Verslag van de hoorzitting commissie benoeming wethouder
Tekst van het document
1 Verslag van de digitale hoorzitting via MS Teams van een commissie van de gemeenteraad van Schiedam, gehouden op dinsdag 30 maart 2021, met het oog op de kandidatuur van mevrouw A.J.M. Laan voor het wethouderschap in verband met het vertrek van wethouder F.B. Minhas. Aanvang 19.00 uur. Gemeld hebben zich vijf leden, te weten A.J. Kuin (D66) (voorzitter), C.F. de Jong (AOV), S.F. Hamerslag (Progressief Schiedam), G. Polat (DENK) en P.D.R. van Kraaij (OPS), alsmede mevrouw A.J.M. Laan. Griffier is J.W. Scherpenzeel. De Voorzitter: Ik heet jullie allemaal hartelijk welkom. Door het vertrek van wethouder Minhas is een vacature ontstaan. De VVD-fractie heeft voor de vervulling van deze vacature Antoinette Laan voorgedragen. Overeenkomstig art. 11 van het Reglement van orde heeft de raadsvoorzitter een commissie ad hoc benoeming wethouder samengesteld, bestaande uit mevrouw Polat en de heren Van Kraaij, De Jong, Hamerslag en ondergetekende, die zal optreden als voorzitter. Vanavond zullen wij met mevrouw Laan in gesprek gaan om haar beter te leren kennen en om de bevindingen van de integriteitstoets te bespreken. Zoals blijkt uit de stukken heeft het bureau BMC een toets uitgevoerd, waarvan het rapport openbaar beschikbaar is. Na deze hoorzitting zal de commissie advies uitbrengen aan de raad.
In dat advies geven wij aan in welke mate de kandidaat voldoet aan de criteria voor benoeming zoals opgenomen in het Reglement van orde. Voor wij onze vragen stellen geef ik echter heel graag het woord aan mevrouw Laan om zich in het kort te introduceren. Mevrouw Laan: Dank je wel. Dank je wel ook voor de mogelijkheid het op deze manier te doen en dank aan de collega’s die wellicht meekijken. Ik heet Antoinette Laan en woon in Rotterdam met mijn echtgenoot, drie zoons, die middelbaar onderwijs volgen, en een hond. Van jongs af aan heb ik belangstelling voor het openbaar bestuur. Ik wilde eigenlijk politicologie gaan studeren maar dat mocht niet van mijn vader omdat ik dan werkloos zou worden. Ik heb via een omweg toch mijn doel bereikt. Ik ben bestuurskunde gaan studeren en dat bood de mogelijkheid de politicologische variant te doen. Via omzwervingen ben ik in Kralingen-Crooswijk terechtgekomen, een wijk met 52.000 inwoners, en daar zes jaar dagelijks bestuurder van de deelgemeente geweest. Ik had er de portefeuille ruimtelijke ordening, verkeer, kinderopvang sport en recreatie. Na op een advocatenkantoor te hebben gewerkt is mijn man aan de slag gegaan bij Buitenlandse Zaken. Hij kreeg een plaatsing in het buitenland, zodat wij ook drie jaar in Zuid-Afrika hebben gewoond. Daar kreeg mijn middelste zoon, twee jaar oud, leukemie en toen zijn wij teruggekeerd naar Nederland.
Wij hebben twee jaar lang voor hem gezorgd, met alle chemo’s die daarbij kwamen kijken. Het gaat nu heel goed met hem en hij is net zo’n puber als zijn twee broers. Hij zit in de vierde klas van het gymnasium en het gaat lekker. Op een gegeven moment kwam ik op de lijst van de VVD voor de Rotterdamse gemeenteraad met het idee dat mijn lijsttrekker, Jeannette Baljeu, die nu bij de provincie werkt, wethouder zou worden en ik fractievoorzitter. Bij de onderhandelingen kregen wij echter twee wethouders. Nadat ik twee jaar fulltime thuis was geweest, ben ik eigenlijk vier jaar niet meer thuis geweest. Na de volgende verkiezingen viel de VVD bij de coalitieonderhandelingen buiten de boot en zat ik ineens in de gemeenteraad. Met veel liefde heb ik drie jaar in de raad gezeten als voorzitter van een oppositiefractie, wat even omschakelen vergde. Het heeft mij echter heel veel inzicht gegeven in het belang van samenwerking teneinde tot mooie dingen te kunnen komen. Via een mooie kans ben ik toen in de Tweede Kamer beland, waar ik verschillende portefeuilles had, waaronder ruimtelijke ordening. Vanmiddag heb ik afscheid genomen van de Tweede Kamer. Ik kreeg van de voorzitter een mooie speech.
