CConstaterende datSchiermonnikoog
Koppel je AI →
Document · PDF

27-1 Position paper monomestvergister def_AVG

Raadsvergadering 19 september 2023, gemeente SchiermonnikoogBij agendapunt: Lijst ingekomen stukken2.111 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Positioning paper monomestvergisting In Nederland werkt men hard aan de energietransitie. Dit is nodig zodat we fossiele energie steeds vervangen door duurzame, hernieuwbare energie. Belangrijk om klimaatverandering tegen te gaan, en niet meer te zijn van fossiele brandstoffen. De inzet is er op gericht Nederland CO2-neutraal te krijgen vòòr 2050. Er ontstaan veelvuldig nieuwe ideeën voor duurzame opwekking van energie. Sommige vormen van duurzame energie hebben zich bewezen, andere zijn in opkomst. De Friese Milieu Federatie (FMF) jaagt de transitie naar een duurzame samenleving aan, waarbij ze zoekt naar een zorgvuldige balans tussen duurzame energieopwekking, het herstel van biodiversiteit en een zo goed mogelijke landschappelijke inpassing. Nieuwe vormen van duurzame energie wordt langs deze maatlat gelegd. Een nieuwe vorm van duurzame energie is groen gas en in het bijzonder monomestvergisting. In deze visie geeft de FMF haar standpunt weer met betrekking tot monomestvergisting als vorm van energieopwekking.

Daarbij gaan we vooral in op kleinschalige monomestvergisting, waarbij de installatie op het boerenerf wordt geplaatst, de installatie vaak niet groter is dan een zeecontainer en de omvang vaak is beperkt tot de verwerking van enkele honderden tot zo’n 25.000 kubieke meter mest per jaar (zie: https://www.infomil.nl/onderwerpen/landbouw/activiteitenbesluit/activiteiten/kleinschalig/) voor kleinschalige monomestvergistingsinstallaties. Grootschalige installaties horen naar de mening van de FMF op een industrieterrein. Daar gaan we hier niet op in. Voor informatie over de werking van monovergisters verwijzen we naar de vele rapporten die er inmiddels zijn verschenen. In deze memo wordt ingegaan op de voor- en nadelen en gaat zij in op de voorwaarden waaronder monomestvergisting mogelijk is wat haar betreft. Meerdere belangen moeten tegen elkaar worden afgewogen en er moet integraal naar gekeken worden. Daarnaast doet de FMF een voorstel hoe er afgewogen kan worden in welke situatie we een voorstander zouden zijn van de monomestvergister en wanneer we dat niet zijn. Voor of tegen In het kader van de vermindering van de CO2-uitstoot kan de monovergister worden gezien als kans om klimaatverandering tegen te gaan, als we het puur zien als vervanging van aardgas. In het beginsel is de FMF niet tegen monomestvergisters.

Na een goede, integrale afweging kunnen mestvergisters wellicht op bepaalde plekken in Friesland. We zien de volgende voordelen:  Mestvergisters kunnen een bijdrage leveren aan de energietransitie ter vervanging van aardgas of als een vorm van elektriciteitsopwekking.  In sommige gevallen zou monomestvergisting een impuls kunnen geven naar de transitie naar een duurzame, natuurinclusieve landbouw door het in te zetten als (tijdelijk) verdienmodel. Toch zijn er ook belangrijke tegenargumenten te benoemen.

