Raadsvoorstel Fiscale tarieven 2026
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Aan:
De gemeenteraad van Schiedam
Registratienummer:
25VR054
Contact Steller:
contact@schiedam.nl
Telefoonnummer steller:
010 2191111
Portefeuillehouder:
wethouder Y. Volkman
Publicatie :
Openbaar
Onderwerp:
Fiscale tarieven 2026
7 oktober 2025
A. Voorgesteld besluit:
1.
de navolgende (wijzigings)besluiten vast te stellen: a. 5e wijziging Verordening afvalstoffenheffing Schiedam 2021 b. 5e wijziging Verordening havengeld pleziervaartuigen Schiedam 2021; c. 3e wijziging Legesverordening Schiedam 2023; d. 5e wijziging Verordening logiesbelasting Schiedam 2021; e. 5e wijziging Verordening marktgelden Schiedam 2021; f. 5e wijziging Verordening onroerende-zaakbelastingen Schiedam 2021; g. 5e wijziging Verordening parkeerbelastingen Schiedam 2021; h. 7e wijziging Precarioverordening Schiedam 2021; i. 5 e wijziging Verordening reinigingsrecht Schiedam 2021; j. 4e wijziging Verordening rioolheffing Schiedam 2021; k. 5e wijziging Verordening woonschepenrechten Schiedam 2021; l. 4e wijziging Verordening woonwagenrecht Schiedam 2021; 2. het kostenbesluit naheffingsaanslag parkeerbelastingen Schiedam 2026 vast te stellen. B. Aanleiding:
De belasting- en retributieverordeningen worden jaarlijks gelijktijdig met de begroting vastgesteld. Dit is nodig om geactualiseerde tarieven te kunnen hanteren. De begroting 2026-2029 vormt de basis voor de gewijzigde belastingverordeningen voor 2026. Algemene beleidsuitgangspunten voor de lokale lastenheffing zijn vastgelegd in de Kadernota financieel beleid. In de vastgestelde Zomernota is een trendmatige verhoging van 3,7% opgenomen (correctie voor loon- en prijsontwikkeling) conform prijsindexcijfer afgegeven door het Centraal Plan Bureau (CEP maart 2025), prijs bruto nationaal product). Conform de kadernota Financieel Beleid wordt ieder jaar van deze prijsindex uitgegaan. Dit indexcijfer is destijds bewust als kaderstelling opgenomen omdat de cijfers van het Centraal Plan Bureau ook het uitgangspunt vormen voor de circulaires van de algemene uitkering. Een aantal heffingen volgt dit percentage, dit wordt toegelicht onder D. argumenten, punt 1.3. Voor diverse heffingen worden afwijkende verhogingen voorgesteld vanwege afwijkend beleid, kostendekkendheid of in het kader van de bezuinigingsopgave. Afwijkingen van de inflatiecorrectie van 3,7% worden nader toegelicht.
C. Maatschappelijk doel:
Op 11 november 2025 wordt de Begroting 2026-2029 vastgesteld. Deze dient als basis voor de verschillende belastingverordeningen voor 2026. Dit besluit richt zich op de vaststelling van die belastingverordeningen. D. Argumenten:
1.1.
De verordeningen zijn onderdeel van het begrotingsproces. De actualisatie van de fiscale verordeningen is onlosmakelijk verbonden met het begrotingsproces. Op deze wijze communiceert de gemeente de nieuwe tarieven voor het komende jaar met de buitenwereld.
1.2.
Heffen en kwijtschelden is een wettelijke bevoegdheid. Het heffen van belastingen en retributies (heffingen) alsmede het verlenen van kwijtschelding is een wettelijke mogelijkheid voor de gemeente. Om de geactualiseerde tarieven te kunnen hanteren en juridisch juist te kunnen toepassen, moeten jaarlijks de (wijzigingen van de) belasting- en retributieverordeningen worden vastgesteld door de gemeenteraad.
1.3.
De tarieven worden trendmatig verhoogd. De tarieven van de navolgende heffingen volgen de trendmatige verhoging (de letter achter het tarief geeft het verband aan met de achterliggende verordening zoals aangegeven bij onderdeel A gevraagd besluit): • Afvalstoffenheffing (a) • Rechten havengeld pleziervaartuigen (b) • Leges (met name hoofdstuk 2 en hoofdstuk 3 paragraaf 4) (c) • Logiesbelasting (d) • Marktgeld (e) • Precariobelasting (h) • Parkeerbelastingen (met uitzondering van de kosten voor de naheffingsaanslag) (g) • Reinigingsrecht (i) • Woonschepenrecht (k) Een extra toelichting op de overige heffingen en diverse leges staan opgenomen onder F. ‘Kanttekeningen en risico’s’ in deze adviesnota. Dit geeft het volgende overzicht waarbij voor de algemene belastingen de kostendekkendheid geen rol speelt:
Relatie Kostendekkendheid
2026
Gerelateerd in de verordening
OZB
N.v.t.
