Raadsvoorstel concept jaarstukken 2023 en zienswijze ontwerpbegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 Stroomopwaarts MVS
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Aan:
De gemeenteraad van Schiedam
16 april 2024
Registratienummer:
24VR022
Contact Steller:
contact@schiedam.nl
Telefoonnummer steller:
010 2191111
Portefeuillehouder:
wethouder A.N. Biekman en wethouder P.M.E. Zwang
Publicatie:
Openbaar
Onderwerp:
Zienswijze op de ontwerpbegroting 2025 en de meerjarenraming 2026-2028 Stroomopwaarts MVS
A. Voorgesteld besluit:
1.
De zienswijze op de ontwerpbegroting 2025 en de meerjarenraming 2026-2028 Stroomopwaarts MVS vast te stellen. 2. Kennis te nemen van de concept jaarstukken 2023 Stroomopwaarts MVS.
B. Aanleiding:
Op 4 april 2024 heeft het Dagelijks Bestuur (hierna: DB) van Stroomopwaarts MVS de ontwerpbegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 vastgesteld. Het is een formeel vereiste om, middels een zienswijze, de ontwerpbegroting voor te leggen aan de gemeenteraad. Een concept voor deze zienswijze is bijgevoegd. Op de concept jaarstukken 2023 is geen zienswijzeprocedure van toepassing. Deze worden alleen ter kennisname aangeboden. C. Maatschappelijk doel:
Stroomopwaarts ondersteunt inwoners van Schiedam die (tijdelijk) niet in hun levensonderhoud kunnen voorzien. Daarbij staan eigen kracht en deelname aan de samenleving voorop en is het vinden van betaald werk een belangrijk doel. Is dat niet haalbaar, dan worden inwoners ondersteund met inkomen en zorg. Ondernemers worden door Stroomopwaarts gestimuleerd om maatschappelijk verantwoord te ondernemen. D. Argumenten:
1.1 Ontwikkeling uitkeringsbestand In de ontwerpbegroting 2025 geeft Stroomopwaarts aan dat het Centraal Planbureau (CPB) voorspelt dat voor 2025 rekening wordt gehouden met een lichte stijging van het aantal uitkeringen. De raming voor Schiedam eind 2025 komt daarmee gemiddeld uit op 2.187 uitkeringen. De verwachte eindstand in 2024 is gemiddeld 2.151 bijstandsuitkeringen, zodat de verwachting stijging volgens het CPB in 2025 gemiddeld 30 uitkeringen is. Hiermee wordt het aantal uitkeringen ingeschat volgens de landelijk CPB-norm. Stroomopwaarts stelt echter dat zij de landelijke trend wil ‘verslaan’ door onder andere in te zetten op een hogere effectiviteit ten aanzien van de uitstroom van uitkeringsgerechtigden naar werk.
Een concrete doelstelling wordt hierbij niet benoemd. Ook is onduidelijk welke instrumenten Stroomopwaarts voor deze ambitie wil inzetten. Hierdoor is het lastig te bepalen wat de effectiviteit van ingezette maatregelen is. In de zienswijze wordt aangegeven dat de raad inderdaad kansen ziet voor (arbeids)participatie maar verzoekt Stroomopwaarts wel om aan te geven wat precies wordt bedoeld met het ‘verslaan’ van de landelijk trend, welke middelen zij daarvoor wil inzetten en tot welke concrete resultaten dit heeft geleid en deze uitkomsten via de bestuursrapportages met de raad te delen. Om de ambitie te kunnen vervullen wil Stroomopwaarts aan de slag met een herijking van het interne proces in het eerste halfjaar van 2024. Dit roept de vraag op waarom het interne proces nog niet op orde is. In de ontwerpbegroting 2024 was namelijk al aangegeven dat de interne werkprocessen geoptimaliseerd zijn, dat er in de doorontwikkeling van de werkprocessen veel aandacht is gegeven aan het in beeld krijgen en houden van alle uitkeringsgerechtigden en het aanbieden van trajecten op maat en dat dit zou leiden tot een adequatere en intensievere benadering van nieuwe en bestaande bijstandscliënten.
