Verslag en advies subcommissie zienswijzen bestemmingsplan Joppelaan
Tekst van het document
Verslag en advies subcommissie Zienswijzen
Leden: 23 mei 2024 Maurice 24GRF00029 Mannee, Damien van der Zwan en Yusuf Tuncer. Adviseur college: Martijn Kap en Bas Hovens Griffie: Max Curtolo en Guy Moolenaar Insprekers: Appellant 5, Appellant 3 en Appellant 4
Onderwerp
Verslag en advies subcommissie zienswijzen bestemmingsplan Joppelaan
Verslag De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen welkom. Hij geeft aan dat dit een hoorcommissie is: deze commissie hoort alle aanwezigen en brengt hierover advies uit aan de gemeenteraad. De voorzitter licht de gang van zaken toe. Nadat de insprekers in de gelegenheid zijn geweest een toelichting te geven en de adviseur van het college daarop heeft gereageerd, zal de subcommissie in beslotenheid een advies opstellen voor de vergadering van de raadscommissie van 28 mei 2024. In deze commissievergadering kan nog worden ingesproken. Na de raadscommissie staat het bestemmingsplan op de agenda van de raadsvergadering 4 juni 2024. Daar kan slechts worden ingesproken als het onderwerp na de behandeling in de raadscommissie een bespreekstuk blijft en geen hamerstuk wordt, aldus de voorzitter. De voorzitter geeft aan dat er vanavond drie zienswijzen worden behandeld. Zienswijze Burgerinitiatief De voorzitter geeft het woord aan Appellant 5 van het burgerinitiatief Kerkweg hoek Joppelaan. Appellant 5 legt uit (appellant 5) dat het burgerinitiatief niet tegen kleinschalige bebouwing is. Als er een burgerinitiatief komt dan wordt er niets mee gedaan. Er wordt gewoon een eigen plan gemaakt om te verkavelen. Appellant 5 gaat verder door te stellen dat maatschappelijk ontwikkelaar Steenvlinder is ingeschakeld.
Het college geeft in de Nota van zienswijzen aan dat er door derden een indicatieve tekening (zonder opdracht van de gemeente) is gemaakt, maar dit is niet waar. Het blijft de initiatiefnemers van het burgerinitiatief verbazen dat de gemeente het gesprek niet wil aangaan met de initiatiefgroep over de invulling van dit gebied. Er zijn wel gesprekken geweest, maar deze gingen uitsluitend over bouwen. Ze krijgen het gevoel niet serieus te worden genomen door de gemeente. Het buurtinitiatief zou een vervolggesprek krijgen met wethouder Laan. Maar, dit is nog niet gebeurd. Op maandag 20 november 2023 is een afspraak gemaakt met wethouder Hamerslag en Laan (en andere betrokken partijen) over wat de mogelijkheden zijn en dat we hier in januari 2024 een vervolggesprek over
*24GRF00029*
zouden hebben. Tot op de dag van vandaag hebben zij hier nog niks over gehoord. Ze worden in een bezwaarprocedure geduwd terwijl ze dit helemaal niet willen. Appellant 5: Tijdens de raadsvergadering van 7 december 2022 heeft een delegatie van het buurtinitiatief ingesproken en hebben ze de voorzitter meer dan 300 handtekeningen overhandigd waardoor dit een officieel burgerinitiatief is. Tijdens deze raadsvergadering heeft wethouder Laan toegezegd in gesprek te gaan met de initiatiefnemers en dat het initiatief wordt meegenomen in de brede discussie over de nog te stellen Omgevingsvisie over dit gebied. Appellant 5: De gemeenteraad laat het gebeuren dat het college dit aan haar laars lapt. We hebben onze zienswijze aan alle politieke partijen in de Schiedamse gemeenteraad gestuurd. We hebben hier geen reacties op mogen ontvangen. Het burgerinitiatief vraagt om met de initiatiefnemers in gesprek te blijven. Appellant 5 geeft aan dat als het college mocht vasthouden om alleen het bestemmingsplan te wijzigen om twee woningen mogelijk te maken en niet inhoudelijk in gesprek wil met ons dan zullen wij ons hiertegen blijven verzetten. De voorzitter geeft het woord aan de adviseur van de gemeente. De adviseur geeft aan dat de Joppelaan maar een klein gedeelte is van waar het buurtinitiatief over gaat. Het is aan de Kerkbuurt, maar het is niet dezelfde locatie.
