14-02 - bijl.1 - BRW Dekkingsplan 2026-2029
Tekst van het document
3.4.
Beoordeling paraatheid
selecteren die bij de pelotonsvorming niet meegenomen
Om de paraatheid te beoordelen wordt gekeken naar
worden in de berekening van aanrijdtijd (snelste
beschikbaarheid, gelijktijdigheid en restdekking.
hulp). De AC-B is belegd met de taak om aflossing en
De handreiking biedt hiervoor geen beoordelingskader.
herbezetting te coördineren. De restdekking blijft door
De paraatheid wordt daarom beschrijvend beoordeeld.
deze maatregelen gegarandeerd en het is niet nodig aanvullende maatregelen te treffen.
3.4.1. Beschikbaarheid Gelet op het vrije instroomprincipe wordt de beschikbaar-
3.5.
heid van basiseenheden grotendeels beoordeeld als
Brandweer Fryslân heeft de alarmeringsfrequentie van
Beoordeling werkdruk
voldoende. Dat de organisatie vooral in de dag-situatie
een post afgezet inzichtelijk gemaakt. In de tabel valt op
nog weleens knelpunten ervaart, wordt ondervangen
dat de hoofdpost in Leeuwarden verreweg het intensiefst
doordat het totale netwerk uit 66 posten bestaat. Is een
wordt belast. Omdat deze post wordt bezet door
post niet beschikbaar, dan kan een nabijgelegen post de
beroepspersoneel vindt de organisatie dit acceptabel.
uitruk overnemen. Een nadelig effect hiervan is dat de opkomsttijd toeneemt. Ook andere maatregelen als
De werkdruk op de 65 vrijwillige posten lijkt op basis
TS-flex en vakantieroosters spelen in op beperkte beschik-
van de informatie in de tabel ook acceptabel. Grote
baarheid. Voor wat betreft ad hoc uitdienstmeldingen ziet
kanttekeningen hierbij zijn dat het aantal uitrukken niet
Brandweer Fryslân ruimte voor verbetering, bijvoorbeeld
evenredig worden verdeeld over het aantal vrijwilligers
door onderzoek naar mogelijkheden om de meldkamer
en/of dat de beleving van werkdruk wel degelijk anders
een actueler beeld te geven van de beschikbaarheid van
kan zijn.
posten en het versnellen van de respons bij feitelijke onderbezetting bij alarmering. 30
4. CONCLUSIE BASISBRANDWEERZORG Met het netwerk van 66 brandweerposten is Brandweer Fryslân een robuuste organisatie en kan er gedegen basisbrandweerzorg geleverd worden. Vanuit deze posten staan meer dan 1200 zeer betrokken medewerkers dag en nacht paraat voor de veiligheid van de inwoners van Fryslân. Paraatheid is het is het primaire product wat de brandweer biedt aan de samenleving. Incidenten (en de locatie ervan) kunnen we niet voorspellen, maar paraat zijn als vangnet: daarvoor zijn we overal, dag en nacht beschikbaar. Elke post en iedere medewerker levert daarin zijn of haar bijdrage, ook in gebieden die het geluk hebben minder incidenten te hebben. De beschrijving en beoordeling van de basisbrandweerzorg-dekking maakt zichtbaar hoe elke post is van waarde is in de paraatheid, zowel in haar directe omgeving als voor de naastgelegen buurposten. Een organisatie die gebouwd is op vrijwilligers kan immers alleen paraatheid borgen als er sprake is van redundantie. Paraatheid is daarmee een gezamenlijke verantwoordelijkheid van posten, en de huidige inrichting als netwerk maakt dat ook mogelijk. Op deze manier is Brandweer Fryslân met haar basisbrandweerzorg altijd paraat. Uit de operationele prestaties blijkt dat het netwerk bij daadwerkelijke incidenten ook goed functioneert, en dat de kazernes in zijn algemeenheid op de juiste plek staan.
Dat betekent niet dat in de gehele provincie álle objecten even goed bereikbaar zijn: in de dag-situatie is in iets meer dan 4% van de buurten de dekking onvoldoende in en bij 2432 objecten wordt de maximale opkomsttijd overschreden. Hiervoor zijn aanvullende maatregelen beschikbaar, en worden geen wijzigingen op het gebied van basisbrandweerzorg voorgesteld.
31
Deel 2 Specialistische- en aanvullende taken In dit deel van het dekkingsplan wordt er ingegaan op de dekking van de specialistische en aanvullende taken binnen Brandweer Fryslân. Het is ingedeeld op basis van de hoofdstukken brand, hulpverlening, incident¬bestrijding gevaarlijke stoffen, incidentbestrijding op het water, natuurbrandbestrijding, operationele leiding en overige taken.
Leeswijzer In elk hoofdstuk komen per paragraaf de taken aan bod die vallen onder de betreffende kerntaak. Daarbij wordt na een korte inleiding ingegaan op de dekking en wordt de paragraaf afgesloten met een motivering over de voorgestelde spreidingsvariant. Wanneer er een opkomsttijd is vastgesteld voor een taak, is in de bijbehorende afbeelding de prestatie binnen deze opkomsttijd groen gearceerd. In het geval van overlappende operationele gebieden krijgt de arcering een donkerdere groentint.
32
33
5. BRAND De basistaak voor de eerste brandweereenheid op het gebied van brandbestrijding is het redden van mens en dier, voorkomen van uitbreiding en het blussen van de brand. In het Bvr is opgenomen, dat een eenheid om de genoemde taken uit te kunnen voeren, de beschikking heeft over een TS met uitrusting. Hierbij wordt uitgegaan van een standaard voertuigbezetting (TS6), bestaande uit de verplichte aanwezige functies: 1 bevelvoerder, 1 chauffeur, tevens voertuigbediener en 4 manschappen. In Deel 1 van dit dekkingsplan is de inrichting van deze basistaak beschreven. In dit hoofdstuk komt de taak en spreiding van specialistische eenheden voor brandbestrijding aan bod.
5.1
Redvoertuig (RV / HW)
Inrichting
Algemeen
In het dekkingsplan beschikken de volgende 7 kazernes
Het redvoertuig wordt ingezet voor een aantal zeer
over een redvoertuig: Bolsward, Dokkum, Drachten,
verschillende taken, onder andere: de redding van
Harlingen, Heerenveen, Leeuwarden (hoofdpost) en
mens en dier vanaf hoogte, ter ondersteuning bij de
Sneek.
blussing, ter ondersteuning van het veilig werken op hoogte, als vluchtweg voor het eigen personeel en ter ondersteuning van de ambulancedienst. Met name in stedelijke gebieden met veel oudere gebouwen en een hoge bevolkingsdichtheid zijn panden met beperkte vluchtwegen en complexe aanvalsroutes voor de brandweer aanwezig. Een redvoertuig levert in deze gebieden een belangrijke bijdrage aan het redden van mens en dier en het bestrijden van brand. Het redvoertuig wordt bezet door 1 chauffeur, tevens voertuigbediener en 1 voertuigbediener.
34
Motivering
Opmerking
•
•
In de landelijke handreiking voor dekkings¬plannen wordt op basis van de component slagkracht
van een springbemanning voor het redvoertuig en
gerefereerd naar opkomsttijden voor het redvoertuig:
HVK-voertuig. Bij inzet van de HV-K is het redvoertuig
voor CBS-buurten met gebiedscategorie 1 (RG1) een
niet paraat (en visa versa).
mediaantijd van 7 minuten en een bandbreedte
•
•
tijdvenster gestationeerd is op Aldlansdyk, en in
RG1-gebieden. De normen in RG2 en RG3 die in DP2.0
de DAG-periode op de Post Noord, wijkt de regionale
nog gehanteerd werden komen in de GGO-methodiek
dekking in deze periode marginaal af t.o.v. de DAG-
te vervallen.
situatie. Voor de leesbaarheid is hiervoor geen extra
Uit de analyse bleek dat dat de prestatie in
afbeelding opgenomen. •
reservevoertuig. Deze wordt verplaatst bij uitval van
(redvoertuig) ten opzichte van de prestaties van de
één van de zes andere redvoertuigen.
De prestatie gaat van 97% naar 76% binnen de gestelde maximale opkomsttijd. Dit heeft te maken met de strengere normen die hiervoor gaan gelden en de eventuele toename in risicogebied 1 gebieden. Voor risicogebied 2 en 3 gebieden gelden daarentegen geen normtijden in de nieuwe methodiek, waardoor de prestaties in deze gebieden toenemen.
•
Gezien de prestaties in RG1 is daarom gekozen om geen vermindering van het aantal RV’en voor te stellen, en de plaatsing ook niet aan te passen.
•
Het redvoertuig van Bolsward is aangewezen als
voor de specialistische eenheid redden op hoogte norm in DP 2.0.
