CConstaterende datSchiermonnikoog
Koppel je AI →
Document · PDF

06-02 - bijl.1 - Voortgangsrapportage Deltaprogramma Wadden

Raadsvergadering 25 november 2025, gemeente SchiermonnikoogBij agendapunt: Lijst van Ingekomen Stukken2.895 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voortgangsrapportage Deltaprogramma Wadden Versie 26 september 2025

Inleiding De Waddeneilanden vormen een uniek en kwetsbaar gebied binnen Nederland. Hun geïsoleerde ligging maakt ze bijzonder gevoelig voor de gevolgen van klimaatverandering. Recente data en gebeurtenissen maken duidelijk dat er in de nabije toekomt genoeg te doen is om de gevolgen van klimaatverandering het hoofd te bieden. Door de zeespiegelstijging wordt de druk op de natuurlijke en kunstmatige kustverdediging groter. Dit kan in de toekomst zorgen voor bijvoorbeeld meer erosie van het duinmassief. Ook zorgen langdurige droogteperioden (bijvoorbeeld 2018 en 2022) voor een aanslag op de zoetwaterbeschikbaarheid, terwijl extreme nattigheid (bijvoorbeeld 2023) juist zorgt voor overlast. Bovendien kan de combinatie van zeespiegelstijging en extreme droogte zorgen voor verzilting, wat nadelig is voor landbouw in de polders en voor de natuur. De Waddeneilanden werken sinds 2021 intensiever samen om oplossingen te vinden voor de impact van een veranderend klimaat. Dit doen we binnen de kaders van het landelijke Deltaprogramma Wadden en binnen een Dienstverleningsovereenkomst tussen de vijf Waddeneilanden. De afgelopen jaren hebben we ons voornamelijk gericht op waterveiligheid. Door wateroverlast en droogte hebben we in 2024-2025 voornamelijk de samenwerking op het gebied van zoetwater geïntensiveerd.

Deze rapportage richt zich met name op het onderdelen waterveiligheidsstrategie en zoetwater, waar we de komende tijd onze aandacht op willen richten. Daarnaast wordt kort ingegaan op Ruimtelijke Adaptatie. Met deze rapportage willen de we gemeenteraden inzicht geven in de onderwerpen die spelen binnen verschillende onderdelen van het Deltaprogramma.

Kader Het Deltaprogramma is het nationale programma voor waterveiligheid, zoetwaterbeschikbaarheid en ruimtelijke adaptatie. Voor het Waddengebied zijn specifieke maatregelen opgenomen in het Deltaplan Waterveiligheid en de Voorkeursstrategie Waddengebied. Deze strategie richt zich op het behouden van de natuurlijke bufferende werking van het gebied en het versterken van de waterkeringen. Ook is afgesproken dat elk Waddeneiland een eigen veiligheidsstrategie opstelt, met een grote rol voor innovatieve dijken, die beschermen tegen de zee. Sinds 2023 zijn de onderdelen zoetwaterbeschikbaarheid en ruimtelijke adaptatie geen specifiek onderdeel meer van de Voorkeursstrategie Waddengebied. Wij betreuren dit omdat deze thema’s wel relevant zijn voor de eilanden. Het Deltaprogramma Zoetwater en het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie bieden kaders en maatregelen die ook toepasbaar zijn op de Waddeneilanden. We zoeken daarom op andere manieren naar samenwerking op deze onderdelen. Een voorbeeld hiervan is een nieuw opgestarte werkgroep Zoetwater om ervoor te zorgen dat voor zoetwatermaatregelen in de toekomst gebruik kan worden gemaakt van een subsidiestroom vanuit Deltaprogramma Zoetwater. Overigens valt niet alles wat over deze onderwerpen gaat ook direct onder het Deltaprogramma.

Er zijn dwarsverbanden met afzonderlijke partners (zoals provincies en waterschappen) en bijvoorbeeld de Regiodeal.

