CConstaterende datSchiedam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Verklaring van geen bedenkingen omgevingsvergunning Stationsplein 2

Gemeenteraad 22 juni 2021, gemeente SchiedamBij agendapunt: Gelegenheid tot het stellen van technische vragen over overige raadsvoorstellen (die niet zijn geagendeerd voor de auditcommissie)2.490 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel

Aan:

De gemeenteraad van Schiedam

Registratienummer:

21VR039

Steller:

S.J.C. Hovens, Ruimtelijke Ontwikkeling & Beleid

Telefoonnummer steller:

010 2191736

Portefeuillehouder:

Wethouder Laan

Publicatie :

Openbaar

Onderwerp:

8 juni 2021

Verklaring van geen bedenkingen omgevingsvergunning Stationsplein 2 (Terras aan de Schie)

A. Voorgesteld besluit:

1. Een ontwerp verklaring van geen bedenkingen te geven voor het optoppen en herbestemmen van het gebouw Stationsplein 2 ten behoeve van 130 woningen. 2. De ontwerp verklaring van geen bedenkingen te beschouwen als definitieve verklaring van geen bedenkingen indien geen zienswijzen worden ingediend. B. Aanleiding:

Op 26 januari 2021 is een omgevingsvergunning gevraagd voor het herbestemmen en optoppen van het pand Stationsplein 2 (Terras aan de Schie) met 5 bouwlagen ten behoeve van 130 woningen. Het gebouw wordt zowel ontsloten via het Stationsplein als via de Horvathweg. Omdat het initiatief niet in overeenstemming is met het geldende bestemmingsplan, is een verzoek gedaan om te mogen afwijken van het bestemmingsplan. Het college is gehouden een besluit te nemen op deze aanvraag. C. Maatschappelijk doel:

Met de afwijking van het bestemmingsplan wordt ruimte geboden voor de bouw van 130 woningen. Hiermee wordt invulling gegeven aan een deel van de regionale woningmarktafspraken, de Woondeal Zuidelijk Randstad en de gemeentelijke Woonvisie. D. Argumenten:

1.1 Bouwplan is in strijd met het bestemmingsplan Het bouwplan is gelegen op gronden die ingevolge het bestemmingsplan ‘Oost’ bestemd zijn als ‘Gemengd-3’. Het gebruik van het gebouw ten behoeve van het wonen is hiermee in strijd. Dit geldt ook voor het gebruik van de eerste verdieping voor commerciële functies en de voorgenomen vergroting van de bouwhoogte. Het bouwplan is daarnaast in strijd met het bestemmingsplan ‘Parkeren’, omdat niet wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. 1.2 Afwijken bestemmingsplan mogelijk met een omgevingsvergunning Op grond van artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht kan een omgevingsvergunning worden verleend waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan. Dit is mogelijk indien de activiteit, blijkens een goede ruimtelijke onderbouwing, niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Door de aanvrager is een

ruimtelijke onderbouwing aangeleverd met betrekking tot de aanvraag en de betreffende strijdigheden. Uit de ruimtelijke onderbouwing volgt dat het bouwplan voldoet aan de vereiste van een goede ruimtelijke ordening en dat derhalve medewerking kan worden verleend aan de gevraagde omgevingsvergunning. 1.3 Ontwikkeling is passend binnen de geldende beleidskaders De transformatie van het AMEC-gebouw betreft één van de woningbouwprojecten die onder ‘Schiedistrict’ zijn benoemd in de op 29 september 2020 vastgestelde Woonvisie. Het project voorziet in een variatie aan woningen die allen voldoen aan de in de Woonvisie genoemde minimale oppervlaktemaat van 70 m² GBO. De ligging van het gebouw naast een OV-knooppunt (station Schiedam Centrum) wordt daarbij als een belangrijke meerwaarde voor deze ontwikkeling gezien. Dat geldt ook voor de samenhang van dit plan met de ontwikkelingen die plaatsvinden op Schieveste. In hoofdstuk 3 van de bij de aanvraag gevoegde ruimtelijke onderbouwing is nadere uiteengezet dat het bouwplan voldoet aan de (gemeentelijke) beleidsvisies, zoals de Stadsvisie, Woonvisie, Mobiliteitsvisie, Binnenstadsvisie en het Klimaatbeleid. Het plan levert daarnaast ook een bijdrage aan het realiseren van de regionale woningmarktafspraken.

