CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Reacties van de Fracties 13 en 14 april 2021 Antwoorden

Raadscommissie 14 april 2021, gemeente SchiedamBij agendapunt: Agendadocumenten7.749 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

reacties van de fracties

Datum

Ons kenmerk

31 maart 2021

21GRF00020

Raadscommissie 13 en 14 april 2021 Agendapunten

05

Raadsvoorstel Koop- en procesovereenkomst herinrichting Dirkzwagerlocatie 1.

Deze vraag is aangekondigd tijdens de beeldvormende avond. De OuderenPartij Schiedam wil graag weten hoe de raad kan controleren of de panden van de Gemeente Schiedam voor marktconforme prijzen aan de ontwikkelaar (van Wijnen) zijn verkocht. Uit het antwoord / samenspraak met de wethouder lijkt nu min of meer zijn gekomen, dat de raad het hele proces inclusief prijzen vertrouwelijk te zien / horen krijgt. Dat laatste vinden wij ook prima. Aanvullend willen we graag weten waarom 1 mei 2019 is gehanteerd. Antwoord: Let op: Het antwoord op deze vraag valt onder geheimhouding conform raadsvoorstel 21VR009 en wordt in vertrouwelijkheid gedeeld in een apart document.

2. In het gebied geldt geen parkeernorm. Is er wel rekening gehouden met parkeerruimte voor eventuele deelmobiliteit? Antwoord: Het is een misvatting dat in het gebied geen parkeernormen gelden. In het bestemmingsplan ‘Dirkzwager’, die uw raad in 2019 heeft vastgesteld, is een bepaling opgenomen dat moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. Deze bepaling is vergelijkbaar met de bepaling die ook voor de rest van Schiedam geldt. Om te bepalen of aan deze vereiste wordt voldaan zijn gemeentelijke parkeernormen vastgesteld. Voor de locatie Dirkzwager gelden dezelfde parkeernormen als voor de rest van het zuidelijke deel van Schiedam: 0,7 parkeerplaatsen per woning in de gebieden waar sprake is van gereguleerd parkeren. Bij de aanvragen om omgevingsvergunning voor de bouw van de woningen zal worden beoordeeld of aan deze vereiste wordt voldaan. Vanuit het plan zelf is geen rekening gehouden met ruimte voor deelmobiliteit. Het plan voorziet immers binnen de plangrenzen in voldoende parkeerruimte, zonder aanvullende mobiliteitsmaatregelen. Mocht in de toekomst toch vraag komen naar deelvervoer, dan bestaat de mogelijkheid om dit op dezelfde wijze als nu gebruikelijk in bestaande gebieden in te voeren via een verzoek van bewoners en/of aanvraag van een deelaanbieder. 3. In het plan zijn veel trapjes en verhogingen te zien in de openbare ruimte.

Hoe toegankelijk is de openbare ruimte voor ouderen en minder validen? Antwoord: De trapjes en verhogingen zijn noodzakelijk vanwege het feit dat we de lager gelegen monumenten willen behouden voor de stad. Nieuwbouw wordt conform ons beleid op een hoger peilniveau aangebracht (om toekomstige wateroverlast te

*21GRF00020*

voorkomen). Zodoende ontstaan hoogteverschillen (tussen bestaande en nieuwe panden) die op enkele plekken ook in het openbaar gebied zullen worden opgelost. In het plan worden woningen en panden op diverse locaties toegankelijk gemaakt voor ouderen en minder validen doormiddel van flauwe hellingbanen, zodat alle panden zonder noemenswaardige niveauverschillen zijn te benaderen. Hoogteverschillen worden noodzakelijkerwijs ook opgevangen door trapjes (i.v.m. de beperkte ruimte in een historische binnenstad). In dat geval is er ook altijd een redelijk gelijkvloers alternatief gerealiseerd waarmee panden of locaties ontsloten kunnen worden. De openbare ruimte is dus voor iedereen toegankelijk. 4. Taxatierapport, pagina 10: De waardepeildatum is vastgesteld op 1 mei 2019 en is daarmee niet gelijk aan de bezichtigingsdatum. Waarom is de waardepeildatum vastgesteld op 1 mei 2019 en niet in 2021? Antwoord: Let op: Het antwoord op deze vraag valt onder geheimhouding conform raadsvoorstel 21VR009 en wordt in vertrouwelijkheid gedeeld in een apart document. 5.

Kan er een schatting worden gedaan om te bezien hoeveel hoger de taxatie uit zou vallen als de waardepeildatum wordt vastgesteld op 1 januari 2021? Antwoord: Let op: Het antwoord op deze vraag valt onder geheimhouding conform raadsvoorstel 21VR009 en wordt in vertrouwelijkheid gedeeld in een apart document.

6. Overzicht kosten en baten project dirkzwager en cashflowschema, pagina 1: onder het kopje 1 Plangebied, 2 Beheersgebied en 3 Vergroting bereikbaarheid openbare ruimte staat 10% opgenomen voor de post onvoorzien. Kopjes 2 en 3 zijn beide indicatief. Zullen eventuele overschrijdingen van deze indicatieve posten worden ondervangen in de post onvoorzien van 10 procent? Antwoord: Let op: Het antwoord op deze vraag valt onder geheimhouding conform raadsvoorstel 21VR009 en wordt in vertrouwelijkheid gedeeld in een apart document. 06

Raadsvoorstel Paraplu-bestemmingsplan ‘Begrippen en wijze van meten’ 7.

Raadsvoorstel, pagina 2: De Omgevingswet heeft mede als doel om grote opgaven als de energietransitie te vergemakkelijken. Hoewel dit paraplu-bestemmingsplan een vooral technische aanpassing betreft, draagt het ook bij aan de beoogde verbetering van het omgevingsrecht die de aanpak van de energietransitie ondersteunt. Op welke wijze draagt de technische aanpassing bij aan de ondersteuning van de energietransitie? Antwoord: De bijdrage van dit bestemmingsplan aan de energietransitie is indirect. De harmonisering van de begrippen en wijze van meten uit de bestemmingsplannen is een eerste stap naar de harmonisering en uniformering van de planologische regels in het omgevingsplan. Afgezien van deze uniformering en harmonisering zal de fase van de omzetting van de huidige bestemmingsplannen naar het omgevingsplan beleidsneutraal zijn. Na deze uniformering en harmonisering volgt

21GRF00020

Pagina 2 van 19

de fase waarbij nieuwe beleidskeuzes van de raad, waaronder keuzes met betrekking tot de energietransitie, kunnen landen in het nieuwe omgevingsplan. 07

Collegebrief d.d. 17 maart 2021, beantwoording schriftelijke vragen inzake instemming door huurders van Woonplus 8. “Het college kan niet bevestigen dat flats waar geen 70% instemming wordt behaald niet van het gas gaan. Het college voelt zich terdege verantwoordelijk om het transitieproces op een duurzame, transparante en betaalbare manier te laten verlopen voor alle betrokkenen.” Kan in het kader van transparantie verduidelijkt worden waarom het college bovenstaande niet kan bevestigen? Antwoord: De gemeente kan dit niet bevestigen omdat wij geen partij zijn in de privaatrechtelijke aangelegenheid tussen verhuurder en huurder. Met andere woorden: de gemeente is niet bevoegd hierover te beslissen.