1

Wat is er gedaan? 1. Waterveiligheid De Waddeneilanden zijn beschermd tegen de zee door duinen, dijken en kwelders. Door zeespiegelstijging en toename van stormintensiteit komen deze natuurlijke en kunstmatige barrières onder druk te staan. Het Deltaprogramma zet daarom in op een strategische versterking van de primaire waterkeringen. Bij waterveiligheid wordt gewerkt volgens de principes van meerlaagsveiligheid (zie kader). Bij de implementatie van meerlaagsveiligheid vormt de bereikbaarheid van de Waddeneilanden een extra uitdaging omdat voor, tijdens en na een eventuele ramp de havens onbereikbaar of niet operationeel kunnen zijn.

Afbeelding 1: model meerlaagsveiligheid Laag 0: waterbewustzijn (o.a. overheden) Laag 1: preventie (o.a. rijksoverheid): het voorkomen van overstromingen met sterke dijken, duinen en stormvloedkeringen. Laag 2: gevolgenbeperking (o.a. gemeenten en regio): het realiseren van duurzame ruimtelijke planning. Een zorgvuldige locatiekeuze en inrichting kan slachtoffers en schade bij eventuele overstromingen beperken. Overstromingsrisico’s gaan daarom een sterkere rol spelen in de ruimtelijke planning. Laag 3: rampenbeheersing (o.a. veiligheidsregio’s, provincies, gemeenten): Een goede voorbereiding is essentieel om effectief te kunnen handelen bij een eventuele ramp. Zo kunnen slachtoffers en schade worden beperkt. Laag 4: herstel (o.a. gemeenten, particulieren): herstel van het gebied na een overstroming. Hieronder staan onderwerpen die spelen op het gebied van waterveiligheid. Vaak is de gemeente gesprekspartner, maar niet de besluitnemer. De gemeenten nemen daarbij steeds de belangen (zoals veiligheid, toegankelijkheid, overlast, beschermen toeristisch product) van de lokale bevolking mee.

2

1.1 Waterveiligheidstrategie per eiland In 2024 is per eiland een integrale waterveiligheidstrategie (IWVS) opgeleverd. Deze strategieën zijn gebaseerd op het principe van meerlaagsveiligheid en richten zich op het vergroten van de leefbaarheid en het herstelvermogen na een overstroming (gevolgbeperking). De analyses die zijn opgeleverd vormen samen met de gekozen ambitie en de aanbevelingen (zie bijlage 1) een waterveiligheidsstrategie per eiland die de komende jaren meer vorm moet krijgen. De vijf Waddeneilanden gaan de aanbevelingen uit de analyse gezamenlijk oppakken om per eiland tot een uitvoeringsagenda te komen. Voor dit vervolg is in de meeste kadernota’s reeds ruimte gereserveerd. Binnen dit project zullen we ook contact zoeken met andere organisaties op de eilanden omdat veel vitale en kwetsbare objecten niet direct in handen zijn van de gemeente. Door het opstellen van strategie per vitaal object en/of onderdeel van de infrastructuur wordt inzichtelijk waar en wat we eventueel extra moeten doen om voor de toekomst veilig te blijven. Door het opstellen van een integrale strategie komen we op een mogelijk later cruciaal moment niet voor verassingen te staan.

1.2 Dijkversterking Op Vlieland heeft in 2024 een grootschalige dijkversterking plaatsgevonden. Op Schiermonnikoog zijn plannen voor dijkversterking in volle gang en wordt in 2025 toegewerkt naar een definitief voorkeursalternatief. Door een mogelijke aanpassing van de normen (zie 1.7) is er voor Schiermonnikoog, anders dan verwacht, nog geen definitief besluit genomen over het voorkeursalternatief. Op Texel, Terschelling en Ameland zijn de dijken niet lang geleden versterkt en is versterking voorlopig niet aan de orde.