•
Omdat het RV in Leeuwarden tijdens het ANW-
tussen 4 en 10 minuten. Dit is in lijn met de 1e TS voor
risicogebied 1 een stuk lager is in de GGO methodiek
•
De kazerne Leeuwarden (hoofdpost) maakt gebruik
Een verbetering van de prestaties van de redvoertuigen lijkt enkel mogelijk door over te gaan tot beroepsbezetting c.q. kazernering van de repressieve medewerkers, waarvoor financiële middelen ontbreken. Deze mogelijkheid is niet verder onderzocht.
35
6. BLUSWATERVOORZIENING Algemeen Bluswatervoorziening is een belangrijk speerpunt voor de
project Fjoer en Wetter de samenhang van beschikbaar
brandweer. De effectiviteit van brandbestrijding wordt
blusmiddel, behoefte bij incidentbestrijding en samenhang
immers in grote mate bepaald door de aanwezigheid
met technische oplossingen zo breed mogelijk bekeken.
van voldoende blusmiddel. Brandweer Fryslân
Hierbij is niet alleen gekeken naar basis- en grootschalige
maakt als primair blusmiddel gebruik van water. De
brandweerzorg, maar is ook de samenhang met
beschikbaarheid van bluswater is in Nederland expliciet
Natuurbrandbestrijding en Incidentbestrijding Gevaarlijke
de verantwoordelijkheid van gemeenten. Daarom is met
Stoffen (IBGS) gezocht.
gemeenten en partners op dit dossier de afgelopen jaren
6.1.
intensief samengewerkt, en ook de komende jaren zal dit een belangrijk onderwerp blijven. Door bijvoorbeeld
Groot watertransport-systemen (WTS / GWT)
extreem weer (droogte) of kleinere leidingdiameters
Algemeen
van het drinkwaternet, zou het in de toekomst kunnen
Het grootschalig watertransport (WTS) is het systeem
betekenen dat bluswatervoorziening op een andere
waarmee grote hoeveelheden bluswater over grote
manier georganiseerd gaat worden. Denk hierbij aan het
afstanden worden getransporteerd. Het systeem
afstoten van de brandkranen of een reductie op het aantal
wordt ingezet bij branden waarbij veel bluswater
te gebruiken brandkranen. Ook het in toenemende mate
nodig is. Hierbij gaat het dan vaak om relatief grote
van bebouwing in afgelegen gebieden doen een appél
branden. Er wordt gebruik gemaakt van het WTS-1500
op de beschikbaarheid van bluswater in gebieden waar
(watertransport over 1500 meter). Het systeem wordt
dat voorheen minder noodzakelijk was. De samenhang
ter plaatse gebracht met een haakarmvoertuig. Hiervoor
tussen alle componenten die een bijdrage leveren aan
geldt een voertuigbezetting van 1 chauffeur, tevens
bluswatervoorziening wordt van wezenlijk belang, en
voertuigbediener, en 1 voertuigbediener.
kan in de toekomst aanleiding geven om de huidige
Inrichting
voorzieningen/locaties te gaan heroverwegen.
In het dekkingsplan beschikken de volgende vijf kazernes Om hier, met de kennis van nu, zo goed mogelijk op
over een WTS-1500: Bakhuizen, Joure, Burgum, Franeker
voorbereid te zijn heeft Brandweer Fryslân via het
en Gorredijk.
36
Motivering
Opmerkingen
•
•
In het ontwerp van Dekkingsplan 2.0 bleek dat de dekking in de NW-hoek het hoogste was wanneer
een WTS-eenheid gealarmeerd naar het incident. Bij
de WTS in Franeker gepositioneerd zou zijn. Tijdens de
een opvolgende alarmering conform de GBO-structuur
implementatie bleek dit organisatorisch niet
(peloton Grootschalig Watervoorziening (GW)) worden
realiseerbaar, waarna de positionering in Harlingen is
aanvullend twee WTS-eenheden gealarmeerd. Hierna
geformaliseerd bij de herziening van het dekkingsplan.
is er nog de mogelijkheid om één peloton GW in te
Aangezien in dit dekkingsplan Franeker geen
zetten in regionaal of interregionaal verband.
HV-K meer heeft ontstaan hier mogelijkheden, en
•
•
Om het systeem op te bouwen wordt vanuit de post
wordt opnieuw voorgesteld om de WTS in Franeker te
waar de WTS staat tevens een opbouwploeg
positioneren. Harlingen beschikt dan niet meer over
gealarmeerd, die uitrukt met een TS (minimale
een WTS.
bezetting: TS-Flex). Na de opbouw van het WTS-1500
Fjoer en Wetter adviseert een opkomsttijd van
blijft de opbouwploeg, in overleg met de OvD,
maximaal 30 minuten voor een WTS-eenheid. Hierna
stand-by of gaat terug naar de post.
is nog voldoende opbouwtijd om te vallen binnen de prestatienormen van het GBO. •
Bij de meldingsclassificatie ‘grote brand’ wordt er
Uit de analyse bleek dat dekking met 5 WTS-systemen het meest robuuste stelsel opleverde. Een reductie naar vier systemen zou in de ZW-hoek een verplaatsing van de WTS uit Joure vereisen, wat als neveneffect nadelige effecten zou hebben op de paraatheid van bluswater in de binnensteden van Sneek en Heerenveen.
37
6.2.
Waterwagen (WT / WTH)
Algemeen Om tankautospuiten in situaties te kunnen voorzien van extra water kunnen waterwagens worden ingezet. De waterwagens worden daarmee ingezet om meer koelend vermogen beschikbaar te stellen voor het blussen of beheersen van branden, zonder dat er een opbouwtijd benodigd is. De waterwagen heeft een watercapaciteit van tenminste 7.000 liter.
Inrichting In het dekkingsplan beschikken de volgende zes kazernes over een waterwagen: Bolsward, Damwâld, Grou, Heerenveen, Menaam, Oldeberkoop.
Dekking
38
Motivering •
In Fryslân is uit analyse gebleken dat bij meerdere
kan worden beide bakken gelijktijdig te leveren.
objecten de afstand tot de meeste dichtstbijzijnde
De WT van Burgum wordt daarom verplaatst naar
bluswaterbron groter dan 3 60 meter is. Het
Damwâld.
7
merendeel hiervan ligt in landelijk (RG3) gebied. •
•
•
Een CCFM heeft een watercapaciteit van 4.000 liter,
Slechts een klein aantal objecten ligt in RG2 gebieden.
en minder slagkracht dan een TS. F&W adviseert
Deze objecten hebben in veel gevallen een langere
daarom om een CCFM niet als bluswatervoertuig in te
aanrijtijd. Ze liggen gedeeltelijk in 18+ gebieden,
zetten, maar een extra TS te alarmeren. Dit
en hebben voornamelijk een woon- of agrarische
dekkingsplan neemt dat advies over: op het vasteland
gebruiksfunctie. Soms is dit in combinatie met
wordt de CCFM alleen ingezet als
bijvoorbeeld zorg (zorgboerderijen), kinderopvang of
natuurbrandvoertuig. Op de Waddeneilanden kan de
logies-functies.
CCFM desgewenst ingezet worden voor bluswater.
Fjoer en Wetter adviseert om bij brandmeldingen (brand gebouw) op specifieke locaties een watertank
•
van tenminste 7 kuub te alarmeren met een
Opmerkingen
opkomsttijd van max 30 minuten, om de periode tot
•
nieuwbouw nog geen WT herbergen. In deze periode
Bij objecten waarbij de afstand tot de dichtstbijzijnde
blijft Burgum de WT-taak uitoefenen tot de nieuwe
bluswaterbron >1500 meter is, adviseert F&W bij
kazerne van Damwoude is gerealiseerd.
brandmeldingen (brand gebouw) op deze locaties
•
twéé watertank-voertuigen te alarmeren met een
daarom eveneens deze taak.
Voor de inzetbaarheid van de Schuimbluseenheid
•
(SBH) is het noodzakelijk om een WT-eenheid binnen
•
De WT van Oldeberkoop is tevens geschikt voor natuurbrandbestrijding.
45 minuten ter plaatse te hebben. •
Het (nog te verwerven) SBH-voertuig (kazerne Grou) zal tevens bruikbaar zijn als WT, en krijgt
opkomsttijd van max 30 minuten. •
De kazerne Damwâld kan in afwachting van de
het opbouwen van een WTS te kunnen overbruggen.
•
In Heerenveen wordt één HA-chassis gedeeld voor
Uit de analyse bleek dat voor zowel brand- als IBGS-
WTH, WIP en STH-doeleinden. Vooralsnog is geen
incidenten in de NW-hoek noodzaak bleek aan een
oplossing om dit te vereenvoudigen, en zal bij
extra WT. In Menaam wordt daarom een nieuwe WT-
alarmering gelet moeten worden op de andere
eenheid gepositioneerd.
repressieve taken.
In het adviesrapport van F&W wordt afgeraden om een HA-chassis te delen tussen meerdere bluswaterhaakarmbakken vanuit dezelfde locatie. Het is onwenselijk dat slechts één chassis beschikbaar is voor Dit is namelijk de maximale afstand die twee TS’en in
bijvoorbeeld én een waterbak, én/of een WIP bak, én/
7
of een GWT, terwijl qua alarmering een post gevraagd
gezamenlijkheid kunnen overbruggen.
