12 bijlage Toelichting op de APV (Schiermonnikoog specifiek).docx
Tekst van het document
Artikel 1:8 Weigeringsgronden Het eerste lid, a tot en met d, is afkomstig uit de modelverordening. Sub e is toegevoegd om politieke redenen, deze weigeringsgrond heeft eigenlijk weinig juridische waarde. Het gebruik van dit subartikel zal altijd gepaard moeten gaan met het gebruik van andere weigeringsgronden. Daarnaast is het aan te raden om het karakter van het dorp en het eiland expliciet vast te stellen in een nota of beleidsstuk. Artikel 2:10 Gebruik openbare plaats Dit artikel geeft de gemeente de mogelijkheid greep te houden op situaties die hinder of gevaar kunnen opleveren of ontsierend kunnen zijn. Voor de toepassing kan worden gedacht aan het plaatsen van reclameborden, containers of fietsparkeervoorzieningen. Ook voorwerpen die met de grond zijn verbonden, zoals een haag in de berm, kunnen als voorwerpen als hier bedoeld worden aangemerkt (ABRvS 10-01-2018, ECLI:NL:RVS:2018:49). Er is in dit artikel bewust gekozen voor een definiëring die verder gaat dan alleen ‘de weg’ (waar de berm ook onder valt). In de praktijk blijkt deze begripsbepaling namelijk problematisch uit te pakken, waardoor consequent handhaven bemoeilijkt wordt. Artikel 2:12 Maken of veranderen van een uitweg Variant 2 (Vergunningplicht) Door een vergunningplicht houd je grip op de situatie en kan je goed met de aanvrager afstemmen.
Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn Schiermonnikoog kent geen hoogspanningslijnen, dat maakt dat dit artikel niet relevant is voor de gemeente. Artikel 2:24 Definities Derde lid, onder a Keuze om de grens op 100 personen te leggen is gemaakt op basis van de kleinschaligheid van het eiland. Er zijn weinig hulpdiensten vast op het eiland aanwezig, een groter evenement zou dan ook al snel om meer capaciteit vragen. Er is niet veel ruimte op het eiland, wat betekent dat bewoners sneller wat merken van een evenement dan bewoners van gemeenten aan de vaste wal. Aantal is gelijk aan die van de gemeente Ameland en vergelijkbaar met de gemeente NoardeastFryslân (150). Derde lid, onder b en c Keuze voor tijdstip 08.00 uur tot 23.00 uur is gebaseerd op relatief normale tijden waarop inwoners nog wakker zijn en is in lijn met naburige gemeenten (Ameland 07.00 uur en NOF 10.00 uur).
Maximale geluidsbelasting is in lijn met de gemeente Ameland, echter hebben wij geen apparatuur waarmee we kunnen controleren. Derde lid, onder e Keuze voor de maximale oppervlakte van 10m2 is gebaseerd op het soort objecten dat in dit geval geplaatst kan worden. In dit geval zal bijvoorbeeld een kleine partytent van 3x3 geplaatst kunnen worden. Er is een maximum van 30m2 gesteld, zodat er niet in beginsel een oneindig aantal objecten geplaatst kan worden. Onder dit maximum zouden er bijvoorbeeld vijf partytenten van 3x3 neergezet kunnen worden, wat al een redelijk aantal zou zijn voor een klein evenement. Derde lid, onder f Een klein evenement kan volgens dit sub-artikel niet plaatsvinden in een natuurgebied, dit maakt het een vergunningplichtig evenement. In de praktijk betekent dit dan zo ongeveer alle evenementen op het eiland vergunningplichtig zijn, dit levert extra werk op. Het is onduidelijk wat dit sub-artikel zou moeten regelen. Vanuit politieke overwegingen valt te begrijpen dat men voorzichtig om wil gaan met de natuur op het eiland, maar dit wordt al beschermd vanuit de Wet natuurbescherming (Wnb). De provincie is ten aanzien van de Wnb.
