Reacties van de Fracties met antwwoorden cie 9 maart 2021
Tekst van het document
reacties van de fracties
Datum
Ons kenmerk
18 februari 2021
21GRF00009
Raadscommissie 9 maart 2021 Agendapunten: 04
Collegebrief dd. 16 december inzake Prestatieafspraken WoonPlus 2021 1.
Hebben de leden van het HOW inmiddels meer expertise ontwikkeld en/of opleidingen gevolgd? Antwoord: Ja, de leden hebben op diverse onderwerpen de expertise verbeterd. Diverse onderwerpen zijn met Woonplus, gemeente en deels onder begeleiding van Platform 31 uitgediept. In het najaar van 2020 is een ervaren professionele ondersteuner gestart ter ondersteuning van de HOW.
2. Is bij Woonplus bekend dat het HOW nog steeds lastig is te bereiken en/of in te zetten voor grote collectieve problemen? Antwoord: De bereikbaarheid en inzet zijn door het verkrijgen van een eigen vaste plek en een eigen ondersteuner verbeterd. De situatie met COVID-19 zorgt ervoor dat de vrijwilligers van de HOW (gecombineerd met een baan of ander vrijwilligerswerk) en de professionele ondersteuner, net als vele anderen, hun werkzaamheden voor de HOW vanuit huis doen. 3. Blz. 2. Daarnaast is de realisatie van meer (reguliere) 3-kamerwoningen van belang ter bevordering van de leefbaarheid in Schiedam, wegens de groei van kleine huishoudens en de wens om de concentratie van kwetsbare gezinnen te laten dalen. Graag uitleg over deze opmerking? Antwoord: De tekst verwijst naar de doelen die ook in de woonvisie gesteld zijn, namelijk het behoud van de sociale voorraad in absolute aantallen, maar wel op een andere manier verspreid in de stad. De opmerking is een voorbeeld van wat een meer evenwichtig aanbod zou betekenen, en geeft aan dat ook voor woningen die in aantallen op de schaal van de stad kunnen aansluiten op de behoefte, het op wijk- en buurtniveau wenselijk kan zijn om tot een in prijsklassen en typologie meer gemixt aanbod te komen. 4. Blz. 3 . De prestatieafspraken nieuwe raamovereenkomst zullen we voortaan werken met tweejaarlijkse prestatieafspraken.
Wat is de reden dat er met de nieuwe raamovereenkomst is gekozen om te gaan werken met tweejaarlijkse prestatieafspraken? Antwoord: Het traject van de prestatieafspraken start wettelijk jaarlijks op 1 juli, als de corporatie haar bod neerlegt bij de gemeente. Voorafgaand aan het bod van de corporatie is er al een traject met de huurdersvertegenwoordiging om tot aandachtpunten vanuit de huurders op dit bod te komen. Vervolgens starten de onderhandelingen die voor 15 december van elk jaar moeten leiden tot prestatieafspraken. Jaarlijks wordt er dus meer dan een half jaar aan onderhandelingen besteed. Partijen ervaren dat de tijd om te komen tot uitvoering in verhouding te beperkt is. De wetgever staat tweejarige prestatieafspraken toe. Partijen hebben daarom afgesproken vanaf de nieuw te sluiten raamovereenkomst (nog af te sluiten) met tweejarige prestatieafspraken te gaan werken.
*21GRF00009*
5. Blz. 4 . Punt 1.1 Het aandeel DAEB-woningen verhuurd via woningcorporaties in Schiedam zou op of rond het landelijk gemiddelde (26,6%) moet liggen. Wat is het aandeel DAEB woningen verhuurd via woningcorporaties in Schiedam? Antwoord: Het totaal aantal woningen verhuurd via corporaties in Schiedam was 11.825 (per 1-12020). Hiervan worden (stand december 2020) 11.206 woningen verhuurd door Woonplus, waarbij 11.037 in het DAEB segment en 169 in het niet-DAEB segment. Het totale aandeel corporatiehuur is 32,3% van de woningvoorraad. In Schiedam wordt 4,5% van de corporatie voorraad verhuurd boven de liberalisatiegrens. Deels zijn dit niet-DAEB woningen, deels zijn dit DAEB woningen die door huurverhogingen (waaronder inkomensafhankelijk) boven de liberalisatiegrens komen te liggen. De totale woningvoorraad in Schiedam groeit met 6.000 woningen. Het aandeel sociaal (bestaande uit corporatiehuur, particuliere huur in het betaalbare segment en betaalbare koop) in Schiedam zal in absolute aantallen gelijk blijven. Door marktverschuivingen binnen de totale sociale voorraad is er ruimte om in de toekomst naar een aandeel DAEB van 26,6% te streven. Dit betekent dat de voorraad van de corporaties in aantallen zal kunnen groeien, ondanks dat de totale sociale voorraad in aantallen in 2030 gelijk blijft aan 2018. 6. Blz. 5 .