1.4 Transformatie verouderd kantoorgebouw biedt ruimte voor nieuwe kantoren elders Het AMEC-gebouw betreft een kantoorpand dat jarenlang geheel leeg heeft gestaan. Sinds 2015 is een gedeelte van het pand (tijdelijk) getransformeerd naar studentenwoningen. De transformatie van een verouderd/incourant leegstaand kantoorpand naar woningen was en is, mede uit economische perspectief, een wenselijke ontwikkeling. Dit zowel ter bestrijding van de kantorenleegstand, het beter benutten van de ruimte als het nuttig (her)gebruik van dit markante pand. De beschikbare werk- en kantoorruimte die met dit plan verloren gaat, zal daarbij worden gecompenseerd met het beoogde kantorenprogramma aan de noordzijde van de A20 en op Schieveste, zoals dat is vastgelegd in de door de provincie geaccordeerde regionale kantorenvisie. 1.5 Voldoende parkeergelegenheid op locatie in de omgeving De transformatie van het pand leidt tot een andere parkeerbehoefte dan het huidige gebruik. Op grond van het facetbestemmingsplan ‘Parkeren’ dient deze parkeerbehoefte op eigen terrein te worden ingevuld. Ruimte wordt gelaten om af te wijken van deze vereiste indien de parkeerbehoefte op een andere wijze kan worden ingevuld.

In dit geval wordt van deze mogelijkheid gebruik gemaakt, aangezien de ontwikkelaar van het project eveneens eigenaar is van een parkeergarage in de directe nabijheid van de planlocatie (150 meter) waar voldoende parkeergelegenheid aanwezig is. In de in voorbereiding zijnde anterieure overeenkomst zal worden geborgd dat deze parkeerplaatsen ter beschikking worden gesteld en blijven voor de toekomstige bewoners. Daarmee wordt op een andere wijze voorzien in voldoende parkeergelegenheid. 1.6 Verantwoorde ontwikkeling met maatregelen inzake de externe veiligheid De planlocatie bevindt zich binnen het invloedsgebied van de rijksweg A20, waar sprake is van het vervoer van gevaarlijke stoffen. Gelet op de ligging binnen het invloedsgebied van de A20 zullen een aantal maatregelen worden getroffen om de risico’s te beperken en de zelfredzaamheid en mogelijkheden voor hulpverlening te vergroten. Dit betreft maatregelen zoals een effectieve bluswatervoorziening, van de risicobron afgekeerde vluchtroutes en het handmatig kunnen uitschakelen van het luchtverversingssysteem. Met deze maatregelen kan het pand op een verantwoorde wijze worden getransformeerd naar wonen.

1.7 Overschrijden geluidswaarden Wet geluidhinder De transformatie van het kantoorpand vindt plaats op een locatie die zeer geluidbelast is vanwege (spoor)wegen. De geluidsbelasting is zo hoog dat, ook na het treffen van de meest doelmatige geluidsmaatregelen, hogere waarden (geluid) moeten worden vastgesteld voor een aanzienlijk deel van de woningen. Daarnaast zal een deel van de woningen moeten worden uitgevoerd met een ‘dove gevel’, omdat op een aantal gevels de maximale geluidswaarde waar van kan worden afgeweken, worden overschreden. In het ‘Actieplan Lucht & Geluid 2019-2022’ is de ambitie opgenomen om ernstige hinder en slaapverstoring, zowel in bestaande als nieuwe situaties, te voorkomen. De gehanteerde plandrempel van 55 dB wordt ten gevolge van het railverkeerslawaai overschreden. Het actieplan laat ruimte voor een dergelijke overschrijding, indien maatregelen worden getroffen om slaapverstoring te voorkomen en een goede nachtrust wordt geborgd. Gelet op de hoge geluidbelasting is de nadruk gelegd op het realiseren van een acceptabel binnenniveau in de woning (33 dB op basis van gecumuleerde geluidsbelasting) en het realiseren van geluidluwe gevels en buitenruimten. Door constructieve en technische maatregelen aan het gebouw te treffen, kan aan deze vereisten worden voldaan.

1.8 Toekomstige verbetering van de geluidssituatie is mogelijk Hoewel de herbestemming van het gebouw op basis van de huidige situatie mogelijk is, is het de verwachting dat de akoestische situatie op termijn aanzienlijk zal verbeteren. Deze verbetering zal optreden doordat de beoogde nieuwbouw op Schieveste zal gaan fungeren als ‘geluidswal’ voor het wegverkeerslawaai van de A20. De wet laat het echter niet toe om reeds rekening te houden met deze toekomstige ontwikkelingen. Daarnaast wordt in het kader van de ontwikkeling van Schieveste gekeken naar de mogelijkheden voor het verlagen van de maximale snelheid op de A20 naar 80 km/h en/of het toepassen van 2laags ZOAB. Voor het spoor wordt gekeken naar het toepassen van raildempers en het verlagen van de geluidproductieplafonds (GPP). De mogelijkheden hiervoor zullen de komende periode, in het kader van de ontwikkelingen op Schieveste, verdere worden verkend en besproken met de betreffende (spoor)wegbeheerders. Ook deze maatregelen kunnen leiden tot een toekomstige verbetering van de geluidssituatie. 1.9 Verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad vereist De bevoegdheid om te beslissen op een verzoek om met een omgevingsvergunning af te wijken van het bestemmingsplan ligt bij het college.

