Raadsvoorstel Verordening woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2024
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Aan:
De gemeenteraad van Schiedam
12 maart 2024
Registratienummer:
24VR018
Contact Steller:
contact@schiedam.nl
Telefoonnummer steller:
010 2191111
Portefeuillehouder:
wethouder A.J.M. Laan
Publicatie :
Openbaar
Onderwerp:
Verordening woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2024
A. Voorgesteld besluit:
1.
de verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2024 vast te stellen.
B. Aanleiding:
Het verlopen van de huidige verordening woonruimtebemiddeling van rechtswege. C. Maatschappelijk doel:
Een evenwichtige verdeling en toewijzing van de beschikbaar komende sociale huurwoningen.
D. Argumenten:
1.1 Het is noodzakelijk om regels te stellen aan de verhuur van schaarse sociale huurwoningen via een huisvestingsverordening. De regelgeving rond de verdeling van sociale huurwoningen wordt aangestuurd via de verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam. Wij delen deze verordening met twaalf gemeenten in de regio, die samenwerken in het Samenweringsverband wonen regio Rotterdam. De verordening Woonruimtebemiddeling is een huisvestingsverordening op basis van de Huisvestingswet 2014. De door de wet bepaalde maximale werkingsduur van een huisvestingsverordening is 4 jaar. De bestaande verordening woonruimtebemiddeling loopt per 1 juli 2024 van rechtswege af. Het is niet mogelijk om deze te verlengen. Alleen als er sprake is van schaarste aan (betaalbare) woningen, mag een gemeente een huisvestingsverordening instellen. De schaarste onderbouwing laat zien dat er sprake is van schaarste aan sociale corporatiehuurwoningen in Schiedam. Er is dus nog altijd een basis om regels te stellen aan de toewijzing van deze huurwoningen. Daarom is het noodzakelijk om per 1 juli 2024 een verordening woonruimteverdeling in te stellen. 1.2 De bestaande verordening wordt voor korte termijn opnieuw vastgesteld. De bestaande verordening woonruimteverdeling wordt, met het oog op de naderende einddatum, momenteel herzien.
Dit proces, waar twaalf gemeenten bij zijn betrokken, vraagt meer tijd dan beschikbaar is. De wettelijke uiterlijke datum voor vervanging van de huidige verordening wordt voor een geheel herziene nieuwe verordening niet gehaald.
De verordening die nu voorligt, is inhoudelijk een voortzetting van de huidige verordening. Er wordt voorgesteld deze verordening voor een korte termijn (tot 1 januari 2026) vast te stellen. Dit geeft ruimte om de huidige verordening deugdelijk te evalueren en een nieuwe herziene verordening op te stellen. De planning is erop gericht om per 1 januari 2025 een nieuwe verordening vast te stellen. Als deze planning wordt gehaald, dan geldt de tussenoplossing die nu wordt voorgesteld voor een half jaar. Er is voor gekozen om de einddatum van de tussenoplossing wel later te leggen dan de beoogde 1 januari 2025, om daarmee zo nodig enige uitloop te hebben. 1.3 Voorgestelde verordening bevat alleen meest noodzakelijke technische aanpassingen. De nu voorgestelde verordening woonruimtebemiddeling is een voortzetting van de bestaande verordening die gedeeld wordt door de twaalf regiogemeenten. Omdat de Huisvestingswet per 1 januari is gewijzigd, is het noodzakelijk om hieruit voortkomende technische aanpassingen te doen. Ook worden technische aanpassingen gedaan, daar waar blijkt dat de huidige verordening in juridische zin (voortschrijdend inzicht) verbeterd dient te worden en deze verbeteringen niet kunnen wachten tot de geheel herziene verordening (zie 1.2) wordt vastgesteld. Onderdeel van de aanpassingen is het aanpassen van het percentage lokale voorrang van 25 % naar 50 %.