Punt 1.7 In 2021 zullen partijen het proces om te komen tot de herontwikkeling met elkaar overeenkomen en onderzoeken onder welke voorwaarden we kunnen komen tot de gezamenlijke ontwikkeling en realisatie. Behoren de bewoners ook tot een van de partijen? Antwoord: Nee. Het doel is te komen tot een ontwikkelovereenkomst, waarin onder meer programmering en (financiële) randvoorwaarden worden vastgelegd. Dit zijn geen onderhandelingen waar bewoners bij betrokken zijn. 7. Blz. 7 . Punt 2.2 De huidige afspraken brengen dit evenwicht onvoldoende tot stand (75% toewijzing primaire doelgroep). De gemeente blijft zich inzetten voor een andere verhouding die meer bijdraagt aan het evenwicht. Hoe wil de gemeente dat gaan doen? Antwoord: De afspraken in de regio worden gemaakt door 14 gemeenten. Binnen dit regionale samenwerkingsverband heeft Schiedam van alle gemeenten het grootste aandeel woningen onder de aftoppingsgrens (92%). Bij andere gemeenten ligt dit aandeel lager tot veel lager en draagt de afspraak om tot 75% toewijzing van de primaire doelgroep te komen bij in het behalen van de doelen om regionaal tot 70% onder de aftoppingsgrens te komen. In de praktijk: is het aandeel onder de aftoppingsgrens laag, dan helpt deze afspraak om de primaire doelgroep beter aan bod te laten komen.
Voor Schiedam, waar ook een verbetering van de positie van de secundaire doelgroep nodig is, vertraagt deze afspraak deze doelen. Schiedam zal in regioverband hier aandacht voor blijven vragen. 8. Blz. 8 . Punt 2.11 Aan 61 statushouders biedt Woonplus huisvesting. De gemeente faciliteert de maatschappelijke begeleiding van statushouders. Welke trajecten heeft Stroomopwaarts ontwikkeld om statushouders optimaal voor te bereiden op de arbeidsmarkt? Antwoord: Stroomopwaarts begeleidt de doelgroep statushouders vanuit een speciale taskforce met dedicated werkconsulenten en een dedicated matchmaker. Per individu wordt gekeken wat nodig is voor de voorbereiding op de arbeidsmarkt en wordt er een plan van aanpak opgesteld. Klanten ontwikkelen zich o.a. op interne leerwerktrajecten, bij 21GRF00009
Pagina 2 van 12
vrijwilligersorganisaties maar ook bij werkgevers in de regio. Stroomopwaarts biedt, naast individuele begeleiding door de werkconsulent ook trainingen aan, zoals sollicitatieen empowermenttrainingen en trainingen gericht op doorstroom naar kansrijke beroepen zoals de zorg. Verder heeft Stroomopwaarts een samenwerking met UAF om hoogopgeleide statushouders te begeleiden naar een studie en vervolgens een duurzame plek op de arbeidsmarkt. Daarnaast participeert Stroomopwaarts in het project De Maatwerkplaats waarin statushouders met een grote afstand tot de arbeidsmarkt taalonderwijs krijgen en bekend raken met de arbeidsmarkt via vakroutes in de bouw, techniek, horeca en zorg. 9. In welke praktische zaken biedt Vluchtelingenwerk ondersteuning gericht op zelfredzaamheid? Antwoord: Vluchtelingenwerk biedt statushouders maatschappelijke woonbegeleiding en biedt daarnaast ondersteuning op gebieden als (gezondheids-)zorg, inkomen, verzekeringen, onderwijs, vervoer en overige basisvoorzieningen. 10. Punt 2.12. In 2021 wordt gericht gestart met het verleiden van senioren uit grote eengezinswoningen naar vernieuwbouw. In de Wiltonfiats wordt er, na de oplevering van de vernieuwbouw, door Woonplus een pilot gestart om mensen gericht door te laten stromen.
Op welke manier gaat Woonplus deze mensen en senioren verleiden? Antwoord: Hiertoe zal door Woonplus doorstroombeleid ontwikkeld gaan worden. Denk hierbij aan actief huurders benaderen, met voorrang aanbieden van woning en onderzoek naar huurgewenning. 11. Punt 2.14. Preventie huisuitzetting en preventie huurschulden. Het doel om 60-80 gezinnen met multi-problematiek te ondersteunen om huisuitzetting te voorkomen. G f h k m z € 60.000,-- door de gemeente worden vergoed. Is dit het totale bedrag voor 60-80 gezinnen? Antwoord: Ja, dit is bedrag is de maximale bijdrage vanuit de gemeente per jaar binnen dit project. Door een schuldregeling of een uitspraak in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen betalen de gezinnen die deelnemen aan de aanpak voorkomen huisuitzettingen een percentage van de huurachterstand zelf. De resterende achterstand wordt afgeboekt. Woonplus en de gemeente nemen deze kosten voor hun k g D f k g m h m xm € 60 000,aan huurderving per jaar bijdraagt. 12. Punt 2.16. De gemeente en Woonplus onderzoeken de mogelijkheid om de voorzieningenwijzer in te zetten ter bevordering van het verminderen van armoede in de stad.
