Verslag auditcommissie 31 maart 2021
Tekst van het document
Besluitenlijst auditcommissie
Datum
Registratienummer
31 maart 2021
21GRF00023
Aanwezig
A. Mostert (voorzitter), B. Badri, K. de Vries, C. Bruggeman, A. Biekman, C. de Jong, R. Berns, J. Pegtel, A. Wilton, M. Rotteveel, I. v.d. Donk, P. Zwang, R. Karens, H. Rietkerken, Z. Guler, P. van Kraaij, J. Maris, J. Meesters, J. van Sliedregt, Y. Tuncer, J. Scherpenzeel (griffier) College: D. Ruseler, M. Houtkamp Ambtelijk: C. Wemmerus, D.J. 't Hoen, J. Verburg, B. v.d. Meij, C. Roos, R. Thung, S. Jansen, B. Maes, H. van Sasse, L. Donkelaar
Onderwerp
Verslag auditcommissie 31 maart 2021
01 Opening en vaststelling agenda De voorzitter heet alle aanwezigen welkom. Hij stelt voor een extra agendapunt 8a toe te voegen. Hierin wil hij het graag hebben over het contract met de accountant. De Auditcommissie stemt met dit verzoek in. 02 Vaststellen verslag Het verslag van 17 februari 2021 is ongewijzigd vastgesteld. 03 Presentatie van de leeswijzer bij de Jaarstukken 2020 Wethouder Ruseler licht toe dat dit de toelichting op de voorlopige jaarstukken is. Deze stukken worden aan de accountant aangeboden voor controle, maar er zullen nog enkele wijzigingen in plaatsvinden. Mevrouw Wemmerus verzorgt een presentatie die bij dit verslag is gevoegd. Naar aanleiding van de presentatie worden enkele vragen gesteld. De heer Karens vraagt naar de budgetclaims voor 2021 vanwege de doorgeschoven werkzaamheden in verband met corona. Gaat dat er niet toe leiden dat er in 2021 weer werkzaamheden doorschuiven zodat er volgend jaar weer een overschot is? Ook vraagt hij naar een nadere duiding van de overschotten bij de WMO en de Participatiewet. Mevrouw Wemmerus antwoordt dat er alleen budgetten overgeheveld kunnen worden, als aangegeven kan worden dat de werkzaamheden ook echt uitgevoerd gaan worden. Dus niet het gehele budget gaat over. Bij de definitieve jaarstukken zal een overzicht van deze analyses worden gegeven. Wethouder Ruseler beantwoordt de tweede vraag.
Bij de WMO is in het begin van de corona uitbraak een terugloop in zorgvragen te zien. Minder taxiritten bijvoorbeeld. Het is de vraag of deze hulpvragen later alsnog komen. Dat zou dan een kostenstijging inhouden, maar waarschijnlijk lager dan het overschot in 2020. Bij de participatiewet is nu, zoals verwacht, een toename in de aanvragen zichtbaar. Hierbij is altijd sprake van een boeggolfeffect. De besparing van de kosten zijn vooral ontstaan naar aanleiding van minder re-integratie inspanningen. De heer Berns vraagt of de lasten in het resultaat structureel zijn? Hoe kom je aan de 1,1 miljoen structureel. Wethouder Ruseler antwoordt dat het structurele saldo ook zonder corona onder druk staat. De lasten voor jeugdzorg zijn incidenteel hoger, waarbij het onzeker is of dit zo zal blijven. De kosten voor het Verbeterplan vastgoed, waar de raad in januari over
*21GRF00023*
besloten heeft, zijn wel structureel, maar niet voor elk jaar gelijk. De voorzieningen die in dit resultaat terugkomen zijn hoger dan in de volgende jaren. De heer Badri vraagt naar de prestatie indicatoren op pagina 29/30. Hierin is het lastig om de doelen van 2022 te vergelijken met de doelen 2020. Waarom is de realisatie 2020 hier niet opgenomen? Mevrouw Wemmerus antwoordt dat de indicatoren inzicht geven in de nul meting, maar het kan ook zijn dat er tussentijds metingen zijn gedaan. De opzet van deze tabel is bij haar weten niet anders dan voorgaande jaren. De cijfers zijn afkomstig van het Kenniscentrum. Zij begrijpt de vraag wel. De cijfers geven nu aan hoe ver wij zijn met het realiseren van de doelen in 2022 en waar we vandaan komen. De heer Meesters vraagt naar de coronaparagraaf. Hebben we deze omdat het ministerie daar om vraagt? Wethouder Ruseler antwoordt dat dit een afspraak met de raad is, naar aanleiding van de Bestuursrapportage 2020. Het ministerie stelt dit niet verplicht, maar de commissie BBV vraagt het wel. Na beantwoording van deze vragen sluit de voorzitter dit agendapunt. Op 6 mei zal de definitieve jaarrekening beschikbaar komen. 04
