schiermonnikoog maakte gretig gebruik van de artsenwijsheid dat zeelucht genezend zou werken. Zo werd een boekje uitgegeven specifiek gericht op mensen met een zwakke gezondheid. Het eiland werd aangeprezen als hersteloord, waar men werd behoed voor ‘overspanning’ en andere ziektes. 98 Ook voor kinderen met astma en andere ‘bleekneusjes’ was Schiermonnikoog populair. Zo werden verschillende koloniehuizen opgericht, zoals het protestantse Elim en het katholieke St. Egbert. 99
91 “Top tien van gemeenten met toeristische vestigingen,” CBS, laatst gewijzigd op 7 maart, 2022, https://www.cbs.nl/nl-
nl/achtergrond/2014/10/waddeneilanden-meest-toeristische-gemeenten. 92 “Schiermonnikoog trekt nieuw soort toerist,” RTV Noord, 12 augustus 2020, geraadpleegd via https://www.rtvnoord.nl/nieuws/731418/schiermonnikoog-trekt-nieuw-soort-toerist. 93 Overlegorgaan Nationaal Park Schiermonnikoog, Beheer- en Inrichtingsplan ‘plus’ Nationaal Park Schiermonnikoog 2011-2022, 58. 94 “Toerisme,” VVV Schiermonnikoog, laatst geraadpleegd op 6 juni 2022, https://www.vvvschiermonnikoog.nl/schiermonnikoog/toerisme 95 Arend J. Maris, “Opkomst en groei noordzeebad Schiermonnikoog voor 1945,” in Een eeuw toerisme: Van badgast tot recreant (Cultuurhistorische vereniging ‘t Heer en Feer: Schiermonnikoog, 1999), 9. 96 Durk Th. Reitsma, 100 jaar VVV Schiermonnikoog 1899-1999: Van bedstede tot appartement (VVV Schiermonnikoog: Schiermonnikoog, 1999), 15. 97 Maris, “Opkomst,” 16. 98 Marlies ter Beek, Overkonters, seumerfeugels en fraimd schyt: De historische ontwikkeling van het toerisme op de Nederlandse Waddeneilanden in relatie tot de identiteit van het gebied, 1850 – 1990, Masterscriptie (Rijksuniversiteit Groningen: Groningen, 2012), 18. 99 Historie,“It Aude Kolonyhûs,” laatst geraadpleegd op 6 juni, 2022, https://itaudekolonyhus.nl/. 28
Afbeelding 7: Badgasten genieten van hun strandvakantie op Schiermonnikoog, in de jaren 1930. 100 Vanaf de eeuwwisseling kwam de nadruk steeds minder op herstel te liggen en steeds meer op plezier en recreatie. Na 1910 werd menig boekje uitgegeven waarin de vele activiteiten op en rondom het eiland werden aangeprezen. 101 Gedurende de jaren tot aan de Tweede Wereldoorlog groeide het toerisme op Schiermonnikoog gestaag door. Dit was mede mogelijk dankzij investeringen in verbindingen met het vaste land. De tocht naar het eiland werd vergemakkelijkt en dus aantrekkelijker voor toeristen. In ruim vijftig jaar tijd steeg het aantal bezoekers van een enkele honderd tot ruim tienduizend. Desalniettemin heeft de crisis van de jaren dertig en de Tweede Wereldoorlog invloed gehad op het toerisme. Dit is ook te zien in de relatieve groei van het toerisme gedurende de jaren 1930-1945.
100 Schiermonnikoog: In het bad, Groninger Archieven, identificatienummer NL-GnGRA_1986_8374. 101 Maris, “Opkomst,” 28.
29
Afbeelding 8: Aankomst van toeristen op het eiland, voor de bouw van de moderne veerdam. 102 Na de Tweede Wereldoorlog kwam de groei van het toerisme in een versnellingsfase. Schiermonnikoog werd afgepakt van de Duitse beheerders en de Dienst der Domeinen werd de nieuwe beheerder. De Domeinen gingen verder waar de Von Bernstorffs waren gebleven. Na de publicatie van het eerste facetstreekplan voor het toerisme, werden vanaf 1950 aanzienlijke investeringen gedaan in het eiland, die allemaal de groei van toerisme bevorderde. Zo werd in 1962 een nieuwe veerdam aangelegd, waardoor door inzet van grotere veerboten meer toeristen per vaart konden worden vervoerd. Ook op het eiland werd aandacht besteed aan de infrastructuur: schelpenpaden werden aangelegd. Ook werd het eiland drastisch gemoderniseerd. In 1950 vond aansluiting op het waterleidingnet plaats, in 1967 op het elektriciteitsnetwerk en in 1970 kwam het aardgas, waardoor het mogelijk werd toeristen ook ‘s winters te ontvangen. 103
102 Schiermonnikoog: Landing, Groninger Archieven, identificatienummer NL-GnGRA_1986_8171, Fa. R. Zeilinga. 103 Maris, “Opkomst,” 47-48.
30
Jaar 1886 1890 1911 1918 1921 1924 1934 1935 1939 1945 1947 1951 1984 1993 1998
Aantal bezoekers (schatting) 324 570 3000 4500 7750 10.000 11.136 10.000 11.555 52.850 31.165 120.874 206.000 276.000 300.000
Figuur 15: Aantal bezoekers Schiermonnikoog 1886-1998. 104
104 Een eeuw toerisme: Van badgast tot recreant (Cultuurhistorische vereniging ‘t Heer en Feer: Schiermonnikoog, 1999).
31
Invloed van toerisme op de ruimtelijke indeling van het landschap Het toerisme heeft logischerwijs invloed gehad op de ruimtelijke indeling van het landschap. Daarnaast hebben de toeristische voorzieningen een symbolische waarde gehad voor het landschap. Zo stond het badhotel symbool voor de eerste, rijke badgasten die op grote schaal naar Schiermonnikoog gingen. Ook het imposante Hotel van der Werff, dat midden in het dorp staat, staat al sinds 1914 symbool voor de samenkomst voor zowel de eilanders als toeristen. 105 Om toeristen de optimale natuurbeleving te geven, om de natuur te beschermen en om het Nationaal Park toegankelijk te maken, zijn er voorzieningen voor toeristen aangelegd. Zo kent Schiermonnikoog ongeveer 33 kilometer aan wandel -en fietspaden. 106 Hiervan zijn de meeste schelpenpaden. De meeste gebieden van het Nationaal Park zijn vrij toegankelijk. Uitzonderingen komen voor in het broedseizoen: toeristen mogen dan niet de oosterkwelder, een deel van het gebied rondom de westerplas, een gedeelte van het strand en het natuurgebied tussen de Prins Bernhardweg en de Kobbeduinen bezoeken. 107 Het strand van Schiermonnikoog is daarnaast gedeeltelijk opgedeeld in ‘recreatieve zones.’ Een voorbeeld hiervan is het recreatiestrand tussen paal 3 en 5. Hier worden vele activiteiten aangeboden zoals surfen en karten.
