CConstaterende datSchiermonnikoog
Koppel je AI →
Document · PDF

02a-Verslag-bijeenkomst-met-Scholieren

Informatiebijeenkomst Raad 14 september 2023, gemeente Schiermonnikoog4.592 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

THEMAWEEK ‘NATUURLIJK, BEREIKBAAR!’

T h e m a we e k ‘N a t u u r l i j k , B e r e i k b a a r!’ B i j e e n ko m s t Wo e n s d a g 8 m a a r t 20 23 T h e m a: O c h t e n d v o o r l e e r l i n g e n

2

8.30 tot 10.00: leerlingen uit groep 7 en 8 van OBS Ballum en ’t Ienster Ook kinderen hebben hun ideeën over de toekomstige veerboot en daarom krijgen leerlingen van groep 7 en 8 van OBS Ballum en ’t Ienster woensdagochtend als eerste leerlingen hun kans om die te delen. Ze worden welkom geheten door Rogier Havelaar, Innovatie Manager bij WPD. Wanneer de leerlingen op hun plek zitten, vraagt Rogier de groep: “Wat gaan we doen?” Iemand antwoordt: “We gaan vergaderen over de toekomst van Ameland.” Rogier: “Vergaderen jullie wel eens?” Een paar leerlingen antwoorden: “Ik zit in leerlingenraad.” “Over zakgeld.” “Over boerderij, wat er allemaal moet gebeuren”

Ideeën voor de toekomstige boot/ verbinding voor Ameland De kinderen krijgen vervolgens lege naambordjes om hun naam op te schrijven en waarop ze kunnen tekenen hoe de boot/verbinding volgens hen er in de toekomst uitziet. Allerlei ideeën verschijnen op papier, waaronder een helikopterboot, hovercraft, tunnel, onderzeeër, kabelbaan, duurzaam aangedreven boten, een veerboot die baggert tijdens de overtocht en een boot met Netflix aan boord. Rogier gaat vervolgens de groep rond om de leerlingen te laten vertellen over hun idee. Iemand zegt: “Ik denk dat je voor toeristen iets anders moet doen dan voor mensen die op het eiland wonen. Laat toeristen met de boot komen, dan kunnen eilanders over een brug.” Meerdere kinderen kwamen op het idee van een tunnel. Rogier vraagt ze waarom dit een goed idee is. “Een tunnel kan niet zinken.” Iemand anders zegt: “Ik vind het apart, en Amelanders zijn apart.” Een van de leerlingen ziet zowel een brug als tunnel zitten: “Een tunnel met brug erboven, zodat je met de fiets, auto en lopend kunt gaan. Dan hoef je niet met die slome boot.” Iemand anders vult aan: “Je kan dan gewoon doorrijden.”

4

Leuk/niet leuk aan de overtocht Rogier vraagt wie de boot sloom vindt en de meeste vingers gaan omhoog. Dan vraagt Rogier wie heel vaak met de boot gaat. Veel vingers gaan omhoog. Rogier vraagt de kinderen die vaak met de boot gaan: “Wat vind je leuk als je met de boot gaat?” • “Als je met meerdere mensen gaat, kun je lekker spelletjes doen.” • “Als je met meerdere mensen bent, kun je spelletjes doen. En het uitzicht is ook mooi.” • “Ik vind het leuk om op de iPad te zitten.” • “Het eten. Soep.” • “Ik vind het uitzicht ook mooi, want je kan op drie verdiepingen zitten. Mijn favoriete verdieping is de tweede.” Rogier vraagt vervolgens de kinderen die niet vaak met de boot gaan wat zij van de overtocht vinden. • “Je hebt een bijzonder uitstapje. Aan de wal wordt het eigenlijk altijd wel leuk.” • “Soms kijk je naar buiten en zie je een zeehondje. Het is ook mooi als een andere boot langs vaart.” • “Je ziet altijd andere dingen. En als je in Holwerd overstapt, weet je dat je iets leuks gaat doen. En als je teruggaat ben je blij dat je naar huis gaat.” Rogier vraagt wie de overtocht saai vindt en wie niet. De ene groep gaat aan de ene kant van de zaal staan, de andere groep aan de andere kant.