1.3 Pilot adaptatiepaden Bij de voorbereidingen voor de dijk- en duinversterking op Schiermonnikoog is door het Deltaprogramma Wadden, op verzoek van Directoraat-generaal Water en Bodem (DGWB), een pilot gedaan naar een adaptieve aanpak. Hiermee wordt inzichtelijk wat je nu al moet doen om later veilig te blijven voor water. Ook wordt duidelijk dat sommige paden (bijvoorbeeld alleen de dijk op dezelfde manier ophogen zonder zorg voor het achterland) doodlopen. Er ligt (nog) geen vervolg van deze adaptatiepaden. Een logisch vervolg is om hier goed naar te kijken bij toekomstige dijkversterkingen.

1.4 Zandsuppleties De primaire zandige keringen (duinen) worden daar waar nodig versterkt door Rijkswaterstaat via het zandsuppletieprogramma. Hoewel het uiteindelijke besluit hiertoe bij RWS ligt wordt wel overleg gevoerd om te zorgen voor zo min mogelijk impact op met name de toeristische en natuurlijke waarden van het strand. Er wordt hierbij goed samengewerkt met RWS. Op Texel is in verband met de Variantenstudie Texel Zuid-West de voorgenomen suppletie daar aangepast.

1.5 Buitendijkse gebieden De problematiek rond zeespiegelstijging moet in de toekomst sterker worden geadresseerd, bijvoorbeeld bij de reconstructie van veerdammen, omdat deze in de toekomst vaker onder water komen te staan. Delen van West-Terschelling en Vlieland (Havenplein en bedrijventerrein) liggen buitendijks. Hoewel deze gebieden deels (Vlieland) beschermd worden door een dijk en slechts af en toe onder lopen, is dit een verantwoordelijkheid die de eilanden niet alleen kúnnen dragen. Zeker niet in de toekomst als door zeespiegelstijging deze gebieden waarschijnlijk vaker onder zullen lopen. Een van de aanbevelingen uit de Integrale Waterveiligheidstrategie is dan ook om hier nader naar te kijken. Dit zal dan ook een onderdeel worden van de uitwerking van de IWVS.

1.6 Pilot handelingsperspectief crisisbeheersing Op Ameland vond een pilot plaats vanuit de Veiligheidsregio over crisisbeheersing en wat we op een eiland kunnen doen tijdens een overstroming. Al eerder werkten we samen in het project ‘Waddenlei overstroomt’ waaruit duidelijk werd dat evacuatie van het eiland nagenoeg niet mogelijk is omdat veerdammen al overstromen voordat er sprake is van vluchten van een eiland. De

3

pilot zal in een later stadium een vervolg krijgen en hieruit zal ook een handelingsperspectief volgen.

1.7 Normering dijken In het Nationaal Waterprogramma is vastgelegd dat met de waterveiligheidspartners (waterschappen, provincies en gemeenten) is afgesproken dat iedere twaalf jaar zal worden bezien of aanpassing van de normering van onze primaire waterkeringen nodig is omdat er ‘wezenlijke veranderingen’ zijn opgetreden met betrekking tot de onderliggende aannames. Dit proces is in 2024 door de Directoraat-generaal Water en Bodem (DGWB) van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat in gang gezet en moet eind 2025 leiden tot een advies aan de minister. In een Kamerbrief (d.d. 15-1-2025) van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat staat dat uit de technische analyse volgt dat er een minder strenge norm nodig is voor bijna alle Waddeneilanden. Wij zijn het hier niet mee eens en vinden het, zeker in het licht van zeespiegelstijging, ook onuitlegbaar om over te gaan op een verlaging van de normen. Eventuele verlaging van de dijknormering kan leiden tot opgaven in laag 2 (gevolgbeperking / ruimtelijke adaptatie), laag 3 (crisisbeheersing) en laag 4 (herstel) van het principes van meerlaagsveiligheid. Op het moment van schrijven vinden hierover gesprekken plaats met DGWB. We trekken hierin samen op met onze partners in de Stuurgroep Deltaprogramma Wadden.

