CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

RvdF aanvullende vragen raadslid Wilton tijdens commissie 3 november 2021

Raadscommissie 3 november 2021, gemeente SchiedamBij agendapunt: Agendadocumenten823 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

reacties van de fracties

Datum

Ons kenmerk

(Aanvullende) Vragen van raadslid Wilton (VVD) tijdens de commissievergadering van 3 november 2021 Vraag 56 Aanpak wachtlijsten 2022: Zijn dit de kosten die de GRJR maakt en doorberekent aan de gemeente Schiedam of zijn dit de kosten die de gemeente Schiedam zelf maakt voor de aanpak wachtlijsten? Antwoord: Deels voor de aanpak binnen de GRJR en deels voor de aanpak om op lokaal niveau de wachtlijsten aan te pakken. Bijvoorbeeld door extra inzet basis GGZ en de inzet van een praktijkondersteuner bij de huisarts. Hierna kwamen nog de volgende aanvullende vragen: 1.

Vraag 56 hoeveel van die 1 M gaat naar GRJR en hoeveel naar de gemeente? Antwoord: € 500.000 is gereserveerd voor de GRJR en € 500.000 wordt lokaal besteed.

2. Vraag 56 Waarom is de extra financiering van de wachtlijstvermindering ingezet bij de praktijkondersteuner van de huisarts, dit is toch uitwerking van het nieuwe beleid MVS Jeugdmodel?

Antwoord: Het één sluit het ander niet uit. Met de inzet van de praktijkondersteuner hopen we te realiseren dat het aantal verwijzingen naar specialistische GGZ daalt en gekozen wordt voor lichtere interventies, zodat de druk op de wachtlijsten afneemt. Vanuit gewoonte of gebrek aan kennis van de sociale kaart verwijst een huisarts al gauw naar een specialistisch traject. Dankzij de ondersteuner jeugd, die meer kennis heeft van de sociale kaart en daardoor minder geneigd is te verwijzen naar specialistische GGZ, kunnen meer jeugdigen gezien worden en sneller naar verschillende soorten jeugdhulp verwezen worden. Hierdoor vindt er spreiding op wachtlijsten plaats en nemen wachtlijsten af. De komst van een ondersteuning jeugd heeft dus te maken met de aanpak wachtlijsten. Tegelijkertijd is het een van de projecten waar we in MVS-verband al mee gestart zijn, vooruit lopend op de invoering van het MVS-model. Vraag 57: In de tabel lastenontwikkeling jeugdzorg wordt gesproken over het woonplaatsbeginsel. - Aan wie wordt het woonplaatsbeginsel nu uitbetaald? GRJR of LTA of MVS? - Hoe werkt het woonplaatsbeginsel dadelijk in het MVS jeugdmodel? Voor welke jeugdzorg (percelen) wordt dit woonplaatsbeginsel toegepast? - Hoe moeten we de berekening van 2,0+1,0=3,0 interpreteren(waar komt deze rekensom vandaan?)? Hoe werden de kosten verrekend in 2021? -

*19GRF00033*

Antwoord: Het woonplaatsbeginsel in de jeugdwet regelt welke gemeente verantwoordelijk is voor kosten van hulp aan een jongere. Dit geldt voor alle soorten jeugdhulp, dus zowel de regionale, lokale als landelijke jeugdhulp. Het jeugdhulpmodel heeft geen invloed op het woonplaatsbeginsel. Vanaf 1 januari 2022 wijzigt het woonplaatsbeginsel door een wetswijziging. Tot 1 januari 2022 geldt het volgende: - De verantwoordelijk gemeente is de gemeente waar het gezag is ingeschreven. Dat is bijvoorbeeld de gemeente waar de ouders wonen. - Bij een verhuizing, een wijziging in het gezag of als de jeugdige meerderjarig wordt, verandert de situatie. Titel 3 van Boek 1 van het Burgerlijk wetboek bepaalt dan de woonplaats (en dus verantwoordelijke gemeente). Vanaf 1 januari 2022 geldt het volgende: Het nieuwe woonplaatsbeginsel gaat uit van de woonplaats waar de jeugdige staat ingeschreven op het moment van de zorgvraag. Doel van de wetswijziging is het verminderen van administratieve lasten, het sneller kunnen leveren van zorg en ondersteuning aan jeugdigen en het versterken van preventie. Het Rijk stelt aan Schiedam € 2 miljoen beschikbaar als dekking voor de kosten van het woonplaatsbeginsel. Met behulp van een landelijk rekenmodel verwachten we echter € 3 miljoen aan kosten. Dit verklaart de berekening van 2,0 + 1,0 = 3,0 in de begroting.

Hierna kwamen nog de volgende aanvullende vragen:

1.

Vraag 57 Wat zijn de gevolgen voor het woonplaatsbeginsel in de verrekening van de LTA kosten binnen de GRJR? Antwoord: Namens de gemeente heeft de VNG afspraken gemaakt over de landelijke inkoop jeugdzorg met landelijke aanbieders met een specialistische functie. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de trajecten voor jeugdigen met gediagnosticeerde anorexia. Het is maar de vraag of er bij de overgangsgroep jeugdigen zijn die gebruik maken van een LTA. Dit is iets wat de werkgroep woonplaatsbeginsel zal monitoren. Vooraf is daar nog niets over te zeggen. Ook vanuit het rijk is daar nog geen informatie over gegeven.

2. Vraag 57 Hoeveel jeugdigen in de jeugdwet krijgt de gemeente Schiedam erbij door het woonplaatsbeginsel? (mag ook in percentage)

Antwoord: De werkgroep woonplaatsbeginsel monitort zowel de instroom als de uitstroom. Er is maandelijks een financieel jeugdoverleg waarin woonplaatsbeginsel een vast agendapunt is. Hierin worden voor 2022 de aantallen en bijbehorende kosten gevolgd. Gemeenten hebben onderling een convenant gesloten waarin is vastgelegd dat gemeenten alles eraan doen om de wetswijziging zo soepel mogelijk te laten verlopen. Voor Schiedam staat de teller nu op:

19GRF00033

-

44 jeugdigen vertrekken naar een andere gemeente

-

42 jeugdigen komen naar gemeente Schiedam

Pagina 2 van 3

Dit zegt echter lang niet alles: kleine aantallen kunnen grote verschillen maken. Als er veel kinderen in pleegzorg vertrekken en we krijgen er enkele kinderen met zeer zware problematiek voor terug dan kan dat een grotere impact hebben op het jeugdhulpbudget.

19GRF00033

Pagina 3 van 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10980135/1