Wat is de voorzieningen wijzer? Welke voorzieningen komen daarin te staan? Krijgen de kleine burgerinitiatieven ook een plaats in die voorzieningenwijzer? Antwoord: De voorzieningenwijzer is een bestaand instrument (zie www.devoorzieningenwijzer.nl ) dat door gemeenten, corporaties en welzijnsorganisaties kan worden ingezet om te zorgen dat bewoners de regelingen en voorzieningen waar zij recht op hebben zo veel mogelijk benutten. Bewoners worden hierbij ondersteund door hiervoor opgeleide consulenten. Het instrument wordt gevuld met landelijke en lokale regelingen. De voorzieningenwijzer is een instrument binnen SchuldenlabNL. Het instrument is niet bedoeld voor burgerinitiatieven, maar heeft als doel de (vaste) lasten van huishoudens waar mogelijk te verlagen en beschikbare regelingen zo veel mogelijk te benutten.
21GRF00009
Pagina 3 van 12
13. Blz. 10. Punt 3.5. V gb G Z k z 52 ‘ b ’ woningen? Antwoord: Nee, dit gaat om het bouwblok aan de Willem Pijperstraat 2 – 104 dat evenwijdig aan de A4 staat. 14. Blz. 13. Punt 4.1. Bij signalering van een hulpvraag op het gebied van zorg en welzijn neemt Woonplus contact op met het WOT. Hoe gaat Woonplus dit signaleren? Antwoord: Woonplus kiest voor een andere inzet van de functie sociaal beheer en gaat het werken met wijk- en buurtbeheerders uitbreiden. Het doel hiervan is om actief in contact met de huurders te treden om vroegtijdig te kunnen signaleren als het met een huurder niet goed gaat. Deze wijk- en buurtbeheerders kunnen zorgwekkende situaties tegenkomen. Het gaat veelal om complexe vraagstukken. Om die effectief aan te pakken wil Woonplus de integraliteit van werken binnen de organisatie vergroten door met 2 integrale gebiedsteams te gaan werken. Ook het ontstaan van huurachterstanden is vaak een teken dat het niet goed gaat met een huurder/huishouden. Gemeente en Woonplus Schiedambreed vervolg aan de gemaakt afspraken over een gezamenlijk inzet ten behoeve van preventie huisuitzetting en preventie huurschulden. Ook hierop stuurt Woonplus op vroegtijdige signalering, zodat voorkomen kan worden dat een probleemsituatie uit de hand loopt. 15. In maart 2020 heeft het AOV een gesprek gehad met de directeur van Woonplus (E.
Klep) over een verbeterplan van W “c c m ” h h van de opvolging van vragen van huurders. Het AOV is benieuwd of dit plan al gestart is en wat het heeft opgeleverd. Antwoord: Woonplus laat hierover het volgende weten: Woonplus biedt de huurder verscheidene kanalen om afhankelijk van vraag, moment en situatie de meest passende keuze te m k V ‘c c m ’ k c ck ch : telefonie, internet, email en fysiek (receptie en op locatie). Deze dienstverlening wordt digitaal ondersteund door een interactieve website met een eigen klantportaal voor elke huurder. Medio 2020 is deze nieuwe manier van werken geïmplementeerd; een nieuwe afdeling, met nieuwe mensen en een nieuw systeem. 16. Punt 4.3. Woonplus zal vervuilde woningen melden bij een meldpunt vervuilde woningen zodat er duidelijkheid komt over hoe vaak dit probleem zich voor doet. Hoe gaat Woonplus deze bevuilde woningen opsporen? Antwoord: Bij huisbezoeken zal, wanneer Woonplus een vervuilde woning aantreft, hiervan melding gedaan worden. Huisbezoeken kunnen plaats vinden als de complexbeheerder vermoedens heeft van een vervuilde woning en met de huurder in contact treedt. En vervuilde woningen kunnen ook aangetroffen worden bij bezoeken in het kader van reparaties en regulier onderhoud. Of door klachten van woonoverlast (denk aan stank en ongedierte) die door buren gemeld worden.