Het buurtinitiatief ziet op meer dan op de twee te realiseren woningen maar heeft de twee woningen wel in het voorstel opgenomen. Verder geeft de adviseur aan dat er een aantal zaken zijn die het bestemmingsplan totaal niet raken en die in sommige gevallen het eigendom van de gemeente niet raken zoals de veiligheidssituatie. De adviseur geeft ook aan dat dit terechte zorgen zijn, maar ze vallen buiten de reikwijdte van dit bestemmingsplan. De adviseur zegt dat het algemeen herinrichten van dit gebied voor de komende jaren niet op de rol staat en er is geen aanleiding om dit eerder naar voren te halen ook als je kijkt naar andere herinrichtingen in de buurt. De adviseur geeft aan dat de gemeente niet zomaar met een partij die een idee heeft kan gaan praten als dit op gemeentegrond gerealiseerd moet worden. Als een partij deze grond wil kopen dan moet dit via openbare verkoop, waarbij meerdere partijen zich kunnen aanmelden om iets met deze grond te doen. Tegenwoordig hebben gemeenten met het Didam-arrest te maken. Voor de grond van deze twee woningen is dat niet gedaan omdat er hier een bijzonder maatschappelijk belang speelt. Appellant 3 is van mening dat de gemeente hier met twee maatstaven meet omdat er voor dit stuk grond niet de procedure van een openbare aanbesteding is gevolgd. De adviseur reageert door te vermelden dat er altijd uitzonderingen zijn op het Didam arrest.
Als er een bijzonder maatschappelijk belang is dan mag de gemeente van de geldende regels afwijken. In dit geval gaat het om het weghalen twee bewoners uit het havengebied die, gelet op de milieusituatie daar, zeer 24GRF00029 Pagina 2 van 7
onwenselijk is. De gemeente heeft deze ruimte om een uitzondering te kunnen maken. De adviseur zegt dat het initiatief van de bewoners het bestemmingsplan niet raakt. De gemeente is gebonden aan procedures. Het te koop aanbieden van de grond gaat pas gebeuren als de Omgevingsvisie er pas is en als er duidelijkheid is over welke ontwikkelrichting er voor dit gebied is. Willen we als gemeente verder gaan verstedelijken of willen we het juist open houden? Als het zover is dat de grond te koop wordt aangeboden dan zou het buurtinitiatief een bod kunnen doen op de grond en als zij het beste bod hebben dan kunnen zij deze grond verwerven om hier iets op te kunnen realiseren. Lid van de subcommissie Maurice Mannee vraagt of er voor de gebiedsontwikkeling, waar het burgerinitiatief een voorstel voor heeft geen gedaan, geen maatschappelijk belang is. De adviseur reageert door aan te geven dat er niet zomaar een bijzonder maatschappelijk belang is en dat de gemeente gebonden is aan het Didam-Arrest. Veel gemeenten zijn hier al nat op gegaan. Appellant 5 geeft aan dat er in niks is gedaan met het bewonersinitiatief uit het jaar 2021. Volgens haar wordt er geïnsinueerd dat deze twee woningen worden gebouwd voor mensen die niet meer zelfstandig in hun eigen woning kunnen wonen. Appellant 3 geeft aan dat in het plan van het burgerinitiatief staat dat er ruimte kan zijn voor 7 woningen.
Nu is dat voor 2 woningen. Dan zou je er 5 woningen gratis bij krijgen. Er staat nergens in het burgerinitiatief dat deze woningen voor de omwonenden is. Lid van de subcommissie Maurice Mannee vraagt of we het nu over het Joppelaan bestemmingsplan of over het volledige plan van het burgerinitiatief. Waar raakt dit elkaar? Appellant 5 zegt dat het één perceel is, maar dat er een stuk grond wordt uitgehaald waar twee woningen worden gerealiseerd. De adviseur doet de toezegging dat de gemeente het burgerinitiatief proactief gaat informeren als de grond in de verkoop gaat. Lid van de subcommissie Maurice Mannee vraagt wat het bezwaar is op het bestemmingsplan wat nu voorligt. Mevrouw Landsbergen reageert door aan te geven dat er al een plan gemaakt was dat uitgaat van het totale perceel. De adviseur vult aan dat het plan van de inwoners niet door de shredder hoeft. Omdat het plan van de gemeente en dat van de inwoners naast elkaar kunnen bestaan. De gemeente is wel gebonden aan wet- en regelgeving. We kunnen geen voorkeurspositie geven.
24GRF00029 Pagina 3 van 7
Zienswijze appellant 4 Appellant 4 geeft aan dat er nu uit het gebied een hap wordt gehaald en daar twee woningen worden neergezet. Hij vindt het logischer dat het hele gebied meegenomen worden. Zo krijg je gefragmenteerd beleid. Wat er met de rest van het gebied gaat gebeuren weten men niet. Appellant 4 geeft ook aan dat hij niet weet wat er met de historische waarde van het gebied gaat gebeuren. Verder geeft appellant 4 aan dat er een informatieavond was. Er werd geen presentatie gegeven of om een reactie gevraagd. Hij vindt het dan wel bezwaarlijk dat hij dan in de media leest dat de informatieavond goed is verlopen terwijl hem niets is gevraagd. Appellant 4 vat zijn verzoek samen: een bestemmingsplan maken voor het gehele gebied in plaats van deze twee woningen. De adviseur geeft aan dat zij een gehele visie voor het gehele grondgebied van de gemeente moeten maken vanwege de Omgevingswet die 1 januari 2024 is ingegaan. Deze omgevingsvisie ligt na de zomer ter inzage. De gemeenteraad moet een kader vaststellen over wat de toekomst is voor dit gebied. Dit kan verkaveling met woningen zijn, maar dit kan er ook anders uitzien. Hier kunnen de insprekers wat van vinden en kunnen ze hierop inspreken.