08

Raadsvoorstel Startnotitie Veiligheid Het college gaat in de startnotitie Integrale Veiligheid uit van een bredere aanpak preventie jeugdcriminaliteit. Bijvoorbeeld door inzet van rolmodellen. 9. Heeft het college deze (Schiedamse) rolmodellen in beeld? Antwoord: Nee deze zijn nog niet specifiek voor veiligheid in beeld gebracht. We gaan dit samen met het Schiedamse jongerenwerk oppakken. De verdere uitwerking van de plannen volgt in de kadernota (op hoofdlijnen ) en in het uitvoeringsprogramma Sociale Veiligheid (in meer concrete afspraken met samenwerkingspartners). 10. Hoe denkt het college deze rolmodellen in te zetten? Antwoord: De werkwijze van rolmodellen worden de komende maanden in de kadernota uitgewerkt op hoofdlijnen. De wijze waarop deze rolmodellen zullen worden ingezet, werken wij samen met het jongerenwerk (en mogelijk andere partijen) verder uit in concrete afspraken in het uitvoeringsprogramma. We zullen daarbij gebruik maken van goede voorbeelden elders in het land, zoals in de aanpak van RIEC Midden-Nederland of de lesprogramma’s van LeerlingAlert waarbij ervaringsdeskundigen worden betrokken. 11. Op welke wijze zijn deze rolmodellen tot nu toe betrokken geweest bij het traject rondom de nieuwe kadernota? Antwoord: Nog niet, zie antwoord op vraag 1 en 2. 12.

pagina 17: Prostitués is toch de benaming voor mannen die seksuele diensten tegen betaling aanbieden? Ik ga er vanuit dat het ook om prostituees (vrouwen) gaat. Wellicht beter de zin veranderen in sekswerkers in de illegale prostitutie. Want de prostitué of prostituee zelf is niet altijd illegaal maar kan wel illegaal werkzaam zijn. Antwoord: De term prostitués is inderdaad de benaming voor mannen die seksuele diensten aanbieden. Daar had net als in de opsomming van de doelgroepen prostituees moeten staan. Bij illegale prostitutie treffen we tot nu toe alleen vrouwen aan.

21GRF00020

Pagina 3 van 19

Maar het is inderdaad beter de term sekswerkers in de illegale prostitutie of illegale sekswerkers te gebruiken. We zullen dit aanpassen. 13. pagina 23: Ondermijning: Wat is nu precies ondermijning. Kan dat in de startnotitie gekaderd worden? Wat valt hier precies onder? Antwoord: In de Notitie bestuurlijke aanpak ondermijnende criminaliteit hebben we de volgende definitie gebruikt: “We spreken van ondermijnende criminaliteit als er sprake is van aantasting van de rechtsstaat of samenleving in brede zin.” In het Uitvoeringsprogramma Bestuurlijke aanpak ondermijnende criminaliteit uit 2019 is in paragraaf 1.1. een uitgebreidere omschrijving opgenomen van ondermijning. We zullen, zoals toegezegd tijdens de beeldvormende avond, in de kadernota nader omschrijven wat we onder ondermijning verstaan. 14. 5.1: Er is een jongerenwerker gefinancierd uit tijdelijke gelden maar vraagt om voortzetting en continuering. Waar gaat dit dan van betaald worden en ten koste van wat? Antwoord: Er loopt op dit moment een onderzoek naar de voortzetting van het hele jongerenwerk in Schiedam. De continuering van deze extra jongerenwerker in Nieuwland maakt daar deel van uit. Het onderzoek naar voortzetting jongerenwerker heeft als uitgangspunt, dat dit budgettair neutraal gebeurt. Door een meer integrale opdracht zou het mogelijk moeten zijn om beter en effectiever jongerenwerk vorm te geven.

Mocht daar iets anders uitkomen, financieel gezien, dan wordt dit voorgelegd aan de raad. 15. pagina 25: gekozen scenario: Is dit nu scenario 2 of 3 of een combinatie ervan? En die screening waar gaat dat van betaald worden en ten koste van wat? Antwoord: Scenario 2 is het continueren van de bestaande aanpak. Scenario 3 is een intensivering op specifiek jongerenwerk, nog meer pro-actief specifieke bedrijfstakken screenen en een analyse op wat nodig is voor de aanpak van cybercrime. Voor alle derde scenario’s geldt dat ze accenten weergeven waarop wij extra willen inzetten, zogenaamde ‘intensiveringen’. Dat betekent dat we samen met onze partners bepaalde zaken extra prioriteit geven, vanuit bestaande inzet. We zien uitdagingen en kansen om beleid te verbeteren en onderdelen effectiever te doen. De mogelijkheden hiertoe onderzoeken we in aanloop naar de kadernota. Met ook hier als uitgangspunt budgettair neutraal. Daarnaast willen we ook op onderdelen intensiveren en dus meer doen, dat willen we financieren vanuit het traject stedelijke vernieuwing waarvoor we middelen vanuit BZK verwachten. 16. Verder verstevigen. Waar bestaat dat dan uit? En de middelen die van bzk komen kunnen dan alleen ingezet worden in die drie wijken? Antwoord: Verder verstevigen betekent een intensievere aanpak in de wijken die onder het programma stedelijke vernieuwing gaan vallen.

De eventuele middelen van BZK zijn inderdaad specifiek voor de wijken die onder het programma stedelijke vernieuwing vallen. 17. Wanneer deze middelen niet van het rijk komen wordt er niet verder geïntensiveerd in deze wijken? Of het is zeker dat we deze middelen gaan krijgen?

21GRF00020

Pagina 4 van 19

Antwoord: Met de huidige inzet in deze wijken wordt al stevig geïnvesteerd in deze wijken, maar wij realiseren ons dat er nog meer nodig is en willen met de financiele steun van BZK daar een extra impuls aan geven. Zoals aangegeven moet een nieuw kabinet beslissen over het beschikbaar stellen van middelen voor de stedelijke vernieuwing. Als deze middelen beschikbaar komen willen we die graag ook inzetten voor een intensivering van de veiligheidsaanpak in de betreffende wijken. 18. pagina 28: in zn algemeenheid zien we een aantal keuzes waarop geïntensiveerd wordt en waarvan gezegd wordt dat dit uit bestaande middelen komt. Waarom is er niet tegenover gezet ten koste van wat dat dan gaat? Antwoord: Het gaat om de keuze om de intensiveringen te onderzoeken. Bij de uitwerking hiervan zal aangegeven worden hoe zich dit verhoudt tot de bestaande middelen en of dit ten koste van wat anders gaat. Het kan namelijk ook zo zijn dat er efficiënter gewerkt kan worden binnen bestaande middelen door een andere manier van werken of door betere afstemming met andere beleidsvelden. De resultaten van het onderzoek worden in de kadernota verwerkt. 19. Waarom dan nu al instemmen met intensiveringen en scenario's als die nog onderzocht moeten worden? De volgorde lijkt wat onlogisch.