Rogier vraagt: “Waarom is reizen met de boot saai?” • “Ik heb dat al heel vaak gedaan.” • “Omdat het super langzaam is (veerdienst).” • “Als er vertraging is, is het nog saaier.” • “Het is heel duur.” Rogier: “Wat moet WPD doen om de overtocht minder saai te maken?” • “Sneller varen.” • “Er moeten meer dingen te doen zijn op de boot.” Deze laatste opmerking wordt meteen de nieuwe stelling. Kinderen die vinden dat er meer te doen moet zijn aan boord, mogen aan de ene kant van de zaal staan. Kinderen die tevreden zijn aan de andere kant. Een kleine groep vindt dat er meer te doen moet zijn aan boord. Rogier vraagt wat ze dan zouden wensen.

5

• “Meer dingen om mee te spelen. Spelletjeskast, lego, zoiets.” • “Een grote speelhoek.”

Rogier: “Weet ik niet. Wagenborg gaat over de boten, de route valt onder Rijkswaterstaat. En hoe de route gaat lopen, laten ze eind dit jaar weten.”

Vragen uit de groep De kinderen mogen aan de slag met de volgende opdracht. Rogier stelt de vraag: “Wat vind jij belangrijk over 10 jaar van nu, als je dan op de boot zit? Als Wagenborg nieuwe boten gaat maken, wat mogen we dan echt niet vergeten? Jullie ideeën mogen jullie op post-its schrijven.” Wanneer de leerlingen klaar zijn, plakken de docenten de briefjes op de ramen. Dat is een mooie gelegenheid voor de leerlingen om vragen te stellen. • “Ga je überhaupt die kaartjes (post-its) gebruiken?” Rogier: “Wat denk je zelf?” “Nee.” Rogier: “Ik ga straks aan jullie vragen wat jullie de meest belangrijke ideeën vinden van alle ideeën die straks op de post-its staan. Daarmee gaan we wat doen. Niet met álle ideeën.”

• “Welk idee vinden jullie het beste voor de boot?” Rogier: “Gisteravond vertelde een man over zijn dochter die in het ziekenhuis lag. Hij zei dat het voor hem belangrijk was om een goede verbinding te hebben. Ideeën die zorgen dat die zekerheid er is, vind ik goede ideeën.”

Wensen voor 2030 De post-its zijn op de ramen geplakt en Rogier vraagt aan de juf van groep 8 wat we bij die groep vooral zien. Antwoord: “Ideeën voor duurzaamheid, comfort, gemak, buffet en hoe kinderen zich het beste kunnen vermaken.” En bij groep 7? De meester vertelt: “Er is hier vooral ingezet op de kindvriendelijkheid van de boot. Dat er bijvoorbeeld spelletjes te spelen zijn. En zelfs een zwembad en voetbalveld. En ze willen gezond eten kunnen kopen.”

• Gratis prik of normaal water (drinken) • Bioscoop • Gokmachine/gokhal • Aquarium • Spa • Kroeg/club • Golfbaan/voetbalveld/sporthal • Stormbaan op het water • Luxe banken/massagestoelen • Meer stopcontacten (en die moeten lager) • TikTok-hal/game hal (met VR) • Tikkertje/verstoppertjekamer

Stellingen Als laatste krijgen de kinderen nog enkele stellingen voorgelegd. De kinderen kunnen aan de ene kant van de zaal staan als ze het eens zijn en aan de andere kant als ze het oneens zijn.

STELLING 'KĚCNFGRSMOGěGNUOORRCNILRĞIGN'GN KNVONGRMOGěCĚěĞFMGěFGGKIGNCTěOMGě de veerdienst kunnen.

Het merendeel is het hiermee eens. • “Worden er ook nieuwe boten gebouwd?” Rogier: “Ja. We zijn daar nu ideeën voor aan het verzamelen” • “Wat gaan we doen met het idee van Holwerd aan Zee?” Rogier: “Weet ik niet. Ik weet alleen dat mensen die naar Ameland willen, dat we die vervoeren.” • “Gaan jullie meer sneldiensten inzetten of blijft de veerdienst hetzelfde nu de geul dichtslibt?” Rogier: “Weet je wat grappig is? De veerboot steekt 1,35 meter onder water. De sneldienst steekt iets minder diep. Die vaart heel snel en dan verplaats je heel veel water en dan lig je ook heel diep. Dus voor beide boten heb je voldoende water nodig.” • “Heb je zelf ook ideeën?” Rogier: “We hebben wel wat ideeën, maar nu nog niet. Omdat we eerst willen luisteren naar wat de mensen belangrijk vinden. Tijdens jullie zomervakantie denken we na over hoe we dat vertalen naar een plan.” • “Blijft de route hetzelfde?”