108 Dit stuk strand is dus zeer gericht op toerisme, anders dan andere stukken van het strand, waarbij de aandacht ligt op natuurbehoud. Toerisme/recreatie en het autoverbod Daar waar auto’s van toeristen zijn toegestaan op Texel, Terschelling en Ameland is dit niet het geval op Schiermonnikoog (en ook niet op Vlieland). Het eiland is autoluw sinds 1968. 109 Het autoluwe beleid bevordert de beleving van de karakteristieke waarden - kleinschaligheid, rust, kalmte, ruimte - van Schiermonnikoog voor toeristen. Daarnaast zorgt het ervoor dat Schiermonnikoog rustig en stil blijft in het hoogseizoen, de kenmerken van het eiland waar de bewoners en gasten zo van houden. Het verbod werd opgenomen in de Algemene Politieverordening van de gemeente, maar in 1980 werd dit autoverbod onwettig verklaard door de Hoge Raad. Het was destijds echter wel duidelijk dat autogebruik en natuurbeheer lastig mengt. In de Trouw van december 1980 wordt gesproken over een klap: “De klap komt extra hard aan nu staatssecretaris Wallis de Vries heeft aangekondigd dat Schiermonnikoog in de loop van het komend jaar de status van nationaal park zal krijgen. Het behoud van het karakteristieke dorp en de stilte in het gebied daarbuiten zal bij ongelimiteerd autogebruik vrijwel onmogelijk blijken.” 110 Een paar weken later, in januari 1981, werd het autoverbod door middel van een wetsvoorstel toch ingevoerd.
111 Autogebruik op een klein, toeristisch eiland heeft gevolgen voor de identiteit en natuur van het eiland, zeker op een eiland dat bijna geheel de status nationaal park heeft. Hoewel de gemeente dus al problemen zag met het autogebruik in de jaren zestig, lijkt de status ‘nationaal park’ toch invloed te hebben gehad op het daadwerkelijk doorvoeren van een legitiem autoverbod. Eilanders mogen wel een auto bezitten, maar er bestaat wel een algemeen rijverbod waar een ontheffing voor moet worden aangevraagd. 112 Het autoverbod heeft ongetwijfeld een rol gespeeld in de identiteit van het eiland sinds de oprichting van het nationaal park, op zowel het gebied van natuur, aanzicht, rust en de leefbaarheid van de eilandbewoners. In 2018 werd een bijeenkomst georganiseerd met de eilanders om te kijken hoe het autoluw beleid uitpakte. Eilanders vroegen toen om nog
105 “Historie,” Hotel van der Werff, laatst geraadpleegd op 3 juni 2022, https://hotelvanderwerff.nl/.
“Fietsroutes,” VVV Schiermonnikoog, laatst geraadpleegd op 3 juni 2022, https://www.vvvschiermonnikoog.nl/zien-endoen/fietsen/fietsroutes. 107 “Toegankelijkheid Natuurgebied,” Nationaal Park Schiermonnikoog, laatst geraadpleegd op 3 juni 2022, https://www.npschiermonnikoog.nl/doen/voor-de-jeugd.htm. 108 “Strand Schiermonnikoog,” Mooi Friesland, laatst geraadpleegd op 3 juni 2022, https://mooifriesland.nl/strand-schiermonnikoog/. 109 “Mag mijn auto mee naar Schiermonnikoog?” Fijn op vakantie, laatst geraadpleegd op 3 juni 2022, https://www.fijnopvakantie.nl/blog/mag-mijn-auto-mee-naar-schiermonnikoog. 110 Redactie, “Uitspraak Hoge Raad ‘een ramp voor eiland’. Verbod op autorijden voor Schiermonnikoog onwettig,” Trouw, 30 december 1980, geraadpleegd via leiden.courant.nu. 111 Redactie, “Toch autoverbod op Schiermonnikoog,” Leidsch Dagblad, 24 januari 1981, geraadpleegd via https://leiden.courant.nu/issue/LD/1981-01-24/edition/0/page/1. 112 Gemeente Schiermonnikoog, Rapportage: Ruimtelijk vraagstuk verkeerssituatie dorp (Gemeente Schiermonnikoog: 15 december 2020), 8. 106
32
minder auto’s, nog meer rust en daardoor minder verkeersonveiligheid. 113 In 2020 kwam de gemeente met een rapport over dit gevoel van verkeersonveiligheid. Objectief was het autogebruik zeer laag en de verkeerssituatie dus zeker niet onveilig, maar het onveiligheidsgevoel werd wel vastgesteld. 114 Daarnaast heeft het autoverbod ook invloed op het toerisme. Toeristen bezoeken Schiermonnikoog voor de rust, ruimte en de natuur. 115 Het autoluwe beleid lijkt daardoor sterk te passen en voordelen te hebben binnen een eiland met een nationaal park, zowel uit het oogpunt van recreatie en toerisme en de bewoners. Het is daarom opvallend dat in de periode 2000-2021 het aantal wegvoertuigen gestegen is met 66%: van 345 naar 575 voertuigen (figuur 16). Er komen dus meer auto’s in het straatbeeld.
Figuur 16: Totaal wegvoertuigen Schiermonnikoog 2000-2021. 116
113 “Schiermonnikoog autovrij,” Boot Schiermonnikoog, laats geraadpleegd op 3 juni 2022, https://www.bootschiermonnikoog.nl/boot-
schiermonnikoog/schiermonnikoog-autovrij/. 114 Gemeente, Rapportage, 18. 115 Dienst Landelijk Gebied en Staatsbosbeheer, Natura 2000, 17. 116 Motorvoertuig tellingen per 1 januari, regio’s, geraadpleegd via https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/37209hvv/table?ts=1639350511294.
33
Figuur 17: Aantal passagiers bootovertochten van Lauwersoog naar Schiermonnikoog 2003-2020 in absolute getallen. Van 2003-2012 blijven de aantallen relatief gelijk: ze schommelen rond de 300.000 overtochten per jaar. Vanaf 2021 nemen de aantallen iets toe tot ongeveer 350.000 overtochten per jaar. De daling tussen 2019 en 2020 valt te wijten aan de coronacrisis. 117
Afbeelding 9: De veerboot Brakzand onderweg naar Schiermonnikoog. 118
Beleid voor toerisme
117 Wagenborg passagiersdiensten, Vervoerplan 2018 (Wagenborg passagiersdiensten BV: 2017), 21.
Wagenborg passagiersdiensten, Vervoerplan 2022 (Wagenborg passagiersdiensten BV: 2021), 7.
118 De veerboot "Brakzand" is onderweg van of naar Schiermonnikoog, Tresoar, fotonummer AE26, Van Leer’s fotodrukindustrie BV.
34
Na de Tweede Wereldoorlog kon de middenklasse – naast de groep rijke badgasten – het beter veroorloven vakantie te vieren op het eiland. In 1949 publiceerde de Provinciale Planologische Dienst Schiermonnikoog daarom een facetstreekplan, met als doel het toerisme te bevorderen. De beleidsadviseurs en de gemeente worstelden met de combinatie van toerisme en natuur, waarbij de nadruk voornamelijk op het natuurbeheer lag. De gemeente was zeer voorzichtig met de aanleg van nieuwe recreatiepaden en nieuwe infrastructuur om het eiland bereikbaar te maken. De rust van de natuur bewaken was leidend. 119 Tegenwoordig bepaalt het natuurbeleid op Schiermonnikoog nog steeds in sterke mate de ontwikkelingsprojecten, de ruimtelijke orde en de mogelijkheid tot activiteiten. Dit ‘natuurlijk gezag’ voedt ogenschijnlijk vanzelfsprekend de beheer – en inrichtingsplannen, die het beschermen en monitoren van de natuur als hoofddoel hebben. 120 Dit laat zien dat de natuurlijke waarde van het landschap prioriteit krijgt in het beleid rondom Nationaal Park Schiermonnikoog. Sinds de oprichting van Nationaal Park Schiermonnikoog wordt de toeristische en recreatieve sector echter wel uitgebreider geëvalueerd. In de beheer- en inrichtingsplannen is er aandacht en ruimte om het aantal overnachtingen, slaapplaatsen van de afgelopen jaren te bespreken en om het toerismebeleid te evalueren.
