Verslag auditcommissie 8 september 2021
Tekst van het document
Verslag digitale auditcommissie
Datum
Registratienummer
08 september 2021
21GRF00053
Aanwezig
A. Mostert (voorzitter), I. van der Donk, J. Pegtel, J. Meesters, J. Maris, J. van Sliedregt, P. Zwang, R. Karens, C. Bruggeman, P. van Kraaij, C. Kahramanoglu en H. Scherpenzeel (griffier) College: de wethouders Laan, Ruseler, Ooijevaar en Houtkamp Ambtelijk: C. Wemmerus, R. Schmidt, D.J. ’t Hoen, C. Stoppelenburg, L. Buist, P.J. Dullaart, H. Eschbach, M. Heuvelhorst
Onderwerp
Verslag Auditcommissie 8 september 2021
1. Opening en vaststellen agenda De voorzitter opent om 18.30 uur de vergadering. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. 2. Vaststellen verslag Het verslag van 23 juni wordt gewijzigd vastgesteld. (Correctie bij punt 6 en opmerking blz. 3 ‘zal bij het verslag worden gevoegd’.) De voorzitter vraagt wethouder Ruseler na te gaan of alle aanvullende informatie ook echt geleverd is. Dat zal gebeuren. Naar aanleiding van een vraag van de heer Karens wordt afgesproken in een volgende Auditcommissie stil te staan bij het inkoopproces, omdat dit punt regelmatig aan de orde komt in het verslag van bevindingen van de accountant. 3. Raadsvoorstel Begrotingswijziging Uitvoeringsprogramma Mobiliteit Wethouder Ooijevaar leidt het agendapunt in. Hij wijst op de wijzigingen ten opzichte van de vorige behandeling: in het raadsvoorstel, in het uitvoeringsprogramma en in de financiële onderbouwing. De voorzitter stelt voor met name de was-wordt lijst te bespreken, voor zover het de financiën betreft. Mevrouw Zwang vraagt naar de invloed van de wijziging richting de algemene reserve. Kan concreter gemaakt worden welke invloed dit heeft op de solvabiliteit en het weerstandsvermogen. Wethouder Ooijevaar antwoordt dat de algemene reserve tijdelijk verlaagd zal worden, maar weer aangevuld. Mevrouw Zwang vraagt welke risico’s dit met zich mee brengt.
Wethouder Ooijevaar antwoordt dat het risico van het ‘lenen’ uit de algemene reserve is dat de algemene reserve op enig moment niet meer gebruikt kan worden om andere uitgaven te dekken. Gezien de huidige stand van deze reserve ziet hij dit als een bescheiden risico. De voorzitter vult aan dat het bijzonder is dat de algemene reserve gebruikt wordt als een ‘bank van lening’. Persoonlijk vindt hij het wel beter dan de reserve IUBP hiervoor te gebruiken. Hiermee is het financieel technische aspect van dit voorstel voldoende behandeld en kan het worden doorgeleid naar de raadscommissie. 4. Raadsvoorstel Woonontwikkeling Schieveste Wethouder Laan leidt het voorstel in. Zij schetst de geschiedenis van dit voorstel. Wethouder Houtkamp vult aan dat hij blij is dat de ambities met dit gebied steeds meer vorm beginnen te krijgen. Het betreft een bijzonder complex grexen. De nu ter besluitvorming voorliggende exploitaties, samen met de grex die nog aangeboden wordt, zijn als het ware een legpuzzel. Het doel hiervan is het zo goed mogelijk in beeld krijgen van de risico’s en deze te beoordelen.
*21GRF00053*
De voorzitter wijst op de geheime bijlagen. Als daar vragen over zijn, kan dat een ook een geheim verslag opleveren. Mevrouw Buist verzorgt een presentatie over de financiële kant van deze voorstellen. De presentatie is bij dit verslag gevoegd. Mevrouw Van der Donk vraagt naar de 30% sociale huur. Nu zag zij op de sheets dat er 35% staat. Hoe zit dit? Ook wil zij weten waarom niet de gehele voorziening nodig lijkt te zijn, terwijl de werkzaamheden nog niet begonnen zijn. Mevrouw Buist antwoordt dat het bestemmingsplan 30% sociale huur bevat. Dit is een verplicht minimum, op basis van onze Woonvisie. Om de subsidie van het Ministerie binnen te halen is echter afgesproken dat de eerste 15 jaar gewerkt wordt met een percentage van 35% sociale huur. Daarna mag 5% eventueel verkocht worden. De vrijval van middelen ontstaat, omdat dit een herziening van een grex is, die is opgesteld toen Schieveste nog een kantorenlocatie was. Die was toen verlieslatend, maar nu kunnen we er meer opbrengsten realiseren. Daar komt het positieve verschil vandaan. De heer Van Sliedregt vraagt naar de haalbaarheid van het afvalvervoersysteem. Hiervoor gold eerste een discontovoet van 5%, waardoor het niet haalbaar was. Toen werd de gemeentelijke systematiek toegepast en kon het wel met 2,5%. Hoe zit dit? Er wordt uitgegaan van een gangbare leegstand van 5% voor woningen.