6

De kinderen krijgen elk vijf stickertjes en die mogen ze plakken bij de ideeën die ze het belangrijkst vinden. De stickertjes mogen alle vijf bij hetzelfde idee, of verspreid over meerdere ideeën worden geplakt. Verschillende ideeën springen er vervolgens uit. Best veel kinderen willen goede wifi aan boord. Rogier vraagt een leerling waarom hij dat belangrijk vindt. Het antwoord: “Voor het gamen”. Ook populair is een discotheek. “Waar je lekker kunt feesten!” Een ander idee dat veel stickers heeft gekregen, is een aquarium. Waarom? “Daar kunnen we mooi naar kijken.”’ De post-its die de meeste stickers hebben gekregen zijn verzameld en daaruit blijken de volgende ideeën/wensen populair: • Leuke tv-programma’s • Speelhoek/speelhal/spelletjeskast/arcade • Chillruimte/stiltecoupé • Miniconcert • Een hondentoilet • Glazen vloer (voor uitzicht) • Uitzicht mag niet belemmerd worden • Pizza/snackbar/meer eten aan boord

Argumenten voorstemmers • “Als wij iedereen van de wal met auto laten komen, is het niet meer leuk voor ons.” • “Sommige eilanders vinden dat we de baas zijn, dus we moeten voorrang hebben.” Argumenten tegenstemmers • “Het maakt niet heel veel verschil. Wie eerder boekt, mag gaan.” • “Iedereen heeft evenveel rechten.”

STELLING Wagenborg vaart door natuurgebied. Dus de veerdienst moet helemaal milieu- en NCěTTRURKGNFGĚĞLYĞN

Het grootste deel is het oneens. Argumenten voorstemmers • “Dat is beter voor de dieren en de zee.” • “Dat vind ik ook.” Argumenten tegenstemmers • “Hij hoeft niet helemaal milieuvriendelijk te zijn. Hij kan wel zonnepanelen hebben, maar hoeft niet al het water te recyclen of zo.” • “Het is water en op water kun je varen. De kachel moet roken.”

STELLING Toeristen mogen niet meer met hun auto naar Ameland komen.

Iedereen oneens op één leerling na. Rogier sluit deze bijeenkomst af met: “Aanstaande zaterdag hebben we de Open Deuren Dag. De stelling is: ik vind het wel leuk om naar de Open Deuren Dag te komen.” De groep is het daar op een enkeling na mee eens. Als bedankje voor het meedenken krijgen alle leerlingen een broodje hotdog.

10.30 tot 12.00: leerlingen uit groep 7 en 8 van basisscholen Koningin Wilhelmina Hollum en Kardinaal de Jongschool Een half uur na vertrek van de eerste groep leerlingen, arriveren de groep 7 en 8-leerlingen van de Koningin Wilhelmina en Kardinaal de Jongschool. Wanneer iedereen heeft plaatsgenomen, vraagt Rogier ook aan deze groep of ze wel eens vergaderen. Een paar vingers gaan omhoog. Een leerling vertelt dat ze de dag ervoor nog een vergadering had over de feestwagen. Voor de rest vertelt een leerkracht dat ze onlangs nog had vergaderd over de leerlingen. Opnieuw worden lege naambordjes uitgedeeld waar de leerlingen hun naam op mogen zetten én hun idee voor de boot/verbinding van de toekomst. De creaties die ontstaan zijn: • Onderzeeboot • Jetski boot • Een boot die wat boven het wateroppervlak vaart • Een elektrische veerboot • Een boot met sportzaal • Een hovercraft • Een snellere boot/kleine en snellere boot met minder auto’s • Grote snelboot • Dezelfde boot • Hybride boot • Boot die vaart op wind • Snelle boot met onderwater view • Snelle boot met zonnepanelen en bowlingbaan • Weg onder zee of een snellere boot of meer boten