+8%
Artikel 5
Precariobelasting
N.v.t.
+3,7 %
Tarieventabel
Heffing
Aanvullende Uitgangspunten
Belastingen
Parkeerbelastingen
N.v.t. 1
+3,7%
Artikel 9 en Tarieventabel
Rioolheffing
Ja
-4,8%
Artikel 7
Ja
+3,7%
Artikel 4
N.v.t.
+3,7%
Artikel 5
Ja
3,7% + extra verhogingen
Tarieventabel
Ja
+3,7%
Tarieventabel
Ja
+3,7%
Artikel 5
Ja
+3,7%
Artikel 4
Afvalstoffenheffing Logiesbelasting Retributies
Leges
Reinigingsrecht (bedrijven) Woonschepenrechten Marktgelden Rechten havengeld pleziervaartuigen
Ja
+3,7%
Tarieventabel
Woonwagenrecht
Ja
+2,3%
Artikel 5
1.1.
Kosten naheffingsaanslag worden maximaal verhoogd
90% kostendekkendheid
Diverse wettelijke of wettelijk gemaximeerde tarieven; diverse voorstellen voor meer kostendekkende tarieven
Dit tarief geldt voor het eerste halfjaar van 2026. Er wordt een onderzoek uitgevoerd naar wijziging van dit tarief. Volgens Beleidsplan woonwagenzaken
De verordeningen worden geactualiseerd. Naast het actualiseren van de verordeningen voor wat betreft de tarieven, zijn ook tekstuele aanpassingen gedaan om te voldoen aan de actuele wet- en regelgeving of actuele situatie:
Automatische incasso: De mogelijkheid voor automatische incasso is opengesteld voor vrijwel alle belastingen die de RBG oplegt en int. Daarbij moet in de verordeningen verwezen worden naar het incassoreglement van de RBG. Voor Schiedam betekent dit aanpassing van de verordeningen afvalstoffenheffing, reinigingsrecht, rioolheffing leges, precariobelasting en onroerende-zaakbelastingen door in het betreffende artikel te verwijzen naar het incassoreglement van de RBG. Legesverordening (c): diverse tekst- en tarievenaanpassingen. Deze worden nader toegelicht onder ‘Kanttekeningen en risico’s’ in deze adviesnota. OZB (f): Vrijstelling buitensportaccommodaties De gemeente Schiedam maakt gebruik van een facultatieve vrijstelling. Dit betekent dat geen OZB wordt geheven op buitensportaccommodaties, voor zover niet bedrijfsmatig geëxploiteerd. Voorgesteld wordt om deze situatie voor 2026 te handhaven in afwachting van het nieuwe tarievenbeleid voor sportaccommodaties en de resultaten van onderzoek dat de minister van BZK heeft laten verrichten naar de toepassing door gemeenten van een wijziging van de Gemeentewet. In deze wijziging wordt gemeenten de mogelijkheid geboden om een lager OZB-tarief vast te stellen voor ‘instellingen van sociaal belang’ waaronder ook sportverenigingen.
Op advies van de VNG is aan deze mogelijkheid (nog) geen invulling gegeven in verband met zwaarwegende praktische uitvoerings- en toepassingsvraagstukken onder andere ten aanzien van de afbakening. Dit zou te grote fiscale risico’s kunnen betekenen. E. Duurzaamheid
Niet van toepassing F. Kanttekening en risico’s:
1.1.
Er vindt een beoordeling plaats van tarieven die maximaal kostendekkend mogen zijn. De beoordeling van tarieven die maximaal kostendekkend mogen zijn, vindt op grond van de Gemeentewet plaats op basis van de geraamde baten en lasten (dus op begrotingsbasis). De gerealiseerde verschillen (in de jaarrekening) worden verrekend met de algemene middelen. Realisatieverschillen bij de afvalstoffenheffing, rioolheffing en leges Omgevingswet worden verrekend met de betreffende voorziening.
1.2.
Voor een aantal tarieven wordt een afwijkend voorstel gedaan. Afwijkende uitgangspunten worden voorgesteld voor diverse tarieven: • De OZB (f) wordt verhoogd met 8%. Deze verhoging wordt voor de OZB zoals gebruikelijk toegepast op de totale opbrengst van de OZB en niet op het tarief. De reden hiervoor is dat bij de berekening van de tarieven ook met de waardeontwikkeling van de onroerende zaken rekening moet worden gehouden.