Dit maakt dat deze bepaling eenzelfde onderwerp regelt als hogere regelgeving, wat betekent dat dit sub-artikel slechts in stand kan blijven indien dit een ander onderwerp regelt dan de bescherming van natuurgebieden; dat lijkt niet zo te zijn. Deze bepaling is anterieur, als bedoeld in artikel 122 Gemeentewet, en is dan ook van rechtswege komen te vervallen. Artikel 2:25a Indienen aanvraag Dit artikel ziet op de professionalisering van de vergunningverlening en de evenementen zelf. Op deze manier wordt er wat meer van organisatoren gevraagd of zou extra informatie gevraagd kunnen worden, zoals een veiligheidsplan. Eerste lid Het is van belang dat vergunningaanvragen via een uniform formulier ingediend worden, zo is gelijk alle ‘startinformatie’ beschikbaar en moet de behandelend ambtenaar hier niet eerst nog achteraan. De termijn van acht weken zorgt voor een gedegen tijds Tweede lid Dit lid bevat de gegevens die het door de burgemeester vastgestelde formulier in ieder geval moet vragen. Op basis van deze gegevens kan de behandelend ambtenaar: Derde lid In veel gevallen is het wenselijk om de organisator vooraf goed na te laten denken over de veiligheid voor, tijdens en na het evenement. Uiteraard kan de behandelend ambtenaar hierbij een faciliterende rol hebben, door de organisator te begeleiden om samen tot een gedegen veiligheidsplan te komen.
Het ‘Nederlands Handboek Evenementen Veiligheid’ vormt hierbij een leidraad. Dit handboek bevat alle relevante normen en gebruiken ten aanzien van evenementen in Nederland. Het handboek is te vinden via: https://evenementenhandboek.nl/.
Vierde lid Vereist geen verdere toelichting. Artikel 2:25b Op 9 december heeft de driehoek ingestemd met het ‘Afwegingskader verzoeken plaatsing evenementenkalender Noordoost-Fryslân’. Het afwegingskader bevat een zestal stappen, met als doel het organiseren van een goede spreiding van de beschikbare hulpdiensten in de regio. Door goed te kijken naar eventuele knelpunten en de verdeling van evenementen af te stemmen op basis van een belangenafweging, kan deze goede spreiding gefaciliteerd worden. Het afwegingskader is vastgesteld door de burgemeester op [moet nog]. Aan gemeenten is voorgelegd om een keuze te maken ten aanzien van de juridische basis voor de evenementenkalender, diverse gemeenten binnen de regio Noordoost-Fryslân hebben ervoor gekozen om dit te verwerken in het evenementenbeleid en om uit te blijven gaan van de weigeringsgronden uit 1:8. De gemeente Schiermonnikoog heeft geen evenementenbeleid en ziet dan ook meer waarde in het vastleggen van nadere regels in de APV. Eerste lid Dit lid legt de maand vast waarin de burgemeester de evenementenkalender vaststelt. Tweede lid Om een aanvraag eventueel te kunnen weigeren, dient eerst een verplichting geschept te worden. Dit lid schept deze verplichting om een evenement voor 1 september in het voorafgaande jaar aan te melden voor de regionale evenementenkalender.