Dit wordt echter voornamelijk gedaan om te monitoren wat de invloed van toerisme op de natuur is. 121 Het huidige beleid van de gemeente en de organisatie van Nationaal Park Schiermonnikoog richt zich op het behoud van de toeristische sector en het behoud van de voorzieningen hierin, niet op de uitbreiding ervan. Daarom investeren de gemeente en Natuurmonumenten in wandelpaden en ruiterpaden en wordt ervoor gezorgd dat toeristen een zo ‘puur’ mogelijke natuurbeleving krijgen door zo min mogelijk hekken en borden te plaatsen. De gemeente en Natuurmonumenten trachten op die manier de balans tussen toerisme en wat de natuur aankan te vinden. 122 Daarnaast richt het huidige beleid zich op de spreiding van het toerisme. Dit leidde tot een toename van het aantal overnachtingen gedurende het jaar. Dit beleid zorgt ervoor dat het hoogseizoen van Schiermonnikoog verspreider aantreedt. 123 Een verspreid hoogseizoen heeft voordelen voor de natuur, maar ook voor de ondernemers, omdat dit gedurende het hele jaar omzetgarantie biedt. De spreiding vindt daarnaast ook geografisch plaats. Het gebied rondom het dorp dat niet bij het Nationaal Park hoort, wordt zeer intensief ingezet voor toerisme.
124 Aantal toeristen/slaapplaatsen/overnachtingsplaatsen De groei van de dienstensector en de groei van de Nederlandse welvaart tussen voornamelijk 1950 en 1973 heeft gezorgd voor een groei van de toeristische sector. 125 Dit is duidelijk terug te zien in het aantal overnachtingsplaatsen. Daarnaast biedt het toerisme een neveninkomen voor de zeven boeren van Schiermonnikoog: sommigen richten groepsaccommodaties in. Voor veel boeren is dit een belangrijke bedrijvigheid, omdat de boeren geringe uitbreidingsmogelijkheden hebben en de melkprijzen fluctueren. De groepsaccommodaties dragen bij aan de stijging van het aantal overnachtingsplaatsen. Het aantal overnachtingsplaatsen op Schiermonnikoog is afgenomen in vergelijking tot de vraag. Dat betekent dat Schiermonnikoog het hele jaar door toeristen ontvangt. Schiermonnikoog kende in 2006 het minste aantal bedden van de Waddeneilanden. Daarnaast was het percentage groepsaccommodaties aanzienlijk hoger dan bij de rest van de eilanden (46%). In de periode 2002-2006 zijn het aantal bedden op Schiermonnikoog stabiel gebleven. Dit heeft, zoals eerder besproken, voornamelijk te maken met het beleid om toerisme te behouden en niet uit te breiden. 126
119 Provinciale Planologische Dienst Friesland, Een streekplan voor de Waddeneilanden, augustus 1949. 12-03, 156. Tresoar, Leeuwarden.
Frans Sijtsma en Gelijn Werner, Recreatie en toerisme in het Waddengebied: toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden en hun effecten op economie, duurzaamheid en identiteit (Analyserapport, Raad voor de Wadden, 17 december 2008), 14. 121 Overlegorgaan, Beheer- en Inrichtingsplan, 2. 122 Overlegorgaan, Beheer- en Inrichtingsplan. 123 Overlegorgaan, Beheer- en Inrichtingsplan, 44. 124 Overlegorgaan, Beheer- en Inrichtingsplan, 58, 104. 125 C.J.M Schuyt en Ed Taverne, 1950. Welvaart in zwart-wit (Den Haag: Sdu uitgevers, 2000), 183-190. 126 Sijtsma en Werner, Recreatie, 19-20. 120
35
Figuur 18: Het aantal overnachtingsplaatsen van Schiermonnikoog, 1939-2011. Het aantal overnachtingsplaatsen is in deze periode van 1350 naar 5000 gestegen. 127
Beroepsstructuur Schiermonnikoog De dienstensector werd in de beroepstellingen van de jaren 1960 en 1961 niet opgenomen, maar alle banen die niet onder de landbouw of industriële sector vielen werden ‘overige bedrijfstakken’ genoemd. Vanaf 1971 werd de dienstensector wel expliciet opgenomen. In de kolom ‘dienstensector en overige bedrijfstakken’ zijn deze daarom gecombineerd. De toeristische sector valt in figuur 2 voornamelijk onder de sectoren ‘Handel, hotel– en restaurantwezen, reparatie gebruiksgoederen Friesland’ en ‘Overige dienstverlening Friesland.’ Een aantal lange termijn ontwikkelingen zijn te onderscheiden in de periode 1960 tot 1971 en 1978 tot 1983 voor zowel Friesland als Schiermonnikoog. Ten eerste valt de afname van het aantal banen in de primaire sector op: in 1960 werkte 20,3% van de eilanders in de landbouw, in 1983 was dit gedaald naar 5%. Ook de secundaire sector kromp voor de gemeente Schiermonnikoog, van 39.8% in 1960 naar 23.3% in 1983. Tot slot valt op dat de toeristische sector (diensten en overige bedrijfstakken, Handel, hotel– en restaurantwezen, reparatie gebruiksgoederen) bij uitstek de grootste was voor de gemeente Schiermonnikoog van 1960-1983. Deze sector is ook aanzienlijk verder ontwikkeld dan de provinciale dienstensector.
Omdat de provincie wel een sterkere primaire en secundaire sector had in deze periode, kan geconcludeerd worden dat toerisme de belangrijkste economische drijfveer was van Schiermonnikoog. Deze was veel sterker ontwikkeld dan die van de provincie Friesland.