De FMF is voor het verkleinen en al dan niet extensiveren van de veestapel in bepaalde gebieden zoals veenweidegebieden. Indirect is de FMF daarmee ook een tegenstander van de productie van mest. Een monomestvergister bestaat feitelijk bij de gratie van de aanwezigheid van een overschot aan mest. Monomestvergisters zijn daarmee een bijproduct van de intensieve landbouw zoals we het kennen.  De impact op de bodem en het bodemleven van het digestaat is nog niet duidelijk. Alhoewel uit de eerste onderzoeken blijkt dat de impact anders (minder negatief) is dan eerder gedacht, zijn er nog veel vragen. Daarbij zal er per situatie bekeken moeten worden wat de impact op de bodem is (zie https://lc.nl/economie/OnderzoekersWetsus-digestaat-uit-vergisters-lijkt-positieve-invloed-te-hebben-op-bodem28083941.html)  Monomestvergisters worden gepresenteerd als mogelijkheid om de stikstofuitstoot te verminderen. Op dat gebied moet nog meer onderzoek verricht worden, kijkend naar de kennis op het gebied van de gehele stikstofemissie vanuit de landbouw  Vaak is er lokaal weerstand, met name omdat vergisting afgelopen jaren een slechte naam heeft opgebouwd vanwege (stank)overlast, veel vervoersbewegingen en om de vergistingsinstallaties rendabel te laten zijn er ook andere producten dan mest werden toegevoegd. Dit zijn co-vergisters. 

Duidelijk is dat niet alles overal kan. Er zal er in samenhang c.q. integraal naar het vraagstuk mestvergisting gekeken moeten worden. De voor- en nadelen zullen van geval tot geval moeten worden afgewogen. Hieronder gaan we hier verder op in. Actualiteit De ontwikkeling van monovergisters manifesteert zich in een grote vraag naar de plaatsing van monomestvergisters. Uit een inventarisatie van het Friesch Dagblad bleek dat na rondvraag bij een aantal gemeenten al bijna 80 aanvragen te zijn ingediend. Mede vanwege een gunstige SDE is de verwachting dat dit aantal de komende maanden stevig zal oplopen. Zo zijn er in de gemeente Fryske Marren al zestien monomestvergisters in ontwikkeling. De provincie Fryslân is al enige tijd bezig met het onderzoek naar mogelijkheden van beleid voor groen gas. Zo is er in 2021 het rapport verschenen ‘’Groen gas en haar bijdrage aan de Friese energietransitie’’. Daarin wordt in elk van de mogelijke scenario’s rekening gehouden met het bestaan van de monovergisters en de bijdrage aan de energievoorziening. In het rapport wordt niet ingegaan op de impact van de vergisters en de bijdrage aan het verduurzamen van de landbouw. Naast kleinschalige vergisters zijn ook grootschalige monomestvergisters in opkomst. In Leeuwarden is bij de Energiecampus Leeuwarden een BioLNG installatie om mest en andere biogrondstoffen te verwerken tot Bio-LNG.

Grootschalige verwerking is vanuit het oogpunt van een sluitende businesscase vaak interessanter, maar zoals aangegeven: daar gaan we hier niet op in. Maatwerk Zoals bij meerdere complexe opgaven waarvoor we tegenwoordig staan, gaat het wat FMF betreft om maatwerk. Niet alles kan overal. Om op bepaalde plekken met mestvergisting aan de slag te

kunnen, zal een integrale afweging gemaakt moeten worden waarin naar de volgende punten gekeken moet worden. 1. Locatie De plaats waar de monomestvergister komt moet in verhouding staan tot de landschappelijke en ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Hierbij moet gekeken worden naar de overlast voor omwonenden en de impact op ecologie en landschap. Ook moet de vergister passen bij het toekomstperspectief van de landbouw in het betreffende gebied. Het perspectief van de landbouw in de veenweide, is een andere dan die in kleigebieden of zand. In de visie hebben de Friese natuur en landschapsorganisaties beschreven hoe het perspectief van Fryslân voor de lange termijn is. Daarbij is water en bodem uitgangspunt voor de ruimtelijke keuzes die gemaakt worden. 2. Opstelling Naast de locatie is de opstelling van belang. Wordt een vergistingsinstallatie, bijvoorbeeld bij ieder veehouderijbedrijf op het erf geplaatst, of wordt deze gerealiseerd bij één bedrijf waarna de andere bedrijven in de omgeving hun mest hier kunnen verzamelen. Een grote factor hierbij zijn de transportbewegingen. Gaat dit voor meer CO2-uitstoot zorgen of ligt de opstelling zo dicht bij een kern dat een boer voor zichzelf en het dorp kan produceren? Een grotere opstelling levert meer transportbewegingen op dan kleinere. Het is logisch dat een grote opstelling op een industrieterrein wordt geplaatst.