Antwoord: Het raadsvoorstel is zo verwoord dat de raad wordt voorgesteld in te stemmen met het nader onderzoeken van de voorgestelde intensiveringen. Daarmee kan de raad aan de voorkant van het proces sturing geven op de thema’s en op de onderzoeksvragen. Op basis van dat onderzoek worden concrete voorstellen over intensiveringen opgenomen in de kadernota. Bij de kadernota wordt uiteindelijk besloten of en zo ja hoe er geïntensiveerd wordt. In de aanloop naar de kadernota 2016 is hetzelfde proces doorlopen. 20. Die gelden van BZK om hoeveel gaat dat en hoe gaat de verdeling dan zijn? Gaan alle intensiveringen ook echt uit dat budget betaald kunnen worden? Antwoord: Hierover moet het nieuwe kabinet besluiten. Dus hoeveel geld en hoe dat verdeeld wordt is nog niet bekend. In het kader van stedelijke vernieuwing willen we in de wijken Nieuwland, Oost en Groenoord Zuid graag een intensievere aanpak op een aantal leefvelden. Daarbij gaat het om onderwijs, werk, samenleven, veiligheid en wonen. Dit in nauwe samenhang met een integrale aanpak in deze wijken. Als deze middelen beschikbaar komen, zijn deze intensiveringen mogelijk. 09

Raadsvoorstel Informatie over de informatiebeveiliging (ENSIArapportage) 21. Raadsvoorstel, pagina 3: Met uw raad is afgesproken om bij deze ENSIArapportage informatie te geven over de voortgang van de aanbevelingen uit het rapport van de Rekenkamercommissie over informatieveiligheid uit 2020. Naar aanleiding van het onderzoek van de Rekenkamercommissie in 2020 is een drietal specifieke verbeteringen overgenomen. De verbeteringen waar nu aan wordt gerefereerd, staan als hoofdcategorie opgenomen in het rekenkamer rapport. Betekent dit dat alle onderliggende en concrete onderliggende aanbevelingen (zoals een separate en onafhankelijke functionaris gegevensbescherming en

21GRF00020

Pagina 5 van 19

privacy officer) door het college worden overgenomen? Dit is slechts een voorbeeld. In het rapport staan veel aanbevelingen opgenomen. Antwoord: Zoals eerder gemeld in de bestuurlijke reactie van het college op het rapport van de Rekenkamercommissie (kenmerk RKC 2020-016, d.d. 16-07-2020) zijn alle aanbevelingen overgenomen. Een deel van de aanbevelingen is in 2020 reeds opgepakt en daadwerkelijk gerealiseerd. Zo is een separate en onafhankelijke functionaris gegevensbescherming al geruime tijd in functie Enkele andere punten worden opgepakt in 2021. De aanbevelingen en de voortgang daarvan zijn opgenomen in het Jaarplan Informatiebeveiliging 2021. 22. Indien nee, kan er worden toegelicht waarom de andere aanbevelingen niet zijn overgenomen? Antwoord: Dit is niet van toepassing.

13

Raadsvoorstel Extra inzet Armoede en Schulden en Re-integratie 23. Hoe is Stroomopwaarts tot deze beleidsvoorstellen gekomen? Antwoord: Het rijk verwacht in het kader van het aanvullend sociaal pakket dat gemeenten investeren in een aantal hoofdcategorieën. Een klein deel van de middelen is bedoeld als extra impuls om de dienstverlening aan mensen die instromen, als gevolg van de coronacrisis, te intensiveren (ca. €3 ton voor gemeente Schiedam). Het overgrote deel is bedoeld voor het op peil houden van de reguliere werkgeversen werkzoekende dienstverlening. In dit kader heeft het Rijk bovendien de wens uitgesproken om specifiek in te zetten op kwetsbare groepen en bestrijding jeugdwerkloosheid (ca. €8 ton voor gemeente Schiedam). De beleidsvoorstellen zijn met oog op deze vier categorieën, in combinatie met recente landelijke ontwikkelingen, op gebied van persoonlijke aandacht en het bieden van meer intensieve begeleiding, tot stand gekomen. Met de komst van de incidentele extra middelen vanuit het Rijk, is het mogelijk om te kunnen starten met deze onderdelen. Extra impuls corona-instromers Voor deze doelgroep zijn drie bestedingsvoorstellen geformuleerd: Ondersteuning zelfstandigen, extra budget inzet RWO en detacheringsbanen voor mensen die instromen als gevolg van de coronacrisis.

Ondersteuning Zelfstandigen Sinds 1 januari 2021 moeten gemeenten ondersteuning bieden aan zelfstandigen die zich dienen te heroriënteren op aanvullende en/of andere activiteiten. De huidige dienstverlening is niet gericht op deze doelgroep, daarom is het noodzakelijk en onvermijdbaar om hier extra op in te zetten. Extra inzet RWO instroom In de praktijk worden RWO’s vaak ingezet voor jongeren die instromen in de bijstand. Door corona is het aantal meldingen van jongeren vorig jaar meer dan

21GRF00020

Pagina 6 van 19

verdubbeld. Deze jongeren zijn zoveel mogelijk aangemeld voor een RWO en directe doorbemiddeling naar werk. Het gevolg hiervan is dat veel van de jongeren weer aan het werk zijn, waardoor de stijging van het aantal jongeren met een bijstandsuitkering relatief laag is gebleven. Hiermee is de inzet van RWO succesvol gebleken, echter is een RWO niet kosteloos waardoor wij ons genoodzaakt zien een deel van het toegekende rijksbudget te besteden aan de inzet van RWO’s. Detacheringsbanen voor mensen die instromen als gevolg van de coronacrisis Naast instroom van mensen met een kleine afstand tot de arbeidsmarkt, verwachten wij, ook als gevolg van corona, instroom van mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Bijvoorbeeld mensen die andere vakvaardigheden dienen aan te leren of mensen die al kwetsbaar waren op de arbeidsmarkt. De ervaring leert dat, naarmate mensen langer thuis zitten, de afstand tot de arbeidsmarkt alleen maar groter wordt. Daarom willen wij juist deze mensen intensiever begeleiden naar nieuw regulier werk. Om dit te kunnen realiseren zijn wij voornemens om, bij wijze van proef, detacheringsbanen aan te bieden van maximaal een jaar. Tijdens deze periode worden specifieke vaardigheden aangeleerd en worden de deelnemers intensief begeleid naar regulier werk.

Op peil houden reguliere dienstverlening Als gevolg van de bestandsstijging is, om het kwaliteitsniveau op peil te houden, extra inzet op de reguliere dienstverlening noodzakelijk en onvermijdelijk. In dit kader zijn een drietal bestedingsvoorstellen geformuleerd. Extra inzet reguliere dienstverlening De coronacrisis heeft gezorgd voor een stijging van het aantal bijstandsuitkeringen. Om de reguliere dienstverlening op peil te houden en het gewenste kwaliteitsniveau te kunnen bieden, is extra capaciteit nodig en onvermijdelijk. Bijvoorbeeld voor het beoordelen van de aanvraag, het toekennen van de uitkering maar ook voor de ondersteuning en begeleiding naar nieuw werk. Met de toegekende middelen is dit nu mogelijk geworden. Uitbreiding test- en trainingscentrum Om de grotere instroom voldoende te kunnen ondersteunen bij hun re-integratie dient een ruimte te worden ingericht binnen het werkleerbedrijf van Stroomopwaarts. Daarnaast is het van belang dat de trainers, als gevolg van de corona-crisis op een nieuwe manier leren werken: bijvoorbeeld het geven van webinars of onlinetrainingen en het geven van trainingen aan nieuwe doelgroepen die instromen als gevolg van de crisis. Extra inzet werkleertrajecten in kansrijke sectoren De vacaturemarkt is aanzienlijk veranderd sinds de coronacrisis.