127 Economisch Technologisch Instituut voor Friesland, Een onderzoek naar de betekenis van het vreemdelingenverkeer op Schiermonnikoog,
in verband met de aanleg van een militair oefenterrein. 12-15, 301. Tresoar, Leeuwarden. Economisch Technologisch Instituut voor Friesland, Een beknopt sociaal-economisch overzicht van Friesland. 12-15, 313. Tresoar, Leeuwarden. Overlegorgaan, Beheer- en Inrichtingsplan. Sijtsma en Werner, Recreatie. 36
Figuur 19a: De beroepsstructuur van Schiermonnikoog en Friesland van 1960 tot 1971 in percentages van de gehele beroepsbevolking. 128
Figuur 19b: De beroepsstructuur van Schiermonnikoog en Friesland van 1978 tot 1983 in percentages van de gehele beroepsbevolking. 129
Het landschap van de natuur De natuur op Schiermonnikoog is de belangrijkste waarde in het beleid omtrent Nationaal Park Schiermonnikoog. Het idee van natuur lijkt makkelijk en voor iedereen begrijpelijk. We kunnen ons immers allemaal de vogels, de zee en de duinen voorstellen. Maar wat precies de grenzen zijn van natuur is in de loop van de afgelopen decennia aan grote verandering onderhevig geweest. De waarde die aan natuur werd gehecht vormt in de geschiedenis van natuurbeleid op Schiermonnikoog de kern. In de recente geschiedenis van het eiland zijn hierin drie perioden te onderscheiden: voor de Tweede Wereldoorlog, tijdens het beheer van de Domeinen tot 1989 en daarna onder beheer van Natuurmonumenten. Deze paragraaf zal laten zien dat
128 Statistische Zakboeken des Noorden des Land, 1960-1971; Economisch Technologisch Instituut voor Friesland. Werkgelegenheid in
Friesland 1960-1971 (Leeuwarden: 1984). 129 Statistische Zakboeken des Noorden des Land, 1978-1983; Economisch Technologisch Instituut voor Friesland. Werkgelegenheid in Friesland 1978-1983 (Leeuwarden: 1984). 37
natuurbescherming op verschillende manieren vorm kreeg op het eiland en dat deze gevolg zijn van grote internationale en maatschappelijke ontwikkelingen. Natuurbeleid voor WOII Aan het begin van de twintigste eeuw werd één van de hoofdrolspelers van de Nederlandse natuurbescherming opgericht: de Vereeniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland (nu: Natuurmonumenten). De vereniging werd opgericht, omdat: ... uit de overtuiging, dat bij de neiging en noodzaak, die tegenwoordig bestaan, om den bodem zooveel mogelijk productief te maken, niet zelden het schoonste en belangwekkendste in de natuur gevaar loopt, om onherroepelijk verloren te gaan. En zoo zou dan het menschdom, wanneer het eenmaal grootere materieele welvaart heeft bereikt, met zijne schatten verlegen zitten, te midden van een dorre wereld. 130 De angst voor verlies van de natuur komen duidelijk naar voren in de verantwoording van de oprichting van de vereniging. Deze angst had de decennia daarvoor internationaal al een grote rol gespeeld in de (her)waardering van natuur en natuurbescherming. De grote maatschappelijke ontwikkelingen van de Industriële Revolutie leidden tot een toenemende afstand tussen mens en natuur, wat een herwaardering van de natuur mogelijk maakte. 131 Deze herwaardering begon in de VS met de oprichting van het concept Nationale Parken en waaide over naar de rest van de (westerse) wereld.
In Nederland werd het concept overgenomen door verschillende groepen en denkers, maar natuurbescherming kreeg pas echt praktische vorm met de oprichting van Natuurmonumenten in 1905, met als doel het instandhouden van de verschillende soorten gemeenschappen, landschappen en cultuurhistorische elementen van de Nederlandse natuur (in plaats van het originele idee van ‘wildernis’). 132 Met de oprichting van de vereniging zag ook het belangrijkst instrument in de Nederlandse natuurbescherming het licht: het natuurmonument. Dit werd de belichaming van de mooie en kwetsbare natuur en werkte via aankoop en beheer van gronden. 133 Het eiland Schiermonnikoog was tot de Tweede Wereldoorlog in particulier bezit van verschillende eigenaren. Aan het begin van de twintigste eeuw was dat graaf Von Bernstorff. Het beleid rondom natuur was dan ook in zijn handen met als gevolg dat het nauwelijks bestond. Dit stond in schril contrast met de eigenaar daarvoor – John Erik Banck – die meer waarde hechtte aan het eiland. Dit zorgde voor de nodige frustratie bij de staat, zo blijkt uit een rapport geschreven in 1921 over de vraag of en zo ja, welke belangen de staat zou hebben bij aankoop van het eiland Schiermonnikoog. Er volgt een uitgebreide beschrijving van het eiland en zijn natuur. Van de verschillende typen grond - bedijkt grasland, niet-bedijkt grasland en de duinen, wordt de waarde benoemd.
Deze is in eerste instantie economisch, maar zodra deze ontbreekt, zoals bij de duinen, wordt de waarde uitgedrukt in natuurschoon. Het advies aan het Staatsbosbedrijf luidt dan ook dat het belang van de aankoop van het eiland nauwelijks financieel interessant is, maar vanuit een algemeen belang beredeneerd kan worden. Niet in de laatste plaats omdat het badhotel met uitsterven wordt bedreigd door de zee. De economische, maar ook zeker de natuurlijke waarde wordt op Schiermonnikoog vooral toegedicht aan zijn functie als badplaats. 134 De zorgen over het hotel bleken overigens terecht: het badhotel ging in 1923 verloren in de zee, waardoor Schiermonnikoog een deel van haar aantrekkingskracht kwijtraakte.
Vereeniging tot behoud van natuurmonumenten in Nederland (Amsterdam: Vereeniging tot behoud van natuurmonumenten in Nederland, 1914), 1. 131 Henny van der Windt, En dan: wat is natuur nog in dit land? Natuurbescherming in Nederland 1880-1990 (Amsterdam: Boom, 1995), 27. 132 Van der Windt, “Parks,” 208. 133 Van der Windt, En dan, 247. 134 Nationaal Archief, toegangsnummer 2.11.50, Inventaris van het archief van Staatsbosbeheer 1899-1950, inventarisnummer 297, stukken betreffende het op verzoek van de minister van Waterstaat uitbrengen van een rapport over de vraag of en zo ja, welk belang het Staatsbosbedrijf kan hebben bij de aankoop van het eiland Schiermonnikoog, 1921-1923. 130
38
Afbeelding 10: De ruïne van het ooit zo prestigieuze badhotel op Schiermonnikoog, ca. 1925. 135 De tijd van de Domeinen De vooroorlogse praktijk leerde dat meer duidelijkheid nodig was over de praktische betekenis van de natuurreservaten. Het werd duidelijk dat bepaalde doelen van de bescherming elkaar tegenspraken - ongerepte natuur, gevarieerde natuur en economische winst. Hierdoor werd een nieuw instrument gecreëerd: beheersplannen. Met de praktische wijziging veranderde ook het blikveld van natuurbeschermers. Niet enkel de ongerepte natuur verdiende bescherming, ook de door mensen beheerde terreinen verdiende dat. De grenzen tussen natuur en landschap vervaagden en werden meer en meer inwisselbaar. 136 Na de confiscatie wees de Staat in 1947 het beheer van het eiland toe aan de Dienst der Domeinen, afdeling Groningen (onderdeel van het ministerie van Financiën). Het beheer van de Domeinen betrof niet het hele eiland, want Rijkswaterstaat beheerde het strand en de andere delen van de kust. 137 Een ingestelde commissie, Commissie van beheer van Schiermonnikoog, schreef in deze tijd meerdere rapporten over beheer en inrichting van het eiland - geheel in lijn met de nieuwe praktijk van natuurbescherming in Nederland. De waarde die aan natuur werd gehecht voorkwam het plaatsen van een militair oefenterrein op het eiland.