1.8 Ruimte voor dijkversterking Voor de (toekomstige) waterveiligheid en de verwachte zeespiegelstijging is het nodig de primaire waterkeringen te versterken. Hiervoor is ruimte nodig. In 2024 is landelijk afgesproken dat de waterschappen vanaf 2025 het initiatief nemen om in gesprek te gaan met omgevingspartners om te komen tot reserveringszones (in waterschapsverordeningen aangeduid als profielen van vrije ruimte). Zo moet het ruimtebeslag duidelijk worden die de waterkeringbeheerder voor toekomstige versterking nodig acht voor het waterveiligheidsbelang. Deze gesprekken starten in 2025/2026.

1.9 Omgaan met hoogwater Op alle eilanden is er een gemeentelijke regeling of protocol voor het omgaan met hoogwatersituaties buitendijks, met name voor de veerdammen (sluiting, wegsleepregeling), maar op Vlieland en Terschelling ook voor de buitendijkse bebouwing. De regelingen gelden niet voor GRIP-situaties. Op Vlieland is het Hoogwaterprotocol onlangs herzien. Dit proces loopt ook op Terschelling, waar de situatie is gewijzigd nu de havenmeesters in dienst zijn bij Stichting Waddenhaven Terschelling. Voor de zandige kust is op Texel de Visie en Meerjarenprogramma strand- en duingebied Noordzeekust Texel opgesteld. Hierin werken alle betrokken overheden samen om toekomstige hoogwatersituaties i.v.m. de zeespiegelstijging het hoofd te bieden, tegelijkertijd de natuur te versterken en medegebruik mogelijk te houden.

2. Zoetwaterbeschikbaarheid Door langdurige droogteperioden, zoals in 2018 en 2022, raakt de voorraad zoetwater op de eilanden sneller uitgeput. Dit vormt een risico voor landbouw, natuur en drinkwatervoorziening. Gedurende het jaar valt er voldoende neerslag, maar de neerslag valt vrijwel alleen in de wintermaanden. De winters worden zo natter en de zomers worden droger. Gevolgen zijn: (grond)wateroverlast in de winter en droogte in de zomer. De insteek bij de problematiek rondom zoetwater is daarbij steeds: water vasthouden (voor droge periodes) met zo min mogelijk (grond)wateroverlast. Met de huidige klimaatverandering moeten we ons echter realiseren dat we steeds meer zullen moeten wennen aan grote hoeveelheden water op sommige plaatsen. Oplossingen liggen bijvoorbeeld in het verleggen of ophogen van wegen en paden. Dichterbij bebouwing willen we op zoek naar andere oplossingen, zoals bij de binnenduinrand op Terschelling waar uitwijken niet altijd mogelijk is.

2.1 Integraal waterplan en bestuurlijk beleggen thema zoet water De zoetwaterproblematiek op de eilanden is anders dan aan de vaste wal omdat de eilanden beschikken over een eigen zoetwatervoorraad (zoetwaterbel) die enkel wordt aangevuld door regenwater. Voor drinkwater zijn drie eilanden ook aangesloten op drinkwater van de vaste wal.