In de zienswijze leidt dit tot een verzoek aan Stroomopwaarts om aan te geven waarom het interne proces nog niet op orde is en wat nodig is om de werkprocessen te optimalieren teneinde het gewenste resultaat te bereiken. Daarnaast het verzoek om tijdig met een voorstel te komen indien de herijking in 2024 niet tijdig is voltooid. 1.2 Doelgroep WSW, Beschut en doelgroepen PW In de ontwerpbegroting 2025 heeft Stroomopwaarts ambitieuze doelstellingen opgenomen ten aanzien van de externe (structurele) banen met loonkostensubsidie (A3) en beschut werk (B1). Ook wordt aangegeven dat het realiseren van groepsdetacheringen meer prioriteit krijgt (B2). In zienswijze wordt de lijn volgens de strategische visie Werk en Inkomen, waarbij Stroomopwaarts sterk blijft inzetten op het realiseren van plaatsingen met loonkostensubsidies voor de meer kwetsbare groepen, onderschreven. Tegelijkertijd wordt geconstateerd dat het aantal plaatsingen van mensen uit de doelgroep banenafspraak tot op heden achterblijft bij eerdere ambities. In de zienswijze is dan ook het verzoek opgenomen om in 2024 met een gedegen plan te komen waarmee de groei van 100 extra plaatsingen per jaar (van 197 in 2023 naar 751 plaatsingen in 2028) kan worden gerealiseerd en de raad via de bestuursrapportages te informeren over de inzet en resultaten met betrekking tot deze ambitie.
Het verzoek is verder om in dit plan ook het bevorderen van parttime werk op te nemen als mogelijk resultaat van de pilot Werkbonus. Met betrekking tot het aantal genoemde beschutte werkplekken (B1) wordt in de zienswijze aangegeven dat dit hoger is dan het aantal beschutte werkplekken op basis van rijksbeleid. Het gaat dan in 2025 in MVS-verband om 225 plekken ten opzichte van de taakstelling van 115 plekken. Het aantal beschutte werkplekken stijgt dan in 2028 verder naar 300 werkplekken, waarbij de werkleerbedrijven ook gebruikt gaan worden door andere en deels nieuwe doelgroepen. Stroomopwaarts geeft aan dat de stijging mede te maken met de verandering van WSW richting beschut werk, maar ook met het ambitieniveau van Stroomopwaarts. Deze ambitie zorgt er namelijk voor dat er geen wachtlijsten zijn (en iemand ook geen bijstandsuitkering hoeft te ontvangen). Ondanks dat iemand geen bijstandsuitkering ontvangt drukken de lasten van een beschutte werkplek echter wel op de begroting van Stroomopwaarts en daarmee op de gemeentelijke begroting. De huidige middelen vanuit het Rijk zijn al niet toereikend en dit betekent, zeker op de langere termijn, dat er een steeds groter tekort ontstaat.
Het verzoek aan Stroomopwaarts is daarom om de gevolgen van de stijging van beschutte werkplekken voor de begroting in samenspraak met de gemeente Vlaardingen en Maassluis nauwlettend in de gaten te houden en indien nodig, andere beleidskeuzes te maken. Tot slot geeft Stroomopwaarts aan dat het demissionaire kabinet op 21 december 2023 een Kamerbrief heeft verzonden naar aanleiding van het rapport van Berenschot.
Daarin wordt een aantal toekomstige maatregelen (met varianten) benoemd. Een van de maatregelen richt zich op de processen om een beschutte werkplek te verkrijgen te verbeteren en te versimpelen met de doelstelling om landelijk circa 30.000 beschutte banen te realiseren. Daarnaast zouden er op termijn landelijk 10.000 extra banen gerealiseerd voor andere groepen mensen die niet regulier aan het werk kunnen komen. Ook wordt de maatregel benoemd over het meer ambulant maken van beschut werk door bijvoorbeeld leerwerktrajecten onder te brengen bij bedrijven in de stad. In de zienswijze wordt daarom verzocht om mogelijke maatregelen die volgen uit het rapport van Berenschot in 2023 te volgen, maar om een eventuele ophoging van deze aantallen voor de MVSgemeenten pas uit te voeren indien het beleid door het nieuwe kabinet is vastgesteld en de gemeente Schiedam daadwerkelijk de middelen van het Rijk hiervoor heeft ontvangen. 1.3 Meer samenwerking met ondernemers Het werkgeversservicepunt van Stroomopwaarts investeert in een sterk netwerk van ondernemers en ketenpartners, die zich willen inzetten voor de sociale opgave. In de zienswijze wordt aangegeven dat Schiedam voor haar omvang een uitzonderlijk grote economische sector heeft waarvan de raad relatief weinig terugziet in de resultaten.