Raadsvoorstel Speelplaatsen en sportmogelijkheden in de openbare ruimte Wethouder Ruseler leidt het agendapunt in. Hij geeft aan dat het college heel graag de bestaande voorzieningen in stand wil houden. De heer Berns vraagt naar de kapitaallasten van de fitness toestellen. Dit lijkt wel erg veel te zijn, in vergelijking met de aanvankelijke investering. Dit lijkt niet te kloppen. Na enig zoekwerk, wordt duidelijk dat er inderdaad sprake is van een fout bij de renteberekening. Die is een factor tien te hoog. Er zal een aangepast voorstel volgen. De heer Karens is verbaasd over de besteding van de Eneco gelden. De kosten voor het onderhoud zouden toch uit ‘Schiedam in beweging ‘ gefinancierd worden? Wethouder Ruseler moet een antwoord schuldig blijven. Dit zal later volgen. Duidelijk is wel dat het niet uit de lopende sportbegroting kan. Het gaat hier overigens niet alleen om onderhoud, maar ook om het realiseren van een geheel nieuw clubgebouw. Er is hier ook sprake van een bijzondere situatie: DWS heeft zelf behoorlijk gespaard om dit gebouw mee te financieren. Daarom heeft het college besloten dit besluit aan de raad voor te leggen. De heer Mostert merkt op dat het voorstel deels ook budget vraagt, waar geen besteding tegenover staat. Dus poen zoekt plan. We hebben dit eerder gezien bij de vaststelling van de Groenvisie. Dat lijkt hem geen gewenste bestendig lijn.
De heer Maris merkt op dat hij graag een duidelijk antwoord wil op de vraag over de kapitaallasten, voordat het doorgestuurd kan worden. Tijdens de vergadering komt antwoord op deze vraag. De voorzitter concludeert tenslotte dat het voorstel behandelrijp is voor de Raadscommissie.
05
Raadsvoorstel Koop- en procesovereenkomst herinrichting Dirkzwagerlocatie Wethouder Houtkamp leidt het voorstel in. Hij wijst op de beeldvormende avond van gisteren. Daar is de inhoud besproken en nu gaat om de financieel technische kant van de zaak. De heer Pegtel vraagt of naar het verschil tussen de besluiten genoemd bij 2.1 en in het dictum. Klopt het dat onderdeel e. in het dictum ontbreekt. Ook vraagt hij of wij risico lopen, wanneer er van het inkoopbeleid afgeweken gaat worden. 21GRF00023
Pagina 2 van 5
Wethouder Houtkamp antwoordt dat het raadsvoorstel correct is. De heer Van der Meij antwoordt dat advies is ingewonnen bij de experts van het inkoopbureau. Zij geven aan dat deze methode kan, mits onder de grens van een Europese aanbesteding gebleven wordt. En dit lijkt op basis van de gemaakte doorrekening het geval te zijn. De heer Karens vraagt naar de koopovereenkomst. Wanneer krijgt de gemeente nu geld van Van Wijnen? Hoe zit dit? De heer Van der Meij antwoordt dat de brug niet in de oorspronkelijke projectopzet zat. Om dit mogelijk te maken, zijn aanvullende afspraken met Van Wijnen gemaakt. Er zijn 30 woningen toegevoegd, waarbij per woning een bedrag is opgenomen wat wordt bijgedragen aan de bouw van de brug. Omdat de woningen nog niet gerealiseerd zijn, moet nog gekeken worden naar de inpasbaarheid van de woningen. Daarom is afgesproken vooraf 250.000 beschikbaar te stellen om met de aanleg van de brug verder te kunnen. Als er nu helemaal geen woningen gerealiseerd kunnen worden, vervalt deze bijdrage aan de kwaliteit van de openbare ruimte: de brug. De heer Berns vraagt of het gaat om de extra brug. Kan wellicht de bestaande brug worden verlegd? De heer Van der Meij antwoordt dat vanuit stedenbouwkundig oogpunt er twee plaatsen zijn om een brug te realiseren. Beide locaties zijn in onderzoek, maar de kans dat beide gerealiseerd worden lijkt financieel niet haalbaar.