Dus bij hoge waardestijgingen daalt het tarief om dezelfde opbrengst te bereiken. De OZB-opbrengst stijgt met 8% en wordt verhoogd met opbrengst van het nieuwe areaal (nieuwbouw minus sloop). De door de Regionale Belasting Groep begrote effecten van verminderingen op bezwaar, leegstand en oninbare aanslagen worden in de berekening meegenomen. Om de berekende opbrengst van € 19.870.200 in 2026 te realiseren is een tariefsaanpassing noodzakelijk naar: - eigenaren van woningen 0,0757% (2025: 0,0763%), - eigenaren van niet-woningen 0,3680% (2025: 0,3560%) en - voor gebruikers van niet-woningen 0,2740% (2025: 0,2490%). Het uiteindelijk te betalen OZB-bedrag is afhankelijk van de WOZ-waarde. a.
De parkeerbelastingen (g): Met uitzondering van het tarief voor de kosten van de naheffingsaanslag worden de tarieven verhoogd met 3,7%: Tarieven voor parkeren op straat per uur Deze tarieven worden verhoogd met 3,7%. Voor sector A betekent dit een verhoging naar € 3,32 (2025: 3,20) en voor de overige sectoren naar € 2,39 (2025: € 2,30). Afronding op € 0,10 is niet meer nodig aangezien er alleen digitaal betaald wordt. Het dagtarief in sector A wordt bereikt na 6 uur aaneengesloten parkeren en het dagtarief in de overige sectoren wordt bereikt na 5,5 uur aaneengesloten parkeren. Tarieven voor sector gebonden parkeervergunningen Deze tarieven voor sector gebonden parkeervergunningen voor respectievelijk bewoners, bedrijven en instellingen worden eveneens verhoogd met 3,7%. Visiteparkeervergunningen Visiteparkeervergunningen zijn alleen digitaal te gebruiken en kunnen niet bij de parkeerautomaat gebruikt worden. Deze tarieven worden verhoogd met 3,7% en hoeven niet op € 0,10 afgerond te worden. Tarief naheffingsaanslag Het wettelijk maximale tarief voor de kosten van bij de naheffingsaanslag is voor 2026 gesteld op € 82,00. Het tarief wordt overeenkomstig verhoogd wat leidt tot een kostendekkingspercentage van 82%. De kosten van een naheffingsaanslag bestaan uit een uur parkeergeld en kosten die de gemeente maakt om de parkeerbon te geven.
In het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen is het maximum tarief opgenomen wat in rekening gebracht mag worden als kosten. Dit bedrag wordt per 2026 gewijzigd naar € 82,00 (maximum 2025: € 78,80, Schiedam 2025: € 71,20). Voorgesteld wordt het tarief per 2026 te verhogen naar het wettelijk maximum van € 82,00 omdat hiermee de kostendekkendheid maximaal wordt, dit is 82%. In de Verordening parkeerbelastingen is alvast rekening gehouden met sector F waarover besluitvorming wordt verwacht in oktober 2025. Mocht dit niet doorgaan dan is sector F niet van toepassing.
b. De rioolheffing (j) wordt verlaagd met -4,8% tot € 258,32 (2025: € 271,44). Voor de tariefberekening wordt volgens PWR 2024-2027 uitgegaan van toepassing van inflatiecorrectie en maximale kostendekkendheid. Met het vaststellen van het PWR 2024-2027 is het besluit genomen te stoppen met sparen en worden de investeringen gedeeltelijk gefinancierd uit het opgebouwde spaarsaldo. Dit besluit resulteert in een daling van de kapitaallasten. Daarbij loopt het investeringstempo achter op de prognoses, waardoor er investeringen naar achter schuiven. Toepassing van de inflatiecorrectie van 3,7% op huidige tarief van € 271,44 (2025) betekent voor 2026 een kostendekkendheid van meer dan 100%. In afwijking van PWR 2024-2027 worden de tarieven daarom verlaagd met -4,8% naar € 258,32. De rioolheffing is hiermee bijna 100% kostendekkend. c.