7

• Boot met planten Rogier gaat de meest genoemde ideeën langs. “Wie van jullie had een hybride boot getekend? Wat is dat eigenlijk?” Antwoord: “Die vaart op benzine én stroom.” Rogier: “Ook veel mensen die onderwaterramen hebben getekend. Waarvoor is dat?” Antwoord: “Om naar de zee te kijken.” Rogier: “En het idee voor een onderzeeër?” Antwoord: “Lijkt me gewoon leuk.” Rogier: “Heel veel van jullie hebben een snellere boot getekend. Waarom?” “Dan ben je sneller op je bestemming.” “Als je lang op zee bent, is het saai.” Rogier: “Wie gaat er vaak met de veerboot?” Ongeveer de helft van de vingers gaan omhoog. Rogier vraagt: “Waar moeten jullie dan naartoe?” “Voetbal”, antwoorden er twee. “Gitaarles.” “Naar mijn vader.” “Ik moet heel vaak naar het ziekenhuis voor operaties.”

Leuk/niet leuk aan de overtocht De leerlingen krijgen de vraag om te vertellen wat ze leuk vinden aan de overtocht met de veerboot. • “Je kan lekker zitten, het is er fijn.” • “Die tv op de onderverdieping.” • “Je kunt ’s ochtends even ontbijten. Je kunt ook lekker zitten op de bank. Op de onderverdieping, als je een spelletje wilt doen, doe je daar je schoenen uit en kun je op de bank staan.” • “Het eten. De soep.” • “Op het dek kijken.” En dan mogen ze zeggen welke dingen niet leuk zijn. • “Het duurt een beetje lang.” • “Je hebt vaak vertraging.” • “Als de broodjes op zijn.” • “In vakantietijd is het druk.” • “Je mag niet rennen aan boord.” • “Het stinkt aan boord naar zeelucht.” • “De wifi doet het af en toe niet zo goed.” • “Meestal zijn de plekken bij het raam bezet.” • “Als je per ongeluk een boot mist, moet je minstens een uur wachten.” • “Dat het soms heel erg schommelt.” • “We moesten eens naar voetbal en toen voer de boot tegen een zandbank aan, toen vielen we allemaal om.”

Vragen uit de groep Nu is het tijd voor de groep om vragen aan Rogier te stellen over wat WPD aan het doen is. Het volgende komt aan bod. • “Hoe lang werk je al bij WPD?”

8

Rogier: “Sinds november.” • “Wat zou je zelf willen dat er verandert?” Rogier: “Ik zou wel een duurzame boot willen en een boot die veel vaart zodat mensen wel over kunnen.” • “Hoeveel mensen werken bij Wagenborg?” “Dat zijn er 139.” • “Wat vind je zo leuk aan het werk?” Rogier: “Om met collega’s samen iets te maken. In het bijzonder op het laatste moment iets verzinnen en dat je denkt: gaat het lukken? En dat het dan lukt.” • “Hoe lang bestaat Wagenborg? Rogier: “Meer dan honderd jaar.” • “Waarom zijn de boten vernoemd naar Sier en Oerd?” Rogier: “Weet iemand dat?” Iemand zegt: “Dat waren dorpjes en die zijn in zee weggezakt.” Rogier: “Ja, heel goed, dat zijn verdwenen dorpen.”

Wensen voor 2030 Rogier legt uit dat WPD alle ideeën gaat inventariseren. “We vragen zo veel mogelijk mensen om ideeën op een briefje te schrijven. De vraag aan jullie is om op post-its jullie ideeën op te schrijven: wat vind je super belangrijk of leuk?” De leerlingen mogen vervolgens met stickers aangeven welke dingen ze het belangrijkst vinden. Rogier gaat weer langs de docenten om te vragen wat populaire ideeën zijn. Bij de ene groep somt de leerkracht op: “De inrichting van boten, meer ruimte en zichtplekken. Meer winkels aan boord. Betere wifi. Speel-/ sportplekken. Eten. Ruimte voor auto’s. Andere soort boten. Geulen. En aandacht voor dieren.” Bij de andere groep somt de leerkracht op: “Het gaat vooral over eten. En over een snellere en grotere boot, met ramen onder water en meer verdiepingen. En over TV en spelletjes.” De post-its die stickers hebben gekregen, zijn verzameld en daaruit blijken de volgende ideeën populair: • Een heel grote sneldienst waar ook auto’s op kunnen • Drie boten en een betere geul • Meer gratis dingen voor scholen als ze op schoolreis gaan • Grotere banken voor scholen/comfortabele banken • Meer spullen voor dieren/dieren knuffelen aan