39
6.3.
Motorspuit aanhanger (MSA)
Algemeen
Inrichting
Een motorspuitaanhanger is een aanhanger met een
In het dekkingsplan beschikken de volgende drie kazernes
(mobiele) bluswaterpomp. Dit maakt het enerzijds
op de vaste wal over een MSA: Scherpenzeel, Echten en
mogelijk om bluswater te voeden aan een TS zonder dat
Workum.
hiervoor een TS ingezet moet worden, en anderzijds om
Dekking
een waterwinpunt te bereiken die anders voor een TS niet toegankelijk was geweest. Hierbij kan gedacht worden aan een te zachte bodem of een te nauwe toegangsweg. Bij brandbestrijding wordt het reguliere opschalingsmodel gevolgd, aangevuld met WT-en bij specifieke objecten. Daar waar objecten onbereikbaar zijn voor een TS, en er gezien de nabijheid van objecten kans is op overslag, zal bij brandbestrijding op een andere manier gezorgd moeten worden voor het voorhanden krijgen van blusmiddel, waarvoor een MSA ingezet wordt.
40
Motivering
Opmerkingen
•
•
Qua objecten wordt hier gedoeld op objecten waar wel bluswaterbronnen aanwezig zijn, maar deze
MSA van Scherpenzeel en Workum.
objecten niet bereikbaar zijn met een TS. Reguliere
•
•
chauffeur (nog) niet opgeleid is om met een dergelijke
oplossing bieden.
combinatie te mogen rijden.
Uit analyse bleek dat hiervoor een beperkt aantal
• •
Solitaire objecten met woon- of recreatiefunctie
TS gebruikt.
Conform de maatregelenmatrix vanuit Fjoer en Wetter
•
Bij de aanbesteding van TS’en hebben posten de
worden hierop andere interventies gedaan.
mogelijkheid om een derde zuigslang op het voertuig
De MSA heeft een pompcapaciteit van minimaal
te plaatsen, zodat ze tot max.15 meter vanaf het
1600 l/min. Hierin wordt meegewogen dat de MSA
voertuig open water aan kunnen zuigen.
verplaatst moet worden met de hand en dat er drie handstralen gevoed moeten kunnen worden. Om op de Afsluitdijk bluswater te kunnen genereren krijgen de posten Witmarsum en Makkum de beschikking over een zgn. Turbotauchpomp die over grotere hoogte water op kan pompen. •
Om het gewicht van de aanhanger te reduceren wordt communicatie, ademlucht en benodigde slangen van
in RG3-gebieden zijn buiten beschouwing gebleven.
•
Op de Waddeneilanden kan de groot-vermogen MSA ook getrokken worden door een PM.
Schenen), Echten en Hindeloopen.
•
Het trekkend voertuig van de MSA is de TS, tenzij de
opschaling (TS, WT, WTS, etc.) kan hier dus niet de
gebieden naar voren kwamen: Scherpenzeel (gebied •
De handkar-oplossing van Echten staat model voor de
De Waddeneilanden hebben de beschikking over groot-vermogen MSA’s, omdat de reguliere opschaling zoals op de vaste wal hier niet mogelijk is. Nader beleid over de specificaties, aantallen en positionering wordt in de looptijd van het dekkingsplan ontwikkeld.
41
6.4.
Water inname punt (WIP)
Algemeen
Inrichting
Een Water Inname Punt (WIP) bestaat uit een container
In het dekkingsplan beschikken de volgende twee
die gevuld kan worden met water (20.000 liter) en als
kazernes over een WIP: Drachten en Heerenveen.
vooruitgeschoven water inname punt bij natuurbrand-
Dekking
bestrijding wordt ingericht. De bakken zijn voorzien van de nodige verloopkoppelingen zodat naast brandweer ook loonwerkers ingezet kunnen worden om deze bakken te vullen met water, binnen een in te stellen bluswatercircuit.
Motivering •
Voor de WIP-eenheden is geen opkomsttijd gedefinieerd.
•
De locatiekeuze is gebaseerd op het verhoogde risico op natuurbrandincidenten in de ZO-hoek van Fryslân.
•
Het advies van F&W raadt af om het gebied van een chassis op te delen tussen meerdere bluswatervoertuigen. Het is onwenselijk dat één chassis nodig is voor bijvoorbeeld én een waterbak, én/of een WIP bak, én/of een GWT. De WIP van Gorredijk wordt daarom verplaatst naar Drachten.
•
De Waddeneilanden hebben de beschikking over zgn. WIP-zakken, die met een soortgelijk principe werken.
42
43
7. HULPVERLENING 7.1.
De basistaak voor de eerste brandweereenheid op het gebied van hulpverlening is Technische Hulpverlening
Hulpverleningsvoertuig-Kraan (HV-K)
(THV). In het Bvr is opgenomen, dat een eenheid om de
Algemeen
genoemde taak uit te kunnen voeren, de beschikking
Het Bvr geeft aan dat de regio ondersteunende eenheden
heeft over een TS met standaarduitrusting. Hierbij
voor hulpverlening beschikbaar moet hebben. De taak van
wordt uitgegaan van een standaard voertuigbezetting
de eenheid bestaat uit ondersteuning bij het bevrijden van
(TS6), bestaande uit: 1 bevelvoerder, 1 chauffeur, tevens
beknelde en ingesloten mensen en dieren, bij ongevallen
voertuigbediener en 4 manschappen. In dit hoofdstuk
met zwaardere voertuigen, zoals vrachtwagens, bussen en
komt de taak en spreiding van specialistische eenheden
treinen, bij de bestrijding van ongevallen met gevaarlijke
voor hulpverlening aan bod.
stoffen en bij waterongevallen. De eenheden hebben hiervoor de beschikking over een hulpverleningsvoertuig met uitrusting. Een HV-kraan (HVK) heeft, gezien de taak waarvoor deze wordt ingezet, de voorkeur. De voertuigen kennen een basisbezetting van 1 chauffeur, tevens voertuigbediener en 1 voertuigbediener.
Inrichting In het dekkingsplan beschikken de volgende drie kazernes over een HV-Kraan: Drachten, Joure, Leeuwarden (hoofdpost).
44
Motivering •
In Dekkingsplan 2.0 werd gesproken over risicogebieden A en B, waarbij gebied A gekoppeld was aan de stedelijke gebieden en een opkomsttijd van 20 minuten kende. Het IRP toont aan dat risicovolle incidenten echter gekoppeld zijn aan de Aen N-wegen in plaats van stedelijke gebied.
•
Aangezien er geen landelijke norm is voor een ondersteunende HV-eenheid, wordt in dit dekkingsplan geen onderscheid in A en B-gebieden gemaakt, en wordt als opkomsttijd 30 minuten gehanteerd.
•
Uit de analyse bleek dat HV-K van Oosterwolde qua dekking grotendeels overlapte met Drachten en Joure. Aanvullend bleek uit de evaluatie dat de inzetfrequentie van de eenheid relatief laag was. Kazerne Oosterwolde wordt daarom niet meer uitgerust met een HV-K. Op het regionale dekkingspercentage heeft dit een reducerend effect van 2% (van 94% naar 92%).
•
Uit de analyse bleek eveneens dat de dekking in de NW-hoek nagenoeg volledig overlapte met dekking vanuit Leeuwarden. Kazerne Franeker beschikt daarom in dit dekkingsplan niet meer over een HV-K. Dit heeft geen negatief effect op het regionale dekkingspercentage (blijft op 92%).
•
De Waddeneilanden hebben elk de beschikking over een aanhanger met aanvullend hulpverleningsgereedschap.
Opmerkingen •
De kazerne Leeuwarden (hoofdpost) maakt gebruik van een springbemanning voor het HVK-voertuig en redvoertuig. Bij inzet van het redvoertuig is de HV-K niet paraat (en visa versa).
•
De HV-K van Oosterwolde was tevens aangewezen als reserve-HV-K voor de andere posten. Met het wegvallen van 2 HV-K is er géén HV-K meer aangewezen als reservevoertuig. Bij onderhoud en storing (of indien vereist door opleiding/oefening) van een van de HV-K’en in Drachten, Leeuwarden of Joure zal de betreffende eenheid buiten dienst staan. Bij gelijktijdige inzet van het redvoertuig in Leeuwarden heeft dit als risico dat er dan slechts één HVK inzetbaar is.
•
Omdat de HV-K in Leeuwarden tijdens het ANWtijdvenster gestationeerd is op de Aldlânsdyk, en in de DAG-periode frequent op Post Noord, wijkt de regionale dekking in deze periode marginaal af t.o.v. de DAG-situatie. Voor de leesbaarheid is hiervoor geen extra afbeelding opgenomen.
45
7.2.
Mesthulpverlening (VIA)
Algemeen Hulpverlening aan dieren in o.a. mest-/gierkelders, -putten en -silo’s is risicovol door de aanwezigheid van mestgassen en de omstandigheden waarin een redding of berging moet plaatsvinden. Hiervoor wordt een mesthulpverleningsteam gealarmeerd. Deze teams zijn ervaren in het werken met vee / grote huisdieren en het werken in beperkte ruimtes waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn, en hebben de beschikking over specialistisch materiaal.
