Raadsvoorstel Verordening op de gemeentelijke adviescommissie Monumenten en Uiterlijk van Bouwwerken
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Aan:
De gemeenteraad van Schiedam
31 mei 2022
Registratienummer:
22VR027
Steller:
S.J.C. Hovens, Ruimtelijke Ontwikkeling & Beleid
Telefoonnummer steller:
010 2191736
Portefeuillehouder:
Wethouder Laan Wethouder Biekman
Publicatie :
Openbaar
Onderwerp:
Omgevingswet: Verordening op de gemeentelijke adviescommissie Monumenten en Uiterlijk van Bouwwerken
A. Voorgesteld besluit:
1. De Verordening op de gemeentelijke adviescommissie Monumenten en Uiterlijk van Bouwwerken van de gemeente Schiedam vast te stellen. B. Aanleiding:
Op 1 januari 2023 zal de Omgevingswet in werking treden. Om deze wet uit te kunnen voeren, moet de gemeente een aantal voorbereidende besluiten nemen. Het voorstel ziet op de verplichting om een adviescommissie te hebben die adviseert inzake monumenten en de mogelijkheid de commissie tevens te laten adviseren over het uiterlijk van bouwwerken. Dit overeenkomstig de bestaande praktijk van de commissie Welstand en Monumenten. C. Maatschappelijk doel:
Met de verordening wordt invulling gegeven aan de uitoefening en inrichting van de (wettelijke) adviestaak van de adviescommissie. D. Argumenten:
1.1 Verplichte adviescommissie voor rijksmonumenten In artikel 17.9 van de Omgevingswet is bepaald dat de gemeenteraad verplicht is een adviescommissie in te stellen die adviseert over aanvragen om omgevingsvergunning voor een activiteit aan een rijksmonument. Deze verplichting komt op hoofdlijnen overeen met de bestaande verplichting op grond van artikel 15 van de Monumentenwet om een gemeentelijke monumentencommissie te hebben. Met de verordening wordt invulling gegeven aan deze wettelijke verplichting. 1.2 Adviescommissie tevens voor gemeentelijke monumenten en uiterlijk van bouwwerken De Omgevingswet biedt ruimte om, in het kader van een goede omgevingskwaliteit, in het omgevingsplan regels te stellen ten aanzien van gemeentelijke monumenten en het uiterlijk van bouwwerk (voorheen: redelijke eisen van welstand). De bestaande (welstands)regels die hier op toe zien, zullen in eerste instantie onderdeel worden van het tijdelijke omgevingsplan, dat van rechtswege ontstaat op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt.
De verordening maakt het mogelijk de huidige werkwijze van de commissie Welstand en Monumenten te continueren door de adviestaak van de commissie ook van toepassing te verklaren op gemeentelijke monumenten, het beschermd stadsgezicht en het uiterlijk van bouwwerken. 1.3 Verordening gebaseerd op modelverordening VNG De Omgevingswet biedt de mogelijkheid, en voor rijksmonumenten de verplichting, om één of meerdere gemeentelijke adviescommissies in te stellen. Om tot een goede implementatie te komen, heeft de VNG een modelverordening opgesteld. Deze modelverordening vormt de basis voor voorliggende verordening. Het model is gewijzigd en aangevuld op basis van de bepalingen uit de Erfgoedverordening 2010, die deze verordening deels zal vervangen, alsmede de bestaande adviespraktijk van de commissie welstand en monumenten. Voor een nadere onderbouwing wordt verwezen naar de toelichting op de verordening. 1.4 Mandatering benoeming commissie De adviescommissie bestaat, net als de huidige commissie Welstand en Monumenten, uit minimaal 3 leden, waaronder een voorzitter. Daarbij geldt, gelet op de wettelijke verplichting, dat enkele leden deskundigheid moeten hebben op het gebied van de monumentenzorg. De gemeenteraad is op grond van artikel 17.7 bevoegd de leden van de adviescommissie te benoemen en ontslaan.
Aangezien de benoeming en het ontslaan een uitvoeringshandeling betreft wordt deze bevoegdheid met de verordening gemandateerd aan het college van burgemeester en wethouders. E. Duurzaamheid
n.v.t. F. Kanttekening en risico’s:
1.1 Omgevingsplan bepaalt reikwijdte van adviestaak commissie De bestaande regels inzake gemeentelijke monumenten en redelijke eisen van welstand zullen van rechtswege onderdeel worden van het tijdelijke omgevingsplan, dat ontstaat op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt. Om die reden ziet de adviestaak van de commissie ook op gemeentelijke monumenten en het uiterlijk van bouwwerken. Bij de vaststelling van het definitieve omgevingsplan (uiterlijk 1 januari 2029) zal door de raad besloten moeten worden of het wenselijk blijft om regels te stellen ten aanzien van gemeentelijke monumenten en/of het uiterlijk van bouwwerken. De verordening is zodanig geformuleerd dat de reikwijdte van de adviestaak van de commissie afhankelijk is van de regels die worden gesteld in het omgevingsplan. Concreet betekent dit dat indien het op enig moment niet langer wenselijk zou zijn om in het omgevingsplan regels te stellen ten aanzien van het uiterlijk van bouwwerken (de huidige welstandsregels), de adviestaak van de commissie door deze verordening automatisch wordt ingeperkt.
G. Financiën:
Het voorstel heeft geen financiële consequenties. De kosten van de adviescommissie zullen gelijk zijn aan de kosten voor de huidige commissie Welstand en Monumenten. H. Uitvoering (TA-tekst, planning, communicatie, publicatie, evaluatie/controle etc.):
Na vaststelling door de gemeenteraad zal de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie Monumenten en Uiterlijk van Bouwwerken in werking treden op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt. Dit is voorzien op 1 januari 2023. De wettelijke bekendmaking vindt plaats in het Gemeenteblad. De verordening zal ook worden opgenomen in de lokale wettenbank. Bijlage(n):
1.
Verordening op de gemeentelijke adviescommissie Monumenten en Uiterlijk van Bouwwerken- 22BW000275
burgemeester en wethouders van Schiedam, de secretaris, de burgemeester,
C.E. Bos
C.H.J. Lamers
De raad van de gemeente Schiedam; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 31 mei 2022 ( 22VR027) gelet op Besluit: 1. de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie Monumenten en Uiterlijk van Bouwwerken van de gemeente Schiedam vast te stellen.
Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Schiedam in zijn openbare vergadering van 5 juli 2022.
de griffier,
de voorzitter,
M.A.J.R. Hermans
C.H.J. Lamers