4

Aan de vaste wal zijn veel waterthema’s geschikt om op provinciaal niveau op te pakken. In Friesland zijn deze bijvoorbeeld verwoord in het Regionaal Water Programma (RWP). Daarin staan doelstellingen rond de Kader Richtlijn Water, Klimaatadaptatie en duurzaam peilbeheer, voldoende en schoon (grond)water. In het RWP is onderkend dat de Friese eilanden elk afzonderlijk eigen hydrologische systemen hebben. Ook is afgesproken dat voor de vier Friese eilanden een Integraal Waterplan wordt opgesteld. Bij deze waterplannen wordt gekeken naar alle belangen rondom water. Van watergebruik door mensen (en de toeristenpiek in de droge periode) tot gebruik door landbouw en belang voor de natuur (Natura2000). Voor Schiermonnikoog heeft de provincie Fryslân begin juli 2025 een integraal waterplan opgesteld. We zetten ons in om ook op de andere eilanden zo’n integraal waterplan gereed te krijgen omdat hierdoor waterplannen van afzonderlijke partijen meer integraal en efficiënter kunnen worden opgepakt. Zoetwaterthema’s op de eilanden zijn nergens bestuurlijk belegd. Het ontbreekt aan integraal beleid en sturing voor de zoetwaterproblematiek op de eilanden. We weten dat er van alles speelt, maar er is geen tafel waar dit in samenwerking en samenhang wordt besproken en opgelost.

Vanuit de gemeenten en het waterschap is dit wel een wens waarover in 2024 en 2025 meerdere keren is gesproken met de provincie Fryslân. Dit heeft echter nog niet geleid tot een oplossing.

2.2 Verkenning zoetwaterbeheer en -beschikbaarheid voor de Waddeneilanden Voorafgaand aan de oplevering van alle integrale waterplannen voor de Friese eilanden, is medio 2025 gestart met een verkenning van het zoetwaterbeheer en -beschikbaarheid op de vijf Waddeneilanden. Dit is een initiatief van De Waddeneilanden, Regio Deal en IKW-Waddenfonds. Deze verkenning moet medio oktober 2025 inzichtelijk maken hoe de problematiek van huidige en toekomstige zoetwaterbeschikbaarheid en -beheer kan worden uitgevoerd. In de verkenning zijn meegenomen de opgaven en vragen die er al liggen vanuit Waddenfonds/IKW, Regio Deal, Deltaprogramma Zoetwater en EU-fondsen (Intereg, Horizon). Het vervolg op deze verkenning moet het IKW /Waddenfonds en Samenwerkingsverband De Waddeneilanden/Regio Deal verder helpen om op een effectieve wijze stappen te zetten, afwegingen te maken, zowel inhoudelijk als financieel, met zoetwater gerelateerde projecten en initiatieven op de Waddeneilanden.

2.3 Subsidietraject Deltaprogramma Zoet Water Vanuit het Deltaprogramma Zoetwater komen middelen beschikbaar voor waterprojecten waarvoor we in 2025 een eerste groslijst moesten aanvoeren voor uitvoering v.a. 2028. Projecten die vanuit de eilanden zijn aangegeven liggen op het gebied van: afkoppelen regenwaterafvoer, waterbesparing en (ondergrondse) opslag van regenwater.

2.4 Regiodeal circulaire economie Binnen de regiodeal programmalijn circulaire economie werken we met name samen om grip te krijgen op de drinkwaterconsumptie door middel van onder andere een drinkwatercampagne. Daarnaast wordt er per eiland minstens 1 waterbeheer initiatief uitgevoerd. Denk bijvoorbeeld aan het afkoppelen van hemelwater. Bovendien is op Texel een start gemaakt met opslag van water in de winter om te kunnen gebruiken in de zomer (‘Zoete toekomst’) en is bovendien vanuit de Kustvisie het project ‘water vasthouden in De Dennen’ uitgevoerd. Op Terschelling zoekt een samenwerkingsverband tussen agrariërs, overheden en wetenschappers binnen het project ‘toekomstperspectief polder Terschelling’ naar oplossingen voor waterbeheer in met name de polder. Schiermonnikoog werkt in het project Freiia samen met eilanden in Europa aan duurzame innovaties die bijdragen aan een circulaire economie. Met deze projecten krijgen we nuttige inzichten die ook op andere eilanden toepasbaar zijn.

