12-01- Mail Burger - Toelichting protest stroomkabel-Schiermonnikoog
Tekst van het document
Geachte raadsleden, 1. Het uiteindelijke besluit van de demissionaire (!) minister van “de groene groei” (17-07-2025) m.b.t. het project van de omstreden stroomkabel is niet verwonderlijk indien men zich realiseert dat, in het kader van de theoretische economie, na de introductie van de monetaristische doctrine van de libertaire neoklassieke Amerikaanse econoom M. Friedman (1956) en de implementatie van het desbetreffende markteconomische beleid van Reagan en Thatcher vanaf 1980 èn na de privatisering van een eigen aantal staatsactiviteiten, voor het westerse bedrijfsleven de weg werd opengesteld om via de globalisering van de markten in “volle vrijheid” te kunnen ondernemen, onder het motto: “There Is No Alternative“ (TINA). De karakteristieken van de onderliggende ideologie betreffen zowel het door privaat profijt aangedreven opportunistisch handelen als het denken in termen van evenwichtige economische processen op de korte termijn – daarin past géén beschouwing van de lange termijn. D.w.z. op grond van de stokoude en mechanistische beginselen van de neoklassieke economie met de desbetreffende toepassingen van de econometrie kan geen inzicht worden verkregen in de niet-lineaire en dus onvoorspelbare gevolgen van een zogenoemd “duurzaam” productieproces.
Al decennia eerder werden toen te verwachten uitkomsten van de ermee verbonden neomercantilistische praktijken bevestigd in de economische bonanza die erop volgde in de periode: [1980-2020]. Overigens is de historische voortgang van het westerse economisch “denken & handelen” (d.w.z. het “waarom en hoe” van de economische predatiepraktijken) elders beschreven. Hier is het nuttig te bedenken dat óók de “meedenkende” accountants van de Rijksoverheid en die van TENNET in hun werkzaamheden zich hadden en hebben bekwaamd in het monetaristische kader van de neoklassieke economie, aan de hand van TINA. 2. < Òf bestaat er toch een alternatieve theoretische grondslag van economisch beleid die zich richt op de ”lange termijn” waarin de gecompliceerde problematiek van o.a. de “klimaatverandering” en de toenemende schade aan de menselijke en natuurlijke habitats op een ecologisch-economische wijze kan worden beschouwd en behandeld?>. Antwoorden worden, indien u het me toestaat, gegeven in de desbetreffende vier meegezonden PDF’s. 3. Mijn kennis en de wijze van denken heb ik grotendeels verkregen tijdens mijn studies aan de toenmalige TH-Delft (technische wiskunde) en later aan de EUR (ontwikkelingseconomie). Met vriendelijke groet, R.A.Toussaint