Eerdere succesvolle sectoren zijn nu veel minder succesvol en andere sectoren zijn juist meer kansrijk geworden, als gevolg van de crisis. Om in te kunnen blijven haken op deze nieuwe werkelijkheid is het noodzakelijk andere werkleertrajecten in te zetten op de nieuwe kansrijke sectoren.

21GRF00020

Pagina 7 van 19

Kwetsbaren op de arbeidsmarkt Specifiek voor kwetsbaren op de arbeidsmarkt zijn een tweetal bestedingsvoorstellen geformuleerd. Beide bestedingsvoorstellen haken in op recente landelijke ontwikkelingen waarbij intensieve en persoonlijke aandacht centraal staan. Impuls actieve benadering zittend bestand MVS-breed heeft 74% van het aantal uitkeringsgerechtigden een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Juist deze groep mensen heeft meer intensieve aandacht nodig. Daarom achten wij het nodig om, binnen deze groep, a. in kaart te brengen welke specifieke belemmeringen er zijn en b. mensen vervolgens de juiste begeleiding te bieden om de belemmeringen weg te nemen. Het wegnemen van belemmeringen bevordert kwaliteit van leven en vergroot op langere termijn de kans op arbeidsparticipatie. Pilot persoonlijke aandacht Het is gebleken dat veel mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt niet reageren op oproepen om deel te nemen aan activiteiten. Een veel gebruikt middel om mensen te activeren is strenge handhaving. Dit kan echter een averechts effect hebben op mensen met toch al een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Het is effectiever gebleken mensen persoonlijke aandacht en ondersteuning te bieden op meerdere leefgebieden. Bovendien past de pilot goed binnen het heersende politieke maatschappelijke klimaat dat vraagt om meer menselijke maat in de overheidsdienstverlening.

Bestrijding jeugdwerkloosheid Voor bestrijding van jeugdwerkloosheid is één specifiek bestedingsvoorstel geformuleerd. Dit met oog op het feit dat de acht voorgaande bestedingsvoorstellen ingezet kunnen worden voor zowel jongeren als voor volwassenen. Daarnaast heeft de arbeidsmarktregio middelen gekregen voor kwetsbare schoolverlaters en voor een regionale aanpak jeugdwerkloosheid (zie antwoord 5). Geen jongere onnodig langs de kant Schiedam is, samen met de Buzinezzclub, al gestart met een pilot van twee jaar, waarbij jongeren op alle leefgebieden worden begeleid. De pilot heeft tot doel dat minimaal 60% van de deelnemers aan het einde van het traject aan het werk zijn. Een bijkomend voordeel is dat de deelnemende jongeren, wanneer het even tegenzit, levenslang de mogelijkheid behouden om terug te vallen op de Buzinezzclub. Met de aanvullende middelen wordt het mogelijk om nog meer jongeren de kans te geven op deze begeleiding. Extra inzet armoede en schulden De voorstellen voor de extra inzet armoede en schulden zijn gebaseerd op eerdere onderzoeken naar mogelijkheden voor innovatie en verdere verbetering van de dienstverlening op het gebied van schuldhulpverlening. Het starten met de inzet op deze onderdelen was eerder nog niet mogelijk, omdat hiervoor de financiële middelen (nog) niet beschikbaar waren.

Met de komst van de incidentele extra middelen vanuit het Rijk, specifiek voor de onderdelen armoede en schulden, is 21GRF00020

Pagina 8 van 19

het nu mogelijk om wel te kunnen starten met deze onderdelen. Onderstaand kort de voorstellen. Lokaal Schuldenlab In 2020 is in Schiedam een motie ingediend om te onderzoeken of het mogelijk is een lokaal Schuldenlab op te richten in de MVS-gemeenten. Uit dit onderzoek is gebleken dat dit mogelijk is, maar hier kosten aan verbonden zijn. Met de toegekende middelen is het mogelijk nu te kunnen starten met oprichten van een lokaal Schuldenlab. Collectief Schuldregelen In 2020 is er een maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) gemaakt voor de inzet van Collectief Schuldregelen. Uit de MKBA is gebleken dat, breed maatschappelijk gezien, deze manier van schuldregelen positief uitpakt. Echter valt een groot deel van de baten buiten de financiën van de gemeenten. Hierdoor vraagt de inzet van deze manier van schuldhulpverlening een investering van de gemeente. Met de toegekende middelen is dit nu mogelijk geworden. Inzet vroegsignalering De wetswijziging van de Wet gemeentelijk schuldhulpverlening maakt het mogelijk in een vroeg stadium zicht te krijgen op inwoners met (beginnende) financiële problematiek. Vervolgens brengt deze wet ook een verplichting met zich mee om ieder signaal actief op te pakken. De wijze waarop dit gebeurt is vrij.

Omdat het Rijk deze wetswijziging budgettair neutraal heeft doorgevoerd, is er beperkt de mogelijkheid om huisbezoeken af te leggen (meest effectieve vorm van oppakken signaal). Aan de wethouders van de MVS-gemeenten is eind 2020 aangegeven dat voor een betere invulling van de vroegsignalering, het noodzakelijk is om 2 FTE toe te voegen. Deze inzet kan worden gebruikt voor het intensiveren van het aantal huisbezoeken. De wethouders hebben aangegeven deze lijn te volgen. Echter waren er nog geen financiële middelen voor beschikbaar. Met de toegekende middelen is dit nu mogelijk geworden. Al deze maatregelen zijn erop gericht om de dienstverlening aan de burger te verbeteren en te versnellen. Hiermee sluit de inzet aan op de intentie van het Rijk; het (vroegtijdig) aan kunnen bieden van passende schuldhulpverlening aan inwoners die door toedoen van de coronacrisis in (dreigende) schuldenproblematiek zijn geraakt. 24. Blz. 3 Notitie Aanvullend sociaal pakket – Re-integratie. Ziet Stroomopwaarts mensen met een migratieachtergrond als kwetsbare doelgroep op de arbeidsmarkt? Antwoord: Een substantieel groot deel van de uitkeringsgerechtigden is kwetsbaar op de arbeidsmarkt. Deze groep slaagt er niet, of nauwelijks, in om, door een diversiteit aan problematiek, betaald werk te vinden. Deze problematiek kan zich afspelen op verschillende leefgebieden.

Onder de kwetsbare doelgroep vallen bijvoorbeeld: mensen die al langere tijd geen reguliere en/of duurzame baan hebben gevonden, mensen zonder een startkwalificatie of mensen met een migratieachtergrond, die de Nederlandse taal nog niet voldoende machtig zijn, mensen die ouder zijn dan 50 jaar of bijvoorbeeld mensen met psychosociale problematiek. 21GRF00020

Pagina 9 van 19

25. Armoede en schulden. Zijn er termijnen afgesproken waarbinnen schuldeisers achterstanden moeten melden bij de gemeenten om aanspraak te kunnen maken op (gedeeltelijke) terugvordering? Antwoord: In het Landelijk Convenant Vroegsignalering zijn afspraken gemaakt waaraan schuldeisers van de vaste lasten huur, energie, water en zorg moeten voldoen, voordat zij de achterstanden kunnen melden bij gemeenten in het kader van vroegsignalering. De vaste lasten partner moet bijvoorbeeld eerst zelf een maatschappelijk verantwoorde incasso hebben geprobeerd, dat wil zeggen: a) ten minste eenmaal een schriftelijke betalingsherinnering hebben gestuurd; b) zich hebben ingespannen om in persoonlijk contact te treden om te wijzen op mogelijkheden om betalingsachterstanden te voorkomen en te beëindigen; c) gewezen hebben op de mogelijkheden voor schuldhulpverlening; d) aangeboden hebben gegevens door te geven aan de betreffende gemeente. Over de achterstanden die gemeld kunnen worden zijn landelijk termijnen afgesproken.