21GRF00009
Pagina 4 van 12
17. Punt 4.7. De gemeente, Woonplus en ROG Plus ontwikkelen gezamenlijk beleid voor de stalling van scootmobiels en verkennen hoe in bestaande complexen hier oplossingen voor gevonden kunnen worden. We stellen hiervoor een werkgroep samen. Worden er voor die werkgroep ook bewoners uitgenodigd? Antwoord: Op dit moment worden voor individuele complexen ad hoc oplossingen bedacht. Het doel van de werkgroep is om een algemene aanpak te ontwikkelen. Bewoners worden betrokken op het moment dat voor hun complex een oplossing voor dit probleem gevonden moet worden. 18. Blz. 17. Welke buurtposten en wijkcentra worden door Woonplus gefaciliteerd? Antwoord: Dit zijn de volgende locaties: Mgr. Nolenslaan Bagijnhof BH Gretelaan B. Verhallenplein L. Zimmermannplein Schuttersveld MCM de Grootstraat Bosmansplein Nieuwe Damlaan Delflandseweg Heijermansplein Hof in Zuid Beethovenplein. 19. Pagina 3: Tot vorig jaar hebben we gewerkt met een model dat is aangereikt via de Handreiking Prestatie afspraken (een publicatie van BZK, Aedes, VNG en Woonbond). Met ingang van deze afspraken schakelen we over op een structuur die voortvloeit uit de woonvisie. W m g h m ’ m g g structuur? i. ‘N b ’ ‘G kk g ’ (R k) thema: ‘Groei van de k ( b kk g)’ ( m ) ii. ‘B kb h b b h ’ ‘H g g ’ (R k) h m : ‘E g Sch mm ’ ( m Antwoord: De prestatieafspraken zijn vanuit de Woningwet vorm ,m h m ’ bod komt.
Tot afgelopen jaar is met een landelijk voorbeeldmodel gewerkt. Er is voor dit jaar gekozen om aan te sluiten bij de opbouw van de woonvisie. De corporatie doet immers ook een bod op de woonvisie. Via het schema wordt getoond hoe de oude en de nieuwe opzet op elkaar aansluiten. 20. Pagina 4: Tegelijkertijd is er het besef dat deze problematiek de schaal van Schiedam overstijgt, en dat er extra financiële middelen nodig zijn om sneller en beter tot een goede leefbare situatie te komen. Hiervoor stellen de gemeente en Woonplus in 2021 een business case op. Wat is de scope van de opdracht die is verstrekt ten aanzien van het opstellen van de businesscase? Kan de raad een afschrift hiervan ontvangen? Antwoord: De opdracht is om een brede businesscase voor verbetering van de leefsituatie in deze twee wijken op te stellen. Er komt een integrale visie op Nieuwland en oost, met een
21GRF00009
Pagina 5 van 12
scope van minimaal 20 jaar. De scope is vergelijkbaar met het nationaal programma voor Rotterdam Zuid. Deze visie omvat in elk geval: Onderwijs Werk Sociale structuur en gezondheid Veiligheid Wonen De doelstellingen die we willen bereiken, worden op dit moment geformuleerd. Er wordt in de ontwikkeling van de businesscase gewerkt met de volgende doelstellingen: 1. Meer wijkbewoners beheersen de Nederlandse taal goed; 2. Meer wijkbewoners zijn aan het werk; 3. Meer wijkbewoners kunnen gemakkelijker rondkomen; 4. Meer wijkbewoners hebben een gezonde leefstijl; 5. Meer wijkbewoners voelen zich verbonden met hun eigen wijk; 6. Meer wijkbewoners voelen zich veilig in hun eigen wijk; 7. De wijk heeft een evenwichtigere woningvoorraad met kwalitatief betere verbindingen en openbare ruimte voor de huidige bewoners, voor sociale stijgers die nu te vaak de wijk verlaten en voor nieuwkomers die hier een volgende stap in hun wooncarrière willen maken. Op dit moment vindt bestuurlijk en ambtelijk overleg plaats over de wijkenaanpak. De raad wordt geïnformeerd over de uiteindelijke businesscase. De verwachting is dat de wijkenaanpak zal worden opgepakt door het nieuwe kabinet. Op 10 maart zal de raad door het college verder worden geïnformeerd over de wijkaanpak. 21. Pagina 7: In het tweede kwartaal van 2021 wordt gezamenlijk de mogelijkheid van het bouwen van tijdelijke woningen onderzocht.
In dit onderzoek is het van belang de nadruk te leggen op de zoektocht naar een duurzame oplossing en de zorg dat men het probleem (van huisvesting) niet verplaatst naar de toekomst. Kan deze zin nader worden geduid? Antwoord: Jaarlijks kunnen ongeveer 140 woningen vernieuwd worden in het kader van stedelijke vernieuwing. Dit heeft onder meer te maken met het aantal woningen in de bestaande voorraad dat beschikbaar gemaakt kan worden voor huishoudens die met sloopurgentie verhuisd kunnen worden. Door het inzetten van tijdelijke woningen kan de vernieuwingsopgave versneld worden. Maar dit betekent wel dat naar de toekomst toe voor iedereen die in het kader van de vernieuwingsopgave tijdelijk gehuisvest is, er de zekerheid moet zijn dat er weer een goede permanente woning beschikbaar komt. 22. Pagina 10: Er wordt ingezet op betaalbare aardgasloze woningen en CO2-reductie. Er worden afspraken gemaakt over renovatie en verduurzaming van de corporatievoorraad. Daarnaast zullen er ook afspraken worden gemaakt ter invulling van de warmtetransitie en de mogelijke uitbreiding van het warmtenet naar Nieuwland. Hoe ziet het proces eruit voor wat betreft het voornemen van Woonplus en de Gemeente om afspraken te maken voor Nieuwland? Graag zo gedetailleerd mogelijk, aangezien dit staat vastgelegd in de prestatieafspraken.