Dit was een teleurstelling voor het Rijk, dat hoopte dat het algemeen landelijk belang boven het natuurbelang van het ‘kleine’ eiland zou gaan. Andere stukken die de Commissie van beheer van Schiermonnikoog schreef betreffen het onderhoud van de eendenkooi (die werd verwaarloosd door de eigenaar), het onderhoud van de dijk en het verbeteren van de mogelijkheden tot landbouw. 138 Ook het beplanten van de (binnen)duinen en het maaien van de kwelder werd uitgevoerd door de Domeinen. 139 Het is dus duidelijk dat de Commissie zich niet enkel bezighield met puur natuurlijke zaken van het eiland, maar juist cultuurlandschap en productief landschap in combinatie met behoud van natuur naar voren komen. Naast de waarde die de Commissie hechtte aan de natuur van Schiermonnikoog, kwam er meer landelijk ook aandacht voor de schone natuur. Zo werd in 1948 een lijst gemaakt door Natuurmonumenten van bijzondere natuur in Nederland, waarbij het oostelijk deel van Schiermonnikoog, vanwege de grote natuurwetenschappelijke waarde als ‘echt juweel’ werd bestempeld. 140 Natuurmonumenten in het spel Rond 1970 veranderde de natuurbescherming in Nederland opnieuw. In 1969 had Nederland zich namelijk aangesloten bij de overeenkomsten van de International Union for Conservation of Nature and Natural Resources (IUCN).
Dit internationale samenwerkingsverband houdt zich bezig met natuurbehoud, bescherming van belangrijke ecosystemen en de instelling van Nationale Parken. 141 De aansluiting bij IUCN viel samen met 135 Het weggeslagen badhotel op Schiermonnikoog ca. 1925, Tresoar, fotonummer 19149, Familie- en bedrijfsarchief Hepkema. 136 Van der Windt, En dan, 249-250. 137 Rietman, Schiermonnikoog, 17.
138 Tresoar, toegangsnummer 12-01, Provinciale en Gedeputeerde Staten van Friesland 1919-1961, inventarisnummer 1508, Stukken betreffende de eigendomsovergang, de regeling van de status, de beheers- of gebiedsindeling en de Commissie van Beheer van Schiermonnikoog, 1936-1967. 139 Rietman, Schiermonnikoog, 17. 140 Van der Windt, En dan, 125. 141 Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Nationale Parken in Nederland (Den Haag: IFZ Bedrijfsuitgeverij, 2005), 13.
39
het politiseren van zorgen over de landbouw en zijn giftige afvalstoffen. Steeds meer burgers, en een ontluikend aantal maatschappelijke milieuorganisaties, zagen de intensieve landbouw als groot gevaar voor de natuur. 142 In de jaren 1970 en 1980 kreeg de natuurbescherming onder andere vorm door het oprichten van de Nationale Parken. De doelen van deze parken werden als volgt opgesteld: intensivering van natuurbeheer en ontwikkeling, stimulering van natuur- en milieueducatie, bevordering van natuurgerichte recreatie en bevordering van onderzoek. 143 Schiermonnikoog, met de schone natuur en het praktische voordeel dat het eiland al in bezit was van de Staat, kwam hoog op het lijstje van mogelijke Nationale Parken te staan. In 1989 werd het eiland het eerste officiële Nationale Park uit staatsinitiatief. Het beheer van het eiland werd grotendeels overgedragen vanuit de Domeinen naar de Vereniging Natuurmonumenten. Grotendeels, omdat de Banckspolder, het dorp en de kust buiten de afbakening van het Nationale Park vielen en dus ook niet door Natuurmonumenten beheerd worden. Het landelijk Nationale Parken-beleid vereiste het opstellen van een Beheer- en Inrichtingsplan (BIP), waarin plannen staan voor natuurbescherming en inzetten van het Park voor recreatie- en educatie doeleinden.
Het BIP wordt besproken en gesanctioneerd door het overlegorgaan - ook een vereiste vanuit het landelijke Nationale Parken-beleid. In een regeling uit 2007 vinden we de officiële samenstelling van het overlegorgaan, bestaande uit zeven vertegenwoordigden leden: 144 ● De gemeente Schiermonnikoog ● De provincie Fryslan ● De Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland ● Bevolking Schiermonnikoog (drie vertegenwoordigers) Namens de gemeente neemt dikwijls de burgemeester deel, de provincie Fryslân vaardigt een ambtenaar af die tevens het secretariaat voert over het overlegorgaan. Het ministerie wordt vertegenwoordigd door iemand van Rijkswaterstaat. De zetels van de bevolking van Schiermonnikoog worden ook ingevuld door lokale verbanden: het Schiermonnikoog Ondernemers Verbond, Natuur- en Vogelwacht Schiermonnikoog en Boerenbelang Schiermonnikoog. In 1986 werd het eerste BIP geschreven voor het Nationaal Park ‘in oprichting’. Uit dit BIP, en ook uit de eerdere hoofdstukken, blijkt dat er in de jaren voor de oprichting van het park een spanningsveld bestond tussen de natuurlijke en economische waarden. Het BIP van 1986 vermeldt dan ook dat de instelling van het Nationaal Park geen nadelige effecten mag hebben op de sociaal-economische situatie van het eiland.
145 Het derde BIP uit 2011 benoemt dat de (sociaal-economische) belangen van de eilanders inderdaad belangrijk zijn, maar dat het ook het geval kan zijn dat het algemene belang groter is dan dat van de eilanders. Het bijzondere echter van het eiland is dat de economie (deels) afhankelijk is van de natuur. De economie van het eiland bestaat voor een aanzienlijk deel uit toerisme. Deze toeristen komen voor de rust, ruimte en unieke natuurbeleving naar het eiland. De balans tussen het behouden van de natuur en het tegelijk niet te veel inperken van de ondernemers in de toeristische sector staat dan ook hoog op de prioriteitenlijst van de BIP’s. De banden tussen de eilanders – die zich sterk verbonden met hun Lytje Pole – en Natuurmonumenten zijn niet altijd even goed geweest. De laatste jaren is er hard gewerkt om de communicatie te verbeteren, dat de band in positieve mate heeft beïnvloed. 146
142 Van der Windt, En dan, 251.
143 Samenwerkingsverband Nationale Parken, Ontstaansgeschiedenis, 5.
144 Redactie, “Regeling aanwijzing nationale parken,” Staatscourant, 15 augustus 2007.
145 Tresoar, toegangsnummer 54-01 Staatsbosbeheer Friesland, inventarisnummer 202 Beheers- en Inrichtingsplan Nationaal Park in oprichting Schiermonnikoog, 1986. 146 Overlegorgaan, Beheer- en Inrichtingsplan, 45.
40
Afbeelding 12: Nationaal Park Schiermonnikoog, de mooie en unieke natuur van het eiland wordt beschermd door de status van ‘Nationaal Park’. 147
147 “Het mooiste Nationaal Park van Nederland,” Nationaal Park Schiermonnikoog, geraadpleegd via https://www.np-schiermonnikoog.nl/.