3. Ruimtelijke adaptatie De gevolgen van klimaatverandering, zoals toenemende neerslag, langere perioden van droogte en hittestress, raken ook de Waddeneilanden. Om schade te voorkomen en toekomstbestendige keuzes te maken, is ruimtelijke adaptatie noodzakelijk. Dit betekent dat de fysieke leefomgeving zo wordt ingericht dat deze bestand is tegen de veranderende klimaatomstandigheden.

5

3.1 Integraal werken aan een klimaatbestendige leefomgeving Ruimtelijke adaptatie staat niet op zichzelf. Het is verweven met andere beleidsopgaven en zal moeten worden opgenomen in omgevingsvisies. De deltaonderwerpen Waterveiligheid, Zoetwaterbeschikbaarheid en Ruimtelijke adaptatie raken elkaar. De integrale waterveiligheidstrategie zal bijvoorbeeld voor een groot deel een ruimtelijke uitwerking krijgen. Ook aanpassingen op het gebied van zoetwater zullen vaak een ruimtelijke, fysieke uitwerking krijgen. Regentonnenacties (waterbesparing) en bijvoorbeeld ‘tegels wippen’ (verkoeling / waterstress) zijn acties die ook passen binnen de deltaprogramma’s.

3.2 Stresstesten In het kader van het Fries Bestuursakkoord Waterketen zijn voor de provincie Fryslân in 2018 stresstesten uitgevoerd. Het resultaat hiervan is terug te vinden op http://www.frieseklimaatatlas.nl/. Binnen het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie wordt de komende tijd gekeken naar een actualisatie van deze Friese stresstesten waarbij ook communicatie en handelingsperspectief nadrukkelijker worden meegenomen. Op Texel zijn de stresstesten een onderdeel van het bestuurlijk overleg Ruimtelijke Adaptatie Noordkop.

Wat gebeurt er verder? Bezoek deltacommissaris In juli 2024 bracht de deltacommissaris een bezoek aan het Dagelijks Bestuur van De Waddeneilanden in Harlingen. Tijdens dit bezoek zijn de volgende onderwerpen aan de orde geweest: integrale waterveiligheidstrategie, buitendijkse bebouwing, dijknormering, en zoet water vasthouden zonder wateroverlast. Tijdens het bezoek is tevens een brief overhandigd over de voorgenomen verlaging van de dijknormering en de gevolgen hiervan voor de Waddeneilanden.

Herijking Deltaprogramma In 2026 moet de tweede herijking voor het Deltaprogramma Waddengebied klaar zijn. Hierin krijgen adaptatiepaden en toekomstscenario’s een plek. De Waddeneilanden brengen hierbij steeds naar voren dat de eilanden plekken zijn waar mensen wonen, werken en leven en dat de eilanden dus meer zijn dan buffers voor Noord-Nederland. Ook wijzen we op de problematiek van buitendijkse bebouwing. Verder zoeken de Waddeneilanden steeds de samenhang met andere (delta)programma’s (zoals zoetwaterbeschikbaarheid en ruimtelijke adaptatie) omdat op onze eilanden alle onderwerpen in een klein gebied samenkomen.

Wat gaan we de komende tijd doen? Zoals hierboven beschreven, lopen er diverse processen, sporen en beleidsplannen, waar de onderwerpen van het deltaprogramma middenin zitten of op zijn minst aan de randen schuren. Het is daarom belangrijk steeds de samenhang tussen de verschillende onderwerpen te blijven zien en samenwerking te zoeken. De Waddeneilanden richten zich de komende tijd op de uitwerking van de waterveiligheidstrategie in een werkbare uitvoeringsagenda. Verder werken we samen om tot een gezamenlijke subsidieaanvraag te komen binnen het Deltaprogramma Zoetwater en zoeken we op het gebied van zoetwater steeds meer (bestuurlijke) samenwerking. Ook werken we volop samen op de onderwerpen die ons allen raken, zoals bijvoorbeeld de evaluatie dijknormering.

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Schiermonnikoog&id=67fb67e8-d115-4919-b2eb-09def8898a5e