Inrichting In het dekkingsplan beschikken de volgende vier kazernes over een mesthulpverleningsteam: Mantgum, Kollum, Sint Nicolaasga en Nieuwehorne.
Dekking
Motivering
Opmerkingen
•
•
•
Voor mesthulpverleningsteams zijn geen normtijden
De Waddeneilanden hebben – met uitzondering
gedefinieerd.
van gierpakken – niet de beschikking over specialistisch
Inzetervaring- en frequentie sinds de start van deze
materiaal voor mesthulpverlening. Bij behoefte/
teams in 2019 tonen aan dat vier teams op de vaste
noodzaak wordt hiervoor het dichtstbijzijnde team op
wal voldoende zijn.
de vaste wal gealarmeerd. •
Het specialistisch materiaal is geplaatst op een aanhanger, waarvan de TS het trekkend voertuig is.
•
Voor arbeidshygiëne-doeleinden is er een 5e aanhanger beschikbaar.
46
7.3.
Specialistisch Team Hulpverlening (STH)
Algemeen Een Specialistisch Team Hulpverlening (STH) wordt ingezet ter ondersteuning van de basisbrandweerzorg met het doel: redden van slachtoffers. Ze zijn inzetbaar op het gebied van instortingen van gebouwen, tunnels en complexe spoorwegincidenten. Het STH wordt ingezet daar waar kennis, techniek en/of materialen van de basisbrandweerzorg niet of onvoldoende beschikbaar zijn. Het team heeft een landelijke dekking vanuit vijf teams, verspreid over Nederland, waarvan één team vanuit Fryslân komt. Het team komt ter plaatse met een teamleider, tankautospuit en (tenminste) twee haakarmvoertuigen met haakarmcontainers.
Inrichting In het dekkingsplan beschikt Brandweer Fryslân over een specialistisch team hulpverlening, en is deze gepositioneerd in de kazerne Drachten.
Dekking
Motivering •
Het STH-team rukt, conform landelijke GBO-afspraken,
•
Het STH-team heeft de beschikking over drie HA-
uit binnen 30 minuten en is binnen 90 minuten ter
containers met materieel. In Drachten staan twee
plaatse.
containers (voor redding en logistiek), in Heerenveen staat een derde container (stutmateriaal voor
Opmerkingen
incidenten met instortingen). Afhankelijk van het
•
In kazerne Drachten is één tankautospuit en één HA-
incident zijn alle drie containers tegelijkertijd
chassis (eigendom: NIPV) gereserveerd voor de
nodig. Voor de posten Drachten en Heerenveen is
STH-taak. Het tweede HA-voertuig is in eigendom van
de beschikbaarheid van HA-chassis voor de 2e en 3e
Brandweer Fryslân, en kan buiten STH-incidenten ook
container een aandachtspunt.
voor andere repressieve taken gebruikt worden.
47
8. INCIDENTBESTRIJDING GEVAARLIJKE STOFFEN (IBGS) Algemeen
In het Bvr is opgenomen dat een eenheid bestrijding
De basistaak voor de eerste brandweereenheid op het
ongevallen met gevaarlijke stoffen ten minste bestaat uit:
gebied van IBGS is het uitvoeren van basishandelingen
een officier van dienst, 2 bevelvoerders, 8 gaspakdragers,
voor bestrijding van ongevallen met gevaarlijke stoffen.
6 manschappen en 2 chauffeurs.
De taak van de eerste basiseenheid is gericht op het
De GSE in Brandweer Fryslân is op enkele punten
voorkomen van uitbreiding van het incident (stabiliseren).
anders georganiseerd. De GSE bestaat uit een
In het Bvr is opgenomen, dat een eenheid om de
gaspakkeneenheid, een HA-BOE (haakarmchassis met
genoemde taken uit te kunnen voeren, de beschikking
basisontsmettingseenheid) een basisontsmettingseenheid
heeft over een TS met uitrusting. Hierbij wordt uitgegaan
en een Officier van Dienst. De gevaarlijke stoffeneenheid
van een standaard voertuigbezetting (TS6), bestaande uit:
bestaat uit: 1 bevelvoerder, 1 chauffeur, 4 gaspakdragers.
1 bevelvoerder, 1 chauffeur tevens voertuigbediener en 4
De HA-BOE bestaat uit: 1 chauffeur, 1 bijrijder. Beide zijn
manschappen.
tevens inzetbaar als gaspakdrager. Ontsmettingsteam bestaat uit: 1 bevelvoerder, 1 chauffeur en 4
8.1
Gaspakkenteam (GSE)
manschappen. In totaal beschikt de GSE in Fryslân daarmee over 2 bevelvoerders, 6 gaspakdragers, 2
Algemeen
chauffeurs, 4 manschappen en 1 OvD.
Voor (bron-)bestrijding en ontsmetting kan een beroep worden gedaan op de Gevaarlijke Stoffen Eenheid (GSE).
Inrichting
Deze eenheid is belast met het redden van mensen en
In het dekkingsplan beschikt de volgende kazerne over
dieren uit een met gevaarlijke stoffen besmet gebied, het
één Gevaarlijke Stoffen Eenheid: Leeuwarden (hoofdpost).
bestrijden van de bron van het ongeval met gevaarlijke
Dekking
stoffen en het ontsmetten van hulpverleners en burgers.
48
Motivering •
De opkomsttijd die voor de GSE gehanteerd wordt is 30 minuten.
Opmerkingen •
Vanuit de doorontwikkeling van de landelijke visie op IBGS wordt in 2025 door de Veiligheidsregio Groningen onderzocht of zij een landelijk specialistisch team kan leveren. Naar verwachting kan een dergelijk team de taken van het GSE team in Fryslân overnemen. Eventuele wijzigingen en compenserende maatregelen op de invulling van deze taak in Fryslân worden t.z.t. bestuurlijk voorgelegd en (bij instemming) vastgesteld.
•
De HA-BOE wordt ter plaatse gebracht door post Leeuwarden (hoofdpost).
•
Het ontsmettingsteam wordt geleverd door post Stiens.
49
8.2.
Schuimblusvoertuig (SB)
Algemeen
Inrichting
Ten behoeve van de bestrijding van een ongeval
In het dekkingsplan beschikt de volgende kazerne over
gevaarlijke stoffen kan het Schuimblusvoertuig (SB)
een SB: Grou.
worden ingezet. Deze SB wordt op aanvraag ingezet
Dekking
bij calamiteiten, brand en/of gevaarlijke stoffen waarbij afgedekt of geblust moet worden met schuim en/of water. Deze wordt bemenst door 1 chauffeur, tevens voertuigbediener en 1 voertuigbediener.
Motivering
•
Om inzetbaar te kunnen zijn is de gelijktijdige
•
De SB kent een opkomsttijd van 45 minuten.
alarmering van een WT noodzakelijk. Tezamen met
•
De repressieve prestatie van de SB is gericht op het
de SVM-voorraad (1.000L) en watervoorraad in de SB
•
afdekken van een plas van 700 m2. Dit is na onderzoek
(7.000L) levert dit de beschikking van 14.000L water,
genomen als realistisch maatgevend scenario in
wat voorwaardelijk is voor de prestatie-eis van 700m2.
Fryslân; afwijkend ten opzichte van de
Een ruimere afdekking dan deze 700m2 is mogelijk,
standaardwaarde8 van 1500m2.
mits er extra aanvullend water voorhanden is.
De SB is geplaatst in Grou: dit zorgt voor voldoende dekking van een aantal belangrijke risicobronnen (o.a,
Opmerkingen
het industrieterrein en de haven in Harlingen, een
•
Na vervanging van de huidige SBH
aantal (delen van) snelwegen en (delen van)
(schuimblushaakarm) bestaat het SB-voertuig naar
waterwegen). De overige risicobronnen worden, net
verwachting niet meer uit een afzonderlijk HA-chassis
als binnen de huidige situatie, binnen de normtijd
en -bak, maar als een samengesteld voertuig.
bereikt.
8
50
Uit de landelijke visie IBGS
8.3.
Basis ontsmettingseenheid (BOE)
Algemeen
Inrichting
Voor schoonmaak- en ontsmettingswerkzaamheden
In het dekkingsplan beschikt de volgende kazerne over
kan een beroep worden gedaan op de Basis
een BOE: Stiens.
Ontsmettingeenheid (BOE). Deze eenheid is belast met
Dekking
het schoonmaken van slachtoffers en hulpverleners. De eenheid bestaat uit een TS uit Stiens en een HA-BOE uit Leeuwarden. De TS beschikt over 1 bevelvoerder, 1 chauffeur en 4 manschappen. De bezetting van de HABOE bestaat uit twee personen.
Motivering •
De opkomsttijd die voor de BOE gehanteerd wordt is 45 minuten.
Opmerkingen •
Het ontsmettingsteam wordt geleverd door post Stiens.