Op deze manier weten gemeenten wat er op de agenda staat en kan hierop geanticipeerd worden. Derde lid Het kan voorkomen dat er in de regio meerdere evenementen op een moment gepland staan. In deze gevallen wordt altijd gekeken of de evenementen tegelijk plaats kunnen vinden, indien dit niet het geval is wordt een belangafweging gedaan. De burgemeesters van betreffende gemeenten zullen altijd de afstemming met elkaar opzoeken. Vierde lid Het plaatsen op de evenementenkalender betekent niet dat er ook een vergunning zal worden verleend. Alle overige vereisten zullen nog altijd nagekomen moeten worden en ook bij onvoorziene omstandigheden kan de vergunning geweigerd/ingetrokken worden. Vijfde lid Het doel van de evenementenkalander is om op voorhand een goed inschatting te kunnen maken van de benodigde capaciteit op bepaalde momenten in het jaar. Uiteraard zal het niet voor alle organisatoren mogelijk zijn om het evenement op voorhand aan te melden, denk aan de lokale
voetbalvereniging die onverwachts kampioen wordt en een feest met het dorp wil houden. Voor dit soort onvoorziene evenementen moet uiteraard een uitzondering mogelijk zijn, dit lid schept deze uitzonderingsmogelijkheid. Artikel 2:25c Weigeringsgronden Dit artikel schept extra weigeringsgronden ten aanzien van evenementen. a) vloeit voort uit het afwegingskader; b) aanvulling op art. 1:8, onder a en b; c) wanneer een organisator niet via het vastgestelde formulier of acht weken van tevoren een vergunning aanvraagt, kan deze geweigerd worden. Hetzelfde geldt voor het niet aanmelden voor de evenementenkalender. Artikel 2:34b Regulering paracommerciële rechtspersonen Het gaat hier om bijvoorbeeld de voetbalclub, dus stichtingen en verenigingen. Daar moeten volgens de Alcoholwet beperkingen aan gesteld worden, i.v.m. oneerlijke mededinging t.a.v. de horeca. Artikel 4 van de Alcoholwet verplicht gemeenten ter voorkoming van oneerlijke mededinging regels te stellen waaraan paracommerciële rechtspersonen zich te houden hebben wanneer zij alcoholhoudende drank verstrekken. Op grond van artikel 4, eerste lid en derde lid, onder a, van de Alcoholwet moet geregeld worden gedurende welke tijden in de betrokken inrichting alcoholhoudende drank mag worden verstrekt. Met andere woorden, de schenktijden voor alcoholhoudende dranken moeten geregeld worden.
Op grond van artikel 4, eerste lid en derde lid, onder b en c, van de Alcoholwet moeten regels gesteld worden met betrekking tot door paracommerciële rechtspersonen in de inrichting te houden bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen welke niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn. Uiteraard alleen voor zover er tijdens deze bijeenkomsten alcoholhoudende drank wordt verstrekt door de paracommerciële rechtspersoon. Zoals in het algemeen deel van deze toelichting reeds is aangegeven betekent dit dat de gemeentelijke uitwerking moet leiden tot regels die op z’n minst in enige mate bijdragen aan het voorkomen van oneerlijke mededinging. NB. In de APV staan twee varianten (varianten 2 en 40) van de 40 varianten die zijn opgenomen in een bijlage bij VNG ledenbrief Lbr. 13/023 van 15 maart 2013 (Nieuwe modelverordening Drank- en Horecawet) en opnieuw bij VNG ledenbrief Lbr. … van … 2018. Om de keuze voor een specifieke bepaling te vergemakkelijken is in die bijlage een stappenplan opgenomen dat in samenhang gelezen dient te worden met het daarbij behorende stroomschema. Het stappenplan kan als basis dienen voor een eventueel door de gemeente zelf op te stellen toelichting bij de gekozen variant.
Op grond van artikel 4, vierde lid, van de Alcoholwet heeft de burgemeester de bevoegdheid om voor ten hoogste twaalf aaneengesloten dagen ontheffing te verlenen van de hier door de raad gestelde regels voor schenktijden en voor de verschillende soorten bijeenkomsten. Het gaat om bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard. Uit deze bewoordingen van de wet blijkt dat hier zeer terughoudend mee moet worden omgegaan. Te denken valt aan kampioenschappen en dergelijke grotendeels onvoorziene gebeurtenissen, maar het kan ook gaan om feestelijkheden die wel te voorzien zijn, zoals carnaval en Koningsdag.