Er is sprake van een achterstand ten aanzien van de vervaldatum factuur inclusief minimaal een herinnering: a) inzake de energierekening (elektriciteit, gas en/of warmte) van 50 tot 100 dagen; b) inzake de drinkwaterrekening van 30 tot 100 dagen; c) inzake de zorgverzekeringspremie inclusief premie voor aanvullende verzekering, eigen risico en eigen bijdragen van 30 tot 100 dagen; d) inzake de huur vanaf 30 dagen. Met de lokale woningcorporaties zijn aanvullende afspraken gemaakt. Na ontvangst van een signaal doet Stroomopwaarts binnen 4 weken een aanbod aan de inwoner om in gesprek te gaan over de achterstand en de hulpvraag vast te stellen. Als de inwoner hulp accepteert wordt dit teruggekoppeld aan de schuldeiser en schort de schuldeiser de incasso voor maximaal 30 dagen op. Afhankelijk van de hulpvraag wordt met de inwoner bekeken welke hulpverlening nodig is. Eén van de mogelijkheden kan een schuldregeling zijn. In dat traject worden vervolgens met alle schuldeisers afspraken gemaakt over het regelen van de schulden. 26. Vroeg signalering. Zelf signalering dat er achterstanden gaan komen is een probleem waar schaamte een grote rol speelt en pas aan het licht komt doordat schuldeisers zich melden.

Bestaat er voor deze zelf signalerende mensen een weg waar de geheimhouding is gewaarborgd om te melden? Zo ja, is deze stads breed bekend bij de bewoners? Antwoord: Inwoners die zelf signaleren dat ze een probleem hebben kunnen zichzelf melden voor hulp bij Stroomopwaarts. Deze mogelijkheid is er nog steeds en is stads breed bekend bij de inwoners. Op de website staat een aanmeldformulier en een telefoonnummer. Met de inwoner wordt vervolgens een gesprek gepland om de hulpvraag vast te stellen. Afhankelijk van de hulpvraag zijn er verschillende instrumenten die kunnen worden ingezet, bijvoorbeeld een training omgaan met geld, een advies, budgetcoaching of een schuldregeling. De inwoner bepaalt zelf of 21GRF00020

Pagina 10 van 19

hij de hulp accepteert. Doet hij dit niet, dan doet Stroomopwaarts verder niets met de verstrekte informatie. Accepteert hij de hulp wel, dan ontvangt de inwoner een toelatingsbeschikking schuldhulpverlening met een plan van aanpak. Deze toelatingsbeschikking wordt op dit moment niet gemeld bij het Bureau Krediet Registratie (BKR). De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zijn nog in gesprek over de registratie bij het BKR bij toelating tot de schuldhulpverlening. Een vastgestelde schuldregeling wordt wel nog steeds gemeld bij het BKR, hierin is niets veranderd. De eventuele registratie bij het BKR wordt ook besproken met de inwoner in het eerste gesprek, zodat de inwoner weet waar hij aan toe is. 27. Welke mogelijkheden ziet het college om afspraken te maken met MBO voor instroom jongeren? Antwoord: Het rijk heeft met het aanvullend sociaal pakket ook fors geïnvesteerd in de arbeidsmarktregio’s. De regio’s hebben onder andere middelen gekregen ten behoeve van de aanpak kwetsbare MBO-schoolverlaters en voor MBOpraktijkleren. Daarnaast heeft iedere centrumgemeente een vast budget gekregen voor een regionale aanpak jeugdwerkloosheid. Deze aanpak wordt door gemeente Rotterdam verder vormgegeven. Bij de vormgeving van de regionale aanpak vervullen ook de koepels van scholen en de (regio)gemeenten een rol.

14

Raadsvoorstel Zienswijze beleidsvisie SOW 28. Onder punt H Uitvoering wordt aangegeven dat er gesprekken gaan komen. Op welke termijn worden deze gesprekken met SOW gevoerd? Antwoord: Deze gesprekken worden binnenkort gevoerd in het DB en in samenwerking met de gemeente Vlaardingen en Maassluis in het kader van der transitie sociaal domein. 29. Hoe is het college- de gemeente betrokken geweest bij het tot stand komen van de voorliggende beleidsvisie? Antwoord: Uw gemeenteraad is in september geïnformeerd dat de beleidsvisie SOW door SOW zou worden opgesteld. De inhoud van de beleidsvisie SOW is opgesteld door SOW, en betreft een document waarin de beleidsdoelstellingen van Stroomopwaarts – zoals reeds opgenomen in de begroting – door SOW nader zijn toegelicht en uitgewerkt. 30. In hoeverre is robotisering en digitalisering meegenomen in de beleidsvisie? Antwoord: Het traject dat naar aanleiding van het BMC-rapport is ingezet loopt nog, daarmee zal de bedrijfsvoering die nu is opgenomen als hosting bij de drie gemeenten worden overgedragen aan SOW. Op dit moment valt een onderwerp als robotisering en digitalisering nog niet onder SOW zelf. Om die reden is dat niet opgenomen in de beleidsvisie zoals deze door SOW is opgesteld.

21GRF00020

Pagina 11 van 19

15

Raadsvoorstel Technische (tekstuele) aanpassing Koerdsdocument MVS Jeugdmodel 31. Waarin onderscheidt het Jeugdmodel MVS zich van de regiovisie Nabij en Passend? Antwoord: In de basis sluit de Regiovisie aan bij onze MVS-koers, het MVS Jeugdmodel. De GR-gemeenten beogen met de visie de jeugdhulp dichterbij de jeugdige en het gezin te brengen. MVS heeft echter op onderdelen een andere opvatting hoe deze visie te realiseren. Verschil zit hem met name in de wijze waarop het MVS-model is ontwikkeld (samen met alle stakeholders aan de voorkant, waardoor het een gezamenlijke visie is), gericht op het wegnemen van de huidige knelpunten en de wijze waarop we hier inhoud en invulling aan willen geven, o.a. is hierbij een duidelijk verschil in wijze waarop de toegang wordt vormgegeven en hoe de jeugdhulp wordt gecontracteerd. 32. In welke mate zijn de bevindingen van het rekenkamer Rapport Passend Onderwijs meegenomen in de bijgewerkte versie Jeugdmodel MVS? Antwoord: De aanpassing in het koersdocument betreft een technische aanpassing op basis van gewijzigde besluitvorming in december 2020. Ontwikkelingen die gedurende de implementatie periode en daarna plaatsvinden maken onderdeel uit van de uitwerking. In de verschillende werkgroepen worden deze meegenomen. Zo zullen de bevindingen uit het rekenkamerrapport worden ingebracht in de werkgroep Onderwijs.

Overigens sluiten de bevindingen uit het rekenkameronderzoek heel goed aan bij de koers van het MVS-jeugdmodel.

