Raadsvoorstel Technische aanpassingen Verordening beheer woonruimtevoorraad Schiedam 2024
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Aan:
De gemeenteraad van Schiedam
19 mei 2026
Registratienummer:
26VR012
Contact Steller:
contact@schiedam.nl
Telefoonnummer steller:
010 2191111
Portefeuillehouder:
Wethouder Lourens
Publicatie :
Openbaar
Onderwerp:
Technische aanpassingen Verordening beheer woonruimtevoorraad Schiedam 2024
A. Voorgesteld besluit:
1. Het concept Tweede Wijzigingsbesluit Verordening beheer woonruimtevoorraad Schiedam 2024 vast te stellen (26BIJ01644); 2. De geactualiseerde onderbouwing op basis van schaarste en leefbaarheid (RIGO 2026) vast te stellen en ten grondslag te leggen aan de Verordening beheer woonruimtevoorraad Schiedam 2024 (26BIJ00941). B. Aanleiding:
De nieuwe onderbouwing van RIGO (2026) ten aanzien van schaarste en leefbaarheid vormt aanleiding om de Verordening te actualiseren. Deze wijziging is noodzakelijk om de juridische houdbaarheid te borgen en aan te sluiten bij de gewijzigde Huisvestingswet 2014 en de Omgevingswet. De Verordening wordt op de volgende onderdelen aangepast: − aansluiting van begripsbepalingen op de Omgevingswet en de NEN 2580-meetmethodiek, en uitbreiding van de vergunningplicht tot aangewezen categorieën woonruimte; − toevoeging van samenvoegen aan de vergunningplicht en de weigeringsgronden; − verduidelijking en explicitering van bestaande normen, waaronder de 70 m²-ondergrens, gerichtere toepassing van de weigeringsgrond voor woningvorming en omzetting door andere eigenaren dan toegelaten instellingen in specifiek aangewezen wijken; − nadere uitwerking van de toepassing van weigeringsgronden via artikel 11.
C. Maatschappelijk doel:
Met de Verordening houdt de gemeente regie op de samenstelling en leefbaarheid van de woningvoorraad, gericht op een gezonde balans conform de Woonvisie. Het doel is het beschermen van schaarse gezinswoningen en het voorkomen van eenzijdige verdichting door overmatige verkleining via splitsing en omzetting. Hiermee worden de sociale stabiliteit en de kwaliteit van de leefomgeving in de Schiedamse wijken geborgd.
D. Argumenten:
1.1 Aansluiting begripsbepalingen en concretisering uitvoeringsbevoegdheid De herziening van artikel 1 zorgt voor aansluiting bij artikel 21 van de Huisvestingswet 2014 en de systematiek van de Omgevingswet. Begrippen worden verduidelijkt en aangevuld, waaronder betaalbare koopwoningen, sociale huurwoningen, toegelaten instelling, samenvoegen en gebruiksoppervlakte. Met de introductie van de NEN 2580-meetinstructie ontstaat een uniform en objectief toetsingskader. Daarnaast wordt in artikel 11 de bevoegdheid van burgemeester en wethouders tot het stellen van nadere regels nader afgebakend. 1.2 Grondslag voor integrale sturing op de woningvoorraad In lijn met de Woonvisie is het behoud van grotere eengezinswoningen een expliciete beleidsdoelstelling. Daarom wordt voorgesteld de vergunningplicht te koppelen aan aangewezen categorieën woonruimte. Daaronder vallen woonruimten met een gebruiksoppervlakte tot 140 m² en, in specifieke gevallen, ook grotere woonruimten. Daarnaast wordt samenvoegen onder de vergunningplicht gebracht, zodat vooraf kan worden beoordeeld of het verlies van woonruimte aanvaardbaar is in het licht van de gewenste samenstelling van de woningvoorraad. 1.3 Eenduidige toepassing van bestaande normen versterkt de handhaving De 70 m²-ondergrens voor woningvorming is reeds als weigeringsgrond opgenomen in artikel 5, derde lid.
