Verslag auditcommissie 23 juni 2021
Tekst van het document
Verslag AuditPluscommissie
Datum
Registratienummer
23 juni 2021
21GRF00043
Aanwezig
A. Mostert (voorzitter), J. Maris, C. de Jong, J. Pegtel, A. Post, D. Ergin, J. Meesters, Y. Tuncer, K. de Vries, P. van Kraaij, R. Berns, C. Kahramanoglu, B. Badri, O. Spek, R. Karens, P. Zwang, J. van Sliedregt, A. Wilton, C. Bruggeman, A. Elenbaas en H. Scherpenzeel (griffier). College: burgemeester Lamers en de wethouders Laan, Houtkamp en Ooijevaar Ambtelijk: M. Heuvelhorst, C. Wemmerus, B. Maes, E. Besseling, J. Verburg, A. de Klerk, R. Thung, D.J. ’t Hoen, A. Nix en T. Heimweg Deloitte: R.A. van Vugt, A. de Winter en S. Mast.
Onderwerp
Verslag AuditPlus 23 juni 2021
1. Opening en vaststellen agenda De voorzitter opent om 18.00 uur de vergadering. Op verzoek van wethouder Houtkamp wordt agendapunt 6. Raadsvoorstel Openen grondexploitatie Lange Achterweg, na agendapunt 3. Jaarstukken 2020 behandeld. De agenda wordt met deze wijziging vastgesteld. 2. Vaststellen verslag Het verslag van 9 juni 2021 wordt, met inachtneming van twee tekstuele aanpassingen, vastgesteld. 3. Jaarstukken 2020 De voorzitter meldt dat de reactie van het college op het accountantsverslag vandaag in NotuBox is gezet. De heer Van Vugt presenteert de conclusies n.a.v. controle over 2020. De presentatie maakt onderdeel uit van het verslag. Na de presentatie geeft de voorzitter gelegenheid tot het stellen van vragen. De heer Maris ziet een forste stijging in de bedragen door rechtmatigheidsfouten in de Europese aanbestedingen t.o.v. vorig jaar. Hij vraagt zich af of de vorig jaar afgesproken verbeteringen en strakke procedures effect hebben gehad. De heer Van Vugt geeft aan dat het nu gaat over twee incidenten met hele complexe processen en daarom geeft het geen indicatie dat er een verslechtering is opgetreden. Het proces dat is opgepakt om het inkoopbeleid structureel te borgen geeft hem vertrouwen en zal in de toekomst naar een forse daling van het bedrag moeten leiden. De heer Ergin vraagt of de fout van 280.000 euro die bij SOW is geconstateerd te achterhalen is.
En ziet de accountant dat er de juiste stappen worden gezet om deze fouten te voorkomen? De heer Van Vugt antwoordt dat dit vooral aandacht bij SOW vraagt, niet zozeer bij de gemeente. Over de hele linie ziet hij wel verbetering. De fouten hebben vaak te maken met bijvoorbeeld ten onrechte iets te lang uitbetalen van bijstandsuitkeringen. De fouten die worden geconstateerd, vaak relatief kleine bedragen, moet worden uitgerekend over de totale massa. De heer Ergin vraagt naar de verantwoording van de kosten n.a.v. COVID19. De heer Van Vugt zegt dat er een aantal posten zijn die aandacht vraagt. Bijvoorbeeld de TOZO 1 regeling; daar zijn hele soepele verantwoordingsregels op van toepassing geweest.