In artikel 6.5, eerste lid van het Besluit omgevingsrecht is bepaald dat het college niet eerder van deze bevoegdheid gebruik kan maken dan nadat de gemeenteraad heeft verklaard dat hij daartegen geen bedenkingen heeft. Omdat de plannen voorzien in het realiseren van meer dan 50 woningen kan in dit geval geen gebruik worden gemaakt van de op 28 januari 2020 door de gemeenteraad vastgestelde ‘Algemene verklaring van geen bedenkingen’. Dit maakt dat voor dit project een individuele ‘verklaring van geen bedenkingen’ moeten worden afgegeven. Een dergelijke verklaring mag daarbij slechts worden geweigerd in het belang van een goede ruimtelijke ordening. Gelet op voorgaande argumenten kan de voor het project vereiste ‘verklaring van geen bedenkingen’ worden verleend. 2.1 Ontwerp verklaring van een bedenkingen definitief indien geen zienswijzen De wettelijke procedure om te komen tot een ‘verklaring van geen bedenkingen’ vereist dat de raad eerst een ontwerpbesluit tot het verlenen van een ‘verklaring van geen bedenkingen’ dient te nemen. Dit ontwerp dient, samen met de ontwerp-omgevingsvergunning en de bijbehorende

stukken ter inzage te worden gelegd. Belanghebbenden worden daarbij in de gelegenheid gesteld om zienswijzen in te dienen ten aanzien van het ontwerp van de ‘verklaring van geen bedenkingen’, dan wel de ontwerp-omgevingsvergunning. De gemeenteraad dient vervolgens enige ingekomen zienswijzen ten aanzien van het ontwerp van de ‘verklaring van geen bedenkingen’ te betrekken op de besluitvorming inzake de definitieve ‘verklaring van geen bedenkingen’. De wettelijke procedure heeft tot gevolg dat het initiatief twee maal moet worden voorgelegd aan de gemeenteraad; zowel voor het ontwerp als de definitieve ‘verklaring van geen bedenkingen’. Indien zienswijzen worden ingediend ten aanzien van het ontwerp van de ‘verklaring van geen bedenkingen’ zal het initiatief, gelet op de procedurele vereisten, nogmaals worden voorgelegd aan de gemeenteraad. Indien geen zienswijzen worden ingediend wordt, uit het oogpunt van doelmatigheid, bepaald dat het ontwerp van de ‘verklaring van geen bedenkingen’ mag worden beschouwd als de definitieve ‘verklaring van geen bedenkingen’ ten behoeve van de gevraagde omgevingsvergunning waarmee wordt afgeweken van het bestemmingsplan. E. Duurzaamheid

Bij de transformatie van het pand worden een aantal maatregelen getroffen die een bijdrage leveren aan een duurzame en klimaatbestendige (her)ontwikkeling van het pand. De transformatie voorziet in het toepassen van een WKO-installatie en all-electric installaties in de woningen. Het plan voldoet daarmee aan het uitgangspunt van fossielvrij bouwen. Het plan zet daarnaast ook in op circulair bouwen (hergebruik van een bestaand pand en de toepassing van houtskeletbouw bij de optopping), alsmede het voorkomen van hittestress en verbeteren van de biodiversiteit door het toepassen van sedum-dakbedekking en groen op de balkons. Voor een nadere onderbouwing wordt verwezen naar paragraaf 2.2.2 van de bijgevoegde ruimtelijke onderbouwing. F. Kanttekening en risico’s:

1.1 Bouwplan ligt aeronautisch in de ‘schaduw’ van Schieveste De planlocatie is gelegen binnen de hoogtebeperkingsgebieden behorende bij Rotterdam The Hague Airport. Hoewel de hoogtebeperkingen niet zijn vastgelegd in een luchthavenbesluit dient hier, uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening, wel rekening mee te worden gehouden. Aangezien sprake is van een bestaand gebouw betreft dit uitsluitend het vergroten van de bouwhoogte van 40 naar 55 meter. In het kader van de voorbereiding van de plannen voor Schieveste zijn de effecten van hoogbouw op het vliegverkeer reeds onderzocht (Aeronautical Study Schievet, To70, d.d. 6 augustus 2020). Geconcludeerd is dat de doorkruising van de hoogtebeperkingsgebieden op Schieveste geen belemmeringen met zich meebrengt voor de veiligheid en continuïteit van de activiteiten van Rotterdam The Hague Airport en de daarmee samenhangende vliegoperaties. De projectlocatie ligt in de ‘schaduw’ van de bebouwing op Schieveste en leidt daarmee niet tot een andere situatie dan reeds ontstaat ten gevolge van de ontwikkeling van Schieveste. De optopping van het gebouw kan daarmee (aeronautisch) verantwoord plaatsvinden. 1.2 Toekomstige verbetering van de geluidssituatie afhankelijk van medewerking Om de geluidssituatie te verbeteren, zijn maatregelen mogelijk aan weg en spoor.