16

Raadsvoorstel Regiovisie "Nabij en Passend" van de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond 33. Samen leren 4.6. Bestaat er voldoende flexibiliteit om de vooraf gemaakte afspraken met de gekozen aanbieder durende het proces te wijzigen wat mogelijk kosten besparing kan opleveren? Antwoord: Paragraaf 4.6 maakt onderdeel uit van hoofdstuk 4 en heeft betrekking op samen leren wat werkt. Aangezien de jeugdhulp een transformatieopgave betreft, is het belangrijk om samen te blijven leren wat werkt en wat beter kan. Met als doel het beter te doen voor het kind. Aangezien de MVS-gemeenten voor een ander inkoop- en bekostigingsmodel kiezen dan de GRJR, is afgesproken dat we ook daarin gezamenlijk leren. Deze informatie kan relevant zijn om mee te nemen bij de keuze tot verlenging van het contract of de start van een nieuwe aanbesteding in de toekomst – voor zowel GRJR als MVS. Voor de MVS-gemeenten geldt dat we de jeugdhulp gaan contracteren middels een integrale opdracht met populatiebekostiging. Hierin wordt geanticipeerd op het gegeven dat transformatie ook tot financieel rendement leidt en dus dat leren en

21GRF00020

Pagina 12 van 19

vernieuwing ook tot besparing kunnen leiden Als de contracten eenmaal afgesloten zijn, zijn deze leidend. Hierin kan ruimte worden opgenomen om vernieuwing te toetsen en effectiviteit te meten. 17

Raadsvoorstel Rekenkamercommissie Schiedam Vlaardingen Rapport Jeugd en passend onderwijs 34. Waarom staat er in het raadsvoorstel, dat de aanbevelingen 1 t/m 3 eenvoudiger zijn te realiseren indien het aantal jeugdhulpaanbieders dat beschikbaar is drastisch wordt teruggedrongen? In de bestuurlijke reacties van de beide raden wordt immers aangegeven, dat zij dit in twijfel trekken. Antwoord: Onze opmerking over het meer kansrijk worden van de aanbevelingen 1 t/m 3 bij een kleiner aantal Jeugdzorgaanbieders, baseren wij op een aantal veronderstellingen dat inmiddels ook in landelijk onderzoek en publicaties steeds prominenter naar voren komt. Indien bij samenwerking tussen een kleiner aantal partijen is betrokken, vergemakkelijkt dit het ontstaan van persoonlijk contact ontstaat, is er meer inzicht in de werkzaamheden die samenwerkingspartners uitvoeren en weten deze elkaar sneller te vinden. Het speelveld is dan overzichtelijker en daarmee de lijnen korter. Dit biedt ook een goed fundament om meer als (strategisch) partners op te treden in plaats van verbondenheid in de vorm van “een van de vele spelers”. Daarmee is het geen garantie voor succesvolle samenwerking maar kan het daarvoor wel een katalysator zijn. 35. Worden er nog pogingen ondernomen om ook Maassluis in deze samenwerking te betrekken? M.b.t. de jeugdhulp ontstaat er dan een gelijk speelveld.

Antwoord: Het zou logisch zijn om Maassluis mee te nemen in onderzoek naar de aansluiting van onderwijs en jeugdhulp omdat we hierin als MVS optrekken. De rekenkamercommissie Schiedam-Vlaardingen handelt in opdracht van de raad. Het college heeft geen invloed op onderzoekskeuze en bijbehorende afbakeningen in het onderzoek. 36. Welke concrete acties heeft het college gepland n.a.v. de uitkomsten van het rekenkamerrapport? Antwoord: Allereerst zullen wij met de gemeenteraad in gesprek gaan over het rapport, in navolging op de beeldvormende avond van 30 maart. In de bestuurlijke reactie geven we al een voorzet hoe we bepaalde aanbevelingen willen doorvoeren. De meeste aanbevelingen worden ondervangen in de implementatie van het MVS Jeugdmodel.

18

Raadsvoorstel Begrotingswijziging 2021 ROGplus 37. Welke gevolgen op het gebruik van bv vervoer kunnen we verwachten als doelgroep de vaccinatie ontvangen heeft, wat betekent dat voor de begroting ROGplus? Antwoord: ROG plus gaat ervan uit dat in de loop van 2021 de coronamaatregelen worden afgebouwd en dan ook het vervoersprotocol WMO-vervoer wordt aangepast. ROG

21GRF00020

Pagina 13 van 19

plus verwacht dan een inhaalslag, in het vervoer en in andere vormen van ondersteuning. Cliënten stellen nu immers sociale bezoeken uit en ziekenhuisbezoeken zijn uitgesteld door de afschaling van de zorg. Ook is de vraag naar huishoudelijke hulp en begeleiding afgenomen, cliënten vragen meer hulp van mantelzorgers om de kring van contacten te beperken. In de begrotingswijziging 2021 is rekening gehouden met deze inhaalslag, waarbij de situatie vervolgens zal normaliseren en de vraag naar zorg en ondersteuning eind 2021 weer op het niveau is van vóór de Covid 19-uitbraak, begin 2020. Gezien de grote afname van het vervoersvolume ban de regiotaxi Noot in de eerste drie maanden van 2021, door de tweede lockdown, de avondklok en het verscherpte vervoersprotocol, acht ROG plus het zeer onwaarschijnlijk dat de inhaalslag eind 2021 van dermate omvang is dat de kosten voor de regiotaxi boven (gewijzigde) begroting uitkomen.

20

Mededelingen en ingekomen stukken 01 Collegebrief 10 februari 2021 Wijzigingsplan Parkweg Midden 38. In de bijlage ‘Besluit hogere waarden Parkweg Midden’ wordt onder ‘geluidwerende gevelvoorzieningen’ benoemd dat “het behalen van een wettelijke binnenwaarde van 33 dB in de geluidgevoelige ruimtes van de geplande woningen […] technisch en financieel haalbaar [is].” Kan het college toelichten om welke geluidwerende gevelvoorzieningen het gaat? Antwoord: Geluid wordt bij ruimtelijke ontwikkelingen getoetst op basis van de normen uit de Wet geluidhinder en de normen uit het Bouwbesluit. De toetsing aan deze wetgeving vindt op verschillende momenten plaats. De toetsing aan de Wet geluidhinder vindt plaats bij het vaststellen van een bestemmingsplan, of in dit geval een wijzigingsplan. In deze fase wordt gekeken hoe hoog de geluidsbelasting op de buitenzijde van de gevel is en of er bron- of overdrachtsmaatregelen mogelijk zijn om deze geluidsbelasting te beperken (zoals bijvoorbeeld geluidschermen). In dit geval zijn volgende geluidwerende gevelvoorzieningen toegepast: - dubbele beglazing; - dubbelwandige kunststof kozijnen; - technische uitvoering van de gevels (steenachtige spouwmuur 400 kg/m²) en de kapconstructie (zelfdragende doosconstructie). 39.