De FMF stelt dat een monovergister enkel voor het individuele bedrijf bedoeld moet zijn waarvan het digestaat ook lokaal wordt verwerkt. 3. Participatie Wij vinden het belangrijk dat er gekeken wordt naar wat er met de energie en warmte gebeurt. En ook dat de omwonenden worden meegenomen in het proces van de ontwikkeling. Zorg ervoor dat participatie standaard onderdeel uitmaakt van de productie van groengas en dat er draagvlak voor is. Het moet zoveel mogelijk lokaal worden toegepast. Volgens ons zou het verdienmodel zorgvuldig moeten worden ingericht waarbij 50% van het geproduceerd gas lokaal eigendom is. Van tevoren zijn er nu nog veel vragen van omwonenden over de mogelijke consequenties van de monomestvergister. Daarom is het belangrijk om vooraf de omgeving mee te nemen in de beslissingen en te laten participeren. Niet alleen procesmatig, maar ook financieel. Indien mogelijk vanuit het perspectief van een lokale (energie)coöperatie. 4. Landbouwtransitie Houd rekening met de landbouwtransitie en het perspectief van de landbouw op de lange termijn. Maak geen keuzes waar je later spijt van krijgt. Ook dat is maatwerk. Stel hierbij kritische vragen:  Wat doe je wanneer er te weinig mest is.

Wordt dit van elders aangevoerd? Is het een circulair geheel?  Past een mestvergister bij de behoefte aan vaste mest, bijvoorbeeld wanneer je meedoet aan weidevogelbeheer  Wat vragen boeren ‘in return’ als we veel overheidsgeld in deze opstellingen stoppen?  Hoe borgt men dat vergisters er tijdelijk staan?

Vooral in die gebieden waar ingezet wordt op extensivering van de landbouw moet je kritisch zijn op investeringen in technologische oplossingen zoals vergisters. Mogelijk zou het daar een kortetermijnoplossing kunnen zijn, ter overbrugging fungeren in de transitie naar natuurinclusieve landbouw en kan potentieel een deeloplossing zijn de transitie naar een CO2-neutraal Fryslân. Voor de agrariër en omgeving moet er perspectief zijn voor de korte termijn, maar ook voor de lange termijn. 5. Kwaliteit digestaat Let goed op de kwaliteit van het digestaat en of dit past bij het uitgangspunt van een gezonde bodem. Uit een onderzoek van Wetsus is gebleken dat de kwaliteit van de bodem niet afneemt na bemesting van digestaat en in sommige gevallen zelfs toeneemt. Er moet echter meer, breder onderzoek gedaan worden naar de monomestvergisters en de potentie. Vanuit de provincie wordt er over gesproken om een onderzoeksagenda op te stellen waarbij de focus ligt op de impact van digestaat op de bodem en het bodemleven. De Wageningen University is momenteel bezig met een onderzoek naar monomestvergisters. Namelijk om te kijken hoe mest gebruikt kan worden voor groen gas en daarmee ter vervanging van aardgas, plus ter vermindering van de stikstofuitstoot. Aanname is dat dit een oplossing kan zijn, maar het moet in de praktijk nog worden uitgezocht. 6.