boord/aquarium • Grotere tafels en meer ruimte. • Onder water ramen/meer ramen • Winkels • Minder dure kaartjes • Een basketbalveld/volleybalnet • Schonere tafels/banken en prullenbakken • Betere muziek/een tv met Netflix en YouTube en heel veel muziek/meer tv’s • Gameplek • Snellere wifi • Snellere boot • Eten: McDonalds/glutenvrije koekjes/brood/ snoepwinkel • Meer bezigheden voor kinderen: speelplek, knutselplek, mini-speeltuin • Zwembad • Robot-medewerkers • Meer plek voor auto’s • Meer verdiepingen • Open dak dat je in de winter dicht kunt doen Rogier vat samen: “Ik zie bij wifi, snelheid, spelen/ knutselen heel veel stickers. Het idee voor een McDonalds aan boord heeft zoveel stickers dat de tekst niet meer zichtbaar is. Gehaktballen aan boord idem dito. Ook ligbanken en een chillruimte zijn populair.”

Stellingen Als laatste krijgen de leerlingen stellingen voorgelegd. Ze kunnen aan de ene kant van de zaal staan als ze eens zijn en aan de andere kant als ze oneens zijn.

STELLING

'KĚCNFGRSMOGěGNUOORRCNILRĞIGN'GN KNVONGRMOGěCĚěĞFMGěFGGKIGNCTěO gebruik kunnen maken van de veerdienst.

Het overgrote deel is het ermee eens, een handjevol leerlingen oneens. Argumenten voorstemmers • “Eilanders moeten vaker met de boot dan andere mensen.” • “De mensen van de wal mogen wel op de boot, maar wij mogen eerst.” • “Als mensen die op de wal wonen naar iets belangrijks moeten, kunnen ze er zo naartoe. Wij niet.” • “Ik vind dat Amelanders voorrang moeten krijgen.” • “Eilanders komen vaker met de boot, dus dat is meer winst.” Argument tegenstemmer • “Iedereen mag gewoon mee op de boot.”

STELLING

De boten van WPD moeten helemaal MKĚKGTGNNCěTTRURKGNFGĚĞLYĞN

Een grote groep is het hiermee eens, een handjevol oneens. Argumenten voorstemmers • “Meer CO2 in de lucht is niet goed voor de natuur.” • “We moeten om de natuur denken.”

STELLING

+GFGRGGNMOGěYĞNGKIGNGěGNMGGNGMGN aan boord, aan boord eten is niet nodig.

Er zijn ongeveer evenveel voorstanders als tegenstanders.

Argument voorstemmers • “Je hoeft niet altijd te eten.” Argumenten tegenstemmers • “Je zit soms een uur op de boot en dan wil je wat eten. En je wilt eten kopen omdat dat lekker is.” • “Als er een McDonalds aan boord komt, dan hoef je geen eten mee te nemen.”

STELLING

Toeristen mogen hun auto niet meer meenemen naar Ameland.

Het grootste deel is het oneens.

Argumenten voorstemmers • “Omdat het altijd zo druk is.” • “Het vervuilt het milieu.” • “Je kunt ook met de bus.” Argumenten tegenstemmers • “Gewoon.” • “Ligt er een beetje aan. Je mag de auto mee, maar je moet je dan wel gedragen.”

STELLING

Zaterdag is de Open Deuren Dag van WPD. 9KGĚĞLěJGěĚGTLOMFCCRNCCRěOGěGICCN!

Iedereen heeft er zin in om te komen. Als bedankje voor het meedenken krijgen alle leerlingen een broodje hotdog.

13.00 tot 13.30 uur : leerlingen van de Burgemeester Walda School, 12-14 jaar Wanneer alle jongeren aan tafel zitten, krijgt ook iedereen uit deze groep een naamkaart waarop ze hun naam kunnen zetten, plus hun idee voor de veerboot/verbinding van de toekomst. Rogier vraagt ze vervolgens: “Wie van jullie vaak met de veerdienst?” Veel vingers gaan de lucht in. “En wie niet zo vaak?” Weinig vingers gaan de lucht in.