Antwoord: De prestatieafspraken sluiten aan op de Transitievisie Warmte voor Schiedam. Hierin ligt vast dat we in 2022 van start gaan met de visievorming rondom het proces in Nieuwland. Het proces zal op dat moment nader vorm krijgen, de ervaringen vanuit Groenoord kunnen hierin meegenomen.
21GRF00009
Pagina 6 van 12
23. Pagina 12: De gemeente gaat starten met een onderzoek naar het klimaatadaptief inrichten van de stad. De gemeente neemt Woonplus graag mee in dit overleg. Is het een onderzoek of een overleg? Hoe ziet het proces eruit (inclusief presentatie uitkomsten aan de Raad)? Antwoord: Er loopt al onderzoek naar het klimaatadaptief inrichten van de stad. De gemeenteraad heeft in maart 2019 het Klimaatadaptatieplan Schiedam en het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2019-2023 vastgesteld. Daarin is op hoofdlijnen aangegeven wat er moet worden gedaan om Schiedam klimaatadaptief in te richten. Sindsdien wordt verder onderzocht wat concrete mogelijkheden zijn voor klimaatadaptief inrichten van de stad. Per project wordt nagegaan wat de kansen zijn voor klimaatadaptief inrichten, of het nu herinrichting is van de buitenruimte, vernieuwing van een gebied of een nieuwbouwontwikkeling is. De uitgangspunten voor klimaatadaptatie worden meegegeven bij elk van deze projecten. Met Woonplus is gesproken over klimaatadaptatie in de aanloop naar het Klimaatadaptatieplan (in het kader van de zogeheten risicodialoog). Als uitwerking van het vGRP is de Stimuleringsregeling Waterklaar opgezet, gericht op het afkoppelen en h h m ,‘ h ’ nleggen van meer waterberging en groen. Deze regeling is besproken met Woonplus.
Afgesproken is dat ook huurders van Woonplus gebruik kunnen maken van de stimuleringsregeling, met toestemming van Woonplus. In het kader van de uitvoering van het klimaatadaptatieplan en het vGRP zal verder worden gesproken met Woonplus, om na te gaan hoe bij de vernieuwing van het bezit van Woonplus, verder uitvoering kan worden gegeven aan het klimaatadaptief inrichten van de betreffende complexen en buurten. 24. Algemeen: Hoofdstuk 3: Kwaliteit van de bestaande woningvoorraad verbeteren en verduurzamen. Hoeveel geld is er gereserveerd voor het daadwerkelijk aanpakken van problemen met de kwalitatieve staat van de Woonplus woningen (zoals achterstallig onderhoud en schimmelvorming)? Antwoord: I b g g W k m 10 g m € 22,4 miljoen per jaar gereserveerd voor onderhoud (bron: prestatieafspraken). 25. Thema 2: een passende woning; er zijn nu enkele doelgroepen beschreven in de prestatieafspraken. Zijn er wachttijden bekend van deze doelgroepen? Antwoord: In het algemeen zijn de wachttijden voor de diverse groepen woningzoekenden bekend. Deze zijn te vinden in de rapportages van de Maaskoepel via OBI Monitorrapporten woonruimteverdeling (maaskoepel.nl) . De gemiddelde inschrijfduur voor alle woningzoekende in Schiedam was voor de 1e helft van 2020 (laatst bekende cijfers) 55 maanden.
Voor specifieke doelgroepen, zoals begeleid wonen en uitstroom vanuit een opvangvoorziening geldt dat sprake kan zijn van directe bemiddeling naar een woning. Bij directe bemiddeling is de gemiddelde inschrijfduur 17 maanden.
21GRF00009
Pagina 7 van 12
26. De nood onder startende jonge Schiedammers is hoog, kan er voor deze groep ook een aparte doelgroep worden gecreëerd om deze groep enig perspectief te bieden met een kortere wachtlijst? Antwoord: Nee, dat is wettelijk niet toegestaan. We kennen de doelgroep starters in de monitor. Deze groep heeft in Schiedam een inschrijfduur van gemiddeld 50 maanden (1 e helft 2020). Per gemeente/woonplaats mag maximaal 25% van het aanbod met een lokale voorrang (voor de eigen inwoners van de gemeente) worden toegestaan. Hiervan maken we in Schiedam maximaal gebruik, wat wil zeggen dat we deze 25% ruimte optimaal proberen te benutten. Hierbij wordt ingezet op woningen die door onze inwoners het meest gewenst worden. 27. Mij is bekend dat er een wachtlijst bestaat voor de MIVA woning. Wat mij verbaast is dat onlangs een MIVA woning is omgebouwd tot een reguliere woning. Heeft Woonplus daar van de gemeente toestemming voor nodig om een dergelijke woning uit de voorraad te halen of kunnen zij dit zelf bepalen om een woning bedoelt voor een speciale doelgroep anders in te vullen? Antwoord: Nee, Woonplus heeft hiervoor geen toestemming van de gemeente nodig. MIVA woningen zijn geen algemeen gelabelde woningen, maar zijn specifiek en aangepast aan de bewoner. Een MIVA woning is daardoor niet per definitie geschikt voor een nieuwe woningzoekende.