De effectiviteit van deze norm wordt vergroot door in artikel 1 een aangescherpte definitie van gebruiksoppervlakte op te nemen die aansluit bij NEN 2580 en de Omgevingswet. Hierdoor ontstaat een eenduidiger en objectiever toetsingskader voor vergunningverlening en handhaving. 1.4 Gerichtere toepassing van bestaande weigeringsgrond in kwetsbare wijken De weigeringsgrond in artikel 5 lid 2, waarbij woningvorming en omzetting door andere eigenaren dan toegelaten instellingen wordt uitgesloten, is reeds opgenomen in de verordening. In het voorstel wordt deze bepaling gerichter toegepast door deze te koppelen aan specifiek aangewezen wijken. Hiermee kan gerichter worden gestuurd op de samenstelling van de woningvoorraad en de leefbaarheid in gebieden waar deze onder druk staat. 1.5 Geen nieuwe terinzagelegging noodzakelijk De voorgestelde wijzigingen zijn instrumenteel en technisch van aard en leiden niet tot een wezenlijk andere verordening dan de reeds vastgestelde koers. Een nieuwe terinzagelegging is daarom niet aan de orde. E. Duurzaamheid
De verordening draagt bij aan de verduurzaming van de woningvoorraad door in artikel 11 de bevoegdheid om via nadere regels eisen te stellen aan de energiezuinigheid. Hierdoor blijft de juridische grondslag bestaan om woningvorming te weigeren wanneer niet wordt voldaan aan de minimale eis van energielabel D. F. Kanttekening en risico’s:
1.1 Grondslag voor integrale sturing op de woningvoorraad De uitbreiding van de vergunningplicht naar aangewezen categorieën woonruimte, waaronder woonruimte tot 140 m² en in specifieke gevallen grotere woonruimte, vereist een zorgvuldige toepassing in het licht van schaarste en leefbaarheid.
Door deze uitbreiding expliciet te koppelen aan de beleidsdoelstellingen uit de Woonvisie en te positioneren als onderdeel van een integrale sturingsstrategie, wordt een samenhangend kader geboden dat richting geeft aan de toepassing van het instrument. 1.2 Gerichtere toepassing van bestaande weigeringsgrond in kwetsbare wijken De gerichtere toepassing van artikel 5 lid 2, waarin woningvorming en omzetting door andere eigenaren dan toegelaten instellingen wordt uitgesloten, vraagt om een zorgvuldige motivering in relatie tot het gelijkheidsbeginsel en het eigendomsrecht. In het voorstel wordt deze bepaling gekoppeld aan specifiek aangewezen gebieden waar de leefbaarheid en samenstelling van de woningvoorraad onder druk staan. Hiermee ontstaat een gerichter en beter uitlegbaar instrument, dat de mogelijkheid versterkt om in deze wijken effectief te sturen. G. Financiën:
De voorgestelde technische actualisatie van de verordening heeft geen financiële consequenties voor de gemeentebegroting. H. Uitvoering (TA-tekst, planning, communicatie, publicatie, evaluatie/controle etc.):
Het Wijzigingsbesluit wordt via het gebruikelijke kanaal bekendgemaakt en treedt één dag na bekendmaking in werking. Bijlage(n):
1. (26BIJ00941) RIGO (2026). Nut & noodzaak t.a.v. sturing op woningvoorraadbeheer 2. (26UIT01644) Tweede Wijzigingsbesluit Verordening beheer woonruimtevoorraad Schiedam 2024
burgemeester en wethouders van Schiedam, de secretaris, de burgemeester,
C.E. Bos
mr. H.M. Bergmann
De raad van de gemeente Schiedam; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 19 mei 2026 ( 26VR012)
Besluit: 1. Het concept Tweede Wijzigingsbesluit Verordening beheer woonruimtevoorraad Schiedam 2024 vast te stellen (26BIJ01644); 2. De geactualiseerde onderbouwing op basis van schaarste en leefbaarheid (RIGO 2026) vast te stellen en ten grondslag te leggen aan de Verordening beheer woonruimtevoorraad Schiedam 2024 (26BIJ00941). Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Schiedam in zijn openbare vergadering van 30 juni 2026.
de griffier,
de voorzitter,
mr. A. van der Lugt
mr. H.M. Bergmann