Het verplaatsen van de brug is in theorie mogelijk, maar het zeer de vraag of het financieel haalbaar is. De voorzitter concludeert dat het voorstel behandelrijp is voor de Raadscommissie. 06 Raadsvoorstel Extra inzet Armoede en Schulden en Re-integratie Wethouder Ruseler licht toe dat er extra middelen van het Rijk beschikbaar zijn gekomen. Dit voorstel regelt de besteding van die middelen. De heer Pegtel over punt g: er is een verschil van 17.000 in de berekeningen van SOW en de gemeente Schiedam. Hoe zit dit in het besluit: betalen we die nu wel of niet? Wethouder Ruseler antwoordt dat SOW zicht beroept op cijfers van het CBS. Onze cijfers zijn nieuwer. Die 17.000 wordt dus niet beschikbaar gesteld door Schiedam. Mevrouw Van der Donk merkt op dat het in de toekomst beter is als de gemeente en SOW dezelfde methode gaan hanteren! De heer Karens vraagt of er ook overwogen is de extra middelen van het Rijk, die niet geoormerkt zijn, aan een ander doel uit te geven dan SOW? Wethouder Ruseler antwoordt dat deze vraag een politieke inschatting vraagt. Maar het college heeft het zuiver benaderd door alle extra middelen voor de participatiewet door te zetten naar de instantie die wij daarvoor hebben opgericht en dat is SOW. De heer Mostert vraagt naar pagina 3 het lokale schuldenlab. Dit zal voor de eerste drie jaren worden gefinancierd uit incidentele rijksmiddelen.
Wat doen we daarna? De extra middelen die worden uitgetrokken voor klantgroep 4: het ‘granieten bestand’. Is dat juist, want de daarop volgende tekst lijkt op een andere klantgroep te wijzen? Wethouder Ruseler antwoordt dat de kosten voor het Schuldenlab na de drie jaar uit de reguliere begroting worden bekostigd. De klantgroep aanduiding klopt, de tekst die daarop volgt moet gelezen worden als een impuls om mensen uit deze klantgroep maatschappelijk te laten participeren. De voorzitter concludeert dat het voorstel behandelrijp is voor de Raadscommissie. 07 Raadsvoorstel Begrotingswijziging 2021 ROGplus Wethouder Ruseler leidt in dat dit voorstel het verwerken van de eerder genoemde lagere lasten voor de uitvoering WMO is. 21GRF00023
Pagina 3 van 5
Er zijn geen vragen. De voorzitter concludeert dat het voorstel behandelrijp is voor de Raadscommissie. 08 Kwartaal rapportage Grondexploitaties Wethouder Houtkamp leidt het voorstel kort in. De heer Berns vraagt naar tabel 3 op pagina 9. De boekingen wijken bij sommige projecten sterk af van de begroting. De heer Jansen licht toe dat er één team op de genoemde complexen is. Blijkbaar is er extra inzet geweest voor de Spaanse Polder. Ook kan er tussen de complexen in dit project geschoven zijn. De heer Badri wijst erop dat dit forse verschillen zijn bij boekingen tegenover de begroting. Wethouder Houtkamp antwoordt dat deze verschillen niets te maken hebben met kosten of opbrengsten, maar wel met verschil in tempo en planning van de uitvoering. Bijvoorbeeld door vertragingen in de planning zoals bij de realisatie van de hotelvoorziening. Per jaarschijf kunnen dit soort verschillen ontstaan, maar bij sluiting zullen de verschillen niet zo groot zijn. Naar aanleiding van de vraag van de heer Badri zegt hij toe een korte schriftelijke aanvullende duiding via het verslag beschikbaar te stellen. Gewijzigde toelichting op de Kwartaalrapportage bij Tabel 3 Boekingen vs (jaar)begroting. De bewuste tabel riep onbedoeld vragen op ten aanzien van de (gehele) begrotingen terwijl het alleen toeziet op de jaarbegroting (ook wel jaarschijf genoemd).