Omdat Schiedamse ondernemers een belangrijke schakel vormen in het proces om inwoners (parttime) deel te laten nemen aan het arbeidsproces, verzoekt de raad in de zienswijze om jaarlijks een ambitie in de begroting op te nemen ten aanzien van het aantal actief samenwerkende ondernemers en de raad in jaarstukken en bestuursrapportages te informeren over de wijze van samenwerking en behaalde resultaten ten aanzien van deze ambitie. Ten aanzien van de productieprocessen is het goed om terughoudend te zijn bij het onderbrengen van de productieprocessen bij het werkleerbedrijf, maar indien mogelijk de samenwerking met bedrijven te zoeken door mensen bij de bedrijven zelf te plaatsen. De verwachting is dat hiermee de uitstroom op een meer natuurlijke manier en meer duurzaam wordt bevorderd. 1.4 (Nieuwe) aanpak armoede en schulden Stroomopwaarts geeft aan dat in 2025 een nieuwe regionale visie Armoede en Schulden volgt waarbij de verwachting is dat de lijn van de armoede- en schuldenaanpak met volle kracht wordt doorgezet. Vanuit de landelijke begroting worden in 2024 bijvoorbeeld al extra middelen ingezet ten behoeve van vroegsignalering en schuldhulpverlening. In de zienswijze wordt aangegeven dat de graag in 2024 een voorstel voor de nieuwe visie Armoede en Schulden 2025-2028 ontvangt. Tijdens de raadsavond in november 2023 is afgesproken dat dit een voorstel met scenario’s is.
Verder wordt aangegeven dat parallel aan de ontwikkeling van de regionale visie de gemeente Schiedam in 2024 aanvullend lokaal armoedebeleid ontwikkelt. De drie algemene beleidsdoelstellingen, namelijk het verstevigen van preventie, vroegsignalering en nazorg, activerend armoede en schuldenbeleid, met extra aandacht voor kinderen en jongeren en laagdrempelige en vindbare voorzieningen en dienstverlening wordt nog steeds breed onderschreven. Het CPB voorspelt namelijk dat door het wegvallen van allerlei inkomensondersteunende maatregelen en stijgende zorgkosten, de armoede (met name onder uitkeringsgerechtigden) in vergelijking met voorgaande jaren, flink zal toenemen. Hierbij wordt in de zienswijze wel aangegeven dat het belangrijk is om bij de uitvoering van de visie meer actuele cijfers van Stroomopwaarts over onder meer het niet-gebruik van voorzieningen en cijfers van bereik te ontvangen, teneinde een gerichte gebieds- en/of doelgroepgerichte aanpak te formuleren (Evaluatie Regionale Visie Armoede en Schulden MVS 2020-2023, Movisie, mei 2023). Verder zijn de mogelijke financiële gevolgen van de nieuwe regionale visie en de uit te voeren activiteiten deels verwerkt in de ontwerpbegroting 2025. Om die reden wordt verzocht om een SMART voorstel voor de uitvoering en eventuele meerkosten van de visie vanaf 2025 en verder.