Garandeert het college hiermee dat de binnenwaarde van 33dB niet wordt overschreden? Antwoord: Ja, de binnenwaarde van 33 dB betreft een minimale waarde waar elke nieuwbouwwoning aan dient te voldoen. Indien niet aan deze waarde wordt voldaan dient de gevraagde omgevingsvergunning te worden geweigerd. Daarbij kan worden gemeld dat voor de eerste fase van de herontwikkeling van Parkweg-Midden inmiddels een omgevingsvergunning is aangevraagd. Als onderdeel van deze aanvraag is aangetoond dat door de toepassing van de bij vraag

21GRF00020

Pagina 14 van 19

34 genoemde geluidwerende gevelvoorzieningen aan de wettelijke binnenwaarde wordt voldaan.

03 Collegebrief 11 februari 2021 Aanbieding rapport Ontwikkelkansen aan de Hoekse Lijn van strand tot stad 40. In de brief is beschreven dat er geen formeel standpunt is ingenomen over de afgeronde studie, het niet is vastgesteld en er geen besluiten zijn genomen over de uitvoering en dat de Hoekse Lijn Partners de komende maanden aan de slag gaan met de uitwerking. Wanneer verwacht het college uitsluitsel te kunnen geven over welke plannen voor uitvoering in aanmerking komen? Kan het college “de komende maanden” concretiseren in een tijdspad? Antwoord: Momenteel wordt het proces met een nieuwe externe projectleider uitgewerkt om te komen tot een voorstel voor plannen die voor uitvoering in aanmerking komen. Eind mei staat een bestuurlijk overleg gepland met de bestuurlijke vertegenwoordigers van de deelnemende partijen. Daarna kan meer gemeld worden over een tijdspad.

06 Collegebrief 15 februari 2021 Ondersteuning gedupeerden toeslagenproblematiek Kinderopvang 41. In de brief is beschreven dat Stroomopwaarts op 19 januari 2021 is “gestart met het meldpunt gedupeerden kindertoeslagaffaire en […] een communicatiecampagne [is] ingezet waarin wij gedupeerden die hulp nodig hebben oproepen zich te melden.” Kan het college toelichten hoeveel meldingen er sinds de start bij Stroomopwaarts zijn geweest? Antwoord: Inmiddels hebben 25 Schiedamse ouders zich bij SOW gemeld, daarvan hebben 10 ouders een intake gehad. Er staan er 13 intakegesprekken gepland. In de 2 resterende gevallen reageren de ouders (vooralsnog) niet meer op telefoontjes en mails. Uiteraard staat onze dienstverlening ook voor deze 2 gevallen nog open. 42.

Daarnaast is in de brief beschreven Stroomopwaarts de mensen die zich gemeld hebben “binnen afzienbare tijd, en hij voorkeur telefonisch, [zal] benaderen en wijzen op het ondersteuningsaanbod van de gemeente.” Kan het college concretiseren welke afspraak met Stroomopwaarts in de opdracht is gemaakt over de maximale tijd die mag verstrijken voordat gedupeerden, die zich gemeld hebben, worden benaderd en gewezen op het ondersteuningsaanbod? Wat houdt “binnen afzienbare tijd” in? Antwoord: Wanneer we spreken over ‘afzienbare tijd’ betekent dit dat de ouders maximaal na 5 werkdagen worden benaderd door het meldpunt om in gesprek te gaan over de situatie van de ouders en welke hulpvraag er is. Maximaal betekent niet dat er ook daadwerkelijk pas na 5 dagen contact wordt opgenomen. De meeste ouders zijn de volgende werkdag benaderd. Een korte periode is het heel druk geweest, waardoor 21GRF00020

Pagina 15 van 19

we in deze periode binnen 3 a 4 dagen contact opnamen. Ondertussen wordt de groep ouders die zichzelf meldt kleiner en is het aantal consulenten op het meldpunt toegenomen en nemen we binnen 2 werkdagen contact op.

11 Collegebrief 26 februari 2021 Regeling Woningbouwimpuls aanvraag 2de tranche afwijzing 43. In de brief wordt benoemd dat er verspreid over 2021 1.278 duurzame woningen in Nieuwland worden gebouwd, waarvan 75% in de categorie ‘betaalbaar’ valt. Kan het college concretiseren wanneer een woning in de categorie ‘betaalbaar’ valt? Antwoord: In de Regeling van de Woningbouwimpuls gebruikt de rijksoverheid een eigen norm van “Betaalbaar”. Zij maken geen onderscheid in het sociale en middelduur dit voegen zij samen. Onder betaalbare woningen wordt verstaan: (BZK) - sociale huurwoningen; - huurwoningen voor middeninkomens met een huurprijs van maximaal € 1.000 per maand of lager als de bovengrens van middenhuurwoningen door de gemeente lager is vastgesteld; - betaalbare koopwoningen met een verkoopprijs onder de NHG-kostengrens. Binnen de Gemeente Schiedam hanteren we de volgende verdeling: Prijsklassegrenzen prijspeil 2021 max huur

max koop

kwaliteitskortingsgrens maximaal €442,46 Sociaal

lage aftoppingsgrens

inkomensgroep tot €40.024

maximaal €633,25 maximaal €181.000

hoge aftoppingsgrens maximaal €678,66 maximaal €181.000 liberalisatiegrens Middelduur nieuwbouw bestaande bouw + energiebesparende maatregelen Duur

maximaal €752,33 maximaal €181.000 €752,33 - €1.060 €752,33 - €1.060

alles boven prijsgrenzen middelduur -

21GRF00020

€181.000 €325.000 €181.000 €344.500

€40.024 €44.655

vanaf €44.655

Koopgrens sociale koop = regionale vast- gestelde koopgrens geïndexeerd per 1-1-2021. Koopgrenzen middelduur = op basis van leengrenzen NHG (Nationale Hypotheek Garantie) Huurprijsgrens middelduur = Schiedam volgt hierin Rotterdam. Door rijksbeleid wordt de huurprijsstijging van de vrije sectorwoningen gelijk gesteld aan maximale prijsstijging sociale huur = maximaal inflatie +1%punt Huurprijsgrenzen zijn kale maandhuren, zonder servicekosten. Koop is vrij op naam, zonder parkeerplaatsen Pagina 16 van 19

Aanvraag woningbouwimpuls (WBI) tranche 2: De voorlopige concept plannen die behoorden bij de aanvraag (deze zijn nog niet vastgesteld) is de basis afspraak dat het aantal sociale corporatie woningen nagenoeg gelijk blijft, maar door verdichting het toevoegen van meer woningen in Nieuwland zal de verhouding zakken binnen de wijk. Mochten er minder sociale corporatie woningen terug komen zullen deze op een andere locatie terug komen in Schiedam bij nieuwe ontwikkellocaties. Hierover worden afspraken voorbereid met de woningcorporatie Woonplus. 44. Daarnaast wordt in de brief genoemd dat Schiedam overweegt voor deze 3e tranche nog een aanvraag in te dienen voor Nieuw Mathenesse, “mits het aansluit op de gemeentelijke propriëteit en belangrijker de gemeentelijke cofinanciering geregeld kan worden.” Kan het college concretiseren welke gemeentelijke cofinanciering verwacht wordt? Om welk bedrag gaat het? Antwoord: Bij de regelingen Woningbouw Impulsgelden wordt een co-financiering gevraagd van 50 %. De verwachting is dat de 3de tranche na de zomer van start gaat. Het projectteam van Nieuw Mathenesse is op dit moment aan het onderzoeken welke bijdrage gevraagd kan worden om de woningbouw te versnellen en de kwaliteiten van het gebied nog meer te verbeteren.