Hoe zit het met de leegstand van andere voorzieningen als winkels? Ook de inflatie staat laag in de cijfers. Waar ligt het omslagpunt waardoor het bij een stijgende inflatie toch niet meer haalbaar is? Mevrouw Buist antwoordt dat de discontovoet voor gemeenten lager is dan in de aanvankelijke berekening is meegenomen. Bij het opstellen van de studie was nog niet bekend dat de gemeente de uitvoering op zich zou nemen. Het omslagpunt is nu niet te geven. De heer Eschbach vult aan dat met de inflatie alle kosten stijgen. Dat zal dan dus ook gelden voor de afvalstoffenheffing, waardoor er geen probleem meer is. Mevrouw Wemmerus gaat bezien of deze informatie aanvullend geleverd kan worden. (zie reactie in kader) De heer Karens adviseert, naar aanleiding van de vraag van mevrouw Van der Donk, om in het raadsvoorstel toe te voegen hoe de percentages sociale huur bezien moeten worden. Dat schept duidelijkheid. Ook wil hij weten of het klopt dat tegenover de cofinanciering van de gemeente, € 18 miljoen, ook opbrengsten staan waardoor de uiteindelijke cofinanciering dus lager zal zijn? Mevrouw Buist antwoordt dat dit niet klopt. Er wordt 18 miljoen van de gemeente in de exploitatie gestort. Dat doen we steeds, als er een werk gedaan is. De heer Meesters vraagt naar de risico’s. Het verbaasd hem dat deze zijn toegenomen in de herziene grondexploitatie.
Is dat realistisch en kan het wellicht ondervangen worden? Mevrouw Buist antwoordt dat in de vorige grex het alleen ging over de eerste helft van het gebied. Nu gaat het om een gebied dat twee keer zo groot is. Daarbij zitten er eisen aan de subsidie, bijvoorbeeld over de start van de werkzaamheden. Daardoor ontstaat een, weliswaar bescheiden, risico. De heer Meesters vult aan of de gemeente dan wel goede sturing op de aannemers moet hebben. Mevrouw Buist antwoordt dat met de marktpartijen een planning is afgesproken. Het is ook in hun belang dat deze gehaald wordt om de opbrengsten te kunnen realiseren. De heer Mostert vraagt naar bijlage 6. Hij kan de optelling niet helemaal sluitend krijgen. Klopt dat wel? Mevrouw Buist antwoordt dat zij dit even na moet gaan en zal erop terug komen.
21GRF00053
Pagina 2 van 3
Reactie: De factor inflatie is te beantwoorden vanuit de financiële kaderstelling van de gemeente waarin is bepaald dat de tarieven jaarlijks worden geïndexeerd met het vastgestelde percentage uit de Zomernota waarmee ook de lasten worden geïndexeerd. In de berekening wordt uitgegaan van een volledige bezetting van de commerciële voorzieningen. Maar de opbrengsten van de commerciële voorzieningen zijn zodanig beperkt dat zelfs bij het volledig wegvallen van de deze opbrengsten de OAT begroting niet zodanig verslechterd dat deze onhaalbaar wordt. In de eerste tien jaar is de maximale structurele bijdrage van de commerciële voorzieningen € 16.725. Het nadelig effect doet zich alleen voor indien we de commerciële voorzieningen inclusief de aansluitingen hiervoor aanleggen en de commerciële voorzieningen vervolgens leeg staan. Indien we de commerciële voorzieningen niet maken en/of inwisselen voor woningen dan heeft dit een positief effect op de OAT begroting.
Hiermee is het voorstel behandelrijp voor de raadscommissie.
5. Volgende vergadering De eerstvolgende vergadering van de auditcommissie is een AuditPlus op 15 september 2021. 6. Wvttk De heer Pegtel vraagt naar het rekenkamer rapport “Zicht op inzicht”. Hij had verwacht dat dit rapport op deze agenda zou staan. De griffier antwoordt dat de Agendacommissie besloten heeft het rapport niet via een raadsvoorstel aan de raad voor te leggen, maar via de Lijst van ingekomen stukken. De reden hiervoor is het feit dat de leden van de rekenkamercommissie zijn opgestapt en er dus niemand meer is om het gesprek mee aan te gaan. De heer Pegtel had een charmantere afdoening verwacht. Dit is geen normale gang van zaken. De heer Karens vraagt hoe het verder gaat met de rekenkamer. Dit zal in het presidium van 29 september aan de orde komen. 7. Sluiting De voorzitter sluit om 19.21 de vergadering.
21GRF00053
Pagina 3 van 3