•
De HA-BOE staat in Leeuwarden (hoofdpost), en wordt ter plaatse gebracht door post Leeuwarden (hoofdpost).
51
8.4.
Verkenningseenheden (VE)
Algemeen
Inrichting
Verkenningseenheden (VE) werken in opdracht van de
In het dekkingsplan beschikken de volgende tien kazernes
AGS/CVE (Adviseur Gevaarlijke Stoffen / Coördinator
over een verkenningseenheid: Akkrum, Ameland,
Verkenningseenheid) en voeren verkenning en
Appelscha, Buitenpost, Lemmer, Schiermonnikoog,
beeldvorming uit van de effecten van een incident.
St. Annaparochie, Terschelling, Vlieland en Witmarsum.
Hiervoor verricht de VE metingen en waarnemingen in het
Dekking
bron- en/of effectgebied. De incidenttypen beperken zich niet tot incidenten met gevaarlijke stoffen, maar kunnen ook te maken hebben met brand, overstromingen en aardbevingen.
Motivering •
Het dekkingspercentage van deze 10 eenheden is 98%.
•
De opkomsttijd van de 1e en 2e verkenningseenheid is 30 minuten
•
De opkomsttijd van de 3e en 4e verkenningseenheid is 60 minuten
•
De Waddeneilanden hebben elk de beschikking over één verkenningseenheid; vanaf de vaste wal kan de opkomstnorm van de 1e eenheid anders niet behaald worden.
Opmerkingen •
De VE maakt gebruik van de PM als voertuig. De apparatuur en PBM noodzakelijk voor de VE-taak ligt op de kazerne, waardoor ook met de TS uitgerukt kan worden in het geval van afwezigheid van de PM. 52
53
9. INCIDENTBESTRIJDING OP HET WATER Algemeen De basistaak voor de eerste brandweereenheid op het gebied van waterongevallen is het bieden van ondersteuning bij waterongevallen en grijpredding. In het Bvr is opgenomen, dat een eenheid om de genoemde taken uit te kunnen voeren, de beschikking heeft over een TS met uitrusting. Hierbij wordt uitgegaan van een standaard voertuigbezetting (TS6), bestaande uit de verplichte aanwezige functies: 1 bevelvoerder, 1 chauffeur, tevens voertuigbediener en 4 manschappen. Gezien het risicobeeld, geografisch profiel en de maatschappelijke meerwaarde binnen de Friese regio heeft Brandweer Fryslân oppervlakteredteams (OVRT’s) en duikteams. Dit is overeenkomstig de landelijke visie op waterongevallen die stelt: “De brandweer acht zich vanuit wettelijk en maatschappelijk perspectief blijvend verantwoordelijk voor de uitvoering van ‘natte’ reddings- en hulpverleningstaken”.
Drietrapsraket Bij incidenten waarbij personen te water raken wordt gewerkt volgens een modulaire inzettactiek; de drietrapsraket: grijpredding, oppervlakteredding en duikredding. Deze zijn op elkaar afgestemd, worden gelijktijdig gealarmeerd. •
Grijpredding: een redding van mens of dier in nood, in het water, nabij een wal, die in beginsel zonder specialistische uitrusting of team kan worden gered.
•
Oppervlakteredding: Een redding van mens of dier in het water, waarbij het slachtoffer zichtbaar aan de wateroppervlakte is en maximaal 200 meter uit de walkant ligt.
•
Duikredding: Een redding van mens of dier die zich onder het wateroppervlak bevindt. Een brandweerduikinzet kan in ieder soort oppervlaktewater plaatsvinden voor zover deze binnen de maximale duikdiepte van 15 meter vallen met als uitzondering de Noordzee (hier wordt door de kustregio’s separaat op geprepareerd).
Water-KVT Voor een juiste alarmering bij incidenten is plaatsbepaling erg belangrijk. Op het land is dit vele malen eenvoudiger dan op het water, bijvoorbeeld door straatnamen en hectometerpalen. Deze ontbreken op het water. De Friese meren en waterwegen zijn daarom, in afstemming met de meldkamer, ingedeeld in een zgn. Water-KVT. Hierin zijn de wateren zo logisch mogelijk afgebakend, benoemd, en gekoppeld aan te alarmeren eenheden.
54
9.1.
Waterongevallen eenheid (WO)
Algemeen
Inrichting
Bij de reddingsduik wordt zowel uitvoering gegeven
In het dekkingsplan beschikken de volgende twee
aan de reddingsduik of zoektocht direct na de
kazernes over een duikploeg: Leeuwarden Aldlansdyk en
verdwijning (binnen het gouden uur) of aan de verlengde
Sneek.
reddingsduik op verzoek van multipartners. Bij een
Dekking
duikinzet is de bezetting van een duikteam als volgt: 1 duikploegleider, 1 assistent duikploeg (tevens chauffeur) en 2 duikers (waarvan 1 reddingsduiker, 1 reserveduiker). De bemanning van een TS ondersteunt het duikteam. Een duikteam heeft voor de inzet de beschikking over een waterongevallenvoertuig en over een voor de duiktaak geschikt personeels- en materieelvaartuig.
Motivering
Opmerkingen
•
•
•
Als opkomsttijd wordt 30 minuten gehanteerd – gelijk
Brandweer Fryslân sluit aan bij de Visie
aan Dekkingsplan 2.0.
Waterongevalbestrijding, die in 2012 door het Bestuur
Het regionale dekkingspercentage met twee
van de Veiligheidsregio Fryslân is vastgesteld: duiken
duikteams is 56,1%, waarbij de analyse van 2021-2023
is een taak waarvoor zeer specifieke opleidings- en
aantoonde dat de ploegen in 95% van de incidenten
oefeninspanningen noodzakelijk zijn en de duikteams
op tijd ter plaatse was.
zijn hier de afgelopen jaren op ingericht en afgestemd.
55
9.2.
Oppervlakteredteam (OVRT)
Algemeen Een oppervlakteredding richt zich op het redden van mens (of dier) op het water of ijs waarbij het slachtoffer maximaal 200 meter uit de walkant is. Dit werkgebied kan worden verlegd wanneer gebruik wordt gemaakt van een vaartuig en/of een drijvend (werk)platform. Voor het zoeken naar slachtoffers aan de oppervlakte is deze inzet voldoende. Blijkt het slachtoffer onder water te zijn geraakt dan is het van belang dat de plaats wordt bepaald waar gedoken moet worden. Hiervoor is een follow-up van duikers noodzakelijk. Een OVRT wordt bemenst door 1 bevelvoerder, 1 chauffeur, 2 oppervlakteredders en 2 assistenten. Een duikteam kan tevens ingezet worden als OVRT.
Inrichting In het dekkingsplan beschikken de volgende tien kazernes over een oppervlakteredteam: Burgum, Grou, Harlingen, Heeg, Jubbega, Koudum, Langweer, Lemmer, Ternaard en Wolvega.
Dekking
56
Motivering •
Als opkomsttijd wordt 20 minuten gehanteerd – gelijk aan Dekkingsplan 2.0.
•
Uit de analyse bleek dat de OVRT-eenheid van Balk qua dekking volledig overlapte met de omringende posten met een BRV. Aanvullend bleek uit de evaluatie dat de inzetfrequentie van de eenheid zeer beperkt was. In dit dekkingsplan vervalt de taak daarom bij post Balk (regionaal dekkingspercentage blijft op 80%).
•
Uit de analyse bleek eveneens dat wanneer in de NO-hoek van Fryslân een OVRT-team gepositioneerd wordt, het regionaal dekkingspercentage zou stijgen naar 85%. De evaluatie toonde aan dat in dit gebied ook incidenten geweest zijn waarbij een dergelijk team als eerste gealarmeerd zou zijn (nu: Burgum en Zoutkamp (VRG)). In dit dekkingsplan krijgt kazerne Ternaard daarom deze taak er bij.
Opmerkingen •
Elke OVRT-eenheid heeft de beschikking over een specifiek voertuig (OR).
•
De vaarwegen zijn niet meegenomen in de analyse; er is gekeken naar bereikbaarheid via de wegen. Dit past bij de alarmering: in basis neemt een OVRT geen boot mee (PMV), maar worden ze ingezet vanaf de wal. De boot wordt op basis van expliciete alarmering of lokale kennis meegenomen ter ondersteuning van het OVRT.
•
Elke OVRT-eenheid heeft de beschikking over een personeel/materieelvaartuig (PMV), welke geen deel uitmaakt van de water-KVT. Als de betreffende kazerne in de water-KVT actief is, beschikt het OVRT over een brandweervaartuig (BRV).
•
De duikploegen van de kazerne Leeuwarden Aldlânsdyk en Sneek kunnen tevens ingezet worden als oppervlakteredteam, en hebben hiervoor de beschikking over een PMV. Beide PMV’en maken geen deel uit van de water-KVT.
•
In de looptijd van het dekkingsplan wordt de toegevoegde waarde van een PMV voor een OVRTeenheid per operationeel gebied nader bekeken. Afhankelijk van de uitkomsten hiervan krijgt kazerne Ternaard de beschikking over een (nieuw aan te schaffen) vaartuig vanwege de nieuwe OVRT-taak.