Via de VVD diende zich de mogelijkheid aan om in het mooie Schiedam een jaar wethouder te worden en samen met de raad en het college de mooie dingen die jullie al in de steigers hebben gezet voort te zetten. Ik heb ook een speciale liefde voor de sport. Ik wil dan ook graag aan de slag met de sport maar ook met de andere dingen die op het bordje liggen en mooie kansen creëren voor het college dat volgend jaar aan de slag gaat.
1
2 Ik ben in Enschede geboren. Ik heb overal in Nederland gewoond, want mijn vader was luchtmachtofficier, wat betekende dat wij elke twee, drie jaar verhuisden. In die zin ben ik niet zo honkvast. Ik kijk ernaar uit bij jullie aan de slag te gaan. Het is vlakbij de plek waar ik woon. Mijn man zei dat het niet alleen met het ov maar ook met de fiets vlakbij was. Ik heb hem echter gezegd dat het ook met de auto vlakbij was. Bij ons thuis is dat afhankelijk van de modaliteit die je aanhangt. Ik ben graag bij jullie. Wij zijn sowieso al vaak op de sportvelden in Schiedam geweest, aangezien mijn zoons voetballen en rugbyen. Ik ben echter ook benieuwd naar de rest. De Voorzitter: Dank je wel voor deze introductie. De heer De Jong: Ik vind het heel fijn u te ontmoeten, al is het dan digitaal. Ik heb met veel belangstelling uw indrukwekkende cv gelezen. Daaruit blijkt dat u een politica met heel veel ervaring bent. U bent bekend met de dynamiek van het wethouderschap en het raadslidmaatschap in Rotterdam en ook lid geweest van de Tweede Kamer. Nu wilt u lid worden van het college van burgemeester en wethouders in Schiedam. Bent u bekend met Schiedam en de dynamiek van ons gemeentebestuur en wat mogen de Schiedammers van u verwachten? Mevrouw Laan: Schiedam is na naar ik meen Lelystad en Almere de stad met de meeste fracties in de gemeenteraad, 15 fracties op 35 zetels.
Dat geeft dynamiek. Ik stel mij voor hoe een begrotingsbehandeling plaatsvindt als alle fracties achter elkaar hun algemene beschouwing geven. Het is duidelijk dat de gemeente Schiedam heel divers is omdat de kiezers op die verschillende partijen hebben gestemd en alle raadsleden geven uiting aan die diversiteit. Mijn motto is dat politiek mensenwerk is en dat het gaat om geven en gunnen op zijn tijd. Voor mij is politiek in die zin ook mensenwerk, dat je na het debat met elkaar koffie, thee of een borrel drinkt. Het gaat om de politieke verschillen en niet om de verschillen die je wilt creëren in een raad. Zo kom je met elkaar het verst. Zoals ik vorige week de griffier heb gezegd, zou ik het liefste bij alle fracties langs komen om contact te leggen en elkaar in de ogen te kijken. De dynamiek van Schiedam is bijzonder. Politiek is echter overal een beetje hetzelfde. Hier zijn wat meer partijen maar aan de andere kant is het altijd politiek. Ik heb veel energie. Ik moet op een rijdende trein springen maar ik moet ook blijven staan. Ik wil graag door met alles wat in de steigers is gezet en zelf aanwezig zijn, voor zover dat mogelijk is gelet op corona, en Schiedam laten zien dat ik wethouder voor de mensen hier ben, hoewel ik tien kilometer verderop woon. Ik ben hier met een open deur en een open oor. De heer De Jong: Dank voor de beantwoording van mijn vragen.