Uitvoering Geef aandacht aan de exploitatie van de monomestvergister. Er wordt veel geschreven over minder ammoniakuitstoot, maar dit is met name afhankelijk van hoe boeren hier mee om gaan. Bij de covergisters hebben we daar slechte ervaringen mee opgedaan. Bijvoorbeeld omdat de mest uit de stallen moet worden gehaald, moeten stalvloeren dus zo zijn aangelegd dat het mest eraf geschoven worden kan. De vraag is of dat overal kan. Overleg met provincie Er is bij de provincie aangegeven dat we de monomestvergisters graag zouden willen agenderen als onderdeel van de discussie over de landbouwtransitie. Het zou logisch zijn om dit mee te nemen in de (gebiedsgerichte) uitwerking van het Fries programma landelijk gebied (FPLG). Ons voorstel is om een breed, gebiedsgericht afwegingskader te ontwikkelen voordat er vergunningen voor mestvergisters worden afgegeven. Daarbij zouden we willen inzetten op een nog te ontwikkelen routekaart (zie hieronder). Hierbij hebben we aangegeven dat er een onderzoeksagenda moet worden opgesteld zodat er een duidelijk inzicht komt in de projecten en hier leer uit getrokken kan worden voor de toekomst. Voorstel voor de nog te ontwikkelen routekaart voor monomestvergisters Vanuit de FMF stellen wij een routekaart voor.

Gezien de vorderingen in het onderzoek en de gebiedsspecifieke kenmerken is het lastig om te bepalen of wij als milieufederatie voor of tegen de ontwikkeling van monomestvergisters zijn. Om toch stapsgewijs te bepalen of een monomestvergister wenselijk is of niet stellen wij voor om de volgende vragen en zaken door te nemen:

Stap 1: Locatiekeuze. Is de locatie passend bij gebiedskenmerken? Vanuit de groene organisaties hebben wij toekomstperspectieven geschetst: Natuerlik Fryslân 2050. Het document kan als vertrekpunt gebruikt worden om te kijken of de locatie passend is. Te denken aan het behoud van het veenweidegebied en de natuur daaromheen in het westen van het Lage Midden, maar ook het landschap met cultuurhistorische eigenschappen van de kleigronden. Stap 2: Positionering kringlooplandbouw. Is het passend bij het type landbouw dat we als toekomstbeeld hebben? Voor de kringlooplandbouw is het belangrijk dat het een gesloten systeem blijft. En dat er geen verkeersbewegingen tot ver buiten het gebied van de agrariër plaatsvinden. Stap 3: Ruimtelijke inpassing. Wat is de impact op de directe omgeving (stank, geluid, landschappelijke inpassing). Is er gelet op de omgevingskwaliteit en de inpassing in het gebied? Stap 4: Participatie. Wordt de omgeving meegenomen en profiteert de omgeving er ook weer van? Vanuit de praktijk blijkt dat er nog weinig bekend is over de mogelijke overlast van een mono-mestvergister. Te denken aan stank en geluid of verkeersbewegingen. Te meer omdat er nog niet veel voorbeelden bekend zijn. Neem omwonenden mee en leg uit wat dit betekent voor de omgeving. Stap 5: Uitvoering.

Zijn de stallen zo ingericht dat de stikstofdepositie zoveel mogelijk wordt verlaagd? Er is inmiddels meer techniek rondom de stallen bekend. Om de vermindering van stikstofdepositie zo groot mogelijk te maken moet er slim gebruik worden gemaakt van de vloeren. Ook is er bekend dat er meer stikstofdepositie is als de mest langer ligt.

Bronnen: groen-gas-en-haar-bijdrage-aan-de-friese-energietransities.pdf (fryslan.frl) Natuerlik Fryslân 2050 - FMF Onrust over mogelijke komst van mono-mestvergister naar Wijnjewoude - Friesch Dagblad 215431 (wur.nl) https://www.infomil.nl/onderwerpen/landbouw/activiteitenbesluit/activiteiten/kleinschalig/ https://lc.nl/economie/Onderzoekers-Wetsus-digestaat-uit-vergisters-lijkt-positieve-invloed-tehebben-op-bodem-28083941.html)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Schiermonnikoog&id=d25b0a86-9b78-45c9-917b-ea84aca86035