*21GRF00043*
Daarnaast is aan gemeenten gevraagd om subsidies door te betalen aan bijvoorbeeld musea, bibliotheek etc., terwijl deze dicht waren en dus formeel niet aan de subsidievereisten voldeden. En in de zorg zijn diverse contracten gesloten die niet konden worden nageleefd, hier heeft het rijk opgeroepen de contracten toch na te leven en facturen te betalen, terwijl niet altijd de juiste zorg geleverd kon worden. Alles is gegaan volgens de regels en de gemeente is er voor gecompenseerd. De heer Badri leest in de brief van het college over de aanbevelingen dat deze worden ‘meegenomen’. Worden de aanbevelingen nu mee- of overgenomen? Wethouder Ruseler zegt dat dit gaat over hoe het proces Meerjarenperspectief Vastgoed is doorlopen. In dat proces worden de aanbevelingen van de accountant meegenomen en dus ook overgenomen. De heer Mostert vraag wat het materiele effect is van het feit dat er 8 mln is opgenomen in de voorziening verliesgevende complexen. Wat en waar merk je daar wat van? De heer Van Vugt zegt dat dit een voorziening was die is getroffen voor Oranjeburgh. Het verlies is in 2020 daadwerkelijk genomen. Het verlies is definitief afgeboekt. Het valt hiermee weg tegen het afrondende verlies bij het afsluiten van Oranjeburgh. Daar merk je financieel bijna niets van. Wethouder Ruseler geeft aan dat de controle een langdurig proces is geweest.
Hij is trots op het werk dat door ambtenaren is geleverd. We voorzien een goedkeurende verklaring met een rapport van de accountant met complimenten. In het jaarrekening overschot zijn duidelijk de effecten van corona zichtbaar door onderuitputting van bepaalde budgetten. Daarom zitten er ook verschillende voorzieningen in de resultaatbestemming. Er worden reserves aangelegd of reserves worden vergroot. De overdracht van de hosting van SOW, het achterstallig onderhoud MPV en Thurlede staan bijvoorbeeld als reserve genoemd. En er wordt een reserve compensatie rijk aangelegd. Die is aangelegd omdat er hoop is op compensatie vanuit het rijk is voor jeugdzorg. Er is 1,3 miljard landelijk toegezegd. Hij waarschuwt echter wel, want nog niet is duidelijk hoe deze 1,3 miljard landt (doeluitkering, stelselwijziging of algemene uitkering). Dat heeft gevolgen voor hoe wij een compensatie in kunnen zetten. De voorzitter constateert dat er verder geen vragen zijn en concludeert dat het stuk behandelrijp is voor de raadscommissie van 29 juni 2021. 6. Raadsvoorstel Openen grondexploitatie Lange Achterweg Wethouder Houtkamp leidt het voorstel in. Deze grondexploitatie moet geopend worden. Er zit uiteindelijk een positieve prognose in deze grondexploitatie. De risico’s zijn redelijk overzienbaar.
De heer Mostert vraagt waarom moet een grondexploitatie geopend worden? Had het ook anders geregeld kunnen worden? De heer Houtkamp geeft aan het BBV een grondexploitatie verplicht, omdat het om een meerjarige grondexploitatie gaat. Als dit niet het geval zou zijn en er geen risico’s zouden zijn, dan was een anterieure overeenkomst ook mogelijk geweest. De heer Mostert vraag naar de omvang van de ‘beperkte’ risico’s. De heer Houtkamp zegt dat er grondwerk gedaan moet worden en dat kan verrassingen meebrengen, bijvoorbeeld op het gebied van archeologie. Daar zou een overschrijding kunnen plaatsvinden.
21GRF00043
Pagina 2 van 5
De heer Heimweg vult aan dat er twee risico’s zijn: de “ondergrondse infrastructuur”en “archeologie en bodemsanering”. Daar is een inschatting op gemaakt die uitkomt op totaal 30.000 euro. Mevrouw Nix zegt dat de opgenomen risicopost ook te maken heeft met het feit dat het een bouwplan in de binnenstad betreft; er kan altijd iets in de grond gevonden worden waar niet op gerekend is. De voorzitter concludeert dat het voorstel behandelrijp is voor de raadscommissie van 29 juni 2021. 4. Zomernota 2021 Wethouder Ruseler leidt het voorstel in. De informatie van het rijk over de compensatie Jeugdzorg en de meicirculaire waren te laat om op te nemen in de zomernota. Het college gaat dinsdag nogmaals kijken naar het pakket dat is opgenomen in scenario 2. Daar wordt de raad dinsdag (voor commissiebehandeling) d.m.v. een brief over geïnformeerd. Hij begrijpt dat de Rijkscompensatie die voortkomt uit de arbitrage ook voor Schiedam gevolgen zal hebben. Dit zal echter een incidenteel effect zijn, waardoor de tekorten niet structureel afgedekt zijn. De heer Van Sliedregt vraagt waarom er nu wel een Zomernota aan de raad wordt voorgelegd en vorig jaar niet. Is de situatie dan nu zoveel anders? Wethouder Ruseler antwoordt dat de situatie nu wezenlijk anders is. In de voorbereiding van de Zomernota vorig jaar werd de organisatie geconfronteerd met het thuiswerken.