De heer Hamerslag: Mede namens de fracties die ik vertegenwoordig heet ik u welkom in Schiedam. Ik ben blij dat u met het openbaar vervoer komt en niet met de auto. Een van de belangrijke portefeuilles die u krijgt is een zware, ruimtelijke ordening. Daarin zit een gigantische woningbouwopgave. Wij willen de komende jaren vijf- tot zesduizend woningen bijbouwen op het postzegeltje dat Schiedam heet. Dat betekent dat de inwoners van Schiedam te maken krijgen, linksom of rechtsom, dichtbij of net iets verder weg, met woningbouwprojecten. Daar vinden zij iets van; zij hebben toch wel vaak een mening. Dat is terecht. Wij vragen van hen ook een mening te hebben. Wij vragen veel participatie. Ik kan u verklappen dat wij in Schiedam niet altijd even goed zijn geweest in participatie. Hoe gaat u dat voor elkaar krijgen? Hoe gaat u de Schiedammers betrekken bij de gigantische opgave die wij hebben en hoe gaat u met de weerstanden om die u tegenkomt? Mevrouw Laan: Het is inderdaad een vrij majeure vraag. Ik heb begrepen dat participatie in Schiedam “een dingetje” is en als ik dat zeg weet ik dat het een ding is. Ik vind participatie heel belangrijk. Toen ik in de deelgemeente Kralingen-Crooswijk zat speelde het fenomeen Nieuw Crooswijk. Daarbij ging het om grootschalige sloop en nieuwbouw van een wijk. Daaraan wordt nog steeds gewerkt.
Ik praat nu over de periode 1998-2005, heel lang geleden dus. Bewoners, of het nu Rotterdammers zijn dan wel Schiedammers, hebben altijd een mening en zij willen gehoord worden. Je moet dus
2
3 met hen praten en je moet hun ook de mogelijkheid geven om in te spreken. Vervolgens moet je er ook iets mee doen. Ik ben van de lijn dat niet iedereen zijn zin kan krijgen. Het is immers zoveel hoofden, zoveel zinnen. Je moet daarom duidelijke kaders aangeven. Wat mij betreft is nee soms ook echt een antwoord maar dan moet je van te voren wel hebben afgesproken binnen welke kaders je met elkaar in gesprek gaat. Als openbaar bestuur zitten wij er voor de mensen. Voor hen moet je het leven beter maken, in dit geval in Schiedam, en dus moet je naar hen luisteren. Je zult ook echt met die input en invloed iets moeten doen, in beeld brengen wat er is gezegd en dat afwegen. Uiteindelijk zijn alle mensen die inspreken belanghebbenden en moeten wij als openbaar bestuur de belangen tegen elkaar afwegen. Dat is een heel moeilijke rol maar dat vind ik juist het leuke van het zijn van bestuurder. De raad heeft daarin ook een rol. Hij moet kanaliseren. Toen ik voorzitter was van de commissie bouwen, wonen en buitenruimte in de Rotterdamse gemeenteraad hadden wij elke week insprekers. Ik vond het als voorzitter het leukste om de mensen de mogelijkheid te bieden en in de gelegenheid te stellen om mee te praten over hun leven. Als openbaar bestuurders doen wij het voor die mensen. Ik vind participatie belangrijk maar ook dat je soms moet zeggen dat iets niet kan.