Omdat de burgemeester deze bevoegdheid rechtstreeks aan de wet ontleent, kan de raad hier verder geen beperkingen aan stellen. De burgemeester kan hiervoor zelf uiteraard wel beleidsregels opstellen (artikel 4:81 van de Awb). De Alcoholwet valt onder de Dienstenwet en ingevolge artikel 28, eerste lid, van die wet is de lex silencio positivo van toepassing op vergunningen (daar zijn ontheffingen ook onder begrepen), tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald. Artikel 4, zesde lid, van de Alcoholwet zondert de toepasselijkheid van paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht echter uit voor aanvragen om ontheffing als bedoeld in artikel 4, vierde lid, van die wet. Artikel 2:34e Verbod ‘happy hours’ Zie Alcoholwet art. 25d. Dit zorgt ervoor dat er minder gestunt kan worden met prijzen, 1+1 gratis mag dus niet meer. Artikel 2:48 Verboden drankgebruik In dit artikel is een verbod opgenomen om in een bepaald door het college aan te wijzen gebied alcoholhoudende drank te nuttigen of aangebroken flesjes en blikjes met dergelijke drank bij zich te hebben. Dit verbod geldt uiteraard niet voor terrassen die deel uitmaken van een horecabedrijf, of voor een evenement waarbij van gemeentewege op grond van artikel 35 van de Alcoholwet toestemming is verleend om op de plaats waar dat evenement zich afspeelt alcoholhoudende drank te verstrekken.
Vanwege de wijziging van de DHW (nu Alcoholwet) in 2013, is het voor jongeren onder de achttien jaar reeds op grond van die wet verboden om alcoholhoudende drank te nuttigen of aangebroken flesjes en blikjes met dergelijke drank bij zich te hebben, daarom is hier bepaald dat het verbod geldt voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt Omvang gebied Er moet een duidelijk omschreven gebied aangewezen worden. Het kan bijvoorbeeld gaan om het uitgaansgebied in het centrum of een park of plein waar regelmatig overlast veroorzaakt wordt. Het is niet mogelijk om de gehele gemeente aan te wijzen, dit zou buitenproportioneel zijn en is daarnaast niet handhaafbaar. Bijvoorbeeld gebieden bij de bunkers, de voetbalkooi, kinderboerderij of andere (hang)plekken, zouden prima aangewezen kunnen worden. Dit geeft de politie/handhaving ook goede focuspunten in het toezicht. Verstoring openbare orde Bij daadwerkelijke verstoring van de openbare orde kunnen op grond van artikel 3 van de Politiewet 2012 bevelen tot verwijdering worden gegeven.. Soms (als bijvoorbeeld wordt geconstateerd dat flesjes worden stukgegooid) zal optreden mogelijk zijn aan de hand van artikel 424 van het WvSr (baldadigheid). De hantering van deze wetsbepalingen is in de praktijk echter niet eenvoudig.
Er bestaat daarom behoefte aan dit artikel, waardoor optreden in wat men zou kunnen noemen de ‘voorfase’ – dus het bier drinken op bepaalde plaatsen – mogelijk wordt. 2:48a Verboden lachgasgebruik
Een algemeen, voor de gehele gemeente geldend gebruiksverbod stuit op belangrijke juridische bezwaren en is vanuit oogpunt van proportionaliteit ook niet te verdedigen. Daarmee zou er geen evenredigheid meer zijn tussen middel en doel, en dat zou in strijd met artikel 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht. Daarom beperkt het verbod in het eerste lid zich tot concrete situaties van oneigenlijk lachgasgebruik, voorbereidingen of het bij zich hebben van hulpmiddelen voor dat gebruik, die gepaard gaan met verstoring van de openbare orde, nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat of anderszins hinder tot gevolg hebben. Bij de handhaving moet de gemeente kunnen aantonen dat genoemde situaties de oorzaak zijn van de overlast en dergelijke. Op grond van het tweede lid kan het college openbare plaatsen aanwijzen waar het oneigenlijk lachgasgebruik, voorbereidingen of het bij zich hebben van hulpmiddelen voor dat gebruik op voorhand verboden is, los van de vraag of dat in de concrete situatie tot ordeverstoring en dergelijke leidt. In het aanwijzingsbesluit moet het college motiveren waarom het verbod in dat specifieke gebied geldt (het belang van de openbare orde of bescherming van het woon- of leefklimaat). Uit politierapportages kan bijvoorbeeld blijken dat op bepaalde openbare plaatsen sprake is van aantoonbare en structurele overlast door lachgas.