9

Leuk/niet leuk aan de overtocht Rogier legt uit dat hij benieuwd is naar wat de leerlingen wel en niet leuk vinden aan de overtocht. Te beginnen met de positieve punten. Dit is wat genoemd wordt: • “Free wifi.” • “Eten.” • “Dat je aan de overkant komt.” • “Als je op de boot zit naar de wal, krijg ik een vakantiegevoel.” (Applaus) Negatieve punten worden ook genoemd: • “Helemaal niks.” • “Niks.” • “Het nadeel is, hij is veel te traag.” Rogier vertelt over de bijeenkomst die de dag ervoor plaats heeft gevonden. “Gisteravond hadden we een gesprek. Er was een meneer die vertelde dat zijn dochter heel ziek is geweest en ik zag dat hij best emotioneel was. Hij vertelde hoe belangrijk hij het vond dat hij van het eiland af kon.

Heeft iemand dat ook eens meegemaakt?” Er zijn maar een paar leerlingen die dat hebben meegemaakt: “Ik moest naar het ziekenhuis, maar dat kon.” “Ik ook, maar dat kon ook.” Docent: “Ik moest bevallen en toen was er geen helikopter in de nacht en toen moest ik met de boot.” Rogier: “Hoe is dat voor jullie, een boot vol toeristen?” • “Irritant.” • “De boot zat eens vol toen ik met de trekker over moest.” • “Vervelende kinderen die lopen te schreeuwen, van de wal.” • “Mensen gaan bij het raam zitten, maar daar zitten de opladers.” • “Soms is het lastig om vlak van tevoren mee te kunnen met de auto.” Vraag en antwoord Ook deze groep krijgt de kans om Rogier de kleren van het lijf te vragen. • “Waarom zitten er jets onder de boot die water wegzuigen?” Rogier: “Om snel te varen.”

10

• “Waarom maak je die vaargeul niet dieper?” Rogier: “Dan zakt hij in. En wat lastig is, het is altijd zoeken tussen natuur en bereikbaarheid. Baggeren mag tot 4 meter diep en 50 meter breed en dan krijg je wat we nu hebben qua vaargeul.” • “Het zand dat je baggert en ergens anders stort, stroomt weer terug.” Rogier: “Dat klopt. Zand dat je uit de Waddenzee haalt, moet in de Waddenzee blijven. Natuurorganisaties vinden dit ook wel interessant. Want door zo te baggeren, heb je twee keer een troebele bodem waar het bodemleven last van heeft. Het wordt toch gedaan, want al het zand dat je uit de Waddenzee weghaalt, zorgt ervoor dat er meer zand van de Noordzee komt, wat je dan weer terug moet storten.” • “Waarom zijn er geen hovercrafts?” Rogier: “Die vliegen over het water heen, maar ze maken ook heel veel herrie. Je hoort het geluid overal over het eiland.”

Wensen voor 2030 Iedereen krijgt een pen en post-its. Rogier vraagt de jongeren om op de briefjes antwoord te geven op de volgende vraag: wat zou in de toekomst de overtocht leuker maken? De leerlingen schrijven de ene na de andere post-it vol. Vervolgens plakken de docenten de papiertjes op de ramen, waarbij alle ideeën naar onderwerp worden geclusterd. Wanneer de docenten klaar zijn, vraagt Rogier wat de ideeën van de groepen zijn. Een docent gaat de briefjes van zijn groep langs, en noemt: • “Wc’s stinken op de boot en moeten schoner.” • “Dat Amelanders voorrang krijgen op de toerist.” • “Achtbaan, gamehal, voetbalveld.” • “Zitplaatsen.” • “Eten, gehaktballen, saucijzenbroodjes” • “De snelheid van de boot.”

• “Waarom kan een boot niet sneller varen?” Rogier: “Als je vaart, dan verplaats je water. En als je snel vaart, verplaats je veel water. Dus om snel te varen heb je veel water nodig. Je hebt diepgang nodig voor stabiliteit.”