Daarover moet je met elkaar wel heel duidelijk zijn en mensen meenemen in de uiteenzetting waarom iets niet kan. De heer Hamerslag: Schiedammers zeggen geregeld dat zij mogen meepraten zolang zij maar ja zeggen. Dat doen zij niet alleen in de gremia waar wij hun vragen te komen inspreken, op avonden die daarvoor worden georganiseerd of in de gemeenteraad maar juist ook op de social media. Dat moeten wij ook zien vorm te geven. Die weerstand manifesteert zich met name ook daar. Hoe pakt u dat dan toch op? Mevrouw Laan: Ik vind de social media mooi en ik denk ook dat er voor de samenleving heel veel valt te winnen als wij daarvan gebruik maken. Er zitten echter ook veel valkuilen in. Je moet er als wethouder in eerste instantie heel terughoudend in opereren. Daar zijn de raadsleden als volksvertegenwoordigers voor. Wij zijn namens jullie het bestuur en moeten uitvoeren wat de gemeenteraad vindt. Daarin past mij enige bescheidenheid en terughoudendheid. Ik win er ook niets mee als ik mij als wethouder daarin actief meng. Dat is jullie rol, een rol die ik zelf ook heb vervuld als lid van de Tweede Kamer. Ik weet ook hoe het voelt en het is een heel fijne rol om te doen. Nu zit ik echter aan de andere kant. Ik snap dat mensen zich erover uitlaten. Ik ga er helemaal niet van uit dat dat altijd positief zal zijn.
Als je applaus wilt moet je op het podium gaan staan en heel mooi gaan zingen bij de X-Factor en niet wethouder in een stad worden. Ik ben zogezegd wel gewend om met tegenwind te fietsen. Thuis ga je dan te keer tegen je echtgenoot, die zich dan wellicht afvraagt waarom je niet hebt gekozen voor een optreden bij de X-Factor in plaats van te kiezen voor het wethouderschap. Er zitten ook heel leuke kanten aan, want je kunt mensen soms ook heel gelukkig maken met mooie besluiten. De heer Hamerslag: Dank u wel. Ik hoor u zeggen dat je door duidelijkheid heel veel weerstand kunt wegnemen. Mevrouw Polat: Allereerst heet ik u namens mijn fractie welkom. Het college van Schiedam heeft enkele maanden geleden een nieuwe tijdelijke wethouder mogen begroeten. Met u erbij verschilt de samenstelling van het college dus met die bij het begin van deze bestuursperiode. Hoe ziet u de samenwerking met de andere wethouders? Waar ligt volgens u de kracht in dit team? Welke ambities heeft u? Mevrouw Laan: Ik kan eerlijk gezegd nog niet zeggen hoe ik het team zie. Ik heb twee collega’s al ontmoet. Ik heb wel gezien wie de collega’s zijn, wat hun partijen en ideeën zijn. Uiteraard heb ik het collegeprogramma gelezen maar de fysieke samenwerking in het team moet ik nog ervaren. Gezien datgene wat het college tot nu toe heeft gedaan, heb ik er alle vertrouwen in dat het goed komt.
Ik heb met de burgemeester gesproken en wij gaan om te beginnen een goede heisessie doen voor zover dat met de huidige beperkingen mogelijk is. Ik weet dat een teamwissel heeft plaatsgevonden maar wij hebben nog een jaar tot aan de finish, dus ik denk dat het prima moet lukken. Ik ben vrij rechtstreeks en eerlijk maar wel met een greintje humor
3
4 erbij. Volgens mij zitten de huidige collegeleden allemaal in de wedstrijd met het idee Schiedam een stukje mooier te maken, ieder met zijn eigen overtuiging en achterban. Naar mijn indruk wil men met elkaar dynamisch vooruit onder het motto Schiedam is in beweging. Als je er van buiten naar kijkt, voelt dat ook echt zo. Ik kijk er positief tegenaan. Er wordt op het ogenblik heel veel gedaan in de portefeuille. Het hele overzicht heb ik nog niet. Ik vind het deel sport erg belangrijk, evenals de bewegende Schiedammer. Dat heeft een toegevoegde waarde, want er zijn onder de Schiedammers best veel mensen met een kwetsbare achtergrond. Voor hen is sport niet het goede woord maar bewegen wel en ik denk dat daar echt winst valt te behalen, niet alleen voor de mensen zelf en hun gezondheid maar ook voor de stad. Ik denk ook aan het toevoegen van een stukje duurzaamheid in samenwerking met de verenigingen. De zorg zit niet in mijn portefeuille maar die raakt haar natuurlijk wel als je kijkt naar oudere en kwetsbare mensen. Ik heb veel energie en zin om eraan te beginnen. Laten wij er over een maand nog een keer over spreken. Dan weet ik precies wat ik wil gaan doen in deze periode. Mevrouw Polat: U bent van harte welkom voor een kennismaking met onze fractie. Dank u wel. Mevrouw Laan: Fijn. De heer Van Kraaij: Welkom, mevrouw Laan.