Het college kan – als dat afdoende lijkt te zijn – in het aanwijzingsbesluit opnemen dat het verbod op bepaalde tijden geldt, bijvoorbeeld tijdens de uitgaansavonden (derde lid). Artikel 2:50a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties Verwijderd uit APV. Let op! De Hoge Raad oordeelde op 24 december 2021 dat artikel 2:50a van de APV in strijd is met het grondrecht op vrijheid van meningsuiting (artikel 7, lid 3, van de Grondwet). Daarop kan alleen bij wet in formele zin uitzondering worden gemaakt, niet in een wet in materiële zin, zoals de APV. De Hoge Raad verklaart artikel 2:50a APV onverbindend. Artikel 2:58a Verontreiniging door paarden Verontreiniging van paarden kan een ergernis vormen voor inwoners en toeristen, daarnaast is het denkbaar dat voetgangers of fietsers uitglijden door de ontlasting. Afdeling 9. Bestrijding van heling van goederen Het belang van afdeling 9 wordt zeker erkent, maar het is gezien de huidige bezetting van de organisatie niet mogelijk om deze afdeling op te nemen. Het opnemen van deze afdeling zou extra werkdruk creëren voor de medewerker OOV, dat is op dit moment niet mogelijk.
Artikel 2:69 Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: a) strand: het voor publiek toegankelijke deel Noordzeestrand van Schiermonnikoog tussen de strandpalen 1 en 18; b) vlieger: een vlieger die door twee of meer lijnen wordt bestuurd; c) vliegeren: het oplaten en opgelaten hebben van een vlieger; d) strandovergang: het voetpad dat vanaf de zeereep toegang geeft tot het strand. Artikel 2:70 Veiligheid baden en zwemmen
Dit artikel is opgenomen t.a.v. de veiligheid van zwemmers. Door een voorwerp te gebruiken om een zwemmer drijvende te houden, denk aan een luchtbed, ontstaat de mogelijkheid dat zwemmers makkelijk afdrijven de zee in. De twee opgenomen artikelen geven bijvoorbeeld de lifeguards een optie om zwemmers een instructie te geven (uiteraard niet bindend), maar wel gegrond. Bij niet opvolgen van de instructies zou er contact opgenomen kunnen worden met de politie of een toezichthouder. Artikel 2:70b Naaktrecreatie Niet elke gemeente kiest ervoor om naaktrecreatie op te nemen in de APV, dat hoeft ook niet per se. Ex. art. 430a Sr kan de gemeenteraad plekken voor ongeklede openbare recreatie aanwijzen. Het is niet zo dat alle vormen van naaktrecreatie buiten dit gebied strafbaar is, dit geldt slechts voor het openbaar verkeer bestemde plaatsen waar ongeklede recreatie niet geschikt is. Jurisprudentie ECLI:NL:HR:2015:3462 – Hoge Raad 8 december 2015, in de zaak van der Helm. Artikel 2:73a Carbidschieten Carbidschieten in de APV is altijd een beetje een zoektocht, er is nog niet veel uniformiteit. Binnen Friesland heeft de veiligheidsregio het initiatief genomen om een harmoniseringsslag te slaan. Gemeente hebben echter behoefte aan het kunnen stellen van eigen regels, soms ook in relatie tot traditie.
Wel is afgesproken dat het doel is om de eindtijden te harmoniseren, circa tussen 10.00 en 18.00 uur. De overige bepalingen en afstanden zijn overgenomen van verschillende gemeenten, zie bijvoorbeeld de APV van Leeuwarden. Art. 2:74 en 2:74a Drugs Deze artikelen richten zich ook op lachgas, hoewel dit een lastig onderwerp blijft zolang er nog geen landelijke regelgeving is. De term ‘daarop gelijkende waar’ wordt aangeraden door de VNG en legt dus niet alleen de focus op lijst I en II van de Opiumwet. Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding Bestuurlijke ophouding is een lastig onderwerp, sommigen vinden dat dit eigenlijk niet tot de bevoegdheid van een burgemeester zou moeten behoren. Het is echter wel opgenomen in de gemeentewet, dus de bevoegdheid is er. Gekozen voor de artikelen 2:1, 2:47, 2:48, 2:49, 2:50, 2:73 en 2:73a op basis van de modelverordening en een vergelijking met andere gemeenten. Artikel 3:4 Concentratie seksinrichtingen Specifiek gekozen voor ‘waarbuiten’. Op deze manier kan makkelijker een gebied aangewezen worden waar het hebben van een seksinrichting toegestaan is.