41
Deel 2: Spanningsvelden Elk landschap doet zich op het eerste gezicht voor als een enorme chaos die iemand vrijlaat om te kiezen welke zin hij eraan wenst te geven’. 148 Dit citaat van de Franse antropoloog Claude Levi-Strauss past goed bij het perspectief dat wij in dit landschapsbiografisch essay innemen. Dat perspectief gaat ervan uit dat op waarden gebaseerde ideeën bepalend zijn voor de wijze waarop wij het landschap zien en wensen vorm te geven. Levi-Strauss gebruikt het woord ‘zin’. Inderdaad is landschap verbonden met zingeving. Het tastbare en zichtbare landschap is de materiële basis die in een nauwe wisselwerking staat met onze immateriële overtuigingen. Hoewel deze immateriële overtuigingen niet met zoveel woorden zijn benoemd in deel 1, is het evident hoezeer zij het landschap op Schiermonnikoog bepaald hebben. Het productieve landschap van de boeren komt voort uit het streven naar praktisch nut. Diepgeworteld utilitarisme laat velen het landschap beleven als de omgeving waarop gewassen groeien en koeien grazen. Het leven van het land zorgt voor welvaart in onze samenleving – zonder boeren geen eten. De waarden achter recreatie & toerisme hangen samen met de hang naar ontspanning. Zich ontspannen, in letterlijke Franse vertaling se récréer, is afgeleid van het latijnse recreare dat ‘opnieuw scheppen’ en ‘weer doen opleven’ betekent.
Mensen hebben behoefte aan het loskomen van de alledaagse sleur. Het effect van de bootreis, het strand, de schelpenpaden werkt als verkwikkend. Het geeft dagjesmensen en vakantiegangers nieuwe energie die zij, eenmaal terug op de wal, inzetten om hun complexe levens verder te leven. Voor ondernemers in de recreatie- en toerismebranche geldt dat zij landschap zien als een belangrijke basis voor hun verdiensten. Het toeristische landschap is nuttig, maar wel op een andere manier nuttig dan landbouw en veeteelt. Natuur, tenslotte, is verbonden aan een set van waarden die in wisselende samenstelling bepalend kan zijn voor de wijze waarop naar landschap gekeken kan worden. We noemen drie sets van waarden als voorbeeld. 149 Zoals de waardenset ‘zorg en empathie’, die leidt tot de overtuiging dat we planten en dieren geen kwaad mogen doen. Of het gaat om ‘zuiverheid en schoonheid’, waarden die samenhangen met esthetische en/of religieuze idealen die weerspiegeld worden in het natuurlijke landschap. Tenslotte de set van waarden die te herleiden zijn op gevoelens van rechtvaardigheid. Deze set hangt samen met oordelen over de verhouding tussen de mens en de omgeving, en gaat bijvoorbeeld uit van wederkerigheid en het gevoel dat mensen zich niet boven de natuur mogen stellen.
Natuurwaarden kunnen verschillend zijn, waardoor betrokken die zich verbonden voelen met de natuur ook niet altijd op eenzelfde manier naar het landschap kijken. Zo zouden de vogelbeschermers de wilde katten op Schiermonnikoog het liefste afschieten, terwijl faunabeschermers deze dieren juist geen kwaad willen doen. In de afgelopen jaren hebben de eilanders, Natuurmonumenten en de gemeente gezamenlijk het probleem van de wilde katten bij de kop gepakt, waarbij het Nationaal Park een bemiddelende rol heeft gespeeld. De waarden waarmee we naar het landschap kunnen met elkaar botsen als ze verschillend of zelfs tegengesteld zijn. Dit leidt tot spanningen die beschreven en begrepen moeten worden. Op basis van onze landschapsbiografische onderzoekingen zien we drie spanningsvelden. (1) Tussen behouden en vernieuwen In deel 1 is beschreven hoe mensen het landschap vormden tot landbouwgrond, recreatieruimte of natuur. We brachten hun drijfveren in verband met waarden, die de ingrepen in het landschap kunnen verklaren. Het eeuwenoude samenspel heeft geleid tot het veelzijdige landschap van Schiermonnikoog. Vooral in de afgelopen anderhalf eeuw is heel veel aangepast en gemaakt. Verschillende typen mensen kunnen er zingeving (Levi-
148 Claude Lévi-Strauss, Het trieste der tropen (Atlas: Amsterdam/Antwerpen, 2004), 58.
149 Tjirk van der Ziel, Willem Buunk en Marloes van der Weide, Van geborgenheid tot ongetemdheid. De moraal van het streekverhaal en
de waarden achter opvattingen over natuur (Zwolle: Windesheimreeks Kennis en Onderzoek, 2017).
42
Strauss) vinden, of het nu landbouwers, recreanten of natuurliefhebbers zijn. Waarom zou je de formule eigenlijk veranderen? Van wie moet er eigenlijk iets veranderen aan dat Nationale Park, waar is dat goed voor? Deze overtuiging drong tot ons door in meerdere gesprekken die wij met eilanders hebben gevoerd. Soms werd dat gevoel uit het binnenste van onze gesprekspartners verwoord. Soms werd het ook in reflectieve zin benoemd, als een karaktertrek van de lokale samenleving als geheel. Deze reflectie strookt met interviews onder jongeren die door andere onderzoekers werden afgenomen. Niet zonder teleurstelling vertelden zij over hun gevoel dat vernieuwing tegengehouden werd. Conservatisme op het eiland werd als een ‘zwakte’ aangemerkt. De jongeren vonden dat ‘de oudere bevolking van het eiland behouden is: (…) “ik heb heel vaak geprobeerd om dingen anders te krijgen en te doen, en elke keer zeggen ze, nee dat doen we al jaren zo”’. 150 Het behouden van de status quo heeft een belangrijke functie. De lokale samenleving op Schiermonnikoog is kleinschalig. De bevolking is net iets grijzer dan gemiddeld, in absolute en relatieve zin zijn er weinig schoolgaande kinderen. Het aantal ondernemers en andere dragende krachten is beperkt. Het eiland is op tal van manieren erg afhankelijk van de vaste wal. Te midden van al deze onzekerheden is ritme en voorspelbaarheid een groot goed.
Teveel en teveel tegelijkertijd overhoop halen kan (te)veel van de lokale samenleving vragen. Individu en collectief kunnen te weinig hulpbronnen hebben om dingen anders te doen. Het risico van vernieuwing is dan de ontwrichting van de lokale samenleving. Jongeren willen iets, ze willen ‘met de tijd meegaan’. 151 Ouderen, met meer levenservaring, denken te weten wat voor moeite en energie dit kost – en reageren van daaruit soms terughoudend. Bovendien, en dit spreekt wederom voor de behoudende kant van het spectrum, is Schiermonnikoog geen openluchtmuseum. Er is wel degelijk ruimte voor langzame verandering. Weliswaar niet in revolutionaire zin, maar wel verandering is stapjes. Bij het Nationaal Park zien we het terug in de Beheer- en Inrichtingsplannen, die periodiek herzien worden en waarin steeds wel wat wordt aangepast. We zien het ook aan nieuwe initiatieven, zoals een Pluktuin waarvan steeds meer dorpsbewoners groente en fruit kopen. Een tegelwijsheid leert ons echter: ‘Als je doet wat je deed, krijg je wat je kreeg’. Schiermonnikoog kreeg in de twintigste eeuw een ingewikkelde samenleving, waarin landbouwers, natuurliefhebbers, toeristen en/of recreatieondernemers soms in onbegrip langs elkaar heen leven. Met de komst van het Nationaal Park kreeg Schiermonnikoog openlijke botsingen tussen verschillende waarden.