Ten aanzien van de bewonersavond wordt aangegeven dat het verwachtingsmanagement ten aanzien van de bewonersavond van beide kanten verbeterd kan worden zodat de wisselwerking beter is.
Lid van de subcommissie Maurice Mannee vraagt: Zit er een paragraaf specifiek voor dit gebied in de Omgevingsvisie? De adviseur geeft aan dat het om een iets groter gebied gaat: Midden-Delfland, Kerkbuurt, Polderweg. Over dit gebied is de toekomstvisie momenteel nog wat diffuus. We willen als gemeente wat meer richting geven aan deze toekomstvisie. De adviseur vult aan dat de Omgevingsvisie niet alles gaat beantwoorden. De gemeente gaat richting geven en die richting kan bijvoorbeeld zijn dat we verder kunnen gaan verstedelijken. 24GRF00029 Pagina 4 van 7
Appellant 3 geeft aan het gek te vinden dat de gemeente ervoor kiest om te praten met belangenverenigingen in plaats van bewoners die daar direct wonen. De adviseur reageert: We gaan met alle partijen om tafel op basis van gelijkwaardigheid. De mening van bewoners is net zoveel waard als de mening van belangenverenigingen. De gemeente heeft al wel een keer met bewoners gesproken. Alle partijen moeten gehoord worden. De adviseur vervolgt: De Omgevingsvisie is nog in procedure. De raad gaat beslissen of zij deze Omgevingsvisie wil vaststellen. Appellant 4 vindt het raar dat de Omgevingsvisie eerst af moet in plaats van eerst met de bewoners te praten. De adviseur geeft aan dat er ook kwesties met bedrijven waren waardoor de bewoners in de knel kwamen. Dit moest opgelost worden. Er is wel gekeken of deze plannen binnen het grotere plaatje plassen. Lid van de subcommissie Maurice Mannee concludeert: stel dat die bijzondere situatie er niet was geweest dan had de gemeente dan is hetgeen wat jullie voorstellen hetgeen wat het plan had moeten zijn. Alleen er is een bijzondere situatie geweest waarop ingespeeld moest worden.
24GRF00029 Pagina 5 van 7
Zienswijze appellant 3 Appellant 3 geeft aan dat hij het eens is met veel bezwaren die door zijn twee voorgangers zijn geuit. Appellant 3 wil wel reageren op punt B. Hij vindt dat de gemeente de wettelijke en juridische procedures niet heeft nageleefd rondom de Omgevingswet en burgerparticipatie. Het buurtinitiatief is daar volgens hem een schrijnend voorbeeld van. Een informatieavond is niet in de geest van de wet (Omgevingswet) naleven. Ook geeft appellant 3 aan dat het de gemeente niet ontslaat van de plicht om goed aan burgerparticipatie te doen. Omdat dit bestemmingsplan nog valt onder de Wet ruimtelijke ordening in plaats van Omgevingswet. De adviseur reageert door te zeggen dat het niet juist is dat de gemeente de wettelijke procedures niet heeft nageleefd. De verwachtingen waren anders. De gemeente neemt dit naar de toekomst mee. Appellant 3 reageert dat de drie appellanten hier vanavond niet hadden hoeven zitten als er een goede burgerparticipatieavond was geweest. De adviseur: Wat bedoelt u met een goede burgerparticipatieavond? Hij stelt dat appellant lijkt te veronderstellen dat zaken die los van elkaar staan tegen elkaar uit onderhandelend kunnen worden. Zo kunnen we als overheid niet werken. We kunnen niet zomaar onderhandelen. Met burgerparticipatie laten we de inwoners meedenken. De voorzitter stopt de discussie over wat burgerparticipatie inhoudt.
Advies en beraadslaging
De Subcommissie zienswijzen acht de ingediende zienswijzen ongegrond. We zouden wel graag als subcommissie aan de raad willen meegeven dat we als subcommissie hebben geconcludeerd dat de bezwaren vooral voortkomen uit de wijze waarop het participatieproces is vormgegeven en het onvoldoende nakomen van eerder gedane toezeggingen. Als subcommissie stellen wij dat bij het beter managen van de verwachtingen omtrent participatie (worden bewoners uitgenodigd voor 24GRF00029 Pagina 6 van 7
een informatieavond, een inspreekavond of beiden?) had kunnen voorkomen dat er alternatieve zienswijzen (Appellant 3 en 4) ingediend zouden worden. Daarnaast stellen wij ook vast dat er onvoldoende opvolging is geweest voor een eerder ingediende zienswijze van een burgerinitiatief en de toezegging om daar als gemeente mee in gesprek te gaan ( Appellant 5). Namens de subcommissie zienswijzen, Yusuf Tuncer Vice-voorzitter
24GRF00029 Pagina 7 van 7