De volgende docent gaat de briefjes van zijn groep langs en noemt: • “Veel knappe stuurmannen aan boord.” • “(Goedkoop) eten aan boord.” • “Betere wifi.” • “Oplaadplekken.” • “Meer ruimte, minder stress.” • “Plekken vrijhouden.” • “Muziek, gamehal, etcetera.” • “Snelheid.”

• “Waarom zijn er geen grote boten die sneller gaan?” Rogier: “Ik denk dat die wel bestaan, maar dan heb je meer diepgang nodig. Die ruimte is er in de Waddenzee niet.”

De volgende docent gaat de briefjes van zijn groep langs en noemt: • “Een stiltecoupé.” • “Snellere boot.” • “Goedkoper.”

• “Amelander secties en minder toeristen.” • “Betere tv, andere zenders, bioscoop en gamehal.” • “Wifi.” • “Beter eten (patat).” • “Veel over spelen.” • “Stank op boot.” De laatste docent gaat de briefjes van zijn groep langs en noemt: • “Speelhal, disco.” • “Action, Kruidvat, winkels.” • “Betere wifi.” • “Schoonheid van wat we zien.” • “Eten.” Ook deze leerlingen krijgen stickers om hun favoriete ideeën te markeren. Wat wordt zoal als het belangrijkste gezien? Rogier gaat langs de briefjes en somt op: “Patat, snellere boten, stiltecoupé, stopcontacten, minder laten stinken. Waar stinkt het dan naar?” “Naar schijt.” Rogier: “Stinkt het overal?” “Soms alleen op de wc maar ook wel eens beneden.” Plekken met auto’s vrijhouden voor Amelanders is ook een suggestie. Rogier: “Hoeveel plekken?” De leerlingen zeggen 10 of 15. Rogier: “Dus jullie zeggen: op elke afvaart moeten 10 plekken vrij zijn.” “Gewoon de hele rechterbaan”, zegt iemand. Rogier: “Vind je dat eilanders altijd met hun eigen auto op de boot moeten kunnen, of is het ook oké als er in noodgevallen deelauto’s in Holwerd staan?” Met dit laatste is de groep het eens. Eén iemand zegt: “Maar dat moet wel goed geregeld worden, want of je een noodgeval hebt of je gaat even shoppen, daar zit wel verschil tussen.” Rogier: “Wie moet dat bepalen?” “Wagenborg.” Rogier: “Ik scheur uit mijn broek en ik moet echt shoppen.

Mag ik dan op de boot?” “Nee, er zijn hier ook winkels.” Verder zijn meer gehaktballen en meer frikandelbroodjes populair, evenals betere wifi en gamehal. Rogier: “Er valt me vandaag wel iets op. Ik zie alleen maar beleving. Ik zie niks over duurzaamheid. Niet belangrijk?” Het antwoord: “Nee.” Rogier: “Klopt het dat nachtvervoer niet zo belangrijk is?” Het antwoord: “Ja.” De post-its die stickers hebben gekregen zijn verzameld en daaruit blijken de volgende ideeën

populair: • Meer gehaktballen/frikandelbroodjes/goedkoper eten • Gratis wifi maar dan beter dan nu • Rustige ruimte • Minder vertraging • Betere zitplekken/zachtere banken /meer ruimte om te zitten • Meer stopcontacten, niet alleen bij raam/telefoon kunnen opladen • Autoplekken vrijhouden voor Amelanders • Goedkopere tickets (voor Amelanders) • Speelplaats voor kinderen/speelkasteel/speelhal/ spelletjes • Winkels • Meer ramen/onder water ramen/meer plaatsen bij raam • Meer boten voor meer mensen • Grotere boot • Grote sneldienst waar auto’s op kunnen • Meer schoonmakers/betere geur aan boord • Snellere boot/minder vertragingen

Stellingen Dan volgen enkele stellingen. De leerlingen die het ermee eens zijn, gaan naar de ene kant van de zaal, de leerlingen die het oneens zijn naar de andere kant.

STELLING

'KĚCNFGRSMOGěGNUOORRCNILRĞIGNGGN KNVONGRMOGěCĚěĞFIGDRTKLLTNNGNMCLGN van de veerdienst met eigen veerdienst.

Handjevol leerlingen is het oneens, de meesten zijn eens.