Hoewel de dialoog minder fel wordt gevoerd, zijn de onderliggende spanningen geenszins verdwenen. Daarnaast is het de vraag of Schiermonnikoog het veranderen-in-kleine-stapjes vol kan houden. Niemand kan ontkennen dat de klimaatadaptatie en energietransitie gevolgen heeft voor Schiermonnikoog. Inwoners en ondernemers zullen, net als ieder ander, meer zelfvoorzienend moeten worden. Fossiele brandstoffen zullen schaarser worden, wat ook effect kan hebben op de bereikbaarheid van Schiermonnikoog. Wat nu nog meer speelt: de Waddenregio staat ingekleurd voor grote ingrepen. De kleine gasvelden, de ruimte voor windmolens op de Noordzee en de onvermijdelijke infrastructuur die hierbij komt kijken - het zal gevolgen hebben. Structureel is er de zorg om de veiligheid, het is de eeuwenoude zorg voor het temmen van de zee maar dan in een nieuw tijdsgewricht. Tenslotte moet de leefbaarheid genoemd worden. Hoe lang kan de basisschool nog bestaan? Hoelang kunnen andere voorzieningen overeind blijven? Zijn er straks nog genoeg mensen om zowel de toeristenstroom als de vergrijzing in goede banen te leiden? Aan deze Grote Vraagstukken zal het Nationaal Park niet ontkomen. Betrokkenen zullen de bredere opgaven voor ogen moeten houden. Het zijn deze opgaven die mogelijk tot meer verandering nopen dan er sinds de totstandkoming van het Nationaal Park in de jaren 1970 en 1980 heeft plaatsgevonden.
Als de Grote Vraagstukken betrokken worden op het Nationaal Park, dan zou ‘nik’s of ‘zo weinig mogelijk’ doen weleens de slechtst denkbare optie kunnen zijn. (2) Voorbij de strakke ordening
150 Wilma de Vries, Inge de Vries en Sanne Wiegersma, Het geluid van jongvolwassenen van de Friese waddeneilanden. Een onderzoek naar
sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen van het wonen op de Friese Waddeneilanden (Leeuwarden: Partoer, 2014), 37.
151 De Vries et al., Het geluid, 37.
43
De Duitse socioloog Niklas Luhmann zag in onze samenleving allemaal systemen die naast elkaar bestaan. 152 Elk systeem, of het nu de economie, de politiek, of de kunsten betrof, had zijn eigen regels. De systemen worden bepaald door een eigen taal en cultuur. Het idee dat een samenleving in afzonderlijke systemen uiteenvalt, kan ons helpen om de situatie op Schiermonnikoog te begrijpen. Vanuit een pragmatische versimpeling kunnen we hier drie systemen (of ‘sectoren’, of ‘domeinen’) ontwaren: landbouw, recreatie en toerisme, en natuur. Het ontstaan van die systemen is een historisch proces. Vanaf de negentiende eeuw kwam het toerisme naast de landbouw te staan. Toerisme kreeg eigen organisaties, eerst in de VVV en later ook in de verenging van lokale ondernemers. Er ontstond een nieuwe leefwijze op het eiland: die van toerist (of toeristisch ondernemer). De landbouw ontwikkelde zich eveneens tot een eigen sector met herkenbare organisaties. We zagen hoe er een zuivelcoöperatie werd opgericht waar boeren in samenwerkten. De komst van het Nationaal Park was een stimulans voor verdere organisatie, zodat het ‘boerengeluid’ te horen zou zijn. De nieuwste organisatievorm is de samenwerking rond het kaasmerk ‘Van Schier’, die is ingegeven door de zoektocht naar oplossingen voor het stikstofprobleem. Landbouw en toerisme gaan over het algemeen goed samen.
We zien dat bij de agrarische ondernemers die hun bedrijf met voorzieningen voor overnachtingen hebben uitgebreid. In de naoorlogse tijd was er wel eens een botsing. Bijvoorbeeld doordat Domeinen haar boerderijen vooral als landbouwbedrijven zag; vermenging met toeristische functies werd aanvankelijk tegengewerkt. Maar de grootste botsing tussen sectoren kwam toen de natuur zich als een derde sector ging manifesteren. Voortekenen zagen we al in de jaren 1920, toen een overheidsrapport het natuurschoon van Schiermonnikoog beschreef. Na de confiscatie werd het eiland overheidsbezit, en ontstond er beleid voor natuur. Eerst nog voorzichtig en ad hoc, maar vanaf de jaren 1970 steeds explicieter. De aanwijzing en inkadering tot Nationaal Park is een van de hoogtepunten in dit proces. Hiermee ontstond ook een conflict met het landbouwsysteem. De belangrijkste waarden van beide systemen gaan in sommige gevallen niet goed samen. Het ontstaan van verschillende systemen is niet uniek voor Schiermonnikoog. We zien het overal, met nog veel meer kracht en differentiatie als de beschreven driedeling. Een drijvende kracht is de naoorlogse modernisering en bevolkingsgroei geweest, die in goede banen geleid moest worden. Beleidsmakers reageerden door de ruimte te ordenen.
Er ontstonden speciale zones (met bijbehorende systemen) voor woningbouw, landbouw en werkgelegenheid, natuur, recreatie & toerisme. De jaren 1970, niet toevallig het decennium waarin het Nationale Parken beleid werd geïnitieerd, vormde het hoogtepunt van dit zoneringsbeleid. Sindsdien, en met name in het eerste kwart van onze eigen 21ste eeuw, worstelen we met het sectorale denken. Er is een enorme afhankelijkheid tussen al die grootheden die eindigen op -bouw: de stedenbouw, landbouw, natuurbouw enzovoort. We beseffen ons dat belijnen en zoneren in theorie wel mogelijk is, maar dat dit steeds meer op gespannen voet staat met de werkelijkheid. De verschillende systemen beïnvloeden elkaar zo sterk dat je ze nauwelijks meer kunt scheiden van elkaar. We zien hoe verschillende sectoren elkaar overlappen, zowel in de fysieke ruimte als in een sociale gemeenschap. We zien hoe bestuurders, beleidsmakers en maatschappelijke organisaties worstelen om, voorbij het oude ordeningsdenken, de systemische overlap beheersbaar te maken. Het leidt tot processen die taai en traag gaan, maar waarbij ook veel creativiteit en innovatiekracht komt kijken. De discussie rond het Nationaal Park Nieuwe Stijl kan als een soortgelijk proces gezien worden. Het is een kansrijke poging om systemen met elkaar in verbinding te brengen.
De vraag die zich daarbij opdringt, is wat het belijnen en zoneren van een Nationaal Park ons kan brengen. Er is een spanningsveld tussen functionele helderheid enerzijds en het leggen van creatieve verbindingen anderzijds. Het aanwijzen (en daarmee ook uitsluiten) van functies aan een gebied geeft duidelijkheid, maar zorgt ook voor botsingen tussen waarden waarmee naar dat gebied gekeken wordt. Het kan leiden tot een zero/sum game, waarin de winst van het ene belang ten koste gaat van het andere belang. Valt dit te voorkomen? Kunnen er meer win/win situaties gecreëerd worden, en tot hoever kun je gaan? Wat is het moment dat je wel moet afruilen tussen het ene ‘systeem’ en het andere?