Artikel 3:5 Beperking aantal vergunningen Het verbieden van prostitutie is niet mogelijk, het aangeven van een maximum wel. Daarbij is het wel mogelijk om raamprostitutie te verbieden, zeker op het eiland kan je dat prima motiveren. Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten De keuze voor 60 dB is gebaseerd op een vergelijking met Ameland en NOF, hetzelfde geldt voor de eindtijd van 02.00 uur. Artikel 4:3 Melding incidentele festiviteiten Het maximum van 10 dagen is overgenomen uit de huidige APV en is redelijk in lijn met wat andere gemeenten doen, het maximum zou 12 mogen zijn. Artikel 4:5a Geluidhinder door motorvoertuigen en bromfietsen Artikel 4:5d verbiedt het zich ‘geluidhinderlijk’ gedragen met een motorvoertuig of een bromfiets. ‘Gedragen’ betreft niet alleen het rondrijden, maar ook het stilstaan met (luidruchtig) draaiende motor. Het artikel komt niet in strijd met het bepaalde in de Wegenverkeerswet; de Hoge Raad heeft uitgemaakt dat deze wet geen betrekking heeft op het misbruiken van de weg door personen die daarbij geen eigen verkeersbelang kunnen doen gelden. Afdeling 5: bescherming van flora en fauna 4:20 Definities en 4:21 Bestrijding iepziekten Deze artikelen staan in de huidige APV, maar niet in de modelverordening van de VNG. Op verzoek van Francine laten staan, schijnt soms toch nog wel eens nodig te zijn.
Artikel 5:2 Voertuigen van autobedrijf en dergelijke Derde lid, onder a Gekozen voor 50m t.b.v. de parkeergelegenheid. Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen Dit artikel zorgt ervoor dat parkeerexcessen anders dan op de rijbaan aangepakt kan worden (dat wordt geregeld in art. 5:10). Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt Gekozen voor vergunningstelsel (variant 1). Er is bijna nooit sprake van dit soort markten, dit levert dan ook weinig druk op bij vergunningverlening. De Europese Dienstenrichtlijn De Europese Dienstenrichtlijn is van toepassing op zowel het vergunningstelsel als het meldingsstelsel voor een snuffelmarkt. Het artikel richt zich immers tot de organisator en deze is een dienstverlener in de zin van de richtlijn. Voorts komt het voor dat er diensten worden aangeboden
op de standplaatsen, bijvoorbeeld schoenpoetsers, nagelverzorging, kappers e.d. Overigens heeft het Europese Hof van Justitie bepaald dat ook detailhandel in goederen een dienst is in de zin van de Dienstenrichtlijn. HvJ 30-01-2018, ECLI:EU:C:2018:44 (Visser Vastgoed Beleggingen/Appingedam). Dit betekent onder meer dat toepasselijkheid van de lex silencio positivo uit artikel 28, eerste lid, van de Dienstenwet voortvloeit. Afdeling 7. Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden Dit is een interessant artikel voor Schiermonnikoog, zeker met het oog op eilanderontheffingen en het op het strand mogen rijden. Hier moeten we dan nog gaan nadenken over aanwijzingen door het college, bijvoorbeeld t.a.v. het activiteitenstrand. Hoofdstuk 6. Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen Artikel 6:1 Sanctiebepaling De nieuwe modelverordening van de VNG bevat een onderscheid in artikelen en de hoogte van de boete die opgelegd wordt. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen mogelijk de eerste of tweede categorie. Boetes op grond van de APV komen op Schiermonnikoog niet vaak voor. Daarom is ervoor gekozen om deze bepaling algemeen te laten en te werken met ‘ten hoogste’. Op deze manier kan bij overtreding een afweging gemaakt worden. Dit is tevens hoe veel andere Friese gemeenten dit geregeld hebben.