Bij deze aanpassing is van belang dat de wetgever niet alleen het maximaal wettelijke percentage per 1 januari 2024 heeft opgehoogd, maar ook de definitie voor lokale voorrang heeft aangescherpt. Dit heeft tot gevolg dat ook urgenten met een lokale binding (zoals herhuisvestingskandidaten of urgenten uit de eigen woonplaats met een lokaal zoekprofiel) meetellen in het maximale aandeel lokale voorrang. Het ophogen van het percentage lokale voorrang naar 50% heeft als doel om de bestaande mogelijkheden voor niet urgente lokaal woningzoekenden ten minste in stand te houden. 1.4 Op korte termijn vindt een traject plaats met de raad met oog op een inhoudelijk nieuwe vast te stellen verordening. In het voorjaar (op het moment van schrijven was deze datum nog niet bekend) wordt er voor alle raden van de gemeenten die deel uit maken van het samenwerkingsverband sessies georganiseerd om input vanuit de raden op te halen voor een geheel herziene verordening. Hiervoor wordt een gezamenlijk moment voor de raden van Schiedam, Vlaardingen en Maassluis aangeboden. De bestuurlijk trekker vanuit de regiotafel (wethouder Maassluis) en de directeur van de Maaskoepel (samenwerkingsverband van corporaties en uitvoerder van het woonruimte verdeelsysteem Woonnet Rijnmond) geven op deze avond een presentatie en gaan in gesprek met de raden. Zie ook onder H. voor de planning van het traject. E.
Duurzaamheid
Geen directe relatie met verduurzaming. F. Kanttekening en risico’s:
1.1 Provinciaal advies is nieuwe stap Per 1 januari 2024 is een nieuwe verplichting opgenomen in de Huisvestingswet. Het is verplicht geworden om in het traject naar een nieuwe huisvestingsverordening de provincie om advies te vragen. Hier sprake is van een lopende verordening, die bedoeld is als tussenoplossing op weg naar een nieuwe verordening. Deze verordening wordt aangepast waar dat wettelijk en juridisch noodzakelijk is.
1.2 Ingangsdatum herziene nieuwe verordening Naar verwachting treedt de herziene verordening voor de jaren 2025 - 2028 (definitieve verordening) in werking per 1 januari 2025. Mocht deze datum niet haalbaar blijken, dan geeft de einddatum van de hier voorgestelde verordening (1 januari 2026) de ruimte om alsnog tot een herziene verordening binnen de looptijd van de verordening 2024 te komen. G. Financiën:
Geen gevolgen. Het betreft inhoudelijk een voortzetting van de bestaande regelgeving. De uitvoering ligt primair bij de woningcorporaties in de stad en de regio. H. Uitvoering (TA-tekst, planning, communicatie, publicatie, evaluatie/controle etc.):
Deze verordening treedt per 1 juli 2024 in werking. Het traject voor een herziene verordening wordt voortgezet met als doel per 1 januari 2025 een nieuwe regionale verordening in werking te laten treden. In planning ziet het traject er als volgt uit:
April / mei vaststellen verordening woonruimtebemiddeling 2024 (tussenoplossing) in de twaalf gemeenteraden van het Samenwerkingsverband wonen regio Rotterdam;
Voorjaar 2024 gesprek met de twaalf gemeenteraden in voorbereiding op herziene verordening voor de jaren 2025 - 2028 (definitieve verordening);
Per 1 juli 2024 treedt de verordening woonruimtebemiddeling 2024 (tussenoplossing) in werking;
Najaar 2025 vindt besluitvorming plaats over de herziene verordening voor de jaren 2025 2028 (definitieve verordening);
Per 1 januari 2025 treedt de herziene verordening voor de jaren 2025 - 2028 (definitieve verordening) naar verwachting in werking;
Mocht het proces rond de herziene verordening voor de jaren 2025 - 2028 vertraging oplopen, dan is hier ruimte voor ingebouwd. De verordening 2024 (tussenoplossing) loopt tot 1 januari 2026.
Bijlage(n):
Tekst verordening (24BIJ01657) Tekst verordening met wijzigingen in beeld (24BIJ01656) Schaarste onderbouwing (24BIJ01486)
burgemeester en wethouders van Schiedam, de secretaris, de burgemeester,
C.E. Bos
mr. H.M. Bergmann
De raad van de gemeente Schiedam; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 12 maart 2024, gelet op de Gemeentewet en de Huisvestingswet 2014 - artikel 4, eerste lid aanhef en onder a, Besluit: 1. De verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2024 vast te stellen.
Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Schiedam in zijn openbare vergadering van 16 april 2024.
de griffier,
de voorzitter,
M.J.W. Tobeas
mr. H.M. Bergmann