1.5 SchuldenlabMVS Het Schuldenlab MVS is eind 2021 opgericht. Het zet in op innovatieve projecten voor het bestrijden en voorkomen van schulden. Vanuit de invalshoek van de schuldenproblematiek moet er binnen het Schuldenlab worden geëxperimenteerd met het aanpakken van domein overstijgende problematiek (Participatiewet, Wmo, Jeugdwet). De inzet door het Schuldenlab MVS is in aanvang voor een periode van 3 jaar gefinancierd. Deze kosten zijn onderdeel van de begroting Stroomopwaarts via het activiteitenplan Armoede en Schulden MVS. De resultaten op basis van de huidige inzet door het Schuldenlab MVS zijn echter niet volgens verwachting. Er is wel een breed netwerk opgezet met diverse (maatschappelijk) partners, de Doorbraakmethode is via het Schuldenlab doorontwikkeld en de Voorzieningenwijzer wordt naar verwachting in 2024 geïntroduceerd, maar resultaten op het gebied van domein overstijgende problematiek en vanuit een inzet van partners, zijnde niet-gemeente, en echte innovaties blijven tot op heden uit. In de zienswijze wordt Stroomopwaarts en het Schuldenlab MVS voor de komende periode opnieuw aangesproken op het innoverend vermogen en hen gevraagd om met een voorstel te komen voor een meer vernieuwende aanpak en projecten.
Daarnaast wordt verzocht om het SchuldenlabMVS eind 2024 weer te evalueren en de resultaten naar de raad te sturen waarna besluitvorming voor mogelijke structurele inzet 2025 en verder volgt. 1.6 Inburgering Stroomopwaarts voert sinds 2022 de Wet Inburgering uit voor de gemeente Schiedam. Om de taken van de Wet inburgering te implementeren en uit te voeren krijgen de gemeenten financiële middelen van het Rijk: incidentele invoeringskosten, structurele uitvoeringskosten en structurele inburgeringskosten. Een groot deel van deze middelen zijn in 2022 en 2023 door de gemeenten al overgemaakt naar Stroomopwaarts waardoor er op de post ‘vooruit ontvangen’ een bedrag van 2 mio in reserve staat (bron: concept Jaarstukken 2023 SOW). Op basis van gegevens vanuit het Rijk wordt jaarlijks een meerjarenraming gemaakt van de verwachte instroom van statushouders en gezinsmigranten. Stroomopwaarts heeft voor de gemeente Schiedam voor 2025 een verwacht aantal van 361 statushouders en 210 gezinsmigranten in begeleiding. Hierbij verwacht Stroomopwaarts dat de ambtelijke inzet bij het team Inburgering in 2025 zal toenemen tot 20 fte omdat vanaf dat moment een piek wordt verwacht omdat de inburgeringstrajecten maximaal drie jaar lopen. In ontwerpbegroting wordt aangegeven dat de uiteindelijke afrekening met het Rijk gebeurt op basis van de werkelijke aantallen.
Eventuele overschotten of tekorten op de begroting worden verrekend met het begrotingssaldo van het lopende jaar. Omdat het opgevoerde bedrag voor inburgering in de ontwerpbegroting 2025 van 1,5 mio voor de gemeente Schiedam al op de rekening van Stroomopwaarts staat, is het verzoek in de zienswijze om eerst de middelen aan te spreken binnen de post ‘vooruit ontvangen’ te benutten en de post inburgering in de ontwerpbegroting 2025 voor Schiedam op nihil te zetten. Het verzoek is verder om de ontwikkelingen op dit punt nauwlettend te volgen en ons zo nodig een voorstel te doen voor een bijstelling. 1.7 Kritieke Prestatie Indicatoren (KPI’s) Stroomopwaarts is een beleidsrijke GR en voert zelf ook het strategische beleid verder uit. In de zienswijze wordt aangegeven dat de raad verwacht dat Stroomopwaarts dit op een efficiënte en doelmatige wijze doet. Stroomopwaarts werkt daarvoor met een aantal kritieke prestatie-indicatoren (KPI’s) passend bij de opdracht van Stroomopwaarts. Deze methode is nodig om doelstellingen meetbaar te maken en om te kunnen monitoren of doelstellingen worden bereikt. Per programma worden de benodigde budgetten aangegeven in combinatie met de daarmee te bereiken prestaties, de KPI’s. Deze worden regelmatig kritisch bekeken wat betreft relevantie en inzicht.