Deze maatregelen worden verkend in het kader van de ontwikkelingen op Schieveste. Het treffen van dergelijke maatregelen vraagt om medewerking van de betrokken partijen. Voor de rijksweg A20 geldt dat er geen directe aanleiding is voor Rijkswaterstaat om dergelijke maatregelen te treffen. Dit omdat de geluidsruimte voor de weg niet volledig wordt gebruikt. De beschikbare

geluidsruimte is echter dusdanig groot dat er wel mogelijkheden zijn om maatregelen te nemen, zonder dat dit leidt tot een beperking van de ruimte voor groei van het verkeer. In het kader van de reacties op het bestemmingsplan Schieveste heeft Rijkswaterstaat reeds aangegeven hierover in gesprek te willen treden. Voor het spoor is sprake van een aanzienlijke beschikbare geluidsruimte van 5 á 6 dB. Deze geluidsruimte is veel te ruim voor het huidige en toekomstige gebruik van het spoor. In dergelijke situaties, waarbij het niet aannemelijk is dat de geluidsruimte binnen 10 jaar volledig benut zal worden, is het mogelijk de Minister te verzoeken de geluidsruimte te beperken. Over de bereidheid om aan een dergelijk verzoek medewerking te verlenen, zal op korte termijn contact worden gezocht met ProRail en het Ministerie. 1.3 Beperken mogelijkheden parkeervergunningen bij nieuwe ontwikkelingen Ten behoeve van het project wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid in een nabij gelegen parkeergarage, die eveneens in eigendom is van de eigenaar van het pand Stationsplein 2. Met de anterieure overeenkomst zal worden geborgd dat deze parkeerplaatsen ter beschikking worden gesteld en blijven voor de toekomstige bewoners. Dit neemt niet weg dat het de toekomstige bewoners vrij staat om een parkeervergunning te vragen.

Op het moment dat een vergunning wordt gevraagd, zal deze op grond van de huidige parkeerverordening moeten worden verleend. Dit wordt, mede gelet op de beperkte parkeergelegenheid in het openbaar gebied, als ongewenst beschouwd. Om deze reden wordt een herziening van de parkeerverordening voorbereid. Met deze herziening wordt het mogelijk gebieden of locaties aan te wijzen waar geen parkeervergunningen meer worden verleend, omdat bij de ontwikkelingen zelf voorzien in voldoende parkeergelegenheid of een alternatieve vorm van (deel)mobiliteit. Op het moment dat de verordening wordt herzien, zal dit ook gaan gelden voor de locatie Stationsplein 2. G. Financiën:

Het plan betreft een particulier initiatief. Er zijn geen gevolgen voor de programma- en taakveldenbegroting. In de anterieure overeenkomst zullen afspraken worden gemaakt over de kosten als bedoeld in de Wro. De definitieve omgevingsvergunning kan pas worden verleend op het moment dat de anterieure overeenkomst is gesloten, aangezien daarmee het wettelijk kostenverhaal wordt geregeld. H. Uitvoering (TA-tekst, planning, communicatie, publicatie, evaluatie/controle etc.):

De procedure om te komen tot een ‘verklaring van geen bedenkingen’ is gekoppeld aan de procedure van de omgevingsvergunning. De bekendmaking van de ontwerpbesluiten zullen worden gepubliceerd in de Staatscourant, het Gemeenteblad en de gemeentelijke website. In samenspraak met de ontwikkelaar wordt bekeken op welke wijze, gelet op de beperkingen samenhangend met Covid-19, een andere vorm van informatievoorziening mogelijk is. Bijlage(n):

    

Aanvraag omgevingsvergunning; Plantoelichting / Bouwtekeningen: Ruimtelijke onderbouwing; Ontwerpbesluit hogere waarden (geluid); Akoestisch onderzoek.

burgemeester en wethouders van Schiedam, de secretaris, de burgemeester,

C.E. Bos

C.H.J. Lamers

De raad van de gemeente Schiedam; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 8 juni 2021 ( 21VR039)

Besluit: 1. Een ontwerp verklaring van geen bedenkingen te geven voor het optoppen en herbestemmen van het gebouw Stationsplein 2 ten behoeve 130 woningen. 2. De ontwerp verklaring van geen bedenkingen te beschouwen als definitieve verklaring van geen bedenkingen indien geen zienswijzen worden ingediend.

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Schiedam in zijn openbare vergadering van 6 juli 2021.

de griffier,

de voorzitter,

J.W. Scherpenzeel

C.H.J. Lamers

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10308710/1