Mede daardoor was het niet goed mogelijk om een zomernota voor te bereiden. Het lijkt hem nuttig om dit jaar wel te spreken over de structurele positie van onze financiën. De heer Karens sluit zich bij de heer Van Sliedregt aan. Hij acht het niet verstandig om nu een Zomernota vast te stellen. De heer Berns vindt het juist wel verstandig om nu een Zomernota te behandelen. Hij vult aan dat het ‘herstel’ uit de titel van de Zomernota wat hem betreft verder gaat dan alleen financieel herstel. Ook vraagt hij naar een overzicht van de afgelopen jaren van de verhouding tussen incidentele en structurele kosten en baten. Wethouder Ruseler antwoordt dat een overzicht m.b.t. de ontwikkeling van het structurele saldo bij het verslag zal worden gevoegd. De heer Ergin hoorde de wethouder zeggen dat het college het pakket bij scenario 2 gaat ‘bekijken’. Wil dat zeggen dat het college voorgestelde bezuinigingen gaat schappen? Wethouder Ruseler antwoordt dat het college deze discussie aanstaande dinsdag gaat voeren. De heer Karens wil graag weten waar we staan, wat de invloed en omvang van de Rijkscompensatie zal zijn, voordat de raadscommissie plaatsvind. Wethouder Ruseler antwoordt dat er overzicht beschikbaar is, maar dat hij via de VNG gaat proberen meer duidelijkheid te krijgen.
De heren Maris en Pegtel geven aan zich aan te sluiten bij de sprekers die van mening zijn dat het beter is de Zomernota niet vast te stellen. De voorzitter concludeert dat het voorstel, met alle kanttekeningen, behandelrijp is voor de raadscommissie van 29 juni 2021. 5. Raadsvoorstel Tweede Technische Aanpassing van de Begroting 2021 Wethouder Ruseler leidt het voorstel in en meldt dat er een overschot is van m.n. ROGplus. Op de vraag van de heer Badri over beslispunt 18, wat is de wettelijke termijn voor aanpak op het gebied van geluidsanering van een woning, komt een schriftelijke reactie voor in het verslag. De heer Karens vraagt het woord over het inrichtingsplan inkoopfunctie. Hij vraagt zich af, waarom dit een technische aanpassing is. Zeker omdat het onderwerp regelmatig in de 21GRF00043
Pagina 3 van 5
auditcommissie is besproken; hij had een meer inhoudelijke behandeling verwacht bijvoorbeeld in de Berap. Wethouder Ruseler komt ook op deze vraag schriftelijk terug. De voorzitter concludeert dat het voorstel behandelrijp is voor de raadscommissie van 29 juni 2021. 7.