Ik zal namens de commissie enkele vragen stellen over de meer formele aspecten van uw kandidaatstelling. U hebt aangegeven dat u binnenkort start als voorzitter van de Raad van Toezicht van de Stichting Sportsupport en dat u voorzitter bent van het bestuur van de Stichting Erasmus Sport. Wij zijn erg benieuwd wat deze stichtingen doen. Kunt u daar in het kort iets over vertellen? Mevrouw Laan: Erasmus Sport is een stichting van de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Zij organiseert alles wat betrekking heeft op sport voor de studenten van de universiteit en de Hogeschool Rotterdam, zoals de exploitatie van het sportgebouw en alle sportverenigingen die in Rotterdam studentensport aanbieden, variërend van lacrosse tot volleybal en voetbal. Alles valt onder die stichting. Het wordt georganiseerd door een managementteam met een directeur. Het bestuur ziet erop toe dat het goed gebeurt. Wij vergaderen twee keer per jaar met het College van Bestuur van de universiteit en maken daarover afspraken. Het is vrij overzichtelijk. Sportsupport is een Rotterdamse stichting. In Rotterdam is het sportbeleid georganiseerd in een extern sportbedrijf. Er is een Stichting Topsport die zich bezighoudt met alles wat met topsport te maken heeft. Sportsupport houdt zich bezig met alles wat met verenigingssport te maken heeft en levert daar ondersteuning aan.
De Raad van Toezicht houdt toezicht op de directie en het management. De heer Van Kraaij: Waar bent u, gelet op het toezicht, eindverantwoordelijk voor en wat betekent dat voor de invulling die u eraan geeft? Mevrouw Laan: Mijn specifieke rol in het bestuur van Erasmus Sport vloeit vooral voort uit het feit dat ik veel contacten heb met landelijke sportorganisaties. De toegevoegde waarde voor de stichting op dat moment was in eerste instantie de mogelijkheid contact te leggen met NOC*NSF of het ministerie van VWS. U moet het mij maar even vergeven dat ik het zeg maar ik kan goed voorzitten. “Helaas” hebben wij niet meer als vroeger een monistisch systeem waarin de wethouder vergaderingen voorzat. Voorzitten is een van de dingen die ik heel leuk vind om te doen en ook goed kan. Daarom ben ik voorzitter geworden van het bestuur van Erasmus Sport. Voor Sportsupport geldt eigenlijk een beetje hetzelfde. Men heeft mij gevraagd wegens mijn netwerk. Daarin heb ik toegevoegde waarde. Ik weet hoe de hazen lopen in overheidsland en kan dus de rol binnen de Raad van Toezicht vervullen ten aanzien van dat onderdeel. Iemand anders wordt benoemd die bijvoorbeeld meer over de financiën gaat. Mijn toegevoegde waarde betreft meer overheid en openbaar bestuur.