In de begroting 2024 is al een aantal nieuwe KPI’s toegevoegd aan de bestaande set. Zo is bijvoorbeeld de KPI ten aanzien van de taaltrajecten voor cliënten met taalniveau A1 en A2 toegevoegd. In de ontwerpbegroting 2025 worden de KPI’s verder uitgebreid ten aanzien van de omvang van de groepen maatschappelijke en sociale activering binnen de bijstandspopulatie (afstand tot arbeidsmarkt, wegnemen problemen in leefsituatie), het bereik van de regionale en lokale armoederegelingen en Social Return on Investment (SROI). In de zienswijze wordt aangegeven dat er nog wel vragen met betrekking tot een aantal bestaande KPI’s. Ten eerste is een toelichting op de effect-indicator ‘vroegsignalering schulden: vervolgtraject na eerste contact’ wenselijk. Sinds 1 januari 2021 geven de drinkwaterbedrijven, energieleveranciers, woningverhuurders en zorgverzekeraars namelijk signalen van betalingsachterstanden door aan gemeenten. Dit is een belangrijk middel om schuldsituaties in een zo vroeg mogelijk stadium te signaleren en problematische schuldsituaties zoveel mogelijk te voorkomen. De Divosa Monitor Vroegsigalering Schulden laat zien dat in 2022 landelijk 78% van de signalen door gemeenten als melding is opgepakt. In de ontwerpbegroting 2025 staat dat de KPI kan worden aangescherpt naar >25% en dat maandelijks circa 400 huishoudens worden benaderd op basis van signalen.
Het aantal huishoudens staat nu benoemd in de toelichting maar kan toegevoegd wordt als extra effect-indicator ‘aantal huishoudens benaderd op basis van signalen’ inclusief het aantal ontvangen signalen. Verder is de KPI >25% is inderdaad een stijging ten opzichte van 2024 (>6%) maar blijft het achter bij het resultaat van 2023 (27%). In de zienswijze wordt gevraagd aan te geven waarom de verwachting voor 2025 achterblijft bij het resultaat van 2023 en wat er nodig is om de vroegsignalering te verhogen naar het landelijke percentage van 78%. Daarnaast het verzoek om bij de prestatie-indicator ‘percentage statushouders dat een opleiding volgt of werk heeft, 3 jaren na de start van de uitkering’, de opleiding en uitstroom naar werk uit elkaar te halen. Hiermee ontstaat een KPI die enkel betrekking heeft op het aantal inburgeraars dat (duurzaam) uitstroomt naar werk. Dit naar aanleiding van een gedeelde visie dat werk een uitstekende én noodzakelijke basis vormt voor succesvolle inburgering. Tot slot wordt in de zienswijze aandacht gevraagd voor het feit dat de raad bij het besluit rond de overgang van mandaat naar delegatie op 30 mei 2023 de motie ‘Beleidsarm Stroomopwaarts’ heeft ingediend.
Met deze motie verzoekt de raad om duidelijk geformuleerde KPI’s vanuit de behoefte om haar controlerende taak beter te kunnen vervullen teneinde goed sturing te kunnen geven aan Stroomopwaarts. In de zienswijze wordt aangegeven dat met de toevoeging van 3 nieuwe KPI’s niet aan deze behoefte niet voldaan. Stroomopwaarts wordt daarom verzocht om met de gemeente Schiedam verder in gesprek te gaan om passende, gezamenlijke KPI’s te formuleren die recht doen aan de doelstellingen en ambities van de gemeente. Deze KPI’s dienen vervolgens, in samenspraak met de gemeenten Vlaardingen en Maassluis, opgenomen te worden in de toekomstige bestuursrapportages, jaarrekeningen en begrotingen van Stroomopwaarts.
E. Duurzaamheid
Deze paragraaf is niet van toepassing. F. Kanttekening en risico’s:
1.1 Omzet werkleerbedrijf staat onder druk In de ontwerpbegroting 2025 geeft Stroomopwaarts aan dat de omzet van het werkleerbedrijf onder druk staat.