Argumenten voorstemmers • “We betalen er ook voor.” Rogier: “Maar niet-eilanders ook, toch?” • “Ik vind dat eilanders meer voorrang mogen hebben.” Rogier: “Waarom vind je dat?” “Omdat we vaker met de boot moeten.” • “Zonder de boot kom je het eiland niet af.” Argumenten tegenstemmers • “We leven hier van de toeristen.” • “Als wij altijd een plek moeten hebben op de boot, gaat er misschien altijd een plek verloren. En dat kost ook geld.” Rogier: “Dat klopt, want dan heb je overcapaciteit.”

STELLING

WPD vaart door natuurgebied, daarom moeten de nieuwe boten helemaal FTTRYCCMGNNCěTTRURKGNFGĚĞLYĞN

Grotendeels oneens. Onder de voorstemmers zijn 2 leerkrachten.

11

Argumenten tegenstemmers • “Omdat het volgens mij niet eens kan.” • “Je moet toch met de boot over, wat maakt het uit?” • “Het is eigenlijk niet mogelijk, diesel is enige manier om lang te varen zonder op te laden.” Rogier: “Ik heb gesproken met de netbeheerders en elektrisch varen kan. Het is maar een kort stukje, er zijn batterijen beschikbaar. Alleen is er geen elektriciteit. Dus stel je voor, het is mogelijk, ga je dan toch bij de ‘eens’ kant staan?” Een kleine groep gaat over. #RITMGNěGNěGIGNSěGMMGRSNCFGYG herverdeling

• “Een batterij is niet goed voor het milieu.” • “Een motor is veel betrouwbaarder.” • “Als je stroom moet maken, komt daar veel rotzooi bij vrij.” Argumenten voorstemmers

• “Als het elektrisch kan, moet je het doen.” • “Met de opwarming van de aarde is het belangrijk om duurzaam te blijven.” • “Als je het hele klimaat om zeep helpt, dan heb je groter probleem.”

STELLING

Toeristen mogen niet meer met de auto naar Ameland.

Grotendeels oneens.

STELLING

92&JOTFěYCěGRFCIFG1PGN&GTRGN&CI 9GĚCěGNJGěCTěORĞFGLUCNFGěOGLOMSě YKGNMGěNKGTVGĂGěSGNGNCTěO¥S9KG YGIěĚGTLKLLOM!9KGYGIěSCCK!

Alle leerlingen gaan naar de ‘saai’ kant.

Afronding Het is bijna tijd dat de leerlingen weer naar school moeten. Rogier vertelt: “Ik ben in november begonnen bij WPD en ik kreeg gelijk te horen: de eilanders vinden de veerboot heel belangrijk. Als ik naar jullie briefjes kijk, dan gaat het over eten en knappe jongens. Ik ben benieuwd, als je zelf naar de veerdienst kijkt, wat betekent het dan voor jou?” Reacties: • “Maakt niet zoveel uit.” • “Eigenlijk is het wel belangrijk. Wij hebben thuis een boerderij en zonder boot heb je geen inkomsten.” • “Het is belangrijk want je moet heen en weer kunnen varen.” Rogier: “Wie gaat aan de wal wonen?” Veel vingers gaan de lucht in.

• “We hebben fietsverhuur, dus het kan ook gewoon op fiets.” • “Er moet goede, goedkope parkeerplaatsen op Holwerd komen. En op Ameland gratis ov naar alle huisjes.”

Tot slot vraagt Rogier wat de leerlingen van de middag vonden. Of er misschien iets is waar ze nog over na zullen denken. Reacties • “Ik ga er thuis niet over nadenken, maar dit is beter dan een les.” • “Ik vond dit leerzamer dan op school zitten.”

• “Als er geen auto’s zijn, dan gaan ze met het ov. Dat levert ook overlast op.”

Ook deze groep leerlingen wordt bedankt met een broodje hotdog alvorens ze hun dag vervolgen.

Argumenten voorstemmers

Argumenten tegenstemmers

12

• “Als je Ameland autoluw wilt hebben, gaat een groot deel van de winst weg.” • “Als je met de auto gaat, is dat handig.”

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Schiermonnikoog&id=62081fc1-4617-4d38-8bdd-770a1c05c463