Raadsvoorstel Uitvoeringsprogramma Mobiliteit
De voorzitter zegt dat hij het opmerkelijk vindt, dat op het moment dat er discussie wordt gevoerd over de zomernota, er separaat een financieel voorstel wordt aangeboden dat van invloed is op de begroting. In november is immers afgesproken dat de financiële aspecten over dit uitvoeringsprogramma bij de zomernota aan de orde zouden komen. Wethouder Ooijevaar leidt het voorstel in. Gevraagd wordt de reserve parkeren te verbreden naar een reserve mobiliteit. De meeropbrengsten voor parkeren worden hiermee daadwerkelijk uitgegeven aan mobiliteit. Er wordt gevraagd investeringskredieten te voteren, het bedrag voor de Ringlijn uit te stellen en de belastingtarieven van de 1e en 2e parkeervergunning te verlagen. Dit voorstel heeft geen gevolgen voor de algemene middelen, vandaar een apart voorstel. N.a.v. een vraag van de heer Pegtel, gesteld tijdens de beeldvormende avond, is inmiddels beantwoord. De heer Ooijevaar vat dit antwoord samen: de kapitaallasten van de investeringen moesten nog worden getoetst aan de nota “Investeren, waarderen en afschrijven”. De toetsing heeft plaatsgevonden maar krijgt nog een nadere duiding. De heer Mostert over opbrengsten parkeren. Hoe zeker zijn de opbrengsten? Zeker na participatie. De heer Ooijevaar zegt dat er een rekenprogramma is waarin de variabelen worden aangepast en wat dan de gevolgen zijn. Daar zijn de bedragen uitgekomen.
Bij de berekening is uitgegaan van een venstertijd van 16.00 uur tot 22.00 uur op maandag tot en met zaterdag. Bedragen zouden wel hoger, maar niet lager kunnen worden. Afhankelijk van de resultaten van het participatietraject. De heer Karens over parkeren buiten de wijken van bedrijfsbusjes. Dit is een aparte maatregel. Hij ziet deze niet als aparte kostenpost staan. Klopt dat? Wethouder Ooijevaar komt hier schriftelijk op terug. Mevrouw Zwang vraagt of het aanpassen van de tarieven voor de parkeervergunningen, betekent dat ook een verandering van opbrengsten in wijken waar al betaald parkeren is ingevoerd tot gevolg heeft. Is dit meegerekend? Wethouder Ooijevaar antwoordt dat de verlaging ook voor de andere wijken geldt. Deze zijn meegerekend. De aanpassingen zijn in het totaal meegenomen. De heer Kahramoglu stelt dat de opbrengsten van betaald parkeren het mogelijk zouden moeten maken om aan de randen van de wijken te kunnen parkeren op beveiligde parkeerplaatsen. Is het bedrag dat wordt opgehaald door gebruik van deze parkeerplaatsen voldoende om deze investering te doen? Betaalt het zichzelf terug? Wethouder Ooijevaar antwoordt dat dit niet het geval is. De heer Karens weet dat de parkeeropbrengsten van de bestaande betaald parkeergebieden naar de algemene middelen gaan. Door de uitbreiding gaan de meeropbrengsten naar de reserve mobiliteit.
Maar een deel gaat naar de algemene middelen om het verlies over bestaand gereguleerd parkeren te dekken, klopt dat? Wethouder Ooijevaar zegt dat dit klopt. De meeropbrengsten gaan naar de reservemobiliteit maar een deel wordt gecompenseerd. 21GRF00043
Pagina 4 van 5
De heer Berns vraagt als het parkeren aan de randen wel kostendekkend zou zijn, wat zijn dan de tarieven? Wethouder Ooijevaar zegt dat dit een veelvoud zal zijn van het bedrag van een reguliere parkeervergunning. De voorzitter concludeert dat het voorstel behandelrijp is voor de raadscommissie van 30 juni 2021. 8. Raadsvoorstel Transitie bedrijfsvoering Stroomopwaarts Wethouder Ruseler leidt het voorstel in. Het gaat om een transitiebudget van 402.000 euro. Er worden geen vragen gesteld. De voorzitter concludeert dat het voorstel behandelrijp is voor de raadscommissie van 30 juni 2021. 9. Volgende vergadering De eerstvolgende vergadering van de auditcommissie is op 8 september 2021. 10. Wvttk Wethouder Ruseler meldt dat Schiedam waarschijnlijk voor bijna 3,2 miljoen aandelen Stedin krijgt toegewezen. Komende vrijdag is de aandeelhoudersvergadering waar dit wordt bekrachtigd. NB. De aandeelhoudersvergadering heeft met de toewijzing ingestemd. 11. Sluiting De voorzitter sluit de vergadering om 19.48 uur.
21GRF00043
Pagina 5 van 5