Het woonwagenrecht (l.) volgt op grond van het beleidsplan de maximaal redelijke huurprijs bepaald door het ministerie van BZK. De tarieven worden met 2,3% verhoogd.
d. Diverse legestarieven (c.) zijn wettelijk of wettelijk gemaximeerd. Uitgangspunt is het werken naar optimale kostendekkendheid van de gemeentelijke leges. Dit betekent dat de meeste leges gefaseerd worden verhoogd tot een kostendekkend tarief is bereikt, gefaseerd in 5 jaar. De leges seksbedrijven, telecommunicatie en kabels en leidingen worden per 2026 zonder fasering direct verhoogd. Wettelijk gemaximeerde tarieven zijn uitgezonderd van deze verhogingen. De gemaakte keuzes voor wat betreft de extra verhogingen betekenen voor 2026 € 153.000 extra aan legesinkomsten. Daarnaast worden enkele leges Omgevingswet gewijzigd naar aanleiding van opgedane ervaringen met de Omgevingswet en worden enkele aanpassingen voorgesteld in de leges van het Klant Contact Centrum. De voorstellen worden nader toegelicht onderaan de bij deze stukken behorende bijlage 25BIJ02331. G. Financiën:
Met de gevolgen is in de begroting 2026 - 2029 rekening gehouden.
H. Uitvoering (TA-tekst, planning, communicatie, publicatie, evaluatie/controle etc.):
Bekendmaking Na de vaststelling worden de wijzigingen bekend gemaakt via de wettenbank (Overheid.nl) en gepubliceerd op de gemeentepagina van het Nieuwe Stadsblad. Naast publicatie dient zorggedragen te worden voor het informeren van de betrokkenen die direct geraakt worden door de voorgestelde wijzigingen in legestarieven. Bijlage(n):
1.
wijzigingsbesluiten van: a. 5e wijziging Verordening afvalstoffenheffing Schiedam 2021 (25BIJ02158) b. 5e wijziging Verordening havengeld pleziervaartuigen Schiedam 2021 (25BIJ02159) c. 3e wijziging Legesverordening Schiedam 2023 (25BIJ02171, 25BIJ02231 en 25BIJ02172) d. 5e wijziging Verordening logiesbelasting Schiedam 2021 (25BIJ02160) e. 5e wijziging Verordening marktgelden Schiedam 2021 (25BIJ02161)
f. 5e wijziging Verordening onroerende-zaakbelastingen Schiedam 2021 (25BIJ02162) g. 5e wijziging Verordening parkeerbelastingen Schiedam 2021 (25BIJ02163, 25BIJ02164 en 25BIJ02165) h. 7e wijziging Precarioverordening Schiedam 2021 (23BIJ02173 en 25BIJ02174) i. 5 e wijziging Verordening reinigingsrecht Schiedam 2021 (25BIJ02166) j. 4e wijziging Verordening rioolheffing Schiedam 2021 (25BIJ02167) k. 5e wijziging Verordening woonschepenrechten Schiedam 2021 (25BIJ02168) l. 4e wijziging Verordening woonwagenrecht Schiedam 2021 (25BIJo2169) 2. het kostenbesluit naheffingsaanslag parkeerbelastingen Schiedam 2026 (25BIJ02170) 3. het was-w0rdt overzicht tarieventabel leges 2025 – 2026 (25BIJ02232)
burgemeester en wethouders van Schiedam, de secretaris, de burgemeester,
C.E. Bos
mr. H.M. Bergmann
De raad van de gemeente Schiedam; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 7 oktober 2025 ( 25VR054) gelet op Besluit:
1.
De navolgende wijzigingsbesluiten vast te stellen: a. 5e wijziging Verordening afvalstoffenheffing Schiedam 2021; b. 5e wijziging Verordening havengeld pleziervaartuigen Schiedam 2021; c. 3e wijziging Legesverordening Schiedam 2023; d. 5e wijziging Verordening logiesbelasting Schiedam 2021; e. 5e wijziging Verordening marktgelden Schiedam 2021; f. 5e wijziging Verordening onroerende-zaakbelastingen Schiedam 2021; g. 5e wijziging Verordening parkeerbelastingen Schiedam 2021; h. 7e wijziging Precarioverordening Schiedam 2021; i. 5 e wijziging Verordening reinigingsrecht Schiedam 2021; j. 4e wijziging Verordening rioolheffing Schiedam 2021; k. 5e wijziging Verordening woonschepenrechten Schiedam 2021; l. 4e wijziging Verordening woonwagenrecht Schiedam 2021; 2. het kostenbesluit naheffingsaanslag parkeerbelastingen Schiedam 2026 vast te stellen.
Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Schiedam in zijn openbare vergadering van 11 november 2025.
de griffier, {{esl:Signer1:capture:size(200,100)}}
de voorzitter, {{esl:Signer2:capture:size(200,100)}}
mr. M. Pe MEC
mr. H.M. Bergmann