4
5 De heer Van Kraaij: Hoe verhouden uw nevenfuncties zich tot het wethouderschap? Zijn de genoemde stichtingen bijvoorbeeld actief in Schiedam? Zijn er eventueel andere zaken op dit vlak die voor de commissie belangrijk zijn om te weten? Mevrouw Laan: Dat is een terechte vraag. Sportsupport had een relatie met de gemeente Schiedam maar die houdt op per 1 april. De samenwerking is beëindigd en ik treed op 1 april aan. Daarin zit dus geen overlap. De andere functies raken Schiedam niet. Die conclusie is ook bij BMC getrokken. Er zijn geen raakvlakken. Mocht er in de toekomst wat dat betreft iets gebeuren, dan zal ik proactief contact opnemen met de burgemeester, de gemeentesecretaris en/of de griffier. Het is dan aan hen om daarover te oordelen en aan te geven wat ik eventueel zou moeten doen. Zoals het er nu naar uitziet is in het geheel geen sprake van enige overlap of een zwak punt. De heer Van Kraaij: Wij hebben van u een Verklaring omtrent gedrag (VOG) en BKR- registratie ontvangen. U hebt de stukken kunnen gebruiken vanuit een eerdere procedure. Dat is ontzettend praktisch. Kunnen wij er als commissie van uitgaan dat zich sinds het afgeven van deze documenten in de zomer van 2020 geen voorvallen hebben voorgedaan waardoor het opnieuw afgeven van deze documenten een probleem zou zijn? Mevrouw Laan: Nee.
Ik heb tegen de meneer van BMC voor de grap ook gezegd dat zij weten uit welke partij ik kom. Daar ligt alles niet onder één maar onder twee vergrootglazen. De heer Van Kraaij: Dank u wel. De Voorzitter: U hebt ervaring opgedaan als wethouder in Rotterdam en als lid van de Tweede Kamer. Welke van die twee functies vond u het leukst en waarom? Mevrouw Laan: Ik ben vandaag gestopt als Kamerlid. Ik vond het waanzinnig leuk om Kamerlid te zijn omdat datgene wat je kunt realiseren voor heel Nederland geldt. De Kamer heeft een motie van mij aangenomen waarbij bij verpleeghuizen mensen niet alleen voorrang krijgen omdat hun echtgenoot zit maar bijvoorbeeld ook omdat hun zus daar zit. Als je dementeert, herinner je je soms beter je zus dan je echtgenoot. Dat heeft echt effect voor mensen. Als Kamerlid ben je als een van 150 zzp’ers met je eigen dingen bezig. Ook vóór corona was het percentage contacten heel klein, al heb je veel impact van je werk en is het waanzinnig om daar rond te lopen. Ik kleineer het helemaal niet maar dat is het. Ik vond het heel tof om raadslid te zijn omdat het dicht bij de mensen staat maar als wethouder kun je daadwerkelijk het verschil maken. Mensen komen aan je bureau of via de fracties bij de raad en je kunt daadwerkelijk iets veranderen. Je weet om welke straat, om welke zaken en om welke mensen het gaat.
Het heeft direct effect, al moet je geduld hebben. Het duurt soms een paar jaar voor iets gerealiseerd is. Ik denk dat het lokale bestuur uiteindelijk beter bij mij als mens past. Daarom kijk ik ernaar uit dit te gaan doen. De Voorzitter: Dank u wel. Hartelijk dank voor dit openhartige gesprek. Heeft u zelf nog iets toe te voegen? Mevrouw Laan: Ik hoop dat ik persoonlijk contact kan maken met de fracties. Schermpjes zijn een perfecte oplossing in de omstandigheden waarin wij verkeren. Ik vind het echter fijn om iedereen echt even te zien en van jullie te horen wat jullie belangen zijn. Als het gaat om de vraag wat ik dit laatste jaar nog denk te bereiken, is het van belang daarin samen te werken en samen op te trekken. Uiteindelijk is de Schiedammer daarbij gebaat. De vraag is hoe wij dat de komende tijd kunnen organiseren. De Voorzitter: U bent naar ik denk in ieder geval bij alle fracties van harte welkom. Wij zullen advies uitbrengen. De beëdiging staat gepland voor volgende week dinsdag, 6 april.
5
6
Mevrouw Laan: 6 April is mijn verjaardag. Ik hoop dat jullie een mooi cadeautje voor mij hebben. De heer Hamerslag: Wij zullen er een mooie strik om doen. De Voorzitter: Ik sluit de vergadering. Tot ziens. Sluiting 19.30 uur.
6