57
9.3.
Brandweer vaartuig (BRV)
Algemeen
Inrichting
De taak van een Brandweervaartuig (BRV) is gericht op
In het dekkingsplan beschikken de volgende zes kazernes
redden, blussen en hulpverlening. Hierbij wordt een
over een brandweervaartuig: Burgum, Echten, Grou,
afbakening gemaakt in gebied waar brandweervaartuigen
Heeg, Koudum en Langweer.
bij incidenten primair worden ingezet, namelijk op
Dekking
de grote hoofdvaarwegen en de grote binnenmeren. Hierbij is aangesloten bij het Incidentbestrijdingsplan Hoofdvaarwegen (hoofdvaarwegen, grote meren, sluizen, aquaducten en havens). De bemensing van een brandweervaartuig bestaat uit 1 schipper, 1 bevelvoerder en minimaal 2 manschappen (maximaal aantal is afhankelijk van de taak).
Motivering •
•
Voor de brandweervaartuigen wordt als norm een
•
De brandweervaartuigen van de kazernes Langweer en
maximale opkomsttijd van 30 minuten gehanteerd,
Echten liggen in het water (cq. boothuis); de
conform het IBP Hoofdvaarwegen.
vaartuigen van de andere 4 posten staan in de kazerne
Uit de analyse bleek dat de BRV-eenheid van Balk
op een trailer.
qua dekking volledig overlapte met de omringende posten met een BRV. Aanvullend bleek uit de evaluatie
Opmerkingen
dat de inzetfrequentie van de eenheid laag was. In
Geen
dit dekkingsplan vervalt de taak daarom bij post Balk (regionaal dekkingspercentage blijft gelijk).
58
9.4.
Nationale Reddingsvloot (NRV)
Algemeen De Nationale Reddingsvloot (NRV) wordt gevormd door
Binnen de VRF wordt reddingscapaciteit alleen door de
vijf pelotons met in totaal 88 reddingseenheden uit
brandweer geleverd, en werkt daarin dus niet samen met
het hele land, die bemand worden door brandweer en
de reddingsbrigade in de regio.
reddingsbrigades. De VRF valt onder het peloton Middenen Noord, samen met de VRG, VRFL, VRGV en de VRU.
De eenheid die de VRF levert bestaat uit: 4x OVRT-team
De NRV wordt ingezet bij grootschalige waterincidenten
met voer- en vaartuig, 1x leider reddingsgroep (Officier
zoals overstromingen. De primaire taken zijn: verkenning
van Dienst, gebied: ZW), 1x chauffeur t.b.v. leider
van het gebied, evacuatie en redding van mens en dier.
reddingsgroep en 2x een extra PM voertuig voor logistiek.
Daarnaast biedt de NRV logistieke ondersteuning aan andere hulpverleningsdiensten, bijvoorbeeld om mensen,
Inrichting
materieel en middelen te verplaatsen.
In het dekkingsplan zijn de volgende vier kazernes aangewezen voor de NRV-taak: Jubbega, Harlingen,
De NRV is een bovenregionale samenwerking tussen
Lemmer en Wolvega. Dit zijn kazernes met een OVRT-taak.
Reddingsbrigade Nederland en de 22 veiligheidsregio’s met een overstromingsrisico. De Reddingsbrigade zorgt voor de (landelijke) coördinatie.
Dekking
Motivering
Opmerkingen
•
•
•
Een reddingseenheid moet na alarmering binnen drie
De vaartuigen van het NRV zijn specifiek PMV-
uur op een vertreklocatie kunnen zijn. Bij een
vaartuigen, vanwege de beperkte diepgang. Een BRV
eventueel vooralarm wordt ingekort naar één uur.
is hiervoor niet geschikt.
In dit dekkingsplan worden geen wijzigingen voorgesteld.
59
9.5.
Olieschermen
Algemeen Ter voorkoming en beperking van milieuschade door
gevallen is eveneens een vaartuig voorhanden om vanaf
oppervlakteverontreiniging heeft Brandweer Fryslân een
het water te kunnen assisteren. Na afloop ruimt het
samenwerking met het Wetterskip Fryslân. Hoewel het
Wetterskip de olieschermen weer op, en brengt ze deze
een feitelijke taak is van het Wetterskip, is de Brandweer
terug naar de betreffende kazerne.
dikwijls bij dit type incidenten betrokken én kan ze 24/7 materieel en mankracht leveren. Het resultaat is dat
Inrichting
op brandweerkazernes materiaal van het Wetterskip
In het dekkingsplan beschikken de volgende drie kazernes
is gepositioneerd, wat in dien nodig ter plaatse en
over een oliescherm: Bolsward, Burgum en Sneek.
aangebracht wordt door brandweerpersoneel. Dit wordt
Dekking
uitgevoerd vanaf de walkant, en bij voorkomende
Motivering •
Voor deze taak zijn geen opkomsttijden gedefinieerd.
•
Met de komst van een nieuwe SB in Grou is op deze kazerne naar verwachting geen HA-voertuig meer om de olieschermen te vervoeren. Dit wordt daarom op termijn verplaatst naar Bolsward.
Opmerkingen Geen
60
10.
NATUURBRANDBESTRIJDING
Algemeen
Het voertuig beschikt over een 3000L/min pomp en
Het bestrijden van natuurbranden is een vak apart.
een watertank van 3000-3500 liter. Het voertuig heeft
Het vraagt andere werkwijzen, ander materiaal, andere
aanpassingen voor natuurbrandbestrijding: 4x4, de
kennis en is qua grootte en tijdsduur al snel niet meer
mogelijkheid tot rijdend blussen, een bandenaflaat
te vergelijken met branden in objecten. De impact van
systeem en een hoge bodemvrijheid.
natuurbranden kan ook zeer groot zijn; reden te meer om de slagkracht hierop goed af te stemmen. In dit hoofdstuk
Inrichting
wordt de spreiding van materieel hieromtrent behandeld.
In het dekkingsplan beschikken de volgende vier kazernes op de vaste wal over een TST-NB: Appelscha, Noordwolde,
10.1. Tankautospuit Natuurbrandbestrijding (TST-NB)
Haulerwijk en Oldeberkoop. Op de Waddeneilanden beschikken (op termijn) alle posten over een TST-NB.
Algemeen De TST-NB is een zogenaamd “combi-voertuig”; een voertuig is geschikt voor zowel de basisbrandweerzorg als mede natuurbrandbestrijding. De opbouw is op een 4x4 terreinvaardig chassis.
Dekking
Motivering
Opmerkingen
•
•
De positionering van TST-NB eenheden op
De TST-NB-eenheid is, onder de classificatie NBT-
de vaste wal is geanalyseerd binnen het project
voertuig, alarmeerbaar en inzetbaar binnen een
Natuurbrandbestrijding. In dit dekkingsplan worden
(inter-)regionaal peloton Natuurbrandbestrijding.
hierop geen wijzigingen voorgesteld.
•
De NBT-voertuigen op de Waddeneilanden zijn niet beschikbaar voor incidenten op de vaste wal, en blijven op het eiland.
61
10.2. CCFM (CCFM) Algemeen De CCFM (Camion Citerne Feux de Foret Moyen) is een bluseenheid voor natuurbrandbestrijding. Dit voertuig beschikt o.a. over een terreinvaardig chassis. Het voertuig kan rijdend spuiten en beschikt over aanvalshaspels. De bezetting van dit voertuig is 4 personen (bevelvoerder, chauffeur en 2 manschappen).
Inrichting In het dekkingsplan beschikken de volgende vier kazernes op de vaste wal over een CCFM: Beetsterzwaag, Ureterp, Oosterwolde en Jubbega. Op de Waddeneilanden hebben de kazernes Schiermonnikoog, Vlieland en Terschelling Midsland
Dekking
de beschikking over een CCFM. Op Ameland wordt het CCFM-voertuig gedeeld door kazernes Nes en Hollum.
Motivering
Opmerkingen
•
Voor deze taak zijn geen opkomsttijden gedefinieerd.
•
•
De positionering van CCFM-eenheden op
voertuig, alarmeerbaar en inzetbaar binnen een
de vaste wal is geanalyseerd binnen het project
(inter-)regionaal peloton Natuurbrandbestrijding.
Natuurbrandbestrijding. In dit dekkingsplan worden
•
hierop geen wijzigingen voorgesteld.
De CCFM-eenheid is, onder de classificatie NBT-
Op de vaste wal wordt het CCFM-voertuig niet ingezet als waterwagen (WT), gezien de beperktere watercapaciteit.
•
De NBT-voertuigen op de Waddeneilanden zijn niet beschikbaar voor incidenten op de vaste wal, en blijven op het eiland.