Dit is met name ten aanzien van het aantal (relatief) rendabele detacheringen van kwetsbare WSWmedewerkers. Om de doelgroep optimaal te ontwikkelen en het rendement te optimaliseren, worden werksoorten zonder toekomstperspectief zoveel mogelijk afgebouwd waardoor er ruimte komt voor nieuwe, kansrijke werksoorten. Verder worden ondernemers gestimuleerd om na te denken over vormen van strategische samenwerking, zoals het benutten van de infrastructuur en de mogelijkheden van het Werkleerbedrijf door hun eigen productie(proces) onder te brengen of het uitbesteden van werk bij het Werkleerbedrijf. Kortom, Stroomopwaarts heeft ambitieuze plannen ten aanzien van het werkleerbedrijf. In de zienswijze wordt aangegeven dat de ambitie positief wordt bevonden, maar de teruglopende omzet van de werkleerbedrijven een zorgelijke ontwikkeling is. Dit mede omdat een deel van de kosten van (het groeiende aantal) beschutte werkplekken moet worden bekostigd vanuit de omzet van het werkleerbedrijf. Het verzoek via de zienswijze is daarom om de orderportefeuille op peil te houden zodat er voor de doelgroep voldoende geschikte werkzaamheden binnen het werkleerbedrijf te verrichten zijn. Daarnaast is een goede balans tussen de orderportefeuille en een duurzame doorstroom van de doelgroep naar detachering en regulier werk van belang.
Het verzoek is verder om de raad via de bestuursrapportages en jaarstukken te informeren over de activiteiten die zijn ondernomen om de omzet van het werkleerbedrijf te verhogen, de doorstroom te bevorderen en met welk resultaat. 1.2 Ambitie groei externe (structurele) banen is hoog In de ontwerpbegroting 2025 staat dat Stroomopwaarts de ambitie heeft om de externe (structurele) banen met loonkostensubsidie flink te laten groeien. In MVS-verband betekent dit van 197 banen in 2023 tot 751 banen in 2028. De kanttekening is hoe realistisch deze groei is. De externe banen met loonkostensubsidie bleven in 2023 al achter bij het beoogde resultaat. Met de 3e begrotingswijziging 2023 is het budget extern loonkostensubsidie zelfs verlaagd en ingezet voor de financiële dekking van extra beschutte werkplekken. 1.3 De compensatie door het Rijk is nog onzeker Het opnemen van bedragen in de begroting Stroomopwaarts die nog door de gemeente ontvangen moeten worden behelzen een risico. Een sluitende begroting voor Stroomopwaarts betekent voor 2025 een verhoging van de bijdrage van de gemeente Schiedam (en de 2 andere gemeenten binnen de gemeenschappelijk regeling). De verwachting is dat het Rijk de gemeente hiervoor compenseert in de meicirculaire 2025, maar dit is geen zekerheid. In oktober 2024 ontvangt de gemeente vanuit het Rijk de voorlopige beschikking 2025.
1.4 Komst nieuw kabinet Ten tijde van het opstellen van de ontwerpbegroting 2025 was nog niet duidelijk welke partijen plaats gaan nemen in het nieuwe kabinet of welk programma zij gaan uitvoeren. Dit nieuwe regeerakkoord kan impact krijgen op het Rijksbeleid op het gebied van het sociaal domein. De ontwerpbegroting 2025 is om die reden samengesteld op basis van het bestaande Rijksbeleid. In de zienswijze wordt aan Stroomopwaarts gevraagd om tijdig eventuele bijsturingen aan te geven zodat de raad, indien van toepassing, haar zienswijze kan geven. 1.5 Voorjaarsnota 2024 In de recent verschenen Voorjaarsnota 2024 is aangegeven dat vanaf 2026 de zogenoemde ‘opschalingskorting’ wordt geschrapt en dat hiermee het zogenoemde ‘ravijnjaar’ wordt voorkomen, maar dit betekent wel dat vanaf er vanaf 2025 minder geld in het gemeentefonds zit. Het financiële perspectief van de gemeente vertoont daarmee vanaf 2025 grote tekorten. Dat vraagt om ingrijpende maatregelen om de begroting structureel sluitend te krijgen.