Hiernaast spelen, om te bepalen welke woning geschikt is voor woningzoekende mindervaliden, de locatie, voorzieningen, zorg en/of begeleiding vaak ook een rol. 28. Thema 3: kwaliteit; betreft de woningen die voorbereid zijn of worden. De mate waarin huurders nu worden gecompenseerd om slechte afwerking zelf op te knappen is teleurstellend te noemen. Kan Woonplus niet zelf zorgdragen voor een goede en nette afwerking? Op het moment van een verhuizing wordt bij de schouw dit aan de bewoner opgedragen om te repareren wat dan vele malen duurder uitkomt en er alleen maar herrie van komt. Antwoord: Ons is niet helemaal duidelijk wat bedoeld wordt me “ g b z f ” V z gg g werkzaamheden plaats vinden en doelt op de vergoedingen die huurders krijgen om de woning na vernieuwing/verbetering af te werken (wandafwerking e.d.) Dit ligt in de sfeer van het privaatrecht en valt buiten de scope van de prestatieafspraken. Dit valt binnen het overleg tussen Woonplus en een individuele huurder. 29. Gezien de vele media-aandacht over o.a. de Staatsliedenbuurt is het misschien te overwegen om daar meer en tijdige bekendheid aan te geven welke straat en of buurt wanneer wordt aangepakt. Antwoord: De Staatsliedenbuurt wordt al langer benoemd in de prestatieafspraken als gebied waar vernieuwing noodzakelijk is.
Echter, om definitief duidelijkheid te kunnen geven aan de bewoners, moeten de afspraken voor de aanpak van een gebied rond zijn. In dit soort afspraken en overeenkomsten gaat het om grote financiële verplichtingen en investeringen. Hierover moet zekerheid bestaan. Het zou verkeerd zijn om naar bewoners aan te kondigen dat er gesloopt gaat worden terwijl de afspraken niet rond zijn en de planning niet zeker is. De maatschappelijke schade die ontstaat als partijen op een dergelijke aankondiging terug moeten komen is niet aanvaardbaar. Op de lange termijn geeft de Woonvisie een beeld van de gebieden die aangepakt gaan worden en de periode waarin die aanpak verwacht mag worden, maar echte zekerheid naar de bewoners kan pas 21GRF00009
Pagina 8 van 12
gegeven worden als de aanpak van een gebied qua planvorming, planning en financiën haalbaar is. 30. Thema 4: veiligheid; naast keurmerk veilig wonen is er extra aandacht voor de naaste omgeving. Is het te overwegen om flatgebouwen met een centrale ingang een camera te plaatsen, o.a. in de seniorencomplexen? Antwoord: Of het plaatsen van een camera zinvol is, zal per situatie overwogen moeten worden. Camerabewaking maakt geen standaard deel uit van het keurmerk veilig wonen. 31. Er wordt nagedacht over de stalling en het opladen van de scootmobiel. Wordt er ook nagedacht om deze scootmobiel te beschermen tegen het stelen? Antwoord: Scootmobielen worden nu vaak geplaatst in verkeersruimtes die ook een vluchtroute zijn. Dit is gevaarlijk. Deze scootmobielen zullen niet op straat geplaatst worden uit vrees voor diefstal. Een alternatieve oplossing zal alleen werken als de kans op diefstal van de scootmobiel beperkt is. 05
Verloedering in Schiedam 32. Pagina 6: Omdat de woningen binnen een aantal jaren vernieuwd gaan worden, kunnen bouwkundige oplossingen, zoals het aanleggen van centrale verwarming, aanbrengen van dubbel glas, isoleren van buitenmuren en aanpassen van de ventilatie in de woning, op dit moment (financieel) niet aan de orde zijn. Welke opties zijn mogelijk wel aan de orde, om de woonkwaliteit van de bewoners op zeer korte termijn en direct te doen verbeteren? Graag zo concreet mogelijk. Antwoord: Elke bouwkundige ingreep heeft kosten en een afschrijftermijn (denk aan 15 tot 30 jaar) die de verdere instandhoudingstermijn van deze woningen ver te boven gaat. Bij de aanpak zal ingezet worden op schoonmaak, schimmelwerende middelen, verhelpen van kleine gebreken en zal met de bewoners bekeken worden of (meer) ventileren een mogelijkheid is. 33. Pagina 7, antwoord 16: De woningen zijn aan het einde van de technische levensduur. Hoe lang is reeds bekend dat aan het einde van de technische levensduur zijn beland? Antwoord: De Staatsliedenbuurt is, net als enkele andere gebieden met woningen met een vergelijkbaar uitrustingsniveau, al langer in beeld voor verbetering. Er zijn dan twee routes mogelijk, namelijk (ingrijpend) renoveren of vernieuwen. Woonplus verkeert in de afrondende fase van haar nieuwe portefeuillestrategie en heeft deze woningen in beeld.