152 Niklas Luhmann, Soziale Systeme: Grundriß einer algemeinen Theorie (Frankfurt: Suhrkamp, 1984).
44
(3) Van wie is Schiermonnikoog? Het botsen van meningen schept automatisch een politiek spanningsveld rondom het Nationaal Landschap Schiermonnikoog. We stuiten hier op de fundamentele vraag: van wie is Schiermonnikoog? Wie mag op basis van welke legitimiteit beslissen over wat er met het landschap gaat gebeuren? High politics, de politiek die gemaakt wordt in Den Haag en Brussel, komt hier samen met de lokale democratie. Er is onder veel inwoners van Schiermonnikoog een argwaan jegens politieke invloeden ‘van de wal’. Met minder dan 1.000 inwoners valt het dorp Schiermonnikoog samen met de gelijknamige, piepkleine gemeente Schiermonnikoog. Wie het vernieuwde gemeentehuis binnentreedt loopt zo door naar de compacte raadzaal waar drie lokale partijen de lokale democratie dragen. Maar de idee dat het beleid voor Schiermonnikoog in die raadszaal wordt gemaakt, is een illusie die ook de lokale politici al lang hebben opgegeven. Op de belangrijkste gebeurtenissen heeft de gemeente nauwelijks invloed. De containerramp met het ms Zoë, de boringen in de Waddenzee en de dreigende stroomkabel voor het transport van windenergie zijn recente voorbeelden. Uit de mond van een lokaal politicus tekenden wij een veelzeggend citaat op: ‘Het maakt niet uit wat je zegt, “ze” doen toch wat ze willen’.
Het is een defaitistische verzuchting die het gevoel blootlegt dat de autonomie van de lokale samenleving ontnomen is. In de landschapsbiografische beschouwingen hebben we aandacht besteed aan de ontstaansgeschiedenis van het Nationaal Park. We zagen hoe het besluit tot aanwijzing van het Nationaal Park in Den Haag werd genomen. Aanvankelijk werd de bevolking nauwelijks betrokken. Door deze top-down aanpak werd het Nationaal Park onthaald met hetzelfde gevoel van gefnuikte autonomie. Veel eilanders voelden niets bij deze bijzondere status en vonden dat het ze was opgedrongen. Natuurmonumenten werd ervaren als een vreemde beheersmacht, wiens autoriteit geteisterd werd door het stukknippen van afrastering. Natuurmonumenten bracht bovendien een taal met zich mee waarmee het de eilanders van zich vervreemde. Het gebied wat eilanders op hun duimpje kenden, waarin zij waren opgegroeid, werd door Natuurmonumenten als ‘Park’ beschreven dat ‘ontdekt’ en ‘beleefd’ kon worden. In gesprekken met eilanders kwamen we iemand tegen die ‘braakneigingen’ van deze taal kreeg. Overigens waren niet alle eilanders tegen het Nationale Park. Ondernemers in de Recreatie&Toerisme zagen het voordeel in van deze internationale status. Het betekende meer bekendheid en meer aanzien. Ook natuurbeschermers zagen voordeel in de natuurbeschermende werking van het etiket ‘Nationaal Park’.
De boeren waren, zoals we zagen, hadden vanaf het begin een gespannen relatie omdat ze hun vrijheid beknot zagen. Al deze verschillen, die wortelen in verschillende waarden, kwamen bij elkaar in het ‘Overlegorgaan’. Dit orgaan heeft een wettelijke basis. Ieder Nationaal Park moet er eentje hebben en elk overlegorgaan moet zijn instemming geven aan de beheer- en inrichtingsplannen. Het overlegorgaan is daarmee een democratische uitlaatklep voor belanghebbenden die hun mening over het park kwijt willen. Desondanks blijft de relatie tussen eilanders en het Nationale Park gespannen. Veel inwoners blijven een argwanend gevoel houden; nog steeds tref je nauwelijks bordjes op het eiland aan waarop ‘nationaal park’ staat. Dat het overlegorgaan deze spanningen niet heeft kunnen wegnemen, is wel begrijpelijk. De discussies daar hebben een verstandelijk karakter en spitsen zich toe op de technische invulling van de beheer- en inrichtingsplannen. Voor een warme relatie tussen park en het hele eiland is meer nodig dan alleen verstand. Hier komt ook gevoel bij kijken, en met dat gevoel is vanaf het begin van de oprichting te weinig rekening gehouden.
Wat betekent het Nationaal Park voor een scholier? Voor een gezin? Voor het raadslid, de sportvereniging, het dorpshuis – kortom alle individuele en collectieve krachten van de lokale samenleving? Het zijn deze vragen die, in het licht van de nieuwe stijl-ambities rond verbreding en verbinding, cruciaal zijn. Daarbij is het de kunst om empathie op alle niveaus te bevorderen. Empathie bijvoorbeeld voor het gevoel van het Park als een opgedrongen fremdkörper. Empathie ook voor de natuurwaarden die veel betrokkenen in het Nationale Park leggen. Kennis van de landschapsbiografie kan daarbij helpen. De landschapsgeschiedenis geeft inzicht hoe de verschillende waarden zijn opgekomen en, zo goed en zo kwaad als het kan, naast elkaar kunnen bestaan. Relativeringsvermogen wordt ook bevorderd door het inzicht dat de lokale samenleving nooit volledig autonoom was. Het klooster, het gewest Fryslân, particuliere bezitters en (vanaf 1945) de Nederlandse Staat: de invloed van buitenaf is zo oud als Schiermonnikoog zelf. De afhankelijkheden van hogere machten is niet specifiek Schiermonnikoogs: elke lokale samenleving staat in verbinding met regionale, nationale en internationale ontwikkelingen. 45
Conclusie We hebben deze landschapsbiografische ontdekkingstocht niet voor niets afgelegd. Aan het begin van ons essay beloofden we, dat onze bijdrage helpend zou zijn in het voorstelbaar maken van een Nationaal Park Nieuwe Stijl. Een stijl is volgens de Van Dale een ‘manier van optreden, wijze van aanpakken en uitvoeren’. Het is onze overtuiging dat nieuwe manieren, werkwijzen, en uitvoeringsprincipes kan helpen om de door ons benoemde spanningsvelden te ontladen. Cruciaal daarvoor is een proces waaraan de belangrijkste betrokkenen bij Schiermonnikoog deelnemen. Dus niet alleen ambtenaren en professionals van overheden en Natuurmonumenten. Maar ook alle andere betrokkenen die een plek hebben in het Overlegorgaan. In dat proces zouden de spanningsvelden betreden moeten worden. Het betreden van het derde veld, dat van het betwiste eigenaarschap, moet leiden tot meer gedeeld eigenaarschap. Eigenlijk zou het Park van iedereen moeten worden. Dit kan bereikt worden door een gedeeld gevoel over het waarom van het Nationale Park. Het waarom ligt eigenlijk wel voor de hand. Er zijn mondiale uitdagingen als klimaatverandering, wateronveiligheid, energietransitie. Deze zetten het voortbestaan van het toch al kwestbare Schiermonnikoog onder druk. Anticiperen is noodzakelijk, maar de uitdagingen zijn zo complex dat onderlinge samenwerking een vereiste is.