Onvermijdelijk is dat deze maatregelen ook effect hebben op de bijdragen aan de gemeenschappelijke regelingen. In de zienswijze wordt Stroomopwaarts om die reden gevraagd daarop te anticiperen, en op weg naar 2025 zelf met initiatieven te komen die een bijdrage leveren aan de financiële opgave waarvoor de gemeente staat. Genoemde ontwikkelingen vragen dus om terughoudendheid in de uitgaven van Stroomopwaarts, maar ook om slimme en effectieve beleidskeuzes. G. Financiën:
In hoofdstuk 4 ‘bijdrage gemeenten’, is de financiële bijdrage van de gemeente Schiedam voor de komende jaren inzichtelijk gemaakt. Als gevolg van de stijging van het aantal uitkeringen, hogere kosten inburgering, armoedevoorziening en loonkostensubsidie stijgt de bijdrage van gemeente Schiedam ten opzichte van 2024. Hierbij zal het nadeel als gevolg van de volume effecten hoogstwaarschijnlijk worden gedekt middels de stijging van de landelijke BUIG-middelen. In oktober ontvangen we de voorlopige BUIG-beschikking 2025 en wordt duidelijk of deze middelen voor 2025 toereikend zijn om de stijging van onze bijdrage aan Stroomopwaarts als gevolg van de volume effecten volledig te dekken. De stijging van deze bijdrage aan Stroomopwaarts (minus het terugbrengen van het budget inburgering vanaf 2025) wordt in de gemeente Schiedam meegenomen bij de behandeling van de Zomernota 2025. Hierbij is het belangrijk aan te geven dat, in tegenstelling tot wat in de ontwerpbegroting 2025 over de voorgestelde indexering 2024 staat, Schiedam nog niet conform het ambtelijke voorstel heeft besloten. Voorstellen tot wijziging van de begroting van het lopende jaar moeten namelijk via het reguliere proces door middel van een begrotingswijziging worden ingediend.
In de zienswijze wordt, in het licht van de aangekondigde bezuinigingen, een dringend beroep gedaan op Stroomopwaarts om de beschikbare middelen (nog) efficiënter en effectiever in te zetten. Dit alles met als doel zoveel mogelijk mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en voor wie het steuntje in de rug in moeilijke tijden nodig hebben, aan het werk te kunnen helpen en te ondersteunen. H. Uitvoering (TA-tekst, planning, communicatie, publicatie, evaluatie/controle etc.):
In de aanbiedingsbrief (24BIJ02720) wordt verzocht om voor 10 juni 2024 een zienswijze op de ontwerpbegroting 2025 in te dienen, zodat de begroting 2025 tijdig toegezonden kan worden aan de Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland. De begroting 2025 van de gemeenschappelijke regeling Stroomopwaarts dient voor 15 juli 2024 door de Provincie Zuid-Holland te zijn ontvangen. Dit tijdspad maakt het noodzakelijk dat deze stukken tijdens de raadscyclus van 4 juni 2024 worden behandeld en vastgesteld. Op 20 juni staat de tweede behandeling van de begroting door het DB Stroomopwaarts, inclusief een reactie op de door MVS-gemeenten ingebrachte zienswijzen, gepland. De definitieve begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 wordt in de vergadering van het Algemeen Bestuur van Stroomopwaarts op 4 juli besproken. De definitieve begroting 2025 en jaarstukken 2023 na accountantscontrole, worden na vaststelling in het Algemeen Bestuur (AB) Stroomopwaarts ter informatie naar de raad gestuurd.
Bijlage(n): 1. Zienswijze ontwerpbegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 Stroomopwaarts MVS (24UIT01542). 2. Aanbiedingsbrief Dagelijks Bestuur Stroomopwaarts MVS ontwerpbegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 (24BIJ02720). 3. Ontwerpbegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 Stroomopwaarts MVS (24BIJ02721). 4. Concept jaarstukken 2023 Stroomopwaarts (24BIJ02722).
burgemeester en wethouders van Schiedam, de secretaris, de burgemeester,
C.E. Bos
mr. H.M. Bergmann
De raad van de gemeente Schiedam; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 16 april 2024 ( 24VR022) gelet op Besluit: 1. De zienswijze op de ontwerpbegroting 2025 en de meerjarenraming 2026-2028 Stroomopwaarts MVS vast te stellen. 2. Kennis te nemen van de concept jaarstukken 2023 Stroomopwaarts MVS.
Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Schiedam in zijn openbare vergadering van 4 juni 2024.
de griffier,
de voorzitter,
M.J.W. Tobeas
mr. H.M. Bergmann