Duidelijk is dat voor woningen zoals in de Staatsliedenbuurt (niet geïsoleerd, enkel glas, verwarming met een gaskachel) in de meeste gevallen de economisch meest rendabele oplossing vernieuwing van de woningen is. Hierbij wordt ook rekening gehouden met de toekomstbestendigheid en aanpasbaarheid van de woningplattegronden. En met de toekomstige behoefte aan woningen. Het onderzoek in de woonvisie laat zien dat de vraag naar portiekwoningen zonder lift gering is. Al deze factoren (technische staat, benodigde investeringen, vraag) spelen mee in de beoordeling van het toekomstperspectief van dit type woning.
06
Fraudeopsporing 34. Kostendelersnorm. Diverse partijen en Kamerleden hebben aangegeven dat de regeling rondom de kostendelersnorm ongewenste bijwerkingen heeft zoals het dakloos worden van jongeren, het onderdak bieden aan een dakloze vriend of familielid en het zorgen
21GRF00009
Pagina 9 van 12
voor naasten. De minister heeft daarop gereageerd dat er onvoldoende gebruik wordt gemaakt van de maatwerkoplossingen die de participatiewet biedt. Hoeveel huishoudens vallen er in Schiedam onder de kostendelersregeling en hoeveel mensen betreft dat? Antwoord: In totaal zijn er 869 mensen waarop de kostendelersnorm van toepassing is. Zie onderstaand tabel.
35. Hoe vaak is er vrijstelling verleend van de kostendelersnorm? Antwoord: Cijfers hierover zijn niet leverbaar; dit is omdat maatwerk op individuele gronden niet apart wordt geregistreerd. Alleen de bijstandsnorm die wordt toegekend wordt geregistreerd. Een toelichting: bij een aanvraag voor een bijstandsuitkering wordt bepaald welke norm van toepassing is. Als Stroomopwaarts van oordeel is dat een medebewoner niet meegerekend dient te worden als kostendeler, dan betreft dat maatwerk op individuele gronden. Die mogelijkheid is er in de Participatiewet en wordt toegepast als er sprake is van schrijnende situaties. 36. Biedt SOW de mogelijkheid van actief vrijstelling actief aan? Antwoord: Bij de aanvraag van de bijstandsuitkering dient de klant informatie te vertrekken over zijn/haar woon- en leefsituatie. Op dat moment wordt per individu bekeken wat de situatie is en wat er wel en niet mogelijk is. Als er bijzondere omstandigheden zijn wordt dit altijd besproken met de klant. Dit is een vast onderdeel van de aanvraag. Bij een wijziging in de woon- en leefsituatie moet de klant dit doorgeven aan Stroomopwaarts. Ook dan zal bij bijzondere omstandigheden de consulent contact opnemen met de klant. Hierna volgt, eveneens op individueel niveau, een beoordeling. 37. Handhaving participatiewet.
Hoe wordt er door SOW omgegaan met giften in natura? Antwoord: Bij de beoordeling of een gift vrijgelaten kan worden, wordt de hoogte van de gift en de bestemming van gift meegenomen. Hoogte vrijlating De vrijlating kan niet onbeperkt zijn gelet op het minimumbehoeftekarakter van de bijstand. Het college kan een gift vrijlaten wanneer die niet leidt tot een bestedingsniveau dat onverenigbaar is met wat op bijstandsniveau gebruikelijk is. Bestemming gift De bestemming van de gift is van belang voor de beoordeling of de gift wordt vrijgelaten. Als de gift betrekking heeft op kosten die in de algemene bijstand zijn inbegrepen, kan dit aanleiding zijn om de gift volledig in aanmerking te nemen. Dit is ook het geval als de gift ter vrije besteding is. 21GRF00009
Pagina 10 van 12
07
Raadsvoorstel Eerste Technische Aanpassing begroting 2021 38. De begroting 2021 voor afvalbeheer en afvalstoffenheffing is gebaseerd op de aanname dat PMD eenmaal per drie weken zou kunnen plaatsvinden. Inmiddels is gebleken dat, mede door Corona, er zoveel PMD wordt aangeboden dat tweewekelijks inzamelen nodig blijft. Is al aan te geven hoelang tweewekelijks inzamelen in ieder geval nodig blijft? Antwoord: E g k k ’ b h g 2-wekelijkse inzameling 75% of meer vol. Dat maakt dat de 2-wekelijkse inzameling op dit moment doelmatig is. Wij monitoren of dit zo blijft. De verwachting en hoop is dat de hoeveelheid pmd hoog blijft, zeker zolang mensen veel thuis zijn als gevolg van corona. Mocht de aangeboden hoeveelheden pmd afnemen kunnen we terugschakelen op 3-wekelijkse inzameling. 39. Er wordt meer PMD aangeboden. Betekent dit dat er meer PMD gebruikt wordt dan voorheen, of wordt er beter gescheiden? Indien dit laatste het geval is, is er dan geen sprake van een meevaller in de hoeveelheid en kosten inzake het restafval? Antwoord: Vanaf de invoering van de pmd-kliko boden huishoudens meer pmd aan dan waarmee in de calculaties rekening is gehouden. Vanaf maart 2020 zien we een toename van de hoeveelheid pmd doordat mensen meer thuis zijn als gevolg van corona. Door de grotere hoeveelheid pmd zijn de inkomsten voor deze stroom hoger.