18 Collegebrief 10 maart 2021 Onderzoek veiligheidsbeleving in Schiedam 45. In de brief is beschreven dat de gemeente op “de korte termijn” start met integrale acties op een aantal “signal places”. Kan het college dit verder concretiseren? Wanneer is “op de korte termijn” en om welke locaties gaat het? Antwoord: Er is inmiddels een tijdelijk projectleider aangewezen die op zeer korte termijn (nog deze maand april) samen met alle betrokken teams en externe partners, deze integrale acties gaat voorbereiden. We gaan in ieder geval de locaties metrostation Parkweg en omgeving en station Schiedam en omgeving aanpakken en enkele andere vergelijkbare kwetsbare locaties. We willen deze acties direct aansluitend uitvoeren.

20 Collegebrief 11 maart 2021 Reactie suggesties raad diversiteit en inclusie 46. In de brief wordt op pagina 1 beschreven dat “voor zover mogelijk […] beeldmateriaal met een diversiteit aan mensen gebruikt [wordt]” en in de beantwoording op suggestie 2 dat “bij het publiceren van beeldmateriaal […] wij ernaar [streven] om mensen met verschillende diversiteitsgronden in beeld te brengen.” Kan het college toelichten waarom het bij “streven naar” en “voor zover mogelijk” blijft? 21GRF00020

Pagina 17 van 19

Antwoord: Als we beeldmateriaal van mensen gebruiken wordt er bij de redactie altijd op gelet of er voldoende diversiteit in beeld is. Maar er is niet altijd een keuze, we zijn ook afhankelijk van wie betrokken zijn en wat er beschikbaar is. Diversiteit is bovendien niet altijd in beeld te brengen. Daarom kunnen we diversiteit op

21GRF00020

Pagina 18 van 19

beeldmateriaal niet garanderen en is ernaar streven het maximale dat we kunnen doen. 47. Waarom wordt niet gegarandeerd dat er bij beeldmateriaal een diversiteit aan mensen gebruikt wordt? Antwoord: Zie hiervoor het antwoord van vraag 46. 48. In de reactie op suggestie 9 is beschreven hoe de gemeente social media inzet om het thema onder de aandacht te brengen. Kan het college kwantitatief toelichten wat het bereik is van deze social media campagnes? Antwoord: Social Media berichten ‘20-‘21: o Regenboogvlag 1 april:  Facebook: 47 reacties; 36 likes/ 9 geweldig/ 2 boos, 10 opmerkingen, bereik 2528 mensen  Twitter: 5 likes, 1 retweet, 1 keer gedeeld, bereik 960 mensen  Instagram: 51 likes, 1 reactie, bereik 1036. o Week tegen racisme, 17 maart:  Facebook: 6 reactie; 5 likes/ 1 geweldig, 7 x gedeeld, bereik 1588  LinkedIn: 1.069  Instagram: 18 likes, 2 reacties, 864 bereik o Uitreiking Jillis Bruggemanpenning Bart Chabot 9 maart  Facebook: 8 reacties; 6 likes/ 2 geweldig, 1x gedeeld, 1 opmerking, bereik 1591  Youtube: 386 keer bekeken.

o Oproep om discriminatie te melden bij stichting Radar, 8 januari 2021,  Facebook: 7 reacties; 4 likes/ 2 boos/ 1 verbluft, 11 opmerkingen, bereik: 2222 o Tentoonstelling Discriminatie herkennen 18 en 27 dec 2020/1 jan 2021:  Facebook: 25 reacties; 17 likes/1 geweldig / 3 boos/ 1 medeleven / 3 verbluft, 25 opmerkingen, 2x gedeeld, bereik 7150  LinkedIn: 21 likes, bereik: 2.345 mensen.  Instagram: 13 likes, bereik: 1034 mensen  Twitter: 1 like, 1 etweet, bereik: 837 o Comingoutday 11 okt 2020  Facebook: 19 reacties; 16 likes/ 2 geweldig/ 1 boos , 3 opmerkingen, 3x gedeeld, bereik 2408  Instagram: 10 likes, bereik: 674 o Regenboogvlag 9 okt 2020:  Facebook: 57 reacties; 35 likes/ 19 geweldig/ 2 lachend / 1 verdrietig, 5 opmerkingen, 4x gedeeld, bereik: 2859  Twitter: 1 like, 2 retweets, bereik: 909  Instagram: 59 likes, 2 reacties, bereik: 1098 o Webinar genderdysforie 7 oktober 2020  Facebook: 10 reacties, bereik promotie event op FB: 866 o Uitreiking JBpenning Claudia de Breij 20 feb, 2 en 10 mrt 2020:  Facebook: 58 reacties; 53 likes/ 5 geweldig, 7 opmerkingen 3x gedeeld, bereik 7829  Twitter: 12 likes, 11 retweets, bereik 4919  Instagram: 23 likes, bereik: 804 49. Om hoeveel reacties, vind-ik-leuks of kijkers gaat het bijvoorbeeld? Antwoord: 21GRF00020

Pagina 19 van 19

Zie hiervoor het antwoord op vraag 48. 50. En wat is het bereik volgens de rapportages van de verschillende social mediakanalen? Antwoord: Zie hiervoor het antwoord op vraag 48. 51. In de brief wordt in de reactie op suggestie 10 geen antwoord gegeven op de vraag wat het college denkt van een diversere en bredere selectiecommissie. Wat denkt het college van een diversere en bredere selectiecommissie bij sollicitaties? Antwoord: Het college vindt een diversere selectiecommissie bij sollicitaties een goed idee. In de praktijk wordt hier al zoveel mogelijk uitvoering aan gegeven. In de trainingen aan selectiecommissies zal hier ook extra aandacht aan worden gegeven. 52. In de reactie op suggestie 11 geeft het college aan dat de exitgesprekken op vrijwillige basis zijn. Kan het college toelichten in hoeverre er onderzoek wordt gedaan naar de reden wanneer een medewerker niet wil deelnemen aan een dergelijk exitgesprek? Antwoord: De medewerker wordt altijd gevraagd naar de reden van het niet deelnemen aan het exitgesprek. Het doel van deze inventarisatie is te achterhalen of er bijzondere redenen zijn waar we als organisatie lering uit kunnen trekken.

34 Brief MRDH over Regionaal Transitieprogramma OV en corona 53. Pagina 12 t/m 15, enkele maanden geleden heeft Schiedam haar zienswijze gegeven op het hernieuwde MRDH afwegingskader als gevolg van COVID-19. Daarbij was de insteek om in te zetten op bereikbaarheid (ten koste van frequentie). In het overzicht wordt heel duidelijk dat de frequentie van OV-modaliteiten er in Schiedam onder zal gaan leiden. In hoeverre heeft dit gevolgen voor het afwegingskader dat eerder is vastgesteld? Antwoord: Het heeft geen gevolgen voor het afwegingskader. De voorgestelde maatregelen zijn immers bepaald en geprioriteerd aan de hand van het afwegingskader. De voorgestelde maatregelen met geen of beperkte klantimpact (categorie A, B en C) zijn niet voldoende om in een pessimistisch scenario verliezen te voorkomen. Daarom zijn in dat geval ook maatregelen met grote klantimpact (categorie D) nodig om de huidige financiële uitdaging het hoofd te kunnen bieden.

21GRF00020 19

Pagina 20 van

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9966596/3