62
10.3. Ondersteunend materiaal NBB Algemeen
Inrichting
Voor grootschalige en/of langdurige
In het dekkingsplan beschikt de volgende kazerne over
natuurbrandbestrijding is extra ondersteunend materiaal
een voertuig met ondersteunend materiaal: Heerenveen.
noodzakelijk. Dit betreft bijvoorbeeld handgereedschap
Dekking
om reguliere basisbrandweerzorg-eenheden in staat te stellen te ondersteunen bij natuurbrandincidenten. Dit materiaal is ondergebracht in een vrachtwagen met voldoende laadruimte.
Motivering •
Voor deze taak zijn geen opkomsttijden gedefinieerd.
•
De positionering van ondersteunend NBB-materiaal op de vaste wal is geanalyseerd binnen het project Natuurbrandbestrijding. In dit dekkingsplan worden hierop geen wijzigingen voorgesteld.
Opmerkingen Geen
63
11.
WADDENEILANDEN
Algemeen
Motivering
De Waddeneilanden zijn een bijzonder onderdeel binnen
•
Dit materiaal is noodzakelijk om bij grotere incidenten
Brandweer Fryslân. Kijkend naar (basis-)brandweerzorg
de periode te kunnen overbruggen totdat er
dan is evident dat de Waddeneilanden niet snel bereikt
versterking van de vaste wal is gearriveerd.
kunnen worden met ondersteunend materiaal bij
•
bijzondere of grootschalige incidenten. Hierom worden
Met de veerdiensten zijn (via de landelijke aanbesteding) afspraken gemaakt over transport van
de kazernes op de Waddeneilanden voorzien van
personeel en voertuigen bij calamiteiten. Het
aanvullend materiaal, om de periode te overbruggen
voordat versterking vanuit de vaste wal gearriveerd is. In
overzetten van personeel kan desgewenst sneller via de KNRM en/of snelvaarboten.
dit hoofdstuk wordt (soms als herhaling op passages die al eerder genoemd zijn) samengevat welk materiaal dit
Opmerkingen
betreft.
•
Schiermonnikoog beschikt over het zgn. Ondersteuningspeloton; een groep vrijwilligers
Inrichting
die ondersteunende werkzaamheden verrichten bij
In het dekkingsplan beschikken de Waddeneilanden elk
incidentbestrijding. De pelotonsleden zijn aangesteld
over:
bij Brandweer Fryslân voor deze specifieke taak.
•
Elke basiseenheid is uitgerust als TST-NB, geschikt voor zowel basis- als natuurbrandbestrijding.
•
Elk eiland is voorzien van een CCFM, voor natuurbrandbestrijding en/of optreden op het strand. De CCFM is uitgerust met een lier. De CCFM kan op het eiland ook ingezet worden voor de bluswatervoorziening.
•
Elke PM is uitgerust als 4x4, kan voor repressieve doeleinden gebruikt worden en dient als trekkend voertuig voor de aanhangers.
•
Elk eiland is voorzien van een aanhanger met aanvullend hulpverleningsgereedschap.
•
Elk eiland is voorzien van een WIP-zak, als mobiel bluswaterpunt.
•
De eilanden hebben de beschikking over grootvermogen MSA’s, omdat de reguliere opschaling zoals op de vaste wal hier niet mogelijk is. Nader beleid over
de specificaties, aantallen en positionering wordt in de looptijd van het dekkingsplan ontwikkeld.
64
12.
OPERATIONELE LEIDING 12.1. Officier van Dienst (OvD)
Algemeen In basis werkt de brandweer met vier leidinggevende functies. Vanuit deze vier functies worden de verschillende
Algemeen
rollen in de basisbrandweerzorg en in de opschaling bij
De Officier van Dienst geeft leiding aan de
grote incidenten, rampen en crises ingevuld: Bevelvoerder
uitrukwerkzaamheden op het gebied van incident-
, Officier van Dienst, Hoofd Officier van Dienst en
bestrijding, het coördineren van de multidisciplinaire
Algemeen Commandant Brandweerzorg. Afhankelijk van
samenwerking en het adviseren en rapporteren over de
het niveau van opschaling (al dan niet GRIP) kunnen deze
bestrijding van incidenten.
rollen ook in een andere hoedanigheid ingezet worden.
Inrichting Naast deze leidinggevende functies kent de brandweer
In dit dekkingsplan kent Brandweer Fryslân zes
diverse adviserende en ondersteunende functies, die
geografische piketgebieden voor een Officier van Dienst.
eveneens afhankelijk van het niveau van opschaling (al dan niet GRIP) ook in een andere hoedanigheid ingezet kunnen worden.
Dekking
Motivering
•
•
Sinds de regionalisering in 2014 werkt Brandweer
Voor opschaling en herbezetting zijn vier DA+ voertuigen ingericht als (reserve) OD-voertuig.
Fryslân met deze piketgebieden. In dit dekkingsplan
•
worden hierop geen wijzigingen voorgesteld.
De OvD kan bij grootschalige inzet als pelotonscommandant of als officier in het SGBO optreden.
Opmerkingen •
De opkomsttijd van de OvD heeft geen wettelijke grondslag.
•
De opkomsttijd, inrichting van de piketgebieden en verdeling van neventaken wordt vanaf 2025 projectmatig onderzocht.
65
12.2. Hoofd Officier van Dienst (HOvD)
12.3. Algemeen Commandant Brandweerzorg (AC-B)
Algemeen
Algemeen
De Hoofd Officier van Dienst (HOvD) geeft leiding aan
De Algemeen Commandant Brandweerzorg geeft
het operationeel optreden van de brandweer. Hij is
leiding aan het SGBO en aan de HOvD-TC in het veld.
verantwoordelijk voor de brand¬weerinzet ter plaatse of
De AC-B wordt in geval van opschaling naar een SGBO,
in het SGBO.
aangewezen door de CvD. De AC-B stuurt, afhankelijk van de aard en grootte van het incident, de taakcommandant,
Inrichting
adviseurs en ondersteuners aan.
In dit dekkingsplan kent Brandweer Fryslân één geografisch piketgebied voor een Hoofd Officier van
Inrichting
Dienst.
In dit dekkingsplan kent Brandweer Fryslân geen afzonderlijk piket voor een Algemeen Commandant
Motivering
Brandweerzorg, en wordt deze functie ingevuld op
•
In dit dekkingsplan worden hierop geen wijzigingen
basis van een niet gegarandeerd vrije instroom piket. Bij
voorgesteld.
incidenten waarbij de HOvD geen taken in het veld heeft kan deze ook de rol van AC-B vervullen.
Opmerkingen • •
De opkomsttijd voor een HOvD in het CoPI bedraagt 30
Motivering
minuten.
•
In dit dekkingsplan worden hierop geen wijzigingen voorgesteld.
Wanneer een HOvD op het plaats incident ingezet wordt, vervult hij daar de rol van Taak Commandant
•
(TC).
Opmerkingen
Wanneer een HOvD ingezet wordt in het SGBO of
•
ROT vervult hij daar de rol van Algemeen Commandant
De opkomsttijd van de AC-B in het ROT bedraagt 45 minuten.
Brandweer (AC-B).
•
Afhankelijk van het niveau van opschaling heeft de AC-B een verschillende leidinggevende.
•
De wenselijkheid van het combineren van de functies HOvD en AC-B in één piket is aan discussie onderhevig, en wordt de komende jaren mogelijk anders ingericht.
•
Landelijke ontwikkelingen maken dat de rol van AC-B groeit aan betekenis en minder goed is te verenigen met een vrije instroom piket.
66
12.4. Commandant van Dienst (CvD)
12.5. Adviseur Gevaarlijke Stoffen (AGS)
Algemeen
Algemeen
De Commandant van Dienst (CvD) is eindverantwoordelijk
De Adviseur Gevaarlijke Stoffen (AGS) adviseert
leidinggevende brandweer voor de volledige
inhoudelijk het lokaal commando op de plaats incident
operationele organisatie. De CvD heeft geen operationele
(HOvD-TC of OvD of CoPI) over bronbestrijding en de
rol, maar bewaakt de beheersmatige rol van de
invloed van gevaarlijke stoffen op de directe omgeving
brandweerorganisatie. Hij zorgt voor coördinatie en
van het incident. De AGS die bij het incident ter plaatse is
afstemming met het politiek-bestuurlijke speelveld, en
stuurt maximaal 2 VE’s aan. In geval van meer dan 2 VE’s
onderhoudt daartoe o.a. contact met burgemeesters in
zal de AGS van de buurregio gealarmeerd worden en deze
hun rol als opperbevelhebber. De CvD is verantwoordelijk
zal de aansturing van de VE’s overnemen. De AGS van de
voor de bestuurlijke informatievoorziening vanuit de
buurregio heeft bij GRIP2 en hoger ook de rol van AGS-
brandweer.
OT.
Inrichting
Inrichting
In dit dekkingsplan kent Brandweer Fryslân één
In dit dekkingsplan kent Brandweer Fryslân één
geografisch piketgebied voor een Commandant van
geografisch piketgebied voor een Adviseur Gevaarlijke
Dienst.
Stoffen. Deze AGS in 3N-verband oproepbaar voor de AGS-OT-rol voor de VRG en VRD.