Deze extra inkomsten dekken de meerkosten van de 2-wekelijkse inzameling. 40. Pagina 5: Voorgesteld wordt nu om dit bedrag uit de reserve te onttrekken en in te zetten voor de verdere opwaardering van het Amaliapark. Welk bedrag blijft over in de reserve IUBP, na onttrekking? Antwoord: N kk g h b g € 430 000 IUPB g € 2 110 000 groot.
12
Mededelingen en ingekomen stukken Collegebrief 14 januari 2021: samenvatting Grondprijzenbrief 2021 en parameters voor het MPG 2021 41. Onder de belangrijkste veranderingen in de brief t.o.v. vorig jaar op blz 1.: opvallend dat de prijzen voor bedrijventerreinen in Nieuw Mathenesse wel de markt volgen (bulletpoint 1) en in SchieDistrict niet (bulletpoint 2). Kunt u dit toelichten? Antwoord: In het grondprijsbeleid is opgenomen dat projecten op Schiedamse bedrijventerreinen een projectspecifieke prijsstrategie kunnen voeren. In het SchieDistrict is in het huidige stadium geen stijging van de vraagprijs gewenst. De vraagprijzen zijn marktconform en worden getoetst door taxaties en gerealiseerde gronduitgiften. Collegebrief 28 januari 2021 Kantoorconcept en werkplekinrichting Stadserfcomplex 42. O g 3 ‘F x b k ’g k f xf c 60% 70%. In hoeverre wordt deze flexfactor gedifferentieerd naar functies, rekening houdend met de grote mate van diversiteit aan functies die een gemeente kent en de verschillen b h ‘b ’b g f c ?
21GRF00009
Pagina 11 van 12
Antwoord: Het percentage van 60% à 70% is een gemiddelde voor de gehele organisatie; er zijn organisatieonderdelen die hoger zullen scoren (bijvoorbeeld de ambulante functies die veel buiten kantoor werkzaam zijn) en andere die lager scoren (bijvoorbeeld de klantgebonden functies in het Stadskantoor). In de komende periode worden diepteinterviews afgenomen met verschillende teams, waarbij een selectie is gemaakt van teams die dan wel doorsnee-werkzaamheden verrichten, dan wel specifieke taken met daarbij horende inrichting. Dit leidt tot een programma van eisen wat wordt toegesneden op de ambtelijke organisatie. 43. O g 3 ‘K m b ’ b ch h g ichting “ ” “h ” K h c g z ch g hoeveel het meubilair reeds is afgeschreven t.o.v. de aanschaf? Antwoord: De inrichting heeft een afschrijvingstermijn van 10 jaar lineair voor kantoorinrichting, inventaris, meubilair en bekabeling. Het huidige meubilair is -op enkele uitzonderingen na- veel ouder dan 10 jaar. In het komende onderzoek wordt een inventarisatie gemaakt van het interieur en van de noodzaak tot vervanging. Uitgangspunt is vooralsnog dat alle meubilair vervangen moet worden. Collegebrief 1 februari 2021 Resultaten woonbehoefteonderzoek woonwagenbewoners Schiedam 44.
O g 3 ‘P c ’ b ch h z g b g “g participatie traject en aandacht voor deze groep b k b g h ” K h c g concretiseren hoe dit participatietraject ingericht zal worden en op welke manier de verschillende onderdelen van dit traject (kunnen) gaan bijdragen aan het herstel van het vertrouwen, gespecificeerd per onderdeel? Antwoord: Het is belangrijk om de bewoners te betrekken bij de ontwikkeling en aanleg van de nieuwe standplaatsen. Het aantal toe te voegen standplaatsen is zodanig dat het niet de verwachting is dat hiervoor altijd op de bestaande locaties ruimte gevonden kan worden. De bewoners hebben aandacht gevraagd voor het in familieverband kunnen wonen. Dit is een belangrijk aspect om mee te nemen bij de ontwikkeling van nieuwe standplaatsen. Ook is het belangrijk dat er draagvlak is voor de toewijzingsregels. In de huidige situatie ontstaan hierdoor conflicten tussen buren en families. Toewijzingsregels die goed en acceptabel zijn voor alle bewoners kunnen niet zonder hun inbreng tot stand komen. Groei van het vertrouwen dat plekken op een rechtvaardige manier worden verdeeld en dat kinderen en kleinkinderen binnen een redelijke wachttijd in aanmerking komen voor een plek, kan bijdragen in herstel van vertrouwen in de gemeente.
21GRF00009
Pagina 12 van 12