De tabel geeft dus een inzicht in de vorderingen gedurende het jaar en niet over de gehele begroting. De begeleidende tekst in de kwartaalrapportage is daarop aangescherpt. De tekst wordt: Het afzetten van de begroting én realisatie van een jaarschijf van de grondexploitaties geeft inzicht in het gerealiseerde tempo van de grondexploitatie ten opzichte van de verwachting van dat tempo in het betreffende jaar. De resultaten van de grondexploitaties worden hierdoor niet geraakt. In het meerjarenperspectief op de grondexploitaties (MPG) wordt per grondexploitatie de nieuwe planning weergegeven en beschreven hoe dit zich verhoudt ten aanzien van de risico’s en kansen van de betrokken grondexploitatie.
De heer Karens vraagt wat er gebeurd met de geconstateerde risico’s. Komt dit in het MPG terug? Wethouder Houtkamp antwoordt dat dit inderdaad in het MPG terug komt. Dit is een tussentijds overzicht. De heer Mostert vraagt waarom de voorziening ‘verlieslatend’ hoger is dan noodzakelijk. Ook vraagt hij hoe de winstneming van 800.000 verwerkt is. De heer Jansen antwoordt dat het plansaldo een optelling is van alle saldi, positief en negatief. In de systematiek worden alleen de negatieve saldi meegewogen voor de bepaling van de omvang voorzieningen. De winstneming wordt meegenomen in de jaarrekening. De heer Badri vraagt of deze rapportages naast de incidentele rapportages komen die de raad ontvangt, wanneer er afwijken zijn. Wethouder Ruseler antwoordt dat het inderdaad aanvullend is, omdat daar in de Auditcommissie naar gevraagd werd, toen over de Nota Grond gesproken werd. 21GRF00023
Pagina 4 van 5
08a Contract met Deloitte De voorzitter licht toe dat het huidige contract met Deloitte voor drie jaar is, met twee keer de mogelijkheid van één jaar verlenging. We zitten nu in het derde jaar, dus moet er of aanbesteed worden of met één jaar verlengd worden. Hier is geen onderliggend stuk voor aangeleverd, maar als we willen aanbesteden, dan moeten we nu daarover besluiten. De heer Berns vindt het verstandig om tot een jaar verlenging over te gaan. De heer Karens gaat eveneens akkoord, maar wil graag in de volgende vergadering het punt geagendeerd zien. De voorzitter concludeert dat de volgende vergadering over dit onderwerp wordt doorgesproken, en dat het contract met in ieder geval één jaar verlengd zal worden. 09 Volgende vergadering De eerstvolgende vergadering van de auditcommissie is gepland op 26 mei 2021. 10 Wvttk Hier wordt geen gebruik van gemaakt. 11 Sluiting Niets meer aan de orde zijnde, sluit de voorzitter om 20:03 uur de vergadering.
21GRF00023
Pagina 5 van 5