Motivering •
In dit dekkingsplan worden hierop geen wijzigingen
Motivering
voorgesteld.
•
Het piket van de AGS is ingericht in 3Noord-verband, en is interregionaal inzetbaar. De piketfunctionaris
Opmerkingen
kan de functies van AGS, AGS-OT en Coördinator
•
Verkenningseenheden (CVE) vervullen.
De opkomsttijd van een CvD in het GBT bedraagt 60 •
minuten. •
In dit dekkingsplan worden op deze inrichting geen wijzigingen voorgesteld.
Vanwege het beheermatige accent van de functie heeft de CvD geen piketvoertuig.
Opmerkingen •
Een adviseur gevaarlijke stoffen begint afhankelijk van het regionaal vastgestelde risicoprofiel binnen dertig of zestig minuten na alarmering met de uitvoering van zijn taken op de plaats van het incident.
•
De opkomsttijd van de AGS bedraagt 60 minuten. Werkzaamheden in de functie van CVE beginnen direct na alarmering, en kunnen vanuit de vertreklocatie al opgestart worden.
•
De AGS-OT heeft in principe dezelfde taken als de AGS. De AGS-OT voert alleen zijn werkzaamheden uit in het SGBO. De AGS-OT wordt opgeroepen wanneer er meer dan 2 VE’s actief zijn, er een SGBO wordt ingesteld of opgeschaald wordt naar GRIP2.
•
Voor de VRF betekent dit dat de dienstdoende AGS op het plaats incident actief is, en een AGS uit de VRG opgeroepen wordt voor de functie van AGS-OT in het SGBO/ROT.
67
12.6. Medewerker Staf Grootschalig Brandweer Optreden (Mw SGBO)
12.8. Overig Reservevoertuigen
Algemeen
Om bij uitval van voertuigen de diverse
De medewerker SGBO is een vast onderdeel van de
piketfunctionarissen te kunnen voorzien van vervangend
basisstructuur van het SGBO, zowel in mono als in GRIP
vervoer is er regio breed één piketvoertuig als
situaties. De medewerker voert diverse taken uit op het
reservevoertuig beschikbaar. Dit is aanvullend op de
gebied van brandweerzorg, informatievoorziening en
vier dienstauto+ voertuigen die voor de OvD-functie
ondersteuning.
beschikbaar zijn.
Inrichting In dit dekkingsplan kent Brandweer Fryslân één geografisch piketgebied voor een Medewerker SGBO.
Motivering •
In dit dekkingsplan worden hierop geen wijzigingen voorgesteld.
Opmerkingen •
De opkomsttijd van de Mw-SGBO in het SGBO/ROT bedraagt 60 minuten.
•
Vanwege de opkomsttijd van 60 minuten heeft de Mw-SGBO geen piketvoertuig.
12.7. Woordvoerder Brandweer (WV) Algemeen De Woordvoerder informeert de media en geeft sturing aan het complete voorlichtingsproces brandweer bij het plaats incident. Binnen de interne organisatie verzamelt en deelt de Woordvoerder informatie richting de AC-B. Vanaf GRIP1 wordt de Woordvoerder, conform het Crisisplan VRF, ingezet als Communicatieadviseur COPI. Deze functionaris is ‘ontkleurd’.
Inrichting In het dekkingsplan beschikt Brandweer Fryslân over één geografisch piketgebied voor een woordvoerder.
Motivering •
In dit dekkingsplan worden hierop geen wijzigingen voorgesteld.
Opmerkingen •
Voor deze functie is geen opkomsttijd gedefinieerd.
•
Vanaf GRIP1 legt de Communicatieadviseur COPI (voorheen dus: Woordvoerder Brandweer) verantwoording af aan de Leider COPI, en heeft de Brandweer geen aparte woordvoerder meer.
68
13.
OVERIGE TAKEN
Algemeen
Opmerkingen
In dit hoofdstuk worden een aantal resterende
•
De genoemde posten bieden voor Incidentbestrijding
onderwerpen benoemd die relevant zijn t.o.v. het
de zgn. ‘warme’ logistiek. De posten zijn hiervoor 24/7
dekkingsplan, maar binnen de voorgaande hoofdstukken
oproepbaar.
minder passend zijn.
•
Buiten incidentbestrijding wordt tijdens kantooruren vanuit de servicepunten van Materieelbeheer
13.1. Logistiek (LOG)
logistieke ondersteuning geboden; de zgn. ‘koude’ logistiek.
Algemeen
•
Incidentbestrijding is nagenoeg altijd een gezamenlijke
Kazerne Heerenveen heeft de beschikking over een vrachtwagen waar veel (zwaar) materieel mee
inspanning. Wanneer de bestrijding grootschalig en/
vervoerd kan worden.
of langdurig wordt, wordt het van groot belang om
•
Bij servicepunt Sneek is nu sprake van een afwijkende
(vervangend) materieel ter plaatse te krijgen en de
situatie waarbij gebruik wordt gemaakt van een
eenheden te bevoorraden of af te lossen.
afwijkend materiaal, namelijk een
Het doelmatig faciliteren van onze incidentenbestrijding
die ook door deze post wordt bemenst. In de
door het leveren van de adequate mensen, middelen en
looptijd van het dekkingsplan gaat gekeken worden
hoeveelheid, op de juiste plaats op het juiste moment,
op welke wijze de warme logistiek het beste kan
is geborgd via de logistieke inrichting van Brandweer
worden georganiseerd vanuit het servicepunt Sneek.
verzorgingscontainer die gepositioneerd is in Bolsward
Fryslân. Niet alleen bij grootschalige en specialistische incidenten, maar ook bij kleinschalige incidenten.
13.2. Verlichtingscontainer (LIH)
Inrichting
Algemeen
Logistiek voor de incidentbestrijding wordt georganiseerd
Brandweer Fryslân heeft voorzieningen om bij een
vanuit de vier servicepunten van de afdeling
incident of situatie voor langere duur verlichting te
Materieelbeheer. Dit zijn Leeuwarden, Drachten, Sneek
bieden die niet door een TS, HV-K en/of HW geleverd
en Heerenveen. In de dag situatie is hiervoor vaak het
kan worden. Dit bestaat uit een aantal rolcontainers
beroepspersoneel beschikbaar. Buiten kantooruren en
met mobiele verlichtingssets, die in een haakarmbak ter
als aanvulling wordt gebruik gemaakt van personeel en
plaatse gebracht worden.
vrijwilligers uit de omgeving die voor deze taak worden
Inrichting
gealarmeerd.
In het dekkingsplan beschikt één kazerne over de taak het
Motivering •
ondersteunen met verlichting: Burgum.
In dit dekkingsplan worden hierop geen wijzigingen
Motivering
voorgesteld.
•
In dit dekkingsplan worden hierop geen wijzigingen voorgesteld.
Opmerkingen •
Voor de verlichtingscontainer is geen opkomsttijd vastgesteld.
•
Deze faciliteiten maken deel uit van de visie GBO.
•
De inrichting om vanuit een container te voorzien in mobiele verlichting is gedateerd, en wordt met de aanwezigheid van lichtmasten op TS’en zelden nog gebruikt. Aanbevolen wordt om bij een evaluatie van de GBO-inrichting deze inrichting expliciet te bekijken.
69
13.3. Reservevoertuigen
Motivering •
Het ontbreken van de noodzaak om de PM te
Algemeen
gebruiken voor repressieve doeleinden betekent
Om te kunnen voorzien in een vervangende TS wanneer
concreet dat deze voertuigen niet met extra
een TS buiten dienst is voor o.a. onderhoud, storing
communicatieapparatuur en PBM’s worden uitgerust.
of oefening zijn acht reserve TS’en beschikbaar. Deze
•
voertuigen zijn bij voorkeur gepositioneerd bij de kazerne
Een PM hoeft niet binnen gestald te worden, omdat er geen apparatuur is die dit noodzakelijk maakt.
waar het functionele gebied Materieelbeheer gehuisvest is. De reserve-TS’en staan niet in de kazernevolgordetabel
Opmerkingen
(KVT). In dit dekkingsplan wordt het huidig aantal
•
Op de Waddeneilanden geldt de uitzondering dat ze daar wel voor repressieve activiteiten gebruikt kunnen
reserve-TS’en aangehouden.
worden. Ze dienen daar als trekkend voertuig voor
Gebruik t.b.v. restdekking
aanhangers en zijn door de 4x4 uitvoering geschikt
In het geval dat de TS van een post is gealarmeerd – en
voor incidenten in de natuurgebieden.
ook daadwerkelijk is ingezet – voor een middelincident of
•
groter, kan onder de volgende voorwaarden de reserve TS
Voor de verkenningseenheden is ook de uitzondering om voor de repressieve taak gebruik te maken van de
voor restdekking worden ingemeld:
PM. •
Het wegvallen van de noodzaak om PM’en binnen
1. Het voertuig is beschikbaar op de betreffende post;
te stallen kan een kostenbesparend effect hebben op
2. Er is – geverifieerd – voldoende bemensing (zowel
de blauwdruk van kazernes bij (ver-)nieuwbouw.